A02 00 Contouren samenwerkingsagenda NOP-Urk.pdf
Tekst van het document
Contouren samenwerkingsagenda Noordoostpolder-Urk 2050 Klik of tik om een datum in te voeren.
Noordoostpolder-Urk 2050
2/22
Voorwoord Voor u liggen de contouren van de samenwerkingsagenda Noordoostpolder-Urk 2050. De contouren en de achterliggende analyse zijn de uitkomst van een gezamenlijk traject van de gemeenten Urk en Noordoostpolder; onder begeleiding van Berenschot. Voor de inhoud van deze contouren zijn diverse documenten bestudeerd: coalitieakkoorden, woonen omgevingsnotities, CBS-cijfers en nog veel meer. Daarnaast zijn er interviews gehouden met diverse actoren uit beide gemeenten: de burgemeesters en wethouders, het management van beide gemeenten; en een aantal raadsleden. De uitkomst van de documentstudie en de gesprekken leidde tot een eerste analyse die gepresenteerd en besproken werd op de NOP-Urk dag van 30 november 2023. Deze dag was georganiseerd door een comité van raads- en/of commissieleden van beide gemeenten; en was bedoeld voor beide raden, colleges, management en burgemeesters. Het was een vruchtbare dag waarin zowel inhoud als relatie een plek kreeg. De gesprekken aan de thematafels op de NOP-Urk dag hebben tot een nadere verdiepingsslag geleid. De uitkomst van het geheel is wat nu voor u ligt: de contouren van de samenwerkingsagenda Noordoostpolder-Urk. Het hele proces van totstandkoming werd begeleid door een werkgroep bestaande uit de burgemeesters en directieleden van beide gemeenten, samen met Berenschotadviseurs Christiaan Gort, Arnoud van Vliet en Lydia Broekhuis.
Met dit voorliggende document schetsen we de contouren voor onze samenwerking, die we in een volgende fase, samen met de colleges, raden en organisaties gezamenlijk gaan inkleuren.
Roger de Groot en Jan Westmaas
Noordoostpolder-Urk 2050
3/22
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 ...................................................................................................................... 4 Onze huidige verbondenheid en de toekomst ................................................................... 4 1.1
Er ligt een fundament om op door te bouwen ................................................. 4
1.2
We moeten en willen ...................................................................................... 5
1.3
De rol van onze cultuurverschillen .................................................................. 6
1.4
Disbalans in belangen in het ruimtelijk domein .............................................. 8
Hoofdstuk 2 ...................................................................................................................... 9 De contouren van het “wat” ............................................................................................. 9 2.1
Uitgangspunten voor samenwerking .............................................................. 9
2.2
Het gezamenlijk gebied in 2050 .................................................................... 10
2.3
Samen Noordelijk Flevoland ......................................................................... 11
2.4
Specifieke samenwerkingskansen voor raden en organisaties ...................... 11
2.5
Lopende dossiers .......................................................................................... 12
Hoofdstuk 3 .................................................................................................................... 13 De contouren van het “hoe” ........................................................................................... 13 3.1
Spelregels en omgangsvormen ..................................................................... 13
3.2
Geef structuur aan het ontmoeten ................................................................ 14
Hoofdstuk 4 .................................................................................................................... 15 Inkleuren van de samenwerkingsagenda in 2024 .......................................................... 15 4.1
Aftrap en prioritering .................................................................................... 15
4.2
Inkleuring ..................................................................................................... 15
4.3
Bespreking .................................................................................................... 16
4.4
Consultatie en validatie ................................................................................ 16
4.5
Vaststelling en aan de slag ........................................................................... 16
4.6
Gebiedsvisie 2050 ......................................................................................... 17
Bijlage 1: Uitkomsten NOP-Urk dag ................................................................................ 19
Noordoostpolder-Urk 2050
4/22
HOOFDSTUK 1
Onze huidige verbondenheid
en de toekomst “U heeft uw bestaansrecht aan elkaar te danken. Ga maar na. Zonder Urk had de Noordoostpolder er niet gelegen. De mogelijkheid om aan Urk de dijken vast te maken schetste de contouren van het nieuwe land. En Urk, ja het lag er al, maar is in de loop van de geschiedenis vaker eigendom van Hollandse graven en zelfs van Amsterdam. Ik durf wel te stellen dat Urk zijn huidige toch stevige zelfstandige positie kan danken aan het feit dat er om het eiland heen is ingepolderd”. -John Bijl, NOP-Urk dag 2023
1.1
Er ligt een fundament om op door te bouwen
In bovenstaand beeld van John Bijl ligt de lotsverbondenheid van Urk en Noordoostpolder opgesloten. De ingewikkelde ontstaansgeschiedenis van hun moderne relatie. Die moet gekend zijn en blijven én is geschiedenis, iedere dag aan verandering onderhevig. De verandering die Urk en Noordoostpolder er samen aan geven. In de decennia na de inpoldering zien we dat de samenbinding niet enkel beperkt blijft tot het delen van een gemeenschappelijk gebied. Er is ook tussen beide gemeenten een samenwerking gegroeid. Deze samenwerking heeft zich door de jaren heen in golfbewegingen ontwikkeld en niet enkel in een stijgende lijn. Op meerdere gebieden wordt constructief samengewerkt Urk en Noordoostpolder zitten samen in velerlei samenwerkingsverbanden (zie kader). Hierin komen de gemeenten elkaar regelmatig tegen en waar nodig trekken ze met elkaar op in het groter verband. In het sociaal domein werken de gemeenten ook lokaal op allerlei terreinen samen, zoals inkoop van WMO-voorzieningen. Daarnaast ontmoeten de gemeenten elkaar in hun gezamenlijke veiligheidsregio. Op het gebied van veiligheid werken gemeenten samen in de handhaving en hebben zij – samen met Dronten - een gezamenlijk integraal veiligheidsplan opgesteld. Met Dronten werken Urk en Noordoostpolder sinds een aantal jaren in het DUN-verband samen rondom bedrijfsvoering. Ze delen de salarisadministratie met elkaar.
Naast deze samenwerkingen is er onderling veel verbinding door kennisuitwisseling tussen ambtenaren op allerlei dossiers. Relaties zijn versterkt en nieuwe verbindingen gelegd Samenwerking tussen gemeenten vindt op drie lagen plaats: de raad, het bestuur en de organisatie. De gemeenteraden van Noordoostpolder en Urk nemen initiatieven om elkaar te ontmoeten. Zo is er in 2016, in 2022 en eind 2023 een NOP-Urk dag georganiseerd waar de raden samenkomen samen met bestuur en management. De raden hebben tijdens deze dagen gevraagd om een samenwerkingsagenda 2050 op te stellen.
Noordoostpolder-Urk 2050
5/22
De burgemeesters ontmoeten elkaar structureel. Iedere zes weken gaan ze bij elkaar langs, waarbij om de keer ook de gemeentesecretarissen aansluiten. Als voorzitters van de colleges en de raden nemen de burgemeesters zo het voortouw in de samenwerking. De wethouders van beide gemeenten zoeken elkaar op individuele dossiers op. De gemeenteraadsverkiezingen in 2022 hebben geleid tot nieuwe wethouders, met name bij Noordoostpolder. Dit heeft nieuwe energie gegeven om te investeren in de onderlinge relatie. In aanloop naar de NOP-Urk dag van 2023 hebben beide managementteams elkaar opgezocht en zijn verbindingen versterkt. Hiermee ligt op managementniveau een mooi fundament om op te bouwen. Samenwerkingsverbanden Een gemeente heeft gemiddeld 27 samenwerkingsverbanden. Ook Noordoostpolder en Urk bevinden zich gezamenlijk in een aantal verbanden, al dan niet samen met andere gemeenten: •
Arbeidsmarktregio Flevoland (met Almere, Dronten en Lelystad)
•
Voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang zijn zowel Noordoostpolder als Urk gecentreerd rondom Almere;
•
Economic Board Regio Zwolle
•
GGD Flevoland
•
Jeugdzorg Regio Flevoland
•
Omgevingsdienst Flevoland en Gooi & Vechtstreek
•
RES-regio Flevoland
•
Veilig Thuis regio Flevoland
•
Woningmarktregio Zwolle-Stedendriehoek
•
Regio Zwolle (bestuurlijke samenwerking)
•
Samen Maken We Flevoland
1.2
We moeten en willen
“Je helpt elkaar, leert van elkaars sterktes en beschermt elkaars zwakten, waardoor ik het graag de term wederkerige afhankelijkheid geef. Een symbiotische relatie waar de verschillen zichtbaar blijven en juist de grote kracht van het verbond vormen”. ` -John Bijl, NOP-Urk dag 2023 De gemeenten Noordoostpolder en Urk hebben de wens om hun samenwerking constructiever te maken. Dat heeft enerzijds te maken met het feit dat de gemeenten wel samen moeten werken. Noordelijk Flevoland bestaat uit niets meer en niets minder dan de twee gemeenten Urk en Noordoostpolder. De gemeenten delen een gezamenlijk grondgebied dat voor een dermate groot deel door water is omgeven dat de gemeenten bij ruimtelijke opgaven wel naar elkaar moeten kijken. Daarnaast vragen taaie dossiers om een noodzakelijke gezamenlijke aanpak: woningbouw, infrastructuur, de huisvesting van arbeidsmigranten, energie- en duurzaamheid en (de gevolgen van) economische groei en krimp in het gebied. Veel van deze vraagstukken kunnen niet los van elkaar en op individueel gemeenteniveau van optimale oplossingen bezien worden: de economie, de samenlevingen, de netwerkinfrastructuur en duurzaamheidsambities gaan over gemeentegrenzen heen, de Lelylijn heeft impact op beide gemeenten, evenals de ontwikkelingen van de Ketelbrug.
Noordoostpolder-Urk 2050
6/22
De gemeenten moeten met elkaar samenwerken om het feit dat het gebied en de maatschappij al in toenemende mate met elkaar vervlochten is. Dagelijks forenzen veel Urkers en Polderbewoners tussen beide gemeenten en in het maatschappelijk middenveld nemen de verbindingen toe. Toenemende vervlochtenheid: “meer dan we willen toegeven” In de afgelopen jaren zijn veel ‘Urkers’ verhuisd naar Noordoostpolder vanwege het gebrek aan woonruimte in hun eigen gemeente. Andersom zijn er ook inwoners uit de Noordoostpolder naar Urk verhuisd. Sinds 2013 zijn er circa 1700 personen van Urk naar Noordoostpolder verhuisd; en circa 1100 van Noordoostpolder naar Urk. Netto verhuisden er in de afgelopen tien jaar dus circa 600 mensen van Urk naar Noordoostpolder (CBS). Een deel van deze inwoners is geïntegreerd en richt zich op Noordoostpolder. In gesprekken komt terug dat dit voor een deel ook niet geldt: hoewel ze wonen in een ‘Polderdorp’, is hun gerichtheid op Urk: voor het verenigingsleven, sociale contacten en kerkbezoek stappen ze in de auto. Dat leidt tot maatschappelijke vraagstukken op dorpsniveau die beide gemeenten raken. Ook op het gebied van voorzieningen zijn de gemeentes sterk met elkaar verweven. Zorgvoorzieningen en zorgaanbieders zijn vaak werkzaam in geheel Noordelijk Flevoland. De mensen die werkzaam zijn in die sectoren reizen het gehele gemeenteschappelijke gebied over.
Economisch verkeer is er ook tussen beide gemeenten. De klandizie van ondernemers aan de Lange Nering in Noordoostpolder bestaat voor een fors deel uit Urkers; en de haven en het oude dorp van Urk trekt veel mensen aan.
Noordoostpolder en Urk zijn elkaars buren en willen ook samenwerken. De gemeenten willen goede buren van elkaar zijn. Het beeld “gezamenlijk gebruiken van de grasmaaier” dat is uitgesproken op één van de Nop-Urk dagen typeert hoe de gemeenten erin staan. Beide gemeenten zien kansen vanuit hun ondernemende culturen: samen kunnen de gemeenten een sterkere lobby voeren op specifieke dossiers richting de regio Zwolle, provincie Flevoland en het Rijk. De gezamenlijke belangen kunnen door elkaar vertegenwoordigd worden. Samenwerking biedt kansen voor voorzieningen die de gemeentes op zichzelf niet kunnen realiseren. Denk daarbij aan (ziekenhuis/SEH-) zorg of hoger-onderwijsvoorzieningen. In het verleden heeft de samenwerking zich ook gekenmerkt door incidenten. Initiatieven tot samenwerking die zijn gestrand of dossiers die stroef verliepen en tot wederzijdse ergernissen en wantrouwen leidden. De gemeenten hebben uitgesproken dat ze hiervan los willen komen door een constructieve samenwerkingsstructuur te bouwen met een focus op de lange termijn, afspraken te maken over omgangsvormen en helderheid scheppen over wat de gemeenten wel en niet samen doen.
1.3
De rol van onze cultuurverschillen
“Een Urker gooit een hengel uit, haalt hem op en verwacht dat er een vis aanzit. Een polderbewoner poot een aardappel, wacht een paar maanden en hoopt maar dat er een aantal knollen onder de grond uit komen”. De twee gemeenten hebben unieke culturen en cultuurverschillen, die wij onderstaand proberen samen te vatten. De cultuurverschillen zijn voor een groot deel te verklaren door de samenstelling en historie van de gemeenten. Urk heeft een homogene gemeenschap waar sterke gedeelde overtuigingen heersen die bovendien diepgeworteld zijn in de lange historie. Noordoostpolder heeft
Noordoostpolder-Urk 2050
7/22
daarentegen een meer heterogene gemeenschap waar mensen in de vorige eeuw naartoe verhuisden vanuit heel Nederland met diverse achtergronden. De Polderbewoners waren juist geselecteerd op een manier dat ze complementair aan elkaar zouden zijn. Beide gemeenten zijn trots op hun eigen identiteit en cultuur. Dat is belangrijk om te blijven koesteren in de samenwerking en te leren beter om te gaan met de verschillen. De verschillen worden gewaardeerd, maar leiden ook tot ergernissen en beelden over elkaar. De culturen hebben specifieke sterktes die elke gemeente kenmerkt en de gemeente maakt tot hoe die is. Die culturen kennen ook valkuilen waardoor schuring ontstaat tussen beide gemeenten. Voor Noordoostpolder en Urk is het de uitdaging om elkaars cultuurverschillen te zien, expliciet en regelmatig te bespreken en een plaats te geven in hun samenwerking: vast te stellen waar zij de samenwerking versterken of juist in de weg zitten; en af te spreken hoe daar mee om te gaan. Urkers worden getypeerd als doeners die gericht zijn op resultaten op de korte termijn. Die ondernemende eigenschap heeft Urk veel gebracht door de geschiedenis heen. De valkuil van Urk is dat de gemeente drammerig en ongeduldig wordt of overhaast handelt; en te veel alleen oog heeft voor de eigen noden en belangen. Voor Noordoostpolder geldt dat ze sterk gericht zijn op het proces en de lange termijn.
De cultuur van Noordoostpolder is geduldiger om alle stakeholders te betrekken en verschillende belangen goed af te wegen. Noordoostpolder richt zich op meer dan enkel buurman Urk. De valkuil daarbij is echter dat geduld om kan slaan in passiviteit en traagheid; en dat de gerichtheid een visie op de relatie met Urk minder urgent maakt. In de samenwerking ligt de uitdaging voor Urk bij het bouwen en bewust zijn van het gezamenlijke draagvlak en rekening willen houden met de wensen van de ander. Het schetsen van een Kernkwadranten (Daniel Ofman) Aan het begin van deze eeuw heeft de bedrijfskundige Daniel Ofman het Kernkwadrant-model ontworpen. Met dit model worden eigenschappen in kaart gebracht aan de hand van de termen ‘kernkwaliteit, valkuil, allergie en uitdaging’. Het kwadrant laat de onderlinge samenhang tussen de eigenschappen zien, maar kan ook gebruikt worden om inzichtelijk te maken hoe eigenschappen in verschillende culturen met elkaar kunnen botsen. De valkuilen en uitdagingen vormen vaak de bron van spanningen: de valkuil van de één is de allergie van de ander. Als je de twee kernkwadranten van Noordoostpolder en Urk over elkaar heen schuift wordt dat goed zichtbaar. Kernkwaliteit
Daadkrachtige doeners
Kernkwaliteit
Procesgericht, lange termijn
Allergie
Valkuil
Valkuil
Drammerig, ongeduldig, overhaasten
Valkuil
Traagheid, passiviteit Allergie
Drammerig, ongeduldig, overhaasten
Allergie
Daadkracht Uitdaging
Draagvlak bouwen, probleemanalyse Uitdaging
Noordoostpolder-Urk 2050
8/22
gezamenlijke probleemanalyse in de samenwerking is een belangrijk punt van aandacht in de onderlinge samenwerking, maar één waar niet vanzelfsprekend aan gedacht wordt. Voor Noordoostpolder geldt dat de uitdaging is om zich in de samenwerking daadkrachtiger op te stellen een duidelijk – liefst gezamenlijke – visie te ontwikkelen.
1.4
Disbalans in belangen in het ruimtelijk domein
Noordelijk Flevoland kent een ongelukkig ontstaansgeschiedenis en startpositie met een disbalans in grondposities. Die zijn elders besloten door het Rijk. Daarmee werd wel de basis voor de onderlinge verhouding in het ruimtelijke domein gelegd: de groei van Urk kan niet ingevuld worden op eigen grond. Noordoostpolder wordt ongewild steeds bevraagd op haar grondpositie. Die ongelijke balans was merkbaar door de jaren heen: er hebben meerdere grenscorrecties plaatsgevonden. Grenscorrecties zijn altijd moeilijke processen die overal in Nederland leiden tot onderlinge chagrijn. Zo ook in Noordelijk Flevoland – meerdere keren. Het ruimtelijke domein kent meerdere dossiers die letterlijk ruimte vragen. Dossiers waar het dus schuurt. Denk aan woningbouw, infrastructuur, arbeidsmigranten, ruimte voor duurzame energie. Dit zijn maatschappelijke opgaven die in bijna alle gemeenten van Nederland taai zijn en raken aan de ruimtelijke inrichting van een gebied. Het zijn niet alleen ruimtelijke, maar zeker ook maatschappelijke opgaven die niet stoppen bij gemeentegrenzen en daarom een gezamenlijke aanpak vragen. Urk is afhankelijker van Noordoostpolder voor ruimtelijke oplossingen dan andersom. Dit zorgt voor een disbalans, die bovendien versterkt wordt door de cultuurverschillen.
Urk weet duidelijk wat ze wil qua oplossingen, terwijl de gemeente Noordoostpolder een minder sterk beeld en een ander belang heeft. Dit maakt dat de samenwerking in het ruimtelijke domein nog niet soepel loopt. Hierdoor is terughoudendheid en soms wantrouwen in de relatie geslopen. Urk laat niet altijd het achterste van haar tong zien of houdt de kaarten voor de borst. Urk heeft het gevoel ‘op eieren te moeten lopen’ om niet te willen afschrikken. In andere gevallen is Urk té voortvarend in het uiten van haar wensen die het grondgebied van Noordoostpolder raken. Het geeft Noordoostpolder het gevoel dat Urk een dubbele agenda heeft. Dat leidt tot wantrouwen als kortetermijnoplossingen worden aangedragen. Dit doorbreken vraagt transparantie over; en bovenal respect hebben voor en rekening houden met elkaars belangen. Het vergt gesprek over de stip op de horizon waar samen naartoe gewerkt wordt.
Noordoostpolder-Urk 2050
9/22
HOOFDSTUK 2
De contouren van het “wat” Samenwerking vraagt helderheid over wat er wel en wat er niet met elkaar wordt ondernomen. In dit hoofdstuk schetsen we de contouren van de inhoud van de Samenwerkingsagenda 2050 om in 2024 met elkaar in te kleuren: het ontwikkelen van een gebiedsvisie voor de gezamenlijke opgaven in het gebied, een lobby-agenda om met elkaar te gaan schrijven en kansrijke ideeën vanuit de NOP-Urk dag om op korte termijn op te pakken. De Strategische Agenda Flevoland Noordelijk Flevoland ontwikkelt. Flevoland is een jonge provincie die in de afgelopen decennia hard is gegroeid én naar verwachting blijft groeien. De verwachte relatieve groei van heel Flevoland is groot: van ca. 420.000 inwoners naar mogelijk 650.000 inwoners de komende decennia. Dat vraagt onder andere om een toekomstbestendige regionale economie met sterke economische clusters. Noordelijk Flevoland speelt hier in de toekomst een belangrijke rol op het terrein van de voedselverwerkende industrie. Met de eventuele komst van de Lelylijn en een station in Noordoostpolder kan Noordelijk Flevoland de verbinder worden tussen Noord- en West-Nederland. Dit draagt bij aan de vitaliteit van Noordelijk Flevoland. Deze regio is bereid om bij te dragen aan de nationale woningbouwopgave in de toekomst.
Om van Noordelijk Flevoland die aantrekkelijke en vitale regio te maken is het essentieel om aandacht te hebben voor randvoorwaarden: voorzieningen, aantrekkelijkheid van het landschap, economie en verdienvermogen.
2.1
Uitgangspunten voor samenwerking
Gemeente Urk en Noordoostpolder zijn trots op hun eigen identiteit. Een eigen identiteit die zij in de samenwerking willen behouden en koesteren. Dit betekent dat samenwerking niet als doel heeft om tot een herindeling te leiden of ambtelijk te fuseren. Samenwerking is geen doel op zich, maar een middel op gezamenlijke opgaven beter te realiseren en meer voor de eigen inwoners te betekenen door het opzoeken van win-win constructies. De identiteiten zijn verschillend. Dit betekent ook dat samenwerken niet aan de orde is als het raakt aan de identiteit. Dit om te voorkomen dat goedbedoelde initiatieven tot samenwerking zullen mislukken. Dit vraagt in de Samenwerkingsagenda ook duidelijkheid over wat de gemeenten níet samen doen. Samenwerking begint bij borgen wat goed gaat. Blijven investeren in de samenwerkingen die nu lopen en die verbeteren waar nodig. Op veel niveaus vindt al kennisuitwisseling plaats: raad, wethouders en organisatie. Kennisuitwisseling is een goede basisverbinding om op verder te bouwen. Vanuit die verbindingen kijken waar uitbreiding ertoe kan leiden om de meerwaarde voor elkaar te vergroten.
Noordoostpolder-Urk 2050
2.2
10/22
Het gezamenlijk gebied in 2050
Het ruimtelijk gebied Noordelijk Flevoland kent veel opgaven die een gezamenlijk aanpak vragen. Deze opgaven vragen een gezamenlijke inkleuring, omdat zij inherent beide gemeenten raken en/of er wederzijdse afhankelijkheid bestaat voor oplossing van knelpunten. Wij schetsen hieronder kort de belangrijke thema’s die een plek gaan krijgen in de Samenwerkingsagenda door middel van een te ontwikkelen gebiedsvisie 2050. Tijdens de NOP-Urk dag werden voor deze thema’s allerlei ideeën gegenereerd om samen op te pakken. Een aantal mooie ideeën kunnen al in 2024 opgepakt worden en de samenwerking zichtbaar maken en concretiseren. Andere ideeën vragen eerst een gezamenlijke visie en doelen op het vakgebied, om ze vervolgens vanuit die kapstok concreet in te vullen voor de verschillende domeinen. •
In de regio moet gewerkt worden aan het realiseren van voldoende woningen. Er moet onder andere nagedacht worden over de locatie van de woningen en aan het bouwen voor de juiste doelgroepen.
•
Hoe leven we prettig in Noordelijk-Flevoland? In een gezamenlijke visie moet worden gekeken naar gezamenlijk groen, natuur en bebossing. Daarnaast vraagt prettig leven ook om een gezamenlijke visie op veiligheid en omgaan met ondermijning.
•
Er zijn veel (internationaal georiënteerde) bedrijven die voorbij de gemeentegrenzen denken. Daarnaast is de economie en bedrijvigheid in de ene gemeente afhankelijk van inwoners uit de andere gemeenten. Ontwikkel een visie op de gezamenlijke economie om die zo optimaal mogelijk in te richten.
•
Daarbij is de ontwikkeling van de arbeidsmarkt een gemeenschappelijke uitdaging. Hoe zorgen we voor voldoende en geschikt aanbod? Dit ziet ook op de omgang met en huisvesting van arbeidsmigranten, als ook door de impact van de demografische ontwikkeling in Noordelijk Flevoland.
•
Energie, nutsvoorzieningen en watercongestie. Dit thema landt deels in de gezamenlijke lobbyagenda, bijvoorbeeld vanwege de infrastructuur ervan. Maar beide gemeenten kunnen ook nadenken over hoe energie lokaal opgewekt moet en kan worden. Hoe kan zonne- en windenergie goed in Noordelijk Flevoland worden opgewekt zodat het hele gebied er profijt van heeft.
Gebiedsvisie 2050 Noordoostpolder en Urk zijn twee gemeenten met ieder een eigen, unieke identiteit. Ruimtelijk, geografisch, zijn ze wel nauw aan elkaar verbonden door hun positie als Noordelijk Flevoland. Het is belangrijk om afspraken te maken over hoe de eigenheid behouden blijft en tegelijkertijd het gezamenlijk gebied wordt ontwikkeld. Het proces van het maken van de gezamenlijke gebiedsvisie 2050 is hier zeer geschikt voor: •
Gezamenlijk wordt de inhoud in beeld gebracht door de huidige stand van zaken en de toekomstige ontwikkelingen voor alle sectoren in de fysieke leefomgeving inzichtelijk te maken: zo wordt duidelijk welke vraagstukken er op de gemeenten af gaan komen en ontstaat een kapstok waarin individuele vraagstukken opgepakt worden;
•
Door een gezamenlijke visie te formuleren leren Noordoostpolder en Urk elkaars belangen beter kennen en elkaars eigenheid meer waarderen. Juist door gezamenlijk aan de omgeving te werken komt er meer ruimte voor elkaars eigenheid en identiteit;
•
Samen nadenken over het gezamenlijke gebied zorgt voor strategischere keuzen en betere oplossingen voor de inwoners en de samenleving.
Noordoostpolder-Urk 2050
•
11/22
Mobiliteit en bereikbaarheid gaat over de Lelylijn, maar ook breder over openbaar vervoer en infrastructuur. Noordoostpolder en Urk moeten gezamenlijk nadenken over de bereikbaarheid binnen Noordelijk Flevoland. Dat gaat onder andere, maar niet uitsluitend, om de bereikbaarheid van werklocaties, het busvervoer en de Spuiweg.
•
De beschikbaarheid van gezondheidszorg raakt beide gemeenten en vraagt om een gezamenlijke visie hoe dit in de toekomst te borgen.
2.3
Samen Noordelijk Flevoland
Noordoostpolder en Urk kunnen samen een sterkere lobby voeren op specifieke dossiers richting de regio Flevoland en Zwolle en het Rijk. Wij onderscheiden onderwerpen met lange en korte termijn horizon waar de gemeenten hetzelfde belang hebben en gezamenlijk meer bereikt kan worden. Lange termijn •
(Ziekenhuis/SEH-) zorg. 24/7 SEH-zorg in de regio.
•
Bereikbaarheid: N50 wordt A50, tunnel bij ketelbrug
•
Mbo-aanbod verbreden en lobby voor een hogeschool (zorg en maritiem-agrarisch-centrum). Borging dat onderwijs aansluit op behoefte Noordelijk Flevoland.
•
Komst van Lelylijn en Station Noordoostpolder (intercity?)
•
Gezamenlijke visie op energievraagstuk, richting Flevoland voor zon en wind.
Korte termijn agenda •
Stroomvoorziening/netcongestie. Lobby richting Liander en TenneT. Afspreken om zienswijzen op elkaar af te stemmen. Energie lokaal opwekken.
•
Watercongestie
•
Economische belangen. Richting VNO NCV. Samen optrekken met beide bedrijvenkringen
•
Strategische agenda Flevoland/ gedeputeerden provincie Flevoland -> gezamenlijke optrekken om behoefte/belang van Noordelijk Flevoland op de agenda te krijgen
•
Agenda regio Zwolle: samen optrekken om behoefte/belang van Noordelijk Flevoland op de agenda te krijgen
2.4
Specifieke samenwerkingskansen voor raden en organisaties
Ook binnen de muren van de gemeentehuizen liggen kansen voor samenwerking: tussen de raden en tussen de ambtelijke organisaties. Samenwerkingsmogelijkheden voor de gemeenteraden •
Gemeenschappelijke rekenkamercommissie
•
Gelijklopende BOB-vergaderstructuur
•
Gezamenlijk opdracht geven aan colleges, bijvoorbeeld door gezamenlijke moties of zienswijzen.
Op welke kansrijke onderwerpen kunnen de ambtelijke organisaties elkaar vinden? •
Gezamenlijke inkoop gebeurt al in het sociaal domein. Bij andere grote investeringen in de toekomst, bijvoorbeeld ICT-systemen is het waardevol om te verkennen of inkoop ook gezamenlijk kan, of in DUN-verband.
Noordoostpolder-Urk 2050
•
12/22
Bij moeilijk in te vullen functies of functies die hele specifieke kennis en expertise vragen kan het de moeite lonen om gezamenlijk op te trekken in een krappe arbeidsmarkt.
2.5
Lopende dossiers
Daarnaast zijn er ook lopende dossiers die niet kunnen wachten op de gezamenlijke gebiedsvisie 2050 en al in 2024 gezamenlijke stappen vragen. Denk bijvoorbeeld aan Spuiweg en urgente knelpunten voor arbeidsmigranten, die niet alleen lange termijn maar ook kortetermijnoplossingen vragen. Soepele verloop van deze dossiers vraagt begin 2024 een gezamenlijk gesprek tussen verantwoordelijke wethouders en ambtenaren, waarin afspraken worden gemaakt over het proces om te komen tot gezamenlijke oplossingen. En dat eerst onderlinge belangen en ideeën worden verkend, alvorens specifieke oplossingen op tafel worden gelegd.
Inspiratie van de dag: ideeën die de samenwerking energie geven op korte termijn Op de NOP-Urk dag hebben de beide gemeenteraden, colleges, burgemeesters en managementteams aan een achttal thematafels ideeën benoemd. Een deel van die ideeën krijgen logischerwijs een plek in de gezamenlijke gebiedsvisie 2050 of de lobbyagenda naar de provincie Flevoland, Zwolle en het Rijk. Dat geldt echter niet voor alle ideeën. Onderstaand zijn deze inspirerende ideeën die de samenwerking energie geven benoemd die los van de gebiedsvisie of lobbyagenda kunnen worden opgepakt. Opgroeien in een kansrijk gebied. Daar kan schoolmaatschappelijk werk bij helpen. Door samen te werken kunnen in beide gemeenten de zorgadviesteams worden versterkt, waardoor belemmerende factoren voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren kunnen worden aangepakt. DURF in beide gemeenten. Met het preventiemodel DURF kunnen beide gemeenten een positieve, gezonde, veilige en kansrijke leefomgeving creëren: gezonde en gelukkige jongeren. Werk aan een gezamenlijk preventiemodel. Gezamenlijke geschiedenis in scholen. De historie en ontstaansgeschiedenis van Noordelijk Flevoland heeft een belangrijke plek in de maatschappij en cultuur. Dat moet doorgegeven worden. Laat historici en docenten hierover een lesprogramma ontwikkelen voor de scholen. Houd de jeugd in Noordelijk Flevoland. Een huis is meer dan een stapel stenen.
Woningen bouwen is samenlevingen bouwen. Die samenlevingen moeten voor diverse groepen aantrekkelijk zijn. Ontwikkel een samenlevingsvisie waarin bewust nagedacht wordt over diverse doelgroepen. Platform Economisch Noordelijk Flevoland. Ondernemers houden zich over het algemeen niet aan gemeentegrenzen. Creëer een platform voor innovatie en kennisuitwisseling, waardoor Noordelijk Flevoland een aantrekkelijke plek blijft en wordt voor ondernemers. Icoonproject. Gouda heeft de Goudse kaas. In Heerenveen staat Thialf. Maar wat is het icoon van Noordelijk Flevoland? Onderzoek de mogelijkheid voor een icoonproject om het gezamenlijk gebied meer bekendheid te geven. Gezamenlijke gebiedsmarketing. Noordelijk Flevoland heeft veel moois te bieden aan toeristen. Onderzoek de mogelijkheid voor gezamenlijke gebiedsmarketing om ons gebied goed op de kaart te zetten.
Noordoostpolder-Urk 2050
13/22
HOOFDSTUK 3
De contouren van het “hoe” Goede samenwerking vraagt om een gedragen samenwerkingsstructuur en een samenwerkingscultuur. Hoe borgen we dat we elkaar blijven opzoeken, de cultuurverschillen productief zijn, niet leiden tot verwijdering en ook bestand zijn tegen moeilijkheden die in elke samenwerking spelen? Wat zijn passende structurele verbindingen op het niveau van de gemeenteraad, het college en de organisatie? De twee gemeenten kennen ieder een gemeenteraad, college, organisatie en hebben een burgemeester. Instituties, organen en rollen die binnen iedere gemeente aan elkaar verbonden zijn. Die samen de publieke waarde voor inwoners en samenwerking realiseren. Binnen de gemeente moet de gerichtheid van die vier onderdelen daarvoor congruent zijn: met dezelfde visie, intentie en daadkracht wordt gezamenlijk de samenleving bediend. In de samenwerking tussen Noordoostpolder en Urk moet op al die horizontale niveaus én als geheel van het samenwerkingsverband óók sprake zijn van die congruentie. Als bijvoorbeeld het ene college harder loopt dan het andere, of als intenties of inzet in de organisaties verschillen, haalt de samenwerking niet het optimale rendement. Samenwerking vraagt om een structuur en cultuur die die congruentie als vanzelf bevordert en borgt.
3.1
Spelregels en omgangsvormen
In het openbaar bestuur gelden geschreven en ongeschreven regels die de twee gemeenten zelf moeten invullen en aanvullen. Voor de samenwerking tussen Urk en Noordoostpolder is het belangrijk om elkaar niet te verrassen met initiatieven, standpunten en acties die de samenwerking en het onderlinge vertrouwen raken. Dit vraagt elkaar actief en tijdig informeren. De contactvorm (pak de telefoon) kiezen die past bij de relatie, de gevoeligheid en het onderwerp. Dat geldt niet alleen voor de thema’s die in deze contouren genoemd zijn, maar ook voor toekomstige, nieuwe onderwerpen. Afspraken maken en daar betrouwbaar in zijn bij de nakoming. Transparant zijn over belangen en intenties. En ook respect hebben voor elkaars verschillen. Elkaars gebruiksaanwijzing (willen) kennen en gebruiken. De, niet te vermijden, ‘bedrijfsongevallen’ in de samenwerking benoemen en uitpraten; een escalatieafspraak maken.
Noordoostpolder-Urk 2050
3.2
14/22
Geef structuur aan het ontmoeten
Naast cultuur, spelregels en omgangsvormen is structuur van groot belang om een basis van ontmoeten te hebben. Belangrijk dat op elk niveau (raad, bestuur en organisatie) zowel geïnvesteerd wordt op inhoud als relatie. Structurele ontmoeten zijn nodig om te investeren in de samenwerking en een relationele basis te hebben om op terug te vallen bij incidenten en de huidige wil vast te houden om op ingewikkelde gezamenlijke dossiers er met elkaar uit te komen. De gemeenteraden ontmoeten elkaar jaarlijks bij de Noordoostpolder-Urk dag. Deze dag heeft nu een aantal keer plaatsgevonden. Deze dag keert jaarlijks terug. De organisatie van die dag ligt primair bij een vast raadscomité. Dit wordt een vast moment in het jaar. Met een vast comité om te borgen dat bij vertrek, deze rol aan andere raadsleden wordt overgedragen. Wethouders treffen elkaar op individuele dossiers. Daarnaast ontmoeten ze elkaar minimaal 2 à 3 keer per jaar in een gezamenlijke collegebijeenkomst, waar in ieders geval de voortgang van en inhoudelijke punten uit de Samenwerkingsagenda 2050 wordt besproken. De burgemeesters dienen elkaar als voorzitters van de raden en colleges regelmatiger te ontmoeten. De huidige ontmoetingsstructuur wordt voortgezet. Hun rol is die van hoeder van de samenwerking, boven de partijen. Op het niveau van de ambtelijke organisatie zal de intensiteit verschillen per onderwerp.
Minimaal driemaal per jaar is er een bijeenkomst van de directies van beide gemeenten. Op dossierniveau zoeken individuele managementleden elkaar op waar nuttig of noodzakelijk. Nut en noodzaak kan ook zitten in het delen van kennis. De organisaties verschillen in omvang, waardoor soms specifieke kennis en kunde zich wel bevindt bij de ene gemeente, maar niet bij de ander. We raden aan om ambtenaren aan te sporen kennis op te doen van elkaar. Nu gebeurt dit al op meerdere terreinen, we adviseren om dit ook naar andere domeinen door te trekken, en dit met name te intensiveren in het ruimtelijke domein.
Noordoostpolder-Urk 2050
15/22
HOOFDSTUK 4
Inkleuren van de samenwerkingsagenda in 2024 In deze agenda zijn de contouren geschetst voor de samenwerkingsagenda Noordoostpolder-Urk. In 2024 moeten deze contouren ingekleurd worden. Zo kan begin 2025 de definitieve samenwerkingsagenda 2050 formeel vastgesteld worden.
4.1
Aftrap en prioritering
Eind januari In een gezamenlijke collegebijeenkomst van beide gemeentes komen de colleges samen om de Contouren Samenwerkingsagenda 2050 te bespreken. In deze bijeenkomst worden de prioriteiten gesteld voor de nadere uitwerking van de samenwerkingsagenda. Colleges informeren vervolgens de raden over deze keuzes en prioriteiten; en de Contouren Samenwerkingsagenda 2050 en het te doorlopen proces.
4.2
Inkleuring
Tot aan de zomer In werkgroepen wordt inkleuring gegeven aan de geselecteerde en geprioriteerde onderwerpen. Het onderwerp bepaalt de samenstelling van de werkgroepen, waarbij vanzelfsprekend beide gemeenten vertegenwoordigd zijn. Er moet in ieder geval één werkgroep zijn die zich richt op de
Noordoostpolder-Urk 2050
16/22
“gebiedsvisie 2050”. Die visie bouwt voort op het rapport over de raakvlakkenvisie en op de omgevingsvisies die Noordoostpolder en Urk individueel hebben geschreven. Een aparte raadswerkgroep gaat aan de slag met het nader verkennen van de ideeën voor samenwerking tussen de gemeenteraden. Hoeveel werkgroepen er daarnaast nog worden gevormd is afhankelijk van de geprioriteerde onderwerpen. Vanuit beide colleges en directies wordt er een begeleidingsgroep gevormd om dit proces van inkleuring goed te begeleiden.
4.3
Bespreking
Rond de zomer De werkgroepen presenteren rond de zomer hun uitkomsten. Deze uitkomsten worden besproken in een gezamenlijke collegebijeenkomst. De colleges brengen de uitkomsten samen en formuleren zo de eerste versie van de Samenwerkingsagenda 2050.
4.4
Consultatie en validatie
Na de zomer Samenwerking richt zich ook op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners die de gevolgen van samenwerking moeten gaan ervaren. Op bepaalde onderwerpen zal dit sterker zijn dan op andere thema’s. Na de zomer is er ruimte voor een participatietraject. Dit traject begint met het betrekken van de gemeenteraden als vertegenwoordigers van inwoners van de beide gemeenten. De gemeenteraden houden ieder individueel beeldvormende sessies. De volgende stap is om ook inwoners zelf, ondernemers en andere maatschappelijke partners te betrekken. Door middel van een aantal bijeenkomsten wordt gereflecteerd op de eerste versie van de Samenwerkingsagenda 2050. Het onderwerp bepaalt de zwaarte en vorm van het participatietraject. De uitkomsten van het traject worden door de colleges meegenomen in de uiteindelijke formulering van de concept Samenwerkingsagenda 2050. De colleges presenteren de agenda op de Noordoostpolder-Urk dag van 2024. De colleges bereiden daarmee gezamenlijk het inhoudelijke programma van de dag voor. De andere programmaonderdelen, evenals de praktische organisatie, worden voorbereid door het Raadscomité.
4.5
Vaststelling en aan de slag
Begin 2025 Na de Noordoostpolder-Urk dag 2024 formuleren de colleges de definitieve Samenwerkingsagenda 2050. Deze agenda wordt begin 2025 geformaliseerd. De colleges stellen de agenda vast; en de agenda wordt in de beide gemeenteraden vastgesteld. Na de formalisering kunnen de gemeenten aan de slag met het uitvoeren van de Samenwerkingsagenda 2050!
Noordoostpolder-Urk 2050
4.6
17/22
Gebiedsvisie 2050
Urk heeft een omgevingsvisie 2030 geschreven en Noordoostpolder verwacht haar omgevingsvisie 2050 in het eerste kwartaal van 2024 af te ronden. Daarnaast loopt er een onderzoek naar de raakvlakken van beide gemeenten dat, die begin 2024 opgeleverd wordt. Op basis van deze uitkomsten kunnen Noordoostpolder en Urk een gezamenlijke gebiedsvisie 2050 opstellen die leidt tot gezamenlijke lange-termijn opgaven en -doelen voor het ruimtelijk domein. Een deel van de in paragraaf 2.2 genoemde onderwerpen zal een plek krijgen in deze gebiedsvisie 2050. De totstandkoming van een gebiedsvisie is een proces dat uit vier onderdelen bestaat: sectoraal de basis in beeld krijgen, integraal de thema’s benaderen, een gezamenlijke visie schetsen op de toekomst; en die visie vervolgens sectoraal vertalen. Veel factoren – waar de keuze voor inrichting gemeenten zelf mogen bepalen – hebben invloed op de duur van een dergelijk traject, bijvoorbeeld hoe inwoners betrokken worden en welke en hoeveel momenten politieke besluitvorming vragen. Tevens van invloed is de keuze om de gebiedsvisie met de gemeenten zelf op te stellen, of hier een externe partij aan te koppelen.
•Hoe willen we dat Noordelijk Flevoland er in de toekomst uit ziet? •Wat willen we in de toekomst realiseren? •Wat vinden we urgent? •Hoe gaan we om met onzekerheden die op ons afkomen?
Vertaling: aan de slag
• Hoe hangen deze thema's met elkaar samen? • Welke opgaven kunnen we in de toekomst verwachten?
Visie: de toekomst in zicht
• Wat is de huidige stand van zaken en zijn de verwachte ontwikkelingen op thema's in de fysieke leefomgeving?
Integraal: in samenhang zien
Sectoraal: de basis in beeld
Gemiddeld genomen duurt een traject één jaar.
•Wat betekent onze visie in de praktijk? •Welke werkzaamhede n gaan we oppakken?
Noordoostpolder-Urk 2050
18/22
Noordoostpolder-Urk 2050
19/22
Bijlage 1: Uitkomsten NOP-Urk dag
Noordoostpolder-Urk 2050
20/22
Noordoostpolder-Urk 2050
21/22
Noordoostpolder-Urk 2050
22/22