CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

9.2 Nota beantwoording zienswijzen en Ambtshalve wijzigingen.pdf

Commissie Woonomgeving 16 september 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 9: Bestemmingsplan Westermeerweg achter 35 Espel3.325 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

REACTIENOTA ZIENSWIJZE EN AMBTSHALVE WIJZIGINGEN BESTEMMINGSPLAN LANDELIJK GEBIED, WESTERMEERWEG ACHTER 35 TE ESPEL INLEIDING Voor u ligt de reactienota die opgesteld is naar aanleiding van de ter visie legging van het ontwerp bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Westermeerweg achter 35 te Espel’. Op het ontwerp bestemmingsplan zijn vier zienswijzen ingediend. Onderhavige reactienota gaat op deze zienswijzen in. Daarnaast komen ook ambtshalve wijzigingen aan bod. Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Westermeerweg achter 35 te Espel’ lag met ingang van 21 december 2023 gedurende een periode van zes weken (tot en met 31 januari 2024) voor eenieder ter inzage. Het ontwerp bestemmingsplan (planidentificatienummer: NL.IMRO.0171.BP00749-ON01) is digitaal ter beschikking gesteld via het landelijke portaal www.ruimteliikeplannen.nl. De publicatie van de ter visie legging is gepubliceerd in De Noordoostpolder en het Gemeenteblad van 20 december 2023. ZIENSWIJZE Op het ontwerp bestemmingsplan zijn vier zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend. Bij de beantwoording van de zienswijzen wordt de zienswijze eerst kort weergegeven. Vervolgens volgt de gemeentelijke reactie op de zienswijze en tenslotte wordt in een apart voorstel aangegeven in hoeverre de zienswijze aanleiding geeft tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

Zienwijze 1 De reclamant komt met de volgende punten: 1) Voor wat betreft de landschappelijke inpassing ziet reclamant bij voorkeur een inpassing door middel van groen en/of een bomensingel; 2) Het batterijproject is experimenteel van karakter is en bij een eventuele brand vormt dat een groot risico voor de gezondheid van de bewoners van het dorp Espel. Reclamant geeft aan dat de veiligheid geborgd moet zijn en wil een uitgebreide analyse van de mogelijke gevaren zien; 3) Aan de Westermeerweg vindt inmiddels een behoorlijke concentratie plaats van opwekking en nu ook opslag van duurzame energie. Indiener wil graag weten hoe het dorp Espel mee kan profiteren van deze ontwikkelingen.

Reactie Ad. 1. Het landschap wordt op de beoogde locatie gekenmerkt door openheid, een landbouwkundig gebruik en een vrij zicht op de dijk als lange lijn en beëindiging van de polder. Conform de landschapsvisie van de gemeente Noordoostpolder komt opgaande beplanting alleen voor langs de Westermeerweg en rond de erven. Deze kenmerken zijn uitgangspunt voor het inpassen van deze ontwikkeling in het landschap. Het plan voorziet niet in realisatie van een hoge groenstructuur. De aanwezigheid van een groensingel of bomenhaag zou de openheid van het landschap en de uitstraling van een grootschalig energielandschap verstoren. Om tot een goede landschappelijke inpassing te komen heeft de Initiatiefnemer een landschapsarchitect betrokken om dit uit te werken. Onderdeel van dit plan voor de landschappelijke inpassing is een grondwal ofwel niet-waterkerende dijk aan de oostzijde van het plangebied. Door deze toevoeging worden de voorziene batterijkasten uit het directe zicht ontnomen vanaf de Westermeerweg. Conclusie: Naast deze zienswijze kwam tijdens de informatieavond dit punt ook vaker naar voren. Omdat het plan onderdeel uitmaakt van het ‘Experimentenkader grootschalige energieopslagsystemen in de provincie Flevoland’ van de provincie is in samenwerking met de provincie gezocht naar een goede landschappelijke inpassing.

Na uitvoering van een additionele studie naar landschappelijke inpassing, is besloten om een grondwal aan de oostzijde van het initiatief toe te voegen, zodat het initiatief vanaf de Westermeerweg minder zichtbaar zal zijn. Dit wordt in bestemmingsplan geborgd met een voorwaardelijke verplichting. Het document uitgangspunten landschappelijke inpassing waar deze voorwaardelijke verplichting naar verwijst is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast.

Ad. 2. Hoewel batterijparken nog een relatief nieuwe ontwikkeling zijn, is de technologie niet experimenteel van karakter. In Nederland zijn de afgelopen jaren meerdere batterijparken met deze technologie gerealiseerd en in het buitenland bestaan meerdere batterijparken van vergelijkbare omvang. Daarnaast maakt de modulaire opzet van een batterijpark dat een groter batterijpark in opzet en veiligheidsaspecten niet wezenlijk verschilt van een kleiner batterijpark. Anders gezegd: de beoogde omvang van dit project leidt op zichzelf niet tot andere potentiële gevolgen dan bekend is bij bestaande batterijprojecten. Richtlijn PGS 37-1 voor de veilige opslag van elektriciteit in Energie Opslag Systemen gaat over hoe je op een veilige manier met ‘grote batterijen’ moet omgaan. Door het opnemen van deze richtlijn middels een voorwaardelijke verplichting voor externe veiligheid, wordt een batterijpark reeds aan de strengste en meest actuele normen onderworpen voor (brand)veiligheid. Niet alleen ziet de richtlijn toe op een brandveilige technologie en maatregelen om brand te voorkomen, maar ook op een parkontwerp dat bij een eventuele brand het overslaan van een brand tussen batterijeenheden uitsluit. Daardoor zal een eventuele brand beperkt blijven tot een enkel batterijcluster en blijft de calamiteit en de effecten daarvan beheersbaar.

Doordat in artikel 3.2.2 van de planregels een verwijzing naar PGS 37-1 is opgenomen, wordt naleving van PGS 37-1 daarom onderdeel van het toetsingskader voor de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Er zal voorafgaand aan de ingebruikname van een energieopslagsysteem, in samenspraak met de brandweer, een veiligheidsplan worden opgesteld waarin potentiële risico’s en beperkingsmaatregelen voor het project worden toegelicht. De aanvullende risicoanalyse en mogelijkheid voor maatwerk is ook geborgd in artikel 3.2.2, sub b, van de planregels. De voornaamste omgevingsrisico’s bij een brand van een Lithium Ion batterijsysteem is het ontstaan van een giftige wolk en/of explosie. Recent onderzoek van het RIVM “Onderzoek relevantie energieopslagsystemen voor omgevingsveiligheid” (april 2024) toont aan dat (bij toepassing van de maatregelen uit PGS-37-1) gifwolkaandachtsgebieden en explosieaandachtsgebieden tot 57m kunnen gelden. De dichtstbijzijnde woning bevindt zich op ruim 340 meter, waarmee verder onderzoek naar de effecten ter plaatse van woningen niet noodzakelijk is. De gehanteerde groepsrisicocontour van 300 meter is in overleg met de Brandweer Flevoland bepaald. Deze is veiligheidshalve ruim ingeschat. Zoals ook uit bovengenoemde studie van het RIVM blijkt, zal deze afstand in werkelijkheid (veel) kleiner zijn.

Omdat ook bij het hanteren van deze worst case afstand geen permanente verblijflocaties binnen deze afstand zijn gelegen is deze afstand niet nader onderzocht. Wel geldt dat indien binnen deze afstand nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen) gerealiseerd worden de veiligheid van de woning t.o.v van het energieopslagsysteem beschouwd dient te worden. Hiervan is echter op dit moment geen sprake. Conclusie Uit de beschikbare stukken en middels de borging van de PGS 37-1 is afdoende inzichtelijk gemaakt wat de mogelijke gevolgen vanuit veiligheidsperspectief zijn. Hiermee is het bestemmingsplan zorgvuldig gemotiveerd en blijft sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en is aanpassing van het plan niet nodig. Ad. 3. De initiatiefnemer is met de gemeente overeengekomen een financiële bijdrage in een duurzaamheidsfonds beschikbaar te stellen ten gunste van het gebied. Op eenzelfde manier zijn afspraken gemaakt met de initiatiefnemers van grootschalige zonneparken die in Noordoostpolder tot ontwikkeling komen. De gemeente draagt de verantwoordelijkheid voor de besteding van de middelen uit het duurzaamheidsfonds. Op dit moment wordt de manier waarop de middelen uit het duurzaamheidsfonds kunnen worden ingezet, uitgewerkt in een voorstel waarover de gemeenteraad een besluit neemt. Hiervoor kunnen aanvragen worden gedaan.

Het dorp Espel kan op deze manier ook gebruik maken van de financiële bijdrage uit de zonneparken en het batterijproject. Voorstel Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het inrichtingsplan, waardoor er sprake is van een landschappelijke inpassing waarin de verschillende partijen zich kunnen vinden.

Zienswijze 2 De reclamant komt met het volgende punt: 1) Indiener vraagt de volgende regel op te nemen: 3.3.5 Afstandseis energieopslagsysteem tot 110 kV schakelstation TenneT: Er dient een vrije ruimte aangehouden te worden die minimaal gelijk is aan of groter is dan 25 meter tussen het hekwerk van het schakelstation en het energieopslagsysteem. De reden dat ze dit willen is om de bereikbaarheid van het schakelstation en de ondergrondse verbinding te allen tijde moeten worden gewaarborgd. Reactie Ad. 1. Na overleg met indiener is het plan aangepast om in het doel van de indiener te voorzien. Aan de plankaart wordt een vrijwaringszone toegevoegd waarbinnen het niet is toegestaan batterijkasten te realiseren. Tevens wordt planregel 3.3.5 toegevoegd met de volgende verwoording: 3.3.5 Afstandseis energieopslagsysteem tot 110 kV schakelstation TenneT Er dient een afstand aangehouden te worden die minimaal gelijk is aan of groter is dan 25 meter tussen het hekwerk van het schakelstation en de batterijkasten van het energieopslagsysteem. Tevens dient een afstand aangehouden te worden die minimaal gelijk is aan of groter is dan 6 meter tussen het hekwerk van het schakelstation en bouwwerken, uitgezonderd hekwerk, binnen de enkelbestemming ‘Bedrijf - Energieopslag’, daaronder mede begrepen niet verwijderbare verhardingen.

Conclusie: met deze aanpassing wordt het beoogde doel van de zienswijze bereikt, zonder dat in deze zone helemaal geen mogelijkheden meer zijn voor overige doeleinden voor het energieopslagsysteem. Voorstel De regels in het bestemmingsplan worden aangepast zoals in de reactie is aangegeven. Zienswijze 3 De reclamant komt met de volgende punten: 1) Het initiatief leidt tot onaanvaardbare geluidsoverlast; 2) Er is gerekend met een onjuiste richtwaarde voor het geluid; 3) De streefwaarde voor het geluid wordt overdag en in de avond overschreden; 4) Geluidsrapportage is onvoldoende zorgvuldig, omdat het geluidsniveau afhankelijk is van te veel onbekende factoren; 5) In de berekeningen voor het geluid is rekening gehouden met een schakelgebouw; 6) Welke maatregelen worden genomen op moment dat blijkt dat het geluid tonaal van aard is? 7) De veiligheidsmaatregelen zijn onvoldoende uitgewerkt; 8) Indiener geeft aan te weinig te zijn betrokken bij de plannen; 9) Indiener kan zelf bedrijf niet uitbreiden vanwege tekort aan stroom bij leverancier, terwijl er zoveel energie wordt opgewekt in de ‘achtertuin’; 10) De gelden uit het duurzaamheidsfonds komen niet evenredig ten goede aan de direct omwonenden. Reactie Ad. 1.

Met de rechtstreeks werkende normen uit het Activiteitenbesluit en de -regeling en de aanvullende planregels ten aanzien van geluid is geborgd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat optreedt bij de woningen. Het bestemmingsplan en de geluidstudie toetsen of bij realisatie van een batterijpark op deze locatie voldaan kan worden aan de grenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Het onderzoek naar de mogelijke naleving van de geluidsnormen is uitgevoerd op basis van worst case aannames naar de mogelijk invulling van Energieopslag Westermeerdijk. Hiermee is inzichtelijk gemaakt dat er voldaan kan worden aan de geldende geluidsnormen. Ter plaatse van de woning Westermeerweg 37, is de maatgevende geluidswaarde van 50 dB(A) van toepassing. Deze waarde kan worden nageleefd e nuit het geluidsonderzoek volgt dat de geluidsbelasting minder is dan dat de geluidsnormen mogelijk maken. Zie paragraaf 4.2.2 van de toelichting bij het bestemmingsplan. Doordat wordt voldaan aan de geldende geluidsnormen, zal er geen sprake zijn van onaanvaardbare geluidsoverlast.

Ad. 2. De gehanteerde richtwaarden (zoals weergeven in de geluidnota van de Gemeente Noordoostpolder) van 50, 45 en 40 dB(A) voor de dag-, avond- en nachtperiode komen overeen met een etmaalwaarde voor geluidsbelasting van 50 dB(A) die zichtbaar is gemaakt in figuur 18 (toelichting bestemmingsplan). De geluidsbelasting wordt getoetst op de gevel van woningen. De geluidsrapportage toont aan dat op de gevel van de woning van indiener voldaan kan worden aan de geldende richtwaarden voor de nachtperiode. Omdat de richtwaarde gedurende de nacht het laagst ligt, is deze maatgevend om te bepalen of er een batterijsysteem geëxploiteerd kan worden dat aan deze waarde voldoet. Ad. 3. Dit refereert aan het feit dat de richtwaarden in deze perioden hoger zijn en er dus theoretisch meer geluid geproduceerd mag worden in deze periode (3 à 5 dB en respectievelijk 8 à 10 dB). In de praktijk zal het systeem echter zodanig ontworpen worden dat het aan de strengere nachtwaarden zal voldoen. Ad. 4. Zoals indiener benoemd, is het batterijsysteem in deze fase nog niet concreet. Daartoe zijn in artikel 3.3.1. en 3.3.2., van de regels in het bestemmingsplan specifieke gebruiksregels opgenomen die verplichten om voorafgaand aan het in gebruik nemen van een energieopslagsysteem middels akoestisch onderzoek aan te tonen dat voldaan kan worden aan de geluidsnormeringen.

Hiermee wordt geborgd dat wordt voldaan aan de geluidsnormen en dit van tevoren inzichtelijk wordt gemaakt. Afhankelijk van de werkelijke invulling van het project, zal de werkelijke geluidsbelasting mogelijk lager zijn. Nader onderzoek zal dit inzichtelijk maken. Met de planregels en geluidsnormen wordt afdoende bescherming geboden tegen de geluidseffecten vanwege het energieopslagsysteem. Op basis daarvan kan worden vastgesteld dat sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en daarmee een goede ruimtelijke ordening is geborgd. Door in de specifieke gebruiksregels te verplichten tot nader onderzoek op het moment dat alle factoren concreet zijn, wordt ook voldaan aan het zorgvuldigheidsbeginsel. Ad. 5. In de uitgevoerde akoestische studie van Peutz is geconstateerd dat piekgeluid van schakelgebouwen vanwege de afstand tot de dichtstbijzijnde woning geen belemmering of knulpunt zal vormen en zodoende geen verdere beschouwing behoeft. Ad. 6. Tonaal geluid behoeft volgens de Handreiking Elektriciteit Opslag Systemen (2020) van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid een zogenoemde tonale correctie of straffactor. Indien het geluid ter plaatste van de gevoelige objecten als tonaal wordt beoordeeld, dient een straffactor in rekening te worden gebracht bij de toetsing van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus. Het geluid zal dan dus strenger beoordeeld worden.

Op basis van door leveranciers van batterijsystemen aangeleverde octaafbanden kan worden bepaald of het geluid afkomstig van de componenten een tonaal karakter heeft. Vervolgens kan beschouwd worden of dit geluid ook daadwerkelijk als tonaal herkend zal worden ter plaatse van de woningen. Conform artikel 3.3.1. en 3.3.2. van de planregels dient voorafgaand aan ingebruikname van het energieopslagsysteem aangetoond dat aan de geluidsnormeringen voldaan wordt. Indien blijkt dat er sprake zal zijn van een tonaal karakter ter plaatse van de woningen, zal initiatiefnemer aan moeten tonen dat ook met de voorgenoemde strafcorrectie aan de geluidsnormeringen voldaan kan worden. Ad. 7. Zie beantwoording Zienswijze 1 tweede punt. Aanvullend daarop: Bliksempieken (ook bliksemafleiders genoemd) zijn smalle verticale metalen staven die boven het EOS uit kunnen steken. Bij onweer wordt mogelijke bliksem opgevangen. Zo worden beschadiging aan de componenten door een blikseminslag, kortsluiting en brand voorkomen. Kortsluiting en brand zou kunnen ontstaan als gevolg van blikseminslag. Door blikseminslag op te vangen wordt kortsluiten en brand ook voorkomen. Conclusie geluid en veiligheid (Ad. 6 en Ad. 7): De ontwikkeling zorgt niet voor onacceptabele overlast van geluid voor omwonenden.

Voor zover de plannen nog niet concreet zijn is in de planregels een extra waarborg opgenomen, waardoor bij uitwerking van de plannen voor zowel geluid als veiligheid dan moet worden aangetoond dat het initiatief hier aan voldoet. Ad. 8. Vooropgesteld wordt dat er is voldaan aan de wettelijke verplichtingen rondom inspraak, doordat het ontwerpbesluit met toepassing van afdeling 3.4 Awb ter inzage is gelegd voor zienswijzen.

In aanvulling daarop heeft initiatiefnemer vrijwillig begin 2023 met het oog op draagvlak een Communicatie- en participatieplan opgesteld om de dialoog met de omgeving te faciliteren. Initiatiefnemer van het energieopslagsysteem heeft meerdere keukentafelgesprekken gevoerd met de cliënten van indiener. Indien er zaken in deze gesprekken niet beantwoord konden worden, zijn deze nadien schriftelijk beantwoord. Daarnaast zijn er meerdere nieuwsbrieven verstuurd, is er een inloopavond georganiseerd en wordt middels een website actuele informatie verstrekt. Een aantal zaken zullen in het vervolgtraject nader uitgewerkt worden. Ook in deze volgende fase zullen omwonenden actief geïnformeerd worden over de voortgang van het project en blijft initiatiefnemer bereid om bij vragen van omwonenden in contact te treden. Ad. 9. Dit valt buiten de reikwijdte van het voorliggende plan en kan dan ook geen onderdeel uitmaken van de besluitvorming daarover. Desondanks wordt opgemerkt dat door netcongestie op het middenspanningsnet van Liander er al geruime tijd beperkingen zijn om elektriciteitsaansluitingen uit te kunnen breiden of nieuw aan te sluiten. Inmiddels wordt er door Liander gewerkt aan het versterken van het middenspannningsnet in programma NuLelie.

Na gereed komen van de werkzaamheden zal het transportvermogen op het elektriciteitsnet weer de gewenste ruimte bieden voor uitbreidingen en nieuwe aansluitingen. Het batterijproject wordt rechtstreeks aangesloten op het hoogspanningsnet van TenneT, wat een directe verbinding heeft op het hoogspanningsstation in Emmeloord. Dit heeft geen effect of extra beperking op de netcongestie die geldt op het middenspanningsnet van Liander aan de Westermeerweg. Ad. 10. Zie beantwoording Zienswijze 1, derde punt. Voorstel Het bestemmingsplan wordt aan de hand van deze zienswijze niet aangepast. Zienswijze 4 De reclamant komt met de volgende punten: 1) Indiener verzoekt duidelijkheid omtrent borging voor het behouden van minimaal 5 meter afstand van het accupark en het voor het zonnepark geplande transformatorstation tot de sloot aan de zuidzijde van het perceel ten behoeve van slootonderhoud; 2) Indiener ziet graag dat de sloot, voorzien aan de oostzijde van het initiatief, afsluitbaar gemaakt kan worden i.v.m. drinkwatervoorziening van melkvee en het beregenen van uien en grasland; 3) Indiener geeft aan dat het wenselijk is om een extra (brand)sloot te realiseren in verband met afspoeling van het terrein, lekkage van verontreinigd hemelwater en bij eventuele brand; 4) Verzoekt om een geluidswal aan de oostzijde van het accupark aan te leggen i.v.m.

mogelijk (toekomstige) overschrijding van geluidsnormen door veroudering van batterijen. Reactie Ad. 1. Het bestemmingsvlak “Bedrijf - Energieopslag” is in de plankaart ingetekend op 5 meter afstand van de sloot. Het transformatorstation behorende bij de zonneparken maakt geen onderdeel uit van dit plan. Bij de vergunningverlening voor het betreffende transformatorstation heeft de gemeente Noordoostpolder gewezen er op de benodigde afstand tussen het hekwerk van het station en de kavelsloot tenminste 5 meter moet zijn. Deze afstand zijn dan ook door de ontwikkelaar van het zonnepark opgenomen in de uitvoeringstekeningen. Ad. 2. Het afsluitbaar maken van de sloot aan de voorzijde valt buiten de reikwijdte van het plan. Desalniettemin zal in deze wens worden voorzien. Het afsluitbaar kunnen maken van de te realiseren sloot aan de oostzijde wordt opgenomen bij de landschappelijke uitgangspunten.

Ad. 3. Het is niet toegestaan dat er verontreinigd water door afspoeling of lekkage in het grondwater of naastgelegen sloten terecht komt. De watervergunning van het waterschap borgt dat. Ook dient het energieopslagsysteem aan strenge eisen te voldoen om brand te voorkomen (zie 1.2). De initiatiefnemer zal de afwatering laten plaats vinden op de aan te leggen waterberging. In Zienswijze 4 Ad.2 is aangegeven dat deze afsluitbaar wordt gemaakt van de kavelsloot, zodat in geval van calamiteiten geen uitwisseling plaatsvindt met de kavelsloot. Ad. 4. Zie ook beantwoording Zienswijze 3, het eerste punt. De systemen zullen bij goed onderhoud de geluidsnormen echter niet overschrijden, ook niet bij veroudering. Voor de woning van indiener, ter plaatste van Westermeerweg 31, is de maatgevende geluidswaarde van 50 dB(A) van toepassing. Uit het geluidsonderzoek volgt dat de geluidsbelasting minder is dan dat de geluidsnormen mogelijk maken. Zie paragraaf 4.2.2 van het plan. Overigens zal de grondwal toegevoegd als onderdeel van de landschappelijke inpassing een reducerende werking hebben op het geluid. Omdat uit het akoestisch onderzoek volgt dat reeds voldaan kan worden aan de geluidsnormen, is de potentiële reductie van geluid bij woningen door de grondwal niet nader onderzocht. Voorstel Het bestemmingsplan wordt aan de hand van deze zienswijze niet aangepast.

AANPASSINGEN Onderstaand zijn de aanpassingen opgenomen die voortvloeien uit de inspraakreacties. Tevens zijn enkele ambtshalve wijzingen opgenomen. Verbeelding 1. Toevoeging vrijwaringszone - TenneT als uitsluitingsgebied voor batterijkasten. Deze zone is verbonden met de tevens toegevoegde planregels in 3.3.5 en artikel 9 2. De strook met enkelbestemming Water is hernoemd naar ‘Water - Landschappelijke inpassing en verbreed tot 25 meter om in de ruimtevraag voor realisatie van de grondwal te voorzien.

Regels 1) Planregels 3.3.5 en artikel 9 zijn toegevoegd ter bescherming van het hoogspanningsstation van TenneT 2) Het inrichtingsplan is gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, dit mede naar aanleiding van de zienswijzen en in samenspraak met de Provincie Flevoland. 3) In de regels wordt een Bevi-inrichting niet meer expliciet uitgesloten; 4) Planregels 1.11,3.3.1. en 8.2 zijn aangepast ter verduidelijking

(Bijlagen) bij Toelichting ^ Actualisatie Aerius berekening (Bijlage 4) ^ Actualisatie Watertoets n.a.v. gewijzigd plan landschappelijke inpassing (Bijlage 6) ^ Toevoeging toetsingskader tonaal geluid (paragraaf 4.2.1) ^ Toevoeging toelichting veiligheidsbeoordeling (paragraaf 4.5.2) ^ Aanpassingen landschappelijke inpassing (paragraaf 2.3 en toevoeging Bijlage 9 (Landschappelijk Inpassingsplan 1op1 Architectuur) • Doorwerkingen aanpassingen in regels en verbeelding ^ Redactionele wijzigingen t.b.v. de leesbaarheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2167/documents/39229