9.1a Bestemmingsplan Landelijk gebied, Westermeerweg achter 35 te Espel.pdf
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 45 van 54
Om deze opvangbakken het overtollige regenwater wel af te laten voeren, wordt er gebruik gemaakt van een oliesensor en oliewaterscheider. Het hemelwater zal in het oppervlaktewater geloosd worden. Thema Waterveiligheid Het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’ ligt niet buitendijks. Voor het onderdeel regionale waterkeringen zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Ook ligt het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’ niet in een van de beschermingszones van een primaire waterkering. Veiligheid: Primaire waterkeringen op orde Aan de westzijde van het plangebied, ten noorden en ten zuiden van de windturbine, is ook de mogelijkheid om watercompenserende maatregelen te nemen in de vorm van de aanleg van open water (zie Figuur 21). Deze gebieden liggen wel nabij de waterkering. Om de veiligheid met primaire keringen te waarborgen wordt bij ruimtelijke planvorming rekening gehouden met waterhuishoudkundige eisen voor de korte en lange termijn. Dit conform het besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (ministerie I&M, 2012). Ten behoeve van de veiligheid, beheerbaarheid en de benodigde ruimte voor toekomstige ontwikkelingen geldt een beperking voor handelingen op of in de nabijheid van de waterkering. Daarvoor zijn een kering en zijn omgeving in zones opgedeeld.
Dit betreffen de kern, binnen-, tussenen buitenbeschermingszones van de waterkeringen. In sommige gevallen worden gebouwen, windmolens, kabels en leidingen en beplanting toch toegestaan. Voor nader bepaalde handelingen wordt dan ontheffing verleend op het verbod met een watervergunning. Per zone zijn hier voorwaarden voor geformuleerd. De belangrijkste voorwaarde is dat het waterkering belang en het beheer en onderhoud niet in het geding komen. Randvoorwaarde(n) In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is aangegeven dat een beschermingszone ook in bestemmingsplannen dient te worden verankerd. Om voldoende rekening te houden met de waterstaatkundige belangen worden aan de gronden die zijn gelegen in genoemde beschermingszone(s) van de primaire waterkering de juiste bestemming of gebiedsaanduiding toegekend in een ruimtelijk plan. De inperking van de bouwmogelijkheden op grond van de Keur (uitgewerkt in de Legger, het waterschapsbeleid en het waterbeheerplan) geldt ongeacht of dit in een ruimtelijk plan is opgenomen. De gemeente zal een leggerwijziging uiteindelijk verwerken in de relevante bestemmingsplannen. Deze twee opties voor het aanleggen van open water liggen deels in de tussenbeschermingszone en de buitenbeschermingszones van de primaire waterkering.
Bij de ontwikkeling van een plan in de beschermingszone(s) van een primaire kering wordt aangetoond dat voldaan wordt aan de veiligheidsnormen. De initiatiefnemer treedt vroegtijdig in overleg met het waterschap om borging van de waterveiligheid te kunnen garanderen.
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 46 van 54
4.6.3 Conclusie waterhuishouding Voor het thema Water is een Watertoets uitgevoerd. Er zal voor meer dan de grenswaarde van 2.500 m2 aan toenemend verhard oppervlak plaatsvinden. Er is daarom sprake van versnelde afvoer van hemelwater en daarom zal er een watervergunning bij het waterschap Zuiderzeeland aangevraagd moeten worden. Zowel binnen- als aan de west- en oostzijde van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf Energieopslag’ wordt ruimte gecreëerd voor de compenserende maatregelen. Er is sprake van goede ruimtelijke ordening voor de waterhuishouding.
4.7 Elektrische en magnetische velden 4.7.1 Toetsingskader Ter plaatse van Energieopslag Westermeerdijk en het bijbehorende hoogspanningsstation zullen gedurende de exploitatie elektrische en magnetische velden (EMV) optreden. In het kader van de goede ruimtelijke ordening moet worden bepaald of dergelijke effecten aanvaardbaar zijn. Er zijn geen specifieke regels of beleid voor EMV bij een EOS-park. Bij afwezigheid daarvan kan wel in het kader van de ruimtelijke toets worden aangesloten bij de wijze waarop EMV bij andere activiteiten waar gebruik en transport van elektriciteit plaatsvindt, zoals transformatorstations of hoogspanningsleidingen. De sterkte van EMV neemt zeer snel af: bij een verdubbeling van de afstand tot een bovengrondse hoogspanningsmast is de sterkte ongeveer vier keer zo laag.
4.7.2 Voorzorgbeleid In 2005 (verduidelijkt in 2008) heeft het ministerie van VROM een Voorzorgbeleid geformuleerd, na bevindingen van de Gezondheidsraad en het RIVM. De kern van dit voorzorgbeleid was om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, nieuwe situaties te vermijden waarbij kinderen langdurig blootgesteld worden aan magnetische velden, met een maximale advieswaarde van 0,4 microtesla (mT). Het RIVM steunt sinds 2005 de uitvoering van bovenstaand advies met een Handreiking voor het berekenen van de magneetzone. Deze handreiking bestaat uit een netkaart met indicatieve magneetveldzones en onderzoek. Op 21 april 2023 is door het ministerie van EZK en het VRO het herijkte voorzorgbeleid voor magneetvelden in de elektriciteitsinfrastructuur vastgesteld. In de regel vervangt deze het voorzorgbeleid uit 2005, maar in de praktijk neemt dit herijkte voorzorgbeleid veel van haar voorgangers conclusies over. In het herijkte voorzorgbeleid wordt vastgesteld dat wonen in de nabijheid van bovengrondse hoogspanningslijn, een hoogspanningsstation, ondergrondse kabel of een transformatorhuisje verantwoord is, aangezien de gezondheidsrisico’s onzeker en laag zijn. Desondanks wordt geadviseerd de blootstelling beperkt te houden. Voor bovengrondse hoogspanningslijnen wordt geadviseerd om het Voorzorgbeleid uit 2005 voort te zetten met de maximale advieswaarde van 0,4 mT.
Voor de overige netcomponenten wordt geadviseerd aan het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening om geen specifieke afstandseisen tot gevoelige bestemmingen te berekenen.
4.7.3 Onderzoek Om de goede ruimtelijke ordening vast te kunnen stellen, wordt gekeken naar langdurig verblijf binnen magnetische velden. Gevoelige bestemmingen waar langdurig in verbleven kan worden zijn bijvoorbeeld woningen, scholen, kinderdagverblijven en crèches, verpleeghuizen en instellingen voor mensen met een beperking. Langdurig houdt in dat er dagelijks verbleven wordt, gedurende minimaal een jaar met een verblijftijd van minimaal 14-18 uur per dag.
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 47 van 54
Alles wat binnen de 0,4 mT valt, wordt de magneetveldzone genoemd. Buiten deze zone bevindt zich de veilige zone. De sterkte van een EMV is direct verbonden aan het spanningsniveau. De batterijsystemen werken op laagspanning en bekabeling binnen het EOS bestaat grotendeels uit midden- of laagspanningskabels. Deze hebben zodoende een verwaarloosbaar EMV buiten het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’. De ondergrondse hoogspanningsleidingen (enkele meters) en het hoogspanningsstation zijn zodoende bepalend voor de toetsing van het EMV. Op de website van de GGD staat dat binnen 5 tot 15 meter aan weerzijden van ondergrondse hoogspanningslijnen de maximale advieswaarde van 0,4 mT geldt. Voor hoogspanningsstations zijn er geen eenduidige afstandswaarden. In het rapport “Magneetvelden bij hoogspanningsstations en opstijgpunten” van het RIVM in 2022 is er onderzoek gedaan naar de magneetvelden bij zes hoogspanningsstations (50kV t/m 380kV). De afstanden tot de veilige zone in het RIVM-rapport variëren van 0 tot 65 meter vanaf het hek en zijn daarom niet geheel representatief. Een van de mogelijkheden hier is dus dat de bron van de magneetveldzone binnen het hek niet gelijk verdeeld is, of niet in het midden van het gebied ligt. In het RIVM-rapport werd het hek als afstandsreferentie gebruikt in plaats van de bron.
Bij Energieopslag Westermeerdijk zullen in werkelijkheid de grootste bronnen van het magnetische veld, de transformatorstations, aan de westkant van het Energieopslag Westermeerdijk liggen. In het RIVM-rapport wordt dus ook aangegeven dat deze aangetoonde afstand waarden indicatief zijn. De dichtst bijgelegen gevoelige bestemming ,als zijnde de woning aan de Westermeerweg 35A, bij Energieopslag Westermeerdijk bevindt zich op circa 340 meter afstand. Het spanningsniveau van het hoogspanningsstation van TenneT in het plangebied (110kV) ligt binnen de range die door het RIVM is onderzocht en er is door de directe ligging naast het onderstation van TenneT slechts een zeer korte (ondergrondse) hoogspanningsverbinding benodigd. Het hanteren van een maximale indicatieve magneetveldzone afstand van 65 meter kan daarom beschouwd worden als een worst case benadering. De dichtstbijzijnde woning op een afstand van 275 meter van deze indicatieve 65mmagneetzone. Door de komst van Energieopslag Westermeerdijk wordt daarom beoordeeld dat er geen nieuwe situaties ontstaan waarbij mensen langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden boven de 0,4 mT jaargemiddeld; er is geen sprake van overlap tussen de magneetveldcontour en gevoelige bestemmingen (o.a. woningen, crèches, scholen en kinderopvangplaatsen). Er liggen dus geen gevoelige objecten binnen de berekende 0,4 mT-contouren.
Ook is het onder het huidig planologische regime niet mogelijk om nieuwe woningen of andere gevoelige objecten op een kortere afstand van Energieopslag Westermeerdijk te realiseren.
4.7.4 Conclusie Voor het aspect elektrische en magnetische straling is er sprake van een goede ruimtelijke ordening, omdat de komst van Energieopslag Westermeerdijk er niet toe zal leiden dat de grenswaarde van 0,4 mT ter plaatse van gevoelige objecten wordt overschreden. De afstand tot de dichtstbijzijnde woning betreft 275 meter, inclusief de indicatieve afstand van 65 meter rond Energieopslag Westermeerdijk als magneetveldzone. Dit is een zodanige afstand tot de meest nabij gelegen woning dat daarmee op voorhand met zekerheid kan worden uitgesloten dat aldaar de grenswaarde van 0,4 mT wordt overschreden. Het bestemmingsplan is op dit aspect dus uitvoerbaar.
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 48 van 54
4.8 Bodem 4.8.1 Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat er bij een ruimtelijke ontwikkeling de bodemgesteldheid vastgesteld moet worden. Bij een functiewijziging van het plangebied kan de wenselijke bodemkwaliteit getoetst worden aan de huidige situatie, de nul situatie.
4.8.2 Onderzoek Milieu hygiënisch onderzoek Het advies- en onderzoeksbureau Back Milieu-advies en Onderzoek, gespecialiseerd in milieu hygiënisch bodemonderzoek, heeft in het kader van de beoogde ontwikkeling een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5725 en NEN 5740/A1 uitgevoerd. Het doel van het bodemonderzoek was om de grond- en grondwaterkwaliteit van de bouwlocatie van Energieopslag Westermeerdijk vast te stellen. Het volledige rapport van Back Milieu-advies en Onderzoek is te vinden in Bijlage 5. Het onderzoek heeft vastgesteld dat zowel de boven- als ondergrond niet tot plaatselijk verontreinigd is door minerale olie en kobalt. Het grondwater is lichte verontreinigd met barium, zink, kwik, xylenen, naftaleen en minerale olie. Lichte verontreiniging houdt in dat de concentraties hoger zijn dan de achtergrond- of streefwaarde, maar lager dan de tussenwaarde. Tijdens het onderzoek is ook specifiek beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Dergelijke materialen zijn niet aangetroffen. De herkomst van deze aangetroffen verontreinigingen is onduidelijk. Ze geven echter geen aanleiding tot nader onderzoek en vormen vanuit milieu hygiënisch oogpunt geen belemmering voor de geplande (bouw)activiteiten.
4.8.3 Conclusie Het advies- en onderzoeksbureau Back Milieu-advies en Onderzoek heeft verkennend bodemonderzoek (NEN 5725 en 5740) uitgevoerd op de beoogde locatie van Energieopslag Westermeerdijk. Hierbij is de nul situatie van het gebied vastgesteld. Vanuit milieu hygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de geplande (bouw)activiteiten. Er is sprake van goede ruimtelijke ordening voor het aspect bodem.
4.9 Luchtkwaliteit 4.9.1 Toetsingskader Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) bevat het toetsingskader voor luchtkwaliteit. Op grond van artikel 5.16 Wm dient een bestuursorgaan, in geval van de in dit artikel genoemde gevallen, een besluit te nemen met in achtneming van één van de volgende gronden: - Het project leidt niet tot feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; - het project leidt per saldo tot het gelijk blijven of verbetering van de luchtkwaliteit; - het project draagt slechts in ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; - het project is opgenomen in, of past binnen, het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 niet meer toenemen dan 1,2 pg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen.
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 49 van 54
4.9.2 Onderzoek De komst van het EOS-park leidt niet tot een verandering van emissie van luchtverontreinigende stoffen. Er is geen emissie bij een EOS-park in de exploitatiefase. Daarom is verder onderzoek naar de luchtkwaliteit niet nodig.
4.9.3 Conclusie luchtkwaliteit De ruimtelijke ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Er is daarom sprake van een goede ruimtelijke ordening voor het aspect luchtkwaliteit.
5 Uitvoerbaarheid 5.1 Financieel-economische uitvoerbaarheid 5.1.1 Financiële uitvoerbaarheid en kostenverhaal Anterieure overeenkomst Middels een anterieure overeenkomst heeft de Gemeente afspraken gemaakt met de Ontwikkelaar (Verzoeker tot wijziging Bestemmingsplan) en toekomstige Exploitant(en) (Realiseert een EOS binnen het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’). In de anterieure overeenkomst is vastgelegd dat een Exploitant naar rato van het realisatiegebied planschadekosten vergoedt aan de gemeente als de gemeente een verzoek om planschade toekent. Vervolgens zullen leges worden geheven voor de (omgevings-)vergunningen die verder nodig zijn om het EOS-park te kunnen realiseren en exploiteren. Investering Exploitanten De investeringen voor de aanleg van de batterijen, toegangswegen, kabels, transformatorstations en verwijdering na afloop van de exploitatie worden gedragen door de Exploitanten. Onder de investeringen vallen ook de bedragen die de gemeente Noordoostpolder in het kader van kostenverhaal en leges in rekening zal brengen en de omvang van het geschatte planschaderisico dat mogelijk bij de Exploitant terecht komt. Om deze investering mogelijk te maken zal door de Exploitant eigen vermogen worden ingelegd en vreemd vermogen worden aangetrokken. De investeringen kunnen binnen een redelijke termijn terugverdient worden met de volgende inkomsten: 1.
Inkomsten uit het aanbieden van balanceringsdiensten aan hoogspanningsnetbeheer TenneT aanbieden zodat de netfrequentie van 50 Hz gehandhaafd kan worden; 2. Inkomsten uit het leveren van congestiemanagementdiensten aan TenneT of distributiebeheerder Liander zodat er meer ruimte komt op het elektriciteitsnet en de wachtlijsten voor aanvragen verkort worden; 3. Inkomsten uit het deelnemen aan handel op de day-ahead en/of intra-day markten als de energieprijzen fluctueren, en dus inspelen op energieoverschot of -tekort. Met de financiering door de Exploitant(en) en bovenstaande inkomstenstroom is de uitvoering van het bestemminsplan financieel uitvoerbaar.
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 50 van 54
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1 Bestuurlijk vooroverleg In het kader van het wettelijke verplichte overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is een conceptversie van het ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan de vooroverlegpartners. De provincie Flevoland, het Waterschap Zuiderzeeland, Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek en Brandweer Flevoland hebben een vooroverlegreactie uitgebracht. Deze vooroverlegreacties zijn, voor zover dit benodigd was, verwerkt het ontwerpbestemmingsplan. Daarnaast heeft er in voorbereiding op het ontwerpbestemmingsplan intensief contact plaatsgevonden met meerdere overheidsinstanties. Tabel 3 geeft een overzicht van belangrijkste stappen in het bestuurlijk vooroverleg. Tabel 3 Overzicht bestuurlijk vooroverleg
Activiteit Principeverzoek ingediend door Ontwikkelaar
Periode 15-07-2022
Tussentijds-/ Stedenbouwkundig advies van de gemeente Noordoostpolder Aanlevering additionele gegevens bij principeverzoek (Memo Wenselijkheid en visualisaties) Omgevingstafel inclusief locatiebezoek met Gemeente Noordoosterpolder, Provincie Flevoland, Brandweer Flevoland, Waterschap Zuiderzeeland, OFVG en Ventolines (adviseur) Provinciaal Experimentenkader “Batterijopslag Flevoland” vastgesteld Afgifte Richtinggevend advies door gemeente Noordoostpolder Anterieure Overeenkomst tussen gemeente Noordoostpolder en GreenPowerBank Westermeerdijk B.V. Reactie vooroverlegpartners
15-12-2022 13-01-2023 06-03-2023
19-07-2023 25-07-2023 27-07-2023 17-10-2023 t/m 27-11 2023
5.2.2 Inspraak, communicatie en participatie Of het nu gaat om de ontwikkelfase, de bouwfase of de tijd na oplevering van het project, een grootschalig batterijproject heeft impact op de omgeving. Voor draagvlak in de omgeving is het van belang dat belangen inzichtelijk en bespreekbaar worden gemaakt, met als effect dat er begrip en acceptatie ontstaat voor het project en voor gevolgd beleid. Activiteitenprogramm a Begin 2023 is met het oog op dat draagvlak door Ontwikkelaar een Communicatie- en participatieplan opgesteld om de dialoog met de omgeving te faciliteren. Dit plan is in februari 2023 gedeeld met de gemeente en maakt integraal onderdeel uit van het projectplan. Het activiteitenprogramma dat in het Communicatie- en participatieplan is opgenomen, is inmiddels gestart en bevat de volgende onderdelen, zie Tabel 4.
Toelichting bestemmingsplan 'Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 51 van 54
Tabel 4 Activiteitenprogramma omgeving plangebied
Activiteit 1e informerende brief Keukentafelgesprekken 2e informerende brief Uitnodiging informatiebijeenkomst Informatiebijeenkomst Nieuwsbrief n.a.v. informatiebijeenkomst Website Aanvullende nieuwsbrieven Rechtstreekse communicatie met individuele stakeholders Communicatie- en participatieverslag
Moment 28 april 2023 juni-augustus 2023 1 september 2023 nov 1 dec 2023 december 2023 dec 2023 1 jan 2024 December 2023 wanneer nodig waar nodig doorlopend tot aan vergunningverlening
Resultaten tot nu toe Tot op heden heeft er via twee informerende brieven, mails en keukentafelgesprekken contact plaats gevonden met (direct) omwonenden. Op hoofdlijnen staan de stakeholders niet onwelwillend tegenover het initiatief en is er begrip voor uitbreiding van het ter plaatse ontwikkelde energielandschap (windpark, hoogspanningsstation) met een batterijpark. Wel zijn er zorgen geuit over de toenemende industriële uitstraling van het gebied en zijn specifieke zorgen verwoord ten aanzien van landschappelijke inpassing, geluid en (uit)zicht. Ook financiële participatie en een mogelijke (omgevings-)vergoeding zijn in gesprekken aan de orde geweest. Alle aandachtspunten worden meegenomen bij de verdere uitwerking van het initiatief en worden tijdens opeenvolgende activiteiten gecommuniceerd en/of rechtstreeks teruggekoppeld aan omwonenden en weer besproken. Voor meer informatie over de communicatie en proces participatie verwijzen wij u naar het Communicatie- en participatieverslag in Bijlage 8. Deze bijlage is een levend document dat verder wordt aangevuld lopende het participatietraject. Ook is integraal onderdeel van het eerdere Communicatie- en participatieplan.
Toelichting bestemmingsplan 'Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 52 van 54
Financiële participatie De gemeente heeft de wens uitgesproken om bij de betreffende projectontwikkeling financiële participatie te laten plaatsvinden. Gelet op het risicoprofiel van een EOS-park heeft de Ontwikkelaar aangegeven zich er niet comfortabel bij te voelen om burgers, zonder goed begrip van de risico’s van het project, te laten participeren en risico te laten dragen. Financiële participatie bij een EOS-park is daarom wezenlijk anders dan bij zonneparken of windturbines en is daarom niet geschikt voor brede financiële projectparticipatie. Het wordt wenselijk geacht om de omgeving met zekerheid te laten profiteren van een ontwikkeling en daarom heeft een participatievorm met een laag risicoprofiel de voorkeur. De Ontwikkelaar en de gemeente hebben daarom gekozen voor een substantiële financiële bijdrage in het Duurzaamheidsfonds van de Gemeente. Deze afspraak is overeengekomen met de Ontwikkelaar in een anterieure overeenkomst. Het geld in dit fonds moet ten goede komen aan verdere verduurzaming van de gemeente Noordoostpolder. De gemeente zal in een later stadium invulling geven aan de besteding van het fonds. Met deze afspraak wordt tevens invulling gegeven aan de voorwaarde voor financiële participatie afkomstig uit het Experimentenkader Grootschalige Batterijopslag Flevoland.
5.2.3 Zienswijzen Het bestemmingsplan heeft vanaf 21 december 2023 gedurende zes weken als ontwerp ter inzage gelegen. Tijdens deze periode heeft eenieder de mogelijkheid gehad om zienswijzen tegen het plan in te dienen. Naar aanleiding hiervan zijn vier zienswijzen ontvangen. De ingediende zienswijzen en de reactie hierop zijn opgenomen in de "Nota van zienswijzen bestemmingsplan Energieopslag Westermeerdijk".
5.2.4 Beroep De vaststelling van het bestemmingsplan is op de in artikel 3.8, derde lid van de Wro voorgeschreven wijze bekend gemaakt. Belanghebbenden kunnen binnen de wettelijke beroepstermijn tegen het besluit tot vaststellen van het bestemmingsplan beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Toelichting bestemmingsplan 'Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 53 van 54
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Experimentenkader Grootschalige Batterijopslag Flevoland Notitie geluid Quickscan natuur AERIUS - berekening Bodemonderzoek Digitale watertoets Archeologisch onderzoek Communicatie- en participatieverslag Landschappelijk inpassingsplan - 1op1 Architectuur
Toelichting bestemmingsplan 'Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 54 van 54
Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland
NOTITIE EXPERIMENTENKADER GROOTSCHALIGE BATTERIJOPSLAG FLEVOLAND
Pagina 1 van 23
Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland
Inhoud 1.
2.
Inleiding...........................................................................................................................................4 1.1.
Aanleiding................................................................................................................................4
1.2.
Leeswijzer................................................................................................................................4
Toelichting op deontwikkeling........................................................................................................5 2.1.
Plangebieden...........................................................................................................................5
2.2.
Noodzaak.................................................................................................................................8
2.3.
Inrichting..................................................................................................................................8
2.4.
Landschappelijke inpassing....................................................................................................9
2.4.1.
Landschappelijke inpassing batterijopslag Westermeerdijk.......................................10
2.4.2.
Landschappelijke inpassing batterijopslag Olsterpad, Dronten.................................10
2.4.3.
Landschappelijke inpassing batterijopslag Vogelweg Zeewolde................................11
2.5.
3.
2.5.1.
Gebiedsbescherming ................................................................................................... 11
2.5.2.
Soortenbescherming ................................................................................................... 12
Beleid ........................................................................................................................................... 13 3.1.
Rijksbeleid.............................................................................................................................. 13
3.1.1.
Nationale omgevingsvisie.............................................................................................13
3.1.2.
Landelijk Actieprogramma Netcongestie.....................................................................13
3.1.3.
Ladder duurzame verstedelijking ............................................................................... 13
3.1.4.
Conclusie Rijksbeleid................................................................................................... 14
3.2.
Provinciaal beleid en visie .................................................................................................... 14
3.2.1.
Omgevingsprogramma Flevoland................................................................................14
3.2.2.
Programma Landschap van de Toekomst .................................................................. 15
3.2.3.
Programma Energie in Balans.......................................................................................16
3.2.4.
Regionale Energie Strategie Flevoland.........................................................................16
3.2.5.
Conclusie provinciaal beleid.........................................................................................16
3.3.
4.
Natuur.................................................................................................................................... 11
Gemeentelijk beleid...............................................................................................................17
3.3.1.
RES 1.0............................................................................................................................17
3.3.2.
Gemeente Noordoostpolder ....................................................................................... 17
3.3.3.
Gemeente Dronten........................................................................................................17
3.3.4.
Gemeente Zeewolde.................................................................................................... 17
3.3.5.
Conclusie gemeentelijk beleid .................................................................................... 17
Toets Experimentenkader ........................................................................................................... 18 4.1.
De ambities voor versterking van de vitaliteit van het landelijk gebied............................. 18 Pagina 2 van 23
Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland
4.1.1.
Maatschappelijk belang................................................................................................18
4.1.2.
Ruimtelijke kwaliteit......................................................................................................19
4.2.
Het waarborgen en verbeteren van de kwaliteit van het landelijk gebied....................... 20
4.3.
De wijze waarop met de bestaande situatie en functies in het gebied wordt omgegaan . 21
4.4.
De wijze waarop hierbij omgegaan wordt met natuurwaarden;........................................ 21
4.5. De wijze waarop het experiment past binnen de omgevingsvisie en bijdraagt aan de provinciale opgaven..........................................................................................................................21 5.
Conclusie....................................................................................................................................... 22
Pagina 3 van 23
Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland
1. Inleiding 1.1.
Aanleiding
Om klimaatverandering tegen te gaan en de klimaatdoelstellingen van 2030 en 2050 te halen is duurzame energie noodzakelijk. Echter, de sterke groei aan duurzame energieprojecten heeft invloed op het elektriciteitssysteem. Energiebronnen zoals zon en wind zijn afhankelijk van weersinvloeden, waardoor de energieproductie per moment sterk kan verschillen. Dat leidt tot een onbalans waarbij het aanbod van elektriciteit niet altijd past bij de vraag. Hierdoor ontstaan pieken en dalen in stroomprijzen en worden wind- en zonneparken tijdelijk stilgezet. Dit laatste staat haaks op de doelstelling om meer duurzame energie te produceren. Bovendien raakt, met alle nieuwe duurzame energiebronnen, het elektriciteitsnet tijdens productiepieken vol. Energieopslag kan een belangrijke rol spelen in de oplossing van deze problemen door duurzame energie op te slaan en in te zetten zodra het nodig is. Hiermee kunnen pieken en dalen op het elektriciteitsnet als gevolg van de weersafhankelijke elektriciteitsproductie worden afgevlakt. Met een energieopslagsysteem spelen initiatiefnemers in op de grote behoefte aan flexibiliteit op de elektriciteitsmarkt en leveren zij een bijdrage aan de transitie naar een robuuste, stabiele en duurzame energievoorziening in Nederland. Het aantal initiatieven voor het realisatie van energieopslagsystemen in Nederland neem toe, ook in Flevoland.
Bij de gemeenten binnen de provincie Flevoland zijn verscheidene principeverzoeken ingediend voor de realisatie van batterijopslag initiatieven. Momenteel kennen de provincie en de gemeenten geen beleid ten aan zien van batterijopslag. In het Omgevingsprogramma Flevoland (onderdeel 1.3.1) is het experimentenkader opgenomen waarmee in concrete gevallen voor ontwikkelingen waar nog geen beleid voor is vastgesteld en de provincie wel voor open staat, van het beleid kan worden afgeweken. Gedeputeerde Staten zien, gelet op de bijdrage aan de verbetering van de netcongestie en een goede ruimtelijke inpassing, aanleiding voor een positieve grondhouding ten aanzien van drie initiatieven en willen deze initiatieven mogelijk maken door gemotiveerd af te wijken van het huidige omgevingsbeleid middels dit experimentenkader (GS Besluit Grootschalige batterijopslag in Flevoland d.d. 28 maart 2023). Een afwijking van het omgevingsbeleid middels een experimentenkader is een bevoegdheid van Gedeputeerde Staten waarbij ook de Provinciale Staten worden geraadpleegd. Binnen de randvoorwaarden van dit experimentenkader kunnen deze initiatieven worden ontwikkeld, waarbij er tegelijkertijd praktijkervaring wordt opgedaan voor toekomstige beleidsvorming voor de gemeenten en provincie.
In voorliggend document wordt het experimentenkader voor de drie initiatieven doorlopen waarbij wordt getoetst aan de voorwaarden uit het experimentenkader. Tijdens de bestemmingsplan- of afwijkingsprocedure zal door de gemeenten Dronten, Noordoostpolder en Zeewolde, als onderdeel van de paragraaf betreffende de beleidskaders van de provincie, worden getoetst aan dit experimentenkader.
1.2.
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden de drie initiatieven bij (1) de Westermeerdijk (nabij Espel), ook wel EnergieOpslag Westermeerdijk genoemd, (2) het Olsterdwarspad (Dronten), ook wel Dronter Energie Opslag genoemd, en (3) de Vogelweg Zeewolde, ook wel Energieopslag Vogelweg Zeewolde genoemd, nader toegelicht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het beleidskader op Rijksniveau, provinciaal niveau en op gemeentelijk niveau beschreven dat voor de ontwikkeling Pagina 4 van 23
Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland
en/of het plangebied relevant is. Hoofdstuk 4 toetst de ontwikkeling van de drie initiatieven aan de vijf aspecten van het experimentenkader. Tenslotte is in hoofdstuk 5 de conclusie opgenomen.
2. Toelichting op de ontwikkeling 2.1.
Plangebieden
Het initiatief EnergieOpslag Westermeerdijk bevindt zich op een agrarisch perceel in de gemeente Noordoostpolder aan de Westermeerdijk, ten zuidoosten van het bestaande onderstation van TenneT en ten oosten van Windpark Noordoostpolder en het beoogde zonnepark langs de Westermeerdijk. Het plangebied is weergeven in Figuur 2.1. Het plangebied van het initiatief Dronter Energie Opslag bevindt zich op een agrarisch perceel ten noorden van het transformatorstation van Gesloten Distributiestation Groen B.V. (GDG B.V.). Op het GDG is tevens een groot deel van het windpark Windplan Groen aangesloten. Rondom het plangebied liggen agrarische percelen en ten westen van het beoogde plangebied bevindt zich Windpark Hoge Vaart-Zuid, dat onderdeel uitmaakt van Windplan Groen. Het plangebied is weergegeven in Figuur 2.2. De locatie van energieopslag Vogelweg Zeewolde ligt direct naast het onderstation van Windpark Zeewolde op grond in eigendom van het onderstation. Het ligt naast een provinciale weg. Het plangebied van energieopslag Zeewolde is gedeeltelijk al bestemd voor nutsvoorzieningen in het inpassingsplan van Windpark Zeewolde. Rondom de locatie liggen agrarische percelen en op enige afstand van de locatie van het voormalige ketenpark De Ruit. Het plangebied is weergegeven in Figuur 2.3.
De drie projecten liggen daarmee in het landelijk gebied van de provincie Flevoland, direct naast een onderstation en een windpark dan wel zonnepark. Dankzij deze duurzame energieproductie en het landelijk stroomnet is er een energielandschap ontstaan. De toevoeging van een batterijopslagsysteem in dit energielandschap is een uitzonderlijke mogelijkheid om grootschalige batterijopslag mogelijk te maken zonder de aanleg van lange onder- en bovengrondse elektriciteitsverbindingen. In Figuur 2.4 is kaart opgenomen waarin de ligging van de drie projecten binnen de provincie Flevoland wordt weergeven.
Pagina 5 van 23
Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland
Figuur 2.1 Plangebied EnergieOpslag Westermeerdijk
Figuur 2.2 Plangebied Dronter Energie Opslag
Pagina 6 van 23
Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland
Figuur 2.3 Plangebied energieopslag Vogelweg Zeewolde
Plangebied Zeewolde Vogelweg
Versie: 26-05-2023
Legenda I
1 Plangebied (0,45 ha)
I Onderstation Vogelweg
Keten park inmiddels opgeruimd en opnieuw ingezaaid
Figuur 2.4 Overzicht batterijopslag projecten Flevoland
Ľ
' v'C'Jt
1. /-t :l*
••U.
: I.
| r.--,*|rrp- i-
IİM DftHld
IBM Mrtmltmi Legenda '
-1-..’
-
-
Drontör Energie Opslag
0
5.000 10 000 15.000 20 000 25.000 dl
Pagina 7 van 23
Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland
2.2.
Noodzaak
De vraag naar batterijopslaglocaties neemt toe, ook in Flevoland. Conform de capaciteitskaart van Netbeheer Nederland voor invoeding is duidelijk zichtbaar dat er geen transportcapaciteit beschikbaar is en er dus een wachtlijst is voor nieuwe aansluitingsaanvragen voor nieuwe opwekkers (van duurzame energie). Voor afname van elektriciteit geldt voor een groot deel van Flevoland dat er voorlopig geen transportcapaciteit beschikbaar is in afwachting van de uitkomst van het congestiemanagement onderzoek. Voor een kleiner deel is vastgesteld dat er momenteel sowieso geen transportcapaciteit beschikbaar is voor nieuwe afname verzoeken (Capaciteitskaart elektriciteitsnet (netbeheernederland.nl)). Batterijopslagsystemen kunnen (indirect) een uitkomst bieden voor de (lange) wachtlijsten van aansluitingsaanvragen van nieuwe afnemers én opwekkers van energie in Flevoland. Batterijopslag kan congestie namelijk tegengaan door congestiemanagementdiensten te leveren om de ruimte op het elektriciteitsnet te vergroten en de wachtlijst te verkorten. Batterijen bieden flexibiliteit door energie op te slaan op momenten wanneer er anders geen transport van duurzaam opgewekte energie mogelijk is.
Verder leveren batterijen balanceringsdiensten aan de netbeheerder TenneT om het aanbod van en vraag naar elektriciteit gelijk te houden en daarmee de Europese netfrequentie van 50Hz te handhaven en om storingen op te vangen. Deze balanceringsdiensten worden momenteel vooral aangeboden door gas- en kolencentrales. Batterijopslag is hiervoor een minder CO2-intensieve oplossing. Het grote aanbod van wind- en zonne-energie in Flevoland zorgt voor onbalans op het elektriciteitsnet. Een batterij komt daarom het meest tot zijn recht nabij een windpark (zoals de locaties voor Dronter Energie Opslag bij Windplan Groen en de batterij in Zeewolde bij Windpark Zeewolde, en de locatie aan de Westermeerdijk bij Windpark Westermeerwind) en een zonnepark (zoals de locatie van de batterij aan de Westermeerdijk). De komst van grootschalige batterijopslag is voor de algehele elektriciteitsinfrastructuur in Flevoland vanwege de bovenstaande functies een duidelijke meerwaarde. De gesprekken met de netbeheerders hebben reeds opgeleverd dat batterijopslagsystemen een positieve bijdrage kunnen leveren aan het mitigeren van onbalans in de transportcapaciteit van het elektriciteitsnet.
Op Rijksniveau wordt er zelfs over gesproken om een batterij verplicht te stellen bij het realiseren van grootschalige zonneparken (Rijksoverheid, Rapport ‘Scherpe doelen, scherpe keuzes: IBO aanvullend normerend en beprijzend nationaal klimaatbeleid voor 2030 en 2050’, 13 maart 2023). Het vraagstuk van de huidige netcongestie en de positieve bijdrage die batterijopslag kan hebben ten aanzien dit vraagstuk vormen zo een gemotiveerde aanleiding voor een positieve grondhouding vanuit de betrokken gemeenten.
2.3.
Inrichting
Batterijopslagprojecten kunnen op verschillende manieren ingericht worden. De meeste batterijopslagsystemen bestaan uit één of meerdere schakel- en meetinstallaties, gebouwen en op het terrein opgestelde transformatoren, omvormers en energiedragers, zoals batterijsystemen, en andere bijbehorende voorzieningen zoals laagspanningsverdelers (kleine containers) en koelsystemen (geïntegreerd aan of op de batterijen en omvormers). Het beoogde plangebied van EnergieOpslag Westermeerdijk is 4 hectaren groot, het beoogde plangebied van Dronter Energie Opslag is 6 hectaren groot en het gebied van batterij Pagina 8 van 23
Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland
opslagsysteem Vogelweg Zeewolde is 0,45 hectaren. Dit betreft het beschikbare gebied conform afspraken met de grondeigenaar en op basis hiervan is het aantal MW Z MWh van de initiatieven bepaald. De exacte inrichting zal worden bepaald na nadere bepaling van de technische specificaties en keuze van de leverancier. Voor Dronter Energie Opslag een beeldkwaliteitsplan en voor EnergieOpslag Westermeerdijk een stedenbouwkundig advies opgesteld waarin wordt gesteld dat de inrichting zo veel mogelijk de kavelrichting moet volgen en de modules op een regelmatige manier worden opgesteld. Energieopslag Zeewolde zal gelijksoortig ingevuld worden als Dronter Energie Opslag en EnergieOpslag Westermeerdijk, met een regelmatige verdeling van batterijmodules over het plangebied. De kleurstelling van de batterijmodules zal waarschijnlijk wit of lichtgrijs zijn om zonlicht zoveel mogelijk te weerkaatsen en minder koeling nodig te hebben. Dit is een vereiste van alle batterijleveranciers om veiligheid te waarborgen. Wel wordt er op verzoek van omwonenden onderzocht of andere tinten mogelijk zijn, zonder dat dit de prestaties van de batterij beïnvloedt. De locaties van de drie initiatieven zijn zorgvuldig geselecteerd in de directe nabijheid van een aansluiting van een grootschalig windpark.
Dit is voordelig voor de landschappelijke inpassing nabij bestaande nutsvoorzieningen, kortere kabellengtes en afstemming van de inzet van de batterij op de windparkproductie.
2.4.
Landschappelijke inpassing
De drie projecten zijn gelegen in agrarisch gebied, in de directe nabijheid van windparken, zonneparken en de onderstations. Batterijopslag is een nieuwe ontwikkeling waarvan ook het uiterlijk van de technische componenten aan verandering onderhevig is. Batterijopslag is tevens een nieuwe verschijningsvorm in het landelijk gebied, en sluit niet aan op stedelijk gebied noch op de boerderijlinten. Het is een nieuwe functie die zich wil manifesteren in het landelijke gebied en daardoor impact heeft op de landschappelijke waarden en de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Het experimentenkader biedt ruimte om deze ontwikkeling in het buitengebied mogelijk te maken mits er een ruimtelijke ontwerp ligt met een aantoonbare integrale kwaliteitsimpuls en de landschappelijke kwaliteit verbetert. De batterijopslag krijgt in dit experiment verschillende verschijningsvormen, doordat het op verschillende locaties gelegen ligt en de impuls en verbetering telkens een andere is. De locaties van de drie initiatieven vragen allen om een andere landschappelijke inpassing, mede op basis van de huidige landschappelijke kenmerken en structuren binnen de drie polders van de provincie Flevoland. Deze huidige structuren en kernkwaliteiten van elk van de drie polders worden beschreven in het programma Landschap van de Toekomst. Dit programma wordt verder toegelicht in hoofdstuk 3.2.2.
Hieronder volgt per initiatief het beoogde landschappelijk kader. Grofweg kan hier onderscheid gemaakt worden tussen twee opties voor landschappelijke inpassing van grootschalige batterijopslag in Flevoland: landschappelijke inpassing door behoud van openheid en aansluiting bij functionele karakter van de polder (Noordoostpolder en Zuidelijk Flevoland); of landschappelijke inpassing door onttrekken van het zicht door middel van opgaande beplanting (Oostelijk Flevoland). De landschappelijke verbetering wordt bepaald door de inzet op ontwerp met ruimtelijke kwaliteit en de maat en schaal van landschappelijke aankleding, ingegeven vanuit de omgeving en landschapskenmerken van het initiatief en aanpalende belangrijk opgaven zoals natuurinclusief, biodiversiteit etc.
Pagina 9 van 23
Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland
In het RO-proces wordt ontwerpmatige onderbouwing aangeleverd om te laten zien dat het ruimtelijk ontwerp voldoet aan de voorwaarde uit het experimentenkader. Enerzijds een toets over landschappelijke kernkwaliteiten betreffende het initiatief met inrichting in zijn omgeving en anderzijds een toets van de bijdrage van het geheel aan de ruimtelijke kwaliteit (gebruikerswaarde, toekomstwaarde, belevingswaarde, herkomstwaarde) met een kwalitatieve impuls. Hieronder volgt het landschappelijk kader die per locatie verschilt en is opgebouwd op basis van landschappelijke kernkwaliteiten (paragraaf 2.4). De insteek van het experiment is om de batterijopslag te laten opgaan in het landschap. Dit is een fundamentele keuze; dat wil zeggen dat de inrichting er anders uitziet en een positieve bijdrage levert op basis van de desbetreffende plek. En daarmee is de batterijopslag geen verschijning die door generiek ontwerp een herkenbare verschijning heeft in het landschap. Door drie projecten met deze insteek in verschillende situaties te doorlopen, kan hier lering uit getrokken worden.
2.4.1. Landschappelijke inpassing batterijopslag Westermeerdijk Het landschap wordt op de beoogde locatie van de Westermeerdijk gekenmerkt door openheid, landbouwkundig gebruik en vrij zicht op de dijk als lange lijn en beëindiging van de polder. De rechtlijnigheid, de functie, de openheid en de rationele verkaveling zijn duidelijk beleefbaar. Opgaande beplanting komt alleen voor langs de Westermeerweg en rond de erven. Deze kenmerken zijn uitgangspunt voor het inpassen van deze ontwikkeling in het polderlandschap. Vanwege de nabijheid van verscheidene (duurzame) energie projecten in de omgeving, zoals het reeds bestaande Windpark Noordoostpolder, de beoogde zonneweide aan de Westermeerdijk en het bestaande onderstation van TenneT is het zaak om het project zo veel mogelijk aan te laten sluiten aan dit energielandschap om zo de ontwikkeling ondergeschikt te laten zijn aan de openheid, het functionele karakter en het landbouwkundige gebruik van het gebied, en de beschikbare ruimte zo efficiënt en zorgvuldig mogelijk in te richten Het modulaire karakter van het batterijopslagsysteem sluit aan bij dit functionele energielandschap door de lijnopstelling en de richting van het zonnepark en het onderstation te volgen, zonder onderbrekingen van de zichtlijnen vanaf de openbare weg naar de achterliggende dijk.
De verbetering in ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit wordt hier gezocht in het ontwerp van het gehele ensemble van opgestelde transformatoren, omvormers en energiedragers, zoals batterijsystemen, en andere bijbehorende voorzieningen als geheel in reflectie op de omgeving. Met oog voor samenhang, kwaliteit voor vormging en materiaalgebruik, voor een uitstraling van een kwalitatief ontworpen leefomgeving.
2.4.2. Landschappelijke inpassing batterijopslag Olsterpad, Dronten Het landschap nabij het plangebied van Dronter Energie Opslag wordt, net als bij EnergieOpslag Westermeerdijk, gekenmerkt door openheid en landbouwkundig gebruik. Echter zijn hier bij de reeds aanwezige onderstations en de omliggende boerenerven verschillende soorten van landschappelijke inpassing aanwezig. Bij de boerenerven in de omgeving is opgaande beplanting en/of houtsingels aangebracht rondom de erven en bij het onderstation van GDG is een groene haag aangebracht en beoogd het initiatief deels van het zicht van de omgeving te onttrekken. Gebruik van opgaande beplanting om het polderlandschap te onderbreken is een van de kernkwaliteiten van de polder in Oostelijk Flevoland. Voor het project aan het Olsterpad in Dronten is het dus, in tegenstelling tot het project aan de Westermeerdijk, een denkbare richting (en in lijn met bestaande landschappelijke kenmerken) om Pagina 10 van 23
Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland
het initiatief aan te kleden met landschappelijke beplanting en aan te sluiten bij de ‘groene eilanden in de polder’. Zo kent Oostelijk Flevoland groene erfsingels om erven, groene mantels nabij dorpen en een groene horizon aan de rand van de polder. Hierom wordt er bij het project aan het Olsterpad in Dronten gewerkt aan een landschappelijke inpassing door middel van een groenstrook met zowel lage als hoge beplanting. De maat en schaal van deze inrichting moet in verhouding staan tot de ruimte voor de batterijen en voorzieningen en de uitstraling van de batterij in relatie tot de landbouwkundige omgeving. Met de keuze en inrichting van een nieuwe verschijning van een groen eiland en dit integraal te benaderen is een potentiële kwaliteitsimpuls en verbetering van het landschap te bereiken.
2.4.3. Landschappelijke inpassing batterijopslag Vogelweg Zeewolde Het landschap nabij het plangebied van energieopslag Zeewolde wordt, net zoals de andere twee initiatieven, gekenmerkt door haar openheid en agrarisch gebruik. Dit initiatief ligt binnen de hoofdstructuur van de polder in Zuidelijk Flevoland; het poldercarré, bestaande uit de landschappelijke structuur van de Vogelweg, Tureluurweg, Schollevaarweg, Lepelaarweg, Kievitsweg en Ibisweg om het agrarisch open middengebied met boeren erven en Mondriaanlandschap. Het plangebied is gelegen rondom het bestaande onderstation van Windpark Zeewolde. Dit initiatief is anders in de zin van de omvang van het initiatief. De energieopslag Vogelweg Zeewolde met 0,45 hectaren is aanzienlijk kleiner dan het beoogde plangebied van Dronter Energie Opslag (6 hectaren). De omvang van de energieopslag Vogelweg is vergelijkbaar met de omvang van een erf. Het initiatief ligt ook te midden van agrarische erven. Echter is de invulling van voorzieningen voor energie niet vergelijkbaar qua uitstraling en functie met het gebruik van een agrarisch erf. Van belang is dat landschappelijke kernkwaliteiten uit de Zuidelijke polder als uitgangspunt wordt genomen en een ontwerpinrichting wordt gekozen die de ruimtelijke kwaliteit en de bestaande en toekomstige situatie een kwalitatieve impuls geeft.
2.5. Natuur Voor de aanlegwerkzaamheden in landelijk gebied voor de realisatie van een grootschalig batterijopslagsysteem is het van belang na te gaan of de ontwikkeling (negatieve) effecten heeft op natuurwaarden. In het kader van natuurbescherming wordt in de Wet natuurbescherming (Wnb) onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming, soortenbescherming en de bescherming van houtopstanden. In het kader van gebiedsbescherming is voor alle initiatieven gekeken naar de eventuele effecten op nabijgelegen Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In het kader van soortenbescherming is voor alle drie de initiatieven een quickscan flora en fauna uitgevoerd om vast te stellen welke planten- en diersoorten kunnen worden verwacht in het plangebied en of er significante (negatieve) effecten kunnen optreden. Voor de realisatie van de plannen is het niet nodig om bomen te kappen. Bescherming van de houtopstanden wordt dus niet nader beschouwd.
2.5.1. Gebiedsbescherming De provincie Flevoland kent verscheidene Natura 2000 gebieden. Deze grenzen niet aan de plangebieden van de initiatieven, maar bevinden zich op enkele kilometers afstand. De bescherming van deze gebieden kent een externe werking. Dit betekent dat ook activiteiten die gelegen zijn buiten deze gebieden een negatief effect kunnen hebben op de natuurgebieden. Het betreft de volgende gebieden:
Pagina 11 van 23
Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland
-
Ketelmeer & Vossemeer gebied IJsselmeer Veluwerandmeren Oostvaardersplassen en de Veluwe Randmeren Rijntakken
Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat fysieke aantasting en andere directe effecten op deze gebieden ten gevolge van de civiele werkzaamheden voor alle initiatieven niet aan de orde zijn. In de natuurtoets dan wel quickscans van de gebieden is tevens beoordeeld of er sprake is van externe effecten op Natura 2000-gebieden. Voor zowel broedvogels als niet-broedvogels is beargumenteerd dat significant negatieve effecten zijn uitgesloten. De beoogde werkzaamheden en het in werking hebben van de batterijopslaginstallaties hebben geen effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende vogels. In het kader van de gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb) is voor alle drie de projecten een AERIUS-berekening uitgevoerd voor de bouwfase. De AERIUS- berekeningen hebben aangetoond dat er met de beoogde werkzaamheden geen stikstofdepositie plaatsvindt (0,00 mol/ha/jr) op stikstofgevoelige natuurgebieden (Natura 2000) rondom de betreffende projectlocaties. Een effect is daarmee op voorhand uitgesloten. De exploitatiefase is niet in deze berekeningen betrokken, omdat de stikstofdepositie in die fase nihil zal zijn. De bouwfase is daarmee bepalend voor de mogelijkheid dat stikstofdepositie een effect veroorzaakt.
Voor alle drie plangebieden geldt dat ze geen onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en dat er met de voorgenomen werkzaamheden ook geen negatieve effecten verwacht worden op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Van afname van areaal is geen sprake. Tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten.
2.5.2. Soortenbescherming Voor alle drie projecten is een quickscan uitgevoerd om te bepalen of de beoogde werkzaamheden een overtreding van de Wnb als gevolg hebben. De plangebieden zijn momenteel agrarisch in gebruik. Er zijn binnen de plangebieden geen watergangen aanwezig. Momenteel vormen de plangebieden geen geschikt leefgebied voor wilde flora en fauna vanwege het ontbreken van geschikt habitat in en nabij het plangebied. Uit de onderzoeken is dan ook niet naar voren gekomen dat er in en om de plangebieden beschermde soorten (amfibieën, ongewervelden, reptielen, vissen, en planten) voorkomen. Effecten op beschermde soorten is op basis van onderzoek niet te verwachten. Voor de mogelijk voorkomende (beschermde) diersoorten die het plangebied (incidenteel) doorkruisen geldt de wettelijke zorgplicht uit artikel 1.11 Wnb. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg moet dragen voor de in het wild levende dieren en planten.
Pagina 12 van 23
Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland
3. Beleid 3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale omgevingsvisie In Nederland is een Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld als onderdeel van de nieuwe Omgevingswet. Het NOVI is een structuurvisie onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (Wro) en met de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet zal de NOVI gelden als omgevingsvisie. Op basis van de nieuwe Omgevingswet geeft de NOVI namelijk een langetermijnvisie van het Rijk aan. Deze langetermijnvisie benadrukt het behoud van kwaliteit van de leefomgeving en het zoveel mogelijk versterken hiervan. Een speerpunt van de aanpak omschreven in de NOVI is de integrale aanpak tussen overheden en maatschappelijke organisaties met meer regie vanuit het Rijk. Twee relevante prioriteiten van het NOVI zijn ruimte voor klimaatadaptatie en energie en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In bepaalde gebieden in Nederland schiet de huidige hoofdinfrastructuur voor het transporteren en opslaan van duurzame energie tekort. De aankomende decennia zal het aandeel van duurzame energie bronnen in Nederland alleen maar toenemen en daarom zijn aanpassingen aan de infrastructuur noodzakelijk. De NOVI vraagt bij deze aanpassingen aan de energie-infrastructuur aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving. Substantiële aanpassingen aan de infrastructuur zijn lastig te realiseren met de huidige beschikbare ruimte.
Daarom is het goed managen van ruimte een belangrijke prioriteit in de NOVI. De onderhavige projecten geven hier invulling aan door de beschikbare ruimte efficiënt te gebruiken. De projecten worden pal naast andere energie infrastructuur gevestigd. Door de nabijheid van hoogspanningsstations kan ruimtebeslag van ondergrondse- en bovengrondse bekabeling gelimiteerd worden en wordt de overlast voor de omgeving beperkt.
3.1.2. Landelijk Actieprogramma Netcongestie De vraag naar en realisatie van duurzame energieprojecten in Nederland is de afgelopen jaren flink gegroeid. Het landelijk elektriciteitsnet en de mogelijkheden tot netaansluitingen kunnen dit tempo helaas niet bijhouden. Gebrek aan capaciteit en netaansluitingen zorgen voor vertragingen in de verduurzaming van het land. Batterijopslagsystemen dragen bij aan het beter integreren van duurzaam opgewekte stroom in de energie infrastructuur en geven daarmee invulling aan de doelstellingen ‘betere benutting van het net’ en ‘vergroten van flexibele capaciteit’ conform het Landelijk Actieprogramma Netcongestie.
3.1.3. Ladder duurzame verstedelijking Als een bestemmingsplanwijziging een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ betreft, is volgens artikel 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voorgeschreven dat de systematiek en toelichting volgens de Ladder van duurzame verstedelijking moet worden gebruikt. In de Ladder van duurzame verstedelijking is door het Rijk een motiveringseis opgenomen die stimuleert op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en tegelijkertijd op regionale afstemming. Batterijopslag is noodzakelijk voor verdere verduurzaming van de samenleving en vervult daardoor een regionale (en dus zelfs nationale) behoefte, zie hoofdstuk 2.2. Bij zowel EnergieOpslag Westermeerdijk, Dronter Energie Opslag, als energieopslag Vogelweg Zeewolde wordt zowel landschappelijk als technisch aansluiting gezocht bij het reeds aanwezige energielandschap (aanwezige energie infrastructuur) waaronder de onderstations van TenneT en het windpark en/of zonnepark. Het grote aanbod van wind- en zonne-energie in Flevoland zorgt Pagina 13 van 23
Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland
voor onbalans op het elektriciteitsnet. Een batterij komt het meest tot zijn recht nabij een windpark en/of zonnepark. Hierdoor kan de batterij de duurzame energie van het windpark of zonnepark direct opslaan wanneer het aanbod aan elektriciteit op het net groter is dan de vraag. Bij grootschalige batterijopslag is een netaansluiting op een onderstation noodzakelijk. Door pal naast het onderstation de batterijopslag te plaatsen is er regionale afstemming en wordt er zorgvuldig en zuinig met de ruimte omgegaan. Bovendien mitigeert de aangrenzende ligging aan het onderstation een lange ondergrondse elektriciteitskabel. Hierdoor wordt de impact op de leefomgeving verder gelimiteerd. Dit motiveert volgens de Ladder om buiten het stedelijke gebied een nieuwe stedelijke ontwikkeling te laten plaatsvinden.
3.1.4. Conclusie Rijksbeleid In de Nationale omgevingsvisie van het Rijk wordt bij de ambities voor het vergroten van de duurzame opwek benadrukt dat naast de grootschalige (flexibele) duurzame energieopwekking ook flexibiliteit van het systeem benodigd zal zijn. Daarnaast bieden zowel de NOVI en het LAN ruimte voor infrastructuur die het transport van energie en de mogelijkheid tot meer duurzame opwek bevorderen. De opslag van energie, bijvoorbeeld in batterijen, past binnen deze invulling van flexibiliteit aan het systeem. De initiatieven worden ingepast in de regionale energielandschappen en maken bovendien zorgvuldig en zuinig gebruik van de beschikbare ruimte. De batterijopslag projecten voldoen daarmee aan de doelstellingen vanuit de NOVI, het LAN en de Ladder van duurzame verstedelijking.
3.2. Provinciaal beleid en visie 3.2.1. Omgevingsprogramma Flevoland Op 8 november 2017 heeft de Provinciale Staten (PS) de Omgevingsvisie “FlevolandStraks” vastgesteld. Hierin wordt de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van het gebied gegeven. Om verdere uitwerking aan de omgevingsvisie te geven, is op 15 maart 2019 het Omgevingsprogramma Flevoland in werking getreden waar de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid worden toegelicht. Een van de langetermijnvisies in het Omgevingsprogramma is om als provincie in 2030 volledig op duurzame energie te draaien. Daarnaast heeft de provincie aangegeven bereid te zijn om ruimte te reserveren voor functies waarvoor in omliggende regio’s onvoldoende ruimte beschikbaar is. De voorwaarde hiervoor is dat er een evenwichtige ontwikkeling plaatsvindt, waar er afstemming komt tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de maatschappelijke opgaves. Deze ontwikkelingen dienen verder ook bij te dragen aan de vitaliteit van het landelijk gebied en verweven te worden met de bestaande landbouwfunctie. Het Omgevingsprogramma benadrukt ook dat er ruimte moet zijn voor flexibiliteit van het beleid. Ontwikkelingen kunnen door veel factoren namelijk wel of niet plaatsvinden of in een ander tempo dan verwacht. Er is ook een mogelijkheid dat er ontwikkelingen plaatsvinden waarin dit beleid nog niet voorziet.
Grootschalige batterijopslag is één van die ontwikkelingen. Echter is het huidige beleidskader en de beleidsregel “Kleinschalige ontwikkeling in het landelijke gebied” te beperkend voor grootschalige batterijopslag, terwijl deze initiatieven wel bijdragen aan de ambitieuze doelen. Het Omgevingsprogramma biedt hier onder bepaalde voorwaarden daarom ook ruimte voor afwijking van het beleidskader. Bij afwijkingen van het ruimtelijke beleid zijn de essentiële elementen van het Omgevingsprogramma sturend. Als het beleidskader in het Omgevingsprogramma te begrenzend is of er conflicten zijn met de essentiële elementen om Pagina 14 van 23
Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland
gewenste integrale ontwikkelingen mogelijk te maken, kan het planologisch regime op experimentele basis worden verruimd. In het Omgevingsprogramma (paragraaf 1.3.1) is daarom de procedure van het experimentenkader opgenomen. Het experimentenkader moet aan een motiveringsplicht voldoen waarin zo duurzaam mogelijk van het land gebruik gemaakt wordt volgens de Ladder van duurzame verstedelijking (zie hoofdstuk 3.1.2). De provincie Flevoland heeft een aantal instrumenten opgesteld om plannen binnen het experimentenkader te toetsen. In de essentie staat de landschappelijke inpassing, en daarmee de waarborging van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied centraal. Zo moet nieuwe infrastructuur gebundeld worden om versnippering van ruimtelijke eenheden te voorkomen en mogen nieuwe niet-agrarische functies de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten niet aantasten. Naast landschappelijke, zullen ook milieu hygiënisch en verkeerstechnisch ongewenste effecten moeten worden voorkomen. Als blijkt dat aan deze voorwaarden kan worden voldaan, kan het experimentenkader ruimte bieden voor verdere doorgang van de initiatieven buiten het bestaande beleidskader.