9.1 Ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
Emmeloord - De Deel 22
2
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging projectgebied
7
1.3
Planologische regeling
8
1.4
Strijdigheid met geldende bestemmingsplan
9
1.5
Procedure keuze
9
1.6
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Beschrijving van het project
11
2.1
Huidige situatie
11
2.2
Beschrijving initiatief
12
2.3
Ruimtelijke inpassing aan de hand van Centrumplan Emmeloord
15
2.4
Parkeren en ontsluiting
17
Hoofdstuk 3
Beleidskader
19
3.1
Rijksbeleid
19
3.2
Provinciaal beleid
20
3.3
Gemeentelijk beleid
22
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
25
4.1
Milieuzonering
25
4.2
Geluid
26
4.3
Bodem
26
4.4
Water
27
4.5
Ecologie
28
4.6
Archeologie
29
4.7
Externe veiligheid
29
4.8
Luchtkwaliteit
30
4.9
Cultuurhistorie
30
4.10
Kabels, leidingen en zoneringen
30
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
31
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
31
5.2
Economische uitvoerbaarheid
31
Hoofdstuk 6
Afweging en conclusies
33
6.1
Aanleiding
33
6.2
Afwegi ng
33
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
3
6.3
Conclusie
Bijlagen toelichting
33
35
Bijlage 1
Parkeeronderzoek
37
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeeslawaai
61
Bijlage 3
Bodemonderzoek
85
Bijlage 4
Watertoets
143
Bijlage 5
Stikstofonderzoek
149
Bijlage 6
Quickscan flora en fauna
173
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
4
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
5
Ruimtelijke onderbouwing
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
6
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
7
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
In het westelijke deel van het centrumgebied van Emmeloord, aan De Deel, heeft de initiatiefnemer het voornemen om een nieuw woongebouw te realiseren ter vervanging van een verouderd kantoorgebouw. In de plint van het gebouw worden commerciële ruimtes mogelijk gemaakt, ter vestiging van kantoren. Verder wordt onder het pand een parkeergarage gerealiseerd. Voor dit project is een bouwplan uitgewerkt. Deze ontwikkeling is echter niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan (zie paragraaf 1.3). De gemeente Noordoostpolder wil in principe meewerken aan het project. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, wordt een omgevingsvergunning aangevraagd. Bij deze aanvraag moet worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De voorliggende onderbouwi ng voorziet daarin.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied betreft het perceel De Deel 22, ten westen van het centrumgebied van Emmeloord. Het perceel ligt ten noorden van de parkeerplaats aan De Deel en ten zuiden van de Koningin Julianastraat. De ligging van het projectgebied is weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1.
Ligging projectgebied (zie rode markering). Bron: Google Maps
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
8
1.3
Planologische regeling
Het projectgebied is juridisch-planologisch geregeld in het bestemmingsplan Emmeloord, de Deel Stadshart, dat is vastgesteld op 28 maart 2013. Het projectgebied heeft hierin grotendeels de bestemming 'Verkeer' met de functieaanduiding 'parkeerterrein'. Binnen de bestemming 'Verkeer' zijn de gronden bestemd voor wegen en straten, voet- en rijwielpaden en ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeerterrein' is een parkeerterrein toegestaan. Ondergeschikt zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere-werken, terreinen, watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen, groenen speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en kabels en leidingen toegestaan. Binnen de bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Figuur 1.2
Bestemmingsplan ^Emmeloord, de Deel - Stadshart. Bron: Ruimtelijke Plannen.
Paraplubestemmingsplan parkeren Voor de gehele gemeente Noordoostpolder is op 8 juli 2019 een paraplubestemmingsplan vastgesteld. In dit parapluplan is een parkeerregeling opgenomen waarin het parkeerbeleid van de gemeente Noordoostpolder wordt geregeld. De parkeerregeling is ook van toepassing op het projectgebied. In de parkeerregeling wordt verwezen naar de Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016. Hierin zijn zowel
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
9
parkeernormen voor motorvoertuigen als fietsen opgenomen. De fietsparkeernormen zijn overigens niet bedoeld voor het centrumgebied, vanwege de grote menging van functies. De nota wijst hier op de behoefte aan maatwerk. Daarom is binnen het plan per appartementencomplex een gemeenschappelijke fietsenberging opgenomen. Hierover is meer terug te vinden in het stedenbouwkundig plan, op de pagina's 30 en 31. Wat betreft de parkeerregeling van motorvoertuigen is een uitgebreide analyse uitgevoerd. De gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling voor de parkeerbalans in het centrum zijn verder uitgewerkt in paragraaf 2.4.
1.4
Strijdigheid met geldende bestemmingsplan
Met dit project wordt een gebouw bestaande uit vijf bouwlagen mogelijk gemaakt. Het gebouw krijgt een maximale bouwhoogte van 14,5 meter. In het huidige bestemmingsplan zijn ter plaatse van de verkeersbestemming geen gebouwen toegestaan, en daarmee ook geen woningen en kantoren. Ter plaatse van de centrumbestemming zijn deze functies wel toegestaan, maar geldt een maximale bouwhoogte van 10 meter. De voorgenomen functies passen niet in de huidige regeling van het bestemmingsplan en zijn dus strijdig. Evenmin past de voorziene bouwmassa, omdat de voorgenomen bouwhoogte, de toegestane maximale bouwhoogte overschrijdt. In paragraaf 2.2 is een dwarsdoorsnede opgenomen die aantoond dat de bouwhoogte circa 14 meter wordt. Binnen de geldende verkeersbestemming is überhaupt geen gebouw toegestaan.
1.5
Procedure keuze
Voor de aanvraag moet gebruik worden gemaakt van de uitgebreide Wabo procedure. De omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening kan worden verleend op basis van artikel 2.12, eerste lid onder 3° van de Wabo. Voor de omgevingsvergunning geldt in dit geval de uitgebreide procedure. Dit betekent dat de vergunning in principe binnen 26 weken verleend wordt. Hiervoor moet wel gemotiveerd worden dat vanuit een goede ruimtelijke ordening medewerking kan worden verleend. Voor de ruimtelijke afweging hiervan is deze ruimtelijke onderbouwing opgesteld.
1.6
Leeswijzer
Na dit hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het project gegeven. Daarbij wordt ingegaan op de bestaande situatie, de gewenste ontwikkeling en op de hiervoor opgestelde randvoorwaarden. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleidskader, waarna in hoofdstuk 4 een toetsing aan de omgevingsaspecten volgt. Hoofdstuk 5 gaat in op de uitvoerbaarheid van het project, waarbij aandacht wordt besteed aan de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid. Ten slotte, volgt in hoofdstuk 6 een afweging en conclusie.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
10
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
11
Hoofdstuk 2
2.1
Beschrijving van het project
Huidige situatie
Het projectgebied ligt in het westelijke deel van het centrumgebied van Emmeloord. Het centrumgebied en de aangrenzende gronden zijn volop in (her)ontwikkeling. Binnen het projectgebied is in de huidige situatie een bedrijfsverzamelgebouw aanwezig. Het gebouw bestaat uit drie bouwlagen en is in een T-vorm geplaatst. Dit gebouw wordt gesloopt ten behoeve van de gewenste ontwikkeling. Direct rondom het gebouw zijn tevens enkele bomen aanwezig, waarvan een aantal gekapt zullen worden ten behoeve van de ontwikkeling. Ten zuiden van het projectgebied is een groot verhard parkeerterrein aanwezig. Ten noorden van het projecetgebied ligt een groenvoorziening, waarachter de Koningin Julianastraat loopt. Aan deze straat zijn woningen gevestigd. Zowel ten oosten als ten westen staan woongebouwen. In het woongebouw ten oosten van het projectgebied is tevens een horecavoorziening gevestigd. Beide gebouwen bestaan uit 3 tot 4 bouwlagen. Figuur 2.1 geeft een weergave van de ligging van het projectgebied weer. In figuur 2.2 is een vooraanzicht van het projectgebied weergegeven.
Figuur 2.1.
Weergave projectgebied vanuit de lucht. Bron: Google Maps
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
12
Figuur 2.2.
2.2
Weergave huidige situatie projectgebied vanaf de zuidwestzijde. Bron: Google Streetview
Beschrijving initiatief
Aan De Deel 22 wordt de bestaande bebouwing gesloopt en wordt het pand 'RonDeel' gerealiseerd. Het gebouw bevat 211 m2 kantoorruimte, 19 appartementen met alle bijbehorende bergruimten en een stallingsgarage. Deze laatste wordt onder gebracht op twee niveaus onder het gebouw, zodat de functies die direct aansluiten op De Deel geheel op straatniveau liggen. Door het half verdiepen van het achterste gedeelte is natuurlijke ventilatie mogelijk waar het gebouw net als de buurpanden boven het geplooide landschap aan het park zweeft. Aan de voorzijde van het gebouw aan De Deel liggen over de volle breedte open puien met de bedrijfsfuncties met aansluitend aan de rechterzijde de inrit naar de parkeergarage en aan de linkerzijde de ingang van de woningen. In de parkeergarage worden 19 parkeerplaatsen en 19 bergingen gerealiseerd. Op de begane grond komen 3 appartementen met inpandige terrassen aan het park, die in combinatie met de kantoorruimte kunnen worden betrokken. Op de twee bouwlagen hierboven worden ieder zes ruime appartementen gerealiseerd en op de bovenste bouwlaag komen vier royale appartementen. In figuur 2.3 is op een luchtfoto weergegeven waar het voorgenomen gebouw wordt gerealiseerd. In figuur 2.4 is middels een situatie tekening de nieuwe inrichting van het plangebied en de directe omgeving weergegeven.
In figuur 2.5 zijn impressies van het voorgenomen gebouw weergegeven. Tot slot is in figuur 2.6 een dwarsdoorsnede van het gebouw weergegeven, waarop ook de bouwhoogtes staan.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
13
Figuur 2.2.
Situering van het nieuwe gebouw
j" 'ļ
Figuur 2.4.
Situatietekening van de voorgenomen situatie
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
14
au
Figuur 2.5. Architecten.
Impressies van het voorgenomen gebouw in het projectgebied. Bron: 19 Het Atelier
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
15
A telier Architecten.
2.3
Ruimtelijke inpassing aan de hand van Centrumplan Emmeloord
behoeve van de herontwikkeling van het centrum van Emmeloord is het centrumplan Emmeloord vastgesteld. Dit centrumplan bestaan uit drie onderdelen: een stedenbouwkundig plan, een beeldkwaliteitsplan en een uitwerkingsagenda. Voor de ruimtelijke inpassing van het voornemen zijn het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan van belang. Deze worden in deze paragraaf behandeld. De uitwerkingsagenda wordt nader getoetst in het gemeentelijk beleid in paragraaf 3.3. Stedenbouwkundig plan Voor de herontwikkeling van het centrum van Emmeloord is een stedebouwkundig ontwerp ontworpen op basis van de volgende ruimtelijke principes: 1. maak het centrum compact; 2. hecht het centrum aan de omgeving; 3. maak sterke, contrasterende koppen'; Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
16
4. 5. 6. 7. 8.
zorg voor dooradering van het centrum met winkelstraten; plaat voorkanten tegenover voorkanten; grote winkels inpakken; parkeerplaatsen geleden en vergroenen; sfeervolle openbare ruimte maken.
Het plangebied valt conform het stedenbouwkundig plan binnen het deelgebied 'Kop West'. Voor dit deelgebied zijn doorsneden van de voorgenomen indelingen opgenomen, waarbij voor De Deel de doorsnede uit figuur 2.5 is opgenomen. In het stedenbouwkundig plan wordt uitgegaan van een gebouw bestaande uit drie bouwlagen, waarin wonen en werken is toegestaan. De omgeving rondom het gebouw wordt voorzien als parkachtige omgeving.
Figuur 2.5.
Dwarsdoorsnede De Deel uit het Stedenbouwkundig plan
Het gebouw wordt overeenkomstig met de stedenbouwkundig plan ontwikkeld in een parkachtige omgeving. Het voorgenomen gebouw zal echter, in tegenstelling tot wat in het stedenbouwkundige plan is opgenomen, bestaan uit vier bovengrondse bouwlagen. Deze verhoging in het plangebied past echter goed in de omgeving, omdat het een verspringende, glooiende variatie aan bouwhoogtes geeft aan de noordzijde van het parkeerterrein. Dit past bij de parkachtige omgeving. Wat betreft functies wordt aangesloten bij het stedenbouwkundige plan, die op deze locatie een combinatie van wonen en werken voorziet. Beeldkwaliteitsplan Een belangrijk uitgangspunt voor de invulling van het projectgebied is het realiseren van een goede beeldkwaliteit die past in de omgeving. Voor het centrumgebied is in 2017 een stedenbouwkundig- en een beeldkwaliteitsplan 'Centrumplan Emmeloord Beeldkwaliteitsplan' opgesteld. Het projectgebied valt onder 'Kop West - Bebouwing in het groen'. De Deel wordt naast het busstation en de parkeerplaatsen ook een plein voor horeca met terrassen. Het plein moet een levendige rand van het centrum worden. In dit gebied worden in de groene ruimte, gebouwen voor werken, wonen en horeca toegevoegd. Een belangrijke voorwaarde voor de bouwblokken is dat ze alzijdig zijn, achterkanten bestaan niet.
Een ander aspect is de wijze waarop het landschap geplooid wordt om direct zicht op de half verdiepte parkeergarage zoveel mogelijk te voorkomen. Voor de architectuur wordt gerefereerd aan de oorspronkelijke bebouwing. Deze bebouwing is voorzien van staal, glas en stucwerk of baksteen.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
17
Het gebouw sluit goed aan bij de voorwaarde uit het beeldkwaliteitsplan. Het gebouw is voorzien van glas in combinatie met staal en baksteen. Hierdoor ontstaat de gewenste verbinding met de bestaande bebouwing in de omgeving. Om alle functies op de begane grond te bereiken worden de gronden rondom geplooid aangelegd. Er is een gebouw ontstaan, in het groen, zonder achterkant. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een goede stedenbouwkundige inpassing die overeenkomt met het stedenbouwkundig- en beeldkwaliteitsplan en daarmee passend is in de omgeving. Functionele inpassing Het projectgebied is in het stedenbouwkundig plan opgenomen als een woon/werk en horecalocatie. In de plint van het gebouw komen mogelijkheden voor bedrijven in de vorm van kantoren, met daarboven appartementen. De beoogde functies komen dan ook overeen met de beoogde functies uit het stedenbouwkundig plan en passen daarmee in de omgeving.
2.4
Parkeren en ontsluiting
Parkeren Een belangrijk aspect voor ruimtelijke ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied is de verwerking en afhandeling van de parkeerbehoefte. Het betreft een parkeerbehoefte voor meerdere doelgroepen, namelijk bewoners van de appartementen en werknemers van de kantoorlocatie. De gemeente Noordoostpolder gaat uit van de parkeernormen die zijn vastgelegd in de Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016. Voor het middensegment koop geldt in het centrum van Emmeloord volgens de Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016 een parkeernorm van 1,4 parkeerplaatsen per woning, waarvan 0,3 is gereserveerd voor bezoekers. Op basis daarvan dient bij 19 appartementen minimaal in 27 parkeerplaatsen te worden voorzien (19 x 1,4 = 26,6). Onder het gebouw komt een parkeergarage waar 19 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Deze 19 parkeerplaatsen zijn bedoeld voor de bewoners van de 19 appartementen. Gezien de oppervlakte van het gebouw en de kelder, en de noodzaak om ook bergingen ondergronds te realiseren, kan de parkeergarage niet meer ruimte bieden dan 19 parkeerplaatsen. Voor de woningen zijn in de openbare ruimte nog 8 parkeerplaatsen nodig. In de commerciële plint komt 211 m2 aan kantoorruimte. Volgens de Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016 hebben kantoren (zonder balie functie) een parkeernorm van 1,6 parkeerplaatsen per 100 m2.
Dus voor de kantoren in het gebouw zijn minimaal 4 parkeerplaatsen nodig (2,11 x 1,6 = 3,376). Voor deze parkeerplaatsen geldt dat deze worden voorzien in de openbare ruimte rondom het gebouw omdat de parkeergarage hiervoor geen ruimte kan bieden. Voor het projectgebied ligt de grote parkeerplaats De Deel. Voor dit parkeerterrein heeft in 2017 een parkeeronderzoek plaatsgevonden. In dit onderzoek is onderzocht hoe de parkeerdruk is voor het centrumgebied van Emmeloord in de huidige situatie en wanneer het volledige centrumplan voor Emmeloord wordt ontwikkeld. De voorgenomen ontwikkeling valt binnen dit centrumplan. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat in de huidige situatie op elk moment van de week ruim voldoende parkeercapaciteit in het centrum van Emmeloord is. Uitgaande van de in deze rapportage gehanteerde uitgangspunten, is ook na realisatie van het centrumprogramma eveneens op elke moment van de week voldoende parkeercapaciteit in het centrum van Emmeloord aanwezig. Dit parkeerterrein heeft daarom voldoende capaciteit om de 12 parkeerplaatsen in de openbare ruimte op te vangen. Tevens is in 2017 een parkeeronderzoek uitgevoerd (bijlage 1), waarin is onderzocht hoeveel parkeerplaatsen er in de openbare ruimte in het centrum van Emmeloord nodig zijn. In het
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
18
parkeeronderzoek voor het hele centrum is aangegeven op welke wijze het parkeren van deze locatie ingepast wordt (parkeren op eigen terrein, parkeren in openbaar gebied). De invulling is conform deze wijze ingevuld. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat in de huidige situatie op elk moment van de week ruim voldoende parkeercapaciteit in het centrum van Emmeloord. Uitgaande van de in deze rapportage gehanteerde uitgangspunten, is ook na toevoeging van het programma eveneens op elke moment van de week voldoende parkeercapaciteit in het centrum van Emmeloord aanwezig. Verkeer De Deel is de ontsluitingsweg naar het projectgebied. Deze weg is de toegangsweg richting het centrumgebied van Emmeloord en het naastgelegen parkeerterrein. De in- en uitrit van de parkeerkelder wordt eveneens op deze weg ontsloten. De Deel wordt ten zuiden van het projectgebied ontsloten op de Korte- en Lange Dreef. Ten westen van het projectgebied gaat De Deel over op de Onder de Toren Weg. Deze wegen zijn berekend op de capaciteit van het parkeerterrein op De Deel. Zoals hiervoor beschreven past dit plan binnen de capaciteit van dit parkeerterrein. Deze wegen hebben dus voldoende capaciteit voor de ontwikkeling. De deel is een weg bedoeld voor bestemmingsverkeer richting het naastgelegen parkeerterrein. Het is geen doorgaande hoofdroute. Voor De Deel geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
19
Hoofdstuk 3
Beleidskader
De ontwikkeling van het project moet passen in de geldende beleidskaders van respectievelijk het Rijk, de provincie en de gemeente. Uit dit beleidskader kunnen uitgangspunten voortvloeien waarmee in dit project rekening gehouden moet worden. Naast dit beleid is ook sprake van Europese regelgeving die doorwerkt in het project. Deze regelgeving komt aan de orde bij de omgevingsaspecten in het volgende hoofdstuk.
3.1
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Met de SVIR zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Om de verantwoordelijkheden daar te leggen waar ze het beste passen, draagt het Rijk de ruimtelijke ordening over aan de provincies en gemeenten. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Dit project raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro. Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In 2017 is de Ladder herzien.
In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan of in een ruimtelijke onderbouwing behorend bij een vergunningsaanvraag dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting of onderbouwing een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Voor de behoefte van de commerciële ruimten wordt verwezen naar de uitwerkingsagenda en de marktruimteverkenning van het centrumplan van Emmeloord. Hierin is opgenomen dat in aanvulling op het huidige aanbod, er een markruimtepotentie is van circa 250 m2 aan aanvullende dienstverlenende bedrijvigheid. Het projectgebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied. De beoogde ontwikkeling betreft de ontwikkeling van 19 appartementen en 211 m2 aan kantoorruimte. Deze ontwikkeling past binnen het recente centrumplan van Emmeloord. De nut en noodzaak van de ontwikkeling zal aangetoond moeten
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
20
worden. Behoefte appartementen De beoogde ontwikkeling maakt 19 appartementen mogelijk. Uit de structuurvisie en Woonvisie Noordoostpolder 2020 'Kansen grijpen' van de gemeente Noordoostpolder blijkt dat de gemeente voornamelijk inzet op inbreidings- en functieveranderingslocaties. In de Woonvisie Noordoostpolder 2020 'Kansen grijpen' wordt geconcludeerd dat er nog programmaruimte is voor circa 1.000 woningen is in de komende 10 jaar. Dit komt neer op 100 woningen per jaar.p Ook in het Centrumplan Emmeloord dat in 2017 is opgesteld blijkt dat destijds de totale behoefte aan extra woningen in en nabij het centrum tot 2025 wordt geraamd op 10 tot 15 woningen per jaar. In het Centrumplan komt ook naar voren dat in de gemeente Noordoostpolder behoefte is aan hoogwaardigere woningen en aan een gevarieerd aanbod woningtypen en woonmilieus. Door het vernieuwen, verbeteren en transformeren van bestaande woningen en ander vastgoed kan die kwaliteit gerealiseerd worden. Met de beoogde ontwikkeling van 19 appartementen voor verschillende doelgroepen wordt voorzien in zowel een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte. Met het project in het centrum van Emmeloord wordt aangesloten bij het gemeentelijk beleid waarin ingezet wordt op inbreidingslocaties.
De beoogde ontwikkeling vindt namelijk plaats in het bestaand stedelijk gebied, waarbij een oud bedrijfsverzamelgebouw wordt vervangen door een multifunctioneel gebouw met drie bewoonbare bouwlagen. Daarmee draagt de ontwikkeling bij aan het verlevendigen van het centrumgebied. Behoefte commerciële ruimte Met de beoogde ontwikkeling wordt tevens circa 211 m2 aan commerciële ruimte op de begane grond gerealiseerd, die gebruikt kunnen worden voor verschillende soorten bedrijvigheid. De projectlocatie is opgenomen in het Centrumplan Emmeloord als locatie voor wonen en werken. Met het centrumplan, waar de beoogde ontwikkeling deel van uitmaakt wordt een bijdrage geleverd aan de aantrekkelijkheid van het centrumgebied. Geconcludeerd kan worden dat met de beoogde ontwikkeling sprake is van duurzaam ruimtegebruik.
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsprogramma Provincie Flevoland In 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie FlevolandStraks vastgesteld (zie volgende paragraaf). Hierin is in hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst van Flevoland weergegeven. Deze eerste versie van het Omgevingsprogramma Flevoland is vastgesteld door Provinciale Staten van Flevoland op 27 februari 2019. In deze versie is er voor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd. Stedelijk gebied Het verstedelijkingsbeleid is gericht op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Het beleid maakt behoud en versterking van de kwaliteit van de fysieke omgeving mogelijk. Het gaat hierbij om efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Deze doelen worden gediend door de stedelijke ontwikkeling van de kernen te bundelen. Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Dit ondersteunt de optimale benutting van infrastructuur en centrumvorming rondom belangrijke vervoerknooppunten.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
21
Wonen In de afgelopen decennia is in Flevoland onvoldoende gedifferentieerd gebouwd. De nadruk lag op ruime eengezinswoningen. Hoewel Flevoland een opvangtaak voor andere delen van Nederland behoudt, komt de woningbehoefte van de huidige inwoners steeds nadrukkelijker op de voorgrond te staan. Hierbij moet rekening worden gehouden met de specifieke behoeften van ouderen, alleenstaanden en starters, omdat de bestaande woningvoorraad daar onvoldoende aan tegemoet komt. De voorgenomen ontwikkeling past binnen het omgevingsprogramma. De ontwikkeling is onderdeel van de herstructurering van het centrum van Emmeloord. Door deze herstructurering wordt het centrumgebied van Emmeloord versterkt. Op het gebied van wonen worden met dit project 19 appartementen gerealiseerd voor de specifieke behoeften van ouderen, alleenstaanden en starters. Dit sluit naadloos aan op het woonbeleid. Daarnaast passen de commerciële ruimtes die in de plint van het gebouw worden gerealiseerd binnen het locatiebeleid van de provincie. Omgevingsvisie Flevoland - FlevolandStraks De Omgevingsvisie FlevolandStraks (vastgesteld op 8 november 2017) geeft de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. De visie gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor Flevoland liggen en welke ambities we hebben voor de toekomst.
Vanuit de omgevingsvisie worden er drie kernopgaven beschreven: * Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving). * Kra chtige Sa menl evi ng (sociaal -economische omgevi ng). * Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: * Duurzame Energie. * Regionale Kracht. » Circulaire Economie. » Landbouw: Meerdere Smaken. Flevoland biedt in 2030 en verder ruimte voor duurzame ontwikkelingen met oog voor fysieke, sociale en economische aspecten. Met de voorgenomen ontwikkeling vindt een fysieke ontwikkeling die een duurzaam toekomstperspectief biedt voor het centrumgebied. Dat heeft ook weer een positief effect voor de regionale kracht van Emmeloord. Het project sluit aan op de omgevingsvisie. RO-Visie Werklocaties Gedeputeerde Staten van Flevoland hebben op 28 juni 2016 de RO-visie Werklocaties Flevoland vastgesteld. Het doel van de visie is om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik van werklocaties zodat het aanbod passend is bij de behoefte en regionaal is afgestemd. Het maatschappelijk effect dat de provincie daarmee wil bereiken is slim en zuinig ruimtegebruik.
In de RO-visie werklocaties worden twee verschillende concepten van werklocaties voor het stedelijk gebied onderscheiden; formele en informele werklocaties. Een formele werklocatie heeft een omvang van minimaal 1 ha bruto en is een scherp afgebakend gebied. Een informele werklocatie is een locatie waar bedrijven en werkvormen zich kunnen vestigen die vallen volgens de VNG-brochure onder de milieucategorie 1, 2 en 3.1, waarbij sprake is van een zekere en ruimtelijk herkenbare menging met andere functies. Het projectgebied valt in informele werklocaties. Visie op de veranderopgaven Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
22
Provincie Flevoland wil met deze visie geen toekomstige blauwdruk geven. De provincie wil wel richting geven aan de ontwikkeling van werklocaties in een nieuwe realiteit. Doelstelling van deze visie is om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik van werklocaties zodat het aanbod passend is bij de behoefte en regionaal is afgestemd. De ladder voor duurzame verstedelijking staat hierin centraal. De beoogde ontwikkeling past in de RO-Visie Werklocaties. In paragraaf 3.1 is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de ladder van duurzame verstedelijking. Uit deze paragraaf blijkt dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Daarnaast ligt het projectgebied in het centrumgebied van Emmeloord. Waarmee het project past binnen de Focus van de provincie.
3.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Noordoostpolder 2025 In de Structuurvisie 2025, die is vastgesteld op 9 december 2013, wordt de visie van de gemeente Noordoostpolder op de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van de Noordoostpolder geschetst. In de structuurvisie streeft de gemeente naar een aantrekkelijke en uitnodigende fysieke woonomgeving. Er wordt ingezet op afwisselend woningaanbod en bijzondere woonmilieus. Inbreiding in de kernen gaat voor uitbreiding van de kernen in het landelijk gebied (vernieuwing van binnenuit). De gemeente kiest voor effect rijke maatregelen voor de bestaande bebouwde omgeving waarop invloed valt uit te oefenen. In dit project wordt in het centrumgebied van Emmeloord 19 appartementen met op de begane grond commerciële ruimte gerealiseerd. Hiermee wordt een verouderd bedrijfsverzamelgebouw in het centrum van Emmeloord herontwikkeld, waarbij woningaanbod voor verschillende doelgroepen wordt toegevoegd. Daarnaast is sprake van een inbreidingslocatie nabij het centrum van Emmeloord. Hiermee past de ontwikkeling binnen het beleid van de Structuurvisie. Woonvisie Noordoostpolder 2020 'Kansen grijpen' De gemeente Noordoostpolder heeft in 2020 een nieuwe woonvisie opgesteld. De vorige woonvisie werd opgesteld ten tijde van crisis. Inmiddels is er meer ruimte om ambities te formuleren.
Het gaat er niet alleen meer om om de gemeente aantrekkelijk te houden, maar juist ook om deze aantrekkelijker te maken. Uitgangspunt van de programmering in deze woonvisie is de laatste bevolkingsprognose van de gemeente. Tegelijk is het beeld dat de groei hoger uit zou kunnen vallen en de ambitie van de gemeente is om aan die grotere behoefte te voldoen. Dat betekent dat er een flexibele programmering is, waarbij een jaarlijkse bijstelling van prognose en planning nodig is. Op basis van de bevolkingsprognose is in de komende 10 jaar een toevoeging van 1.000 woningen mogelijk. Daarbij is het overschrijden van de gemiddelde jaarprogrammering van 100 woningen in de eerste jaren geen probleem. De gemeente ziet nieuwbouwlocaties als een kans om kwaliteiten aan de voorraad toe te voegen die er nu nog niet zijn. Hier ligt een kans om bijzondere, onderscheidende woonmilieus te maken. Het gaat er om dat kwaliteiten en programma's orden toegevoegd die nu in de voorraad ontbreken. Als voorbeeld hiervan wordt 'het Aandeel' genoemd. Dit betreft het gebouw ten oosten van het projectgebied. Verder wordt het programma gespreid over Emmeloord en de dorpen en tussen inbreiding en uitbreiding.
Deze ontwikkeling past binnen het beleid van de nieuwe woonvisie van gemeente Noordoostpolder, doordat het om een bijzonder nieuwbouwproject gaat dat, net als het Aandeel, kwaliteiten biedt die voorheen nog niet in de gemeente aanwezig waren. Ook het aantal woningen past ruimschoots binnen de programmering van de gemeente. Bovendien voorziet de voorgenomen ontwikkeling in
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
23
programmatische vernieuwing door de realisatie van 19 appartementen voor verschillende doelgroepen. Centrumplan Emmeloord De gemeente Noordoostpolder heeft in 2017 voor het centrumgebied van Emmeloord een centrumplan opgesteld. In dit plan voor het centrum van Emmeloord zijn 8 ruimtelijke principes sturend. Zij vormen het fundament van het stedenbouwkundig plan en krijgen verdieping in de richtlijnen voor beeldkwaliteit. Belangrijk hierbij is dat de gaten in het stadshart worden opgevuld, dat er winkelstraten ontstaan met aan twee zijden winkels, dat er sfeervolle straten komen met veel groen en dat er naast de winkelfunctie ook horeca en wonen worden toegevoegd in het stadshart om de diversiteit en de levendigheid te bevorderen. Het projectgebied ligt aan de westkant van het centrum. Aan de westkant van het centrum ligt het accent op horeca en cultuur. Het projectgebied is in het centrumplan opgenomen als locatie voor wonen en werken. Deze ontwikkeling die dit plan mogelijk maakt, past dus binnen het centrum-plan van de gemeente Noordoostpolder. Naast een stedenbouwkundige visie en een beeldkwaliteitsplan, die beide in paragraaf 2.3 uiteen zijn gezet, is er tevens een Uitwerkingsagenda opgesteld voor het Centrumplan Emmeloord. De uitwerkingsagenda is een voorzet van het college om partijen uit te dagen om individueel maar ook gezamenlijk mee te denken en mee te doen.
In de uitwerkingsagenda is de essentie van het commpacte centrum, de kernbegrippen en de randvoorwaarden toegelicht. De complete opgave is opgedeeld in deelgebieden. Voor het projectgebied geldt het deelgebied 'De Deel en haar omgeving (Kop West). Voor het verblijfsgebied aan de Koningin Julianastraat ( waar het projectgebied binnen valt) geldt dat dit een groen verblijf- en woongebied moeten worden, waarin onder meer wonen in het groen wordt gerealiseerd. Dit project sluit aan bij deze insteek omdat er een woongebouw in een groene omgeving wordt gerealiseerd. Welstand De welstandsnota geeft een helder en actueel beeld van de bestaande architectonische en stedenbouwkundig-landschappelijke kwaliteiten van de gemeente Noordoostpolder. De Welstandsnota gaat uit van een gebiedsbenadering. Het projectgebied valt in de Emmeloord - Centrum. In dit gebied is het van belang de oorspronkelijke bebouwingskarakteristieken te behouden en waar mogelijk te versterken. In 2017 is voor het centrumgebied een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Zoals beschreven in paragraaf 2.3 is met het ontwerp van het gebouw aangesloten bij de uitgangspunten die worden voorgeschreven in dit beeldkwaliteitsplan.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
24
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
25
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Milieuzonering
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Een gemengd gebied is een gebied met een sterke tot matige functiemenging. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. De voorgenomen woningen betreffen gevoelige functies. Het projectgebied kan omschreven worden als 'gemengd gebied'. Het gebied ligt namelijk in het centrum waar bedrijfsfuncties en woonfuncties zijn toegestaan. Op basis van het geldende bestemmingsplan heeft het gebied ten oosten van het projectgebied de bestemming 'Centrum - 1'.
Ter plaatse zijn verscheidene functies toegestaan, uit maximaal milieucategorie 2. Dit houdt in dat de maximale richtafstand van 10 meter van toepassing is. Binnen 10 meter van de voorgenomen locatie van het gebouw dat in het projectgebied wordt gerealiseerd zijn geen van deze functies aanwezig. In het gebouw AanDeel dat ten oosten van het projectgebied staat zit wel een horecafunctie. Dit betreft echter een horecafunctie uit milieucategorie 1. Hiervoor geldt een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied. Er wordt aan alle richtafstanden voldaan. Andersom wordt in het plangebied een kantoorruimte mogelijk gemaakt. Voor een dergelijke inrichting geldt milieucategorie 1. In gemengd gebied betekent dit een richtafstand van 0 meter. Daarom wordt bij voorbaat al aan de richtafstand voldaan en is sprake van een functie die met wonen goed verenigbaar is. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
26
4.2
Geluid
Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/u-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat bron- en overdrachtsmaatregelen om de geluidbelasting aan de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximale ontheffingswaarde niet te boven gaan. Deze hogere waarde is te verlenen tot 63 dB in de bebouwde kom. Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidzone (Wet geluidhinder) van de Korte Dreef. Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai afkomstig van deze weg. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 2.
Uit de wegverkeerslawaaiberekeningen blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van Lden= 48 dB vanwege de Korte Dreef wordt overschreden, maar de maximale grenswaarde van Lden= 63 dB niet. Voor het plan dienen hogere waarden te worden vastgesteld in het kader van de Wgh van ten hoogste Lden= 52 dB. Het toepassen van geluidreducerende maatregelen is niet aan de ode. Het toepassen van stil asfalt ligt buiten de (financiële) reikwijdte van het plan en afschermende voorzieningen zijn stedenbouwkundig niet gewenst. Uit de berekeningen blijkt verder dat niet gezoneerde 30 km-wegen een hogere geluidbelasting veroorzaken dan de in het kader van de Wgh gezoneerde Korte Dreef. Bij het vaststellen van de benodigde geluidwering in de gevels van de woningen dient rekening te worden gehouden met de totale geluidbelasting, inclusief de 30 km-wegen. Op grond van het Bouwbesluit 2012 dient de karakteristieke geluidwering GA;kvan een verblijfsgebied ten minste te voldoen aan de geluidbelasting minus 33 dB. Op grond van tabel 5 dient de GA;k ten minste 23-28 dB(A) te bedragen. Door voor het gehele appartementengebouw een generieke geluidwering van GA;k = 28 dB(A) te realiseren, is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
4.3
Bodem
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Dat geldt in het bijzonder voor gevoelige functies als wonen. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Verdachte plekken met betrekking tot de kwaliteit van de bodem dienen in het kader van de Wet bodembescherming bij ruimtelijke plannen en projecten te worden gesignaleerd vanuit een goede ruimtelijke ordening. Voor het projectgebied is in juni 2020 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (bijlage 3). Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevat een verhoogd gehalte barium ten opzichte van de streefwaarde. Het gemeten gehalte barium in het grondwater overschrijdt de tussenwaarde/bodemindex-waarde niet en geeft daardoor geen formele aanleiding tot
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
27
het instellen van een nader onderzoek. Wel is er aanleiding voor het uitvoeren van een asbestonderzoek. In het verkennend bodemonderzoek is geconstateerd dat aan de zuidzijde van de aanbouw zich een afdak bevindt. Het dak van het afdak bestaat uit asbestverdachte dakplaten. Het dak is niet voorzien van een dakgoot en watert af op de onverharde bodem. Ter platse van de onverharde bodem dient de druppelzone nog onderzocht te worden naar aanwezigheid van asbest in de bodem. Dit onderzoek zal nog worden uitgevoerd. Indien asbest aanwezig is zal dit deel gesaneerd worden. De onderzoeksresultaten stemmen niet overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese 'onverdacht' dient formeel verworpen te worden. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden. Dit is echter voor het grootste deel van het projectgebied niet zodanig dat nader onderzoek noodzakelijk is, of dat dit een belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Er zal uitsluitend nader onderzoek naar asbest plaatsvinden ter plaatse van de druppelzone van het afdak. Waar nodig zal sanering worden uitgevoerd.
4.4
Water
Vanwege het grote belang van het water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijke plannen verwacht. Bovendien is de watertoets een verplicht onderdeel in de ruimtelijke procedure geworden door de verankering in het Besluit ruimtelijke ordening. Het projectgebied ligt in het beheersgebied van waterschap Zuiderzeeland. Toetsing Het project is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Zuiderzeeland ( Kenmerk: 20201014-37-24501). De watertoets is als bijlage 4 opgenomen bij de onderbouwing. Voor de ontwikkelingen dient de korte procedure te worden doorlopen. Dit betekent dat er over dit project nader overleg met het waterschap plaatsvindt in het kader van de projectprocedure. Op basis van de watertoets is een uitgangspuntennotitie opgesteld die als goede basis voor de uitvoering van het project geldt. Hierna wordt op de relevante uitgangspunten ingegaan. Omdat het projectgebied niet gelegen is binnen een waterkering, is het thema veiligheid niet relevant. Voldoende water Voor projecten geldt het principe 'waterneutraal bouwen' als uitgangspunt. Dit wil zeggen dat, wanneer het verhard oppervlak toeneemt, compenserende maatregelen worden genomen om piekafvoeren op te vangen. In dit geval ligt het projectgebied binnen bestaand stedelijk gebied.
Met de beoogde ontwikkeling neemt het verharde oppervlak ten opzichte van de huidige situatie niet toe, omdat de gronden in de huidige situatie ook al verhard zijn. Er bestaat om die reden geen compensatieopgave. Bovendien wordt rondom het nieuwe gebouw groen aangelegd. Dit laatste zorgt ervoor dat de gronden rondom het gebouw het mogelijk maken voor water om te infiltreren. In het kader van de herinrichting van De Deel is door de gemeente waterberging aangelegd. Voor de onderhavige ontwikkeling is daarom waterberging aangelegd. Schoon water Omwille van de waterkwaliteit worden geen uitlogende (bouw)materialen toegepast. Wat betreft het rioolstelsel wordt aangesloten op een gescheiden rioolstelsel. Wateradvies Het waterschap Zuiderzeeland heeft gereageerd op de ingediende watertoets door middel van het wateradvies dat is opgenomen in Bijlage 4. Dit advies is vervolgens verwerkt in deze paragraaf.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
28
4.5
Ecologie
Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Daarnaast is in elke provinciale verordening een uitwerking van de Wnb opgenomen. In de provincie Flevoland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen. In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 3 bij deze verordening. Gebiedsbescherming Met betrekking tot gebiedsbescherming is de ligging van de aangewezen Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) van belang. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (IJsselmeer) ligt op circa 10 kilometer. De ontwikkeling heeft, mede gelet op de aard en kleine omvang van de ontwikkeling, geen negatieve effecten op natuurwaarden die op grotere afstand liggen Natura 2000-gebieden: impact stikstofdepositie Het plangebied ligt buiten beschermde Natura 2000-gebieden.
De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied de IJsselmeer bedraagt 10 km. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het projectgebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, het IJsselmeer, is niet gevoelig voor stikstofdepositie. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied waarbinnen sikstofgevoelige habitats voorkomen, de Weerribben, ligt op ruim 15 kilometer van het projecetgebied. De geplande gebouwen worden gasloos opgeleverd waardoor deze in de gebruiksfase geen invloed hebben op de Natura 2000 gebieden. De verwachting is dat het aantal verkeersbewegingen niet toeneemt. Wel is voor de sloop- en aanlegfase van belang om een significante toename van stikstofdepositie uit te sluiten. Daarom is in het kader van deze ontwikkeling een stikstofberekening uitgevoerd. Deze is opgenomen als bijlage 5. Uit het stikstofonderzoek is naar voren gekomen dat zowel met betrekking tot de aanleg- als de gebruiksfase er geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is daarmee geen sprake van stikstofdepositie met een significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.
Soortenbescherming Ten aanzien van de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden tot het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. In het kader van dit project is een quickscan flora en fauna uitgevoerd, die is opgenomen als bijlage 6. De belangrijkste conclusies zijn hieronder uiteengezet: In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen(vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
29
van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen wordt uitgesloten. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in de Provincie Flevoland. Het voorkomen van overige beschermde soorten kan worden uitgesloten. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten;de ruimtelijke ontwikkeling aan De Deel 22 te Emmeloord is niet in strijd met het gestelde van de soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hierbij rekening gehouden te worden.
4.6
Archeologie
In de Erfgoedwet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. De Archeologische basis- en beleidsadvieskaart voor het grondgebied van Noordoostpolder, vastgesteld door B&W/gemeenteraad in 2018 en de Erfgoedverordening, vastgesteld in 2012 geven inzicht in de te verwachten archeologische waarden. De archeologische waarden zijn in het geldende bestemmingsplan beschermd middels dubbelbestemmingen. Het projectgebied ligt in een gebied waar geen archeologische verwachting is en valt daarmee buiten de archeologische waardevolle gebieden. Onderzoek naar de archeologische waarden is niet noodzakelijk.
4.7
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen het projectgebied of in de directe omgeving zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig waarop het Besluit externe veiligheid inrichtingen van toepassing is. In of nabij het projectgebied liggen evenmin (hogedruk)aardgastransportleidingen. Met dit project worden geen nieuwe objecten voor minder zelfredzame personen gerealiseerd. Het aspect externe veiligheid heeft geen gevolgen voor de uitvoering van dit project
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
30
4.8
Luchtkwaliteit
Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn vaak het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Projecten die in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging, zijn op grond van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Op grond van de Regeling Niet in betekenende mate (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: * woningbouwlocaties met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 nieuwe woningen bij twee ontsluitingswegen; » kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen; » projecten die minderen dan 3% van de (toekomstige) grenswaarde voor stikstofdioxide of fijnstof bedragen. Dit komt overeen met 1,2 n/m3.
In dit project wordt de bouw van 19 appartementen en een commerciële plint van 211 m2 bvo mogelijk gemaakt. Gezien de beperkte omvang van het project, valt het voornemen onder de regeling 'niet in betekenende mate'. Het voornemen draagt dus niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek naar de gevolgen van het project voor de luchtkwaliteit is daarom niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit project
4.9
Cultuurhistorie
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Binnen het projectgebied zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden aanwezig. Het is niet noodzakelijk om andere eisen ten aanzien van de bescherming van cultuurhistorische waarden te stellen.
4.10
Kabels, leidingen en zoneringen
Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteits- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In of nabij het projectgebied lopen geen hoofdkabels of -leidingen. Ook liggen er geen relevante zones over het projectgebied.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
31
Hoofdstuk 5
5.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Dit project maakt deel uit van het centrumplan Emmeloord. Rondom dit overkoepelende project zijn meerdere informatieavonden georganiseerd. Deze informatieavond was voor een ieder vrij toegankelijk. Tot op heden zijn er geen signalen ontvangen dat er bezwaren zijn tegen de nieuwbouw. Procedure omgevingsvergunning Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is de ontwikkeling voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. Hierop heeft de provincie aangegeven dat de AERIUS-berekening destijds was opgesteld in een verouderde versie van de AERIUS-calculator. De berekening is daarom opnieuw uitgevoerd in de meest recente calculator en toegevoegd aan de onderbouwing. Verder is ook in een later stadium een quickscan flora en fauna toegevoegd aan de onderbouwing en is het akoestisch onderzoek aangepast. De ontwerpomgevingsvergunning wordt met bijbehorende stukken gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Een ieder wordt zo in de gelegenheid gesteld om bedenkingen tegen het initiatief kenbaar te maken. De ingekomen zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming over het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep.
De genoemde procedure toont de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aan.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De initiatiefnemer heeft aannemelijk gemaakt dat het project financieel haalbaar is. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Indien er sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan op te stellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan door middel van een anterieure overeenkomst. Voor vaststelling van het planologisch besluit dient duidelijk te zijn op welke wijze de kosten zullen worden verhaald.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
32
Tussen gemeente en initiatiefnemer is een koopovereenkomst gesloten. Ook wordt nog een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten. Op grond hiervan is de economische uitvoerbaarheid geborgd.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
33
Hoofdstuk 6
6.1
Afweging en conclusies
Aanleiding
Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub 1 onder 3 van de Wabo, waarmee, in afwijking van het geldende bestemmingsplan, de ontwikkeling van een nieuw woongebouw inclusief kantoorruimte wordt mogelijk gemaakt.
6.2
Afweging
Het project past binnen de kader van het rijk, de provincie en de gemeente. Verder leveren de omgevingsaspecten en/of de sectorale wet- en regelgeving geen belemmeringen op voor realisatie van de ontwikkeling in het projectgebied. Andersom is er ook nauwelijks sprake van impact van de ontwi kkel ing op de omgevi ng.
6.3
Conclusie
Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
34
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
35
Bijlagen toelichting
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
36
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
37
Bijlage 1
Parkeeronderzoek
Rho adviseurs voor leefruimte
20201165
Parkeeronderzoek Centrum Emmeloord - Gemeente Noordoostpolder -
BonoTraffics bv specialisten in verkeer
IJsselkade 60 8261 AH Kampen T 038-337 17 20 I www.bonotraffics.nl E info@bonotraffics.nl
Projectomschrijving Opdrachtgever Projectnummer Datum Status Auteur(s)
Parkeeronderzoek centrum Emmeloord Gemeente Noordoostpolder 17.0093 7 september 2017 definitief Jarno Brouwer
Controle Projectleider/vrijgave
Jarno Brouwer
Parkeeronderzoek centrum Emmeloord
Gemeente Noordoostpolder
ínhoud 1
Inleiding
3
1.1
Leeswijzer
3
2
Huidige parkeersituatie
4
2.1
Uitvoering Parkeeronderzoek
4
2.2
Resultaten parkeeronderzoek
5
3
Parkeren programma B
6
3.1
Invulling programma B
6
3.2
Uitgangspunten invulling programma B
6
3.3
Benodigde parkeercapaciteit programma B
7
3.4
Wijzigingen openbare parkeercapaciteit
8
4
Toekomstige parkeersituatie
9
4.1
Openbare restcapaciteit parkeren
9
4.2
Conclusie toekomstige parkeersituatie
9
Bijlagen
11
Bijlage 1.1; resultaten parkeerdrukonderzoek
12
Bijlage 1.2; resultaten parkeerdrukonderzoek
12
Bijlage 1.3; resultaten parkeerdrukonderzoek
13
Bijlage 1.4; resultaten parkeerdrukonderzoek
14
Bijlage 1.5; resultaten parkeerdrukonderzoek
16
Bijlage 1.6; resultaten parkeerdrukonderzoek
16
Bijlage 1.7; resultaten parkeerdrukonderzoek
17
Bijlage 2.1; Invulling programma B
18
Bijlage 2.2; Parkeerbalans invulling programma B
19
Bijlage 3; Wijzigingen openbare parkeercapaciteit
20
BonoTraffics bv specialisten in verkeer
Parkeeronderzoek centrum Emmeloord
Gemeente Noordoostpolder
Inleiding De samenleving van Emmeloord heeft zich uitgesproken over de toekomst van Stadshart Emmeloord. De voorkeur gaat uit naar een Compact Centrum. Het college en de gemeenteraad hebben die voorkeur overgenomen. Daarmee is een duidelijke richting afgesproken voor de ontwikkeling van Stadshart Emmeloord. Het centrum moet compacter en gezelliger worden, gevarieerd blijven, eigen en duurzaam zijn. Een sfeervol gebied met ruimte voor evenementen en gratis parkeren. In gesprekken met ondernemers, eigenaren, potentiële investeerders, de gemeenteraad en de Adviesgroep waarin ook inwoners meedoen, is de inbreng vanuit diverse gesprekken verwerkt in drie (stedenbouwkundige) varianten voor een Compact Centrum. Voor de voorkeursvariant (variant B) wil de gemeente inzicht hebben in hoeveel parkeerplaatsen er nu en in de toekomst nodig zijn voor het betreffende programma.
Leeswijzer Om inzicht te bieden in de benodigde parkeercapaciteiten hebben wij voor de huidige situatie een parkeeronderzoek uitgevoerd en voor de toekomstige situatie een parkeerbalans opgesteld. De resultaten hiervan zijn beschreven in deze rapportage. De opzet, uitvoering en resultaten van het uitgevoerde parkeeronderzoek is beschreven in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 gaat in op de invulling van het programma B en de gehanteerde uitgangspunten ten behoeve van het opstellen van de parkeerbalans voor de toekomstige situatie. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de toekomstige parkeersituatie in het centrum van Emmeloord na toevoeging van programma B, de voorkeursvariant.
___________ Bonoľraffics bv
3
Parkeeronderzoek centrum Emmeloord
2
Huidige parkeersituatie
2.1
Uitvoering Parkeeronderzoek
Gemeente Noordoostpolder
Om de huidige parkeersituatie in beeld te brengen is een parkeeronderzoek uitgevoerd. Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied, zie afgebakend gebied in afbeelding 1, heeft betrekking op de openbare parkeercapaciteit die ten behoeve van functies van het centrum wordt ingezet. Het onderzoeksgebied is opgedeeld in wegvakken en parkeerterreinen (secties), waarvan de openbare parkeercapaciteit is bepaald.