9.1 Ontwerpbestemmingsplan Landelijk gebied Zwijnsweg 26 te Ens (1).pdf
Tekst van het document
Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK
11
M MATEBOER
Projectontwikkeling BV Bouw BV
Milieutechniek BV
3.2
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt op grote afstand (circa 2,7 kilometer) van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN is weergegeven in figuur 3.2.
Figuur 3.2 De ligging van het onderzoekgebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland
Gezien de tussenliggende afstand zijn als gevolg van de voorgenomen plannen/ingreep/ werkzaamheden geen (significante) negatieve effecten op de kenmerken en waarden van het NNN te verwachten. Vervolgonderzoek ten aanzien van het NNN is niet nodig.
Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK
12
M MATEBOER
Projectontwikkeling BV Bouw BV
Milieutechniek BV
4
SOORTENBESCHERMING
Dit hoofdstuk beschrijft de aangetroffen en te verwachten beschermde soorten en leefgebieden binnen het plangebied en de directe omgeving. Tevens is beschreven of de voorgenomen plannen effecten hebben op beschermde soorten en leefgebieden en is getoetst aan de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Wanneer het nemen van vervolgstappen (zoals het soortgericht onderzoek dan wel het aanvragen van een ontheffing) nodig is, is dit tevens vermeld.
4.1
Flora
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer geen beschermde plantensoorten te verwachten. Tijdens het veldbezoek zijn eveneens geen beschermde plantensoorten waargenomen in het plangebied. Deze worden op basis van de aanwezige biotoop ook niet verwacht. Aangetroffen plantensoorten betreffen niet-beschermde soorten zoals rolklaver, rode klaver, ridderzuring, zomereik, veldesdoorn, gewone esdoorn, beuk, hazelaar, zwarte bes, klimop en diverse grassoorten. Het nemen van vervolgstappen is voor flora niet aan de orde.
4.2
Vleermuizen
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer de vleermuissoorten gewone dwergvleermuis en meervleermuis te verwachten.
Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn wat hun keuze voor verblijfplaatsen betreft, globaal in te delen twee typen vleermuizen: gebouw bewonende en boom bewonende vleermuizen (Dietz et al. 2011).
Boom bewonende soorten Soorten zoals de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis maken gebruik van holtes en spleten in bomen als verblijfplaats en worden soms ook achter loshangend schors waargenomen.
Voor zover zichtbaar is ter plaatse van één grote beuk binnen het plangebied een ruimte (loszittend schors) aangetroffen die kan fungeren als verblijfplaats voor vleermuizen (figuur 4.1).
Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK
13
M MATEBOER
Projectontwikkeling BV Bouw BV
Milieutechniek BV
Figuur 4.1 Loszittend schors aan beuk binnen het plangebied
Verder zijn ter plaatse van de te kappen bomen geen ruimtes aangetroffen. Aangezien deze boom binnen de huidige plannen wordt verwijderd vindt er met de voorgenomen werkzaamheden een mogelijk negatief effect plaats en wordt de Wet natuurbescherming mogelijk overtreden. Derhalve, dient deze boom nader onderzocht te worden op verblijfplaatsen van vleermuizen.
Gebouw bewonende soorten Andere soorten zoals gewone dwergvleermuis en de meervleermuis worden uitsluitend in gebouwen aangetroffen. Hier bevinden de verblijfplaatsen zich voornamelijk op zolders, onder dakpannen, in spouwmuren en achter houten betimmering.
Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat ter plaatse van de twee grote asbest schuren, aan de noordoost en zuidwest kant van het dak metalen beplating met openingen aanwezig zijn (figuur 4.2).
Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK
14
M MATEBOER
Projectontwikkeling BV Bouw BV
Milieutechniek BV
Figuur 4.2 Zuidwest kant van de twee grote asbest schuren met aanwezige metalen en asbest beplating
Tevens, zijn rondom bij de gevelbeplating van de asbest schuren op meerdere plekken kieren en openingen waargenomen die toegang geven voor vleermuizen tot de ruimtes achter deze beplating. Deze ruimtes zijn geschikt als mogelijke verblijfplaatsen voor vleermuizen (figuur 4.3).
Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK
15
M MATEBOER
Projectontwikkeling BV Bouw BV
Milieutechniek BV
Figuur 4.3 Eén van de openingen nabij de gevelbeplating van de twee grote asbest schuren
In de asbest schuur, ter plaatse van de oostelijke kant van het pand, is tevens één afgebeten vlindervleugel (dagpauwoog) waargenomen tijdens het veldbezoek. Verder zijn aan noordoostelijke kant van de domeinschuur, nabij de fietsenopslag, ongeveer tien paar vlindervleugels en vermoedelijk uitwerpselen van vleermuizen aangetroffen. (figuur 4.4).
Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK
16
M MATEBOER
Projectontwikkeling BV Bouw BV
Milieutechniek BV
Figuur 4.4 De aangetroffen vlindervleugel van dagpauwoog ter plaatse van de asbestschuur die dient als opslag van landbouwmachines (links). De aangetroffen vlindervleugels van dagpauwoog ter plaatse van de domeinschuur (rechts).
In verband met de voorgenomen sloop van de schuren wordt mogelijk een overtreding van de Wet natuurbescherming begaan. Derhalve, dient in verband met de sloop van de twee asbest schuren en de domeinschuur op basis van het bovenstaande onderzoek gedaan te worden naar verblijfplaatsen van vleermuizen.
Foerageergebieden Vleermuizen jagen in zeer uiteenlopende biotopen; hoog boven in de lucht, boven open water, langs heggen en lanen, maar ook in dichte vegetatie. Voorbeelden van foerageergebieden zijn bossen, parken, tuinen, plassen, sloten en halfopen of open grasland. Vleermuizen jagen bij voorkeur op beschutte plekken waar insecten makkelijk te vangen zijn. De voorkeursplaats waar vleermuizen jagen is soort specifiek.
De bomenlanen binnen het plangebied zijn geschikt als onderdeel van foerageergebied voor vleermuizen. Aangezien binnen de bomenlanen slechts enkele bomen verwijderd zullen worden en de groenstructuur verder behouden blijft worden er geen mogelijke foerageergebieden voor vleermuizen verwijderd en is er geen vervolg noodzakelijk. Echter wanneer de werkzaamheden in de schemer of nacht uitgevoerd worden, kan kunstlicht wel een verstorende factor zijn voor vleermuizen. Om deze reden dienen de werkzaamheden ten alle tijde tijdens daglicht uitgevoerd te worden. Wanneer dit niet mogelijk is, is het nodig maatregelen te nemen om verstoring door kunstlicht te voorkomen.
Vliegroutes De foerageergebieden van vleermuizen kunnen op kilometers afstand liggen van de verblijfplaats. Vleermuizen maken gebruik van vaste vliegroutes tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Als een vleermuis op zo'n vliegroute plekken tegenkomt waar veel insecten zijn, zal deze de route tevens gebruiken worden om te jagen. De meeste vliegroutes liggen langs lijnvormige landschapselementen zoals lanen, heggen, bomenrijen en watergangen.
Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK
17
M MATEBOER
Projectontwikkeling BV Bouw BV
Milieutechniek BV
De bomenlanen binnen het plangebied zijn geschikt als onderdeel van vliegroute voor vleermuizen. Aangezien binnen de bomenlanen slechts enkele bomen verwijderd zullen worden en de groenstructuur (lijnvormig element) verder behouden blijft, worden geen mogelijke onderdelen van vliegroutes voor vleermuizen verwijderd en is geen vervolg noodzakelijk. Echter wanneer de werkzaamheden in de schemer of nacht uitgevoerd worden, kan kunstlicht wel een verstorende factor zijn voor vleermuizen. Om deze reden dienen de werkzaamheden ten alle tijde tijdens daglicht uitgevoerd te worden. Wanneer dit niet mogelijk is, is het nodig maatregelen te nemen om verstoring door kunstlicht te voorkomen.
4.3
Grondgebonden zoogdieren
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp is binnen een straal van één kilometer één grondgebonden zoogdier te verwachten. Dit is de in de Provincie Flevoland vrijgestelde soort haas.
In de grote schuur die dienstdoet als opslag voor landbouwvoertuigen, ter plaatse van de oostelijk hoek van het pand, zijn tijdens het veldbezoek waarnemingen (sporen en uitwerpselen) gedaan die duiden op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van bruine rat (figuur 4.5).
Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK
18
M MATEBOER
Projectontwikkeling BV Bouw BV
Milieutechniek BV
Figuur 4.5 Aangetroffen grote groep uitwerpselen van bruine rat ter plaatse van de oostelijke hoek van de schuur
De bruine rat is niet beschermd onder de Wet natuurbescherming en derhalve wordt met de geplande werkzaamheden geen overtreding van verbodsbepalingen begaan.
Steenmarter De steenmarter dankt zijn naam aan zijn voorkeur voor steenachtige biotopen en schuilplaatsen, zoals steengroeven, rotsige hellingen en gebouwen. De steenmarter komt vooral voor in parklandschap, maar ook in volkomen boomloze gebieden, steengroeven en rotsige hellingen. Hij is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig zelfs in grote steden. Hij heeft de voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en griefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt. (Zoogdierenvereniging, 2023)
Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK
19
MATEBOER
Projectontwikkeling BV Bouw BV
Milieutechniek BV
Tijdens het veldbezoek zijn in de meest oostelijk gelegen grote schuur die dienstdoet als opslag voor landbouwvoertuigen veel sporen (prooiresten en uitwerpselen) van een steenmarter waargenomen (figuur 4.6).
Figuur 4.6 Uitwerpselen en prooiresten van vermoedelijk steenmarter
Deze schuur kan mogelijk dienen als schuilplaats voor een steenmarter. Ter plaatse van de kleine schuur, ten noorden van het plangebied, zijn ook prooiresten waargenomen (figuur 4.7).
Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK
20
M MATEBOER
Projectontwikkeling BV Bouw BV
Milieutechniek BV
Het plangebied is verder ook zeer geschikt als onderdeel van de functionele leefomgeving van de steenmarter. Door de combinatie van takkenbossen die dienst kunnen doen als verblijfplaats (figuur 4.8, deze worden niet verwijderd) en oude asbest schuur met groenstructuren is het plangebied en de directe omgeving erg geschikt als mogelijke functionele omgeving voor de steenmarter. Aangezien de schuur waarin de sporen zijn aangetroffen wordt gesloopt, wordt mogelijk een overtreding van de wet natuurbescherming begaan en derhalve dienen vervolgstappen in de vorm van een nader onderzoek naar steenmarters te worden uitgevoerd.
Konijn Tijdens het veldbezoek is in de groenstrook binnen het plangebied een konijnenhol met rondom uitwerpselen aangetroffen (figuur 4.8).
Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK
21
M MATEBOER
Projectontwikkeling BV Bouw BV
Milieutechniek BV
Figuur 4.8 Aangetroffen konijnenhol, uitwerpselen en takkenbossen ter plaatse van het plangebied
Het voorgenomen kappen van enkele omliggende bomen heeft vermoedelijk geen negatieve effecten op deze verblijfplaats. Tevens is het konijn door de provincie Flevoland vrijgesteld in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Het nemen van vervolgstappen voor deze soort niet nodig.
4.4
Broedvogels
Broedvogels met een jaarrond beschermd nest Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer diverse jaarrond beschermde soorten te verwachten. Op basis van de gegevens van Quickscanhulp wordt binnen een straal van één kilometer huismus verwacht. Tevens zijn de twee grotere asbest schuren en de domeinschuur geschikt voor de huismus vanwege aanwezig ruimtes onder/nabij de platen van de daken (figuur 4.9).
Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK
22
M MATEBOER
Projectontwikkeling BV Bouw BV
Milieutechniek BV
Figuur 4.9 Aanwezige golfplaten dak ter plaatse van de twee grote asbest schuren (boven). Aanwezig gaten aan de zuidwest kant van de domeinschuur nabij de aanhechting van het dak.
Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK
23
M MATEBOER
Projectontwikkeling BV Bouw BV
Milieutechniek BV
Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied twee waarneming gedaan van een jaarrond beschermd nest. Nabij een gat in een houten balk, aan de voorkant van de domeinschuur, is een uitvliegende huismus waargenomen (figuur 4.10). Tevens is een zingend mannetje waargenomen op het dak van de domeinschuur.
. Y. ’
»- -- ‘ ''
Figuur 3.10 Aangetroffen huismusnest ter plaatse van de zuidwest kant van de domeinschuur binnen het plangebied (rood omcirkeld)
Ter plaatse van de noordoost kant van de asbest schuur is daarnaast achter een gevelplaat het nest van koolmezen aangetoond. Tijdens het veldbezoek is een invliegende koolmees waargenomen (figuur 4.11).
Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK
24
M MATEBOER
Projectontwikkeling BV Bouw BV
Milieutechniek BV
Figuur 4.11 Invliegopening van het koolmezen nest ter plaatse van de asbest schuur die dienst doet als werkplaats (rood omcirkeld).
Ter plaatse van één van de te kappen esdoorns binnen het plangebied is een nestkast van een kleine roofvogel waargenomen (figuur 4.12).
Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK
25