CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

9.1 Nota van Uitgangspunten Duurzaamheidsfonds.pdf

Gemeenteraad 15 september 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 9: Duurzaamheidsfonds6.668 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van Uitgangspunten Duurzaamheidsfonds 18 juni 2025

Samenvatting: Uitgangspunten duurzaamheidsfonds .............................................................. 3 1.

Inleiding .............................................................................................................................. 7

2.

Waarom zijn er uitgangspunten nodig voor het duurzaamheidsfonds? ........................... 8

3.

Uitgangspunten voor het duurzaamheidsfonds ................................................................. 8 1 – We combineren financieringsvormen om bereik en slagkracht te vergroten .............. 8 2 – We geven ruimte voor bovenwettelijke gemeentelijke ambities binnen het fondsdoel ............................................................................................................................... 9 3 – We zetten in op een flexibele inzet van het duurzaamheidsfond met inachtneming van reservevorming ............................................................................................................. 10 4 – We stimuleren cofinanciering om de slagkracht te vergroten .................................... 11 5 – Het duurzaamheidsfonds wordt gemeentebreed ingezet, met ruimte voor stimulans in de wijken en dorpen ........................................................................................................ 12 6 – We werken een heldere rolverdeling voor de beoordeling uit ................................... 13 7 – Focus op de programmalijn Energietransitie voor een gerichte en effectieve aanpak ..............................................................................................................................................

14 8 – We zorgen voor een evenwichtige verdeling tussen grote, middelgrote en kleine projecten .............................................................................................................................. 14 9 – We maken impact leidend en zorgen dat iedereen mee kan doen ............................. 16

4.

Vervolg op deze nota ........................................................................................................ 19

Bronnen: .................................................................................................................................. 20 Bijlagen ..................................................................................................................................... 21 Bijlage I Indicatie middelen duurzaamheidsfonds ............................................................... 21

2

Samenvatting: Uitgangspunten duurzaamheidsfonds Voor u ligt de samenvatting van de nota van uitgangspunten duurzaamheidsfonds. In deze nota worden de belangrijkste keuzes en uitgangspunten toegelicht voor de inrichting en uitvoering van het duurzaamheidsfonds. De samenvatting biedt een overzicht van negen uitgangspunten die als basis dienen voor de verdere uitwerking van het fonds. Het doel is om samen tot een effectief, transparant en breed gedragen instrument te komen dat bijdraagt aan het stimuleren van de brede energietransitie in onze gemeente

Uitgangspunt 1- We combineren financieringsvormen om bereik en slagkracht te vergroten Gezien de verwachtte middelen van € 8,5 miljoen over 25 jaar wordt voorgesteld om een mix van financieringsvormen toe te passen. Het merendeel van de middelen wordt ingezet als subsidies. Daarnaast worden er middelen gereserveerd voor het afdekken van de onrendabele top van maatschappelijk waardevolle projecten. De te verwachten baten van het oprichten van een revolverend fonds wegen in dit stadium niet op tegen de uitvoeringslasten. Wel reserveren we een deel van het fonds voor beheer en risicodekking en bodemvorming. Hiermee zorgen we voor een zorgvuldige en professionele uitvoering. Deze reservering krijgt vorm als een ‘bodem’ in de bestemmingsreserve, met een signaleringsfunctie voor mogelijke risico’s en toekomstige aanpassingen. Voorgestelde inzet van middelen:

•

Subsidies (± 60 %): Gericht op laagdrempelige projecten van bewoners, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties, die bijdragen aan participatie, bewustwording en de zichtbaarheid van duurzame energie.

•

Onrendabele-topfinanciering (±20%): In te zetten bij projecten met hoge maatschappelijke waarde die niet volledig rendabel zijn, zoals collectieve warmtevoorzieningen of integrale verduurzaming in kwetsbare wijken.

•

Opbouw bodem, beheer en risicoreserve (± 20% van de jaarlijkse kasstroom): Een deel van de jaarlijks beschikbare middelen wordt gereserveerd voor de inrichting en uitvoering van het fonds, inclusief het beheer en de opbouw van een risicoreserve.

De verdeling van middelen kan gedurende de looptijd worden bijgesteld op basis van effectiviteit en behoefte. Het is aan te bevelen om eens in de 2 jaar een evaluatie uit te voeren, waarbij de verdeling van de middelen kan worden herzien en waar nodig aangepast. Dit zorgt ervoor dat het fonds flexibel blijft en effectief kan inspelen op veranderende omstandigheden en behoeften.

Uitgangspunt 2- We geven ruimte voor bovenwettelijke gemeentelijke ambities binnen het fondsdoel Er wordt voorgesteld om onder voorwaarden ook bovenwettelijke gemeentelijke ambities te financieren, mits deze aantoonbaar bijdragen aan het doel van het fonds en een positieve impact hebben voor inwoners. Voorwaarde is dat: • De doelbinding van het fonds gewaarborgd blijft. • Er geen wettelijke gemeentelijke taken via het fonds worden gedekt. • De inzet van middelen levert aantoonbare meerwaarde op voor de lokale gemeenschap. • Inzet is mogelijk als versnellingskans binnen gemeentelijke verduurzamingsopgaven, aanvullend op reguliere middelen.

Uitgangspunt 3- We zetten in op een flexibele inzet van het duurzaamheidsfonds met inachtneming van het instellen van een bodembedrag Het duurzaamheidsfonds moet zowel voldoende flexibel en stabiel zijn om op korte termijn initiatieven te ondersteunen, als op langere termijn grotere of meerjarige projecten mogelijk te maken. Daarom kiezen we voor een flexibele bestedingsstructuur waarbij jaarlijks een deel van de middelen bewust wordt gereserveerd voor het instellen van een bodem in het fonds, voor continuïteit, beheer en risicoreserve. Een bodem van (± 20% van de jaarlijkse kasstroom 20% van de daadwerkelijk betaalde bijdrage(n) aan het fonds wordt raadzaam geacht. Deze aanpak maakt het mogelijk om:

3

• • •

Grotere en meerjarige projecten te ondersteunen die substantieel bijdragen aan het doel van het duurzaamheidsfonds. Schommelingen in inkomsten of aanvraagdruk op te vangen zonder het fonds stil te zetten. Kansen te benutten die zich onverwacht aandienen, ook als die niet binnen het jaarlijkse budget passen. Als zo’n situatie zich voordoet wordt de inzet van de opgebouwde bodem voorgesteld aan de raad.

Uitgangspunt 4- We stimuleren cofinanciering om de slagkracht te vergroten Om de brede energietransitie in onze gemeente te stimuleren, moedigt de gemeente cofinanciering aan. Initiatiefnemers worden gestimuleerd om gebruik te maken van andere financieringsbronnen, zoals subsidies, sponsoring of crowdfunding. Het combineren van het duurzaamheidsfonds met andere financieringsbronnen kan het bereik van initiatieven versterken en draagt bij aan een effectievere inzet van de middelen. Bij de beoordeling van aanvragen wordt per project bekeken of een eigen bijdrage passend en haalbaar is. De precieze kaders voor de eigen bijdrage worden in de uitwerking van het fonds verder uitgewerkt. Randvoorwaarden voor cofinanciering • Een eigen bijdrage kan gevraagd worden, afhankelijk van het project. • Combinatie met andere financieringsbronnen is toegestaan. • Voor zover van toepassing dient de aanvrager eerst beschikbare en relevante externe subsidiemogelijkheden aan te wenden. Het duurzaamheidsfonds geldt dan als aanvullende financiering. • De totale financiering mag maximaal 100% van de projectkosten bedragen. • Dubbelfinanciering van dezelfde kosten is niet toegestaan. • De financieringsstructuur moet helder en transparant zijn. • De aanvraagprocedure is eenvoudig en laagdrempelig.

Uitgangspunt 5- We zetten het fonds gemeentebreed in, met ruimte voor stimulans in de wijken en dorpen Het duurzaamheidsfonds wordt in de basis gemeentebreed ingezet. Dit zorgt voor gelijke kansen en maakt het mogelijk om middelen flexibel toe te wijzen daar waar initiatief en maatschappelijke energie ontstaan. Tegelijkertijd is er ruimte om voor de wijken en dorpen een beperkt stimuleringsbedrag vrij te stellen. Dit helpt om ook, daar waar weinig initiatief ontstaat, lokaal eigenaarschap en betrokkenheid te vergroten bij duurzame energie. Niet-benutte stimuleringsbedragen vloeien na een vastgestelde periode terug naar het fonds. Zo blijft het fonds gericht op het stimuleren van de brede energietransitie in de gemeente en wordt onderbenutting van middelen voorkomen. Door deze aanpak wordt het risico op onderbenutting van middelen beperkt en de effectiviteit van het fonds in de hele gemeente wordt versterkt.

Uitgangspunt 6- We werken een heldere rolverdeling voor de beoordeling uit Aanvragen voor het duurzaamheidsfonds worden beoordeeld door het ambtelijk apparaat, dat het college van B&W hierover adviseert. Bij grotere of complexere aanvragen wordt een klankbordgroep van inwoners en experts betrokken om advies te geven. Deze klankbordgroep heeft een adviserende rol zonder formele beslissingsbevoegdheid. De precieze rolverdeling en beoordelingskaders worden nog verder uitgewerkt, zodat elk project op een transparante wijze wordt behandeld en kansrijke initiatieven voldoende ruimte krijgen. Randvoorwaarden: • Het ambtelijk apparaat beoordeelt alle aanvragen en adviseert het college. • Bij grotere of complexere aanvragen wordt ook het advies van een klankbordgroep meegenomen in de ambtelijke beoordeling. • De precieze invulling van deze rolverdeling en de beoordelingskaders worden nog nader uitgewerkt. Zo wordt geborgd dat elk project recht wordt gedaan en kansrijke initiatieven voldoende ruimte krijgen. • Zorgvuldige samenstelling van de klankbordgroep. • Tijdige inbedding van het advies in het proces.

4

Uitgangspunt 7- Focus op de programmalijn Energietransitie voor een gerichte en effectieve aanpak Om het doel van het duurzaamheidsfonds te waarborgen, richten we ons in eerste instantie op de programmalijn Energietransitie: een comfortabel en zelfvoorzienend energiesysteem uit het programmaplan Klimaat en Energie. Dit sluit aan bij de doelstelling van het fonds, zoals beschreven in ‘Zon in de Polder’: het stimuleren van de brede energietransitie binnen de gemeente. Met deze gerichte focus willen we bewoners en initiatieven in beweging brengen en ondersteunen bij het zetten van stappen naar een duurzamere toekomst. Randvoorwaarden voor uitvoerbaarheid en rechtmatigheid: • Het fonds is toegankelijk voor projecten binnen de programmalijn Energietransitie. • Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van een thematisch beoordelingskader, met duidelijke criteria en verwachte effecten gericht op de energietransitie. • Jaarlijks wordt geëvalueerd of de inzet van middelen effectief is en in lijn blijft met het doel van het fonds. Indien uit deze evaluatie blijkt dat bredere inzet binnen het programma Klimaat en Energie passend en wenselijk is, kan dit worden aangepast.

Uitgangspunt 8- We zorgen voor een evenwichtige verdeling tussen grote, middelgrote en kleine projecten Het duurzaamheidsfonds ondersteunt projecten van uiteenlopende schaal en omvang, variërend van kleinschalige buurtinitiatieven tot grootschalige, collectieve of innovatieve projecten. Om deze diversiteit te waarborgen, hanteert het fonds projectcategorieën op basis van financiële omvang, conform landelijke subsidiekaders en ASV Noordoostpolder:

•

Categorie A: tot €25.000 - kleinschalig en vaak gericht op gedragsverandering en lokale betrokkenheid (bijvoorbeeld buurttuinen, regentonnenacties).

•

Categorie B: €25.000 – €125.000 - middelgrote projecten met bredere maatschappelijke impact (bijvoorbeeld collectieve isolatieprojecten).

•

Categorie C: boven €125.000 - € 250.000 - grootschalige, innovatieve of collectieve projecten met structurele klimaatimpact (bijvoorbeeld energiehubs of warmtenetten).

•

Categorie D: Boven € 250.000 - voor projecten boven de € 250.000 geldt dat deze per aanvraag en waar mogelijk in samenhang met andere ontwikkelingen worden beoordeeld.

Het fonds streeft naar een evenwichtige verdeling van middelen over deze categorieën, zonder vaste percentages vooraf vast te leggen. De inzet wordt jaarlijks afgestemd op de kwaliteit, spreiding en relevantie van de ingediende aanvragen. De wijze waarop dit gebeurt, wordt uitgewerkt in de nadere regels bij de verordening. Ook worden aanvraagprocedures en toetsingscriteria aangepast aan de schaal en complexiteit van projecten. Periodieke evaluatie zorgt voor flexibiliteit en aansluiting bij de praktijk.

Uitgangspunt 9- We maken impact leidend en zorgen dat iedereen mee kan doen Het duurzaamheidsfonds is bedoeld om de brede energietransitie in de gemeente te stimuleren. Met dit fonds wil de gemeente bewoners en initiatieven in beweging brengen en ondersteunen bij het zetten van concrete stappen richting een duurzamere toekomst. Om dit doel te bereiken, stimuleert het duurzaamheidsfonds initiatieven vanuit alle relevante doelgroepen, variërend van individuele inwoners tot coöperaties en bedrijven. Bij de beoordeling van aanvragen wordt een brede set criteria gehanteerd, die zowel maatschappelijke, duurzame als financiële effecten omvat. Hiermee wordt niet alleen CO₂-reductie nagestreefd, maar ook versterking van sociale cohesie, bewustwording en lokale betrokkenheid. Om deze brede, inclusieve benadering te waarborgen, worden de volgende randvoorwaarden voorgesteld voor verankering in de verordening: • Toegankelijk voor iedereen. • Transparante en proportionele besluitvorming: Criteria en wegingen zijn vooraf duidelijk. Elk besluit wordt onderbouwd met een integrale beoordeling. Deze aanpak maakt het mogelijk om zowel impact als betrokkenheid centraal te stellen, en vormt de basis voor een duurzame, gedragen en uitvoerbare regeling.

5

6

1. Inleiding Achtergrond: Wat is het duurzaamheidsfonds? Het duurzaamheidsfonds is een gemeentelijk fonds dat wordt gevuld met bijdragen vanuit initiatiefnemers van zonneparken, energieopslag en waterstofproductie. De gemeente Noordoostpolder zet dit fonds in om inwoners en initiatieven te stimuleren stappen te zetten richting een duurzamere toekomst, en om ervoor te zorgen dat de opbrengsten van duurzame energieprojecten ten goede komen aan de lokale gemeenschap. Beleidskaders en afspraken De basis voor het fonds is gelegd in de structuurvisie Zon in de Polder, die in december 2019 is vastgesteld. In deze visie zijn voorwaarden opgenomen voor financiële participatie bij zonneparken. Deze financiële participatie wordt ingevuld via een omgevingsfonds, wat inhoudt dat het fonds volledig of gedeeltelijk door de initiatiefnemer wordt gevuld (Tolsma, 2021). Dit is uitgewerkt in de Beleidsregel financiële participatie zonne-energieprojecten, waarin is vastgelegd dat zonneparken verplicht bijdragen aan het (op te zetten) duurzaamheidsfonds. Ook in anterieure overeenkomsten bij energieopslag en waterstofproductie zijn verplichtingen opgenomen voor een bijdrage aan het duurzaamheidsfonds. Financiële participatie De gemeente Noordoostpolder biedt initiatiefnemers unieke mogelijkheden om duurzame energieprojecten te realiseren.

Aangezien het gaat om schaarse vergunningen vindt de gemeente het verantwoord om een participatiebijdrage te vragen. Deze bijdrage zorgt ervoor dat de gemeente als geheel kan profiteren van de baten van zonneweides, energieopslag en waterstofproductie (Gemeente Noordoostpolder, 2019). Doel van het duurzaamheidsfonds De doelstelling van het duurzaamheidsfonds, zoals beschreven in ‘Zon in de Polder’, is het stimuleren van de brede energietransitie in de gemeente. Met dit fonds wil de gemeente inwoners en initiatieven in beweging brengen en ondersteunen bij het zetten van stappen richting een duurzamere toekomst. Proces De uitgangspunten bepalen de richting van het duurzaamheidsfonds U heeft nu de nota van uitgangspunten duurzaamheidsfonds voor u liggen. Aan de hand van deze nota bepaalt u de uitgangspunten voor het uit te werken beleid en kaders rond het duurzaamheidsfonds. Uw keuzes vormen de basis voor de verdere uitwerking en geven het college duidelijke richtlijnen mee over hoe het fonds ingericht moet worden. Van nota van uitgangspunten duurzaamheidsfonds naar een definitieve verordening Deze nota van uitgangspunten duurzaamheidsfonds is onderdeel van de oordeelsvormende stap. Uw keuzes worden verder uitgewerkt. Hiervoor komen we informerend bij u als raad terug. Dit proces wordt gevolgd om uiteindelijk een verordening op te stellen.

Hierin wordt nauwkeurig omschreven onder welke voorwaarden, volgens welke procedure en met welke maatschappelijke doelen het fonds wordt ingezet. Deze nota vormt het beleidsmatige fundament voor de inzet van het duurzaamheidsfonds in de komende jaren.

7

2. Waarom zijn er uitgangspunten nodig voor het duurzaamheidsfonds? De belofte is helder, de praktijk is complex Omgevingsfondsen klinken in theorie eenvoudig en rechtvaardig: een deel van de opbrengst van duurzame energieprojecten komt ten goede aan de omgeving. Zo worden de lusten en lasten van de energietransitie eerlijker verdeeld. In de praktijk blijkt echter dat de werking van deze fondsen sterk afhankelijk is van de manier waarop ze zijn ingericht en georganiseerd. De opzet van het fonds bepaalt het succes Er is in de praktijk een groot verschil te zien in hoe omgevingsfondsen functioneren. Sommige fondsen zijn transparant, hanteren heldere selectiecriteria en zorgen voor een eerlijke verdeling. Andere fondsen zijn minder gestructureerd, waardoor het onduidelijk is hoe besluiten worden genomen en wie profiteert. Deze verschillen hebben directe invloed op het vertrouwen van de omgeving én het draagvlak voor duurzame projecten (Hermse en Zomerplaag, 2025). Met behulp van de uitgangspunten in deze nota willen we uiteindelijk werken naar heldere kaders, zodat we transparant zijn en duidelijkheid kunnen geven. Het moment is nú: projecten worden gerealiseerd De energieprojecten in de Noordoostpolder zijn volop in ontwikkeling.

Dit is het moment om het duurzaamheidsfonds concreet vorm te geven, zodat het fonds gelijktijdig met de uitvoering van de projecten effectief kan worden ingezet. Uw keuzes vormen de basis voor de uitwerking van het fonds Met de nota van uitgangspunten duurzaamheidsfonds die nu voorligt, bepaalt u de uitgangspunten voor het duurzaamheidsfonds. Deze keuzes werken als communicerende handvatten: ze bieden richting, zorgen voor helderheid in het vervolgproces en maken het beleid uitlegbaar en toetsbaar.

3. Uitgangspunten voor het duurzaamheidsfonds In dit hoofdstuk leest u de uitgangspunten voor het duurzaamheidsfonds, met daarbij de uitleg, overwegingen en de argumenten.

1 – We combineren financieringsvormen om bereik en slagkracht te vergroten De manier waarop middelen uit het duurzaamheidsfonds worden verstrekt, bepaalt in hoge mate de effectiviteit, het bereik en het maatschappelijk rendement van het fonds. Voor de inzet van het duurzaamheidsfonds kiezen we voor een combinatie van financieringsvormen. Deze aanpak biedt ruimte voor maatwerk, sluit aan bij verschillende doelgroepen en vergroot het bereik en de effectiviteit van het fonds. De te verwachten baten van het oprichten van een revolverend fonds wegen in dit stadium niet op tegen de uitvoeringslasten. Wel reserveren we een deel van het fonds (± 20% van de jaarlijkse kasstroom) voor beheer, bodemopbouw en risicodekking. Hiermee zorgen we voor een zorgvuldige en professionele uitvoering. Deze reservering krijgt vorm als een ‘bodem’ in de bestemmingsreserve, met een signaleringsfunctie voor mogelijke risico’s en toekomstige aanpassingen. De keuze voor deze combinatie is gebaseerd op de volgende afwegingen: We kunnen inspelen op uiteenlopende projecten en doelgroepen Met een mix van financieringsvormen, waaronder subsidies en bijdragen aan onrendabele toppen, kunnen we verschillende soorten initiatieven ondersteunen.

We benutten het budget doelgericht en verantwoord Door het merendeel van de middelen in te zetten als subsidies, stimuleren we actief initiatieven die bijdragen aan de brede energietransitie in de gemeente. Tegelijk reserveren we ruimte voor initiatieven die financieel

8

lastig zijn, maar aantoonbaar maatschappelijke meerwaarde hebben op het gebied van energietransitie, bijvoorbeeld doordat zij bijdragen aan lokale betrokkenheid, bewustwording of brede toegankelijkheid van duurzame oplossingen. Zo realiseren we maximale impact per euro en voorkomen we dat middelen langdurig vastzitten in complexe of risicovolle financieringsconstructies. We kiezen voor uitvoerbaarheid en beheersbaarheid Vanwege de beperkte jaarlijkse ruimte en de uitvoeringslasten kiezen we niet voor het oprichten van een revolverend fonds. De baten wegen in dit stadium niet op tegen de complexiteit. Wel reserveren we een deel van het fonds voor beheer, risico’s en bodemopbouw, zodat het fonds zorgvuldig en professioneel uitgevoerd kan worden (bodem in de bestemmingsreserve met signaleringsfunctie). Concrete uitwerking uitgangspunt Om de brede energietransitie in onze gemeente effectief te stimuleren, wordt voorgesteld om het duurzaamheidsfonds vorm te geven via een combinatie van financieringsinstrumenten. Deze aanpak biedt de flexibiliteit om in te spelen op uiteenlopende behoeften en doelgroepen: van bewonersinitiatieven tot grotere maatschappelijke energieprojecten. De verwachtte middelen van €8,5 miljoen over een looptijd van 25 jaar worden zodanig verdeeld dat zowel korte- als lange termijn impact mogelijk is.

Het fonds draagt bij aan het vergroten van draagvlak, versnelling van de energietransitie en het wegnemen van financiële drempels voor inwoners en organisaties. Voorgestelde inzet van middelen: •

Subsidies (± 60 %) – Gericht op laagdrempelige projecten van bewoners, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties, die bijdragen aan participatie, bewustwording en de zichtbaarheid van duurzame energie.

•

Onrendabele-topfinanciering (±20%) – In te zetten bij projecten met hoge maatschappelijke waarde die niet volledig rendabel zijn, zoals collectieve warmtevoorzieningen of integrale verduurzaming in kwetsbare wijken.

•

Opbouw bodem, beheer en risicoreserve (± 20% van de jaarlijkse kasstroom) – Een deel van het budget is gereserveerd voor de inrichting, uitvoering, reservevorming en het beheer van het fonds. Indien wenselijk of nodig wordt het beheer professioneel ingericht, bijvoorbeeld via samenwerking met een externe fondsbeheerder of regionaal instrumentarium.

Het is aan te bevelen om eens in de 2 jaar een evaluatie uit te voeren, waarbij de verdeling van de middelen kan worden herzien en waar nodig aangepast. Dit zorgt ervoor dat het fonds flexibel blijft en effectief kan inspelen op veranderende omstandigheden en behoeften.

2 – We geven ruimte voor bovenwettelijke gemeentelijke ambities binnen het fondsdoel De doelstelling van het duurzaamheidsfonds is het stimuleren van de brede energietransitie in de gemeente. Met dit fonds wil de gemeente bewoners en initiatieven in beweging brengen en ondersteunen bij het zetten van stappen richting een duurzamere toekomst. Naast de wettelijke gemeentelijke taken kan de gemeente ambities hebben die verder gaan dan deze verplichtingen op het gebied van de energietransitie. Wij geven ruimte aan deze bovenwettelijke ambities, zolang deze aantoonbaar bijdragen aan het doel van het fonds. Deze keuze is gebaseerd op de volgende overwegingen:

9

We vergroten het maatschappelijk bereik van het fonds Door ook bovenwettelijke gemeentelijke projecten toe te staan die bijdragen aan bewustwording, zichtbaarheid, participatie, en ten goede komen aan de inwoners, wordt het bereik van het fonds vergroot. Dit versterkt het maatschappelijk effect en draagt bij aan een bredere acceptatie van de energietransitie. We benutten de beschikbare middelen optimaal In jaren waarin het aantal aanvragen achterblijft, ontstaat het risico van onderbenutting. Door onder voorwaarden ook bovenwettelijke gemeentelijke projecten toe te staan, zorgen we voor een continue en doelgerichte inzet van beschikbare middelen. We creëren ruimte voor cofinanciering Gemeentelijke verduurzamingsinitiatieven kunnen vaak gecombineerd worden met andere gemeentelijke programma’s of externe subsidies. Dit verhoogt de financiële slagkracht van het fonds en zorgt voor meer resultaat per ingezette euro. Concrete uitwerking van het uitgangspunt Met deze aanpak blijft het fonds flexibel en toekomstbestendig en draagt het maximaal bij aan het versnellen van de energietransitie. Door ruimte te bieden aan het opplussen van gemeentelijke inzet onder voorwaarden zorgen we ervoor dat het fonds flexibel, doelgericht en toekomstbestendig blijft bijdragen aan de energietransitie. Randvoorwaarden: • • • • • •

Het project betreft een bovenwettelijke gemeentelijke ambitie, en geen reguliere gemeentelijke taak of onderhoudsverplichting. Het initiatief past bij het doel van het duurzaamheidsfonds. De besteding is transparant en navolgbaar voor inwoners, raad en andere belanghebbenden. De inzet van middelen levert duidelijke maatschappelijke meerwaarde voor de lokale gemeenschap. Het project raakt aan de leefomgeving van inwoners of levert hen een concreet voordeel op. De middelen kunnen worden ingezet wanneer sprake is van een versnellingskans binnen gemeentelijke verduurzamingsopgaven.

3 – We zetten in op een flexibele inzet van het duurzaamheidsfond met inachtneming van reservevorming De wijze waarop het budget uit het duurzaamheidsfonds beschikbaar wordt gesteld, heeft invloed op de voorspelbaarheid, het bereik en de continuïteit van de ondersteuning van initiatieven. We kiezen voor een flexibele bestedingsstructuur waarbij jaarlijks een deel van de middelen wordt gereserveerd voor het instellen van een bodem in het fonds (± 20% van de jaarlijkse kasstroom), voor toekomstige inzet, en het beheer van het fonds. Deze keuze maken wij, want: •

We kunnen zo grotere en meerjarige projecten ondersteunen die substantieel bijdragen aan het doel van het fonds.

•

We zorgen voor continuïteit door schommelingen in inkomsten en aanvraagdruk op te vangen, zonder dat het fonds stilvalt.

•

We creëren ruimte om onverwachte kansen te benutten die niet binnen het jaarlijkse budget passen. In die gevallen wordt een voorstel aan de raad gedaan.

10

•

Het fonds blijft hierdoor zowel op korte als op lange termijn effectief en wendbaar, passend bij de dynamiek van de energietransitie.

Concrete uitwerking van het uitgangspunt Om het duurzaamheidsfonds effectief, stabiel en toekomstgericht in te zetten, kiezen we voor een flexibele besteding van middelen, met ruimte voor jaarlijkse reservevorming, het instellen van een bodem voor de continuïteit van het fonds, risicobeheer en beheer van het fonds. Het duurzaamheidsfonds moet voldoende wendbaar en stabiel zijn om zowel op korte termijn initiatieven te ondersteunen, als op langere termijn grotere of meerjarige projecten mogelijk te maken. Daarom kiezen we voor een flexibele bestedingsstructuur waarbij jaarlijks een deel van de middelen doelbewust wordt gereserveerd voor toekomstige inzet. Deze reserve maakt het mogelijk om: • • •

grotere en meerjarige projecten ondersteunen die substantieel bijdragen aan het doel van het fonds; schommelingen in inkomsten of aanvraagdruk op te vangen zonder het fonds stil te zetten; kansen te benutten die zich onverwacht aandienen, ook als die niet binnen het jaarlijkse budget passen.

Deze keuze vereist een goede inrichting binnen de financiële administratie.

4 – We stimuleren cofinanciering om de slagkracht te vergroten Het duurzaamheidsfonds ondersteunt initiatieven die bijdragen aan de energietransitie. Om de maatschappelijke impact te vergroten en projecten meer slagkracht te geven, stimuleert de gemeente het combineren van financieringsbronnen. Per project wordt beoordeeld of een eigen bijdrage passend is. Dit kan in financiële vorm zijn, maar ook via inzet van vrijwilligers, sponsoring, materialen of crowdfunding. Daarnaast is het combineren van dit fonds met andere subsidies of fondsen toegestaan, mits dit past binnen het gemeentelijk beleid en de financiering transparant wordt verantwoord. Deze aanpak stimuleert betrokkenheid, vergroot de effectiviteit van publieke middelen en maakt meer of grotere projecten mogelijk. De exacte kaders voor cofinanciering en eigen bijdragen worden verder uitgewerkt bij de inrichting van het fonds. Deze keuze maken wij op basis van de volgende overwegingen: We vergroten de financiële slagkracht van projecten Door cofinanciering toe te staan, kunnen initiatieven meer middelen aantrekken. Dit leidt tot een bredere reikwijdte en kwalitatief sterkere projecten die de energietransitie versnellen.

We waarborgen transparantie en verantwoording Door heldere eisen te stellen aan de financieringsstructuur voorkomen we dubbelfinanciering en zorgen we dat de inzet van middelen overzichtelijk en controleerbaar blijft. Concrete uitwerking uitgangspunt Om de brede energietransitie in onze gemeente te stimuleren, moedigt de gemeente cofinanciering aan. Initiatiefnemers worden gestimuleerd om gebruik te maken van andere financieringsbronnen, zoals subsidies, sponsoring of crowdfunding. Het combineren van het duurzaamheidsfonds met andere financieringsbronnen kan het bereik van initiatieven versterken en draagt bij aan een effectievere inzet van de middelen.

11

Bij de beoordeling van aanvragen wordt per project bekeken of een eigen bijdrage passend en haalbaar is. De precieze kaders voor de eigen bijdrage worden in de uitwerking van het fonds verder uitgewerkt. Randvoorwaarden voor cofinanciering • Een eigen bijdrage kan gevraagd worden, afhankelijk van het project. • Combinatie met andere financieringsbronnen is toegestaan. • Voor zover van toepassing dient de aanvrager eerst beschikbare en relevante externe subsidiemogelijkheden aan te wenden. Het duurzaamheidsfonds geldt dan als aanvullende financiering. • De totale financiering mag maximaal 100% van de projectkosten bedragen. • Dubbelfinanciering van dezelfde kosten is niet toegestaan. • De financieringsstructuur moet helder en transparant zijn. • De aanvraagprocedure is eenvoudig en laagdrempelig

5 – Het duurzaamheidsfonds wordt gemeentebreed ingezet, met ruimte voor stimulans in de wijken en dorpen Het duurzaamheidfonds is beschreven als een gemeentebreed fonds. Dit zodat de lusten van duurzame energieprojecten over de hele gemeente gedeeld kunnen worden en bijvoorbeeld niet alleen in het plangebied van de energieprojecten. Hierdoor profiteren alle inwoners, ongeacht de locatie van initiatieven. Tegelijkertijd bestaat het risico dat ondanks dat er budget beschikbaar is, de betrokkenheid achter kan blijven. Daarom geldt dat actieve stimulering van aanvragen essentieel is (Hermse en Zomerplaag, 2025). Om deze ongelijkheid te voorkomen, wordt ruimte gecreëerd om voor wijken en dorpen een stimuleringsbudget beschikbaar te stellen. Deze keuze is gebaseerd op de volgende overwegingen: Gelijke kansen voor alle inwoners Een gemeentebrede inzet van het fonds garandeert dat initiatieven uit alle wijken en dorpen toegang hebben tot financiële ondersteuning, wat bijdraagt aan een rechtvaardige verdeling van middelen. Versterking van lokaal eigenaarschap Door per dorp en wijk een specifiek stimuleringsbudget te reserveren, wordt het mogelijk om actief betrokkenheid en initiatief in dorpen en wijken te bevorderen. Voorkomen van onderbenutting Niet-benutte stimuleringsmiddelen worden na een vooraf bepaalde termijn teruggeleid naar het centrale fonds.

Dit waarborgt een efficiënte inzet van het budget en voorkomt verspilling. Flexibiliteit en doelmatigheid De combinatie van een gemeentebreed budget met gerichte reserveringen zorgt voor een balans tussen flexibiliteit in besteding en het stimuleren van brede participatie. Verplichte monitoring en bijsturing Door tweejaarlijkse monitoring van de verdeling en het gebruik van het fonds kan vroegtijdig worden vastgesteld of er scheefgroei optreedt, zodat tijdig maatregelen kunnen worden genomen. Actieve stimulering als succesfactor Het stimuleren van aanvragen en het bieden van ondersteuning binnen alle dorpen en wijken is cruciaal om het draagvlak en de effectiviteit van het duurzaamheidsfonds te vergroten. Concrete uitwerking uitgangspunt Om het duurzaamheidsfonds in te zetten als een gemeentebreed instrument kiezen we voor een aanpak waarbij het fonds openstaat voor initiatieven uit de hele gemeente. Dit bevordert rechtvaardige verdeling

12

van middelen en zorgt ervoor dat de opbrengsten van duurzame energieprojecten, die vaak geconcentreerd zijn in specifieke gebieden, ten goede komen aan alle dorpen en wijken. Tegelijkertijd vraagt deze keuze om extra aandacht voor evenwichtige betrokkenheid: het risico bestaat dat niet alle wijken en dorpen in gelijke mate profiteren, omdat de aanvraagkracht of het netwerk in sommige gebieden sterker is dan in andere. Daarom wordt geadviseerd om: • • •

Gemeentebrede inzet van het fonds te hanteren als uitgangspunt, zodat goede initiatieven uit alle dorpen en wijken gelijke toegang hebben. Binnen het gemeentebrede fonds een reservering voor wijken en dorpen te overwegen, zodat inactieve gebieden ook worden geprikkeld tot actie. Actieve stimulering vanuit de gemeente te organiseren: actieve begeleiding is een kritische succesfactor voor bewonersparticipatie bij duurzaamheidsprojecten.

Door deze aanpak ontstaat een balans tussen: • Gelijke kansen voor initiatiefnemers uit de hele gemeente, en • Gerichte aandacht om alle wijken en dorpen actief bij de energietransitie te betrekken.

6 – We werken een heldere rolverdeling voor de beoordeling uit Aanvragen voor het duurzaamheidsfonds worden beoordeeld door het ambtelijk apparaat, dat hierover advies uitbrengt aan het college van B&W. Bij grotere of complexere aanvragen kan het ambtelijk apparaat gebruikmaken van een klankbordgroep met inwoners en experts. Deze groep heeft een adviserende rol en levert maatschappelijke en inhoudelijke input, die wordt meegenomen in het ambtelijk advies aan het college. De precieze rolverdeling en beoordelingskaders worden nog verder uitgewerkt, om ervoor te zorgen dat elk project eerlijk wordt behandeld en kansrijke initiatieven voldoende ruimte krijgen. Waarom deze werkwijze: Rechtmatigheid en efficiëntie worden geborgd De beoordeling door het ambtelijk apparaat zorgt voor een rechtmatig en consistent proces. Kleine en minder complexe aanvragen kunnen snel en duidelijk worden afgehandeld binnen vooraf vastgestelde kaders. Betrokkenheid van inwoners en experts wordt versterkt De adviserende klankbordgroep, bestaande uit deskundigen en lokale vertegenwoordigers, brengt kennis en lokale inzichten in. Dit vergroot het draagvlak en zorgt voor een betere afstemming op inzicht in (maatschappelijke) behoeften, zonder dat de besluitvorming versnipperd raakt. Bestuurlijke helderheid blijft behouden De klankbordgroep heeft een adviserende rol, zonder formele beslissingsbevoegdheid.

Zo blijft de eindverantwoordelijkheid helder belegd bij het college en het ambtelijk apparaat, wat bestuurlijke duidelijkheid en overzicht waarborgt. Concrete uitwerking uitgangspunt Voor het duurzaamheidsfonds hanteren we een heldere rolverdeling: • Het ambtelijk apparaat beoordeelt aanvragen en adviseert het college. • Bij grotere of complexere aanvragen wordt ook het advies van een klankbordgroep meegenomen in de ambtelijke beoordeling. • De precieze invulling van deze rolverdeling en de beoordelingskaders worden nog nader uitgewerkt. Zo wordt geborgd dat elk project recht wordt gedaan en kansrijke initiatieven voldoende ruimte krijgen. Randvoorwaarden voor succes: • Heldere communicatie over rolverdeling naar alle betrokkenen. • Zorgvuldige samenstelling en taakomschrijving van de klankbordgroep: balans tussen deskundigheid en lokale betrokkenheid.

13

•

Tijdige en structurele inbedding van het klankbordadvies in het beoordelingsproces.

7 – Focus op de programmalijn Energietransitie voor een gerichte en effectieve aanpak Om het doel van het duurzaamheidsfonds te behalen, richten we ons specifiek op de programmalijn ‘Energietransitie: een comfortabel en zelfvoorzienend energiesysteem’ uit het programmaplan Klimaat en Energie. Dit sluit direct aan bij de doelstelling van het fonds, zoals beschreven in ‘Zon in de Polder’: het stimuleren van de brede energietransitie binnen de gemeente. Met deze gerichte focus ondersteunen we bewoners en initiatieven actief in hun stappen naar een duurzame toekomst. Waarom kiezen we voor deze gerichte focus? Samenhang met de doelstelling: De programmalijn sluit direct aan bij het doel van het fonds om de brede energietransitie te stimuleren. Efficiënte inzet van middelen: Een gerichte focus voorkomt verspreiding van middelen en maakt het mogelijk impactvolle projecten goed te faciliteren. Ruimte voor diversiteit binnen kaders: De programmalijn biedt ruimte voor diverse projecten, zoals technische innovaties, gedragsverandering en lokale energie-initiatieven. Concrete uitwerking uitgangspunt Randvoorwaarden voor uitvoerbaarheid en rechtmatigheid: • Het fonds is toegankelijk voor projecten binnen de programmalijn Energietransitie Programma Klimaat en Energie.

• Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van een thematisch beoordelingskader met duidelijke criteria en verwachte effecten gericht op de energietransitie. • Jaarlijks evalueren we of de inzet van middelen effectief is en blijft aansluiten bij het doel van het fonds.

8 – We zorgen voor een evenwichtige verdeling tussen grote, middelgrote en kleine projecten De schaal waarop projecten worden uitgevoerd, beïnvloedt de effectiviteit, zichtbaarheid en het bereik van het duurzaamheidsfonds. Er wordt richting gegeven aan wie profiteert, hoe middelen worden verdeeld en hoe snel en zichtbaar impact wordt gerealiseerd. Eerst wordt ingegaan op de definitie van de grootte van projecten. Om de keuze voor een combinatie van grote, middelgrote en kleine projecten te concretiseren is de vraag welke randvoorwaarden we willen stellen aan de gebalanceerde verdeling. Projectcategorieën binnen het fonds Categorie

Omvang project

Kenmerken

Voorbeelden

A

Tot €25.000

Kleinschalig, buurtgericht, vaak gericht op gedragsverandering

Buurttuin, regentonnenactie, repair café

B

€25.000 – €125.000

Middelgroot, met substantiële impact op wijk- of buurtniveau

Isolatieproject collectieve actie

C

€125.000 – €250.000

Grootschalig, collectief of innovatief, met systeemimpact

Energiehub, warmtenet, buurtbatterij

Boven € Grootschalig 250.000 Tabel 1: Opties grootte initiatieven D

14

Randvoorwaarden bij een verdeling tussen grote en kleine projecten Een gemengde aanpak biedt kansen, mits er duidelijke randvoorwaarden worden gesteld. Deze voorwaarden helpen bij het vinden van een gebalanceerde verdeling, maken het beoordelingsproces transparanter en zorgen voor een verantwoorde inzet van publieke middelen. Een gebalanceerde inzet van middelen over projecten van verschillende omvang wordt aanbevolen, omdat: De combinatie van kleinschalige en grootschalige projecten maximale impact oplevert Kleine projecten (tot €25.000), zoals regentonnenacties, buurttuinen en repair cafés, bevorderen lokale betrokkenheid en gedragsverandering. Middelgrote projecten (€25.000 – €125.000), zoals collectieve isolatieacties, hebben een bredere maatschappelijke impact op wijk- of buurtniveau. Grote projecten (boven €125.000), bijvoorbeeld energiehubs, warmtenetten of buurtbatterijen, leveren structurele bijdragen aan klimaatdoelen en bereiken een groter publiek. Deze aanpak biedt flexibiliteit en maatwerk voor diverse initiatieven Door onderscheid te maken tussen projectcategorieën, kunnen aanvraagprocedures en beoordelingscriteria worden afgestemd op de schaal en complexiteit van het initiatief. Dit vergroot de toegankelijkheid voor verschillende initiatiefnemers en zorgt voor een gerichte beoordeling van projecten.

De inzet van middelen wordt afgestemd op actuele behoefte en kansen In plaats van vaste budgetpercentages voor elke categorie, wordt de verdeling flexibel bepaald op basis van de spreiding van aanvragen en hun bijdrage aan maatschappelijke doelen. Dit zorgt voor een adaptief fonds dat inspeelt op actuele behoeften en kansen. Periodieke evaluatie waarborgt transparantie en verantwoord gebruik van middelen Regelmatige monitoring en toetsing van de verdeling en effectiviteit van projecten zorgen voor een zorgvuldige inzet van publiek geld en dragen bij aan de legitimiteit en duurzaamheid van het fonds. Concrete uitwerking uitgangspunt Het duurzaamheidsfonds staat open voor projecten van verschillende schaal en omvang. Zowel kleinschalige initiatieven als grotere, collectieve of innovatieve projecten kunnen in aanmerking komen voor financiering. Hiermee combineren we lokale betrokkenheid met structurele impact. Toelichting en uitgangspunten: Het fonds hanteert een indeling in drie projectcategorieën op basis van financiële omvang, in aansluiting op landelijke subsidiekaders en het Asv Noordoostpolder: o Categorie A: tot €25.000 (kleinschalig en zichtbaar in de wijken en dorpen, vaak buurtgericht of gericht op gedragsverandering). o Categorie B: €25.000 – €125.000 (middelgrote projecten met bredere werking).

o Categorie C: boven €125.000 - 250.000 (grootschalige, collectieve of innovatieve projecten). o Categorie D: Boven € 250.000 - voor projecten boven de € 250.000 geldt dat deze per aanvraag en waar mogelijk in samenhang met andere ontwikkelingen worden beoordeeld. • • •

Er wordt gestuurd op een evenwichtige verdeling tussen de categorieën, zonder vaste percentages vooraf vast te leggen. Aanvraagprocedures en toetsingscriteria worden afgestemd op de schaal en complexiteit van het project. De categorieën en bijbehorende werkwijze worden periodiek geëvalueerd, zodat het fonds wendbaar blijft en aansluit bij de praktijk.

15

9 – We maken impact leidend en zorgen dat iedereen mee kan doen Het duurzaamheidsfonds is opgezet om de brede energietransitie binnen de gemeente te stimuleren. Daarom kiezen we bewust voor een gerichte focus op initiatieven die bewoners en andere partijen actief ondersteunen bij duurzame stappen, zodat zoveel mogelijk inwoners en doelgroepen betrokken raken. Deze keuze maken we, omdat: We zo recht doen aan de diversiteit van bijdragen aan de energietransitie Elke doelgroep levert een unieke bijdrage aan duurzaamheid. Ze verschillen in draagkracht, maatschappelijke impact en ondersteuningsbehoefte. Door iedereen mee te nemen, benutten we het volledige potentieel. We zorgen voor een evenwichtige en brede beoordeling van initiatieven Initiatieven worden beoordeeld op een combinatie van maatschappelijke, duurzame en financiële effecten. Denk aan maatschappelijke meerwaarde en draagvlak, versnelling van de energietransitie, financiële levensvatbaarheid, bewustwording en educatie. Dit voorkomt dat alleen technische of financiële criteria dominant zijn en bevordert inclusiviteit. We garanderen transparantie en rechtvaardigheid in het beoordelingsproces Alle beoordelingscriteria en hun wegingsfactoren worden vooraf beschreven in een verordening. Het besluit over toekenning is onderbouwd, zodat alle initiatiefnemers weten waar zij aan toe zijn.

Bij gelijke scores krijgen projecten met het breedste maatschappelijke draagvlak of grootste bereik voorrang. Overzicht van doelgroepen en hun bijdrage aan de energietransitie Bij het beoordelen van initiatieven is het belangrijk om te beseffen dat elke doelgroep op haar eigen wijze bijdraagt aan de energietransitie en de bredere duurzaamheidsdoelen. Dit varieert sterk in termen van financiële draagkracht, maatschappelijk rendement, draagvlak, innovatiekracht en andere relevante effecten. Om deze verschillen inzichtelijk te maken, hebben we de belangrijkste kenmerken en bijdragen van de verschillende doelgroepen in onderstaand overzicht samengevat. Dit helpt ons om bij de beoordeling recht te doen aan de diversiteit aan initiatieven en zorgt ervoor dat het fonds toegankelijk blijft voor iedereen.

16

Tabel 2: Factsheet effecten doelgroepen

Doelgroep

I. Financiële draagkracht / andere bronnen

II. Draagvlak / maatschappel ijke inbedding

III. Maatsch appelijk rendeme nt

IV. Financiële levensvatba arheid

V. Versnellin g duurzaam heid

VI. Schaalbaarheid

Individuen en kleine bedrijven

Variabel, vaak afhankelijk van eigen middelen of subsidies Gemiddeld (eigen bijdrage mogelijk) Matig tot goed

Beperkt (als het gaat om persoonlijk initiatief) Hoog

Laag tot gemiddel d

Variabel

Laag tot gemiddeld

Beperkt tot goed

Hoog

Redelijk

Goed

Hoog

Hoog

Hoog

Redelijk

Gemiddeld tot hoog Gemiddeld

Middelmatig

Gemid deld

Verenigingen

Beperkt tot gemiddeld

Hoog

Redelijk

Gemiddeld

Goed

Stichtingen

Afhankelijk van subsidies/giften

Hoog (ledenbetrokk enheid) Gemiddeld tot hoog

Wisselen d

Beperkt tot redelijk

Gemiddeld

Coöperaties

Hoog (leden investeren mee)

Hoog

Goed

Grote Bedrijven

Hoog (eigen middelen of leningen)

Hoog (medeeigenaarschap ) Laag tot gemiddeld (maatschappel ijk draagvlak vaak beperkt)

Laag tot gemiddel d

Goed

Collectieven Maatschappel ijke organisaties

VII. Bewust wordin g& educati e Hoog

VIII. Innovati ekracht

IX. Continuïteit & beheer

X. Toegang tot netwerke n

Bijzonderheden / aandachtspunten

Laag tot gemiddel d

Beperkt

Laag/gemi ddeld

Stimuleert gedragsverandering, kleinschalig bereik

Gemidde ld Gemidde ld

Redelijk

Gemiddel d Hoog

Hoog

Gemidde ld

Matig

Gemiddel d

Goede mix van draagvlak en uitvoerbaarheid Gericht op sociale meerwaarde, vaak beperkte uitvoeringskracht Goed zichtbaar, gericht op eigen doelgroep

Middelmatig

Gemid deld

Hoog

Gemiddel d

Hoog

Goed

Gemid deld

Laag tot gemiddel d Hoog

Hoog

Hoog

Hoog

Hoog

Laag

Hoog

Gemiddeld

Hoog

Redelijk

Gericht op specifieke thema’s, vaak projectmatig Ideaal voor opschaling en collectieve impact Innovatiekracht sterk aanwezig, noodzaak voor kaders voor publieke belangen

Concrete uitwerking uitgangspunt Het duurzaamheidsfonds is bedoeld om inwoner en initiatieven te stimuleren die bijdragen aan de brede energietransitie. Om dit doel effectief te bereiken, is het van belang dat initiatieven van alle relevante doelgroepen in aanmerking kunnen komen voor financiering. Tegelijk moet het fonds beheersbaar, transparant en uitvoerbaar zijn. Een brede, inclusieve benadering is haalbaar en uitvoerbaar onder de volgende randvoorwaarden. Deze moeten worden vastgelegd in een verordening. • o o

Toegankelijkheid voor alle doelgroepen Iedere natuurlijke persoon, rechtspersoon of samenwerkingsverband mag een aanvraag indienen, mits het initiatief wordt uitgevoerd binnen de gemeentegrenzen. De regeling maakt geen onderscheid op basis van ervaring, rechtsvorm of financiële positie van de aanvrager.

•

Evenwichtige beoordeling op maatschappelijke, duurzame en financiële effecten: Bij elk initiatief worden minimaal de volgende criteria gewogen: a. Maatschappelijk rendement b. Maatschappelijk draagvlak (aantoonbare steun in de omgeving of doelgroep) c. Versnelling van de duurzaamheidsopgave (zoals energiebesparing, opwek duurzame energie) d. Financiële draagkracht en levensvatbaarheid (onderbouwde dekking en cofinanciering) e. Bewustwording en educatie (in hoeverre het project gedragsverandering stimuleert)

• o o o o

Transparant beoordelingsproces Alle beoordelingscriteria en hun wegingsfactoren worden vooraf openbaar gemaakt. Het besluit over toekenning is onderbouwd met een beoordeling op alle criteria. Bij gelijke scores tussen projecten krijgt het initiatief met het grootste maatschappelijke bereik of het breedste draagvlak voorrang. Bijzondere aandacht wordt gegeven aan initiatieven uit wijken, dorpen of doelgroepen met beperkte toegang tot bestaande subsidieregelingen.

18

4.

Vervolg op deze nota

Deze nota helpt u om de uitgangspunten voor het duurzaamheidsfonds te vormen. De keuzes die u nu maakt worden verder uitgewerkt, waarna we terugkomen bij de raad ter informatie. In vervolg op deze nota worden de volgende onderdelen verder opgepakt:

• • • • •

Uitwerking van een financiële beheerconstructie.

•

Uitwerking van ontwikkel- en uitvoeringskosten en de financiering daarvan. Uitbreiding van de Beleidsregel ‘Financiële participatie zonne-energieprojecten’. Ontwikkelen communicatieplan.

• •

Uitwerking van de wijze van aanvragen. Uitwerking van een verordening duurzaamheidsfonds. Uitwerking van de rol van de beoordelingscommissie, bemensing en gevraagde competenties. Uitwerking van juridische aspecten (publiekrecht, privaatrecht, aanbestedingsregels, staatssteun, etc.).

Bronnen: Algemene Rekenkamer (2022). Toegevoegde waarde EU-subsidies in Nederland rapport+EU-subsidies+WR (1).pdf Rekenkamer Den Haag. (2020). Handreiking revolverende fondsen. Geraadpleegd van https://www.rekenkamerdenhaag.nl/wp-content/uploads/2020/09/RIS306216-Handreiking-revolverendefondsen-Rekenkamer-Den-Haag.pdf Tolsma, H. (2021). Procesparticipatie en financiële participatie bij wind- en zonneparken: Maatwerk dwars door de grenzen van het legaliteits- en specialiteitsbeginsel. JBplus, 2021(2), 67-80. Artikel JBPL 2021-6. Bokkes, W. (2019). Maatschappelijke initiatieven, subsidies en transactiekosten. Beleidsonderzoek Online, https://doi.org/10.5553/BO/22133550201900000100 Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). (2019). Basisbeginselen subsidierecht. Geraadpleegd van https://vng.nl/sites/default/files/2019-11/20190820-basisbeginselen-subsidierecht.pdf Gemeente Noordoostpolder. (2019). Zon in de Polder: Gebiedsgericht beleidskader voor zonneweides. Definitief concept, 26 februari 2019. Geraadpleegd van https://raad.noordoostpolder.nl/Vergaderingen/Commissie-Woonomgeving/2019/18-maart/19:30/07-1-Zonin-de-Polder-definitief-concept-d-d-26-02-2019.pdf Hermse, M. en Zomerplaag, J. (2025). Gedeelde lusten, verdeelde lasten: Hoe omgevingsfondsen echt impact maken.

Geraadpleegd van https://www.hier.nu/samen-energie-opwekken/gedeelde-lusten-verdeelde-lastenhoe-omgevingsfondsen-echt-impact-maken

20

Bijlagen Bijlage I Indicatie middelen duurzaamheidsfonds

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2225/documents/42341