9.1 Nota ‘Adviesrecht raad’.pdf
Tekst van het document
Emmeloord, 2 november 2021. Onderwerp Implementatie Omgevingswet: Adviesrecht raad Advies raadscommissie […] Aan de raad.
Status: ter besluitvorming
Voorgesteld besluit 1. Alle aanvragen om een omgevingsvergunning van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan te wijzen als geval, waarover de raad in de gelegenheid moet worden gesteld om advies uit te brengen aan het bevoegd gezag; 2. Bepalen dat (in uitzondering op hetgeen hiervoor onder 1 is besloten) voor activiteiten die geschaard kunnen worden onder één van de in bijlage 1 bij dit besluit genoemde categorieën van gevallen én die voldoen aan de daarbij gestelde voorwaarden, de raad niet in de gelegenheid behoeft te worden gesteld om advies uit te brengen aan het bevoegd gezag; 3. Bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Doelstelling De raad met inwerkingtreding van de Ow een vergelijkbare rol en positie laten behouden, als onder vigeur van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Inleiding Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet (hierna: Ow) in werking. De Ow brengt in juridische zin een verandering aan in de rollen en bevoegdheden van raad en college. Onder andere als het gaat om (buitenplanse) planologische wijzigingen die mogelijk worden gemaakt met een omgevingsvergunning. Zo verdwijnt voor uw raad de verklaring van geen bedenkingen en wordt in de plaats daarvan een adviesrecht in het leven geroepen. Om van dit adviesrecht gebruik te kunnen maken, moet uw raad zichzelf actief aanwijzen als adviseur.
Doet u dit niet, dan is er op grond van de Ow geen juridische mogelijkheid om invloed uit te oefenen op planologische afwijkingsbesluiten. Door of namens uw raad is aangegeven dat u een volledig verlies van bevoegdheden als gevolg van de inwerkingtreding van de Ow onwenselijk vindt. Beleidsreferentie - Routekaart Noordoostpolder De Ruimte Argumenten 1.1 Uw raad moet zichzelf actief aanwijzen als adviseur, om onder de Ow een rol en bevoegdheid te verkrijgen bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Een omgevingsplanactiviteit (hierna: opa) is een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om het bouwen van bouwwerken of het gebruiken van gronden. Indien een initiatiefnemer iets wil dat in strijd is met het omgevingsplan, moet hij hiervoor een omgevingsvergunning aanvragen. Behoudens de gebruikte terminologie komt dit op hoofdlijnen overeen met de situatie zoals die thans is. In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) en daarmee samenhangende regelingen en besluiten (huidige situatie) is bepaald dat het college bevoegd is om omgevingsvergunningen te verlenen voor projecten die in strijd zijn met het bestemmingsplan. Bij
grote buitenplanse afwijkingen kan het college de vergunning alleen verlenen als de raad vooraf heeft verklaard hieromtrent geen bedenkingen te hebben. Daarbij kan de raad categorieën van gevallen aanwijzen, waarvoor geldt dat een verklaring van geen bedenkingen niet nodig is. Onder de Ow geldt straks dat het college bevoegd is om een omgevingsvergunning te verlenen voor een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. De verplichting om vooraf een verklaring van geen bedenkingen te vragen vervalt. In plaats daarvan krijgt de raad de mogelijkheid om zichzelf aan te wijzen als adviseur. In die gevallen moet het college de raad om (bindend) advies vragen, voordat een besluit genomen kan worden omtrent een vergunningaanvraag. De bestaande systematiek wordt als het ware omgedraaid: - Onder de Wabo geldt een verplichting om de raad te betrekken in de besluitvorming. Daarbij kan de raad categorieën van gevallen aanwijzen, waarvoor geldt dat dit niet nodig is. - Onder de Ow behoeft het college de raad niet te betrekken in de besluitvorming. Daarbij kan de raad categorieën van gevallen aanwijzen, waarvoor geldt dat dit juist wel nodig is. 1.2 Het is wenselijk dat uw raad een rol behoudt als het gaat om vergunningaanvragen voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan. Door zichzelf aan te wijzen als adviseur, verkrijgt de raad een adviesrol.
Voordat het college in voorkomende gevallen een besluit kan nemen op een vergunningaanvraag die in strijd is met het omgevingsplan, moet de raad in de gelegenheid worden gesteld om advies te geven. Het advies van de raad is bindend. De adviesrol geldt in beginsel voor alle buitenplanse opa’s. Indien in het omgevingsplan een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is opgenomen, is de bevoegdheid om zelfstandig een afweging te maken door uw raad al uitdrukkelijk toegekend aan het college. 2.1 Het is niet wenselijk dat uw raad een rol verkrijgt als het gaat om alle vergunningaanvragen voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan. In de huidige situatie (onder de Wabo) is dat ook niet het geval. Uw raad heeft een lijst van gevallen vastgesteld, waarvoor geldt dat het college u niet hoeft te betrekken in de besluitvorming. Als een vergunningaanvraag wordt ingediend voor een project dat valt te scharen onder één van de categorieën van de ‘vvgb-lijst’ (bijgevoegd als bijlage 2) wordt uw raad door het college niet gevraagd om een verklaring van geen bedenkingen. Op de vvgb-lijst staan categorieën van gevallen, waarvoor geldt dat uw raad reeds eerder heeft bepaald dat ze wenselijk zijn. Het gaat om initiatieven die passen binnen de door uw raad vastgestelde kaders, zoals bijvoorbeeld de Structuurvisie NOP 2025.
Wanneer uw raad zichzelf nu aanwijst als adviseur ten aanzien van alle vergunningaanvragen voor buitenplanse opa’s, betekent dit dat: - U aanvragen krijgt te zien voor projecten waarvoor u eerder al hebt bepaald dat ze wenselijk zijn; - de behandeling van deze aanvragen een langere doorlooptijd kennen (initiatiefnemers wachten langer op een besluit op hun aanvraag); - een forse toename in het aantal raadsvoorstellen (grotere druk op ambtelijke capaciteit en raadsagenda); - hiermee gepaard gaande hogere kosten, die in de vorm van leges kunnen of moeten worden doorbelast aan initiatiefnemers. 2.2 Het vaststellen van de lijst maakt dat een aantal categorieën van gevallen wordt uitgezonderd van de plicht om advies te vragen aan uw raad. De lijst bevat die gevallen die op dit moment ook voorkomen op de vvgb-lijst. Dit met dien verstande dat in de vvgb-lijst in zijn algemeenheid wordt verwezen naar diverse door uw raad vastgestelde visies en kaders en dat in de voorgestelde nieuwe lijst concrete gevallen en voorwaarden worden genoemd die zijn opgenomen in de betreffende visies en kaders. Op die manier ontstaat onder de Ow meer duidelijkheid voor eenieder (ambtenaren, college, raad, initiatiefnemers, belanghebbenden) als beoordeeld moet worden of in een bepaald geval wel of geen advies moet worden gevraagd.
Behoudens een aantal uitzonderingen (zie hierna onder kanttekeningen) is de nieuwe ‘Uitzonderingenlijst adviesrecht raad’ inhoudelijk gelijk aan de oude vvgb-lijst.
Kanttekeningen 1.1 Het vertalen van de vvgb-lijst naar de Uitzonderingenlijst adviesrecht raad is een tijdelijke oplossing die ertoe dient om te voorkomen dat uw raad met inwerkingtreding van de Ow bestaande bevoegdheden kwijtraakt. De bestaande visies en kaders op basis waarvan de lijst tot stand gekomen is, zijn deels niet meer actueel. Op dit moment wordt gewerkt aan de totstandkoming van een actuele integrale omgevingsvisie voor onze gemeente. Idealiter zou de lijst worden gebaseerd op deze visie en op het nieuw te maken omgevingsplan. Gelet op de huidige verwachte datum van inwerkingtreding van de Ow (1 juli 2022) en de planning ten aanzien van vaststelling van de omgevingsvisie, is het niet mogelijk om vóór inwerkingtreding een lijst vast te stellen op basis van de omgevingsvisie, in lijn met de geest van de Ow. De huidige lijst dient dus uitsluitend ter overbrugging van de periode tussen inwerkingtreding van de Ow en vaststelling van de omgevingsvisie, op basis waarvan de lijst desgewenst kan worden aangepast. Het ligt niet voor de hand om nu, vooruitlopend op de keuzes en afwegingen die uw raad gaat maken in het kader van de omgevingsvisie, de bestaande lijst en de bestaande beleidskeuzes inhoudelijk ter discussie te stellen. 1.2 De lijst is niet ‘in beton gegoten’.
De lijst kan te allen tijde door uw raad worden aangepast, indien voortschrijdende inzichten of gewijzigd beleid hiertoe aanleiding geven. Het doel is om toe te werken naar een lijst die altijd actueel is en die telkens wordt aangepast als onderliggend beleid wordt aangepast. 1.3 Vaststelling van de lijst zorgt ervoor dat de bevoegdheidsverdeling grosso modo gelijk is aan de bevoegdheidsverdeling, zoals die nu ook is. De lijst bevat een concretisering van de bestaande categorieën van gevallen, zoals die voorkomen op de vvgb-lijst. Ten opzichte van de vvgb-lijst zijn de volgende categorieën toegevoegd of juist geschrapt, waarbij per toegevoegde of geschrapte categorie telkens kort de reden van toevoegen of schrappen wordt toegelicht:
Geschrapte categorieën Aanvragen om omgevingsvergunning die hun grondslag vinden in een voorontwerpbestemmingsplan, na positieve afronding van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro en inspraak Deze categorie vervalt omdat onder de Ow het instrument ‘bestemmingsplan’ (en daarmee dus ook het voorontwerpbestemmingsplan) niet meer bestaat. Behoud van deze categorie zou daarom zinledig zijn.
Een (uitbreiding c.q. verbouwing van een) gebouw voor maatschappelijke, bedrijfs- en kantoordoeleinden en detailhandel tot maximaal 500 m2 op locaties in de bebouwde kom en: Een wijzing van een gebruik van gronden voor maatschappelijke, bedrijfs en kantoordoeleinden en detailhandel tot maximaal 500 m2 op locaties in de bebouwde kom Deze categorieën vervallen en worden vervangen door de meer algemene categorie ‘Ontwikkelingen die zijn te scharen onder één of meer van de categorieën van gevallen als genoemd in artikel 4 van bijlage 2 bij het Besluit omgevingsrecht, zoals die rechtskracht had op de dag vóór inwerkintreding van de Omgevingswet (kruimellijst)’. Reden hiervoor is dat voor dergelijke gevallen in de huidige situatie geen vvgb nodig is, omdat het gevallen betreffen die voorkomen op de ‘kruimellijst’. Hiervoor geldt dat de wetgever bepaald heeft dat het college zelfstandig bevoegd is.
Toegevoegde categorieën Ontwikkelingen ten behoeve waarvan in een bestemmingsplan, dat rechtskracht had op de dag vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet, een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht was opgenomen en: Ontwikkelingen ten behoeve waarvan in één van de bestemmingsplannen die worden aangehaald in artikel 2 van de regels van de Beheersverordening Landelijk Gebied, zoals die rechtskracht had op de dag vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet, een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht was opgenomen Deze categorieën kunnen worden toegevoegd, omdat het hierbij gaat om gevallen waarvoor geldt dat uw raad eerder uitdrukkelijk heeft bepaald dat het college zelfstandig bevoegd is om een afweging te maken en besluiten te nemen. Dit binnen de door uw raad in het betreffende bestemmingsplan opgenomen voorwaarden. Het gaat hierbij om specifiek in de verschillende bestemmingsplannen opgenomen wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten.
Ontwikkelingen die zijn te scharen onder één of meer van de categorieën van gevallen als genoemd in artikel 4 van bijlage 2 bij het Besluit omgevingsrecht, zoals die rechtskracht had op de dag vóór inwerkintreding van de Omgevingswet (kruimellijst) Dit betreffen de 11 kruimelgevallen, waarvan de wetgever onder de Wabo, in de huidige situatie, heeft bepaald dat het college zelfstandig bevoegd is. In de nieuwe wetgeving komt deze regeling niet meer voor. Als uw raad deze categorie niet opneemt in de lijst met uitzonderingen, zou dit betekenen dat alle nu bestaande kruimelgevallen na inwerkingtreding van de Ow voor advisering naar de raad zouden moeten worden gezonden.
Planning/uitvoering - Besluitvorming raad: 13 december 2021 - Het besluit treedt in werking met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Ow. Met de kennis van nu is dat op 1 juli 2022. Na inwerkingtreding zal de lijst worden gebruikt als toetsingskader voor beantwoording van de vraag of omtrent een specifieke aanvraag advies moet worden gevraagd aan de raad. Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2:
Lijst met categorieën van gevallen waarvoor geldt dat de raad niet in de gelegenheid behoeft te worden gesteld om advies uit te brengen (Uitzonderingenlijst adviesrecht raad) (ZS00286499) Bestaande VVGB-lijst (ZS00286500)
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester,
Portefeuillehouder Steller
: W. Haagsma : de heer N. la Crois; 0527633369; n.lacrois@noordoostpolder.nl
De raad van de gemeente Noordoostpolder, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 november 2021, no. 21.0005916; gelet op artikel 16.15a van de Omgevingswet B E S L U I T: 1. Alle aanvragen om een omgevingsvergunning van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan te wijzen als geval, waarover de raad in de gelegenheid moet worden gesteld om advies uit te brengen aan het bevoegd gezag; 2. Bepalen dat (in uitzondering op hetgeen hiervoor onder 1 is besloten) voor activiteiten die geschaard kunnen worden onder één van de in bijlage 1 bij dit besluit genoemde categorieën van gevallen én die voldoen aan de daarbij gestelde voorwaarden, de raad niet in de gelegenheid behoeft te worden gesteld om advies uit te brengen aan het bevoegd gezag; 3. Bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Aldus besloten in de openbare vergadering van 13 december 2021. De griffier, de voorzitter,