9.1 Keuzenota uitwerking aanbeveling 4 Rekenkamer Armoedebeleid.pdf
Tekst van het document
MEE(R)DOEN VOOR MINIMA Keuzenota uitwerking aanbeveling 4 van het rekenkamerrapport Armoedebeleid
Inhoud Inleiding ................................................................................................................................... 2 Aanleiding ............................................................................................................... 2 Doel ........................................................................................................................ 2 Leeswijzer ............................................................................................................... 2 1. Participatieregeling voor volwassenen....................................................................... 3 2. Hoogte meedoentegoed voor pensioengerechtigden ............................................ 5 3. Tegemoetkoming in de zorgkosten voor minima ..................................................... 7 4. Inzet van het maatwerkbudget ...................................................................................... 9 5. Overzicht maatschappelijk effect en financiële gevolgen per optie ................. 10
Pagina 1 van 11
Inleiding Aanleiding In 2023 en 2024 deed de Rekenkamer onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het armoedebeleid in de gemeente Noordoostpolder. Op 3 juni 2024 heeft de gemeenteraad besloten de conclusies van het rekenkamerrapport Armoedebeleid te onderschrijven en de gedane aanbevelingen over te nemen. Bij de behandeling van de jaarstukken op 8 juli 2024 werd een amendement aangenomen. Besloten werd een bedrag van € 1.733.000 uit het positieve resultaat van 2023 te storten in een reserve ‘armoedebeleid Plan van Aanpak’. Voor de uitwerking van de aanbevelingen van de Rekenkamer heeft het college vervolgens een plan van aanpak opgesteld. Dit plan werd in de commissie Samenlevingszaken van 26 mei 2025 oordeelsvormend behandeld. Voor de uitvoering van een deel van het plan besloot de raad op 10 juni 2025 een bedrag van € 567.500 beschikbaar te stellen. Het beschikbaar gestelde bedrag gaat over de uitwerking van acht van de negen aanbevelingen van de Rekenkamer (aanbeveling 1 tot en met 3 en 5 tot en met 9). Het betreft concretisering en intensivering van bestaand minimabeleid. Aanbeveling 4 van de Rekenkamer vereist nadere uitwerking. Het gaat hierbij om nadere uitwerking van mogelijkheden voor: 1. een participatieregeling voor volwassenen 2. de hoogte van het meedoentegoed voor pensioengerechtigden 3. een tegemoetkoming in de zorgkosten voor minima 4.
de inzet van het maatwerkbudget Voor de beeldvorming werd deze aanbeveling in het plan van aanpak indicatief uitgewerkt. Maar per onderdeel zijn meerdere opties mogelijk. Deze hebben verschillende uitkomsten voor onze inwoners en hebben ook verschillende financiële gevolgen. In deze keuzenota brengen we nu verschillende opties in kaart die we voorleggen aan de gemeenteraad. De uitkomsten kunnen leiden tot aanvullend minimabeleid. Doel Een standpunt innemen over de invulling van een participatieregeling voor volwassenen, de hoogte van een meedoentegoed voor pensioengerechtigden, een tegemoetkoming in de zorgkosten voor minima en de in inzet van het maatwerkbudget, zodat het college hiermee aan de slag kan. Leeswijzer In de volgende hoofdstukken werken we de genoemde vier onderdelen van aanbeveling 4 van de Rekenkamer uit. Voor elk onderdeel geven we eerst de huidige situatie weer. Niets doen betekent dat we deze huidige situatie handhaven. Voor mogelijk aanvullend minimabeleid volgen twee opties. Per optie laten we het volgende zien: • aan welk maatschappelijk effect deze bijdraagt; • wat de financiële gevolgen zijn, ook voor de uitvoering; • wat de mogelijke dekking is. Op basis van de verschillen kan een keuze gemaakt worden voor mogelijk aanvullend minimabeleid.
In het laatste hoofdstuk is een overzicht opgenomen van het maatschappelijk effect en van de financiële gevolgen per optie.
Pagina 2 van 11
1. Participatieregeling voor volwassenen Huidige situatie Onze huidige meedoenregelingen zijn voornamelijk gericht op kinderen. Zo hebben we een meedoenpakket voor kinderen, bestaande uit een fiets, laptop, zwemdiploma en een meedoentegoed van € 350. Om voor deze regeling in aanmerking te komen geldt een inkomensgrens van 120% ten opzichte van de bijstandsnorm. Ons huidige minimabeleid voorziet ook in een participatieregeling voor pensioengerechtigden. Dat is een meedoentegoed van € 100. Hiervoor geldt een inkomensgrens ten opzichte van de bijstandsnorm van 110% (zie hiervoor ook hoofdstuk 2). Zowel uit het Rekenkameronderzoek als uit het veld komt naar voren dat er veel behoefte is om ook volwassenen (18-67 jarigen) met een minimum inkomen meer te laten participeren in de samenleving. Het is van belang dat inwoners kunnen deelnemen aan activiteiten, zoals sport, bewegen en cultuur. Deze activiteiten bevorderen niet alleen de fysieke gezondheid, maar ook de mentale gezondheid en zorgen voor meer sociale contacten. Als we kiezen voor een participatieregeling voor volwassenen (18-67 jarigen) kunnen we aansluiting zoeken bij het systeem wat we al hebben voor kinderen en pensioengerechtigden. Deze meedoenregelingen zijn gekoppeld aan een digitaal tegoed, waar inwoners sport- , culturele en sociale activiteiten mee kunnen betalen.
De huidige leverancier biedt deze digitale oplossing waarmee het meedoentegoed door de inwoner kan worden verzilverd. In een webshop kunnen aanbieders van sport-, culturele en sociale activiteiten hun aanbod presenteren. Als gemeente bepalen we welke aanbieders hiertoe toegelaten worden. De rechthebbende inwoner kiest voor een bepaald aanbod en kan de QR-code door de aanbieder laten scannen. Dat kan via de Me app (Meedoenapplicatie) op de telefoon, via een ontvangen e-mail op de telefoon of via een uitgeprinte code. Voor de aanbieder is het voldoende de code met de Me app te scannen. De aanbieder krijgt dan meteen betaald. Dit betalingsproces verloopt zonder handmatige handelingen van medewerkers van de gemeente. Voor het bouwen en inrichten van de webshop betaalden we aanloopkosten. Momenteel betalen we alleen nog abonnementskosten en voeden we het meedoentegoed voor kinderen en pensioengerechtigden. We werken verder uit hoe we een digitaal meedoentegoed beschikbaar kunnen stellen voor meer inwoners. Hiertoe gaan we met de huidige aanbieder in gesprek over de mogelijkheden om de huidige inrichting uit te breiden en te verbeteren. In onderstaande opties gaan we uit van een meedoentegoed van € 150 per volwassen inwoner met een minimuminkomen. Eerst hanteren we een inkomensgrens van 110% en daarna van 120%. Optie 1.1.
We zetten een digitaal meedoentegoed in voor volwassenen (18-67 jarigen) met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm In deze optie gaan we uit van een meedoentegoed van € 150 per jaar en een doelgroep van volwassenen (18-67 jarigen) met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm. Als we dit invoeren moeten we daarvoor beleidsregels opstellen. Een inkomensgrens van 110% komt neer op een potentiële doelgroep van 1900 personen (bron: CBS StatLine, inkomensgrens 110% van het sociaal minimum). Afhankelijk van de hoogte van het bereik nemen de kosten toe (zie hieronder). Bijdrage aan maatschappelijk effect 1.1. Meer volwassen inwoners ervaren een betere fysieke, mentale en sociale gezondheid door actieve deelname aan sportieve, culturele en sociale activiteiten. Financiële gevolgen 1.1. Onderzoek en implementatie van digitaal meedoentegoed voor volwassenen vraagt om ontwikkelingskosten. (Meerjarig incidenteel) Jaar 1.1.
2025
2026 2027 € 62.500 € 56.500 Meedoentegoed van € 150 en inkomensgrens van 110% (kosten zijn € 150 per persoon) (Meerjarig incidenteel) Potentiële doelgroep: 1900 personen en een oplopend bereik. Pagina 3 van 11
2028 € 56.500
Totaal € 175.500
Jaar Bereik Aantal Bedrag 1.1.
2025
2026 30% 570 € 85.500
2027 40% 760 € 114.000
2028 50% 950 € 142.500
Totaal € 342.000
Extra beleids- en uitvoeringscapaciteit. (Meerjarig incidenteel) Jaar Uitvoering Beleid
2025 € 20.000
2026 € 16.000 € 40.000
2027 € 25.000
2028 € 30.000
Totaal € 71.000 € 60.000
Mogelijke dekking Stand reserve ‘armoedebeleid Plan van Aanpak’ na onttrekking van € 567.500 (raadsbesluit van 10 juni 2025): € 1.165.500. Optie 1.2. We zetten een digitaal meedoentegoed in voor volwassenen (18-67 jarigen) met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm In deze optie gaan we uit van een meedoentegoed van € 150 per jaar en een doelgroep van volwassenen (18-67 jarigen) met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm. Als we dit invoeren moeten we daarvoor beleidsregels opstellen. Een inkomensgrens van 120% komt neer op een potentiële doelgroep van 2300 personen (bron: CBS StatLine, inkomensgrens 120% van het sociaal minimum). Afhankelijk van de hoogte van het bereik nemen de kosten toe (zie hieronder). Bijdrage aan maatschappelijk effect 1.2. Meer volwassen inwoners ervaren een betere fysieke, mentale en sociale gezondheid door actieve deelname aan sportieve, culturele en sociale activiteiten. Financiële gevolgen 1.2. Onderzoek en implementatie van digitaal meedoentegoed voor volwassenen vraagt om ontwikkelingskosten. (Meerjarig incidenteel) Jaar 1.2.
2025
2026 2027 € 62.500 € 56.500 Meedoentegoed van € 150 en inkomensgrens van 120% (kosten zijn € 150 per persoon) (Meerjarig incidenteel)
2028 € 56.500
Totaal € 175.500
2028 50% 1150 € 172.500
Totaal
Potentiële doelgroep: 2300 personen en een oplopend bereik. Jaar Bereik Aantal Bedrag 1.2.
2025
2026 30% 690 € 103.500
2027 40% 920 € 138.000
€ 414.000
Extra beleids- en uitvoeringscapaciteit. (Meerjarig incidenteel) Jaar Uitvoering Beleid
2025 € 20.000
2026 € 16.000 € 40.000
2027 € 25.000
2028 € 30.000
Totaal € 71.000 € 60.000
Mogelijke dekking Stand reserve ‘armoedebeleid Plan van Aanpak’ na onttrekking van € 567.500 (raadsbesluit van 10 juni 2025): € 1.165.500.
Pagina 4 van 11
2. Hoogte meedoentegoed voor pensioengerechtigden Huidige situatie Ons huidige minimabeleid voorziet in een participatieregeling voor pensioengerechtigden. Het gaat om een meedoentegoed van € 100 per jaar voor pensioengerechtigden met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm. Van het meedoentegoed wordt door pensioengerechtigden amper gebruik gemaakt. De hoogte van het tegoed speelt hierbij een rol. Het meedoentegoed bedraagt al jaren € 100 per jaar. In de tussentijd is alles duurder geworden. Naast de ketenpartners liet ook de ouderenbond weten dat met € 100 niet veel activiteiten gedaan kunnen worden. Voorgesteld werd het tegoed te verhogen naar € 150. In onderstaande opties nemen we dit voorstel over. Eerst handhaven we de huidige inkomensgrens en daarna kijken we wat de gevolgen zijn als we de inkomensgrens verhogen naar 120%. Optie 2.1. We verhogen het meedoentegoed en handhaven de inkomensgrens In deze optie gaan we uit van een meedoentegoed van € 150 per jaar en een doelgroep van pensioengerechtigden met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm. Als we het bedrag verhogen, moeten we de geldende beleidsregels wijzigen. Een inkomensgrens van 110% komt neer op een potentiële doelgroep van 700 personen (bron: CBS StatLine, inkomensgrens 110% van het sociaal minimum). Afhankelijk van de hoogte van het bereik nemen de kosten toe (zie hieronder).
Bijdrage aan maatschappelijk effect 2.1. Meer pensioengerechtigden ervaren een betere fysieke, mentale en sociale gezondheid door actieve deelname aan sportieve, culturele en sociale activiteiten. Financiële gevolgen Meedoentegoed van € 150 en inkomensgrens van 110% 2.1. (meerkosten zijn € 50 per persoon ten opzichte van huidige meedoentegoed) (Meerjarig incidenteel) Potentiële doelgroep: 700 personen en een oplopend bereik. Jaar Bereik Aantal Bedrag 2.1.
2025
2026 10% 70 € 3.500
2027 20% 140 € 7.000
2028 25% 175 € 8.750
Totaal € 19.250
Extra beleids- en uitvoeringscapaciteit. (Meerjarig incidenteel) Jaar Uitvoering Beleid
2025 € 10.000
2026 € 8.000 € 20.000
2027 € 12.500
2028 € 15.000
Totaal € 35.500 € 30.000
Mogelijke dekking Stand reserve ‘armoedebeleid Plan van Aanpak’ na onttrekking van € 567.500 (raadsbesluit van 10 juni 2025): € 1.165.500. Optie 2.2. We verhogen het meedoentegoed en verhogen de inkomensgrens In deze optie gaan we uit van een meedoentegoed van € 150 per jaar en een doelgroep van pensioengerechtigden met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm. Als we het bedrag en de inkomensgrens verhogen, moeten we de geldende beleidsregels wijzigen. Een inkomensgrens van 120% komt neer op een potentiële doelgroep van 1000 personen (bron: CBS StatLine, inkomensgrens 120% van het sociaal minimum). Afhankelijk van de hoogte van het bereik nemen de kosten toe (zie hieronder). Bijdrage aan maatschappelijk effect 2.2. Meer pensioengerechtigden ervaren een betere fysieke, mentale en sociale gezondheid door actieve deelname aan sportieve, culturele en sociale activiteiten. Financiële gevolgen Pagina 5 van 11
2.2.
Meedoentegoed van € 150 en inkomensgrens van 120% (meerkosten zijn € 50 per persoon ten opzichte van huidige meedoentegoed) (Meerjarig incidenteel) Potentiële doelgroep: 1000 personen en een oplopend bereik. Jaar Bereik Aantal Bedrag
2.2.
2025
2026 10% 100 € 5.000
2027 20% 200 € 10.000
2028 25% 250 € 12.500
Totaal € 27.500
Extra beleids- en uitvoeringscapaciteit. (Meerjarig incidenteel) Jaar Uitvoering Beleid
2025 € 10.000
2026 € 8.000 € 20.000
2027 € 12.500
2028 € 15.000
Totaal € 35.500 € 30.000
Mogelijke dekking Stand reserve ‘armoedebeleid Plan van Aanpak’ na onttrekking van € 567.500 (raadsbesluit van 10 juni 2025): € 1.165.500.
Pagina 6 van 11
3. Tegemoetkoming in de zorgkosten voor minima Huidige situatie Voor bijzondere, noodzakelijke kosten verstrekken we individuele bijzondere bijstand. Deze bijstand is bedoeld voor inwoners die zelf onvoldoende draagkracht hebben om deze kosten te dragen. Op dit moment vergoeden we geen zorgkosten, omdat de zorgverzekering hiervoor als passende en toereikende voorliggende voorziening wordt beschouwd. Dat betekent dat er voor (verzekerbare) medische kosten in principe geen bijzondere bijstand wordt verstrekt. Maar zowel uit het Rekenkameronderzoek als uit signalen uit het veld kwam naar voren dat er vooral behoefte is aan een regeling voor kosten die via de zorgverzekering niet of beperkt vergoed worden, zoals de tandarts en brilkosten. Voor gemeenten is het toegestaan hier aanvullend beleid op te maken. Uiteraard is het zaak om daarbij rechtsongelijkheid te voorkomen. Dat doen we door beleidsregels vast te stellen die passen binnen de randvoorwaarden die de wetgever gesteld heeft. In dit geval zijn de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Om rechtsongelijkheid te voorkomen is het nodig uniforme regels vast te leggen, zodat in gelijke gevallen gelijk gehandeld wordt. Daarnaast kan getoetst worden of deze regels in de uitvoering ook zorgvuldig worden toegepast.
Om tegemoet te komen in de zorgkosten voor minima volgen hieronder twee opties die passen binnen de wettelijke randvoorwaarden. Optie 3.1. We komen tegemoet in de zorgkosten door bij te dragen aan de premie voor een aanvullende zorgverzekering via categoriale bijzondere bijstand Naast individuele bijzondere bijstand is categoriale bijzondere bijstand ook een vorm van bijstand. Bij categoriale bijzondere bijstand wordt een afgebakende doelgroep (bijvoorbeeld inwoners met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm) aangewezen waaraan een bepaald bedrag voor een bepaald doel wordt verstrekt. Verondersteld wordt dat deze groep sowieso te maken heeft met specifiek genoemde kosten. De kosten waarvoor categoriale bijzondere bijstand verstrekt mag worden zijn zeer beperkt. Eén van de weinige kosten waarvoor dit mag is voor de kosten van een aanvullende zorgverzekering. Dit is vastgelegd in artikel 35 van de Participatiewet. Als we kiezen voor een tegemoetkoming in de premiekosten voor de aanvullende zorgverzekering via categoriale bijzondere bijstand, moeten we dit vastleggen in beleidsregels. Daarbij moeten we de doelgroep en de hoogte van de tegemoetkoming bepalen. Als we uitgaan van een doelgroep van inwoners met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm en een tegemoetkoming van € 10,-- per maand heeft dit aanzienlijke financiële gevolgen (zie hieronder).
Bijdrage aan maatschappelijk effect 3.1. Alle inwoners met een minimum inkomen kunnen financieel ondersteund worden door een bijdrage in de premie voor de aanvullende zorgverzekering. Financiële gevolgen Vergoeding via categoriale bijzondere bijstand (Meerjarig incidenteel) 3.1. We gaan uit van een potentiële doelgroep van 3.300 personen en een tegemoetkoming van € 10,-- per maand voor de premie van de aanvullende zorgverzekering (bron: CBS StatLine, inkomensgrens 120% van het sociaal minimum) en een oplopend bereik. Jaar Bereik Aantal Bedrag 3.1.
2025
2026 50% 1.650 € 198.000
2027 100% 3.300 € 396.000
Extra beleids- en uitvoeringscapaciteit. (Meerjarig incidenteel)
Pagina 7 van 11
2028 100% 3.300 € 396.000
Totaal € 990.000
Jaar Uitvoering Beleid
2025 € 20.000
2026 € 16.000 € 40.000
2027 € 25.000
2028 € 25.000
Totaal € 66.000 € 60.000
Mogelijke dekking Stand reserve ‘armoedebeleid Plan van Aanpak’ na onttrekking van € 567.500 (raadsbesluit van 10 juni 2025): € 1.165.500. Optie 3.2. We komen tegemoet in de zorgkosten door bepaalde mondzorg en bijzondere brillen via individuele bijzondere bijstand te verstrekken Voor medische kosten kan vaak een beroep worden gedaan op de Zorgverzekeringswet. Deze kosten zijn of gedekt vanuit de basisverzekering of vanuit de aanvullende verzekering. Het is de verantwoordelijkheid van de inwoner om een zorgverzekering te nemen die passend is bij zijn situatie. Dat betekent dat de inwoner zich goed (aanvullend) verzekert. Hoewel de zorgverzekering als een passende en toereikende voorliggende voorziening wordt gezien, kan voor zorgkosten toch individuele bijzondere bijstand worden verstrekt. Het college maakt hiervoor dan begunstigend beleid. Als we kiezen voor de mogelijkheid van individuele bijzondere bijstand voor mondzorg en bijzondere en noodzakelijke brillen(glazen), moeten we dit vastleggen in aanvullende beleidsregels. Daarbij moeten we het soort kosten en de maximale hoogte van de tegemoetkoming bepalen. De geldende financiële draagkracht van inwoners is al vastgelegd in de geldende beleidsregels.
Op basis van een proef met vergoeding voor mondzorg in de gemeente Groningen ramen we voor de kosten, exclusief uitvoering, een bedrag van tussen de € 30.000 en € 50.000 per jaar (zie hieronder). Bijdrage aan maatschappelijk effect 3.2. Meer inwoners met een minimum inkomen hebben een betere gezondheid en levenskwaliteit door toegang tot essentiële zorg, zoals mondzorg en brillen. Financiële gevolgen 3.2.
Op basis van een proef met vergoeding van mondzorg in Groningen ramen we voor de kosten een bedrag tussen € 30.000 en € 50.000. Ook volgen we de landelijke ontwikkelingen op het gebied van zorgkosten en spelen hierop in. (Meerjarig incidenteel) Jaar
3.2.
2025
2026 € 40.000
2027 € 40.000
2028 € 40.000
Totaal € 120.000
2028 € 25.000
Totaal € 75.000 € 60.000
Extra beleids- en uitvoeringscapaciteit. (Meerjarig incidenteel) Jaar Uitvoering Beleid
2025 € 20.000
2026 € 25.000 € 40.000
2027 € 25.000
Mogelijke dekking Stand reserve ‘armoedebeleid Plan van Aanpak’ na onttrekking van € 567.500 (raadsbesluit van 10 juni 2025): € 1.165.500.
Pagina 8 van 11
4. Inzet van het maatwerkbudget Huidige situatie Op dit moment wordt het maatwerkbudget incidenteel ingezet als er een voorziening of regeling ontbreekt. Het maatwerkbudget is bedoeld om maatschappelijke kosten te voorkomen en participatie te bevorderen. De omvang van de bestedingen bleek zeer gering. Uit het Rekenkameronderzoek kwam naar voren dat het idee leefde dat het budget alleen voor participatiedoeleinden, met name de weg naar werk, mag worden ingezet. De inzet van het maatwerkbudget is vastgelegd in een werkinstructie. Het beheer en de coördinatie van het budget liggen bij de gemeente. Aanvragen worden gedaan door uitvoerenden, zoals klantmanager, procesbegeleider en adviseur financieel loket. Het al dan niet inzetten van het maatwerkbudget gebeurt in overleg met de kwaliteitsmedewerker. Om het maatwerk beter te benutten geven we hieronder twee opties. Optie 4.1. We handhaven het aanvraagproces en verduidelijken de mogelijke inzet van het maatwerkbudget Aanvragen voor de inzet van het maatwerkbudget worden gedaan door medewerkers binnen onze gemeente. Als het maatwerkbudget alleen voor participatiedoeleinden, met name de weg naar werk, wordt ingezet is dat een te strakke interpretatie van de voorwaarden. De maatwerkondersteuning wordt ook ingezet voor mensen in urgente nood die snel kortdurende ondersteuning nodig hebben om erger te voorkomen.
Denk hierbij aan overbrugging van een maand huur voor een alleenstaande met kinderen die vanuit de crisisopvang een woning kan betrekken en nog wacht op een uitkering. De kosten van deze overbrugging wegen niet op tegen de kosten van de crisisopvang. Daarnaast draagt het voor het hele gezin bij aan meedoen in de samenleving. De mogelijke inzet van het maatwerkbudget kunnen we voor (nieuwe) medewerkers binnen onze gemeente beter onder de aandacht brengen. Bijvoorbeeld door middel van casusbespreking kunnen we dat verduidelijken. Waar nodig, stellen we de werkinstructie bij. Aan de hand van periodieke evaluatie, kunnen we zien of het maatwerkbudget breder wordt ingezet. Bijdrage aan maatschappelijk effect 4.1. Meer inwoners in urgente nood krijgen snel en kortdurende hulp om escalatie van problemen te voorkomen en om hun participatie in de samenleving te bevorderen. Financiële gevolgen 4.1. Geen extra kosten. We verwachten dat het huidige budget voldoende is. Optie 4.2. We starten een pilot waarbij we aanvragen voor de inzet van het maatwerkbudget ook via lokale partners laten verlopen Om meer inwoners in urgente nood te kunnen helpen onderzoeken we of en hoe de uitvoering kan worden belegd bij partners in onze gemeente.
Door aanvragen voor het maatwerkbudget niet alleen via medewerkers van de gemeente, maar ook via onze lokale partners te laten verlopen kunnen we onze inwoners gericht helpen. Onze partners kennen de thuissituatie van de inwoner vaak al goed en kunnen ook inschatten of financiële steun echt nodig is. De afweging van wat in een individuele noodsituatie nodig is, wordt dan overgelaten aan de professional van de lokale partners. Het beheer en de coördinatie van het maatwerkbudget blijft bij de gemeente. Bij deze optie kunnen we aanvragen ook door professionals van de lokale partners te laten indienen. Na accordering door de beheerder, kan de financiële bijdrage via de betreffende lokale partner worden geleverd. Deze partner handelt het dan verder af. Voor de uitvoering stelt de gemeente de budgettaire kaders en het afwegingskader op. We werken deze lijn verder uit. Bij voldoende draagvlak gaan we deze werkwijze uitvoeren, in eerste instantie als pilot. Bijdrage aan maatschappelijk effect 4.2. Meer inwoners in urgente nood krijgen snel en kortdurende hulp om escalatie van problemen te voorkomen en om hun participatie in de samenleving te bevorderen. Financiële gevolgen 4.2. Geen extra kosten. We verwachten dat het huidige budget voldoende is. Pagina 9 van 11
5. Overzicht maatschappelijk effect en financiële gevolgen per optie Bijdrage aan maatschappelijk effect uitwerking aanbeveling 4 per optie Optie 1.1.
1.2.
2.1.
2.2..
3.1.
3.2.
Meedoentegoed van € 150 volwassenen (18-67 jarigen) met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm Meedoentegoed van € 150 volwassenen (18-67 jarigen) met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm Verhogen meedoentegoed ouderen naar € 150 en inkomensgrens handhaven op 110% Verhogen meedoentegoed ouderen naar € 150 en inkomensgrens verhogen naar 120% Bijdrage premie aanvullende zorgverzekering van € 10 per maand voor minima met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm Individuele bijzondere bijstand voor mondzorg en bijzondere, noodzakelijke brillen
4.1.
Huidige aanvraagproces voor het maatwerkbudget verduidelijken
4.2.
Aanvragen voor het maatwerkbudget ook door lokale partners laten doen
Meer volwassen inwoners ervaren een betere fysieke, mentale en sociale gezondheid door actieve deelname aan sportieve, culturele en sociale activiteiten. Meer volwassen inwoners ervaren een betere fysieke, mentale en sociale gezondheid door actieve deelname aan sportieve, culturele en sociale activiteiten. Meer pensioengerechtigden ervaren een betere fysieke, mentale en sociale gezondheid door actieve deelname aan sportieve, culturele en sociale activiteiten. Meer pensioengerechtigden ervaren een betere fysieke, mentale en sociale gezondheid door actieve deelname aan sportieve, culturele en sociale activiteiten. Alle inwoners met een minimum inkomen kunnen financieel ondersteund worden door een bijdrage in de premie voor de aanvullende zorgverzekering. Meer inwoners met een minimum inkomen hebben een betere gezondheid en levenskwaliteit door toegang tot essentiële zorg, zoals mondzorg en brillen. Meer inwoners in urgente nood krijgen snel en kortdurende hulp om escalatie van problemen te voorkomen en om hun participatie in de samenleving te bevorderen. Meer inwoners in urgente nood krijgen snel en kortdurende hulp om escalatie van problemen te voorkomen en om hun participatie in de samenleving te bevorderen.
Begrote meerjarige incidentele middelen uitwerking aanbeveling 4 per optie Optie 1.1.
1.2.
2.1.
2.2..
Meedoentegoed van € 150 volwassenen (18-67 jarigen) met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm Meedoentegoed van € 150 volwassenen (18-67 jarigen) met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm Verhogen meedoentegoed ouderen naar € 150 en inkomensgrens handhaven op 110% Verhogen meedoentegoed ouderen naar € 150 en inkomensgrens verhogen naar 120%
2025 (€)
2026 (€)
2027 (€)
2028 (€)
Totaal (€)
20.000
204.000
195.500
229.000
648.500
20.000
222.000
219.500
259.000
720.500
10.000
31.500
19.500
23.750
84.750
10.000
33.000
22.500
27.500
93.000
Pagina 10 van 11
3.1.
3.2. 4.1. 4.2.
Bijdrage premie aanvullende zorgverzekering van € 10 per maand voor minima met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm Individuele bijzondere bijstand voor mondzorg en bijzondere, noodzakelijke brillen Huidige aanvraagproces voor het maatwerkbudget verduidelijken Aanvragen voor het maatwerkbudget ook door lokale partners laten doen
20.000
254.000
421.000
421.000
1.116.000
20.000
105.000
65.000
65.000
255.000 Huidig budget Huidig budget
Pagina 11 van 11