9.1 Bestemmingsplan 'Emmeloord, Noordzijde 8-12'.pdf
Tekst van het document
5.
Toetsing analyseresultaten
6.
Verklaring omtrent veldwerk
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
2 van 12
Project
: Verkennend bodemonderzoek Noordzijde 8-10 te Emmeloord
Projectnummer
: 190054
1
INLEIDING In opdracht van Poiesz Vastgoed is door Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een vestiging van Poiesz supermarkten aan de Noordzijde 8-10 te Emmeloord. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen sloop/nieuwbouw c.q. uitbreiding van het winkelpand. Doel van het bodemonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) teneinde een uitspraak te kunnen doen of deze al dan niet een belemmering vormt voor de beoogde nieuwbouw c.q. uitbreiding.
1.1
Voorwaarden en uitgangspunten Bij een verkennend bodemonderzoek dienen de volgende normen te worden gevolgd. -
Voorafgaand aan het bodemonderzoek dient een vooronderzoek conform de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5725: “Bodem, leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek” te worden verricht;
-
Het verkennend bodemonderzoek dient te voldoen aan de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5740: “Bodem, onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek”.
Volledigheidshalve merken wij op dat Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV een onafhankelijk opererend adviesbureau is, welke op generlei wijze verbonden is met de opdrachtgever voor het onderzoek of de eigenaar van de onderzoekslocatie.
1.2
Indeling rapportage In het onderhavige rapport wordt eerst ingegaan op de locatiegegevens en het vooronderzoek. Vervolgens komen de veldwerkgegevens, het laboratoriumonderzoek en de analyseresultaten aan bod. De rapportage wordt afgesloten met een bespreking van de analyseresultaten en de bijbehorende conclusies.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
3 van 12
Project
: Verkennend bodemonderzoek Noordzijde 8-10 te Emmeloord
Projectnummer
: 190054
2
VOORONDERZOEK
2.1
Algemeen Het vooronderzoek is gebaseerd op de NEN 5725. In het kader van het vooronderzoek is informatie ingewonnen uit de volgende bronnen:
2.2
-
informatie van de opdrachtgever;
-
informatie van de provincie Flevoland;
-
interpreteren van topografische en geohydrologische kaarten;
-
interpretatie van tekeningen van de huidige situatie;
-
een locatie-inspectie.
Bekende gegevens De locatie is gelegen aan de Noordzijde 8-10 te Emmeloord en is kadastraal bekend als: Gemeente Noordoostpolder, sectie AZ, nummers 889 en 1755. Op de locatie is een vestiging van Poiesz supermarkten
gevestigd.
De
opdrachtgever
is
voornemens
de
bestaande
supermarkt
te
verbouwen/uitbreiden. De oppervlakte van de locatie bedraagt circa 1.090 m² en is grotendeels bebouwd. Het terrein rondom het winkelpand is verhard met klinkers en tegels. Op basis van het provinciaal bodeminformatiesysteem van de provincie Flevoland blijkt er van de onderzoekslocatie zelf geen bodeminformatie en/of andere bodembedreigende activiteiten bekend. Voor het perceel Noordzijde 6 (gescheiden door de Achterom) geldt een vermelding dat op deze locatie sprake is geweest de aanwezigheid van een tankstation en garagebedrijf. In de periode 1986-1995 zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd en in 1994 is een saneringsplan opgesteld (Oranjewoud). In 1994 is een (vervolg) saneringsplan opgesteld voor de uitvoering van een in-situ bodemsanering (Hamer BV, kenmerk 440044.78, d.d. 25-1-1995). In 1997 is een evaluatierapport van de 1e fase van de bodemsanering opgesteld (Hamer Milieutechniek BV, d.d. 1-2-1997). In 1999 is een evaluatierapport opgesteld van de resultaten van de in-situ sanering (Hunneman Milieu-advies, kenmerk 95.02.21, d.d. 12-1999).
2.3
Conclusies vooronderzoek en onderzoekshypothese Het onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Gezien de uitgevoerde bodemsanering op het perceel Noordzijde 6, wordt op voorhand ervan uitgegaan dat geen sprake is van eventuele verspreiding van bodemverontreiniging naar de huidige onderzoekslocatie. Op basis hiervan geldt als uitgangspunt, dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Derhalve is de onderzoeksstrategie gehanteerd voor een onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL). Opgemerkt wordt dat, in overleg met de opdrachtgever, alle boringen rondom het bestaande pand zijn geplaatst en er derhalve geen inpandige boringen zijn uitgevoerd. De peilbuis is aan de zijde, van de hiervoor genoemde locatie, Noordzijde 6 geplaatst. NB: Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksgegevens dient, gezien de gehanteerde strategie (gebaseerd op de Nederlandse Norm (NEN) 5740), welke is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden te worden met een zeker restrisico. Tevens wordt erop gewezen, dat onderhavig onderzoek een momentopname is.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
4 van 12
Project
: Verkennend bodemonderzoek Noordzijde 8-10 te Emmeloord
Projectnummer
: 190054
3
UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
3.1
Algemeen De werkzaamheden zijn uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000 protocol 2001: ‘Plaatsen van handboringen en peilbuizen en nemen van grondmonsters etc’. en protocol 2002: ‘Het nemen van grondwatermonsters’. Voor deze protocollen is Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV in het bezit van een procescertificaat (certificaatnummer: VB-079), welke is afgegeven door SGS Intron Certificatie BV. De chemische analyses zijn uitgevoerd door het de door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerde
laboratorium
Synlab
Analytics
&
Services
B.V.
te
Rotterdam.
Aantal
Analysepakket
Het
onderzoeksprogramma is in tabel 3.1 opgesomd. Tabel 3.1: onderzoeksprogramma Locatie
Bodemlaag
Te verrichten onderzoek
analyses Noordzijde 8-10 te
Bovengrond
6 x boring tot 0,5 m-mv
2
standaardpakket grond
Emmeloord (ca. 1.090 m2)
Ondergrond
1 x boring tot grondwater
1
standaardpakket grondwater
Grondwater
1 x boring met peilbuis
Toelichting op tabel: m -mv: Standaardpakket grond: Standaardpakket grondwater:
3.2
meter minus maaiveld; metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), PAK (VROM 10), minerale olie, PCB’s; metalen, vluchtige aromaten (BTEXN en styreen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (18 verbindingen), minerale olie.
Veldwerkzaamheden Het veldwerk is uitgevoerd op 6 februari 2019 (plaatsen boringen en peilbuis) en op 15 februari 2019 (bemonstering grondwater) door de heer D.P. Pilat. De locaties van de boringen en de peilbuis staan weergegeven op de situatietekening (bijlage 2). Het opgeboorde materiaal is beoordeeld op textuur, kleur en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen, welke zijn opgenomen als bijlage 3. De globale bodemopbouw en de relevante zintuiglijke waarnemingen zijn beschreven in paragraaf 4.1. Voor het vaststellen van een eventueel aanwezige olieverontreiniging is gebruik gemaakt van de olie-opwater-test. De grootte en de kleurschakering van de oliefilm op het werkwater geven een indicatie van de mate van verontreiniging. Voor het laboratoriumonderzoek zijn van de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) uit iedere boring grondmonsters genomen. Uit de boringen tot 2,0 m-mv is per iedere halve meter een grondmonster genomen. Bodemlagen met afwijkende kenmerken (textuur, kleur, aanwezigheid bodemvreemd materiaal, etc) zijn apart bemonsterd.
3.3
Chemisch-analytisch onderzoek De samenstelling van de analysepakketten is als volgt: Standaardpakket grond: -
zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink;
-
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK);
-
PCB’s (Polychloorbifenyl);
-
minerale olie (GC).
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
5 van 12
Project
: Verkennend bodemonderzoek Noordzijde 8-10 te Emmeloord
Projectnummer
: 190054
Standaardpakket grondwater:
3.4
-
zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink;
-
vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN);
-
vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen;
-
minerale olie (GC).
Toetsingskader De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Wet Bodembescherming. Het toetsingskader bestaat uit achtergrond- (voor grond) en streefwaarden (voor grondwater) alsmede interventiewaarden. Het gemiddelde van achtergrondwaarde (voor grond) of streefwaarde (voor grondwater) en de interventiewaarde wordt als tussenwaarde aangeduid. Een beschrijving van de waarden is hieronder weergegeven: Achtergrondwaarden (AW) (alleen voor grond) De achtergrondwaarden geven de milieuhygiënische kwaliteit voor bodem, waarop geen locatiespecifieke bodembelasting is opgetreden. De achtergrondwaarden geven derhalve de gemiddelde gehalten van de parameters in gebieden, waarin geen antropogene beïnvloeding van de bodem heeft plaatsgevonden. Streefwaarden (S) (alleen voor grondwater) De streefwaarden geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau voor de bodem aan. De streefwaarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondconcentraties, of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. Ook is er een risicobenadering in de streefwaarden geïntegreerd. Tussenwaarden (T) De tussenwaarde ofwel het criterium voor nader onderzoek (gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde) is vastgesteld om aan te geven dat een nader onderzoek nodig is.
Voor stoffen waarvoor geen achtergrondwaarde is vastgesteld, dient ½ (interventiewaarde) gehanteerd te worden. Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Indien de interventiewaarde voor grond een bodemvolume van 25 m³ of voor grondwater een bodemvolume van 100 m³ overschrijdt, is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Voor asbest geldt dit omvangscriterium niet en is er al sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, als de interventiewaarde in enig bodemvolume wordt overschreden. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem. De achtergrond- en interventiewaarden in de grond zijn gerelateerd aan het gehalte aan lutum en organische stof (humus) van de bodem. Wanneer een gehalte tussen de achtergrondwaarde/ streefwaarde en de tussenwaarde ligt, wordt dit in de tekst aangeduid als een licht verhoogd gehalte. Een gehalte tussen de tussenwaarde en de interventiewaarde wordt aangeduid als een matig verhoogd gehalte. Een gehalte boven de interventiewaarde wordt aangeduid als een sterk verhoogd gehalte.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
6 van 12
Project
: Verkennend bodemonderzoek Noordzijde 8-10 te Emmeloord
Projectnummer
: 190054
Het toetsingskader bevat een aantal voorschriften voor toetsing in het geval het gehalte/ de concentratie van één parameter of de gehalten/ concentraties van één of meer stoffen behorend bij een somparameter beneden de detectiegrens liggen. In dit geval dient de detectiegrens met een factor 0,7 vermenigvuldigd te worden en vervolgens getoetst. In de onderhavige rapportage zijn overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden, die uitsluitend het gevolg van dergelijke statistische bewerkingen, genegeerd. Dergelijke toetsingsresultaten hebben ons inziens geen toegevoegde waarde. Uitsluitend, wanneer sprake is van significante overschrijding van de toetsingswaarden door de detectiegrenzen, worden waarden beneden detectiegrenzen behandeld.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
7 van 12
Project
: Verkennend bodemonderzoek Noordzijde 8-10 te Emmeloord
Projectnummer
: 190054
4
RESULTATEN
4.1
Zintuiglijke waarnemingen In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per te onderscheiden bodemlaag omschreven. In tabel 4.1 is de globale bodemopbouw weergegeven zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden is aangetroffen. In tabel 4.2 zijn de resultaten van metingen tijdens de bemonstering van het grondwater weergegeven. Tabel 4.1: globaal overzicht bodemopbouw Diepte (m-mv.)
Samenstelling
0,0 - 3,4*
Zand, matig fijn tot matig grof, zwak siltig
*: maximale boordiepte
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de grond geen bijmengingen met bodemvreemd materiaal waargenomen, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Het maaiveld en de opgeboorde grond is visueel geïnspecteerd op de mogelijke aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Dit is niet waargenomen. In tabel 4.2 zijn de resultaten van metingen tijdens de bemonstering van het grondwater weergegeven. Tabel 4.2: resultaten van metingen aan het grondwater Peilbuis nr. 08
Filterdiepte (m-mv) 2,4-3,4
Grondwaterstand (m-mv) 1,92
pH-waarde ( -/-) 7,3
Troebelheid (NTU) 23
EC (µS/cm) 1.033
De gemeten waarden in het grondwater wijken niet af van de waarden, welke onder de natuurlijke omstandigheden verwacht kunnen worden. Een nader onderzoek naar een verhoogde troebelheid (NTU>10) wordt niet noodzakelijk geacht.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
8 van 12
Project
: Verkennend bodemonderzoek Noordzijde 8-10 te Emmeloord
Projectnummer
: 190054
4.2
Analyseresultaten boven- en ondergrond De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. In de tabellen in bijlage 5 zijn de analyseresultaten getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. De resultaten van de toetsing zijn in tabel 4.3 opgesomd. Tabel 4.3: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)
MM1bg1 1 or
MM2og2 2 or
br
br
droge stof (gew.-%) gewicht artefacten (g) aard van de artefacten (-)
91.3 <1 Geen
---
----
89.8 <1 Geen
---
----
organische stof (gloeiverlies) (% vd DS)
0.6
--
--
<0.5
--
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) (% vd DS) 1.8
--
--
1.5
--
--
<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 4.7 <20
54.2 0.241 3.69 7.24 0.0503 11 0.35 13.7 33.2
<0.01
--
--
3.227
3.23
*
4.9
24.5
a
<20
70
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
<20 <0.2 <1.5 6.7 <0.05 <10 <0.5 4.3 25
54.2 0.241 3.69 13.9 0.0503 11 0.35 12.5 59.3
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 --pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.747 0.747 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 factor) (µg/kgds) 4.9
24.5
MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40
70
<20
a
Monstercode en monstertraject 1 12967340-001 MM1bg 01: 5-50, 02: 5-50, 03: 5-50, 04: 10-60, 05: 5-55, 06: 10-60, 07: 5-55, 08: 5-50 2 12967340-002 MM2og 05: 60-100, 05: 100-150, 05: 150-200, 08: 50-100, 08: 100-150, 08: 150-180, 08: 180-229 De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 3007-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). * ** *** -# a
b
+
or br
bt)
het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde het gehalte is groter dan de interventiewaarde geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. Origineel resultaat Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling.
Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 1: lutum 1.8% humus 0.6% 2: lutum 1.5% humus 0.5%
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
9 van 12
Project
: Verkennend bodemonderzoek Noordzijde 8-10 te Emmeloord
Projectnummer
: 190054
4.3
Analyseresultaten grondwater De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 4. In de tabellen in bijlage 5 zijn de analyseresultaten getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De resultaten van de toetsing zijn in tabel 4.4 opgesomd. Tabel 4.4: Analyseresultaten grondwater (as3000) monsters (gehalten in µg/l, tenzij anders aangegeven) Monstercode
11
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
73 <0.20 <2 <2.0 <0.05 2.1 <2 <3 17
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (0.7 factor) styreen
<0.2 <0.2 <0.2 0.21 <0.2
*
a
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.02 interventie factor polycyclische aromatische koolwaterstoffen 0.0002 GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan <0.2 1,2-dichloorethaan <0.2 1,1-dichlooretheen <0.1 trans-1,2-dichlooretheen <0.1 som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen (0.7 factor) 0.14 dichloormethaan <0.2 som dichloorpropanen (0.7 factor) 0.42 tetrachlooretheen <0.1 tetrachloormethaan <0.1 1,1,1-trichloorethaan <0.1 1,1,2-trichloorethaan <0.1 trichlooretheen <0.2 chloroform <0.2 vinylchloride <0.2 tribroommethaan <0.2 MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40
a
-a a
a a a a
a
<50
Monstercode en monstertraject 1 12974128-001 1 Pb 08-1: 240-340 De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675. De gehalten die de betreffende streefwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: * het gehalte is groter dan de streefwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of geen streefwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de streefwaarde te zijn. b gehalte is groter dan de streefwaarde (of geen streefwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
10 van 12
Project
: Verkennend bodemonderzoek Noordzijde 8-10 te Emmeloord
Projectnummer
: 190054
4.4
Interpretatie onderzoeksresultaten Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de grond geen bijmengingen waargenomen, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Het maaiveld en de opgeboorde grond is visueel geïnspecteerd op de mogelijke aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Dit is niet waargenomen. In het mengmonster van de bovengrond (MM1bg) zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen gemeten. In het mengmonster van de ondergrond (MM2og) is een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. In het grondwatermonster, afkomstig uit peilbuis 08, is de concentratie aan barium verhoogd aangetoond ten opzichte van de streefwaarde. Aangezien deze stof niet in een significant verhoogd gehalte in de grond is aangetroffen en er geen aanwijsbare bron bekend is, die de aanwezigheid van deze stof zou kunnen verklaren, wordt aangenomen dat de verhoogde concentratie een natuurlijke oorsprong heeft. Ook zou sprake kunnen zijn van een (nog) niet volledig hersteld chemisch bodemevenwicht, na plaatsing van de peilbuis. Aangezien slechts sprake is van een overschrijding van de streefwaarde, wordt aanvullend onderzoek, ongeachte de uiteindelijke oorzaak, niet noodzakelijk geacht. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat geen verhogingen met brandstofcomponenten zijn gemeten.
Er is derhalve geen sprake van een perceelsoverschrijdende (rest)verontreiniging afkomstig van het nabij gelegen voormalige tankstation (zie paragraaf 2.2).
4.5
Toetsing hypothese Op grond van de onderzoeksresultaten, die zijn voortgekomen uit het veldwerk en de chemische analyses, kan worden geconcludeerd, dat de hypothese "onverdacht" voor de onderzoekslocatie, formeel verworpen dient te worden. Dit op basis van het gemeten licht verhoogde gehalte aan PAK in de grond en de gemeten licht verhoogde concentratie aan barium in het grondwater. Deze heeft vermoedelijk een natuurlijke oorsprong en/of is het gevolg van een niet volledig hersteld chemisch bodemevenwicht, na plaatsing van de
peilbuis.
Aangezien
slechts
sprake
is
van
een
overschrijding
van
de
achtergrondwaarde/streefwaarde, wordt aanvullend onderzoek niet noodzakelijk geacht.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
11 van 12
Project
: Verkennend bodemonderzoek Noordzijde 8-10 te Emmeloord
Projectnummer
: 190054
5
CONCLUSIES EN ADVIES Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de grond geen bijmengingen waargenomen, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Het maaiveld en de opgeboorde grond is visueel geïnspecteerd op de mogelijke aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Dit is niet waargenomen. In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen gemeten In de ondergrond is een lichte verontreiniging met PAK aangetoond. In het grondwater is de concentratie aan barium verhoogd aangetoond ten opzichte van de streefwaarde. Naar verwachting heeft dit een natuurlijke oorsprong en/of is het gevolg van een nog niet volledig hersteld chemisch bodemevenwicht, na plaatsing van de peilbuis. Op basis van deze resultaten worden, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen belemmeringen verwacht ten aanzien van de voorgenomen nieuwbouw/uitbreiding op de locatie. Volledigheidshalve wordt opgemerkt, dat rekening gehouden dient te worden gehouden met het gegeven, dat bij eventuele toekomstige grondwerkzaamheden mogelijk aanvullende analyses noodzakelijk zijn en de grond mogelijk niet zonder restricties buiten de locatie kan worden toegepast. Het Besluit Bodemkwaliteit zal dan van kracht kunnen worden.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
12 van 12
BIJLAGE 1:
REGIONALE LIGGING LOCATIE
Projectnaam Projectnummer Opdrachtgever
REGIONALE LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE Verkennend bodemonderzoek Noordzijde 8-10 te Emmeloord 190054 Poiesz Vastgoed BV
BIJLAGE 2:
OVERZICHT LOCATIE EN SITUERING MONSTERNAMEPUNTEN