8.4 Uitspraak beroepen rechtbank Midden Nederland d.d. 2 oktober 2020.PDF
Tekst van het document
\*fŕde Rechtspraak
GEM. NOORDOOSTPOLDER ingek.
0 2 OKT. 2020
Rechtbank Midden-Nederland į/Į AANTEKENEN | | PER POST | | PER FAX 0527 61 70 20
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder Postbus 155
Bestuursrecht
8300 AD Emmeloord bezoekadres Vrouwe Justitiaplein 1 3511 EX Utrecht
datum onderdeel contactpersoon doorkiesnummer ons kenmerk uw kenmerk
1 oktober 2020 Team 1 mevr J. van den Bergh 088-3611754 zaaknummer UTR 19 I 3044 WA BOA VI63 017129447 beslissing op bezwaarschrift
bijlage(n) faxnummer afdeling onderwerp
(088)361 04 51 het beroep van A. Villerius
correspondentieadres Postadres: Postbus 16005, 3500 DA Utrecht t 088 36 20000 f Algemeen (088) 361 04 51 Voorlopige Voorzieningen (088) 361 04 52 www.rechtspraak.nl
Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen
Geachte heer/mevrouw, Over het beroep met zaaknummer UTR 19 I 3044 WABOA V163 deel ik u het volgende mee. De rechtbank heeft uitspraak gedaan. Ik stuur u een kopie van de uitspraak. Indien in deze uitspraak wordt verwezen naar een uitspraak met een ECLI-nummer, is de tekst van de betreffende uitspraak onder dat nummer gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. In uw beroepschrift moet u vermelden waarom u het niet eens bent met de uitspraak. U kunt ook digitaal hoger beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kijk op www.raadvanstate.nl voor meer informatie over het indienen van digitaal beroep. Als u naar aanleiding van deze brief vragen hebt, kunt u contact opnemen met de administratie van de rechtbank op het hierboven vermelde doorkiesnummer. Als u\de rechtbank belt of schrijft, verzoek ik u het zaaknummer te vermelden. [entend,
de gri
BE022
[Şfň de Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland KĻAANTEKENEN I 1 PER POST | ] PER FAX 0527 6í 70 20
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder Postbus 155 8300 AD Emmeloord
Bestuursrecht
bezoekadres Vrouwe Justitiaplein 1 3511 EX Utrecht
datum onderdeel contactpersoon doorkiesnummer ons kenmerk uw kenmerk
1 oktober 2020 Team 1 mevr J. van den Bergh 088-3611754 zaaknummer UTR 19/3078 WA BOA VI63 017129572
bijlage(n) faxnummer afdeling onderwerp
(088)361 04 51 het beroep van A. Hendriks
correspondentieadres Postadres: Postbus 16005, 3500 DA Utrecht t 088 36 20000 f Algemeen (088) 361 04 51 Voorlopige Voorzieningen (088) 361 04 52 www.rechtspraak.nl
Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Geachte heer/mevrouw, Over het beroep met zaaknummer UTR 19 13078 WABOA VI63 deel ik u het volgende mee. De rechtbank heeft uitspraak gedaan. Ik stuur u een kopie van de uitspraak. Indien in deze uitspraak wordt verwezen naar een uitspraak met een ECLl-nummer, is de tekst van de betreffende uitspraak onder dat nummer gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. In uw beroepschrift moet u vermelden waarom u het niet eens bent met de uitspraak. U kunt ook digitaal hoger beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kijk op www.raadvanstate.nl voor meer informatie over het indienen van digitaal beroep. Als u naar aanleiding van deze brief vragen hebt, kunt u contact opnemen met de administratie van de rechtbank op het hierboven vermelde doorkiesnummer. u de rechtbank belt of schrijft, verzoek ik u het zaaknummer te vermelden. loģąc Intend,
BE022
proces-verbaal uitspr RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: UTR 19/3044 en UTR 19/3078
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 17 september 2020 in de zaak tussen A. Villerius Sí M. Hollander, te Emmeloord, eisers I (gemachtigde: mr. K. van Leeuwen), A. Hendriks, te Emmeloord, eiser 2 (gemachtigde: mr. S. Sabur), gezamenlijk eisers en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder (het college), verweerder (gemachtigde: L. Riddersma). Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:
Flevoland Financieel Advies B.V., te Emmeloord.
Inleiding Flevoland Financieel Advies B.V. heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een kantoor en 16 appartementen aan de Koningin Julianastraat 2 t/m 34 in Emmeloord. Dit perceel ligt sinds 2009 braak. Het bouwplan van Flevoland Financieel Advies B.V. is op meerdere punten in strijd met het voor het perceel geldende bestemmingsplan ‘Emmeloord, de Deel-Stadsharť. Het college heeft op 26 september 2018- conform de aanvraag - een omgevingsvergunning (de omgevingsvergunning) verleend voor de activiteiten bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Met twee besluiten van 2 juli 2019 (de bestreden besluiten) heeft het college de bezwaren van eisers tegen de omgevingsvergunning ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning onder wijziging van de grondslag en met aanvulling van de motivering in stand gelaten. Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Het college heeft twee verweerschriften ingediend. Eisers hebben hierop schríftelijk gereageerd. De zaken zijn gevoegd behandeld op de zitting van 1 7 september 2020. Eisers waren hierbij aanwezig, bijgestaan door hun gemachtigden. De gemachtigde van het college was ook aanwezig. Zij werd vergezeld door S. Meulenbelt en N.M. van der Ende. Flevoland
zaaknummers: UTR 19/3044 en UTR 19/3078
blad 2
Financieel Advies B.V. werd op de zitting vertegenwoordigd door G. Gieskens en H. Boer. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing De rechtbank: verklaart de beroepen gegrond; vernietigt de bestreden besluiten; -
-
herroept de omgevingsvergunning; draagt het college op om met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure een besluit te nemen op de aanvraag voor een omgevingsvergunning van Flevoland Financieel Advies B.V.; draagt het college op het betaalde griffierecht van 6 174,- aan beide eisers te vergoeden; veroordeelt het college in de proceskosten van eisers 1 tot een bedrag van E 2.100,- en van eiser 2 tot een bedrag van F 1.050,-.
Overwegingen Kleeft er een gebrek aan de bestreden besluiten? 1.
Ja, naar het oordeel van de rechtbank kleeft er een gebrek aan de bestreden besluiten.
2. Eisers en het college zijn het er inmiddels over eens, en de rechtbank sluit zich daarbij aan, dat het college de omgevingsvergunning ten onrechte heeft verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 20, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 1 en 9, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor). Dit betekent dat het college bij het voorbereiden van de omgevingsvergunning de verkeerde procedure heeft gevolgd, namelijk de reguliere procedure in plaats van de uitgebreide voorbereidingsprocedure, waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is. 3.
De rechtbank baseert dit oordeel op de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State (de Afdeling), in het bijzonder de uitspraken van 21 maart 2018 (Aldi)1 en 4 februari 2020 (Oudewater)2. De motivering van de uitspraken van de Afdeling over toepassing van artikel 4 van bijlage II bij het Bor bij nieuwbouw lijkt niet altijd consistent en is daardoor mogelijk wat verwarrend. De uitkomst van deze rechtspraak is wel consistent. Voor het bouwen van een nieuw pand, waarvan het gebruik geheel of gedeeltelijk afwijkt van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, kan een omgevingsvergunning niet worden verleend met toepassing van een combinatie van de onderdelen 1 en 9 van artikel 4 van bijlage II bij het Bor. Een omgevingsvergunning voor nieuwbouw waarbij het toekomstige gebruik (deels) in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan, kan alleen worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30, van de Wabo. Tussen partijen is niet in geschil dat het in deze zaak gaat om nieuwbouw, nu sprake is van een braak liggend terrein.
1 ECLl:NL:RVS:2018:963. 2 ECLI:NL:RVS:2020:338.
zaaknummers: UTR 19/3044 en UTR 19/3078
blad 3
Hoe nu verder? 4. Het college heeft de rechtbank gevraagd het gebrek te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Avvb. De rechtbank is van oordeel dat dit niet mogelijk is. 5. Alleen als evident is dat belanghebbenden door het gebrek in een bestreden besluit niet zijn benadeeld, kan bij het bestaan van een dergelijk gebrek toepassing worden gegeven aan artikel 6:22 van de Avvb. Eisers hebben er op de zitting op gewezen dat mogelijk ook andere omwonenden bedenkingen over het bouwplan van Flevoland Financieel Advies B.V. naar voren hadden willen brengen. Het college kan dat niet helemaal uitsluiten. 6. De rechtspraak van de Afdeling over toepassing van artikel 6:22 van de Avvb is op dit punt heel streng. Hoewel de rechtbank niet uitsluit dat de beslissing van het college op de aanvraag van Flevoland Financieel Advies B.V. na het doorlopen van de uitgebreide voorbereidingsprocedure hetzelfde zal zijn, kan zij er niet aan voorbij gaan dat de verkeerde procedure is gevolgd en daardoor mogelijk belanghebbenden zijn benadeeld. Daar komt bij dat er andere procedurele vereisten gelden bij artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30, van de Wabo. Bijvoorbeeld de mogelijke betrokkenheid van de gedeputeerde staten en de wettelijke eisen die aan de ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunning worden gesteld.
Ten slotte is er in deze zaak tussen partijen discussie over de vraag of het bouwplan valt onder één van de categorieën gevallen die door de gemeenteraad zijn aangewezen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist. Conclusie 7. De rechtbank komt tot de conclusie dat het gebrek in de bestreden besluiten niet kan worden gepasseerd of hersteld. Daarom komt zij niet meer toe aan de bespreking van de overige door eisers aangevoerde beroepsgronden. 8.
De rechtbank zal de beroepen gegrond verklaren en de bestreden besluiten vernietigen.
De rechtbank zal op de bezwaren van eisers beslissen, door deze alsnog gegrond te verklaren en de omgevingsvergunning te herroepen. 9. Het college moet opnieuw op de aanvraag voor een omgevingsvergunning van Flevoland Financieel Advies B.V. beslissen. Het verlenen van medewerking aan het bouwplan kan alleen met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30, van de Wabo. De beslissing op de aanvraag moet dus worden voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure uit de Wabo. Bovendien moet in die procedure worden bepaald of de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet verlenen. 10. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat het college aan beide eisers het door hen betaalde griffierecht vergoedt. 11. De rechtbank veroordeelt het college in de door eisers gemaakte proceskosten. 12. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor eisers 1 vast op 6 2.100,(1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, I punt voor het verschijnen op de hoorzitting, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van F 525.- en een wegingsfactor 1). 13. Eiser 2 is in de bezwaarfase nog niet bijgestaan door een rechtsbijstandverlener. Voor
zaaknummers: UTR 19/3044 en UTR 19/3078
blad 4
hem stelt de rechtbank de kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende bijstand vast op L 1.050,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van 6 525,- en een wegingsfactor 1).
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzitter, mr. K. de Meulder en mr. ing. A. Rademaker, leden, in aanwezigheid van mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2020.
griffier
Afschrift verzonden aan partijen op:
rzitter
1 0KT 2Û20
Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Voor kopie conform de griffier
Midden-Nederland
Rechtbank
de R echtspraak
3uius)|3J doļsod
Pays-Bas
Port Payé