8.4 Memo Uitspraak Raad van State Landelijk gebied, Paardenweg 1 te Kraggenburg.pdf
Tekst van het document
MEMO Aan:
Gemeenteraad
Van:
Esther Steenbergen-Haak (cluster Leefomgeving)
Datum:
27 maart 2026
Onderwerp:
Uitspraak Raad van State over het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Paardenweg 1 te Kraggenburg’
Inleiding en aanleiding Op 31 augustus 2022 heeft initiatiefnemer een aanvraag ingediend voor wijziging van de agrarische bestemming op het perceel Paardenweg 1 in Kraggenburg, ten behoeve van de huisvesting van maximaal 144 arbeidsmigranten. Naar aanleiding hiervan heeft het college een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Op 3 juni 2024 heeft uw raad besloten het bestemmingsplan niet vast te stellen (Gemeenteraad 03 juni 2024 19:30:00, Gemeente Noordoostpolder). Tegen dit besluit heeft initiatiefnemer beroep ingesteld. Op 25 maart 2026 heeft de Raad van State (hierna: de Afdeling) uitspraak gedaan in deze zaak (Uitspraak 202405731/1/R1 Raad van State). Deze memo geeft een toelichting op de uitspraak en schetst de vervolgstappen die genomen moeten worden. Daarbij wordt ook aangegeven welke handelingsruimte uw raad na deze uitspraak nog heeft. Kern van de uitspraak De Afdeling heeft het raadsbesluit van 3 juni 2024, waarin uw raad heeft geweigerd het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Paardenweg 1 te Kraggenburg’ vast te stellen, vernietigd. De Afdeling concludeert dat het besluit ondeugdelijk is gemotiveerd, waardoor is gehandeld in strijd met artikel 3:46 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Uw raad moet binnen 10 weken een nieuw besluit nemen (uiterlijk 3 juni 2026), met inachtneming van de overwegingen uit de uitspraak.
Daarnaast moet de gemeente de proceskosten en het griffierecht vergoeden. Wat gaat er volgens de Afdeling mis in de motivering van uw raad? De Afdeling stelt vast dat uit de video-opname van de raadsvergadering en de brief van 19 juli 2024 niet duidelijk blijkt welke argumenten precies ten grondslag lagen aan de weigering van het bestemmingsplan. Ook is niet inzichtelijk gemaakt hoe de belangen zijn afgewogen en is de anterieure overeenkomst ten onrechte niet betrokken bij de besluitvorming. In het verweerschrift heeft uw raad alsnog een nadere motivering op het besluit gegeven. Deze gaat in op de onderwerpen verkeersveiligheid, onvoldoende woon- en leefklimaat en strijd met provinciaal en gemeentelijk beleid. De Afdeling is vervolgens per onderwerp nagegaan of deze motivering voldoende was, maar concludeert dat geen van deze motiveringen de weigering kan dragen. Hieronder is per onderdeel uitgelegd waarom de Afdeling de motivering onvoldoende vindt en of er nog mogelijkheden zijn om het onderdeel in een nieuw besluit wél deugdelijk te onderbouwen: Onderwerp
Oordeel Raad van State
Verkeersveiligheid In het verweerschrift heeft de raad nader gemotiveerd dat de maximale capaciteit van de Kraggeburgerweg door de ontwikkeling zou worden overschreden. Daarbij heeft de raad zich gebaseerd op cijfers van de provincie, die van een lagere maximale
Rechtsoverwegingen 6 t/m 6.3: De Afdeling vindt de verkeersbezwaren onvoldoende onderbouwd. Het verkeersonderzoek van Goudappel wordt als deugdelijk beschouwd: de extra verkeersbewegingen passen binnen de capaciteit van de Kraggenburgerweg en er zijn
Mogelijkheden om nader te onderbouwen? Ja, maar beperkt. Alleen mogelijk met nieuwe, concrete en ruimtelijk relevante gegevens die laten zien dat de verkeerssituatie ondanks het Goudappel-onderzoek toch onaanvaardbaar is. Algemene zorgen zijn onvoldoende. Aanvullend onderzoek is nodig. Daarbij zij opgemerkt dat in de
verkeerscapaciteit motorvoertuigen per etmaal van de Kraggenburgerweg uitgaat dan waar de verkeerskundige Goudappel vanuit gaat, die onderzoek heeft gedaan naar de situatie. Ten aanzien van de bermverharding is aangevoerd dat deze ook in zuidelijke richting aangelegd zou moeten worden. Tot slot is aangevoerd dat, vanwege het ontbreken van verlichting langs de Paardenweg, de verkeersveiligheid voor fietsers en voetgangers in het geding is door het plan.
geen concrete aanwijzingen voor verkeersonveiligheid. Zaken als bermverharding en verlichting horen bij de uitvoering en hoeven niet in het bestemmingsplan te worden vastgelegd. Bovendien staat het bestemmingsplan er niet aan in de weg om de berm ook in zuidelijke richting te verharden, indien dat volgens de raad nodig blijkt te zijn.
toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is geconcludeerd dat sprake zal zijn van een goede verkeersafwikkeling. Dit zal dan ontkracht moeten worden. Verder wijst de Afdeling op de evaluatiemomenten van de verkeerssituatie met bewoners van de Paardenweg en op de toezegging van initiatiefnemer om samen met de bewoners van de Paardenweg bij de provincie te informeren naar mogelijkheden om verlichting te realiseren rondom de bushalte Kraggenburgerweg en/of de kruising Paardenweg. Hoewel dit een overweging ten overvloede van de Afdeling is, acht de Afdeling dit wel van dusdanig belang dat zij dit in de uitspraak benoemt.
Onvoldoende woon- en leefklimaat De raad heeft nader gemotiveerd dat in het bestemmingsplan niet is geborgd dat voldoende gelegenheid is voor ontspanning, sport en spel. Strijd met provinciaal beleid De raad heeft nader gemotiveerd dat het bestemmingsplan jaarronde huisvesting mogelijk maakt, terwijl het beleid van GS dat in dit geval niet zou toelaten.
Rechtsoverwegingen 7.0 en 7.1: Het ontbreken van sporten spelruimten is geen reden om het plan te weigeren. Als de raad dit belangrijk vindt, kan dit via een voorwaardelijke verplichting in planregels worden geregeld.
Ja, maar alleen planologisch. De raad kan dit alsnog borgen via een aanvullende voorwaarde in het plan. Het is geen reden tot weigeren, maar kan wel als planregel worden toegevoegd.
Rechtsoverwegingen 8.0 en 8.1: De raad heeft onvoldoende onderbouwd waarom het plan in strijd zou zijn met provinciaal beleid. De provincie heeft uiteindelijk zelf aangegeven dat het plan in overeenstemming is met het beleid. De raad heeft geen toelichting gevraagd toen de provincie van standpunt veranderde.
Alleen mogelijk na aanvullende toelichting van de provincie. Zonder nieuwe, concrete uitleg vanuit de provincie is dit geen houdbaar argument.
Strijd met gemeentelijk beleid uit 2024 De raad heeft nader gemotiveerd dat het (nieuwe) Beleid huisvesting arbeidsmigranten en de (nieuwe) Beleidsregel huisvesting arbeidsmigranten landelijk gebied Noordoostpolder van toepassing zijn en dat het bestemmingsplan daarmee in strijd is.
Rechtsoverwegingen 9.0 en 9.1: Het nieuwe gemeentelijke beleid (Beleidsregel 2024) is ten onrechte toegepast, omdat het volgens de overgangsregeling niet geldt voor aanvragen van vóór inwerkingtreding. De aanvraag dateert uit 2022, dus het beleid is niet van toepassing.
Nee. Dit kan niet nader worden onderbouwd, omdat de Beleidsregel uit 2024 juridisch niet van toepassing is op deze aanvraag. De raad kan dit argument niet opnieuw gebruiken.
Vervolg Het college zal een nieuw voorstel voorbereiden dat aansluit bij de overwegingen uit de uitspraak. Dit voorstel wordt op 20 april in de commissie besproken en op 11 mei in de raad geagendeerd. Uiterlijk op 3 juni 2026 moet het nieuwe besluit zijn genomen en bekendgemaakt. Op basis van de uitspraak heeft uw raad in grote lijnen de volgende 3 opties: 1. Het bestemmingsplan alsnog vaststellen; 2. Het bestemmingsplan opnieuw weigeren, maar alleen als dit gebeurt op grond van nieuwe, concrete en ruimtelijk relevante argumenten die de Afdeling in de uitspraak open heeft gelaten. Een weigering kan dus alleen als de motivering nu wél juridisch houdbaar is; 3. Aanpassen van het plan in overleg met initiatiefnemer, bijvoorbeeld door aanvullende planregels (zoals een verplichting voor sport- en spelruimte), als dat nodig is om het plan ruimtelijk verantwoord te maken. Houd bij uw besluitvorming rekening met het volgende: • Het ontbreken van draagvlak onder omwonenden is geen reden om het plan te weigeren. Uit de jurisprudentie van de Afdeling onder de voormalige Wet ruimtelijke ordening (Wro) volgt dat (het ontbreken van) draagvlak geen dragend argument kan zijn voor het weigeren van het vaststellen van het bestemmingsplan. Het ontbreken van draagvlak kan enkel in combinatie met andere ruimtelijk relevante argumenten een rol spelen.
Naar verwachting zal deze lijn in de jurisprudentie van de Afdeling onder de Omgevingswet niet anders worden. Draagvlak speelt dus geen rol als ruimtelijk relevant argument. • Hoewel niet door de Afdeling is bevestigd in de onderhavige uitspraak, valt wel te verwachten dat het toetsingskader wordt gevormd door de Beleidsregel uit 2018. Deze beleidsregel is door uw raad ook in andere, vergelijkbare, gevallen toegepast. Het nieuwe beleid uit 2024 mag in ieder geval niet worden toegepast, omdat de aanvraag dateert van vóór de inwerkingtreding van dat nieuwe beleid. Dit volgt uit de uitspraak én de overgangsregels. • Nieuwe motivering moet specifiek en ruimtelijk relevant zijn. Argumenten die de Afdeling al heeft beoordeeld en onvoldoende heeft bevonden (zoals verkeersveiligheid zonder nieuwe onderbouwing of strijd met provinciaal beleid zonder toelichting van de provincie) kunnen niet opnieuw worden gebruikt. • Het oude recht (voor 1 januari 2024) blijft van toepassing. De Afdeling benadrukt dat op het nieuwe besluit het recht moet worden toegepast dat gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet.