8.4 Condities voor verdere uitwerking strategische agenda Flevoland.pdf
Tekst van het document
Condities voor verdere uitwerking strategische agenda Flevoland met het rijk, vooruitlopend op formele besluitvormingstrajecten. Met deze condities geven Provinciale Staten randvoorwaarden en richting mee aan het college van Gedeputeerde Staten, om met de regio en het rijk het gesprek aan te gaan over de doorontwikkeling van Flevoland. Binnen deze kaderstelling van Provinciale Staten wordt vervolgens toegewerkt naar een nadere uitwerking van afspraken en programmering, die ter besluitvorming aan Provinciale Staten zal worden voorgelegd.
Algemeen: Gedeputeerde Staten gaan, in samenwerking met de Flevolandse gemeenten en het waterschap Zuiderzeeland, het gesprek aan met het rijk over de nationale en regionale opgaven voor Flevoland. De inzet is daarbij om te komen tot een duurzame wederkerige samenwerking, gericht op doorontwikkeling van Flevoland. Hierbij staat voorop dat er een goede balans ontstaat tussen ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen. Of anders geformuleerd: een volwaardige, leefbare en duurzame ontwikkeling, waarbij (OV) bereikbaarheid, werkgelegenheid, (cultuur)voorzieningen, ruimte voor natuur en kwaliteit van wonen als belangrijke uitgangspunten gelden. In dit stuk is onderscheid gemaakt in condities die als harde randvoorwaarden gelden en een verdere concretisering, in mogelijke uitwerkingen.
1. Bestuurlijk.
De regionale samenwerking, zoals opgebouwd onder de noemer ‘Samen Maken We Flevoland’ vormt de basis. Als regio Flevoland werken de 8 overheden samen als gelijkwaardige partners vanuit de 1-overheidsgedachte; Met het rijk (breed, interdepartementaal) worden wederkerige afspraken gemaakt over het realiseren van nationale en regionale opgaven. Het rijk dient zich in te spannen om integraal en over de grenzen van de departementen heen te werken, te denken en te agenderen. Intentie is te komen tot een langjarige samenwerking tussen rijk en regio, waarbij de integrale opgaven centraal staan, lessen en ervaringen uit de praktijk worden meegewogen, en ruimte wordt ingebouwd voor nadere uitwerking, tussentijdse bijstelling en eventuele herprioritering; Er worden heldere afspraken gemaakt over de governance, inclusief afspraken over monitoring, escalatie en bijsturing.
Hierbij zal expliciet aandacht zijn hoe de volksvertegenwoordiging (staten, raden en AV) kan sturen op en besluiten over het gewenste resultaat; Binnen de governance worden coördinatiestructuren op hoogambtelijk en bestuurlijk niveau ingericht en wordt de samenwerking als 1 overheid met de regio op hoogambtelijk en bestuurlijk niveau besproken; Eveneens worden afspraken gemaakt over de positie van het Rijk als betrokken gebiedspartner, die ook in de uitvoeringsfase en bij gebiedsprocessen actief aanwezig is, en kan spreken met een breed mandaat. Binnen de uit te werken aanpak zal ruimte moeten zijn voor experimenteren en het leren met nieuwe vormen van burgerbetrokkenheid, democratische verantwoording en legitimatie;
2. Financieel
Nieuwe opgaven gaan altijd vergezeld van heldere financiële afspraken, in verdeling en tijd; De regio krijgt, zoveel mogelijk (autonome) ruimte, om middelen gebiedsgericht en flexibel in te zetten, zeker waar het langjarige opgaven betreft; We vragen van het rijk, als gebiedspartner met een grote grondpositie, dat zij de RVBgronden en/of rijksgebouwen ook inzetten ten behoeve van de gewenste gebiedsontwikkeling, inclusief de bij verkoop beschikbaar komende middelen; Ook vragen we van het RVB dat zij een maatschappelijk gerichte rol inneemt gericht op het oplossen van gebiedsspecifieke vraagstukken, en daarbij hun volledige instrumentarium inzet waardoor (regel)ruimte ontstaat om te experimenteren en te innoveren; Met het rijk wordt verkend wat voor financieringsvorm het best passend is, gedacht kan worden aan een Regionale Investeringsagenda (RIA) of een andere vorm van een ‘gebiedsportemonnee’; Forse groeiopgave van de regio leidt tot structureel hogere lasten. Dit in een situatie waarbij zowel provincie als gemeenten weinig mogelijkheden hebben om eigen middelen te genereren. Om problemen in de toekomst te voorkomen en versnelling van de opgaven mogelijk te maken, zullen met het rijk afspraken gemaakt moeten worden over mogelijkheden voor voorfinanciering tbv de grote groei-opgaven.
De huidige financiering via provincie en gemeentefonds gaat uit van een stabiele situatie, en leidt voor Flevoland met een exceptioneel hoog groeitempo tot een structurele achterstand in de bestuurskracht van gemeenten en de provincie; Als onderdeel van de governance-afspraken zal worden ingezet op een reële verdeling van proceskosten, ook op langere termijn.
3. Ruimtelijk/inhoudelijk
ALGEMEEN Nationale opgaven worden zo ingevuld dat ze bijdragen aan de regionale opgaven; Bestaande rijk-regio-afspraken binnen sectorale trajecten en gebiedsopgaven blijven vertrekpunt. Wanneer er vanuit alle betrokkenen behoefte is aan versnelling of bijstelling van bestaande afspraken dan leidt dat ook tot aanvullende afspraken over planning en financiering; Afspraken kunnen ook betrekking hebben op het oplossen van belemmeringen in regelgeving of het realiseren van randvoorwaarden om de gezamenlijke opgaven te kunnen realiseren; Het totaal aan opgaven en eventuele oplossingsrichtingen wordt in samenhang op haalbaarheid getoetst (realitytoets en integraliteit); Randvoorwaarden voor het realiseren van bovenregionale opgaven sluiten aan bij de drie pijlers (vitale steden en dorpen, toekomstbestendige regionale economie, duurzaam natuurlijk fundament) die zijn geformuleerd in de concept-strategische agenda “over de brug komen; Flevoland is bereid om onder de juiste randvoorwaarden nieuwe woningen een plek te geven om zo bij te dragen aan de nationale woonopgave. Het uitbreiden van de woningvoorraad gaat hierbij hand in hand met afspraken over bereikbaarheid, werkgelegenheid, duurzaamheid, voorzieningenniveau en leefbaarheid, natuur en
biodiversiteit.
VITALE STEDEN EN DORPEN o Groei is mogelijk, maar om vitale steden en dorpen te vormen is gelijktijdig een inhaalslag nodig op het gebied van leefbaarheid en voorzieningen op het gebied van cultuur en zorg. o Gekoppeld aan de groei van steden en dorpen blijft een goede bereikbaarheid via alle modaliteiten en infrastructuur een randvoorwaarde. Waarbij voor hogere aantallen op Almere Pampus een goed functionerende IJmeerverbinding, inclusief weg (auto, fiets voetganger) noodzakelijk is, ondanks een eerste verkenning in MIRT onderzoek “Amsterdam Bay Area”. o Voor de groeiopgaven voor Noordelijk (en oostelijk) Flevoland is van belang dat er snel duidelijkheid komt over de Lelylijn. o Flevoland is een relatief jonge provincie, met new towns, die nog niet volledig tot ontwikkeling zijn gekomen. Samen met het rijk worden essentiële voorzieningen op het gebied van zorg, cultuur en hoger onderwijs (van MBO tot universitair) op hetzelfde niveau als in andere provincies gebracht. o Gezien het grote belang van goede culturele voorzieningen voor de samenleving en het feit dat deze altijd zijn achtergebleven bij de groei, worden van het Rijk investeringen verwacht om de voorzieningen naar een gemiddeld Nederlands niveau te brengen voor alle Flevolandse gemeenten. Hierbij wordt voor het Rijk vooral een rol gezien bij voorzieningen van (boven)regionaal belang.
o Voorzieningen op het gebied van onderwijs en educatie. TOEKOMSTBESTENDIGE ECONOMIE o Voor een duurzame en gezonde voedselvoorziening blijft het gebruik van goede landbouwgronden zoveel mogelijk behouden. o Voor de economische ontwikkeling en (grootschalige) woningbouwlocaties in de nabijheid van stikstofgevoelige gebieden in de omliggende provincies zorgt het rijk tijdig voor voldoende stikstofruimte. o Voor werkgelegenheid is Flevoland op dit moment nog te afhankelijk van de omgeving. Om een betere balans te krijgen tussen wonen en werken is een sterkere, toekomstbestendige regionale economie nodig. o Ter versterking van de economie wordt in ieder geval ingezet op het verder uitbouwen van voor Flevoland belangrijke innovatieve clusters, zoals bijvoorbeeld het MITC, het maritieme cluster Urk, de Boerderij van de Toekomst, de Flevocampus en PRICE. o Ook de opening van Lelystad Airport is voor de Flevolandse economie van groot belang, en kan de omgeving rondom Schiphol en de intercontinentale functie van Schiphol versterken. DUURZAAM NATUURLIJK FUNDAMENT o Water en bodem vormen samen met de biodiversiteit een natuurlijk fundament dat richtinggevend is voor de ontwikkelmogelijkheden.
o
o
Provincie en gemeenten zullen ontwikkelingen (gesteund door het rijk) zo innovatief, duurzaam en groen mogelijk ontwikkelen om ook de uitstoot van o.a stikstofoxides te minimaliseren. Flevoland zet blijvend in op het zo duurzaam mogelijk maken van de energie. Dit betekent dat de elektrificatie van woningbouw, werkgelegenheid en mobiliteit tijdig moet worden ingepast en mogelijk gemaakt. Daarvoor worden ook afspraken gemaakt over opwaardering van de energieinfrastructuur.