8.3 Conceptstatuten Stichting Aves Onderwijs_versie16-8.pdf
Tekst van het document
CONCEPT Versie: 13 augustus 2024
Boslaan 19 Emmeloord Tel: 0527 - 617447 info@psnotarissen.nl www.psnotarissen.nl
Indien er onjuistheden voorkomen in uw personalia of elders in de tekst wordt u verzocht tijdig voor het ondertekenen van de akte contact op te nemen
36535/JS AKTE VAN OPRICHTING STICHTING Heden, *, verschenen voor mij, mr. Joke Schippers-Schrijvers, notaris, gevestigd in de gemeente Noordoostpolder, kantoorhoudende te Emmeloord: 1. de heer Josephus Wilhelmus Timmermans, geboren te Zwolle op vijftien januari negentienhonderddrieënzestig, wonende te 8312 PE Creil, Noordermiddenweg 23,; 2. de heer Dirk Peter van 't Sant, geboren te Amstelveen op zesentwintig september negentienhonderdvierenzeventig, wonende te 8338 SV Willemsoord, Paasloregel 53; ten deze handelende als gezamenlijk bevoegd bestuurders, met als titel respectievelijk Voorzitter college van bestuur en lid college van bestuur, van de stichting: Stichting Aves Bestuur, statutair gevestigd in de gemeente Noordoostpolder, kantoorhoudende aan de Jasmijnstraat 9 te 8302 CL Emmeloord, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 41246816 en als zodanig bevoegd de stichting op grond van het bepaalde in haar statuten rechtsgeldig te vertegenwoordigen; de comparanten, in gemelde hoedanigheid, te dezen handelend met de statutair voorgeschreven vooraf verkregen schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht, blijkende uit aan deze akte gehechte notulen van de vergadering van de raad van toezicht van Stichting Aves Bestuur voornoemd, de dato * De comparanten verklaarden hierbij een stichting op te richten, die wordt geregeerd door de
volgende statuten: STATUTEN Begripsomschrijvingen Artikel 1 1. In deze statuten hebben de volgende begrippen de daarachter vermelde betekenissen: ARKO: Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs; Bestuur: het college van bestuur (cvb), het orgaan dat is belast met het bestuur van de Stichting, zoals bedoeld in artikel 2:291 van het Burgerlijk Wetboek; Bestuurder: de voorzitter of een lid van het college van bestuur;
Bestuursreglement: het reglement van het Bestuur, het college van bestuur. Het bestuursreglement en het managementstatuut, zoals bedoeld in artikel 31 WPO, kunnen gezamenlijk één document vormen; Bestuurstichting: de statutair in de gemeente Noordoostpolder gevestigde Stichting: Stichting Aves Bestuur, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 41246816; Bevoegd gezag: de Stichting als bedoeld in deze statuten, vertegenwoordigd door het college van bestuur of de voorzitter of een lid daarvan; Code Goed Bestuur: de code voor goed bestuur zoals bedoeld in artikel 171 lid 1 onderdeel a WPO; Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR): de medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 4 van de Wet Medezeggenschap op Scholen; Managementstatuut: het managementstatuut zoals bedoeld in artikel 31 WPO; NKSR de Nederlandse Katholieke Schoolraad Schoolidentiteitscommissie: de commissie, zoals bedoeld in artikel 17d WPO, die adviseert over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit van een samenwerkingsschool; Stichtingsidentiteitscommissie: de commissie op stichtingsniveau die toezicht houdt op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit van de openbare en samenwerkingsscholen én aan de godsdienstige en levensbeschouwelijke aspecten en identiteit van rooms-katholiek en protestants-christelijk onderwijs en
die bij geschillen kan adviseren tussen het bevoegd gezag en een identiteitscommissie van een school; School: een school zoals bedoeld in artikel 1 WPO die door de Stichting in stand wordt gehouden; Stichting: deze rechtspersoon waarvan de interne organisatie wordt beheerst door deze statuten en die geldt als het bevoegd gezag zoals bedoeld in artikel 1 WPO; WKO: de Wet kinderopvang; WMS: de Wet medezeggenschap op scholen WNT: de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen – publieke en semipublieke sectoren; WPO: de Wet op het Primair Onderwijs.
De term “schriftelijk” betekent bij brief, fax, e-mail of enig ander elektronisch communicatiemiddel, mits het bericht leesbaar en reproduceerbaar is en de term schriftelijk dienovereenkomstig wordt geïnterpreteerd. 3. Verwijzingen naar artikelen zijn verwijzingen naar artikelen van deze statuten tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven. Naam, zetel en duur Artikel 2 1. De Stichting draagt de naam: Stichting Aves Onderwijs. 2. De Stichting is gevestigd in de gemeente Noordoostpolder en is opgericht voor onbepaalde tijd. Doel, grondslag en karakter Artikel 3 1. De Stichting heeft ten doel het bevorderen van de ontwikkeling en educatie van kinderen in de periode tot hun veertiende levensjaar, zo mogelijk volgens doorlopende ontwikkelingslijnen, zulks op basis van openbare, rooms-katholieke, protestantschristelijke identiteit en met een brede maatschappelijke oriëntatie; alsmede al hetgeen met een en ander verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin. 2.
De Stichting tracht haar doel in het bijzonder te verwezenlijken door het binnen het in lid 1 omschreven kader doen geven van openbaar en bijzonder primair onderwijs als bedoeld in en met inachtneming van de WPO in openbare, rooms-katholieke, protestants-christelijke en samenwerkingsscholen in de gemeente Noordoostpolder, Kampen en Steenwijkerland, alsmede al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin. 3. Bij de verwezenlijking van haar doelstelling neemt de Stichting in acht de regels als volgens toepasselijke wet- en regelgeving, daaronder in het bijzonder mede begrepen de WPO en de WNT en de WMS en wel op een wijze als ware zij zelve bevoegd gezag van een of meer scholen in de zin van die wetgeving. Tevens neemt de Stichting daarbij in acht de regels als volgens haar eigen statuten en voorts de regels volgens de breed gedragen, algemene opvattingen over goed bestuur in de sector onderwijs, zoals deze van tijd tot tijd zullen luiden. 4. Het onderwijs aan de openbare scholen wordt voorts gegeven met inachtneming van artikel 46 WPO. Openbare scholen zijn toegankelijk voor alle leerlingen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. 5. Het onderwijs aan de rooms-katholieke scholen wordt gegeven vanuit de roomskatholieke grondslag.
De Stichting handelt daarbij ten aanzien van de roomskatholieke scholen volgens de regelingen betreffende het rooms-katholieke onderwijs die op grond van het gezamenlijk overleg in de NKSR zijn vastgesteld alsmede volgens het ARKO. De scholen staan open voor alle leerlingen indien de ouders de grondslag van de school onderschrijven en respecteren. 6. Het onderwijs aan de protestants-christelijke scholen heeft als grondslag de Bijbel en laat zich inspireren in haar werkzaamheden door de kracht van het Evangelie van Jezus Christus, zulks met respect en begrip voor levens- en maatschappijbeschouwing van anderen. De scholen staan open voor alle leerlingen indien de ouders de grondslag van de school onderschrijven en respecteren. 2.
7.
Het onderwijs aan de samenwerkingsscholen wordt gegeven volgens de lokaal gewenste levensbeschouwelijke profielen met aandacht voor het openbare karakter. De samenwerkingsscholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. 8. De Stichting beoogt onderwijs te (laten) geven, afgestemd op het ontwikkelingsniveau van het kind, gericht op de emotionele en verstandelijke ontwikkeling, te weten het verwerven van noodzakelijke kennis, sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden en het ontwikkelen van creativiteit. 9. De Stichting waarborgt op de door haar te bepalen wijze zoveel als mogelijk dat allen die in haar statutaire organisatie onmiddellijk of middellijk een functie vervullen, in het bijzonder daaronder begrepen de leden van het bestuur en/of van het toezichthoudend orgaan van een rechtspersoon welke bestuurder van de Stichting is zich ook persoonlijk gedragen naar de in lid 3. bedoelde regels op een wijze als past bij hun onderscheidenlijke functies in die rechtspersoon. 10. De Stichting tracht haar doel te verwezenlijken in een bestuurlijke verbinding met de Bestuurstichting (Stichting Aves Bestuur voornoemd), zulks onverminderd en met inachtneming van de wettelijke kaders als bedoeld in lid 3. 11. De Stichting heeft geen winstoogmerk. Nadere uitwerking grondslag en openbaar karakter Artikel 4 1.
De Stichting gaat bij het geven of doen geven van onderwijs uit van de gelijkwaardigheid van alle levensbeschouwingen en maatschappelijke stromingen voor het onderwijs, waarbij de normen- en waardenoverdracht erop is gericht dat de leerling een levensbeschouwing kan opbouwen en van daaruit een eigen inbreng kan hebben, een en ander met respect voor de levens- en maatschappijbeschouwing van anderen. 2. In het schoolplan en de schoolgids wordt per school aangegeven op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan het openbare karakter van de openbare en samenwerkingsscholen en aan de identiteit van de rooms-katholieke, protestantschristelijke en samenwerkingsscholen. 3. In het schoolplan van de openbare en samenwerkingsscholen wordt in ieder geval opgenomen dat deze scholen een openbaar karakter hebben en het onderwijs bijdraagt aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden, zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. 4.
Op alle scholen wordt levensbeschouwelijke vorming aangeboden en wordt er voldoende ruimte ingebouwd voor levensbeschouwelijk onderwijs; voor wat betreft het rooms-katholiek onderwijs overeenkomstig hetgeen daarover in het ARKO is bepaald en voor het protestants-christelijk onderwijs vanuit een protestants-christelijke levensvisie met Bijbelse waarden en normen als uitgangspunt. 5. Bij een samenwerkingsschool draagt het college van bestuur zorg voor de instelling van een Schoolidentiteitscommissie met een gelijk aantal leden uit elke denominatie van de school.
6.
Een Schoolidentiteitscommissie adviseert gevraagd en ongevraagd de directeur en kan voorstellen doen over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbaar karakter en de godsdienstige en levensbeschouwelijke aspecten en identiteit van rooms-katholiek en/of protestants-christelijk onderwijs. 7. Het college van bestuur draagt zorg voor de instelling van een Stichtingsidentiteitscommissie. De Commissie bestaat uit zes (6) leden, twee (2) per denominatie openbaar, rooms-katholiek en protestants-christelijk. Slechts natuurlijke personen kunnen benoemd worden als lid. 8. De Stichtingsidentiteitscommissie houdt toezicht op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit van de openbare en samenwerkingsscholen én aan de godsdienstige en levensbeschouwelijke aspecten en identiteit van rooms-katholiek en protestants-christelijk onderwijs en adviseert bij geschillen tussen het bevoegd gezag en een Schoolidentiteitscommissie. 9. De samenstelling, benoeming, werkwijze, inrichting, bevoegdheden en geschillenregeling van een Schoolidentiteitscommissie, evenals die van de Stichtingsidentiteitscommissie wordt geregeld in het reglement Identiteit dat de goedkeuring van de raad van toezicht van de Bestuurstichting behoeft. 10.
Het college van bestuur draagt tevens zorg voor structureel overleg met het bevoegd kerkelijk gezag, waaronder de rooms-katholieke kerk en de nadere vormgeving daarvan. Middelen Artikel 5 1. De Stichting tracht haar doel langs wettige weg, zonder winstoogmerk, te bereiken door het (doen) oprichten, overnemen, beheren en in stand houden van scholen en instellingen voor primair onderwijs in de gemeente Noordoostpolder, gemeente Kampen en gemeente Steenwijkerland. 2. De Stichting tracht haar doelen te bereiken door samen te werken met alles wat tot de plaatselijke, regionale en algemene belangen van het openbaar en bijzonder primair onderwijs behoort. 3. De stichting sluit zich aan bij voor de in de Stichting deelnemende richtingen relevante onderwijsorganisaties. 4. Binnen het wettelijk kader zullen alle middelen en rechtshandelingen worden aangewend om bovenstaande doelen te bereiken of te bevorderen. 5. Het vermogen en de inkomsten van de Stichting worden gevormd door: a. vergoedingen, subsidies en overige bijdragen; b. de inkomsten en opbrengsten uit de activiteiten van de Stichting; c. het eigen vermogen van de Stichting en de daaruit voortvloeiende inkomsten; d. schenkingen, erfstellingen en legaten; e.
al hetgeen verder op wettige wijze wordt verkregen, de verwerving van de daartoe benodigde middelen bij overheden, bedrijven, fondsen, financiële instellingen, loterijen en particulieren inbegrepen. 6. De Stichting is gehouden in acht te nemen dat krachtens de WPO verkregen bekostiging, respectievelijk voorziening in de huisvesting, slechts met inachtneming van de daaraan volgens de WPO gestelde voorschriften kunnen worden besteed,
respectievelijk gebruikt, zulks zowel voor zich als in het kader van haar op grond van deze statuten gevoerde bestuur. De Stichting is voorts gehouden wegens het in de vorige volzin bepaalde de nodige waarborgen te treffen en aan te houden. 7. Erfstellingen worden slechts aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving. Organen Artikel 6 1. De Stichting kent als organen het college van bestuur en de Bestuurstichting, welke de hen respectievelijk volgens deze statuten toegekende taken en bevoegdheden hebben. 2. De Stichting kent buiten het college van bestuur geen andere organen die namens de stichting kunnen handelen en/of zeggenschap in de zin van (gedeelde) bestuursmacht kunnen uitoefenen, behoudens natuurlijke personen die daartoe op basis van een uitdrukkelijke volmacht door het college van bestuur worden aangewezen. 3. De Stichting kent een gemeenschappelijk medezeggenschapsraad (GMR), hetwelk op de door het college van bestuur, gehoord de medezeggenschapsorganen als met inachtneming van de WMS en de WOR verbonden aan de door haar bestuurde rechtspersonen vast te stellen wijze, wordt gevormd door gemelde medezeggenschapsorganen, dan wel vertegenwoordigers daaruit, en welk GMR de taken en bevoegdheden heeft als volgens deze statuten en overigens zoals op voormelde wijze vast te stellen. College van bestuur Artikel 7 1.
De Stichting wordt bestuurd door het college van bestuur. 2. De raad van toezicht van de Bestuurstichting benoemt, schorst en ontslaat de leden van het college van bestuur. De voorzitter van het college van bestuur wordt in functie benoemd. 3. Tot lid van het college van bestuur is slechts benoembaar een stichting. die: a. in het kader van haar statutaire doelstelling gericht is op de ontwikkeling en educatie van kinderen en ter verwezenlijking daarvan - mede - ten doel heeft het voeren van bestuur over rechtspersonen die kindercentra in stand houden als bedoeld in de WKO en/of bevoegde gezagsorganen zijn in de zin van de WPO; en b. als organen een bestuur, een toezichthoudend orgaan en een gecombineerde gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, of althans een daaraan vergelijkbaar medezeggenschapsorgaan in de zin van de WKO en de WMS kennen c. blijkens haar statuten voldoet aan de bepalingen omtrent scheiding van bestuur en toezicht als volgens de WPO als ware zij zelve een bevoegd gezagsorgaan in de zin van die wetgeving, zulks ook in die zin dat deze bepalingen naar geest en strekking in die stichting en deze Stichting hun loop kunnen hebben; en d.
voor wat betreft haar statutaire regeling met betrekking tot de katholiciteit van de samenstelling van haar bestuur en toezichthoudend orgaan de goedkeuring heeft van de Nederlandse Katholieke Schoolraad, hetgeen geacht wordt het geval te zijn indien de statuten op dit punt in overeenstemming zijn met het ARKO, respectievelijk de daarvoor in de plaats tredende regeling, zoals dit, respectievelijk deze met inachtneming van addenda, wijzigingen en aanvullingen van tijd tot tijd zal luiden;
een en ander ter beoordeling van de Bestuurstichting. Elk lid van het college van bestuur dient bij de aanvaarding van de functie te verklaren de doelstelling en de grondslag van de Stichting volledig te onderschrijven en daarnaar te handelen. 4. Ontslag van een lid van het college van bestuur kan plaatsvinden indien deze in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de Stichting heeft gehandeld, zijn taak verwaarloost of duurzaam niet naar behoren vervult, de Stichting op onredelijke wijze heeft benadeeld en/of een ernstig strafbaar feit heeft gepleegd dan wel indien hij zijn functie duurzaam niet naar behoren vervult of verwaarloost, of indien sprake is van een ingrijpende wijziging van omstandigheden, waardoor het voortduren van zijn lidmaatschap van het college van bestuur in redelijkheid niet kan worden geduld, dan wel wegens andere gewichtige redenen. 5. Na defungeren van het lid van het college van bestuur wordt zo spoedig mogelijk in de betreffende vacature voorzien. Bij een vacature behoudt het college van bestuur zijn bevoegdheden. 6. Bij ontstentenis of belet van één of meer leden van het college van bestuur berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende bestuursleden of het overblijvende bestuurslid.
Bij ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur voorziet de raad van toezicht van de Bestuurstichting in het bestuur door een waarnemer aan te wijzen. Op deze waarnemer is het in lid 3 bepaalde van overeenkomstige toepassing, behoudens voor zover de Bestuurstichting voor ten hoogste een periode van één (1) jaar anders besluit. De waarnemer kan niet zijn iemand die in de vier (4) jaar voorafgaand aan zijn benoeming direct of indirect toezicht heeft uitgeoefend op de bestuursvoering van de Stichting. Van belet is in elk geval sprake bij schorsing als lid van het college van bestuur, dan wel indien het lid van het college van bestuur wegens ziekte of andere omstandigheden niet in staat is zijn taak te vervullen, een en ander ter beoordeling van de Bestuurstichting. 7. De bestuurder geniet voor zijn activiteiten een door de raad van toezicht van de Bestuurstichting, vast te stellen bezoldiging; de door hem in zijn functie gemaakte onkosten worden door de Stichting vergoed. 8. Leden van het college van bestuur worden benoemd voor onbepaalde tijd, dan wel voor bepaalde tijd voor een door de Bestuurstichting te bepalen termijn. Taken en bevoegdheden college van bestuur Artikel 8 1. Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting. De Stichting heeft het bevoegd gezag over de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden.
Aan het college van bestuur komen in de Stichting alle taken en bevoegdheden toe die niet door de wet of statuten aan andere organen zijn opgedragen. 2. Elk lid van het college van bestuur is tegenover de Stichting gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak en zich daarbij te richten naar het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie. Bij de vervulling van haar taken en bevoegdheden richt het college van bestuur zich primair naar het doel en belang van de Stichting en het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden. Het college van bestuur is zich bewust van de
3.
4.
5.
maatschappelijke functie van de Stichting en maakt een evenwichtige afweging van de belangen van allen die bij de Stichting betrokken zijn. Het college van bestuur is tot alle besluiten en handelingen bevoegd, voor zover deze niet bij de wet of de statuten aan anderen zijn opgedragen. Bij zijn bestuur neemt de bestuurder in acht de vastgestelde meerjarenbegroting en begroting. Het college van bestuur waarborgt de identiteit en onderscheidenlijk het openbare karakter van de onder haar bestuur staande scholen. Hiertoe zal één lid van het college in het bijzonder met de identiteitsaspecten van de scholen en van het onderwijs worden belast. Deze persoon dan wel de directeur van de betreffende school, onderhoudt het contact met de Schoolidentiteitscommissies als bedoeld in artikel 4 lid 5. Het college van bestuur ziet onder meer in het kader van de integrale kwaliteitszorg er op toe dat op elke school onderwijs in overeenstemming met de identiteit onderscheidenlijk het openbare karakter van die school wordt gegeven en daartoe beleid voert.
Het college van bestuur is, slechts na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht van de Bestuurstichting, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Bij de besluitvorming casu quo de goedkeuring neemt het college van bestuur de in de onderwijswetgeving terzake opgenomen bepalingen in acht. Onverminderd het elders in deze statuten bepaalde, behoeft het college van bestuur de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht van de Bestuurstichting voor besluiten omtrent: a. het vaststellen en wijzigen van het door de Stichting gehanteerde sociaal statuut; b. het vaststellen en wijzigen van het door de Stichting gehanteerde treasury statuut, c. het aangaan of beëindigen van duurzame samenwerking van de Stichting met een andere rechtspersoon of organisatie, daaronder mede begrepen het nemen van een deelneming of het optreden als volledig aansprakelijk vennote in een commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma, indien deze samenwerking of beëindiging van ingrijpende betekenis is; d.
uitgifte van schuldbewijzen ten laste van de Stichting of ten laste van een commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma, waarvan de Stichting volledig aansprakelijk vennote is; e. het aangaan of beëindigen van verplichtingen (waaronder subsidie- of investeringsverplichtingen) en het doen van bestedingen en investeringen die een bij bestuursreglement te bepalen bedrag te boven gaan en niet zijn voorzien in de begroting; f. aangifte tot faillissement en aanvraag van surséance van betaling; g. gelijktijdige beëindiging, of beëindiging binnen een kort tijdsbestek van de arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal werknemers van de Stichting of van een dochtermaatschappij van de Stichting; h. ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers van de Stichting of van een dochtermaatschappij van de Stichting;
i.
het wijzigen, verplaatsen of opheffen van een of meer plaatsen van vestiging van de Stichting; j. het verrichten van een rechtshandeling waarbij een of meer leden van het College van Bestuur een tegenstrijdig belang hebben met de Stichting. 6. Het college van bestuur behoeft de voorafgaande goedkeuring van de NKSR voor besluiten tot oprichting, opheffing, overdracht, samenvoeging of verandering van richting van een door de Stichting in stand gehouden rooms-katholieke school of een samenwerkingsschool die voortkomt uit onder andere een rooms-katholieke school. 7. Op het ontbreken van de goedkeuring van de raad van toezicht voor de in de leden 4 en 5 genoemde besluiten van het college van bestuur kan door de Stichting jegens derden geen beroep worden gedaan. Werkwijze college van bestuur Artikel 9 Het college van bestuur zal met inachtneming van deze statuten een bestuursreglement opstellen waarin aangelegenheden hen intern betreffende zoals vergaderwijze, de wijze van besluitvorming en verdere werkwijze van het college van bestuur nader geregeld worden, met dien verstande dat: a. bij besluitvorming elke bestuurder een stem heeft; b. een bestuurder niet deelneemt aan beraadslagingen en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk tegenstrijdig belang heeft.
Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, omdat het aan het eind van de vorige volzin bepaalde van toepassing is op alle bestuursleden, wordt het besluit niettemin genomen door het college van bestuur, met dien verstande dat het de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht van de Bestuurstichting behoeft. Vertegenwoordigingsbevoegdheid Artikel 10 1. Met uitzondering van het bepaalde in het volgende lid wordt de Stichting vertegenwoordigd door het college van bestuur dan wel door ieder bestuurslid afzonderlijk. 2. Het college van bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden, alsook aan derden, om de Stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. 3. In geval van een tegenstrijdig belang tussen de Stichting en een lid van het college van bestuur wordt de Stichting vertegenwoordigd door het overige bestuurslid/de overige bestuursleden. In geval van een tegenstrijdig belang tussen de Stichting en alle leden van het college van bestuur wordt de Stichting vertegenwoordigd door personen die daarvoor door de Bestuurstichting zijn aangewezen. 4. Het bestuur draagt zorg dat ten kantore van het handelsregister, gehouden door de Kamer van Koophandel, steeds worden ingeschreven de vereiste personalia van de bestuurders met vermelding van de vertegenwoordigingsbevoegdheid. Medewerkers Artikel 11 1.
Het college van bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeuren, onderwijsgevenden en overige medewerkers van de Stichting.
2.
Bij benoeming van de aan haar scholen te verbinden medewerkers, waaronder de directeuren, zal de Stichting zich ervan verzekeren dat de medewerkers de grondslag van de Stichting onderschrijven en loyaal zullen meewerken aan de doelstellingen van het onderwijs zoals die in het schoolplan en de schoolgids zijn omschreven waaronder bepalingen over de vormgeving van de identiteit onderscheidenlijk het openbare karakter van de school. Inzake het personeelsbeleid bij benoeming, overplaatsing en noodzakelijke vermindering van personeel, wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de grondslag onderscheidenlijk het openbare karakter van de school en de levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid. 3. Benoeming en ontslag van rooms-katholieke identiteitsbegeleiders aan onder het beheer van de Stichting staande rooms-katholieke scholen, geschieden conform het ARKO respectievelijk de daarvoor in de plaats tredende regeling, zoals dit, respectievelijk deze met inachtneming van addenda, wijzigingen en aanvullingen van tijd tot tijd zal luiden. Boekjaar en jaarstukken Artikel 12 1. Het boekjaar van de Stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2.
Het college van bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de Stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de Stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de Stichting kunnen worden gekend. 3. De jaarrekening van de Stichting, bestaande uit een balans en een staat van baten en lasten, wordt door het college van bestuur vastgesteld. Met betrekking tot het ontwerp van de jaarrekening wordt voorts binnen zes (6) maanden na afloop van het betreffende boekjaar rapport uitgebracht door de door het college van bestuur aangewezen accountant. Aan de jaarrekening wordt toegevoegd een bestuursverslag, indien de Stichting wettelijk tot het opmaken daarvan verplicht is. 4. Vaststelling van de jaarrekening kan slechts plaatsvinden nadat het college van bestuur kennis heeft kunnen nemen van het in het vorige lid bedoelde rapport van de aldaar bedoelde accountant. 5. De jaarstukken worden binnen zes (6) maanden na afloop van het boekjaar vastgesteld door het college van bestuur. De goedkeuring strekt tevens tot kwijting en decharge aan het college van bestuur over het betreffende boekjaar. 6.
Over de begroting en jaarrekening vindt overleg plaats met de gemeenten waarin de door de Stichting bestuurde scholen waarin openbaar onderwijs wordt gegeven, zijn gelegen. 7. Het college van bestuur is verplicht de in dit artikel bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers zeven (7) jaren te bewaren, behoudens afwijkende wettelijke vereisten. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave van de gegevens en deze gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
8.
Het college van bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad van de gemeente waarin de door de Stichting bestuurde scholen zijn gelegen waarin openbaar onderwijs wordt gegeven over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Dit verslag wordt bekendgemaakt en toegezonden aan de gemeente op wiens grondgebied een school van de Stichting is gelegen waarin openbaar onderwijs wordt gegeven. Commissies en reglementen Artikel 13 1. Het college van bestuur kan besluiten tot instelling of opheffing van één of meer (tijdelijke) commissies. 2. De taken en bevoegdheden van een commissie, alsmede haar samenstelling en werkwijze, worden door het college van bestuur nader vastgelegd in een reglement. 3. Het college van bestuur is in aanvulling op de in deze statuten genoemde reglementen bevoegd één of meer reglementen vast te stellen waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat. Het college van bestuur is te allen tijde bevoegd een dergelijk reglement te wijzigen of te beëindigen. 4. Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn. Klachtencommissie Artikel 14 Het college van bestuur stelt ten minste een klachtencommissie in, bestaande uit drie (3) onafhankelijke leden.
De commissie behandelt op basis van een vastgesteld reglement klachten van ouders van kinderen die op een school van de Stichting ingeschreven staan. Vrijwaring Artikel 15 1. De Stichting vrijwaart de leden van het college van bestuur voor aanspraken die het gevolg zijn van vermogensschade, die zij door handelen of nalaten in de uitvoering van hun functie hebben veroorzaakt, behalve indien: - er sprake is van opzet of grove schuld; - het lid persoonlijk voordeel of winst behaalde dan wel enige vergoeding ontving, waartoe deze wettelijk niet gerechtigd was; - de schade feitelijk voortvloeit uit het plegen van een misdrijf. 2. De in het vorige lid bedoelde vrijwaring omvat mede alle kosten die worden gemaakt in verband met het voeren van verweer tegen een aanspraak, met inbegrip van de proceskosten tot betaling waarvan het lid mocht worden veroordeeld. Statutenwijziging, juridische fusie en juridische splitsing Artikel 16 1. Het college van bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Bestuurstichting. Een besluit tot statutenwijziging kan slechts unaniem worden genomen in een vergadering waarin alle leden van het college van bestuur aanwezig zijn. 2. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot goedkeuring van de statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld.
Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee (2) weken.
3.
Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Ieder bestuurslid is afzonderlijk bevoegd deze notariële akte te (doen) verlijden. 4. De leden van het college van bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 5. Het hiervoor in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op het besluit tot juridische fusie en het besluit tot juridische splitsing. 6. Voor het nemen van besluiten over het oprichten van een nieuwe rooms-katholieke school, over opheffing, samenvoeging, overdracht of verandering van richting van een onder het bevoegd gezag van de stichting staande rooms-katholieke school of samenwerkingsschool die voortkomt uit onder andere een rooms-katholieke school, alsmede juridische fusie, (af)splitsing of ontbinding van de stichting is voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de NKSR vereist. 7. Voor wijziging van de statuten behoeft de stichting de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de NKSR voor zover het betreft de artikelen 2, 3, 4, 5, 7 lid 3d, 7 lid 3 laatste volzin, 8 leden 3 en 6, 11 leden 2 en 3 en 16 leden 6 en 7. 8.
Wijziging van de statuten behoeft de goedkeuring van de gemeenteraad van de gemeente waarin scholen die door de Stichting in stand worden gehouden waarin openbaar onderwijs wordt gegeven, zijn gelegen. Goedkeuring kan slechts worden onthouden als de overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. 9. De opheffing van een school waarin openbaar onderwijs wordt gegeven, behoeft de goedkeuring van de gemeenteraad van de gemeente waarin de school is gelegen. Ontbinding en vereffening Artikel 17 1. Het college van bestuur is bevoegd de Stichting te ontbinden. Het bepaalde in het voorgaande artikel omtrent statutenwijziging is op dit besluit van overeenkomstige toepassing. 2. Indien het college van bestuur besluit tot ontbinding dan wordt tevens de bestemming van het liquidatiesaldo vastgesteld, namelijk een algemeen nut beogende instelling, in de zin van artikel 5B van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, met een soortgelijke doelstelling als het doel van de stichting, een en ander als bij het betreffende, in lid 1 bedoelde besluit tot ontbinding te bepalen. 3. De vereffening van het vermogen van de ontbonden Stichting geschiedt door de bestuurders tenzij bij het besluit tot ontbinding anderen tot vereffenaars zijn aangewezen. 4.
De Stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan indien en voor zover dit voor de vereffening van haar zaken nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de Stichting uitgaan, moet aan de naam worden toegevoegd: “in liquidatie”. 5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden Stichting berusten onder degene die daartoe door de vereffenaars is aangewezen, gedurende zeven (7) jaar, behoudens afwijkende wettelijke vereisten.
Slotartikel Artikel 18 In alle gevallen waarin de wet, de statuten of reglementen van de Stichting niet voorzien, besluit het college van bestuur. SLOTVERKLARING De verschenen personen verklaren vervolgens dat als eerste bestuurders van de Stichting, zijnde de bestuurder als volgens voormelde statuten, wordt benoemd: de Bestuurstichting, voormeld. SLOT AKTE WOONPLAATSKEUZE Voor de tenuitvoerlegging van deze akte verklaarden de comparanten woonplaats te kiezen ten kantore van de bewaarder van deze akte. BEKENDHEID COMPARANTEN De comparanten zijn mij, notaris, bekend en de identiteit van de bij deze akte betrokken comparanten/partijen is door mij, notaris, aan de hand van documenten zoals bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht vastgesteld. SLOTBEPALINGEN Alvorens tot het verlijden van deze akte over te gaan, heb ik, notaris, van de zakelijke inhoud aan de comparanten mededeling gedaan en heb daarop toelichting gegeven. De comparanten hebben verklaard van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en met beperkte voorlezing in te stemmen. WAARVAN AKTE is verleden te Emmeloord op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. Onmiddellijk na beperkte voorlezing is de akte ondertekend door de comparanten en mij, notaris, om *.