8.3 BOB d.d. 26 juli 2023.pdf
Tekst van het document
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
AANTEKENEN Omroep Flevoland T.a.v. Postbus 567 8200 AN LELYSTAD
Uw bericht van
Uw kenmerk
Zaaknummer
Onderwerp Wob-verzoek
Bijlagen 1
Inlichtingen
Beste
Datum 26 juli 2023 , 0527-633911
,
Hierbij treft u een (nieuwe) beslissing aan op uw bezwaarschrift ingediend namens de Stichting Regionale Omroep Flevoland (hierna: ‘de Omroep’) tegen de besluiten van de gemeenteraad (hierna: ‘de Raad’) van 13 september 2021 en 8 november 2021 en ons besluit van 29 april 2021. Abusievelijk hebben wij in onze brief van 21 juni 2023 (in de aanhef) vermeld dat er sprake was van een nieuwe beslissing op ons besluit van 23 februari 2022. Dit had uiteraard 29 april 2021 moeten zijn. Procesverloop Op 21 oktober 2019 verzocht u documenten te ontvangen inzake "de gevolgde procedures naar aanleiding van klacht(en) over mogelijk grensoverschrijdend gedrag van ex-burgemeester Bouman”. U stelt dat hierbij "de kwaliteit van bestuursvoering en integriteit" een rol spelen. In dit verband vraagt de Omroep de volgende stukken op:
1.
“Alle verslaglegging van overleggen, gesprekken en alle correspondentie - waaronder ook emailverkeer en berichtencommunicatie op alle gegevensdragers - over de gevolgde procedure(s) en de keuze(s) daarvan bij het onderzoek naar klachten, zowel in- als extern, over het mogelijk grensoverschrijdend gedrag van ex-burgemeester Bouman.
2.
Enkel en alleen de eindconclusies uit de verslagen van de vertrouwensperso(o)n(en) en/of de klankbordgroep en/of de commissie die het onderzoek heeft/hebben gedaan. De rest uit deze verslagen mag gezwart worden."
Zoals bekend hebben wij bij besluit van 12 december 2019 uw Wob-verzoek afgewezen, waartegen u bezwaar hebt gemaakt bij brief van 21 januari 2020. Op 11 maart 2020 vond een (besloten) hoorzitting plaats ten overstaan van de Commissie voor de bezwaarschriften (hierna: ‘de Commissie’). De Commissie adviseerde ons op 21 april 2020 uw bezwaren gegrond te verklaren. Bij besluit van 2 juni 2020 hebben wij uw bezwaren nader gemotiveerd ongegrond verklaard. Hiertegen stelde de Omroep op 9 juli 2020 beroep in bij de Rechtbank Midden-Nederland (hierna: ‘de Rechtbank’). Deze verklaarde het beroep van de Omroep op 25 februari 2021 gegrond en droeg het college op om een nieuw besluit te nemen op het Wob-verzoek. Op 29 april 2021 nam het college een nieuw primair besluit. Bij dit besluit
GEMEENTEHUIS
Harmen Visserplein 1 | 8302 BW Emmeloord
| T+31 (0)527 63 39 11
CORRESPONDENTIE
Postbus 155
| F+31 (0)527 61 70 20 | info@noordoostpolder.nl
| 8300 AD Emmeloord
j www.noordoostpolder.nl
♦
zijn ter uitvoering van de uitspraak van de Rechtbank documenten geïnventariseerd en gemotiveerd gedeeltelijk openbaar gemaakt. Tegen dit besluit maakte de Omroep op 7 juli 2021 bezwaar. Op 1 september 2021 vond de hoorzitting plaats ten overstaan van de Commissie. De Commissie adviseerde op 6 oktober 2021 het nieuwe primaire besluit van 29 april 2021 (deels) te herroepen met inachtneming van het advies van de Commissie. Vanwege dit advies van de Commissie namen wij op 23 februari 2022 een nieuw besluit. Tegen dit besluit heeft de Omroep bij de Rechtbank beroep ingesteld. Op 27 maart 2023 heeft de Rechtbank uitspraak gedaan. Tegen een deel van de uitspraak hebben de Raad en het college hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtsspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) ingesteld. Vanwege het feit dat hoger beroep op zichzelf geen schorsende werking heeft, hebben wij samen met de Raad tevens om een voorlopige voorziening bij de Afdeling verzocht. Uitspraak Voorzieningenrechter d.d. 13 juli 2023 De uitspraak van de Voorzieningenrechter luidt (samengevat): 1.
het college en de Raad moeten alsnog een besluit nemen over het al of niet opheffen van de geheimhouding met betrekking tot het verslag van het besloten deel van de raadsvergadering van 14 oktober 2019 over het vertrek van de ex-burgemeester (hierna: ‘het Raadsverslag’), de Memo ‘Informatievoorziening en reactie college t.a.v. vertrek burgemeester Harald Bouman’ van 14 oktober 2019 (hierna: ‘de Memo’) en de documenten van de Klankbordcommissie (hierna gezamenlijk aan te duiden als: ‘de voornoemde documenten’) en een beslissing op bezwaar nemen naar aanleiding van de eerdere uitspraak van de Rechtbank. Dit moet binnen zes weken na verzending van de uitspraak. Het college is hiertoe door de Raad op 5 juni jl. gemandateerd.
2.
tevens heeft de Voorzieningenrechter uitgesproken dat inzage of verstrekking van mogelijk openbaar te maken documenten achterwege kan blijven totdat is besloten op het hoger beroep.
Uitspraak Rechtbank d.d. 27 maart 2023 De uitspraak van de Rechtbank heeft materieel bezien betrekking op documenten die berusten bij de Raad en documenten die berusten bij het college. Documenten die bij de Raad berusten zijn de voornoemde documenten. Zoals u heeft kunnen opmaken uit het aangetekende hoger beroep is tegen de uitspraak die gaat over de raadsbesluiten van 13 september 2021 en 8 november 2021 hoger beroep ingesteld. Met deze raadsbesluiten werd het verzoek om opheffing van de geheimhouding met betrekking tot voornoemde documenten afgewezen. Mandaat De Raad heeft het college gemandateerd met betrekking tot besluitvorming over de raadsbesluiten van 13 september 2021 en 8 november 2021 en de voornoemde documenten. Het mandaat is als volgt geformuleerd: 1.
Gelet op het aangetekende (pro forma) hoger beroep, het college te mandateren om namens de raad en met inachtneming van aanwijzingen die de raad hierover kan geven, te besluiten over het al of niet gedeeltelijk opheffen van de geheimhouding met betrekking tot de documenten van de klankbordcommissie, de Memo ‘Informatievoorziening en reactie college t.a.v. vertrek burgemeester Harald Bouman’ van 14 oktober 2019 en derhalve over besluitvorming van de raad van 13 september 2021 en 8 november 2021, teneinde te voldoen aan en met inachtneming van de uitspraak van de Rechtbank en zo nodig te beslissen op bezwaar inzake voornoemde raadsbesluiten, indien het verzoek om een voorlopige voorziening door de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt afgewezen.
2.
Gelet op het aangetekende (pro forma) hoger beroep, het college te mandateren om namens de raad en met inachtneming van aanwijzingen die de raad hierover kan geven, te besluiten om de geheimhouding van het verslag van het besloten deel van de raadsvergadering van 14 oktober 2019 op grond van artikel 23 van de Gemeentewet niet op te heffen en - zo nodig - in dezelfde zin te beslissen op bezwaar inzake het raadsbesluit d.d. 8 november 2021, onder verwijzing naar de in
het verzoek om voorlopige voorziening omschreven motivering teneinde aldus te voldoen aan de uitspraak van de Rechtbank, indien het verzoek om een voorlopige voorziening door de Voorzieningenrechter wordt afgewezen. A. Beslissing op bezwaar met betrekking tot het raadsbesluit van 8 november 2021 ten aanzien van het Raadsverslag Ten behoeve van de leesbaarheid hebben wij het besluit op bezwaar met betrekking tot het raadsbesluit van 8 november 2021 in twee delen opgesplitst. Een deel (dit deel) gaat over het Raadsverslag. Hieronder nemen wij een beslissing op bezwaar met betrekking tot de Memo. De Raad en het college hebben op daartoe aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld bij de Afdeling. Voornoemde gronden zijn van overeenkomstige toepassing op ons besluit over het Raadsverslag. Het is niet nodig om alle daarin genoemde gronden hier opnieuw te benoemen c.q. te herhalen voor wat betreft dit onderdeel. Daarom volstaan wij bij onze beslissing op bezwaar met een samenvatting van deze gronden ter motivering van onze beslissing op dit bezwaar met betrekking tot dit onderdeel. Uit de wet en de memorie van toelichting op het van toepassing zijnde artikel 23 van de Gemeentewet blijkt dat opheffing van de geheimhouding van zo’n geheim Raadsverslag een discretionaire bevoegdheid is van de Raad.
Bij besluitvorming hierover dient niet alleen het belang van openbaarheid enerzijds en het belang van de destijds bij de besloten raadsvergadering aanwezige raadsleden anderzijds betrokken te worden. Een dergelijke belangenafweging is te beperkt en in strijd met het doel van de wetgever. Het gaat immers niet alleen om het actuele belang van destijds aanwezige raadsleden maar ook - en vooral - om het algemene belang van de vrije en veilige democratische beraadslaging, met name in besloten vergaderingen. Los van het voorgaande is het belang van de toenmalige raadsleden uiteraard gediend bij deze prudentie. Een open discussie over het politiek en voor meerdere mensen uiterst gevoelige en gemeentebreed zeer belangrijke onderwerp, zijnde de positie van de burgemeester c.q. het plotselinge vertrek van de burgemeester, dient uiteraard in alle vrijheid en zonder terughoudendheid plaats te kunnen vinden. Dat raakt overigens niet alleen de leden van de Raad, ook voor alle betrokkenen bij dit precaire dossier geldt dat zij gebaat zijn bij een dergelijke vertrouwelijke aanpak en dus geheimhouding. Daar komt nog bij dat het belang van de toenmalige raadsleden pas daadwerkelijk bij het besluit behoeft te worden betrokken indien de Raad zou overwegen om de geheimhouding geheel of gedeeltelijk op te heffen. Dat is hier niet het geval.
Om deze reden besluiten wij om de geheimhouding van het Raadsverslag niet op te heffen en het hiertegen gerichte bezwaar ongegrond te verklaren. B. Beslissing op bezwaar met betrekking tot het raadsbesluit van 8 november 2021 ten aanzien van de Memo (inclusief bijlagen bij de Memo) Memo Ten behoeve van de leesbaarheid hebben wij het besluit op bezwaar met betrekking tot het raadsbesluit van 8 november 2021 in twee delen opgesplitst. Een deel (dit deel) gaat over de Memo. In voornoemde beslissing nemen wij een beslissing op bezwaar met betrekking tot het Raadsverslag. Naar het oordeel van de Rechtbank heeft de Raad met het besluit van 8 november 2021 onvoldoende gemotiveerd dat er ten tijde van het verzoek om opheffing ervan nog voldoende grond bestond voor geheimhouding. De Rechtbank oordeelt in rechtsoverweging 9 onder meer:
De rechtbank is van oordeel dat de raad dit wat betreft het memo onvoldoende heeft gemotiveerd. Slechts is opgemerkt dat de redenen om de geheimhouding op te leggen nog onverkort gelden. Dit is niet nader toegelicht. Na kennisneming van het memo valt naar het oordeel van de rechtbank zonder nadere motivering niet in te zien dat de belangen van artikel 10, tweede lid, onder e en g, van de Wob zich nog tegen openbaarmaking verzetten. Dit geldt in ieder geval voor de paragrafen ‘Inleiding’ en ‘Juridisch/procedurele kader’, maar ook voor de paragrafen ‘Proces’ en de tijdlijn kan deze motivering, ook gelet op het tijdsverloop, niet gemist worden.
De Raad heeft - gelezen de uitspraak van de Rechtbank en in het licht van de Woo - het besluit tot geheimhouding van de Memo opnieuw beoordeeld. Anders dan voorheen zijn, heft de Raad de geheimhouding van een aantal passages uit de Memo op grond van artikel 89 lid 4 van de Gemeentewet nu alsnog gedeeltelijk op. Dit mede gelet op al eerder openbaar gemaakte informatie waaronder het stroomschema. Dit betekent tevens dat de geheimhouding van een aantal passages of delen daarvan uit de Memo niet wordt opgeheven. Met cijfers en letters is in de documenten aangegeven welke uitzondering op grond van de Woo van toepassing is bij de desbetreffende passage: "E1": Bescherming/eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken oudburgemeester, (art. 5.1, tweede lid, onder e Woo) "E2": Bescherming/eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken wethouders en ambtenaren (art. 5.1, tweede lid, onder e Woo) "G": Voorkoming van onevenredige benadeling van de gemeente (art. 5.1, vijfde lid Woo)
Eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer In diverse passages in de Memo zijn persoonlijke bespiegelingen verwoord die de persoon van de oudburgemeester, zijn functioneren binnen het college, alsmede zijn functioneren als burgemeester raken. Openbaarmaking van deze passages maakt inbreuk op de privésfeer van de oud-burgemeester alsmede van anderen zoals de wethouders, leden van de directie, etc. en schendt op onaanvaardbare wijze hun persoonlijke levenssfeer (E1 en E2). Het gegeven dat het hier gaat om mogelijke klachten over mogelijk grensoverschrijdend gedrag en integriteitsissues die zien op de 'hoogste ambtenaar in rang' van de gemeente is - uiteraard - een (zeer) gevoelige kwestie. Het in de openbaarheid komen van deze passages zou echter betekenen dat de oud-burgemeester mogelijk verder in zijn persoonlijke levenssfeer en professionele werk geschaad zou kunnen worden. Dit is te meer het geval dat het openbaar maken zou kunnen betekenen dat er mogelijk een publiek debat gevoerd zou gaan worden over de informatie in deze passages waartegen hij zich dan ook in de publieke sfeer zou moeten verweren.
Voor de betrokkenen die zich tot de vertrouwenspersonen hebben gericht - en breder: voor de gemeente Noordoostpolder als werkgever, en voor ambtenaren die daar werkzaam zijn (maar zich niet zelf tot de vertrouwenspersonen hebben gewend in deze kwestie) - betekent het openbaar worden van deze passages dat er mogelijk (weer) een publieke discussie start over mogelijk voor hen zeer gevoelige en persoonlijke onderwerpen. Het zou het gevoel van veiligheid (zich in vertrouwen tot een vertrouwenspersoon kunnen wenden) op onaanvaardbare wijze geweld aan doen als die informatie uit deze passages openbaar wordt. Het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer als bedoeld in artikel 5.1, lid 2, sub e Woo van de betrokken personen weegt in die gevallen zwaarder dan het belang van openbaarheid.
Onevenredige benadeling Diverse passages raken daarbij vanwege de verwijzing naar de inhoud van meldingen rondom de oudburgemeester of het vertrek van de oud-burgemeester, tevens op dusdanige wijze aan het goed functioneren van het ambtelijk apparaat, dat - ook nog steeds in juli 2023 - openbaarmaking daarvan tot onevenredige benadeling van de (publiekrechtelijke rechtspersoon) gemeente Noordoostpolder of andere in die passages genoemde personen of andere publiekrechtelijke rechtsperso(o)ne(n), zouden leiden (G). Gelet op de bijzondere positie van betrokkenen, de grote impact voor verschillende betrokkenen - en daarmee bijvoorbeeld het functioneren van het ambtelijk apparaat - is er sprake van een uitzonderlijk geval waardoor dat een onevenredige benadeling tot gevolg heeft, zoals hiervoor besproken. Van deze uitzondering is uitsluitend en zeer terughoudend gebruik gemaakt namelijk indien geen andere uitzondering op grond van de Woo van toepassing was en het te beschermen belang desondanks zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking.
Om deze reden besluiten wij, daartoe gemandateerd door de Raad, om de geheimhouding van de Memo gedeeltelijk op te heffen en gedeeltelijk in stand te laten en het hiertegen gerichte bezwaar gegrond te verklaren voor zover het die passages betreft waarvan de geheimhouding wordt opgeheven en ongegrond te verklaren voor zover de geheimhouding in stand blijft. Verslagen interne en externe vertrouwenspersonen (bijlagen bij de Memo) Over de verslagen van de interne en externe vertrouwenspersonen oordeelt de Rechtbank in rechtsoverweging 9 als volgt:
Dit ligt anders voor de als bijlagen gevoegde verslagen van de interne en externe vertrouwenspersonen. In het verweerschrift heeft de raad nader toegelicht dat het gevoel van veiligheid en de mogelijkheid om zich in vertrouwen tot een vertrouwenspersoon te kunnen wenden door openbaarmaking op onaanvaardbare wijze zouden worden doorkruist. De rechtbank is het op dit punt met verweerder eens. De aard van deze documenten maakt dat de belangen van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige benadeling zich verzetten tegen de opheffing van de geheimhouding. In rechtsoverweging 17 oordeelt de Rechtbank:
Wat betreft de bijlagen bij het memo (de verslagen van de interne en externe vertrouwenspersonen) ziet de rechtbank aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten, omdat in het verweerschrift alsnog voldoende is gemotiveerd welke belangen zich tegen openbaarmaking verzetten. En in het dictum staat hierover:
laat de rechtsgevolgen in stand voor zover de geheimhouding op de bijlagen bij het memo (de verslagen van de vertrouwenspersonen) niet is opgeheven; Met deze uitspraak en het niet in hoger beroep gaan van de Omroep tegen dit oordeel van de Rechtbank staat aldus de geheimhouding met betrekking tot deze verslagen van rechtswege onherroepelijk vast. Gelet op de uitspraak van de Rechtbank besluiten wij namens de Raad om het bezwaar van de Omroep gericht tegen de verslagen van de interne en externe vertrouwenspersonen ongegrond te verklaren. C. Beslissing op bezwaar met betrekking tot het raadsbesluit van 13 september 2021 ten aanzien van de documenten van de klankbordcommissie Over de documenten van de klankbordcommissie oordeelt de Rechtbank in rechtsoverweging 13:
De raad heeft geweigerd de geheimhouding op te heffen, omdat het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokken personen en het belang van voorkoming van onevenredige benadeling niet opwegen tegen het belang van openbaarmaking. De documenten zijn daarom integraal geweigerd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de raad dit onvoldoende gemotiveerd. De documenten bevatten passages, waarvan niet direct valt in te zien dat openbaarmaking de persoonlijke levenssfeer zou raken dan wel betrokkenen onevenredig zou benadelen. De rechtbank noemt als voorbeeld de delen in het eerste verslag die gaan over de aanpak van de klankbordgesprekken en de randvoorwaarden genoemd in het tweede verslag. Ook de geheimhouding van data en agenda's is zonder nadere motivering niet te begrijpen. De geheimhouding van de verslagen van de interviews daarentegen is naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd. De raad heeft zich hierover terecht op het standpunt gesteld dat het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Alles bij elkaar komt de rechtbank tot de conclusie dat de raad alle documenten van de Klankbordcommissie opnieuw en per passage moet beoordelen en moet motiveren welke weigeringsgronden en waarom zich tegen openbaarmaking verzetten.
Wij hebben - gelezen de uitspraak van de Rechtbank en in het licht van de Woo - het besluit tot geheimhouding van de documenten van de klankbordcommissie opnieuw beoordeeld. Anders dan voorheen oordelen wij thans dat de geheimhouding van een aantal passages uit deze documenten op grond van artikel 89, vierde lid Gemeentewet nu alsnog (deels) kan worden opgeheven. Het voorgaande geldt mede gelet op al eerder openbaar gemaakte informatie waaronder het stroomschema.
Dit betekent tevens dat de geheimhouding van een aantal passages of delen daarvan uit de Memo niet wordt opgeheven. Met cijfers en letters is in de documenten aangegeven welke uitzondering op grond van de Woo van toepassing is bij de desbetreffende passage: "D": Persoonsgegevens, voor zover de verstrekking wel inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt (art. 5.1, eerste lid, onder d Woo) "E1": Bescherming/eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken oudburgemeester, (art. 5.1, tweede lid, onder e Woo) "E2": Bescherming/eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken wethouders en ambtenaren (art. 5.1, tweede lid, onder e Woo) "G": Voorkoming van onevenredige benadeling van de gemeente (art. 5.1, vijfde lid Woo)
Persoonsgegevens In de documenten van de klankbordcommissie, die gedeeltelijk openbaar worden gemaakt, is sprake van persoonsgegevens van mensen die niet vanuit de hoedanigheid van hun functie in de openbaarheid treden. Daarvan zijn hun persoonsgegevens weggelakt (D).
Eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer In diverse passages in de documenten van de klankbordcommissie staan passages waarin persoonlijke bespiegelingen zijn verwoord die de persoon van de oud-burgemeester, zijn functioneren binnen het college, alsmede zijn functioneren als burgemeester raken, en die zowel in het licht van de bescherming van de privésfeer van de oud-burgemeester, als van anderen zoals de wethouders, leden van de directie, etc. op onevenredige wijze afbreuk zouden doen aan hun persoonlijke levenssfeer (E1 en E2). Het gegeven dat het hier gaat om mogelijke klachten over mogelijk grensoverschrijdend gedrag en integriteitsissues die zien op de 'hoogste ambtenaar in rang' van de gemeente is - uiteraard - een (zeer) gevoelige kwestie. Het in de openbaarheid komen van deze passages zou betekenen dat de oud-burgemeester mogelijk verder in zijn persoonlijke levenssfeer en professionele werk geschaad zou kunnen worden; zeker nu het openbaar maken zou kunnen betekenen dat er mogelijk een publiek debat gevoerd zou gaan worden over de informatie in deze passages waartegen hij zich dan ook in de publieke sfeer zou moeten verweren.
Voor de betrokkenen die zich tot de vertrouwenspersonen hebben gericht - en breder: voor de gemeente Noordoostpolder als werkgever, en voor ambtenaren die daar werkzaam zijn (maar zich niet zelf tot de vertrouwenspersonen hebben gewend in deze kwestie) - betekent het openbaar worden van deze passages dat er mogelijk (weer) een publieke discussie start over mogelijk voor hen zeer gevoelige en persoonlijke onderwerpen. Het zou het gevoel van veiligheid (zich in vertrouwen tot een vertrouwenspersoon kunnen wenden) op onaanvaardbare wijze geweld aan doen als die informatie uit deze passages openbaar wordt. Het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen weegt in die gevallen zwaarder dan het belang van openbaarheid.
Onevenredige benadeling Diverse passages raken daarbij vanwege de verwijzing naar de inhoud van meldingen rondom de oudburgemeester of het vertrek van de oud-burgemeester, tevens op dusdanige wijze aan het goed functioneren van het ambtelijk apparaat, dat - ook nog steeds in juli 2023 - openbaarmaking daarvan tot onevenredige benadeling van de (publiekrechtelijke rechtspersoon) gemeente Noordoostpolder of andere in die passages genoemde personen of andere publiekrechtelijke rechtsperso(o)ne(n), zouden leiden (G). Gelet op de bijzondere positie van betrokkenen, de grote impact voor verschillende betrokkenen en daarmee bijvoorbeeld het functioneren van het ambtelijk apparaat is er sprake van een uitzonderlijk geval waardoor dat een onevenredige benadeling tot gevolg heeft, zoals hiervoor besproken. Van deze uitzondering is slechts terughoudend gebruik gemaakt, uitsluitend voor zover geen andere uitzondering op grond van de Woo van toepassing was én het te beschermen belang desondanks zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking.
Om deze reden besluiten wij namens de Raad om de geheimhouding van de documenten van de klankbordcommissie gedeeltelijk op te heffen en gedeeltelijk in stand te laten en het hiertegen gerichte bezwaar gegrond te verklaren voor zover het die passages betreft waarvan de geheimhouding thans wordt opgeheven en ongegrond te verklaren voor zover de geheimhouding in stand blijft. D. Beslissing op bezwaar met betrekking tot het collegebesluit van 29 april 2021 Met onze brief van 21 juni 2023 hebben wij u ons besluit met betrekking tot uw Wob-verzoek van 21 oktober 2019 inzake de 25 documenten die onder ons berusten, toegestuurd. De onder A tot en met C genoemde besluiten hebben uiteraard consequenties voor de beslissing op bezwaar te nemen door ons college.
Ad. A. Het verslag van het besloten deel van de raadsvergadering van 14 oktober 2019 Zoals onder A valt te lezen, hebben wij namens de Raad, besloten om de geheimhouding van het Raadsverslag niet op te heffen. Dit betekent dat dit Raadsverslag nog steeds geheim is. Op grond van artikel 8.8 Woo, voor zover hier van belang, zijn de artikelen 3.1, 3.3, 4.1, 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 Woo niet van toepassing op informatie waarvoor een bepaling geldt die is opgenomen in de bijlage bij deze wet. Artikel 23 Gemeentewet is een bepaling die daar is genoemd. Dat wil zeggen dat het openbaarmakingsregime van de Gemeentewet voorgaat op die van de Woo. Het voorgaande leidt ertoe dat de geheimhouding, ondanks uw beroep op de Woo, in stand blijft met ons besluit en het Raadsverslag niet openbaar wordt gemaakt. Om deze reden besluiten wij uw bezwaar met betrekking tot voornoemd Raadsverslag ongegrond te verklaren.
Ad. B. de Memo ‘Informatievoorziening en reactie college t.a.v. vertrek burgemeester Harald Bouman’ van 14 oktober 2019 Zoals onder B valt te lezen, hebben wij namens de Raad, besloten om de geheimhouding van de Memo gedeeltelijk in stand te laten. Dit betekent dat de betreffende delen van deze Memo nog steeds geheim zijn. Op grond van artikel 8.8 Woo, voor zover hier van belang, zijn de artikelen 3.1, 3.3, 4.1, 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 niet van toepassing op informatie waarvoor een bepaling geldt die is opgenomen in de bijlage bij deze wet. Artikel 89 Gemeentewet is een bepaling die daar is genoemd. Dat wil zeggen dat het openbaarmakingsregime van de Gemeentewet voorgaat op die van de Woo. Het voorgaande leidt ertoe dat de geheimhouding voor die delen van de Memo, ondanks uw beroep op de Woo, in stand blijft met ons besluit en deze Memo voor die gedeelten niet openbaar wordt gemaakt. Om deze reden besluiten wij uw bezwaar met betrekking tot de Memo, voor zover de geheimhouding daarvan in stand is gelaten, ongegrond te verklaren en voor het overige gegrond te verklaren. Voor wat betreft de delen waarvan de geheimhouding is opgeheven, maken wij ze alsnog openbaar. Hierbij wordt gevolg gegeven aan bovengenoemde uitspraak van de Voorzieningenrechter.
Dit betekent dat in die onderdelen van de Memo waarvan de geheimhouding is opgeheven inzage en feitelijke verstrekking daarvan achterwege blijft tot de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Ad, B. Verslagen interne en externe vertrouwenspersonen (bijlagen bij de Memo) Over de verslagen van de interne en externe vertrouwenspersonen oordeelt de Rechtbank in rechtsoverweging 9 als volgt:
Dit ligt anders voor de als bijlagen gevoegde verslagen van de interne en externe vertrouwenspersonen. In het verweerschrift heeft de raad nader toegelicht dat het gevoel van veiligheid en de mogelijkheid om zich in vertrouwen tot een vertrouwenspersoon te kunnen wenden door openbaarmaking op onaanvaardbare wijze zouden worden doorkruist. De rechtbank is het op dit punt met verweerder eens. De aard van deze documenten maakt dat de belangen van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige benadeling zich verzetten tegen de opheffing van de geheimhouding. In rechtsoverweging 17 oordeelt de Rechtbank:
Wat betreft de bijlagen bij het memo (de verslagen van de interne en externe vertrouwenspersonen) ziet de rechtbank aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten, omdat in het verweerschrift alsnog voldoende is gemotiveerd welke belangen zich tegen openbaarmaking verzetten. En in het dictum staat hierover:
laat de rechtsgevolgen in stand voor zover de geheimhouding op de bijlagen bij het memo (de verslagen van de vertrouwenspersonen) niet is opgeheven; Met deze uitspraak en het niet in hoger beroep gaan van de Omroep tegen dit oordeel van de Rechtbank staat aldus de geheimhouding met betrekking tot deze verslagen van rechtswege onherroepelijk vast. Gelet op de uitspraak van de Rechtbank besluiten wij om het bezwaar van de Omroep gericht tegen de verslagen van de interne en externe vertrouwenspersonen ongegrond te verklaren. Ad. C. Documenten klankbordcommissie Zoals onder C valt te lezen, hebben wij namens de Raad, besloten om de geheimhouding van de documenten van de klankbordcommissie gedeeltelijk in stand te laten. Dit betekent dat de betreffende delen van de documenten van de klankbordcommissie nog steeds geheim zijn. Op grond van artikel 8.8 Woo, voorzover hiervan belang, zijn de artikelen 3.1,3.3, 4.1,5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 niet van toepassing op informatie waarvoor een bepaling geldt die is opgenomen in de bijlage bij deze wet. Artikel 89 Gemeentewet is een bepaling die daar is genoemd. Dat wil zeggen dat het openbaarmakingsregime van de Gemeentewet voorgaat op die van de Woo.
Het voorgaande leidt ertoe dat de geheimhouding voor die delen van de documenten van de klankbordcommissie, ondanks uw beroep op de Woo, in stand blijft met ons besluit en de documenten van de klankbordcommissie voor die gedeelten niet openbaar worden gemaakt. Om deze reden besluiten wij uw bezwaar met betrekking tot de documenten van de klankbordcommissie, voor zover de geheimhouding daarvan in stand is gelaten, ongegrond te verklaren en voor het overige gegrond te verklaren. Voor wat betreft de delen waarvan de geheimhouding is opgeheven, maken wij ze alsnog openbaar. Hierbij wordt gevolg gegeven aan de uitspraak van de Voorzieningenrechter. Dit betekent dat in die onderdelen van de documenten van de klankbordcommissie waarvan de geheimhouding is opgeheven inzage en feitelijke verstrekking daarvan achterwege blijft tot de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Zienswijzen Gelet op de informatie die reeds openbaar is, zoals bijvoorbeeld het stroomschema, bestond en bestaat er geen enkele reden om aan te nemen dat een eventuele belanghebbende bedenkingen zou of zal hebben tegen deze beslissingen op bezwaar van de Raad en het college. Dit vanwege wat al eerder openbaar was (gemaakt) in vergelijking wat in verband met deze beslissingen alsnog openbaar wordt gemaakt. Aldus is er geen reden om ten aanzien van de informatie die naar aanleiding van deze nieuwe beslissingen op bezwaar alsnog openbaar wordt gemaakt, een zienswijze aan belanghebbende(n) te vragen. Immers, de eventuele belanghebbende is eerder in gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en er hebben zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden voorgedaan, noch is de informatie die thans alsnog openbaar wordt gemaakt qua inhoud afwijkend ten opzichte van eerder al openbaar gemaakte informatie.
Met vriendelijke groet, ^ Mede namens de Raad
Bijlagen: mandaatbesluit
Beroep instellen Indien u het niet eens bent met dit besluit kunt u binnen zes weken na bekendmaking hiervan hiertegen beroep instellen bij de rechtbank Midden-Nederland, Sector Bestuursrecht, Postbus 16005, 3500 DA Utrecht. Het beroepschrift dient tenminste te bevatten: • • • • •
uw naam en adres; de datum van uw beroepschrift; een omschrijving of het nummer van het besluit waar u beroep tegen instelt; waarom u het niet eens bent met ons besluit; uw handtekening.
Heeft u spoed bij de beoordeling van uw beroep? Het besluit geldt in beginsel ook tijdens een eventuele beroepsprocedure. U kunt na indiening van een beroepschrift daarom eveneens om een voorlopige voorziening verzoeken. . Daarvoor is het nodig dat u een spoedeisend belang heeft. Dat is het geval wanneer de uitvoering van het besluit of besluiten gevolgen heeft die niet ongedaan gemaakt kunnen worden. Een voorlopige voorziening vraagt u bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden Nederland.
Zijn er kosten aan verbonden? Aan het indienen van een beroepschrift en het vragen van een voorlopige voorziening zijn kosten verbonden. Op www.rechtspraak.nl vindt u meer informatie over de hoogte van de bedragen.
Digitaal een beroepschrift indienen U kunt uw beroepschrift digitaal bij de Rechtbank indienen via een beroepschriftformulier op www.rechtspraak.nl. U heeft hiervoor een DigiD nodig. De Rechtbank informeert de gemeente dat u een beroepsprocedure bent gestart.
10
gemeente
NOORDOOSTPOLDER Emmeloord, 31 mei 2023. Onderwerp Besluitvorming naar aanleiding van de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank) d.d. 27 maart 2023 inzake het Wob-verzoek van omroep Flevoland. Advies fractievoorzittersoverleg Aan de raad.
Status: ter besluitvorming
Voorgesteld besluit 1 Gelet op het aangetekende (pro forma) hoger beroep, het college mandateren om namens de raad en met inachtneming van aanwijzingen die de raad hierover kan geven, te besluiten over het al of niet gedeeltelijk opheffen van de geheimhouding met betrekking tot de documenten van de klankbordcommissie, de Memo 'Informatievoorziening en reactie college t a v. vertrek burgemeester Harald Bouman’ van 14 oktober 2019 en derhalve over besluitvorming van de raad van 13 september 2021 en 8 november 2021, teneinde te voldoen aan en met inachtneming van de uitspraak van de Rechtbank en zo nodig te beslissen op bezwaar inzake voornoemde raadsbesluiten, indien het verzoek om een voorlopige voorziening door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt afgewezen 2. Gelet op het aangetekende (pro forma) hoger beroep, het college mandateren om namens de raad en met inachtneming van aanwijzingen die de raad hierover kan geven, te besluiten om de geheimhouding van het verslag van het besloten deel van de raadsvergadering van 14 oktober 2019 op grond van artikel 23 van de Gemeentewet niet op te heffen en - zo nodig in dezelfde zin te beslissen op bezwaar inzake het raadsbesluit d.d.
8 november 2021, onder verwijzing naar de in het verzoek om voorlopige voorziening omschreven motivering teneinde aldus te voldoen aan de uitspraak van de Rechtbank, indien het verzoek om een voorlopige voorziening door de voorzieningenrechter wordt afgewezen. Doelstelling De raad informeren over de uitspraak van de Rechtbank en te verzoeken het college te mandateren ter zake van te nemen vervolgstappen naar aanleiding van deze uitspraak, het (vooralsnog pro forma) ingediende hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening Inleiding Omroep Flevoland (hierna, omroep) heeft in oktober 2019 een Wob-verzoek ingediend inzake (citaat:) “de gevolgde procedures naar aanleiding van klacht(en) over mogelijk grensoverschrijdend gedrag van ex-burgemeester Bouman”.
Inmiddels, ruim 3 !4 jaar verder, zijn er vele procedurele stappen in deze kwestie gezet: - besluit van het college op het Wob-verzoek; - bezwaar van de omroep tegen dit besluit; - besluit van het college op het bezwaarschrift; - beroep van de omroep bij de Rechtbank; - uitspraak van de rechter op het beroep van de omroep; - besluit van het college naar aanleiding van deze rechterlijke uitspraak; - bezwaar van de omroep tegen dit besluit; - besluit van het college op het bezwaarschrift, - beroep van de omroep bij de Rechtbank; - uitspraak van de Rechtbank op het beroep van de omroep Voorts heeft de raad in deze procedure ook twee procedurele besluiten genomen, namelijk op 13 september 2021 en 8 november 2021 inzake het afwijzen van het verzoek om opheffing van de geheimhouding van de in dit raadsvoorstel bedoelde documenten
Dit raadsvoorstel gaat over de vorenbedoelde uitspraak (hierna: uitspraak) van de Rechtbank d d. 27 maart 2023 en de reeds genomen en nog te nemen stappen als gevolg van deze uitspraak. Uitspraak rechtbank Als bijlagen treft u de uitspraak en een beknopte samenvatting op hoofdlijnen (hierna: samenvatting) hiervan aan Zoals uit de samenvatting blijkt kunnen de onderhavige documenten waarover in de uitspraak wordt gesproken in twee categorieën worden onderscheiden, namelijk (1) documenten die formeel gesproken een zaak van de raad zijn en (2) documenten die des colleges zijn. Dit onderscheid is relevant voor het vervolg c.q. besluitvormingsproces rondom deze documenten. Hieronder wordt e e a. nader omschreven/toegelicht. De documenten die uw raad rechtstreeks aangaan zijn de documenten van de klankbordcommissie, de Memo 'Informatievoorziening en reactie college t a v. vertrek burgemeester Harald Bouman’ van 14 oktober 2019 (hierna: memo), inclusief bijbehorende bijlagen en het raadsverslag van het besloten deel van de raadsvergadering d.d 14 oktober 20191 (hierna: raadsverslag). De Rechtbank heeft de besluitvorming van de raad van 13 september 2021 en 8 november 2021 onder de loep genomen. Materieel gezien zegt de Rechtbank dat de motivering waarom deze documenten nog steeds (integraal) geheim zijn, onvoldoende is c.q.
voor wat betreft het raadsverslag op een onjuist artikel van de Gemeentewet gebaseerd is. De overige (25) documenten waarover in de uitspraak wordt gesproken zijn documenten die het college en de organisatie rechtstreeks aangaan. De rechtbank geeft voor wat betreft deze documenten aan dat het college moet aangeven welke passages persoonlijke beleidsopvattingen bevatten en dit nader motiveren. Hoger beroep Zowel de omroep als de gemeente had de mogelijkheid om tot 16 mei jl. in hoger beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) tegen de uitspraak van de Rechtbank Om geen positie te verliezen, gelet op de termijn die de gemeente heeft om hierover een besluit te nemen, heeft het college 9 mei jl. besloten, mede namens uw raad, in hoger beroep te gaan over deze drie hiervoor genoemde documenten2. Dit is vooralsnog een pro forma hoger beroep. Hiermee heeft het college voor de raad de mogelijkheid behouden om indien - zij dat wenst - het hoger beroep al dan niet te handhaven Indien het college geen hoger beroep had aangetekend, had uw raad geen mogelijkheid (meer) gehad om in hoger beroep te gaan, laat staan te besluiten om het hoger beroep al dan niet te handhaven. Uw raad zou dan voor een voldongen feit hebben gestaan Uw raad zou dan terecht het college dit hebben kunnen verwijten.
Voor wat betreft de hiervoor al aangehaalde 25 documenten heeft het college besloten niet in hoger beroep te gaan. De uitspraak van de Rechtbank over deze documenten was duidelijk en verklaarbaar. Het college zal dan ook een nieuwe beslissing op bezwaar over deze documenten nemen Voorlopige voorziening Hoger beroep aantekenen schorst de termijn waarbinnen een besluit moet worden genomen over alle documenten niet De Rechtbank heeft de gemeente een termijn van twaalf weken gegeven om een besluit te nemen Om te zorgen dat de termijn, waarbinnen de gemeente voor wat betreft de drie documenten - de memo, het raadsverslag en de documenten van de klankbordcommissie - tot een besluit moet komen, kan worden geschorst tot aan de uitspraak in hoger beroep over deze documenten, is een voorlopige voorziening hiertoe bij de Afdeling aangevraagd. Het is aan de voorzieningenrechter van de Afdeling om al of niet in te stemmen met het verzoek om een voorlopige voorziening dat strekt tot schorsing van de uitspraak van de Rechtbank De hiervoor genoemde besluitpunten voorzien in het - onverhoopte - geval de voorzieningenrechter van de Afdeling het verzoek om een voorlopige voorziening afwijst.
Beknopte inhoud uitspraak over de drie documenten/hoger beroep handhaven a Raadsverslag De Rechtbank stelt in haar uitspraak dat de raad ten aanzien van de geheimhouding en het 1 De vergadering over het vertrek van de ex-burgemeester. 2 Feitelijk is het geen hoger beroep over de drie genoemde documenten, maar hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank over uw besluitvorming van 13 september 2021 en 8 november 2021 waarmee u openbaarmaking van de drie bedoelde documenten heeft afgewezen
b
c
afwijzen van de opheffing van de geheimhouding van het raadsverslag niet het juiste toetsingskader heeft gehanteerd. De raad had artikel 23 van de Gemeentewet als toetsingskader en niet artikel 25 van de Gemeentewet en de weigeringsgronden van de Wob moeten hanteren. Dit blijkt juist. De Raad van State is medio 2021 'omgegaan’ zoals dat heet. Dit laat echter onverlet dat er nog steeds geheimhouding rust op het raadsverslag, alleen had een ander toetsingskader moeten worden gehanteerd. In zijn uitspraak zegt de rechtbank dat de raad alsnog een nieuw besluit moet nemen, maar dan op basis van artikel 23 lid 4 juncto lid 5 van de Gemeentewet Uiteraard is dit mogelijk, echter het is maar de vraag of de Rechtbank hiertoe (het opdragen van het nemen van een nieuw besluit op andere gronden) bevoegd is. Bovendien lijkt een essentiële tussenstap in de uitspraak te ontbreken. De Rechtbank spreekt immers over het opnieuw nemen van een beslissing op bezwaar, echter er is geen bezwaar ingediend tegen het besluit om het raadsverslag geheim te houden3. In die zin zou de uitspraak logischer zijn geweest indien daar had gestaan: gemeenteraad u had een nieuw primair besluit over de geheimhouding van het raadsverslag moeten nemen. Kortom, de uitspraak van de Rechtbank lijkt in ieder geval aan de zijde van de gemeente te leiden tot verwarring wat nu een juist te nemen besluit zou kunnen zijn.
Als hierover al een besluit zou moeten worden genomen (zie ook de tekst van het verzoek om voorlopige voorziening, nrs. 3140). Memo De Rechtbank stelt dat er voor wat betreft de memo er zeker een aantal paragrafen te noemen zijn die niet zonder nadere motivering geheim zouden moeten blijven. De Rechtbank noemt hierbij een aantal paragrafen die voor openbaarmaking in aanmerking zouden kunnen komen. De Rechtbank is het eens met de geheimhouding van de bijlagen bij de memo, zijnde de verslagen van de in- en externe vertrouwenspersonen. Wellicht heeft de Rechtbank hier op onderdelen gelijk, echter zoals ook uit het verzoek om voorlopige voorziening valt af te leiden, is hier veel op af te dingen. Immers de Rechtbank voorziet in een uitspraak op een niet ingediend bezwaar. Aan de Afdeling wordt dan ook voorgelegd of de Rechtbank hiertoe wel bevoegd is Kortom: mocht de Afdeling alsnog een besluit nemen in ons voordeel over dit punt, dan is uw besluit over de memo onherroepelijk geworden. Dit betekent dat uw besluit gewoonweg vaststaat, Documenten Klankbordcommissie De Rechtbank stelt dat de gehanteerde weigeringsgronden om deze documenten integraal geheim te houden onvoldoende is gemotiveerd De motivering zal per passage moeten plaatsvinden.
Ook geeft de Rechtbank aan dat er onderdelen zijn die feitelijk openbaar kunnen worden gemaakt, zoals die onderdelen die gaan over aanpak, randvoorwaarden, data, agenda’s en de training van de leden van de klankbordcommissie. De Rechtbank acht de motivering van de geheimhouding van de verslagen van de interviews wel voldoende. Zoals hiervoor onder ad b al stond te lezen, heeft de Rechtbank hier wellicht op onderdelen gelijk. Echter zoals ook uit de voorlopige voorziening valt af te leiden, is hier veel op af te dingen Immers de Rechtbank voorziet in een uitspraak op een niet ingediend bezwaar Aan de Afdeling wordt dan ook voorgelegd of de Rechtbank hiertoe wel bevoegd is Kortom: mocht de Afdeling alsnog een besluit nemen in ons voordeel over dit punt, dan is uw besluit over de documenten van de Klankbordcommissie onherroepelijk geworden. Dit betekent dat uw besluit gewoonweg vaststaat.
Mandaatverlening aan het college Zoals hiervoor al is beschreven, is het mogelijk dat de Voorzieningenrechter van de Afdeling het verzoek om een voorlopige voorziening afwijst. In dat geval moet op korte termijn alsnog een besluit over de genoemde documenten c q. over uw besluitvorming van 13 september 2021 en 8 november 2021 worden genomen.
3 De rechtbank stelt dat de omroep niet expliciet is gewezen op de mogelijkheid van het indienen van een bezwaarschrift tegen uw besluiten van 13 september 2021 en 8 november 2021 Feitelijk heeft de omroep wel degelijk die mogelijkheid gehad, immers zij had kennis van uw besluiten Sterker nog, zij heeft het college (in afschrift naar de griffie) daags voor uw besluitvorming van 13 september 2021 nog een mail gestuurd waarin de omroep verzoekt het voorstel inzake de bekrachtiging van de raadsagenda te halen De rechtbank verklaart zich echter plotsklaps' vanwege proces-economische redenen bevoegd om toch een oordeel te vellen als ware er wel een bezwaar ingediend tegen uw besluiten, zonder dat hier sprake van was Bovendien stelt de rechtbank dat de raad zou moeten beslissen op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit van het college Dit lijkt echter van uit juridisch oogpunt, niet voor de hand te liggen
Snelle besluitvorming - ook eventueel - in de vakantieperiode, is dan belangrijk. Dit is de primaire reden om het college te verzoeken om namens de raad te besluiten op de eventuele uitkomst van de voorlopige voorziening en hiertoe het college een mandaat te geven waar het besluiten die de raad aangaan, betreft die zien op het al dan niet opheffen van de geheimhouding van het raadsverslag, de documenten van de klankbordcommissie, de memo, inclusief bijbehorende bijlagen. Afgezien hiervan is het college van deze - inmiddels complex geworden - kwestie op de hoogte. Dit maakt dat besluitvorming door het college op dit punt meer voor de hand liggend lijkt. Kanttekeningen Nvt. Planning/uitvoering Het is nu nog niet duidelijk op welke termijn de zitting vanwege het verzoek om een voorlopige voorziening zal plaatsvinden. Bijlagen 1 Uitspraak rechtbank 2. Samenvatting uitspraak 3. Verzoek om voorlopige voorziening 4. (pro forma) Hoger beroep
Portefeuillehouder Steller
: de heer R.T. de Groot : de heer J W van der Linde; 06 20673653; j vanderlinde@noordoostpolder.nl
gemeente
NOORDOOSTPOLDER RAAD
De raad van de gemeente Noordoostpolder, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 31 mei 2023, Gelet op artikel 10 3 van de Algemene wet bestuursrecht; BESLUIT: 1
2.
Gelet op het aangetekende (pro forma) hoger beroep, het college te mandateren om namens de raad en met inachtneming van aanwijzingen die de raad hierover kan geven, te besluiten over het al of niet gedeeltelijk opheffen van de geheimhouding met betrekking tot de documenten van de klankbordcommissie, de Memo 'Informatievoorziening en reactie college t a v. vertrek burgemeester Harald Bouman’ van 14 oktober 2019 en derhalve over besluitvorming van de raad van 13 september 2021 en 8 november 2021, teneinde te voldoen aan en met inachtneming van de uitspraak van de Rechtbank en zo nodig te beslissen op bezwaar inzake voornoemde raadsbesluiten, indien het verzoek om een voorlopige voorziening door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt afgewezen. Gelet op het aangetekende (pro forma) hoger beroep, het college te mandateren om namens de raad en met inachtneming van aanwijzingen die de raad hierover kan geven, te besluiten om de geheimhouding van het verslag van het besloten deel van de raadsvergadering van 14 oktober 2019 op grond van artikel 23 van de Gemeentewet niet op te heffen en - zo nodig - in dezelfde zin te beslissen op bezwaar inzake het raadsbesluit d.d.
8 november 2021, onder verwijzing naar de in het verzoek om voorlopige voorziening omschreven motivering teneinde aldus te voldoen aan de uitspraak van de Rechtbank, indien het verzoek om een voorlopige voorziening door de voorzieningenrechter wordt afgewezen
Aldus besloten in de openbare vergadering van 5 iuni 2023