CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

8.2 Reactienota zienswijze e.d. bp Landelijk gebied Repelweg te Marknesse (MITC).pdf

Gemeenteraad 10 juli 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 8: Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'36.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk Gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

1

1. ínhoud 1

ínhoud.......................................................................................................................2

2

Aanleiding................................................................................................................. 4

3

Ambsthalve wijzigingen............................................................................................. 4

4

Advies commissie m.e.r............................................................................................. 5

5

Ingediende zienswijzen............................................................................................. 6

6

Ontvankelijkheid....................................................................................................... 6

7

Algemene beantwoording.......................................................................................... 7

8

7.1

Handelen van overheden.................................................................................. 7

7.2

Nut en noodzaak.............................................................................................. 7

7.3

Stikstof en luchtkwaliteit................................................................................... 8

7.4

Verkeer - ontsluiting en veiligheid.................................................................. 10

7.5

Geluid............................................................................................................. 12

7.6

Natuur en ecologie.......................................................................................... 14

7.7

Woongenot en leefomgeving........................................................................... 16

7.8

Overige ontwikkelingen...................................................................................17

7.9

Participatie.......................................................................................................17

7.10

Financiële verantwoording.............................................................................. 18

Beantwoording specifieke zienswijzen..................................................................... 19 8.1

Zienswijze G1.................................................................................................. 20

8.2

Zienswijze G2 - Provincie Flevoland................................................................21

8.3

Zienswijze G3a................................................................................................24

8.4

Zienswijze G3b................................................................................................35

8.5

Zienswijze G4.................................................................................................. 37

8.6

Zienswijze G5.................................................................................................. 41

8.7

Zienswijze G6.................................................................................................. 49

8.8

Zienswijze G7.................................................................................................. 56

8.9

Zienswijze G8.................................................................................................. 57

8.10 Zienswijze G9.................................................................................................. 60 8.11 Zienswijze G10................................................................................................62 8.12 Zienswijze G11................................................................................................70 8.13 Zienswijze G12................................................................................................75 8.14 Zienswijze P1 .................................................................................................. 81 8.15 Zienswijze P2 .................................................................................................. 84 8.16 Zienswijze P3 .................................................................................................. 91 8.17 Zienswijze P4 .................................................................................................. 91 8.18 Zienswijze P5 .................................................................................................. 94

Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

2

8.19 Zienswijze P6.................................................................................................. 95 8.20 Zienswijze P7.................................................................................................. 97 8.21 Zienswijze P8.................................................................................................. 98 8.22 Zienswijze P9 .................................................................................................100 9

Bijlagen................................................................................................................. 101 9.1.

Advies commissie m.e.r................................................................................ 101

Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

3

2. Aanleiding Het ontwerp van het bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)' lag met ingang van 28 april 2022 gedurende een periode van zes weken (tot en met 8 juni 2022) voor een ieder ter inzage. Het milieueffectrapport (MER) dat is opgesteld, maakt als bijlage onderdeel uit van het bestemmingsplan. Het ontwerp was op werkdagen tijdens openingstijden in te zien bij het loket Woonomgeving in het gemeentehuis aan het Harmen Visserplein 1 te Emmeloord. Tevens is het ontwerp bestemmingsplan (planidentificatienummer: NL.IMRO.0171.BP00665-ON01) digitaal ter beschikking gesteld via het landelijke portaal www.ruimteliikeplannen.nl. Gelijktijdig met dit bestemmingsplan (planidentificatienummer NL.IMRO.0171.BP00665ON0l) lag ook de ontwerp Partiële herziening Omgevingsprogramma van de provincie Flevoland (planidentificatienummer NL.MRO.9924.OPMITCMarknesse-ON01) en het ontwerp-besluit herbegrenzing Natuur Netwerk Nederland (NNN) ter inzage, met daarbij een MER dat voor zowel het bestemmingsplan als de partiële herziening is opgesteld. Voordat de gemeenteraad beslist over vaststelling van het bestemmingsplan beslist Provinciale Staten van provincie Flevoland over het wijzigen van het Omgevingsprogramma. Bij die wijziging is hetzelfde MER als bijlage gebruikt. Eventuele zienswijzen over het MER worden gedeeld.

Dus zienswijzen over de wijziging van het Omgevingsprogramma, voor zover die betrekking hebben op het MER, worden ook als zienswijzen behandeld in het kader van het bestemmingsplan. Alle stukken, te weten het vastgestelde bestemmingsplan, het MER, het vastgestelde besluit tot partiële herziening van het Omgevingsprogramma provincie Flevoland als ook het besluit tot herbegrenzing NNN worden tegelijk er inzage gelegd.

3. Ambtshalve wijzigingen Mede naar aanleiding van de zienswijzen is opnieuw naar het programma en benodigde bebouwing voor de verschillende onderdelen van het MITC gekeken. In het ontwerp bestemmingsplan is gekozen voor het mogelijk maken van een ontwikkelscenario, zoals bedoelt in het behoefteonderzoek. RDW, politie en Digicity/Campus hebben aangegeven dat de maximale ontwikkelruimte naar beneden toe kan worden bijgesteld. In totaal gaat het om een bijstelling van 15.300 m2 (RDW van 10.000 m2 naar 8.000 m2, Politie van 5.000 m2 naar 4.500 m2 en Digicity/Campus van 25.000 m2 naar 12.200 m2). Mede gelet op Europese regelgeving voor het vliegen met en het testen van drones vond een optimalisatie van de ligging van de bouwvlakken plaats. De maximale ontwikkelruimte wordt in het bestemmingsplan aangepast. Vervolgens is bezien wat de beperktere ontwikkelruimte voor gevolgen heeft. De aanpassing van de ontwikkelruimte heeft o.a. effecten op de verkeersgeneratie, geluid, en stikstof. Hiervoor zijn aanvullende onderzoeken verricht. De Commissie mer gaf aan dat het MER dat bij het ontwerp van het bestemmingsplan en ontwerp van het omgevingsprogramma was gevoegd, de essentiële informatie bevat om een besluit te kunnen nemen over de komst van het MITC, waarin het milieubelang volwaardig wordt meegewogen.

De aanvullende onderzoeken zijn niet noodzakelijk voor de partiële herziening van het Omgevingsprogramma. De onderzoeken zijn aangevuld om onduidelijkheden die in het zienswijzentraject naar voren zijn gekomen nader te onderbouwen/verduidelijken. Naar aanleiding hiervan volgen er geen aanpassingen in de regeling van het bestemmingsplan. De volgende ambtshalve wijzigingen zijn doorgevoerd in de regels, toelichting en op de verbeelding:

Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

4

a.

Binnen de bestemmingen 'Bedrijf - Mobiliteit en Infrastructuur' en 'Bedrijf Testcentrum' is de maximaal toegestane bebouwing naar beneden aangepast, conform de hierboven genoemde aantallen;

b.

Binnen de bestemming 'Bedrijf - Testcentrum' is onder artikel 4.1.b bij 'gebouwen en bouwwerken' aangevuld dat het gaat om gebouwen ten behoeve van het testcentrum. Dit om te voorkomen dat er bouwwerken voor een ander doel dan het testcentrum worden ontwikkeld. Daarnaast is binnen deze bestemming onder artikel 4.2.3. een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee wordt geborgd dat de te ontwikkelen bebouwing wordt gerealiseerd ten behoeve van het MITC. Bouw is slechts toegestaan als alle gronden binnen de bestemming in ontwikkeling kunnen worden genomen;

c.

Naar aanleiding van de inspraakreactie van NLR is het luchthavengebied aangeduid op de verbeelding middels de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone'. In de algemene aanduidingsregels (artikel 14) is de regeling behorend bij deze aanduiding opgenomen als artikel 14.2. De definitie luchthaven is opgenomen in de begrippenlijst;

d.

De toelichting is aangevuld met aanvullende ecologische onderzoeken, het stikstofonderzoek is geactualiseerd, evenals een actualisatie van het akoestisch onderzoek en het verkeersonderzoek. Hieruit volgen geen aanpassingen in de regeling van het bestemmingsplan.

4. Advies commissie m.e.r. Conform artikel 7.12 Wet milieubeheer is de commissie m.e.r. gevraagd haar advies te geven over het MER. Op 14 juli 2022 gaf de commissie haar advies. Het advies is bijgevoegd als bijlage bij deze nota (bijlage 9.1). Het advies van de commissie is:

De Commissie is van oordeel dat het MER de essentiële informatie bevat om een besluit te kunnen nemen over de komst van het MITC, waarin het milieubelang volwaardig wordt meegewogen. Daarnaast geeft de commissie een aantal aandachtspunten mee voor het vervolgtraject. Daar wordt hieronder op ingegaan.

Doel en aanleiding Hieronder in de algemene beantwoording onder Nut en noodzaak (paragraaf 7.2) wordt nader ingegaan op deze aspecten. Specifiek wordt nader ingegaan op de urgentie van deze ontwikkeling als ook op de aanpassing van het (bouw-)programma. Al met al wordt benadrukt het belang van een spoedige realisatie van dit initiatief op deze locatie.

Laddertoets Voor deze ontwikkeling is een Laddertoets opgesteld waarbij inzicht is verschaft in de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte van het MITC. Uit deze toets is naar voren gekomen dat er zowel kwalitatief als kwantitatief geen andere harde plancapaciteit in de omgeving (lokaal als regionaal) aanwezig is zodanig dat die deze ontwikkeling kan faciliteren. De behoefte aan deze ontwikkeling is daarmee genoegzaam aangetoond.

Water en klimaat De in het bestemmingsplan opgenomen eisen voor compensatie voor verhardingsoppervlakte is vastgelegd in nauw overleg met Waterschap Zuiderzeeland. Het terrein biedt daarnaast voldoende mogelijkheden om in de toekomst meer Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

5

waterberging te creëren als dat nodig zou zijn. Vooralsnog wordt geen reden gezien om hier in het bestemmingsplan andere eisen aan te stellen. De overige aanbevelingen hebben betrekking op de vervolgbesluiten over (de verschillende onderdelen van) het MITC en hebben daarom geen directe invloed op voorliggend bestemmingsplan. De aanbevelingen worden meegenomen bij het vervolg.

Energie en Duurzaamheid Het MITC wil de kansen benutten die aanwezig zijn op besparing en opwekking van energie. Dit sluit aan op de ambitie van de provincie om (in de toekomst) energieneutraal te zijn. Concreet richt het MITC zich op zon op dak (van de eigen gebouwen) als ook aansluiting op het in de nabijheid (geen onderdeel van het MITC) te realiseren zonnepark. Daarnaast richt het MITC zich op de mogelijkheid van Warmte Koude Opslag (WKO) en het realiseren van elektrische oplaadpunten van auto's voor het eigen personeel en bezoekers.

Natuur De commissie is van mening dat er in het MER voldoende informatie is gegeven over de gevolgen voor het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Wel beveelt de commissie aan de ontwikkeling van de natuurkwaliteit in het compensatiegebied te monitoren en na zes jaar te evalueren. Hierover wordt conform het advies van de commissie in het besluit herbegrenzing NNN een passage opgenomen. De monitoring wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst.

Verkeer en parkeren Het advies van de commissie wordt onderschreven om bij de uitvoering er voor te waken dat er niet te veel parkeerplaatsen worden aangelegd. Voor het bestemmingsplan is het noodzakelijk dat is aangetoond dat de parkeeropgave kan worden opgelost binnen het eigen terrein.

Geluid Voor de reactie op het aspect geluid wordt verwezen naar de algemene beantwoording in paragraaf 7.5.

5. Ingediende zienswijzen Tijdens de inzageperiode bestond voor eenieder de gelegenheid om een zienswijze kenbaar te maken over het voornemen om het bestemmingsplan, de herbegrenzing NNN en het Omgevingsprogramma vast te stellen. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt. De gemeente ontving 12 zienswijzen. Deze zijn genummerd met een G (paragraaf 8.1 tot en met 8.13). De provincie ontving 9 zienswijzen. Deze zijn genummerd met een P (paragraaf 8.14 tot en met 8.22).

6. Ontvankelijkheid De bij de gemeente ingediende zienswijze onder nummer 12 (paragraaf 8.13) is ingediend op 14 juni, na de daarvoor gestelde termijn. Deze zienswijze is daarom formeel niet ontvankelijk. Inhoudelijk is deze zienswijze wel meegenomen in de beantwoording. Een aanvulling op de bij de gemeente ingediende zienswijze onder nummer 4 (paragraaf 8.5) is ingediend op 18 juni 2022. Deze aanvulling is daarom formeel niet ontvankelijk. Deze aanvulling kon niet meer worden verwerkt in de stukken en is daarom inhoudelijk

Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

6

niet meegenomen. De aanvulling gaat over het aspect verkeer en wordt in de algemene beantwoording daardoor indirect toch geadresseerd. De overige zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn ontvangen en zijn daarmee ontvankelijk.

7. Algemene beantwoording Verschillende zienswijzen raken in verschillende bewoordingen aan een aantal overeenkomstige onderwerpen. Daarom is in eerste instantie in algemene zin ingegaan op die onderwerpen. Vervolgens zijn de individuele zienswijzen behandeld, deels door verwijzing naar de algemene beantwoording. Voor zover deze niet zijn beantwoord in de algemene beantwoording, zijn deze voorzien van een specifiek antwoord. De volgende onderwerpen zijn algemeen beantwoord: 7.1 Handelen van overheden 7.2. 7.3. 7.4. 7.5. 7.6. 7.7 7.8. 7.9. 7.10.

Nut en noodzaak Stikstof en luchtkwaliteit Verkeer - ontsluiting en veiligheid Geluid Natuur en ecologie Woongenot Overige ontwikkelingen Participatie Financiële verantwoording

7.1 Handelen van overheden Het valt op dat in enkele zienswijzen direct of soms indirect wordt ingegaan om het handelen van individuele ambtenaren en/of adviseurs/experts. We benadrukken daarom in algemene zin dat de stukken die voorliggen uiteindelijk een product zijn van de gemeenten en/of de provincie. De stukken worden door het bevoegd gezag beoordeeld en vastgesteld en staan vervolgens open voor bezwaar en beroep via de bestuurlijke rechtspraak. De bevoegde gezagen (gemeenteraad en Provinciale Staten) worden bij de besluitvorming ondersteund door de dagelijks besturen (College van burgemeester en wethouders, respectievelijk Gedeputeerde Staten), die op hun beurt ondersteund worden door de ambtelijke organisatie. Het is niet gepast om medewerkers persoonlijk aan te spreken op producten die ten grondslag liggen aan de besluitvorming van de respectievelijk bevoegde gezagen.

7.2 Nut en noodzaak Toekomst Lelystad Airport niet bepalend voor noodzaak verplaatsing RDW Enkele zienswijzen gaan in op de vraag waarom het RDW testcentrum moet verplaatsen, nu de toekomstige situatie van Lelystad Airport nog niet duidelijk is. Het RDW (of de door haar ingeschakelde adviseur/expert) geeft daarover het volgende aan:

Momenteel bevindt het RDW Testcentrum zich naast vliegveld Lelystad, waardoor zekerheid en ruimte voor toekomstvaste investeringen in testfaciliteiten ontbreken. Investeringen zijn noodzakelijk om te kunnen blijven testen of voertuigen ook aan nieuwe Europese regelgeving (blijvend) voldoen. Omdat Lelystad Airport inmiddels op mogelijk gebruik voor regulier luchtverkeer Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

7

ruimtelijk is aangepast, is en blijft de RDW-testbaan ingeperkt in heden en toekomst. In de zin van fysieke ruimte (baanverlenging en meer ruimte voor veilig testen van rijbaan- en inhaalassistentie, truckplatooning (hierbij rijden vrachtwagens geautomatiseerd en direct achter elkaar in konvooien van 3 tot 5 trucks) en verdere doorontwikkeling naar autonoom rijdende voertuigen), gebruik van bestaande testfaciliteiten (geluidstesten worden al door de naast de testbaan verlegde helikopterplatforms belemmerd) en financiering (voor investeringen moet tientallen jaren vooruit kunnen worden gepland). Daar komt bij dat op de beoogde nieuwe locatie expertise en faciliteiten aanwezig zijn die versterkend werken. De inhoud van dit antwoord wordt onderschreven. Bij de onderbouwing van de behoefte in het bestemmingsplan wordt dit nader verduidelijkt in de toelichting.

Aanpassing van het bestemmingsplan: De aanleiding voor de gewenste verplaatsing van het RDW wordt in Paragraaf 1.1 van het bestemmingsplan aangevuld met bovenstaande informatie.

Welke bedrijven komen zeker/worden verwacht/wordt ruimte voor geboden Naast de RDW en de politieacademie die in deelplannen 1 en 2 van het terrein van MITC komen, worden er voor deelplan 3 gesprekken gevoerd met potentieel geïnteresseerde partijen.

Gebruik landbouwgrond Een locatieafweging vond plaats. Hieruit kwam naar voren dat de locatie in Marknesse de meest gunstige locatie is. Een toelichting hierop is opgenomen in het bestemmingsplan. Paragraaf 2.1 locatiekeuze en paragraaf 3.1.2 'Ladder voor duurzame ontwikkelingen' gaat in op de behoefte en zorgvuldig ruimtegebruik. Nieuwe ontwikkelingen vragen een zeker ruimtebeslag, waarbij het aan de gemeenteraad is om een zorgvuldige afweging te maken. Deze afweging is in het bestemmingsplan onderbouwd.

Behoefte aan een MITC In diverse gesprekken tijdens een recent Europees werkbezoek Smart Mobility en MITC in Brussel zijn de kansen voor -en de behoefte aan- een MITC in Europa en Nederland wederom naar voren gekomen. Het MITC past in de manier waarop Nederland zich wil profileren in de EU en is nodig voor testen en certificering van de mobiliteit van de toekomst. Daarnaast kan het MITC tonen hoe innovaties in mobiliteit slim, duurzaam en vooral veilig kunnen worden toegepast. Er is en komt veel vraag naar testgelegenheid op het vlak van multimodal door to door (voor passagiers en goederen), 3d mobiliteit (lucht, weg en drones) en urbane toepassing. Deze mogelijkheden en testgelegenheid worden met het realiseren van een MITC in Marknesse geboden. Het MITC is een unieke samenwerking voor Europa, met reeds concrete plannen voor de combinatie van cybersecuritycentrum, politie, RDW, NLR, DNW, een aerodynamische teststraat, een emissielab met rollerbank en urban air mobility. In het verlengde daarvan kunnen ook type approval, safety, emissies van vrachtwagen en trucks hierin een plek krijgen. Mobiliteit is niet alleen grensoverschrijdend, maar wordt ook steeds meer organisatieoverschrijdend. Denk bijvoorbeeld aan platformen voor sensoren. Auto's maken de puzzel, maar techbedrijven maken de puzzelstukjes.

In dit kader hanteert de Wereldbank een mooie definitie voor sustainable mobility met vier concrete doelen: universal access, efficient mobility, green mobility en vision zero. Het MITC kan een belangrijke bijdrage leveren in het bereiken van deze doelen.

7.3 Stikstof en luchtkwaliteit Enkele zienswijzen gaan in het onderwerp stikstof. Het RDW (of de door haar ingeschakelde adviseur/expert) geeft daarover het volgende aan: Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

8

Systematiek AERIUS en beleidsregels Er worden vraagtekens geplaatst bij de wijze waarop de stikstofemissie en depositie is uitgevoerd, de metingen van stikstof in de omgeving, de wijze waarop de resultaten worden beoordeeld en het intern salderen en ook bij de integriteit van het onderzoek. Het rekenprogramma AERIUS is een rekenmethode op basis van modellen, kentallen en verspreidingsmodellen. Het gebruik ervan is in de Wet natuurbescherming voorgeschreven. In dit model zijn alle stikstofgevoelige habitats opgenomen en wordt automatisch bepaald welk effect een project heeft op de depositie op die habitats. Hierop kan en mag geen invloed worden uitgeoefend door de gebruiker. De enige parameters waarop de gebruiker invloed heeft, zijn de ingevoerde gegevens. Deze zijn in het onderzoek transparant onderbouwd en in die zin ook reproduceerbaar. Aantijgingen over de integriteit van het onderzoek worden dan ook niet ondersteund. Het gebruik van intern salderen is een manier om te beoordelen of een project per saldo geen significant negatief effect heeft. Op projectniveau ontstaan negatieve effecten immers door een toename van stikstofdepositie, niet door verandering van de bron. Sinds 27 januari 2022 is de Beleidsregel voor intern en extern salderen aangepast. Hiervoor is de Beleidsregel Salderen in de plaats gekomen.

Deze beleidsregel bevat geen voorwaarden meer voor intern salderen aangezien dit vergunningvrij blijkt te zijn. Er is sprake van saldering binnen een project, namelijk de omzetting van landbouwgrond naar bedrijfsfuncties. Zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zijn bij dit project doorgerekend en beoordeeld. Mede naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2022 is het stikstofonderzoek hierop nog verder aangepast.

Gehanteerde uitgangspunten berekening Ook worden er vragen gesteld over de ingevoerde gegevens in zowel de gebruiksfase en aanlegfase als in de referentiesituatie. Voor zowel de gebruiksfase als de aanlegfase kan men vóór de realisatie en contractvorming (aanlegfase) niet anders dan reële aannames doen. In het onderzoek is uitgelegd hoe de ingevoerde gegevens tot stand zijn gekomen. De verkeersgeneratie, die de grootste bron van NOx emissies is, komt voort uit het verkeersonderzoek. Voor alle ingevoerde getallen geldt dat deze theoretisch zijn bepaald op basis van reële, doch hoog ingeschatte verwachting. Daarbij geldt dat het aannemelijk is dat de bronnen van stikstofemissies van het MITC in de loop van de jaren sterk zal afnemen. Met name op het terrein van RDW en de testomgeving van innovatieve modaliteiten zullen almaar schonere voertuigen rijden. Echter, dit is een aanname die niet op basis van harde cijfers te onderbouwen is en wordt daarom ook niet gebruikt in het onderzoek. De referentiesituatie is bepaald op basis van door de provincies aangedragen regionale kentallen uit het INITIATOR model. Hoewel er in de basis geen reden is om aan deze getallen te twijfelen, is vastgesteld dat niet op basis van concrete, objectieve gegevens kan worden onderbouwd dat deze getallen ook voor deze specifieke locatie representatief zijn.

Daarom is het onderzoek naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen aangevuld met een meer toegespitste rekenmethode op basis van de stikstofgebruiksnormen, het type mest, het TAN-gehalte van de Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

9

mest en de bijbehorende emissiefactor. De gebruiker is hierbij gevraagd naar de feitelijke toegepaste mestsoorten en bemestingsmethode. Daarmee wordt voldaan aan de bewijslast die BIJ12 beschrijft voor saldering met bemeste percelen. Uit deze methode volgt een iets lagere emissie per hectare, maar deze leidt niet tot andere conclusies. Er blijft per saldo sprake van een afname van stikstofdepositie op de natuurgebieden. Door het reduceren van het gebouwd programma op het MITC, naar aanleiding van zienswijzen ten aanzien van geluid en verkeer, wordt de potentiële depositie nog verder gereduceerd.

Strijd Habitatrichtiijn/noodzaak passende beoordeling Verder wordt verondersteld dat op basis van de Habitatrichtlijn voor het project een passende beoordeling gemaakt zou moeten worden. Dit is ingegeven door de stelling dat het project niet direct verband houdt met het gebied, omdat het MITC niets te maken heeft met het huidige gebruik. Het betoog dat er een passende beoordeling nodig is, klopt niet. Het verband met een gebied waarop wordt gewezen gaat over het natuurgebied. Projecten die verband houden met het beheer van het betreffende Natura 2000-gebieden zijn namelijk uitgesloten van een passende beoordeling. Een passende beoordeling is nodig wanneer een project significante gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. In dit geval is een voortoets uitgevoerd, waarvan het stikstofonderzoek deel uitmaakt. Het plan (aanleg- en gebruiksfase) veroorzaken, zoals blijkt uit het stikstofonderzoek, geen toename van de stikstofdepositie op het betreffende Natura2000-gebied. Hiermee zijn significant negatieve effecten uitgesloten, waardoor een passende beoordeling niet aan de orde is. De inhoud van dit antwoord wordt onderschreven. De effecten van het project op natuurgebieden zijn in het bestemmingsplan in voldoende mate aangetoond.

Ten aanzien van luchtkwaliteit geldt dat aan de hand van het luchtkwaliteitsonderzoek (hoofdstuk 10 van het MER) wordt geconcludeerd dat de concentraties, ook na realisatie van het MITC, onder de in Nederland geldende grenswaarden blijven.

Aanpassing van het bestemmingsplan: Het stikstofonderzoek is naar aanleiding van de zienswijzen aangevuld, aangepast aan het gewijzigde programma en aan de hand van de laatste inzichten geactualiseerd.

7.4 Verkeer - ontsluiting en veiligheid Enkele zienswijzen gaan in op het onderwerp verkeer. Meer specifiek gaat het dan over de plek van de ontsluiting, verkeersgeneratie, mogelijke aanpassingen van kruispunten en wegen, trillingen en de veiligheid van de wegen rond het projectgebied.

Ontsluiting Tijdens de informatiebijeenkomst is aangegeven dat de hoofdingang voor medewerkers en bezoek van het MITC/RDW aan de Repelweg komt. Dit is ook de reden dat deze in­ uitrit meegenomen wordt in het bestemmingsplan. De ingang voor leveranciers van NLR blijft aan de Voorsterweg mede vanwege trillingen. De ontsluiting aan de Repelweg is variant C uit het verkeersonderzoek. Om de kans op sluipverkeer niet te vergroten, is niet gekozen voor variant D (ontsluiting van MITC en NLR via de Voorsterweg), ondanks dat uit het verkeersonderzoek blijkt dat variant D (volgens de cijfermatige berekeningen) beter scoort dan variant C. Gehecht Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

10

wordt aan het belang van het beperken van mogelijk sluipverkeer over de Voorsterweg. Mede daarom is gekozen voor variant C. Die keuze is in de stukken te zien door het opnemen van de ontsluiting op de verbeelding van het bestemmingsplan met de bestemming 'Verkeer'. In paragraaf 2.5 van het bestemmingplan staat "Er is daarom

gekozen voor een ontsluiting op de Repelweg. Dit heeft ermee te maken dat een ontsluiting op de Voorsterweg leidt tot een verkeersstroom over het terrein van NLR. Dit stuit op praktische en organisatorische belemmeringen. Het terrein van NLR is namelijk een afgesloten terrein met een poort. Voor de ontsluiting wordt gebruik gemaakt van de route van een bestaande calamiteitenontsluiting, die langs de zuidzijde van de DNW ligt. Deze wordt opgewaardeerd en in de Repelweg worden voorzieningen aangebracht ter bevordering van de doorstroming en verkeersveiligheid. Er is aanvullend verkeersonderzoek nodig om de exacte vormgeving van de ontsluiting te bepalen." Mogelijk is er verwarring ontstaan door de tekst op pagina 17 (paragraaf 2.5). Uit de variantenstudie komt een ontsluiting op de Voorsterweg namelijk naar voren als verkeerskundige voorkeursvariant. Deze optie is echter niet gekozen als hoofdontsluiting. De ontsluiting van NLR aan de Voorsterweg blijft bestaan. NLR geeft aan dat deze alleen zal worden gebruikt voor leveranciers. In principe is de ontsluiting aan de Repelweg verkeerstechnisch passend en mogelijk. Hier wordt rekening mee gehouden in de besluitvorming over aanpassingen van de Repelweg. Er is ten behoeve van de ontsluiting van het MITC een variantenonderzoek (onderzoek van Bono Traffics: Variantenstudie ontsluiting MITC) uitgevoerd.

Er is zowel een rotonde als een afslag mogelijk binnen het ruimtebeslag dat het bestemmingsplan biedt. De voorkeur van de provincie gaat uit naar een rotonde. Hiervoor geldt dat rondom de aansluiting op de Repelweg een snelheidsverlaging van 80 km/uur naar 60 km/uur van belang is. Zo doende kan de ontsluiting van het MITC voor langzaam verkeer en openbaar vervoer veiliger vorm gegeven worden en wordt de entree naar het MITC duidelijker zichtbaar voor het verkeer. De provincie is daarom van plan de maximale snelheid terug te brengen naar 60 km/uur. Deze snelheidsverlaging zal worden geëffectueerd bij de uitvoerende maatregelen in het kader van dit bestemmingsplan.

Verkeersgeneratie In het rapport van BonoTraffics 'Verkeerstudie MITC, Doorstroming & Parkeren, v6.0, d.d. 08-02-2022' is een doorrekening gemaakt voor 2040. Daaruit blijkt niet dat de toename van verkeer leidt tot knelpunten. Omdat het bouwprogramma ten opzichte van het ontwerp-plan nog naar beneden is bijgesteld, is ook de verkeersaantrekkende werking en de kans op knelpunten minder. Het verkeersonderzoek is daarop aangepast, waaruit logischerwijs blijkt dat ook een kleiner programma niet leidt tot knelpunten. Het nieuwe onderzoek is in het bestemmingsplan verwerkt en de conclusies zijn ook meegenomen in het geluidsonderzoek en het stikstofonderzoek. In dit onderzoek is naar aanleiding van de zienswijzen ook een beschouwing van de Voorsterweg meegenomen.

Trillingen in het MER is het effect op trillingen niet onderzocht ,maar het ligt in de lijn der verwachtingen dat met name zwaar vrachtverkeer hier de veroorzaker van is/zal zijn. En de aard van de activiteiten in het plangebied is niet zodanig dat dit extra zwaar vrachtverkeer aan zal trekken.

Veiligheid In het rapport van BonoTraffics 'Verkeerstudie MITC, Doorstroming & Parkeren, v6.0, d.d. 08-02-2022' is een doorrekening gemaakt voor 2040. Daaruit blijkt niet dat de toename van verkeer leidt tot knelpunten. De wegen zijn op deze intensiteiten

Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

11

gedimensioneerd en kunnen deze toename aan. De provincie blijft dit monitoren. De provincie zal zo nodig nader onderzoek doen. De oversteekbaarheid Vollenhoverweg is in de toekomst afhankelijk van de ontwikkeling van het verkeer. In het MER is op basis van de worst-case CROW-kentallen een berekening gedaan die inderdaad een toename van het verkeer veronderstelt. Echter, het ligt in de lijn der verwachting dat de feitelijke verkeersaantrekkende werking tijdens het gebruik veel lager zijn dan de CROW-kentallen veronderstellen. Opgemerkt wordt dat ook met het gebruik van worst case aannames, de wegcapaciteit nog voldoende is om het extra verkeer aan te kunnen. Uit de berekening blijkt dat ook bij toename van verkeer de oversteekbaarheid acceptabel blijft.

Aanpassing van het bestemmingsplan: Paragraaf 2.5 van het bestemmingsplan wordt aangevuld met de bovenstaande informatie.

7.5 Geluid Enkele zienswijzen gaan in op het onderwerp geluid. Het RDW (of de door haar ingeschakelde adviseur/expert) geeft daarover het volgende aan: In de zienswijzen van bewoners van de Voorsterweg en de Vollenhoverweg worden zorgen geuit en vragen gesteld over geluidhinder. Onderwerpen die binnen dit thema aan de orde komen zijn: Hoe en aan welke normen wordt er getoetst; Maatregelen ter reductie van geluid; Omgang met stille gebieden; Geluidstoename langs wegen; Welke ruimte is er voor recreatief gebruik.

Hoe en aan welke normen wordt er getoetst De bewoners van de Voorsterweg en de Vollenhoverweg stelden vragen over hoe en waar geluid wordt gemeten en onder welke omstandigheden. De bedrijven zijn nog niet gerealiseerd. Hierdoor kunnen er geen immissiemetingen bij de woningen worden uitgevoerd. Voor een dergelijke prognosesituatie wordt in een akoestisch onderzoek de geluidsbelasting met behulp van een akoestisch rekenmodel berekend. Dit rekenmodel bevat een 3D omgevingsmodel met alle reflecterende en afschermende objecten in de omgeving. Er wordt geen rekening gehouden met vegetatie, bomen inclusief of exclusief blad, anders dan de bodemgesteldheid (verharde bodem of zachte bodem). Het rekenmodel bevat verder een bronmodel met alle relevante geluidsbronnen van de bedrijven. Hiervoor zijn op de huidige locaties van RDW en politie uitgebreide metingen verricht, waarmee wordt geborgd dat ingevoerde bronnen ook overeenkomen met de werkelijkheid. Er wordt uitgegaan van de representatieve bedrijfssituatie met de meteo-omstandigheden, zoals opgenomen in de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai 1999 (HMRI). Dit is onder meer droog weer en wind-mee. Het rekenprogramma berekent met het omgevingsmodel de overdracht van het geluid van de bron naar de woningen.

De som van alle deelbijdragen van de geluidsbronnen vormt de geluidsbelasting De bedrijven van dit plan vallen onder het Activiteitenbesluit. Hierin zijn geluidsnormen opgenomen (Artikel 2.17). Voor de bedrijven gelden normen voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, dus het gemiddelde over een periode, en voor de maximale geluidsniveaus, de kortdurende piekgeluiden. Voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus geldt de grenswaarde van 50 dB(A) ter Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

12

plaatse van de gevels van woningen of andere geluidsgevoelige objecten. Als een bedrijf niet kan voldoen aan deze grenswaarde kan het bevoegd gezag na een bestuurlijke afweging maatwerk stellen. De norm van 50 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau is van toepassing op de dagperiode (07:00-19:00 uur). In de avond- en nachtperiode gelden strengere normen, van respectievelijk 5 en 10 dB lager. De normen stellen daarbij geen eisen aan de geluidsproductie van het bedrijf, maar beperkten de geluidsbelasting bij de woningen in de omgeving. Een geluidsbron kan bijvoorbeeld 80 dB(A) produceren, maar door de afstand tot de woningen passen binnen het kader van 50 dB(A).

Maatregelen ter reductie van geluid Vooral vanaf de zijde van de Voorsterweg komen vragen over het toepassen van maatregelen om geluidhinder te beperken. Enerzijds wordt hierbij een optimalisatie van de inrichting van de terreinen benoemd (bijvoorbeeld de bandentesten bij de panden van NLR/DNW) en anderzijds een geluidswal, die op basis van eerder onderzoek noodzakelijk bleek. Ook wordt benoemd dat voor het geluid van de politie maatwerk nodig is en om te beoordelen of dit inpasbaar is, zou geluidreductie als voorwaarde vastgelegd moeten worden. Het akoestisch onderzoek is opgesteld voor een bestemmingsplanprocedure en MER en niet voor een vergunningaanvraag. In het onderzoek is beoordeeld welke effecten de activiteiten, op zichzelf en in combinatie met elkaar, kunnen hebben op de omgeving en of deze effecten aanvaardbaar zijn. Daarbij is de geluidsbelasting op woningen de belangrijkste maatstaf. In het onderzoek is aangetoond dat de geluidsbelasting van de bedrijven zonder maatregelen, door het stellen van maatwerk voor de politie, juridisch inpasbaar is. Wanneer de bedrijven op de locatie activiteiten gaan uitvoeren, moeten ze met een akoestisch onderzoek aantonen dat ze kunnen voldoen aan de eerder genoemde normen.

Als een bedrijf niet voldoet kan het bevoegd gezag, na een bestuurlijke afweging waarin een maatregelenafweging een noodzakelijk onderdeel is, met maatwerk de hogere geluidsbelasting vergunnen. Een geluidswal is daarnaast alleen efficiënt als deze zich dicht bij de bron of dicht bij de ontvanger bevindt. Een geluidswal in dit project is alleen effectief voor het beperken van de geluidsemissie van de weg langs de wal, niet voor de wegdelen verderop in de baan. De omvang van het terrein en meerdere rijbanen maakt het realiseren van effectieve afscherming niet doelmatig. Na aanleiding van de zienswijzen is een korte beschouwing van mogelijke maatregelen en het effect van deze maatregelen toegevoegd aan de nieuwe versie van het akoestische onderzoek. Hier wordt verder ingegaan op dit aspect.

Omgang met stille gebieden Ook worden vragen gesteld over hoe wordt omgegaan met geluid in de stille gebieden. Bij vergunningverlening van nieuwe bedrijven in de gemeente Noordoostpolder moet worden getoetst aan het geluidbeleid. Voor de stille gebieden is in het geluidbeleid de richtwaarde van 35 dB(A) etmaalwaarde gehanteerd. Dit gaat om geluid in het hele gebied en niet ter plaatse van gevels van woningen in het gebied. Als er niet kan worden voldaan aan deze richtwaarden kan het bevoegd gezag na een bestuurlijke afweging afwijken van deze richtwaarden. Bij aanvraag om een omgevingsvergunning gaat daarom een beschouwing gemaakt worden waarin de criteria die een rol spelen

Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

13

bij een bestuurlijke afweging, zoals maatschappelijk belang en akoestische compensatie, worden meegenomen. Hierbij speelt mee dat de aanwezigheid van het stille gebied naast het bestaande gezoneerde industrieterrein al wijst op een onjuiste situatie. Ook de compensatie van de ecologische effecten is een onderbouwing voor de besluitvorming. De 35 dB(A) heeft overigens geen directe relatie met de geluidsbelasting op woningen, waarmee de belangen van de bewoners van het gebied niet worden geschaad. Zoals al aangegeven is het akoestische onderzoek naar aanleiding van de zienswijzen aangevuld met een beknopte maatregelen afweging.

Geluidstoename langs wegen Vanaf de Vollenhoverweg worden vragen gesteld en zorgen geuit over de geluidstoename langs de ontsluitende wegen. De nieuwe bedrijven op het MITC hebben een verkeersaantrekkende werking. Daarmee zal de verkeersintensiteit op de ontsluitende wegen toenemen. De verkeersgeneratie is bepaald met behulp van de huidige verkeersaantrekkende werking van de RDW en de politieacademie en kencijfers uit de CROW publicatie 381. In het akoestische onderzoek is de geluidstoename vanwege de verkeersaantrekkende werking inzichtelijk gemaakt. De geluidsniveaus vanwege de nieuwe ontsluitingsweg en de fysieke wijziging van de Repelweg zijn daarbij getoetst. De geluidsbelasting van beide wegen is daarbij als niet significant bevonden. Voor de Repelweg is er daarmee geen sprake van een reconstructiesituatie. De geluidstoename vanwege verkeerstoenamen op de overige wegen bedragen ten hoogste 0 dB en is daarmee niet significant. De inhoud van dit antwoord wordt onderschreven. De effecten van het project voor het aspect geluid zijn in het bestemmingsplan in voldoende mate aangetoond. Voor een goede vormgeving van de ontsluiting van het MITC op de Repelweg is een verlaging van de snelheid rondom de aansluiting op de Repelweg gewenst. De provincie is van plan om voor een deel van de Repelweg 60 km/uur in te stellen en de weginrichting daarop aan te passen.

Het onderzoek houdt hiermee rekening. Aan de hand van het aanvullende verkeersonderzoek is nagegaan of er sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Dat is niet het geval.

7.6 Natuur en ecologie Enkele zienswijzen gaan in op de natuurlijke waarden van het gebied en de compensatie daarvan en de beschermde soorten die in het gebied voorkomen.

Compensatie NNN en een plus op de natuur Er worden vraagtekens gezet bij deze wijze waarop het plan zich verhoudt tot de natuurwaarden van de omgeving en de compensatie van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Argumenten hierbij zijn de aanwijzing van een deel van het plangebied als NNN en het verdwijnen van een verbinding hierin. Ook de verhouding van het verdwijnen van oud bos tot nieuwe aanplant is relevant. Van belang is dat het plangebied zelf geen natuurgebied is. Het gaat om enkele kavels intensief gebruikt akkerland, waarvan een deel is aangewezen als onderdeel van de NNN. Voor wat betreft de NNN kent de provincie Flevoland een zorgplicht. Dit is verwoord in de Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

14

Omgevingsverordening provincie Flevoland. dit brengt met zich mee dat ingrepen in de NNN gecompenseerd moeten worden. Hierna wordt op dit aspect nader ingegaan. Het plangebied gaat om een nooit gerealiseerde afscherming van het bedrijventerrein. Voor de ontwikkeling van het MITC is de natuurwaarde van de omgeving vanaf de ontwerpfase een belangrijk uitgangspunt. Hier kan ook een directe link worden gelegd met de landschappelijke inpassing van het terrein. Het landschappelijk inpassingsplan dat als bijlage bij het plan is opgenomen, gaat hier nadrukkelijk op in. Hierin zijn de verschillende te compenseren NNN onderdelen en bossen buiten het NNN beschouwd. Bossen ouder dan 25 jaar én onderdeel van NNN wordt ruimer gecompenseerd volgens provinciale beleidsregels. Uiteindelijk verdwijnt 5,5 hectare aan NNN, waarvoor 8,4 hectare NNN terugkomt. Daarbij wordt de tocht met natuurlijke oevers onderdeel van het NNN, waarmee een aanvullende toevoeging van bijna 4 hectare wordt gerealiseerd. Belangrijker dan de compensatie op papier is het feit dat een belangrijke verbinding in het NNN niet daadwerkelijk is gerealiseerd. Doordat de bosstroken onderdeel zijn van het landschappelijke inpassingsplan van het MITC, waarvan de aanleg verplicht is gesteld, biedt het plan een kans om juist de beoogde verbinding tussen gebieden tot stand te brengen.

De effecten van het plan zijn in verschillende natuuronderzoeken in beeld gebracht. Hierbij is ook gekeken naar de effecten van geluid in het naastgelegen bosgebied dat ook onderdeel is van het NNN. In verband met kwaliteitsverlies van het leefgebied van broedvogels van bosgebieden is extra kwalitatieve compensatie nodig. Dit is uitgewerkt in een aanvullende notitie (kwalitatieve compensatie NNN) die ook als bijlage bij het plan is gevoegd. De kwalitatieve compensatie wordt bereikt door het versterken van de samenhang van het NNN en door goed beheer van de bestaande bosschages en de inrichting van de nieuwe bosschages. In het voorstel wordt de kwaliteit van het gebied als 'stapsteen voor de bosflora van het oude land' verbeterd en de biodiversiteit van het bestaande en nieuwe natuurgebied bevordert. Uit het voorgaande blijkt dat de natuur een volwaardige plek heeft gekregen in de planvorming en de ontwikkeling van het MITC leidt tot een toename van het areaal NNN en per saldo niet tot kwaliteitsverlies van de omliggende natuurwaarden. Door de realisatie van een verbindingszone en de kwalitatieve verbetering hiervan heeft het plan ook een meerwaarde voor de natuur. Het verder uitbreiden van de natuur in de vorm van bosschages, bijvoorbeeld langs de Vollenhoverweg, is een mooie ambitie voor de toekomst, maar is voor de ontwikkeling van het MITC niet noodzakelijk.

Beschermde soorten In enkele zienswijzen wordt ook aandacht gevraagd voor de mogelijk negatieve effecten op beschermde soorten in het plangebied, ook in relatie tot de juridische uitvoerbaarheid van het plan. Concreet gaat het om de effecten van geluid op soorten en eventuele schade door opgeschikte dieren, zoals reeën, de aanwezigheid van beschermde soorten in bestaande bebouwing en de lichtuitstraling naar de bosschages. In de ecologische onderzoeken die bij het bestemmingsplan zijn gevoegd, is een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten op planten en dieren. Waarbij niet alleen wordt gekeken naar het verdwijnen van dieren en verblijfplaatsen, maar ook naar de invloed op het leefgebied door verstoring. Uit deze onderzoeken blijken geen belemmeringen voor de uitvoering van de plannen, maar mogelijk wel de noodzaak voor een ontheffing op de Wet natuurbescherming, waarvoor in voorkomende gevallen compenserende maatregelen getroffen moeten worden. De regels van het bestemmingsplan stellen voorwaarden aan de toepassing van verlichting op de terreinen, waarmee uitstraling naar de bosschages wordt voorkomen. Het terrein zal niet toegankelijk zijn voor reeën (bijvoorbeeld door een raster of een hekwerk). Daarmee zijn

Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

15

de risico's op vluchtende dieren, die geschrokken zijn door de activiteiten, uitgesloten. Ook wordt hiermee voorkomen dat er dieren op de testbaan komen. Enkele onderzoeken zijn aan bepaalde perioden verbonden en waren op het moment van schrijven van het ontwerp bestemmingsplan nog in uitvoering. Voor die specifieke onderzoeken werd al geen belemmering voor de uitvoerbaarheid verwacht. Het gaat dan om een inventarisatie op het te verwerven agrarisch erf, nadere vleermuisinventarisaties en onderzoeken naar amfibieën en reptielen. Deze onderzoeken zijn grotendeels afgerond. Er zijn geen kraamverblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in de bebouwing. Vliegroutes en leefgebied worden grotendeels behouden. De rugstreeppad is aangetroffen net buiten het plangebied. Andere beschermde amfibieën en reptielen zijn niet gesignaleerd. Er zal wel een ontheffing worden aangevraagd voor de aanwezigheid van rugstreeppad en marterachtigen. Voor deze soorten is een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming benodigd. Deze ontheffing staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.

7.7 Woongenot en leefomgeving Landschappelijke inpassing Het landschap rond het toekomstige MITC verandert. Door middel van een goede landschappelijke inpassing wordt het project op verantwoorde wijze ingepast in het landschap. De inpassing is verankerd in het bestemmingsplan door middel van een voorwaardelijke verplichting die is gekoppeld aan het gebruik van het bestemmingsplan. Dit betekent dat de gronden niet in gebruik mogen worden genomen als de landschappelijke inpassing niet is gerealiseerd. Uiteraard moet hierbij wel rekening gehouden worden met een redelijke termijn voor volgroeien van de aan te planten bomen en struiken. Deze landschappelijke inpassing is inzichtelijk gemaakt door middel van beplantingschema's. In de beplantingschema's is opgenomen welke soorten begroeiing wordt toegepast.

Verlies van uitzicht en rust Voor enkele woningen in de directe omgeving zal het uitzicht veranderen. In een land als Nederland, waar beschikbare ruimte schaars is, is niet mogelijk dat een uitzicht zoals dat op enig moment is voor altijd zo zal blijven. Er is zo gezegd geen blijvend recht op Vrij' uitzicht. Dit geldt ook voor de rust in het gebied. Er zal een toename van activiteiten zijn. In het bestemmingsplan is onderbouwd dat er geen sprake zal zijn van overschrijding van geluidsnormen.

Waardevermindering ontroerend goed Wanneer onroerend goed minder waard wordt, bestaat er de mogelijkheid voor het doen een verzoek om vergoeding van planschade. Of daadwerkelijk sprake is van een waardedaling en hoe groot die is, zal moeten blijken uit een planschadeprocedure. Een eventueel planschadeverzoek wordt afgehandeld in een aparte procedure. Een planschadeverzoek kan worden ingediend, nadat het bestemmingsplan onherroepelijk geworden is. De eventuele planschade wordt door de gemeente verhaald op initiatiefnemer.

Gebruik in avond en weekend, recreatief gebruik In diverse zienswijzen wordt het MITC vergeleken met een race- of driftcircuit en zijn er vragen over de mogelijkheden voor recreatief gebruik van de faciliteiten. Het is uitdrukkelijk niet toegestaan om de faciliteiten recreatief te gebruiken. Dit is ook expliciet uitgesloten in de regels van het bestemminsplan. Het gebruik vindt daarom hoofdzakelijk plaats binnen de gebruikelijke kantooruren. Bedrijven zijn in de avond- en nachtperiode gebonden aan strengere geluidsnormen.

Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan ’Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

16

Licht Het terrein wordt niet primair ingericht op nachtelijk gebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen over het toepassen van verlichting binnen de verschillende bestemmingen. Er staat dat als strijdig gebruik in ieder geval wordt gerekend 'het

plaatsen van verlichting op gronden en bouwwerken zodanig dat directe uitstraling naar groenelementen in de randen van het plangebied of buiten het plangebied zal plaatsvinden' (artikel 3.4.1 onder k, artikel 4.4.1 onder k). Binnen de bestemming Natuur is opgenomen dat als strijdig gebruik wordt gezien 'het plaatsen van verlichting uitgezonderd rood of amberkleurige verlichting waarbij het blauw licht spectrum volledig zijn uitgeschakeld, en de verlichting ten allertijden naar de grond gericht is met maximaal 45 graden uitstraling' (artikel 5.4 onder d). Deze regels zijn primair opgenomen vanwege de bescherming van de natuurwaarden (vleermuizen). Tegelijk heeft dit ook een gunstig effect op de omgeving.

Klachten We adviseren om bij klachten direct contact op te nemen met de veroorzaker van de overlast (als die bekend is). Dat werkt in de meeste gevallen sneller en kan voorkomen dat de onderlinge relatie onder spanning komt te staan. De ervaring van de gemeente is dat zodra de gemeente er bij betrokken raakt, de partijen snel tegenover elkaar komen te staan. Vaak is de veroorzaker zich er niet van bewust en bereid maatregelen te treffen om klachten te voorkomen. Mocht dit geen uitkomst bieden dan kan de gemeente (of omgevingsdienst namens de gemeente) klachten behandelen. RDW en politie hebben aangegeven te zijner tijd bekend te maken hoe contact opgenomen kan worden met de betreffende locaties.

7.8 Overige ontwikkelingen In de omgeving van het projectgebied spelen meerdere ontwikkelingen, zoals de komst van een hotel aan de Voorsterweg, een nieuw entreegebouw bij het Waterloopbos, arbeidsmigrantenhuisvesting aan de Repelweg en zonneparken bij NLR en aan de Voorsterweg. Elk met hun eigen dynamiek en (besluitvormings)proces. De gemeente is zich er van bewust dat dit voor omwonenden veel kan zijn door de verschillende informatiebijeenkomsten, procedures en stukken die ter inzage liggen. Tegelijk is het voor de gemeente maar tot op zekere hoogte mogelijk om hierin te sturen. Het is momenteel een hoog dynamische omgeving waar veel speelt. Daar gaan we zo goed mogelijk mee om. De gemeente werkte, samen met betrokkenen, aan een visie waarin de verschillende ontwikkelingen in samenhang worden bekeken. De lopende ontwikkelingen kunnen (en willen) we echter ook niet laten wachten op het gereed komen van de visie. De gemeenteraad stemde op 6 maart 2023 in met de 'Gebiedsvisie Waterloopbos en omgeving'. De verschillende ontwikkelingen zijn of worden beoordeeld op hun eigen merites, met oog voor de andere ontwikkelingen. Hierbij is met name aandacht voor de inrichting van de Voorsterweg. De gemeente is bezig met het onderzoeken van mogelijke aanpassingen aan de Voorsterweg om hier de situatie te verbeteren voor de aanwonenden. Dit is een apart besluitvormingsproces.

In het bestemmingsplan voor het MITC is aangetoond dat de ontwikkeling op passende wijze in de omgeving kan plaatsvinden, rekening houdend met ontwikkelingen in de omgeving.

7.9 Participatie Door middel van nieuwbrieven, de website MITC Flevoland, buren- en informatiedagen en via de klankbordgroep is de omgeving zo goed mogelijk op de hoogte gehouden en Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

17

betrokken bij de ontwikkeling van het MITC. Hier wordt mee doorgegaan. Formele procedurestappen worden bekendgemaakt op de landelijke digitale service https://www.officielebekendmakingen.nl/. waar ook de mogelijkheid bestaat voor een notificatieservice voor publicaties over ontwikkelingen in de omgeving. Daarnaast worden betrokkenen via de klankbordgroep en met een nieuwsbrief hiervan op de hoogte gebracht. Op 12 mei 2022 is er een informatieavond georganiseerd voor de omgeving van het MITC. Op 1 september 2022 is een informatiebijeenkomst georganiseerd in Hotel Saaze te Kraggenburg. Er is een eerste ambtelijke toelichting gegeven over de zienswijzen en (op hoofdlijnen) de aanpassingen van de plannen. Er is ruimte geboden voor het stellen van vragen ter verduidelijking. Voor de avond zijn de indieners van zienswijzen en de direct omwonenden uitgenodigd. De sheets van de presentatie zijn beschikbaar gesteld op https://www.mitc-flevoland.nl/omwonende/ Indieners van zienswijzen ontvingen deze concept-reactienota ontvangen voorafgaand aan de besluitvorming bij de raad. Daarbij is aangegeven dat zij de mogelijkheid krijgen om in te spreken bij de behandeling van de stukken bij de commissie Woonomgeving.

7.10. Financiële verantwoording In de zienswijzen ten aanzien van financiële verantwoording wordt benoemd dat uit het ontwerp bestemmingsplan onvoldoende blijkt dat er geen noodzaak is om een exploitatieplan vast te stellen en dat niet blijkt dat er daadwerkelijk een anterieure overeenkomst is gesloten met de drie van belang zijnde partijen. Bovendien is indiener van mening dat onvoldoende inzichtelijk is gemaakt dat het verhaal van kosten anderszins is verzekerd en dat de partijen alle kosten die gemaakt dienen te worden voor het ontwikkelen van het plangebied kunnen dekken. In onderstaande reactie wordt deze zienswijze beantwoord: Het bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)' voorziet in bouwplannen als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12, lid 1 Wet ruimtelijke ordening bepaalt lid 2 van dit artikel dat de gemeenteraad kan besluiten bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen indien: ^ het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd (bijvoorbeeld via gronduitgifte, een anterieure overeenkomst over grondexploitatie); ^ het niet noodzakelijk is een tijdvak voor de exploitatie, dan wel een fasering in de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen vast te stellen; ^ het stellen van eisen voor de werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied, dan wel het stellen van regels omtrent het uitvoeren van die werkzaamheden, dan wel een uitwerking van de regels met betrekking tot de uitvoerbaarheid niet nodig is. Binnen het plangebied kan een beperkt aantal partijen (RDW, politie en NLR) zelfstandig een bouwplan tot ontwikkeling brengen. De gronden waarop in de toekomstige situatie een bouwplan ontwikkeld kan worden, zijn (grotendeels) in het bezit van deze drie partijen. De gemeente Noordoostpolder zal voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan drie anterieure overeenkomsten hebben gesloten met deze drie partijen.

Een zakelijke omschrijving van de gesloten anterieure overeenkomsten wordt

Reactienota zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en reactie commissie m.e.r. (Ontwerp-)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)'

18

gepubliceerd binnen twee weken na het sluiten van de overeenkomst in het gemeenteblad. Voor het resterende deel van de gronden waarop in de toekomstige situatie een bouwplan ontwikkeld kan worden, zullen koopovereenkomsten worden gesloten tussen de huidige eigenaar en de partijen die het bouwplan tot ontwikkeling willen brengen. Hiermee is met alle partijen die zelfstandig een bouwplan kunnen ontwikkelen een anterieure overeenkomst gesloten en daarmee is het kostenverhaal anderszins verzekerd voor de gemeente Noordoostpolder. Met een aantal eigenaren in het plangebied is geen overeenkomst gesloten. Op deze gronden wordt niet voorzien in de ontwikkeling van een bouwplan. Tot slot is het voor deze ontwikkeling niet noodzakelijk om een fasering of tijdvak vast te leggen en worden er geen aanvullende eisen gesteld aan werken en werkzaamheden binnen het plangebied. Hiermee wordt aan de drie voorwaarden uit artikel 6.12 lid 2 Wet ruimtelijke ordening voldaan. Het kostenverhaal is hiermee anderszins verzekerd en het opstellen van een exploitatieplan is om bovenstaande redenen niet noodzakelijk. De drie partijen waarmee een anterieure overeenkomst wordt gesloten, hebben de benodigde middelen voor de realisatie van het MITC gereserveerd. De economische uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan wordt bepaald doordat de beoogde ontwikkeling als geheel uitvoerbaar is.

Daarnaast dienen de gemeentelijke kosten middels het kostenverhaal verzekerd te worden. Dit kan via een exploitatieplan of anterieure overeenkomst(en) met alle partijen waarvoor middels het bestemmingsplan een bouwplan mogelijk wordt gemaakt. Voor het bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)' wordt dus afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan. De gemeente Noordoostpolder zal namelijk voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)' anterieure overeenkomsten sluiten met de RDW, politie en NLR. Dit zijn de enige partijen binnen het plangebied die een bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro, binnen het plangebied tot ontwikkeling kunnen brengen. Een gedeelte van het plangebied is in het bezit van de indiener van de zienswijze. Deze agrariër wenst pas in een later stadium tot verkoop van de gronden over te gaan. Deze eigenaar kan echter op zijn percelen niet zelfstandig een bouwplan tot ontwikkeling brengen. In het bestemmingsplan wordt de bestemming 'Bedrijf-testcentrum' als onlosmakelijk geheel bestemd, zodat enkel de RDW deze gronden tot ontwikkeling kan brengen. Tevens wordt in de bestemmingsomschrijving van het bestemmingsplan nader gespecificeerd dat ondergeschikte gebouwen ten allen tijde ten behoeve van de testbaan dienen te zijn.

Hiermee moet voorkomen worden dat een zelfrealisator (een deel van) de beoogde ontwikkeling tot ontwikkeling brengt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2065/documents/35204