CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

8.2 Bijlage 2 Ontwikkelingen Beleidskader voorstel OFGV.pdf

Commissie Bestuur, Financien, Veiligheid en Economie 20 maart 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 8: Actualisatie regionale beleidskader Vergunningen, Toezicht en Handhaving OFGV1.755 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Doelstellingen VTH-beleidskader 2023-2026 OFGV - mei 2022

Voor de nieuwe ontwikkelingen hebben we jullie, het collectief van OFGV-deelnemers, nodig. De ontwikkelingen die de OFGV ziet zijn beschreven maar welke ontwikkelingen zien jullie? Voor het VTH-kader hebben we een korte beschrijving nodig van zo’n actueel thema en vooral ook wat daarvan vanuit VTH bezien de outcome doelstelling van is (wát willen we gezamenlijk bereiken, beheersen, verlagen, naleven ….. in dat soort termen). Voor een aantal onderwerpen heeft de OFGV een voorzet gedaan.

Ontwikkelingen Onze constant veranderende maatschappij en nieuw opkomende politieke prioriteiten geven richting aan onze omgang met de fysieke leefomgeving en lokale, regionale en nationale ambities. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op belangrijke ontwikkelen die de komende jaren een significante invloed kunnen hebben op het uitvoeren van de VTHtaken. Veruit de grootste verandering komt met de invoering van de Omgevingswet. Hieronder wordt hiervan een algemene beschrijving gegeven. In het vervolg wordt hier dieper op ingegaan waar dit relevant is voor het opstellen van het VTH-beleid. Daarnaast worden ook enkele thema’s toegelicht die in belangrijke wijze zijn veranderd. Voor elk thema wordt een uniform (outcome-)doel geformuleerd. 2.1 De Omgevingswet De Omgevingswet is een modernisering en bundeling van 26 wetten in één algemene wet voor het benutten en het beschermen van de fysieke leefomgeving. De wet verlaagd de regeldruk voor burgers en bedrijven, versneld de besluitvorming en stimuleert een geïntegreerde benadering van de fysieke leefomgeving met ruimte voor lokaal maatwerk. Ten tijde van schrijven is de verwachting dat de Omgevingswet per januari 2023 inwerking zal treden. Omdat dit beleidskader betrekking heeft op de periode hierna, wordt in het vervolg geschreven vanuit de verwachting en het perspectief dat de Omgevingswet reeds van kracht is geworden.

Met deze systeemverandering is er veel gewijzigd voor alle betrokken partijen. Zo zijn taken gedecentraliseerd van Rijk naar Provincie en van Provincie naar gemeente. De gemeente krijgt hierbij ruimte voor het afwegen van lokale belangen in de regelgeving. Ambities voor de lange termijn zet de gemeente vast in de omgevingsvisie. Op basis hiervan worden regels opgesteld die vervolgens vastgelegd worden in het omgevingsplan. De omgevingsvisie moet uiterlijk 31 december 2024 vastgesteld zijn. Het omgevingsplan uiterlijk 31 december 2029.

Een andere ontwikkeling is de in gebruik name van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Hier worden alle relevante gegevens over de fysieke leefomgeving bij elkaar gebracht en inzichtelijk gemaakt voor bedrijf, burger en overheid. Vergunningen worden voortaan aangevraagd en meldingen ingediend via het DSO. Kortere procedures en een nadruk op bestuurlijke samenwerking moet het makkelijker en sneller maken om nieuwe initiatieven te starten. De afgelopen jaren is al veel geoefend met de Omgevingswet en is er goed voorbereid op al deze veranderingen. De lessen die hiermee zijn geleerd worden nu in de praktijk gebracht. De komende jaren zal nog veel uitgezocht en geëxperimenteerd worden om dit nieuwe stelsel optimaal tot uitvoering te kunnen brengen. Ook wordt er tijdelijk met het oude en het nieuwe systeem tegelijk gewerkt doordat delen van de regelgeving onder overgangsrecht vallen. Al met al is de verwachting dat de implementatie van de Omgevingswet deze beleidsperiode nog meer beslag zal leggen op de capaciteit van bevoegd gezag en omgevingsdienst. 2.2 Bodem- en grondwaterbescherming. Met het ingaan van de Omgevingswet zijn er ook binnen dit thema veel veranderingen gekomen. Zo is de verantwoordelijkheid voor veel taken (en bijbehorende data) met betrekking tot de beoordeling van meldingen onder de Wet bodembescherming, verschoven van provincie naar gemeente.

Daarbij hebben gemeenten meer ruimte gekregen om de beleidsregels hiervoor op maat te maken, waar dit voor de Omgevingswet een meer eenduidig landelijk beleid was. Het bevoegd gezag omtrent grondwaterbescherming en de aanpak van grondwaterverontreinigingen blijft de provincie. Het kan dan voorkomen dat een project onder meerdere bevoegde gezagen tegelijk valt, of aan verschillende lokale regels moet voldoen. Om deze complexe taken zorgvuldig uit te blijven voeren, zal goede onderlinge afstemming en samenwerking tussen provincies, gemeenten en omgevingsdienst essentieel zijn. Vanwege het overgangsrecht blijft voor een aantal locaties met bodemverontreinigingen de wetgeving van voor de Omgevingswet van kracht. Voorbeelden hiervan zijn lopende bodemsaneringen en gebiedsgerichte grondwaterbeheerplannen. De omvang van werkzaamheden hiervoor zullen wel veranderen. Zo zal dit afnemen voor complexe en risicovolle bodemsaneringen en toenemen voor verontreinigingen onder het gebiedsgerichte grondwaterbeheer. De OFGV zal gedurende deze beleidsperiode de meldingen voor deze bodemlocaties blijven uitvoeren. Er zullen in deze tijd gelijktijdig werkzaamheden worden uitgevoerd onder de wet- en regelgeving van voor- en van na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Doelstelling: De grond bij locatieontwikkelingen is geschikt voor het beoogde gebruik.

Dit doel wordt benaderd door middel van het voorkomen en het herstellen van bodem- en grondwaterverontreinigingen. 2.3 Omgevingsveiligheid Met de Omgevingswet is de werkwijze omtrent omgevingsveiligheid (voorheen externe veiligheid) veranderd. Gemeenten werken nu met aandachtsgebieden die laten zien waar in ruimtelijke plannen extra aandacht nodig is om te beschermen tegen ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het gaat hierbij om aandachtsgebieden voor brand, explosies en gifwolken. Op basis van deze aandachtsgebieden moet het bevoegd gezag regels opnemen in het omgevingsplan over omgevingsveiligheid.

Daarnaast is het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS) vervangen door het nieuwe landelijke Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV). Dit is een centrale plek waarin bevoegde gezagen alle risicovolle activiteiten die bijvoorbeeld brandbare, explosieve, giftige of nucleaire stoffen verwerken of opslaan, moeten vastleggen. Omdat er meer en nieuwe informatie vastgelegd wordt in dit nieuwe register is de verwachting dat dit zowel initieel als structureel meer inspanning kost voor gemeenten en omgevingsdienst. Tot 1 januari 2024 geldt een overgangsperiode om alle benodigde gegevens aan te leveren. Doelstelling: Het realiseren van een aanvaardbaar risiconiveau in de fysieke leefomgeving en het inzichtelijk hebben van de risicovolle activiteiten en objecten. 2.4 Geluid Geluidbelasting en –normering kan gedeeltelijk in het omgevingsplan worden geregeld. Hier geven gemeenten bijvoorbeeld voor elke locatie aan wat de gewenste geluidskwaliteit is voor gevoelige gebouwen zoals woningen. Daarnaast wordt geluid beheerst met geluidproductieplafonds voor gezamenlijke activiteiten op industrieterreinen, provinciale wegen en lokale spoorwegen. Dit is de maximaal toegestane hoeveelheid geluid op een referentiepunt op deze locaties. Vervolgens wordt hier ook toezicht op gehouden en moet het bevoegd gezag maatregelen treffen als het geluidproductieplafond wordt overschreden.

De verwachting is dat de initiële vastlegging hiervan een substantiële inspanning kost voor de bevoegde gezagen. Doelstelling: Voorkomen en/of beperken van overschrijding van vastgestelde geluidnormen. 2.5 Duurzaamheid In de huidige kabinetsperiode staat een duurzamer Nederland hoog op de politieke agenda. Van zowel overheid als particulier zal de komende jaren veel gevraagd worden met betrekking tot dit thema. Zo zijn er voor de energietransitie aanpassingen nodig op het gebied van energiebesparing en –opwekking. Ook het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen en grondstoffen is een speerpunt. Er wordt gewerkt naar een circulaire economie. Voor de OFGV betekent dit dat burgers, bedrijven en overheden veel kennis en advies zullen vragen. Voor de vergunningverlening zullen bijvoorbeeld oplossingen gevonden moeten worden om het (her)gebruik van afval en restproducten mogelijk te maken binnen de huidige wet- en regelgeving. Het toezicht zal zich meer richten op de naleving van de regels rondom energie(besparing). In het algemeen wordt verwacht dat er in de komende jaren veel nieuwe wet- en regelgeving zal worden gemaakt op dit thema, wat nog verdere veranderingen met zich mee zal brengen. Om de energietransitie te realiseren, zullen ook randvoorwaarden en voorzieningen getroffen moeten worden.

Er blijft een toenemende behoefte aan energie, wat een enorme uitbreiding van de infrastructuur vereist, zo ook in ons werkgebied. Daarnaast groeit de mogelijkheid en vraag om gebruik te maken van alternatieve methoden om warmte te verkrijgen, zoals het gebruik van bodemwarmte. Deze, en veel andere activiteiten op het gebied van duurzaamheid raken aan milieuwetgeving en de fysieke leefomgeving en aan het werk van de OFGV. Of het nu gaat om het plaatsen van windturbines, het gebruik van aardwarmte, het upcyclen van zonnepanelen, toezicht op energiebesparingsverplichtingen of het verbeteren van het energienetwerk in de bodem, de OFGV zal in haar taken, kennis en capaciteit moeten evolueren. Doelstelling: … <<Aansluiten bij collegeprogramma’s>>

2.6 Stikstof Op 29 mei 2019 deed de Raad van State een tweetal impactvolle uitspraken die leidden tot de zogenaamde stikstofcrisis. Het Programma Aanpak Stikstof mocht niet langer gebruikt worden als basis voor toestemming voor activiteiten die extra stikstofuitstoot veroorzaken. Reden hiervoor is het gevaar voor de natuur door stikstofoxiden en ammoniak. Om nu een vergunning te krijgen voor een activiteit moet de aanvrager van tevoren aantonen dat er geen toename van stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000gebieden. Dit kan door de emissie van stikstof te verlagen of door de stikstofruimte, onder specifieke voorwaarden, van een ander bedrijf over te nemen. Dit kan leiden tot een vermindering of vertraging van (lopende) aanvragen om een Omgevingsvergunning. Doelstelling: Voorkomen van een toename en/of verminderen van stikstofuitstoot. 2.7 Ondermijning Een onderwerp dat de laatste jaren steeds meer aandacht krijgt is ondermijning. Hier is sprake van wanneer de grenzen tussen de bovenwereld en de criminele onderwereld vervagen, wanneer er voor illegale activiteiten gebruik wordt gemaakt van legale bedrijven en diensten. Hierdoor vervagen normen en neemt het gevoel van veiligheid en leefbaarheid af. Het is een complex en hardnekkig probleem dat integrale samenwerking vraagt van verschillende overheidsinstanties, waaronder ook de omgevingsdiensten en gemeenten.

Voor de OFGV speelt dit met name een rol bij het toezicht. Toezichthouders die op inspectie gaan bij bedrijven dienen als de ogen en oren in het veld. Wanneer zij signalen opvangen die doen vermoeden dat er iets niet in de haak is, spelen zij dit door aan de betreffende (opsporings)instantie. Een goede samenwerking en informatiedeling verhoogd dus de pakkans van ondermijnende milieucriminelen. Doelstelling: … 2.8 Zeer zorgwekkende stoffen Een ander onderwerp dat steeds meer op de voorgrond speelt is zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Dit zijn stoffen die geclassificeerd zijn als de meest gevaarlijke stoffen voor mens en milieu en die met voorrang aangepakt moeten worden. Het streven is deze stoffen volledig uit de samenleving te weren. Per 1 januari 2016 geldt een minimalisatieplicht voor ZZS voor bedrijven. Dit houdt in dat waar mogelijk het gebruik van deze stoffen moet worden voorkomen. Wanneer dit niet mogelijk is moet het gebruik worden geminimaliseerd. Bij vergunningplichtige activiteiten geldt daarnaast ook een informatieverplichting over de emissie van ZZS. Op basis van deze informatie neemt het bevoegd gezag voorschriften op in de vergunning over emissiebeperking en continue verbetering. Voor dit laatste moet een bedrijf continu toetsen of de emissie van ZZS beter kan worden voorkomen of verminderd.

Eens in de 5 jaar worden de resultaten hiervan gerapporteerd aan het bevoegd gezag. Doelstelling: Verminderen van emissie, immissie en gebruik van ZZS.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2014/documents/33625