CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

8.1 Ontwerpbestemmingsplan Landelijk gebied, Paardenweg 1 te Kraggenburg.pdf

Gemeenteraad 11 mei 2026, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 8: Vaststelling bestemmingsplan "Landelijk gebied, Paardenweg 1 te Kraggenburg"25.456 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

E UIPE | AŪV.I,5.E.URS

blad 21 van 46

In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het 'gebiedseigen water' wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast voor de woonomgeving. Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Keur van het waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken). De waterschapsverordening vervangt de Keur bij inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Nationaal Water Programma Het Nationaal Water Programma bestaat uit het landelijke en regionale waterbeleid, vastgesteld op basis van de waterwet en de Wet ruimtelijke Ordening. In het plan zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en -beheer beschreven voor de periode 2022-2027. Het programma richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Het programma geeft invulling aan de Europese richtlijnen waaronder de KRW, Richtlijn overstromingsrisico', de Kaderrichtlijn Mariene Strategie en de EU-richtlijn Marine Spatial Planning. Het programma geldt als structuurvisie voor de ruimtelijke aspecten.

Watervisie en waterbeheerprogramma Waterschap Zuiderzeeland De watervisie verbindt waterthema's en maatschappelijke opgaven. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden in een gezamenlijke aanpak. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bevat de strategische en tactische doelen voor de komende planperiode en beschrijft op hooflijnen welke maatregelen het waterschap neemt om deze doelen te behalen. Het beheergebied wordt waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Investeringen in het watersysteem zorgt dat er ook in de toekomst voldoende water is bij langdurige droogte én voldoende bescherming bij hoogwater.

4.4.3

Thema waterveiligheid

Het plan ligt niet buitendijks of in een beschermingszone van een waterkering.

4.4.4

Thema voldoende water

4.4.4.1

Wateroverlast

Streefbeeld Het streefbeeld van het Waterschap Zuiderzeeland is dat het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, op orde is en dat het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen.

Uitgangspunt wateroverlast Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden.

E UIPE | AŪV.I,5.E.URS

blad 22 van 46

De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013. Het afvloeiend hemelwater zal van de parkeerplaatsen deels afvloeien naar de sloot die langs de kavel ligt en deels infiltreren in de bodem ter plaatse van de groenvoorzieningen. Het afvloeiend hemelwater van de gebouwen zal hoofdzakelijk afvloeien naar de naastgelegen groenstrook en infiltreren in de bodem. Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Er is geen sprake van uitlogende bouwmaterialen. Binnen het plangebied is sprake van een beperkte toename in verhard oppervlak. Deze toename bedraagt minder dan 2.500 m2 (in landelijk gebied). Daarom is geen compensatie noodzakelijk voor dit plan. De bebouwde en verharde oppervlakken bedragen (bijlage 4):

Huidige situatie: Bestrating: 1.044 m2 Gebouwen: 2.775 m2 Totaal: 3.819 m2

Toekomstige situatie: Bestrating: 3.123 m2 Gebouwen: 1.705 m2 Grasbetontegels: 1.716 m2 Totaal: 6.544 m2 Grasbetontegels zijn te bezien als een wegverharding met een infiltratievoorziening. Wanneer ze aangelegd worden conform de beleidsregels van het waterschap1 telt het oppervlak slechts voor de helft mee aan de toename in verharding. Het gevolg hiervan is dat de toename in verhard oppervlak na de planrealisatie 1.867 m2bedraagt, waarmee de toename ruim onder het criterium voor landelijk gebied blijft. In aanvulling hierop overweegt de initiatiefnemer om het plein aan te leggen met stenen met extra grote voegen ertussen. Hierdoor neemt ook de bodeminfiltratie toe. Het oppervlak van het plein bedraagt ca. 1.200m2.

Geconcludeerd wordt dat er weliswaar een toename in het verhard oppervlak optreedt ten gevolge van het planinitiatief, maar dat er geen compenserende maatregelen noodzakelijk zijn. Deze conclusie wordt bevestigd door het waterschap Zuiderzeeland.

4.4.5

Thema schoon water

4.4.5.1

Goede oppervlaktewaterkwaliteit

Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor.

Uitgangspunten In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron. Het oppervlaktewater in en nabij het plangebied voert af richting kwetsbaar water.

' Waterschap Zuiderzeeland, 20-02-2023. Waterdoorlatende verharding in relatie tot Beleidsregel toename verharding en versnelde afvoer, versie 1.0.

E UIPE I AŪV.I,5.E.URS

blad 23 van 46

Randvoorwaarde(n) Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon regenwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Indien hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig.

Uitlogende materialen Lozingen op oppervlaktewater als gevolg van uitlogende materialen verwerkt in bouwwerken (bijvoorbeeld zinken of koperen daken) zijn meldingsplichtig. Voor lozingen in kwetsbaar water van alle typen oppervlakken gemaakt van uitlogende materialen worden voorwaarden gesteld door het waterschap.

4.4.5.2

Goed omgaan met afvalwater

Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zoveel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan.

Uitgangspunten Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt verwerkt. Afstromend regenwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Verontreiniging van het oppervlaktewater door afvalwater (huishoudelijk afvalwater, vervuild hemelwater en bedrijfsafvalwater) wordt voorkomen. De lozingsroute van huishoudelijk afvalwater is als volgt: afvoer via de bestaande gemeentelijke riolering in de Kraggenburgerweg. De Gemeente Noordoostpolder heeft vastgesteld dat dit mogelijk is na inregeling van het bestaande rioleringsstelsel door middel van RTC (RealTimeControl). De afspraken hierover zijn vastgelegd in de anterieure overeenkomst. Onder schone hemelwaterafvoer wordt verstaan: » Hemelwater van verhardingen met een verkeersintensiteit < 1000 vervoersbewegingen per etmaal. » Hemelwater vanaf parkeerplaatsen met < 50 plaatsen. De hemelwaterafvoer die niet voldoet aan de criteria voor schone hemelwaterafvoer wordt gekwalificeerd als verontreinigd. In het plan zijn circa 110 parkeerplaatsen voorzien. Om die reden wordt het hemelwater afkomstig van de parkeerplaatsen afgevoerd via een bodempassage en/of slibafscheider of een vergelijkbare voorziening.

4.5

Lucht

In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen gelden als kwaliteitsnorm. Dat wil zeggen, dat voor het waarborgen van een gezonde leefomgeving ter plaatse van woningen en op plaatsen waar mensen verblijven, moet worden voldaan aan de gestelde normen. In Nederland zijn met name gehalten fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (N02) bepalend voor de luchtkwaliteit. Over het algemeen zijn de gehalten aan andere stoffen waarvoor kwaliteitsnormen gelden zodanig laag dat die nooit leiden tot problemen. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2025) geldt in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde fijnstof concentratie (PM10) van kleiner dan 18 pg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (N02) van kleiner dan 10 pg/m3. De norm voor beide stoffen ligt op 40 pg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). In de huidige situatie is dus sprake van een goede luchtkwaliteit. Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' (hierna: NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor N02 en PM10bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

E UIPE | AŪV.I,5.E.URS

blad 24 van 46

In het plan zal uitstoot van N02 en PM10 worden veroorzaakt door verkeer van en naar het perceel. Om te bepalen of deze uitstoot leidt tot een relevante bijdrage is met behulp van de NIBM-tool een berekening gemaakt voor de bijdrage van het verkeer als gevolg van het plan op de luchtkwaliteit. In de berekening is uitgegaan van gemiddeld 340 voertuigbewegingen op een dag, waarvan 2% bewegingen met een vrachtwagen. De resultaten van de berekening zijn weergegeven in Figuur 8.

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaarvan planrealīsatie

2024

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

340

Extra verkeer als gevolg van het plan

Aandeel vrachtverkeer

2fSt

N02 in pg/m3

0,53

PM10 in pg/m3

0,07

Maximale bijdrage extra verkeer

Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in pg/m3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig

figuur 8: berekening NIBM-tool. Uit de berekening met de NIBM-tool blijkt dat de bijdragen van het verkeer NIBM is. Daarbij is worst-case gerekend met het totale verkeer van de inrichting en niet met het verschil ten opzichte van de bestaande situatie. Hierdoor is voldoende duidelijk gemaakt dat het plan geen negatieve invloed heeft op de luchtkwaliteit en dat wordt voldaan aan de gestelde kwaliteitsnormen in de Wet milieubeheer.

4.6

Verkeer en parkeren

Voor het bepalen van de rittenberekening is gekozen voor een maatwerk benadering, aangezien de CROW ASVV 2021 publicatie geen goede getallen geeft voor tijdelijke units voor 144 personen. Het onderzoek is door Goudappel uitgevoerd (bijlage 11). De belangrijkste resultaten zijn: » De verkeersgeneratie neemt op een gemiddelde werkdag als gevolg van de ontwikkeling toe met circa 340 mvt/ etmaal (mvt = motorvoertuigbewegingen). Het betreft respectievelijk circa 30 motorvoertuigen in de drukste ochtendspits en circa 40 motorvoertuigen in de drukste avondspits. » De verkeersgeneratie verdeelt zich over de wegvakken in de omgeving. Een reële verdeling is 50%50% op de Paardenweg en 48%-52% op de Kraggenburgerweg (N352). » Als gevolg van de ontwikkeling zal sprake zijn van 6 tot maximaal 24 extra linksaf verkeersbewegingen op de Kraggenburgerweg. Verkeerskundig betreft dit een (zeer) geringe toename, die in de praktijk nauwelijks waarneembaar is. Uit een analyse naar de kwaliteit van de verkeersafwikkeling blijkt dat de verliestijd als gevolg van het linksafslaande verkeer beperkt is. Op basis hiervan is geconcludeerd dat er in de toekomstige situatie, ook met een worstcase verkeersbelasting, op het voorrangskruispunt sprake is van een goede verkeersafwikkeling. De toename in het aantal verkeersbewegingen zal derhalve geen onevenredig grote verkeersbelasting veroorzaken op de omgeving.

Op de Paardenweg is sprake van een relatief smal wegprofiel. Daarom is in de anterieure overeenkomst vastgelegd dat een bermverharding zal worden aangelegd om bermschade te voorkomen. Verder heeft de initiatiefnemer toegezegd om een monitoring uit te voeren van de verkeersbelasting voor en na realisatie van de ontwikkeling. Hiermee kan de initiatiefnemer de gemeente en de klankbordgroep ook na realisatie informeren over mogelijke aandachtspunten. Afhankelijk van de uitkomsten kunnen zo nodig aanvullende maatregelen worden genomen. Dit is vastgelegd in de beheerovereenkomst. Het benodigde aantal parkeerplaatsen is berekend aan de hand van de parkeernormen (tabel 2). Uit de berekening in tabel 3 blijkt dat er 113 parkeerplaatsen nodig zijn. Deze worden op eigen terrein gerealiseerd.

E UIPE | AŪV.I,5.E,URS

blad 25 van 46

tabel 3: parkeerberekening Paardenweg 1. Hoofdfunctie

Functie

Parkeernorm

Aantal migranten

Aantal parkeerplaatsen

Wonen

Huisvesting arbeidsmigranten

1,5 per 2 arbeidsmigranten

144

113

4.7

Externe veiligheid

Als een incident kan leiden tot mogelijke slachtoffers buiten de entiteit waar het incident plaatsvindt, dient rekening te worden gehouden met externe veiligheid. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Risicokaart.nl toont risicosituaties die kunnen leiden tot rampen en crises. Uit de risicokaart blijkt dat er in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het plangebied (Figuur 9). Ook ligt het plangebied niet in het invloedsgebied van risicobronnen die op grotere afstand liggen. Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan geen belemmeringen voor het bestemmingsplan.

Het plan zelf heeft geen betrekking op activiteiten met gevolgen voor de externe veiligheid.

4.8

Archeologie

Op 1 oktober 2018 heeft de gemeenteraad van Gemeente Noordoostpolder de Archeologische basis- en beleidsadvieskaart vastgesteld. Deze kaart is het toetsingskader voor ruimtelijke plannen. Op de kaart valt het plangebied volledig onder beleidscategorie WA-5. In figuur 10 is de ligging van het plangebied op de Archeologische basis- en beleidsadvieskaart weergegeven.

E UIPE | AŪV.I,5.E.URS

blad 26 van 46

Voor beleidscategorie WA-5 dient bij ingrepen op een oppervlakte groter dan 2.500 m2, waarbij de verstoring dieper plaatsvindt dan 50 cm beneden maaiveld, archeologisch onderzoek plaats te vinden. In vooroverleg met de Gemeente is aangegeven dat afstemming met een vakspecialist bij de gemeente wenselijk is. De dubbelbestemming Archeologische verwachtingswaarde 5 (WA-5) wordt opgenomen in het plan.

4.9

Natuur

4.9.1

Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming staan beschermingsregels voor de Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming zijn in de Wet natuurbescherming geregeld. De Wet natuurbescherming geeft uitvoering aan de verplichtingen van de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De gebieden die in het kader van de Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn zijn vastgesteld zijn de zogenaamde Natura 2000-gebieden.

4.9.2

Flora en fauna

Het plan voorziet niet in ingrepen die gevolgen hebben voor flora- en fauna. De bestaande houtsingels blijven in stand en worden daar waar nodig hersteld. Op de plaats waar de woonunits worden gerealiseerd, stonden in het verleden schuren. Ter plaatse van de nieuw te realiseren verhardingen bevindt zich nu intensief gemaaid gras. Dit is te zien in figuur 4. In augustus I september 2022 is een quickscan flora- en fauna uitgevoerd. Deze is als bijlage 5 toegevoegd. Geconcludeerd is dat de werkzaamheden ter realisatie van het planvoornemen geen negatieve invloed hebben op (zwaar) beschermde soorten. Hierop bestaat mogelijk één uitzondering: de aanwezigheid van de bunzing en de wezel kan niet uitgesloten worden. Volledige zekerheid kan worden verkregen door het uitvoeren van nader onderzoek met behulp van camera's; dit onderzoek bestrijkt meerdere maanden. Vanwege deze lange onderzoeksperiode is een alternatieve route gekozen. Die heeft bestaan uit het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wnb, in combinatie met het op voorhand nemen van mitigerende maatregelen. De initiatiefnemer heeft aangegeven bereid te zijn om een dergelijke maatregel (bijvoorbeeld de aanleg van een houtwal of natuurvriendelijke oever) te nemen, ondanks dat de aanwezigheid van de bunzing en de wezel nog niet bewezen is.

De aanvraagprocedure voor de ontheffing in het kader van de Wnb is in gang gezet en heeft geleid tot een Wnb-ontheffing die door de provincie Flevoland is verstrekt (Ontheffing d.d. 17 juli 2023, kenmerk

E UIPE | AŪV.I,5.E,URS

blad 27 van 46

3140318, bijlage 11). De uitvoering van mitigerende maatregelen is geborgd in genoemde ontheffing en zal worden afgestemd met de Provincie Flevoland. Ten slotte geldt altijd dat de algemene zorgplicht in acht zal worden genomen bij de uitvoering van de werkzaamheden.

4.9.3

Gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

In figuur 11 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden aangegeven.

Moespot

Ē)

Kraggenburg

figuur 11: ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Bron: natura2000.nl/gebieden). Gelet op de afstand tot de Natura 2000-gebieden kan er geen sprake zijn van directe invloeden zoals verstoring, verdroging et cetera. Wel dient over grotere afstand rekening te worden gehouden met de emissie van stikstof (ammoniak en stikstofoxiden). Stikstof kan bij het neerslaan op daarvoor gevoelige habitats verzuring of vermesting veroorzaken. In de nieuwe situatie kunnen vanwege aan- en afrijdend verkeer, voor zover die niet elektrisch zijn uitgevoerd, stikstofoxiden vrijkomen. Daarnaast kan nog sprake zijn van de emissie van stikstofoxiden uit een op aardgasgestookte stookinstallatie. Als stikstofoxiden neerslaan op een voor vermesting of verzuring gevoelig habitattype in een Natura 2000-gebied kunnen zij bijdragen aan de verslechtering van de daar aanwezige natuurwaarden. De afstand tot het meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied bedraagt ruim 2,9 km. Deze natuur maakt deel van De Wieden, ten noorden van Vollenhove. Op die afstand zal de depositie ten gevolge van de emissie bij het plan gedaald zijn tot 0,00 mol stikstof per hectare per jaar. Dit blijkt uit de, met worst case aannames, gemaakte AERIUS-berekening (Bijlage 6). Hierdoor heeft het plan geen effect op Natura 2000-gebieden.

Met betrekking tot de stikstofemissie bestaan in de klankbordgroep zorgen over mogelijke toekomstige belemmeringen die boeren en ondernemers in de omgeving zouden kunnen ondervinden. Aangezien de

E UIPE | AŪV.I,5.E.URS

blad 28 van 46

planontwikkeling "Paardenweg 1" minder dan 0,00 mol stikstofdepositie per hectare per jaar veroorzaakt kan er geen sprake zijn van enige belemmering voor andere toekomstige ontwikkelingen in de omgeving.

4.9.4

Natuurnetwerk Nederland

In figuur 12 is de ligging ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (NNN) aangegeven. Aangezien de NNN geen externe werking kent hoeft er niet nader getoetst te worden op effecten. Dit - landelijk geldende - uitgangspunt borgt in principe in voldoende mate dat er geen nadelige effecten in het aangrenzende NNN-gebied te verwachten zijn. Verder geldt dat de afstand tussen het NNN-gebied en de begrenzing van de ontwikkeling ruim 100 m bedraagt. Er vinden geen werkzaamheden plaats op de gronden van het NNN-gebied. Hiermee wordt extra aangetoond dat er geen negatieve effecten op het NNN-gebied te verwachten zijn.

Natuurnetwerk Nederland Ecologische vertinding NNN - zoekgebied compensatie NNN - zoekgebied kiekendiefíourageergebied

figuur 12: ligging planlocatie t.o.v. Natuurnetwerk Nederland.

4.10

Landschappelijke inpassing

4.10.1

Bestaande situatie

In de omgeving van het plangebied zijn met name agrarische bedrijven gevestigd gericht op akkerbouw. Typerend voor de agrarische erven is dat de erven aan drie zijden worden omzoomd door een erfsingel. Aan de kant van de openbare weg is het erf transparant begrensd. De erfinrichting heeft als effect dat de erven van buitenaf gezien als landschapselement worden ervaren. Het plangebied betreft een voormalig agrarisch erf, het karakteristieke patroon met erfsingels is echter niet aanwezig. Momenteel bestaat het terrein uit een voormalige bedrijfswoning waar huisvesting van arbeidsmigranten plaatsvindt en verder uit braakliggend liggend terrein.

4.10.2

Gevolgen van het plan

Zoals in paragraaf 2.2 aangegeven wordt bij de nieuwe inrichting aangesloten bij bestaande inrichtingskenmerken van het gebied. Hiermee wordt een kwaliteitsverbetering ten opzichte van de huidige situatie gerealiseerd. Tevens wordt de locatie aan drie zijden voorzien van erfsingels. Daarbij worden de uitgangspunten van Gemeente Noordoostpolder gehanteerd, zoals beschreven in het document "beplantingsplan standaard erfsingels".

E UIPE | AŪV.I,5.E.URS

blad 29 van 46

Er wordt dus een volwaardig erfsingel aangelegd en in stand gehouden. In de bestaande situatie ontbreekt de erfsingel grotendeels en dat wordt hiermee hersteld. Parkeren vindt binnen de erfsingel plaats. De bouwmogelijkheid aan de achterzijde van het perceel komt niet verder dan nu al in het bestemmingsplan is toegestaan. Door het aanleggen van de erfsingel wordt het erf feitelijk enigszins vergroot. Daarmee wordt bereikt dat het erf goed wordt ingepast in de omgeving.

4.11

Milieuzonering

De richtafstanden in de handreiking gelden voor het gebiedstype 'rustige woonwijk'. De meest nabijgelegen bedrijven zijn een Bed&Breakfast (Kraggenburgerweg 4), Praktijk voor Zen Shiatsu (Paardenweg 3B) en een biologisch akkerbouwbedrijf met twee schuren voor de opfok van leghennen (Paardenweg 4). Door de opfok van leghennen is dit ook het bedrijf met de grootste richtafstand in de nabije omgeving. In tabel 4 zijn de relevante richtafstanden beschreven. De afstand van de te realiseren woonunits tot de desbetreffende bedrijfsgebouwen is respectievelijk circa 450,170 en 190 meter (figuur 13). tabel 4: richtafstanden bedrijven Paardenweg t.o.v. rustige woonwijk. SBI 2008

Omschrijving

5510

Afstanden in meters

Categorie

Geur

Stof

Geluid

Gevaar

Grootste afstand

Hotels en pensions

10

0

10

10

10

1

9606

Persoonlijk dienstverlening n.e.g.

0

0

10

0

10

1

011, 012, 013

Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen)

10

10

30

10

30

2

0147

Fokken en houden van legkippen

200

30

50

0

200D

4.1

:

-\\ 170 m

190 mļŴvi-il

figuur 13: afstand projectlocatie tot nabijgelegen bedrijven.

E UIPE | AŪV.I,5.E.URS

blad 30 van 46

Het initiatief wordt gerealiseerd binnen het landelijk gebied van Gemeente Noordoostpolder. Vanwege de uiteenlopende functies kan dit worden aangemerkt als gemengd gebied. In dat geval mogen de richtafstanden met één afstandsstap verminderd worden. De richtafstand voor de fokkerij van leghennen wordt dan 100 meter. Er wordt zo voldaan aan de gehanteerde richtafstanden ten opzichte van de bedrijfsgebouwen van De Zeebodemhoeve. In het kader van de handreiking is er dus sprake van een goede ruimtelijke ordening. Wel is een nadere beoordeling van de leghennenfokkerij nodig in verband met de geldende wettelijk normen voor geurhinder in de Wet geurhinder en veehouderij of Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze normen zijn relevant vanwege de uitloopmogelijkheden van de leghennen van de pluimveehouderij aan Paardenweg 4. Voor de uitwerking hiervan wordt verwezen naar paragraaf 4.12. In tabel 4 is uitgegaan van de feítelijke activiteiten in de nabije omgeving. Bovenstaande bevindingen gelden eveneens indien wordt gekeken naar de planologische ruimte in het bestemmingsplan. Omgekeerde werking Bij de beoordeling van de zogeheten omgekeerde werking, wordt gekeken naar de mate waarin de realisatie van de activiteiten belemmerend kan werken voor bedrijven in de omgeving. De omgekeerde werking is ook in de beheersverordening, in een van de voorwaarden verankerd:"De agrarische functie

van aangrenzende, niet bij het bedrijf behorende gronden en bebouwing mag niet onevenredig worden belemmerd". Het gaat hierbij om de vraag of het logiesgebouw te Paardenweg een gevoelig object vormt ten opzichte van de nabijgelegen bedrijvigheid. Gelet op de afstanden tussen de planlocatie en de bedrijven zijn er geen verdere belemmeringen door de huisvesting van arbeidsmigranten, voor het verder ontwikkelen van de bedrijven. Dit blijkt onder meer uit de worst case benadering die is gekozen om de geursituatie te beoordelen, zoals in de paragraaf 'Nadere beoordeling geur' (paragraaf 4.12) is gedaan. Tevens bevinden zich op minder dan 30 meter afstand tot de uitloop twee niet agrarische bedrijfswoningen (Paardenweg 3a 8. 3b). Ook bevinden deze woningen zich meer dan 100 meter dichter bij de stallen dan Paardenweg 1. De woonunits voor arbeidsmigranten kunnen hierdoor dus geenszins een nadere beperkende voorwaarde vormen dan reeds in de bestaande situatie het geval is.

4.12

Nadere beoordeling geur

Omdat mogelijke geuroverlast bij het opfokken van leghennen afhankelijk is van diverse variabelen, kan de Handreiking geen uitsluitsel bieden over mogelijke overlast op gevoelige objecten, zoals een logiesgebouw voor migranten of de beheerderswoning. Daarom is op basis van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) een geurberekening gemaakt met rekenmodel V-Stacks Gebied 2020 (Bijlage 7). Opgemerkt wordt dat de regels uit deze wet als onderdeel van de zogenaamde bruidsschat worden overgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving, dat als onderdeel van de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt. Het bedrijf aan de Paardenweg 4 richt zich op het opfokken van leghennen jonger dan achttien weken. Het maximaal toegestane aantal van leghennen bedraagt 44.500. In het geuronderzoek is uitgegaan van 100.000 leghennen, hetgeen geldt als een worst case benadering. Verder is er vanuit gegaan dat de leghennen 50% van de dagtijd buiten vrij uitlopen en 50% verblijven in de stallen. De leghennen vallen onder de diercategorie E1.7 en hebben een emissiefactor van 0,18 oUí/dier/s. Met een aantal van 100.000 leghennen bedraagt de totaal geuremissie 18.000 oujs oftewel 64,8 Mo^/uur. Het bedrijf aan de Paardenweg 4 is gelegen in een zogenaamd niet-concentratiegebied. De geplande locatie van het woonvlak bevindt zich buiten de bebouwde kom.

De geurbelasting dient te voldoen aan het acceptabel geurhinderniveau. Deze richtwaarde bedraagt 8,0 oUe/iti3 (artikel 3 uit de Wgv). Uit het geuronderzoek blijkt dat de geurconcentraties ter hoogte van de toetsingslocaties (beheerderswoning en woonunits) nergens de geurconcentratie van 8,0 OUe/iti3 overschrijden. Hiermee wordt voldaan aan de Wgv voor woningen buiten de bebouwde kom in een niet-concentratiegebied. Enkel indien zich gelijktijdig 1.900 leghennen op het meest noordoostelijke punt van de uitloop bevinden, is sprake van een overschrijding van de geurnorm van 8,0 OUe/iti3. In de praktijk is dit niet mogelijk en zal een dergelijke overschrijding van de norm dan ook niet voorkomen.

E UIPE | AŪV.I,5.E.URS

blad 31 van 46

Gezien het voorgaande is sprake van een goede ruimtelijke ordening en vormt het aspect geur geen belemmering voor het voorgenomen plan.

E UIPE | AŪV.I,5.E.URS

blad 32 van 46

5.

Uitvoerbaarheid

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.1.1

Vooroverleg

Op 2 februari 2023 is het vooroverleg gestart met de provincie Flevoland. De hieruit voortgekomen feedback (bijlage 8) is verwerkt in het bestemmingsplan en de daartoe behorende regels. De belangrijkste aandachtspunten betreffen de onderwerpen verkeer en ecologie. Mede op basis van dit commentaar is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd (bijlage 10). Verder met de Provincie afgestemd aan welke voorwaarden de Wnb-ontheffingsaanvraag moet voldoen en welke mitigerende maatregelen ingepast zullen worden. Op aangeven van de Provincie is verder de term "wonen - huisvesting arbeidsmigranten" expliciet opgenomen op de verbeelding. Eveneens op 2 februari 2023 is het wettelijk vooroverleg gestart met het Waterschap Zuiderzeeland. In het kader van de watertoets heeft afstemming plaatsgevonden. De hieruit voortgekomen feedback is verwerkt in het bestemmingsplan.

5.1.2

Contact omwonenden

Alle omwonenden in een straal van 1 kilometer, evenals bewoners van de Paardenweg en eigenaren/gebruikers van aangrenzende kavels zijn per brief geïnformeerd over het plan en werden uitgenodigd voor een informatieavond waar een klankbordgroep werd samengesteld. In de periode september 2022 - mei 2023 zijn vijf overleggen gevoerd met de, voor dit planvoornemen in het leven geroepen, klankbordgroep (KBG). De KBG bestaat uit vijf leden. De data en de gespreksonderwerpen-op-hoofdlijnen staan in tabel 5. tabel 5: overzicht van het overleg met de klankbordgroep. Datum

Onderwerp

19-09-2022

Informatieavond voor de buurtbewoners en betrokkenen in Kraggenburg

22-12-2022

T overleg met nieuw samengestelde KBG o.l.v. B. Suurmond (N.O.P.)

20-03-2023

Presentatie opmerkingen/wensen door KBG aangaande project

12-04-2023

Overleg m.b.t. nog overblijvende punten voor gemeente N.O.P

17-05-2023

Overleg samen met KBG en gemeente N.O.P. aangaande concept beheerovereenkomst

14-10-2023

Slotoverleg over de wijze van tegemoetkomen aan de aandachtspunten van de KBG

In bijlage 9 is het eindadvies van de KBG opgenomen. Het "overall" klankbordgroepadvies luidt: neutraal. Op het gebied van enerzijds de landschappelijke inpassing en anderzijds zwerfafval en andere overlast is de klankbordgroep overwegend positief ten aanzien van de wijze waarop de ontwikkeling vormgegeven wordt. Met betrekking tot de verkeerssituatie heeft de klankbordgroep nog een aantal verzoeken die in de toekomst nader bekeken kunnen worden. Ten slotte vraagt de klankbordgroep zich af of er sprake zal zijn van een goede ruimtelijke ordening. Daartoe is het voorliggend document opgesteld; zo nodig kan de gemeente haar ruimtelijke beleid in bredere context nader toelichten. In tabel 6 staat het overzicht van de aandachtspunten van de KBG en waar, in welk hoofdstuk I paragraaf deze besproken worden. Na het realiseren van het plan ziet Werckpost haar taak overigens niet als gereed. Werckpost zal samen met de buurt blijven optrekken om de situatie te monitoren en waar kan nog meer te verbeteren.

5.1.3

Economische uitvoerbaarheid

Er is geen exploitatieplan nodig, ondanks dat er wel sprake is van een bij artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening aangewezen plan. Dit omdat hierin anderszins is voorzien en er zijn geen te verhalen kosten.

E UIPE | AŪV.I,5.E.URS

blad 33 van 46

De gemeente zal ten behoeve van het project een anterieure overeenkomst als bedoeld in artikel 6.4a Wet ruimtelijke ordening met de initiatiefnemer sluiten. In de anterieure overeenkomst zijn afspraken gemaakt over planbegeleidingskosten, riolering en bermverharding. En daarnaast zijn in de anterieure overeenkomst afspraken gemaakt over planschade. tabel 6: aandachtpunten van de KBG. Voor de volledige omschrijving van het verzoek van de KBG wordt verwezen naar bijlage 9. Verzoek 1 onderwerp

Vindplaats

A: stikstofruimte

Paragraaf 4.9

B: verstening

Paragraaf 2.2

C: verkeerssituatie

Paragraaf 4.6

D: verkeerssituatie

Paragraaf 4.6

E: verkeerssituatie

Paragraaf 4.6

F: verkeerssituatie

Paragraaf 4.6

G: verkeerssituatie

Paragraaf 4.6

H: bebouwingsoppervlak

Paragraaf 2.2

1: windsingel

Paragraaf 2.2

J: gebied achter Paardenweg 1

Paragraaf 2.2

K: bouwhoogte

Paragraaf 2.2

L: hinder

Beheerovereenkomst

M: aanspreekpunt

Beheerovereenkomst

N: privacy

Beheerovereenkomst

0: wachtruimte

Beheerovereenkomst

P: schoonmaak

Beheerovereenkomst

Q: waterleiding

Valt buiten de reikwijdte van dit plan

E UIPE I AŪV.I,5.E.URS

blad 34 van 46

6.

Bijlagenoverzicht Bijlage 1

Inrichtingsplan

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek. BK ingenieurs, projectnummer 223729

Bijlage 3

Wegverkeerslawaai. Paardenweg 1 te Kraggenburg. Equipe adviseurs, projectnummer 223759

Bijlage 4

Vergelijking bebouwd en verhard in de bestaande en nieuwe situatie

Bijlage 5

Quickscan Flora en Fauna. Paardenweg 1 te Kraggenburg. Equipe adviseurs, projectnummer 223759

Bijlage 6

Stikstofrapportage. Paardenweg 1. Equipe adviseurs, projectnummer 223759

Bijlage 7

Geurberekening Paardenweg 1, Buro Blauw, BL2022.11228.N01-V01

Bijlage 8

Advies van de Provincie Flevoland

Bijlage 9

Advies klankbordgroep

Bijlage 10

Notitie Verkeerskundige onderbouwing arbeidsmigranten Kraggenburg. Goudappel, projectnr. 015151.20230808.N1.05

Bijlage 11

Wet natuurbescherming: ontheffing in verband met het bouwen van woningen Paardenweg 1 te Kraggenburg, kenmerk 3140318.

E UIPE | AŪV.I,5.E,URS

blad 35 van 46

Bijlage 1:

Inrichtingsplan

E UIPE

ADVISEURS by b k

Hart sloot/ perceelgrens

INRICHTINGSTEKENING ERFSINGEL EINDBEELD UITBREIDING HUISVESTING Uitbreiding huisvesting Paardenweg 48-1

1 OP 1 ARCHITECTUUR PROJECTLEIDER 0527-743993 mail@loplarchitectuur.nl

IN SAMENWERKING MET:

Originele woning

k

TEKENINGNUMMER

REVISIE DATUM

A

Layout

MODELLEUR

LEGENDA

Een erfsingel bestaat uit een struik- en een boomlaag. De mix aan soorten is vastgelegd in de tabel hieronder. Er dient in 5 rijen te worden geplant. De onderlinge afstand van de rijen is maximaal 150 cm. De onderlinge afstand in de rijen is maximaal 150 cm. Per 2,25 m2 wordt tenminste 1 boom/struik geplant. De erfsingel dient minimaal 6 meter breed te zijn gemeten van hart boom/struik 1e rij tot hart boom/struik laatste rij. STRUIKEN Pp Prunus padus Ee Euonymus europaea Rc Rosa canina Vo viburnum opuus Rhc Rhamnus cartharticus Cs Cornus sangunea Cm Cornus mas Lv Ligustrum vulgare Ca Corylus avellana

vogelkers 5ū7o kardinaalmuts SX hondsroos 5ū7o gelderse roos ]0X wegedoorn 507o rode kornoeltje 507o gele kornoeltje 507o gewone liguster 507o hazelaar 507o

BOMEN Cb Carpinus betulus Tc tulia cordata Qr Quercus robur Ac Acer campestre Ag Alnus glutinosa Ap Acer pseudoplantanus

haagbeuk 507o winterlinde ]0X eik ]0X veldesdoorn 507o els ]0X gewone esdoorn 1ũ07o

80-100 cm 80-100 cm 80-100 cm 80-100 cm 80-100 cm 80-100 cm 80-100 cm 80-100 cm 80-100 cm

ONDERGROEI STRUIKEN AANBRENGEN IN EEN RASTER VAN 150X150 CM

NIEUWE BOOM CONFR. TABEL

ERFSINGEL DETAIL 1:200

SLOOT HART ERFGRENS

INRICHTINGSTEKENING ERFSINGEL WERKZAAMHEDEN UITBREIDING HUISVESTING Uitbreiding huisvesting Paardenweg 48-1

1 OP 1 ARCHITECTUUR PROJECTLEIDER. 0527-748993 mail@lop1architectuur.nl

IN SAMENWERKING MET:

PROJECTNUMMEP.

k

000 voTEKENINGNUMMEP.

Layout

002 REVISIE DATUM

MODELLEUR.

blad 36 van 46

Bijlage 2:

Bodemonderzoek

E UIPE

ADVISEURS by b k

ingenieurs BK Ingenieurs B.V.

Zadelmakerstraat 150 1991 JE Velserbroek 088 321 25 20 info@bkingenieurs.nl www.bkingenieurs.nl

Verkennend bodemonderzoek

BANK NL12ABNA0580551261 KVK 34082755 BTW NL801876497B01

Paardenweg 1 te Kraggenburg

Bekijk onze certificaten hier

Opdrachtgever:

Werckpost B.V. de heer O. Weerstand Het Rif 1 8321 DS Urk

Projectnummer:

223729

Versienummer:

1.0

Kenmerk:

TAAR/223729/1.0/LIME

Plaats, datum:

Velserbroek, 29 september 2022

Samen werken aan morgen,

BK ingenieurs pagina 2 van 10

Inhoudsopgave 1 2

Inleiding..........................................................................................................................................................................................................................3 Vooronderzoek...........................................................................................................................................................................................................4 2.1

Historische en actuele gegevens van de onderzoekslocatie..................................................................................................4

2.2

Voorgaand bodemonderzoek................................................................................................................................................................. 5

2.3

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit.........................................................................................................................5

2.4 2.5

Regionale bodemopbouw en geohydrologie................................................................................................................................5 Onderzoekshypotheses en -strategieën............................................................................................................................................5

3

4

pagina

Uitgevoerd onderzoek............................................................................................................................................................................................6 3.1

Kwaliteitsborging............................................................................................................................................................................................6

3.2

Uitgevoerd onderzoek.................................................................................................................................................................................6

Resultaten onderzoek.............................................................................................................................................................................................7 4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen..............................................................................................................................7 4.2

Normering en toetsingsresultaten....................................................................................................................................................... 7

4.3

Interpretatie resultaten bodemonderzoek....................................................................................................................................... 9

Conclusies en aanbevelingen............................................................................................................................................................................10

5 5.1

Conclusies........................................................................................................................................................................................................ 10

5.2

Aanbevelingen...............................................................................................................................................................................................10

Bijlagen 1

Tekeningen en foto's 1.1 Topografische ligging 1.2

Overzichtstekening

1.3

Locatiefoto's

2 3

Boorprofielen Analyserapporten 3.1 Analyserapport grond 3.2

4

5 6

Analyserapport grondwater

Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen 4.1

Getoetste analyseresultaten en toetsingstabel grond

4.2

Getoetste analyseresultaten en toetsingstabel grondwater

Verklarende woordenlijst Verklaring onafhankelijkheid conform eisen Bbk en BRL SIKB 2000

Paardenweg 1 te Kraggenburg Verkennend bodemonderzoek | 223729 | 29 september 2022

BK ingenieurs pagina 3 van 10

1

Inleiding

In opdracht van Werckpost B.V. heeft BK Ingenieurs B.V. in september 2022 een verkennend onderzoek uitgevoerd op de locatie Paardenweg 1 te Kraggenburg. Aanleiding

De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw (omgevingsvergunningsaanvraag). De werk­ zaamheden zullen plaatsvinden tot maximaal 1,0 m -mv. Doel onderzoek

Het doel van het onderzoek is meerledig: »

Het vaststellen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit op de locatie.

» *

Het bepalen van de indicatieve hergebruiksmogelijkheden van de grond. Het vaststellen van de voorlopige veiligheidsklassen voor het werken in de bodem.

Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen en protocollen als weergegeven in tabel 1. tabel 1: normen en protocollen Type onderzoek

Norm/protocol

Uitvoering

Vooronderzoek Verkennend bodemonderzoek

NEN 5725:2017 NEN 5740-rA1:2016

conform conform

Beperking van het bodemonderzoek: * Bodemonderzoek is een momentopname en een indicatie van de kwaliteit van grond en grondwater. *

De hergebruiksmogelijkheden van de grond dienen als indicatief te worden beschouwd, het betreft geen on­ derzoek conform het Besluit bodemkwaliteit.

Indeling van de rapportage

Deze rapportage bestaat uit vijf hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het vooronderzoek beschreven. Het uitge­ voerde onderzoek wordt beschreven in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het veldwerk, de analyses en de toetsing aan de normering. De conclusies en aanbevelingen van het onderzoek worden weergege­ ven in hoofdstuk 5.

Paardenweg 1 te Kraggenburg Verkennend bodemonderzoek | 223729 | 29 september 2022

BK ingenieurs pagina 4 van 10

2

Vooronderzoek

Het vooronderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van het opstellen van een hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van het uit te voeren bodemonderzoek (hypothese A volgens de NEN 5725). De gegevens van het vooronderzoek is verkregen door informatie van de opdrachtgever en Gemeente Noordoostpolder en Omgevingsdienst Flevoland. Daarnaast zijn gegevens geïnterpreteerd van www.bodemloket.nl, Cyclomedia, www.topotiidreis.nl en topografische- en geohydrologische kaarten. Ten slotte is een terreinverkenning uitgevoerd.

2.1

Historische en actuele gegevens van de onderzoekslocatie

De algemene gegevens van de onderzoekslocatie staan vermeld in tabel 2. De topografische ligging van de loca­ tie is weergegeven in bijlage 1.1. Een overzichtstekening van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 1.2. Deze tekening is alleen geschikt voor maatvoering van bodemonderzoek. In bijlage 1.3 is een foto-overzicht van de locatie opgenomen. tabel 2: gegevens onderzoekslocatie Adres Kadastrale aanduiding Oppervlakte Afbakening geografisch gebied (onderzoekslocatie)

Paardenweg 1 te Kraggenburg gemeente Noordoostpolder, sectie C, nummer 1909 2.240 m2 De afbakening van de onderzoekslocatie staat aangegeven op de situatietekening in bij­ lage 1.2. Voor de onderzoeksdiepte is 2,0 m -mv aangehouden.

In tabel 3 staan de historische, huidige en toekomstige gegevens over de locatie vermeld. tabel 3: historische, huidige en toekomstige bodemgebruik onderzoekslocatie Historisch Gebruik locatie Voormalige bodembedreigende activiteiten Aanwezigheid asbest

In de járen '40 van de vorige eeuw is de Noordoostpolder drooggelegd. Daarvoor maakte het onderdeel uit van de Zuiderzee. Niet aanwezig/niet bekend. Over de locatie zijn geen gegevens over de aanwezigheid van asbest bekend.

Huidig Terreinverkenning

Gebruik locatie Bebouwing Terreinverharding Bodembedreigende activiteiten Asbest aanwezig Geval van ernstige bodemver­ ontreiniging aanwezig

De terreinverkenning is, voorafgaand aan het veldwerk, op 13 september 2022 uitgevoerd. De situatie komt overeen met wat op basis van het vooronderzoek werd verwacht. Verder zijn er bij de terreinverkenning geen bijzonderheden geconstateerd die duiden op een bo­ demverontreiniging en hebben geleid tot een wijziging van de onderzoeksopzet. Op het perceel zijn een woning en schuren aanwezig. De locatie is onbebouwd. De schuren zijn voorafgaand aan het veldwerk gesloopt en verwij­ derd. Het maaiveld is onverhard. Niet aanwezig. Niet bekend. Nee, er is geen kadastrale registratie aanwezig.

Toekomstig Gebruik locatie Bodembedreigende activiteiten

Op de locatie zullen woningen worden gebouwd. Niet aanwezig.

Paardenweg 1 te Kraggenburg Verkennend bodemonderzoek | 223729 | 29 september 2022

BK ingenieurs pagina 5 van 10

2.2

Voorgaand bodemonderzoek

Voor zover bekend is op de locatie en/of de directe omgeving geen bodemonderzoek uitgevoerd.

2.3

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit

Op de Bodemkwaliteitskaart (BKK) van Gemeente Noordoostpolder is de locatie gelegen in zone buitengebied voor de bovengrond en in zone ondergrond Gemeente Noordoostpolder voor de ondergrond. Dit betekent dat zowel de bovengrond (0,0 - 0,5 m -mv) als de ondergrond (0,5 - 2,0 m -mv) gemiddeld voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse 'Landbouw/natuur'.

2.4

Regionale bodemopbouw en geohydrologie

Voor de bodemgegevens en de geohydrologische informatie is gebruikgemaakt van de Grondwaterkaart van Ne­ derland opgesteld door de Dienst Grondwaterverkenning TNO) en het Hydrogeologisch Model REGIS II van TNONITG. Hieronder zijn in tabel 4 de regionale gegevens samengevat. tabel 4: regionale bodemopbouw Diepte (m -mv)

Geohydrologische eenheid

Lithologie

0-2

Antropogene Ophooglaag

Zand

2-5 s 5

Slecht Doorlatende (Holocene) Deklaag Eerste Watervoerend Pakket (Pleistoceen)

Zand, klei, veen Zand

Het grondwater in het Watervoerend Pakket stroomt in oostelijke richting. De grondwaterstroming van het on­ diepe freatische grondwater wordt sterk beïnvloed door omgevingsfactoren zoals de ligging van sloten, drainage, bemalingen, onttrekkingen, dempingen, en dergelijke. De locatie is volgens de Provinciale milieuverordening (Pmv) en/of bodembeleid van de gemeente niet gelegen in een grondwater- en/of bodembeschermingsgebied.

2.5

Onderzoekshypotheses en -strategieën

Op basis van de gegevens van het vooronderzoek wordt de volgende hypothese gehanteerd 'geen verdenkingen op de aanwezigheid van verontreinigingen die afwijken van de verwachting op basis van de Bodemkwaliteits­ kaart'. Voor de locatie is gekozen voor de strategie onverdachte locatie niet lijnvormig (ONV-NL). De onderzoeksstrategie is uitgebreid met het dieper doorzetten van de boringen en een extra analyse van de on­ dergrond vanwege de geplande ontgravingsdiepte.

Paardenweg 1 te Kraggenburg Verkennend bodemonderzoek | 223729 | 29 september 2022

BK ingenieurs pagina 6 van 10

3

Uitgevoerd onderzoek

3.1

Kwaliteitsborging

Het veldwerk is uitbesteed aan Poelsema Veldwerk B.V.. Poelsema Veldwerk B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van veldwerk volgens de beoordelingsrichtlijn en is hiervoor in het bezit van het procescertificaat EC-SIKB-02239. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 13 september 2022 (veldwerk) en 20 september 2022 (monsterneming grondwater) door personeel van Poelsema Veldwerk B.V.. In bijlage 6 staan de namen van alle bij het project betrokken veldwerkers vermeld, inclusief het protocol en de verklaring dat zij hun veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever hebben uitgevoerd. De werkzaamheden waarop deze rapportage betrekking heeft, zijn conform de BRL SIKB 2000 getoetst op partij­ digheid. Er is geen sprake van persoonlijk of zakelijk recht op de bodem, grond of bagger op de veldwerklocatie bij de uitvoerder van het veldwerk van voorliggend milieuhygiënisch bodemonderzoek.

3.2

Uitgevoerd onderzoek

De uitgevoerde werkzaamheden worden hier beschreven. Grond

De boringen zijn gelijkmatig over de locatie verdeeld en zijn rondom de aanwezige bebouwing verricht. Op basis van ligging, diepte en bodemopbouw zijn (meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. Voor de sa­ menstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten wordt verwezen naar tabel 6 (resultaten). De sa­ menstelling van het NEN 5740 grondpakket is beschreven in bijlage 5. Grondwater

Voor de gegevens over het grondwatermonster en de analysepakketten wordt verwezen naar tabel 7 (resultaten). De samenstelling van het NEN 5740 grondwaterpakket is beschreven in bijlage 5. Het onderzoeksprogramma is samengevat in tabel 5. tabel 5: uitgevoerd onderzoek bodem Aantal boringen/peilbuizen

Analyses grond

Analyses grondwater

8 x boring tot 1,5 m -mv 3 x boring tot 2,0 m -mv 1 x peilbuis®

4 x standaardpakket grond

1 x standaardpakket grondwater

m -mv

meters beneden maaiveld

®

de bovenzijde van het filter staat 0,5 meter onder grondwaterstand

De locaties van de verrichte boringen en geplaatste peilbuis zijn aangegeven op de overzichtstekening in bijlage 1.2. Deze tekening is alleen geschikt voor maatvoering van bodemonderzoek. De analyses zijn uitgevoerd door de laboratoria van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam die geregi­ streerd staan in het RvA-register. De voorbehandeling voor de grond- en grondwatermonsters is conform AS3000 uitgevoerd.

Paardenweg 1 te Kraggenburg Verkennend bodemonderzoek | 223729 | 29 september 2022

BK ingenieurs pagina 7 van 10

4

Resultaten onderzoek

4.1

Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen

Algemene kwaliteit

In bijlage 2 is de bodemopbouw van de onderzoekslocatie per boring weergegeven. Hierin zijn ook de zintuiglijke waarnemingen vermeld. De boorprofielen zijn beschreven conform NEN 5104:1989 + 0:1990. De zintuiglijke waar­ nemingen tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn beschreven overeenkomstig NEN 5706:2003. Uit de boorprofielen blijkt dat de bodem tot 1,35 m -mv afwisselend uit zand of klei bestaat. Hieronder is een veenlaag aanwezig met daaronder weer zand. In de boringen zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetrof­ fen. De grondwaterstand is tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden waargenomen rond 1,0 m -mv. Tijdens de veldwerkzaamheden is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen op het maaiveld (ter plaatse van de boringen) en in de opgeboorde grond.

4.2

Normering en toetsingsresultaten

Alle analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3 van dit rapport. Alle toetsingsresultaten en eventuele reken­ bladen voor asbest zijn opgenomen in bijlage 4. Voor de beoordeling van de bodemkwaliteit worden de resultaten van de chemische analyses van grond- en grondwatermonsters getoetst aan de bodemnormen die zijn vastgesteld in de vigerende wet- en regelgeving, in­ clusief richtlijnen opgesteld door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. BK ingenieurs maakt gebruik van het toetsprogramma van SGS EA dat is gevalideerd met behulp van de Bodem Toets en Validatie (BoToVa)-service van het ministerie. De toetsing conform BoToVa is opgenomen in bijlage 4. Voor de volledige tekst van de bodemnormering verwijzen wij naar www.overheid.nl. In bijlage 5 is een verklarende woordenlijst opgenomen. In tabel 6 en tabel 7 staan de stoffen vermeld waarvan het gestandaardiseerd gehalte in grond of de concentratie in grondwater de normwaarden voor grond en grondwater overschrijden. Met 'gestandaardiseerd' wordt bedoeld: omgerekend naar standaard bodem.

Paardenweg 1 te Kraggenburg Verkennend bodemonderzoek | 223729 | 29 september 2022

BK ingenieurs pagina 8 van 10

tabel 6: overschrijding van de normwaarde door gestandaardiseerd gehalte in grond Monstercode

Boringen

Traject (m -mv)

Hoofdbestanddeel bodem en zin­ tuiglijke waarneming

Uitgevoerde analyse

MM1

001,003, 004, 005, 008,010, 012 002, 006, 007, 009, 011 001,002, 003, 004, 007, 009, 011 001,002, 007, 008, 010,011

0,0 - 0,5

zand, zintuiglijk schoon

NEN 5740 pakket

0,0 - 0,5

klei, zintuiglijk schoon

NEN 5740 pakket

0,5-1,35

klei, zintuiglijk schoon

NEN 5740 pakket

0,4-1,35

zand, zintuiglijk schoon

NEN 5740 pakket

MM2

MM3

MM4

> AW > T > I

> AW [mg/kg ds]

>T [mg/kg ds]

> I [mg/kg ds]

nikkel (36,2) zink (145)

: gestandaardiseerd gehalte groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (licht verontreinigd) : gestandaardiseerd gehalte groter dan de tussenwaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (matig verontreinigd) : gestandaardiseerd gehalte groter dan de interventiewaarde (sterk verontreinigd) geen gestandaardiseerd gehalte boven de betreffende normwaarde

tabel 7: overschrijding van de normwaarde door concentratie in grondwater Grondwatermonstercode

Filterstelling (m -mv)

Grondwaterstand (m -mv)

Elektrische geleidbaarheid (ps/cm)

Zuurgraad (-)

Troebelheid (ntu)

Uitgevoerde analyse

007-1-1

1,6-2,6

1,46

400

7,01

9,7

NEN 5740 pak­ ket

> S > T > I NTU

-

> S

>T

> i

(Mg/I)

(Mg/I)

(Mg/I)

-

-

: concentratie groter dan de streefwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (licht verontreinigd) : concentratie groter dan de tussenwaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (matig verontreinigd) : concentratie groter dan de interventiewaarde (sterk verontreinigd) : geen concentratie boven de betreffende normwaarde : Nephelometric Turbidity Unit.

Paardenweg 1 te Kraggenburg Verkennend bodemonderzoek | 223729 | 29 september 2022

BK ingenieurs pagina 9 van 10

4.3

Interpretatie resultaten bodemonderzoek

Grond

In de zandige bovengrond (0,0 - 0,5 m -mv) zijn licht verhoogde gehalten nikkel en zink aangetoond. In de kleiige bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aan de parameters uit het standaardpakket aangetoond. In de ondergrond (0,5 - 1,35 m -mv) zijn geen verhoogde gehalten aan de parameters uit het standaardpakket aangetoond. Hergebruik grond (indicatief) Op basis van de onderzochte stoffen uit het NEN-pakket voldoet de grond aan de bodemkwaliteitsklasse 'Achtergrondwaarde'. Grondwater

In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties aan de parameters uit het standaardpakket aangetoond.

Paardenweg 1 te Kraggenburg Verkennend bodemonderzoek | 223729 | 29 september 2022

BK ingenieurs pagina 10 van 10

5

Conclusies en aanbevelingen

Met dit bodemonderzoek is de huidige bodemkwaliteit op de locatie Paardenweg 1 te Kraggenburg vastgelegd. De rapportage kan gebruikt worden voor een omgevingsvergunningaanvraag.

5.1

Conclusies

Grond De bovengrond is maximaal licht verontreinigd met nikkel en zink. De ondergrond is niet verontreinigd met de parameters uit het standaardpakket. Hergebruik grond (indicatief) Op basis van de onderzochte stoffen uit het NEN-pakket voldoet de grond aan de bodemkwaliteitsklasse 'Achtergrondwaarde'. Grondwater Het grondwater is niet verontreinigd met de parameters uit het standaardpakket. Toetsing hypothese bodem De hypothese 'onverdacht' is correct gebleken. Er zijn geen verontreinigingen aangetoond die afwijken van de Bodemkwaliteitskaart.

5.2

Aanbevelingen

Het uitvoeren van vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. Saneren

Op de locatie is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Vooruitlopend op de voorgeno­ men werkzaamheden is daarom geen sanering noodzakelijk. Arbeidsomstandigheden en veiligheid

Bij werkzaamheden in verontreinigde bodem kunnen arbeidsrisico's optreden, waaronder mogelijke blootstelling aan gevaarlijke stoffen. CROW-publicatie 400 'werken in en met verontreinigde bodem' is hierbij als leidraad te gebruiken. De richtlijn is gericht op risicogestuurd werken met verontreinigd grond en grondwater, waarbij onder­ scheid wordt gemaakt tussen het werken met vluchtige en niet-vluchtige stoffen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek is de voorlopige beoordeling dat geen veiligheidsklasse van toepas­ sing is en bij de voorgenomen werkzaamheden kan worden volstaan met het treffen van 'Basishvaiënische maat­ regelen'.

Paardenweg 1 te Kraggenburg Verkennend bodemonderzoek | 223729 | 29 september 2022

Bijlage

Tekeningen en foto's

Bijlage

1.1

Topografische ligging

V

f W,

Jin iaan

9

S”

Moespot

v

VūllĖnhù^ľ-.

■•v

KůHiůl

X

Z

N7Ů2

NLR- Royal Netherlands A Vollenhove

Aerospace Centre t Recreatiepark De Voorst

N 352

9

Ardoer

į Vakantiepark

\

ļį 1 N352

't Akkertien BenteuieterlntI

ŕ

J]

Hert mi 1ů cm

""...............

\v

N352

K raggen burg

O Paardentūcht

\

\

PIER+HORIZON 9 - Paul de Kort eļ

\

'l't*iBflV ZwřartĖíììŕírtuchŗ

\

rievohoeve'

Go gte

^

Map data ©2022

o

LEGENDA

Bron: © Google Maps PROJECTOMSCHRIJVING

ingenieurs

Ligging locatie

FORMAAT

Paardenweg 1 te Kraggenburg

A4

Samen werken aan morgen.

STATUS TEKENINGOMSCHRIJVING

Definitief

Topografische ligging (deze kaart is noordgericht)

SCHAAL

OPDRACHTGEVER

BLAD

Werckpost B.V.

1 van 1

nvt

PROJECTNUMMER

BIJLAGENUMMER

223729

1.1

DATUM

27 9-2022 -

Bijlage

1.2

Overzichtstekening

Bijlage

1.3

Locatiefoto's

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

HH

Foto's onderzoekslocatie Omschrijving:

Paardenweg 1 te Kraggenburg

Type:

Verkennend onderzoek, protocol 2001 en 2002

Project:

Opdrachtgever:

Werckpost B.V.

Datum: 27-sep-2022 Bijlage:

223729

1.3

Foto 5

Foto 6

m

Foto 7

Foto's onderzoekslocatie Omschrijving:

Paardenweg 1 te Kraggenburg

Type:

Verkennend onderzoek, protocol 2001 en 2002

Project:

Opdrachtgever:

Werckpost B.V.

Datum: 27-sep-2022 Bijlage:

223729

1.3

Bijlage

2

Boorprofielen

Meetpunt: 001 datum:

Meetpunt: 002 x-coőrdinaat: y-coördinaat: NAP hoogte maaiveld:

13-9-2022

veldwerker:

HeinoWals

191216.33 519538.99 -2.245

datum:

x-coőrdinaat: y-coördinaat: NAPhoogte maaiveld:

13-9-2022

veldwerker:

Heino Wals

gras

0

gras

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, resten wortels, brokken klei, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

o-

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, resten wortels, brokken klei, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

o o

50

o-

70

o100

m.

ooo-

o

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, \ neutraalcreme, Edelmanboor

o

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraalcreme, Edelmanboor

o

Klei, stevig, sterk siltig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor

o

Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor

o

Veen, stevig, zwak zandig, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, geen i olie-water reactie, donkergrijs, \ Edelmanboor

170 \

Veen, stevig, zwak zandig, geen olie-water \ reactie, donkerbruin, Edelmanboor

i 200

\

Klei, stevig, zwak zandig, zwak humeus, resten wortels, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

Klei, stevig, zwak zandig, zwak humeus, resten wortels, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin, y Edelmanboor

Klei, stevig, sterk siltig, geen olie-water \ reactie, donkergrijs, Edelmanboor

o-

191220.24 519529.39 -2.378

Zand, zeer fijn, zwak siltig, resten planten, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

zeer fijn, zwak siltig, resten planten, \ļ Zand, geen olie-water reactie, neutraalbruin,

\ Edelmanboor

Meetpunt: 003 datum:

Meetpunt: 004 x-coőrdinaat: y-coördinaa t: NAP hoogte maaiveld:

13-9-2022

veldwerker:

HeinoWals

o

oso__

191223.90 519535.84 -2.362

datum:

Heino Wals

191228.53 519549.47 -2.361

braak

braak

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, resten wortels, brokken klei, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

o 30

Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, geen olie-water reactie, licht cremebruin, Edelmanboor

o-

x-coőrdinaat: y-coördinaat: NAPhoogte maaiveld:

13-9-2022

veldwerker:

Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, geen olie-water reactie, licht cremebruin, Edelmanboor

o 80

o-

Klei, stevig, uiterst siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor

o

Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor

o o

Klei, stevig, uiterst siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor 120

o-

135 150 \

\ Veen, stevig, geen olie-water reactie, \ donkerbruin, Edelmanboor

Veen, stevig, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor

Meetpunt: 005 datum:

Meetpunt: 006 x-coőrdinaat: y-coördinaa t: NAP hoogte maaiveld:

13-9-2022

veldwerker:

Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor

HeinoWals

o oo70

191247.75 519556.38 -2.391

datum:

x-coőrdinaat: y-coördinaat: NAPhoogte maaiveld:

13-9-2022

veldwerker:

Heino Wals

o

braak

191247.56 519541.43 -2.418

braak

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, resten wortels, brokken klei, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

o

Klei, stevig, sterk siltig, zwak humeus, resten wortels, resten zand, sporen roest, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, geen olie-water reactie, licht cremebruin, Edelmanboor

o

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, geen olie-water reactie, licht cremebruin, Edelmanboor 80

Klei, stevig, uiterst siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2363/documents/44388