CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

8.1 Ontwerpbestemmingsplan Landelijk gebied IJzerpad 17 te Rutten.pdf

Gemeenteraad 29 januari 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 8: (Ontwerp)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten'23.785 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

agrifirm

Bestemmingsplan Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten

agrifirm

Regels bestemmingsplan Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten

Colofon Regels bestemmingsplan Projectnummer: EX.22.1386 Versie: Ontwerp Datum: 30 november 2023

Opdrachtgever Insectenhouderij Verkaik IJzerpad 17 8313 PJ Rutten

Locatie IJzerpad 17 te Rutten

Opdrachtnemer: Agrifirm NWE B.V. Noordeinde 31 7941 AS Meppel

Postbus 1033 7940 KA Meppel

Projectleider B. Kolkman T: 06 13 80 08 29 E: b.kolkman@agrifirm.com Uitvoering K. Bruggink T: 06 10 25 54 96 E: k.bruggink@.agrifirm.com

2

Regels bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels.............................................................................................. 4 Artikel 1 Begrippen....................................................................................... 4 Artikel 2 Wijze van meten............................................................................ 7 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels......................................................................................... 9 Artikel 3 Agrarisch........................................................................................9 Hoofdstuk 3 Algemene regels............................................................................................. 13 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels............................................................................. 15 Hoofdstuk 5 Bijlagen............................................................................................................. 16

3

Bijlage 1:

Lijst van aanhuis verbonden bedrijfsactiviteiten....................16

Bijlage 2:

Landschappelijk inpassingsplan............................................ 16

Regels bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

Hoofdstuk 1 Inleidende regels ARTIKEL 1 BEGRIPPEN 1. het plan het Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’ met NL.IMRO.0171.BP00718-ON01, vervat in deze voorschriften en in de plankaart;

identificatienummer

2. bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0171.BP00718-ON01 met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 3. de plankaart de van het plan deel uitmakende en als zodanig gewaarmerkte: » plankaart. 4.

aan huis verbonden bedrijf aan huis verbonden bedrijf: de in de Bijlage 1 Lijst van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 5. aan huis verbonden beroep de uitoefening van een beroep (dan wel het verlenen van diensten) op administratief, maatschappelijk, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of een daarmee gelijk te stellen gebied, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonfunctie blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 6. aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 7. AGF-producten aardappelen, groente en fruit; 8. agrarische bedrijvigheid een agrarische bedrijvigheid waarbij het gebruik van agrarische gronden ter plaatse noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf; 9.

akker- en tuinbouwbedrijf een bedrijf, dat geheel of overwegend is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door het telen van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen bosbouw, een fruitteelt, daaronder wel begrepen, het verwerken van door het eigen bedrijf voortgebrachte gewassen; 10. ander bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 11. bebouwing één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken;

4

Regels bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

12. bedrijf een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; 13. bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 14. bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 15. bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 16. bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 17. bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een woning dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindende woning verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 18. bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van bebouwing, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 19. bouwgrens de grens van een bouwvlak; 20.

bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde bouwwerken zijn toegelaten; 21. bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 22. dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 23. detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; onder detailhandel is hier geen horeca begrepen; 24. erf

5

Regels bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een woning en dat in feítelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van die woning; 25. extensieve openluchtrecreatie vormen van recreatief medegebruik van het agrarisch en/of natuurgebied door middel van al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruime, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen en strandjes; 26. gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 27. horeca een bedrijf dat is gericht op het verstrekken van maaltijden en dranken voor gebruik ter plaatse (restaurantbedrijf), waaronder ook worden verstaan lunchrooms, eethuizen, bistro's, theehuizen, broodjeszaken en dergelijke); 28. Kampeermiddel een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan, niet zijnde een stacaravan; 29. Kweken het fokken, oogsten, verwerken en afvoeren van meelwormen; 30. Meelwormenkwekerij bedrijf waar meelwormen bedoeld voor menselijke en/of dierlijke consumptie worden gekweekt; hier onder begrepen de opslag en hygiënisatie van eigen mest en substraat; 31. nevenactiviteit ondergeschikt bestanddeel van de totale omvang van een bedrijf; 32.

nutsvoorziening een voorziening ten dienste van een bedrijf, zoals een gas- en elektriciteitsbedrijf, dat opereert in een sector die beschouwd wordt van openbaar nut te zijn omdat het belangrijke producten of diensten ten nutte van het publiek levert; 33. omgevingsvergunning vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 34. omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 35. plattelandswoning een bedrijfswoning, behorend tot of voorheen behorend tot een binnen hetzelfde bouwvlak gevestigd agrarisch bedrijf, die wordt bewoond door derden die geen functionele binding hebben met dat agrarische bedrijf; 36. relatie teken waarmee op de plankaart wordt aangegeven dat de daardoor verbonden gebiedsdelen als één worden aangemerkt;

6

Regels bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

37. seksinrichting de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 38. staat van Bedrijfsactiviteiten de Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels onderdeel uitmaakt; 39. stacaravan een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, dat mede gelet op de afmetingen kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen, ook over grotere afstanden, als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen, en dat dient voor recreatief (nacht)verblijf voor recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben; 40. verkoopvloeroppervlakte de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel; 41. verwerken van gewassen Het uitvoeren van handelingen met gewassen, waarbij de eigenschappen of samenstelling van het gewas niet veranderd, zoals schoonmaken, sorteren, selecteren, drogen, verpakken en opslaan. 42.

voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 43. woning een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden. ARTIKEL 2 WIJZE VAN METEN Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten en berekend: 2.1 de goothoogte van een gebouw vanaf de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein tot de bovenkant van de goot c.q. druiplijn, het boeiboord of daarmede gelijk te stellen constructiedeel; 2.2 de hoogte van een bouwwerk vanaf de gemiddelde hoogte van aansluitende afgewerkte terrein tot het hoogste punt van het bouwwerk, aan dat bouwwerk bevestigde ondergeschikte delen, zoals ondergeschikte dakopbouwen, schoorstenen, vlaggenmasten en antennes niet meegerekend; 2.3 de inhoud van een gebouw boven de gemiddelde hoogte van aansluitende afgewerkte terrein, tussen de buitenwerkse gevelvlakken, harten van scheidsmuren en dakvlakken, met inbegrip van erkers en dakkapellen, met inbegrip van kelders en souterrains;

7

Regels bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

2.4 de oppervlakte van een ander bouwwerk de horizontale projectie van alle delen van het bouwwerk binnen de omtrekslijn; 2.5 de oppervlakte van een gebouw ter hoogte van de bovenkant van de begane grondvloer, tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van scheidsmuren.

8

Regels bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels ARTIKEL 3 AGRARISCH 3.1 Bestemmingsomschrijving 1. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Akker- en tuinbouwbedrijven; b. het kweken van meelwormen, ter plaatse van de functieaanduiding “specifieke vorm van agrarisch -meelwormenkwekerij”; c. sloten en andere watergangen. met daaraan ondergeschikt: d. detaihandel in ter plaatse voortgebrachte producten en/of in AGF (aardappelen, groente en fruit) met een maximale verkoopvloeroppervlakte van 100m2; met daarbijbehorende: e. tuinen, erven en paden; f. waterhuishoudkundige voorzieningen; g. parkeervoorzieningen; h. nutsvoorzieningen; i. groenvoorzieningen; j. gebouwen, waar onder maximaal één bedrijfswoning; k. bouwwerken geen gebouw zijnde; l. andere werken. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in 3.1 mogen uitsluitend gebouwd worden: a. bedrijfsgebouwen; b. bedrijfswoningen; c. bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen; d. bouwwerken, geen gebouw zijnde. 3.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. een bedrijfsgebouw mag uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak; b. de goothoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 8,5 m; c. de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 11 m. 3.2.3 Bedrijfswoningen Voor bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a.

een bedrijfswoning mag uitsluitend gebouwd worden binnen de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bedrijfswoning'; b. per de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bedrijfswoning' mag niet meer dan één bedrijfswoning gebouwd worden c. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 1.200 m3; d. de dakhelling van een bedrijfswoning mag niet minder dan 30° en niet meer dan 60° bedragen; e. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan 3m bedragen;

9

Regels bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

f.

de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan 9m bedragen.

3.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Voor bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. een bijbehorend bouwwerk mag uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak; b. een bijbehorend bouwwerk mag uitsluitend worden gebouwd 1 m achter het verlengde van de naar de weg gekeerde gevel van de betreffende bedrijfswoning; c. de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken per bedrijfswoning mag niet meer dan 150 m2 bedragen; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m; e. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m; f. in afwijking van het bepaalde onder a., b., c., d. en e. gelden voor de herbouw van bestaande bijbehorende bouwwerken de bestaande maten, afmetingen, situering en omvang van de bebouwde oppervlakte van een gebouw als maximum. 3.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen, voor de voorgevelrooilijn bedraagt maximaal 1 m; b. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen, achter de voorgevelrooilijn bedraagt maximaal 2 m; c. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten bedraagt maximaal 12 m; d. de bouwhoogte voor bouwwerken voor mestopslag bedraagt maximaal 6 m; e. de bouwhoogte van silo’s bedraagt maximaal 20m; f.

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak bedraagt maximaal 4 m; g. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak bedraagt maximaal 1,5 m.

3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Parkeren Het parkeren ten behoeve van de bestemming dient plaats te vinden binnen het erf. 3.4.2 Geoorloofd gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval niet gerekend een aan huis verbonden beroep- of bedrijfsactiviteit, mits: a. ten hoogste 30oZo van de oppervlakte van een woonhuis of de woning binnen een woongebouw en ten hoogste 60o7o van de toegelaten oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte per woning niet meer dan 75 m2 bedraagt; b. de uitstraling van de woning intact blijft; c. het gebruik geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; d. het gebruik geen onevenredig nadelige gevolgen heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; e. het parkeren ten behoeve van het gebruik binnen het bestemmingsvlak op eigen terrein plaatsvindt; f. geen detailhandel wordt uitgeoefend; g. de activiteit uitsluitend door de bewoner(s) wordt uitgeoefend;

10

Regels bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

h.

in geval van een bedrijfsactiviteit, het een activiteit betreft die genoemd is in Bijlage 1 Lijst van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten.

3.4.3 Voorwaardelijke verplichting erfsingeí a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 3.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, zonder de aanplant en instandhouding van een erfsingel conform het voor IJzerpad 17 in Bijlage 2 opgenomen landschappelijk inpassingsplan, met bijbehorende inrichtingstekening. 3.4.4 Strijdig gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het ophogen van gronden ten behoeve van het gebruik van gronden voor permanente bollenteelt. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Ander gebruik agrarische bedrijfsbebouwing Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 3.1, ten behoeve van het gebruiken van bestaande agrarische bedrijfsgebouwen binnen een bouwvlak en uitsluitend als tweede tak, voor het volgende niet-agrarisch gebruik: a. loonwerk- en veehandelbedrijven; b. het bieden van overnachtingsmogelijkheden, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 100 m2; c. horeca ten dienste van extensieve openluchtrecreatie, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 100 m2; d. educatief centrum gericht op de landbouw en/of natuur; e. opslag en stalling van caravans, campers en boten e.d.; f. kunstnijverheid, ateliers en musea; g.

(kinder)dagopvang, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 100 m2; en h. detailhandel gerelateerd aan het onder c en f genoemde ander gebruik tot een maximale verkoopvloeroppervlakte van 100 m2. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning dienen de volgende bepalingen in acht te worden genomen: 1. de nevenactiviteit mag op ten hoogste 200Zo van het erf plaatsvinden met een maximum vloeroppervlakte van 2.000 m2, 2. de agrarische functie van aangrenzende, niet bij het bedrijf behorende gronden en bebouwing mag niet onevenredig worden belemmerd, 3. in vergelijking met het agrarisch gebruik mag geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvinden, 4. het parkeren behorende bij het andere gebruik dient binnen het bouwvlak op eigen terrein plaats te vinden, 5. er mag geen opslag van goederen, behorende bij het andere gebruik, in de open lucht plaatsvinden.

11

Regels bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

12

Regels bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

Hoofdstuk 3 Algemene regels ARTIKEL 4 ANTI-DUBBELTELREGEL Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. ARTIKEL 5 ALGEMENE GEBRUIKSREGELS 5.1 Strijdig gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of laten gebruiken: a. als seksinrichting; b. vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woonruimte; c. van gronden en gebouwen voor de uitoefening van detailhandel, behoudens als ondergeschikte nevenactiviteit, in ter plaatse van voortgebrachten producten en/of in AGF (aardappelen, groente en fruit); d. als stand- of ligplaats van kampeermiddelen, behalve ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kamperen', demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor detailhandel in etenswaren en/of dranken, en andere onderkomens; e. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; f. de omzetting dan wel verkamering van zelfstandige woonruimte in kleinschaliger wonen dan wel onzelfstandige woonruimte.

ARTIKEL 6 ALGEMENE AFWIJKINGSREGELS 6.1 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. het bouwen van niet voor bewoning bestemde bebouwing ten behoeve van nutsvoorzieningen, mits de goothoogte nier meer dan 3 m en de inhoud niet meer dan 50 m3 bedraagt; b. een afwijking van de grens of richting van paden en waterlopen en ligging van bouwgrenzen en grenzen van bouwvlakken en aanduidingen, mits wordt aangetoond dat de afwijking noodzakelijk is voor de aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein; voorts geldt dat de afwijking niet meer mag bedragen dan 5 m ten opzichte van hetgeen is aangegeven; c. een afwijking van de bepalingen ten aanzien van maten en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 100Zo van de in het plan aangegeven maten en percentages; een en ander geldt niet met betrekking tot de inhoud van de bedrijfswoning en de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken.

ARTIKEL 7 OVERIGE REGELS 7.1 Werking wettelijke regelingen

13

Regels bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van dit plan.

14

Regels bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels ARTIKEL 8 OVERGANGSRECHT 8.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 8.2 Afwijken Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 8.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 8.1 met maximaal 10o7o. 8.3 Uitzonderingen op het overgangsrecht bouwwerken Lid 8.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 8.4 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

8.5 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 8.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 8.6 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 8.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 8.7 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Lid 8.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. ARTIKEL 9 SLOTREGEL Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’.

15

Regels bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

Hoofdstuk 5 Bijlagen BIJLAGE 1: BIJLAGE 2:

16

LIJST VAN AAN HUIS VERBONDEN BEDRIJFSACTIVITEITEN. LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Regels bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

CO

h"ft

LO

05 h-

64, 65, 66 64, 65, 66 1 41, 68 1 41, 68

'

1

1

' o

' <

' <

' <

CM CM CM CM CM

CO CO

h- h-

o o CM CM CO CO h- h-~ h- h- h-

o o o o o o

8VVA39 o O o O o o o o o o o o

o O o o o O o o o o o O o o

o o o o o o o o o o o o

o o o o o o o o o o o o

CM

h-

CM

o co co h- O) O)

10

D |

D

CL

'

c

'

co O)

9602

O 10

CL

1

Overige zakelijke dienstverlening: kantoren İ0VERIGE DIENSTVERLENING |Kappersbed rijven en schoonheidsinstituter (Persoonlijke dienstverlening n.e.g

'

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING

CL

63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82

CL

63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82

INDICES

CL

1

'

52241

CM

1

'

CL

6096

CM co h-~ CM CM CM CM CM CM CO CM CM CM CM LO LO co

co

CM

CL

|9305

CO 5 lO LO

c

6311,1 [633 |65, 66, 67 |65, 66, 67

jetuumu ' O

[952

AFSTANDEN IN METERS

o O o

dOlS

1814

yndD

ŪNVlSdV 31S100B0

aimao

1

İUITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA |Uitgeverijen (kantoren' |Grafische afwerking |Reproduktiebedrijven opgenomen mediĉ IDETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN |Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen (DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER |Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. zeeschepen (Reisorganisaties IFINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN |Banken, verzekeringsbedrijven, beurzer IVERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED |Verhuur van en handel in onroerend goec (COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE (Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d |SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK (Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoel

İOMSCHRIJVING

CL

1

SBI-2008

I

SBI-1993 ŭĵĵ^ŭĵa

o t

|

I

Lijst van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten

lAIBOOa iHom

naansiA

CM

CL CL

amooaivo

CÛ

Legenda bestaande gebouwen terreinverharding greppels/sloten Í& overige wateren bouwvlak bestaande beplanting buiten perceel bestaande beplanting binnen perceel nieuwe beplanting binnen perceel

Houtwal Driehoeksverband, plantafstand 1,5x1,5m Bomen, soorten gelijkmatig verdeeld zomereik winterlinde gewone esdoorn zwarte els iep (soort resistent voor iepenziekte) veldesdoorn beuk Struiken 200Zo vogelkers 200Zo kardinaalmuts 200Zo hazelaar 200Zo gelderse roos 20Z vuilboom

Situatie Kad. gemeente: Noordoostpolder Sectie: F nr: 3073 Schaal: 1:1000

project:

houtwal bomen, plantafstand 5 meter 11 stuks

opdrachtgever:

MATEN IN HET WERK TE CONTROLEREN

Erfincassingsplan Locatie: Ijzerpad 17, te Rutten Insectenhouderij Verkaik Ijzerpad 17 8313 PJ Rutten

fase: onderdeel:

Situatie

r Ą agrifirm pk

exlan

datum:

15-03-2023

A:

B:

C:

D:

E:

F:

status:

Definitief

getekend:

C. Hosebokm

schaal:

1:1000

formaat:

A3

projectnr.:

EX.22.1386

projectleider:

B. Kolkman

tekeningnr.:

S-00

agrifirm

Toelichting bestemmingsplan Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten

Colofon Toelichting bestemmingsplan Projectnummer: EX.22.1386 Versie: Ontwerp Datum: 5 december 2023

Opdrachtgever Insectenhouderij Verkaik IJzerpad 17 8313 PJ Rutten

Locatie IJzerpad 17 te Rutten

Opdrachtnemer: Agrifirm NWE B.V. Noordeinde 31 7941 AS Meppel

Postbus 1033 7940 KA Meppel

Projectleider B. Kolkman T: 06 13 80 08 29 E: b.kolkman@agrifirm.com Uitvoering K. Bruggink T: 06 10 25 54 96 E: k.bruggink@.agrifirm.com

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM NWE B.V.

2

Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding.....................................................................................4 1.1

Algemeen...................................................................................4

1.2

Aanleiding en doel.....................................................................4

1.3

Ligging en begrenzing plangebied.......................................... 4

1.4

Leeswijzer...................................................................................5

Hoofdstuk 2. Beschrijving van het plan...................................................... 6 2.1

Bestaande situatie plangebied.................................................6

2.2

Beschrijving plan..................................................................... 7

Hoofdstuk 3. Beleidskader............................................................................ 8 3.1

Rijksbeleid..................................................................................8

3.2

Provinciaal beleid...................................................................... 9

3.3

Gemeentelijk beleid.................................................................11

Hoofdstuk 4. Planologische en milieukundige aspecten...................... 14 4.1

Natuur....................................................................................... 14

4.2

Luchtkwaliteit ........................................................................... 14

4.3

Bodem ...................................................................................... 15

4.4

Externe veiligheid.................................................................... 16

4.5

Milieuzonering......................................................................... 17

4.6

Archeologie en cultuurhistorie ................................................19

4.7

Verkeer en infrastructuur........................................................ 21

4.8

Water........................................................................................21

4.9

Vormvrije mer-beoordeling.....................................................23

Hoofdstuk 5. Uitvoerbaarheid.....................................................................25 5.1

Economische uitvoerbaarheid............................................... 25

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid......................................... 25

Hoofdstuk 6. Juridische aspecten............................................................. 26 6.1

Standaardisering en digitalisering......................................... 26

6.2

Opzet planregels.....................................................................26

6.3

Verantwoording planregels.....................................................27

Bijlagen........................................................................................................... 28

3

Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1

Algemeen De voorliggende toelichting van het bestemmingsplan heeft betrekking op bedrijfsverandering naar een insectenhouderij (meelwormen) op de locatie IJzerpad 17 te Rutten. Initiatiefnemer is voornemens om meelwormen te gaan kweken in de bestaande bebouwing. Tevens wordt een deel van de bestaande bebouwing verhuurd aan een akkerbouwer en een bollenkweker voor opslag van agrarische producten. Door de bollenkweker worden tevens bollen gespoeld. De gemeente Noordoostpolder heeft voor de voorziene ontwikkeling een positieve grondhouding aangenomen middels de positieve principe-uitspraak van 11 april 2022. Om de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan te beoordelen is onderhavige toelichting opgesteld.

1.2

Aanleiding en doel Initiatiefnemer is voornemens om op bovengenoemde locatie een insectenhouderij(meelwormen) te starten in de bestaande bebouwing. Het kweken van meelwormen is momenteel nog niet opgenomen in het bestemmingsplan als toegestane bedrijfsactiviteit. De gemeente komt in haar reactie op het principeverzoek tot de conclusie dat insectenkweek een innovatieve en duurzame ontwikkeling is die een goede invulling geeft aan een agrarisch erf.

1.3

Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied betreft de locatie IJzerpad 17 en is gelegen ten westen van de kern van Rutten in de gemeente Noordoostpolder. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Noordoostpolder, sectie F, nummer 3073.

4

Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

Figuur 1: Luchtfoto locatie IJzerpad 17

1.4

Leeswijzer De toelichting is opgebouwd uit een vijftal hoofdstukken en enkele bijlagen. Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 ‘Beschrijving van het plan’, dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en de gewenste situatie binnen het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het van toepassing op dit plan zijnde beleid weergegeven en het plan wordt hieraan getoetst. In hoofdstuk 4 worden de planologische en milieukundige aspecten welke betrekking hebben op dit plan uitgewerkt. In het laatste hoofdstuk van dit plan wordt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit plan behandeld.

5

Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

Hoofdstuk 2. Beschrijving van het plan 2.1

Bestaande situatie plangebied Binnen het plangebied aan het IJzerpad 17 zijn twee gebouwen aanwezig, waaronder één bedrijfsgebouw en één bedrijfswoning. Daarnaast bestaat het agrarische bedrijfsperceel uit een spoelbassin, tuin en verhardingen in de vorm van een oprit en manoeuvreerruimte. Een deel van de huidige bebouwing verhuurd voor opslag van agrarische producten. Deze huurder maakt ook gebruik van het spoelbassin. De planlocatie aan het IJzerpad 17 te Rutten ligt binnen de beheersverordening ‘Landelijk gebied’. In deze beheersverordening wordt het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2004’ van de gemeente Noordoostpolder van toepassing verklaard. De locatie heeft de bestemming ‘agrarisch gebied’. Tevens is een bebouwingsvlak toegekend. Ter plaatse van deze gronden is een grondgebonden agrarisch bedrijf toegestaan. Het kweken van meelwormen is momenteel nog niet opgenomen in het bestemmingsplan als toegestane bedrijfsactiviteit. Middels onderhavig plan wordt het kweken van meelwormen op deze locatie toegestaan door het toevoegen van een aanduiding ‘insectenkwekerij’ op de plankaart behorend bij het bestemmingsplan.

Figuur 2: Huidige situatie locatie IJzerpad 17

6

Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

2.2

Beschrijving plan Initiatiefnemer is voornemens om in de bestaande bebouwing een insectenhouderij(meelwormen) te realiseren. Op de planlocatie zullen meelwormen worden gehouden. Het plan voorziet naast de kweek van meelwormen ook op de hygiënisatie, verwerking en verpakking van de insecten. Tevens blijft een deel van de huidige bebouwing verhuurd voor opslag van agrarische producten. Deze huurder maakt ook gebruik van het spoelbassin. De geplande activiteiten vinden inpandig plaats. Het erf wordt echter uitgebreid omdat ten behoeve van de landschappelijke inpassing de erfsingel om het spoelbassin wordt gelegd. De bouwmogelijkheid blijft wel gelijk. Zie figuur 3 voor de gewenste situatie.

7

Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

Hoofdstuk 3. Beleidskader Bij elke ruimtelijk ontwikkeling dient getoetst te worden aan het vigerende beleid ter plaatse. Hieronder wordt uitsluitend ingegaan op het beleid dat relevant is voor dit plan.

3.1

Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie is vastgesteld op 11 september 2020 en hangt samen met de Omgevingswet. De NOVI vervangt Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De NOVI gaat in op de uitdagingen die van invloed zijn op een duurzame fysieke leefomgeving. De NOVI richt zich op de hoofdzaken van het beleid en biedt een langetermijnvisie op de toekomst met behulp van een integrale aanpak voor de leefomgeving. De langetermijnvisie van de NOVI richt zich op nationale belangen zoals weergegeven in 4 prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De NOVI bevat de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren beleid en geen specifieke regels voor onderhavig initiatief. De prioriteiten die zijn opgenomen in de NOVI zijn vertaald in provinciaal en gemeentelijk beleid. Onderhavig plan bevat geen ontwikkelingen waarbij de nationale belangen in het geding komen daar de inhoudelijke keuzes in regionaal overleg worden gemaakt. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de NOVI geen belemmering vormt voor onderhavig plan. 3.1.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 1 oktober 2012 is aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), waarin rijksregels ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van Nederland zijn verzameld, een aantal onderwerpen toegevoegd. Het gaat onder andere om de Ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond Rijksvaarwegen. Conclusie Het Barro bevat geen relevante regels die invloed uitoefenen op het onderhavige plan. 3.1.3. Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.

Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond.

8

Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

Conclusie In het onderhavige plan is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.

Provinciaal beleid

3.2

3.2.1. Omgevingsvisie Flevoland - FíevoíandStraks Op 8 november 2017 is de Omgevingsvisie Flevoland - FlevolandStraks van de provincie Flevoland vastgesteld. Er zijn sindsdien meerdere wijzigingen omgevingsprogramma’s vastgesteld. Deze structuurvisie bevat de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van het gebied. De visie gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor Flevoland liggen en welke ambities we hebben voor de toekomst. Het bijzondere verleden van de jongste provincie van Nederland vormt de basis van de visie. De omgevingsvisie bevat drie kernopgaven: » Het verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), » Krachtige samenleving (sociaal-economische omgeving), » Ruimte voor initiatief (bestuurlijk omgeving). Hierin wordt beschreven dat Flevoland van oorsprong een landbouwprovincie is en dat ontwikkelingen in deze sector een groot aanpassingsvermogen vragen. Omdat de agrosector van wereldformaat is, wil Flevoland ervoor zorgen dat de fysieke en beleidsmatige omstandigheden goed zijn en blijven. De visie omschrijft vier strategische opgaven voor Flevoland: » Duurzame energie » Regionale kracht » Circulaire economie » Landbouw: meerdere smaken Onderhavig plan past binnen de laatste strategische opgave. Flevoland is van oorsprong een landbouwprovincie. Er is veel diversiteit in soorten landbouw binnen de provincie.

In Flevoland vinden nieuwe ontwikkelingen, bedrijfsvormen, technieken en kennis de weg naar de praktijk. Vernieuwing en innovaties zijn belangrijk. Vooruitstrevende ondernemers worden ondersteunt. Dit past binnen de strategie voor de landbouw in Flevoland: » De agro-innovatiemotor. Vernieuwingen en innovaties worden gefaciliteerd. » Ideale en duurzame condities voor vernieuwing in de agrosector worden gestimuleerd. De Omgevingsvisie Flevoland staat niet in de weg aan de ontwikkelingen van onderhavig plan. Het onderhavige plan voor een nog relatief onbekende vorm van landbouw in deze provincie wordt gestimuleerd op basis van de agro-innovatiemotor en het faciliteren van duurzame initiatieven. In de provincie kunnen meerdere soorten landbouw plaatsvinden. Een meelwormenkwekerij is een innovatieve vorm van landbouw die past binnen de omgevingsvisie. Het plan is daarmee in overeenstemming met de omgevingsvisie.

9

Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

3.2.2. Omgevingsprogramma Flevoland Op 27 februari 2019 is het Omgevingsprogramma Flevoland vastgesteld. Het Omgevingsprogramma is een verdere uitwerking van wat de provincie belangrijk vindt en wil doen om te zorgen voor een goede leefomgeving. Hierin staat beschreven wat het te voeren beleid is en welke maatregelen of acties genomen worden om de doelstellingen te kunnen bereiken. Landelijk gebied Het landelijk gebied moet vitaal blijven. Ook in Flevoland is sprake van verdergaande schaalvergroting en herstructurering van de landbouw. De provincie wil agrarische bedrijvigheid die zich in de eerste plaats richt op duurzame productie en verwerking van landbouwproducten optimale ontwikkelingskansen geven. Bovendien wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied om het economisch draagvlak te verbreden en deze te verweven met de bestaande landbouwfunctie. Er moet worden voldaan aan een goede ruimtelijke ordening, waaronder een landschappelijke inpassing en een goede verkeersafwikkeling. Voor onderhavig plan is onder meer artikel 1.2.1.1 ‘vrijkomende agrarische erven’ van belang. In onderhavig plan wordt een voormalige agrarische bedrijfslocatie ingezet voor het realiseren van een insectenkwekerij. Door ruimte te bieden voor invulling van vrijkomende agrarische bebouwing wil de provincie de unieke structuur van Flevoland behouden.

Een landschappelijk inpassingsplan is opgesteld en opgenomen als bijlage. De verkeersafwikkeling is beschreven in hoofdstuk 4. Tevens wil de provincie om het economisch draagvlak te verbreden ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied en deze verweven met de bestaande landbouwfunctie. Een insectenkwekerij is een nieuwe functie in het landelijk gebied dat goed aansluit bij de huidige agrarische invulling. Daarmee is het plan in overeenstemming met het Omgevingsprogramma Flevoland. 3.2.3. Beleidsregel kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied De beleidsregel 'kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied', vastgesteld op 17 juni 2008, biedt het kader voor verschillende ontwikkelingen in het landelijk gebied. De provincie wil verdere ontwikkeling van de landbouw stimuleren zodat het landelijk gebied vitaal en duurzaam blijft. Zij vindt het daarom van belang meer ruimte te bieden aan nieuwe agrarisch aanverwante (maar ook niet- agrarische functies) en de mogelijkheid te bieden om (voormalige) agrarische bouwpercelen te vergroten. Dit zonder dat de reeds in het landelijk gebied aanwezige activiteiten en functies gehinderd worden of dat het landelijk gebied verstedelijkt. Van belang is dat de bedrijfsactiviteiten en de percelen landschappelijk en verkeerskundig goed worden ingepast.

Een landschappelijk inpassingsplan is opgesteld en opgenomen als bijlage. De verkeersafwikkeling is beschreven in hoofdstuk 4. In onderhavig plan worden de aanwezige activtieiten en functies in het landelijk gebied niet gehinderd. Tevens vindt geen verstedelijking plaats doordat er geen nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd. een meelwormenkwekerij past binnen een nieuwe agrarische functie waar de provincie ruimte aan wil bieden. Het onderhavige plan past daarmee in deze beleidsregel.

10

Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

3.2.4. Omgevingsverordening Provincie Flevoland De omgevingsvisie FlevolandStraks is omgezet in regels in de provinciale Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening zijn alle regels vastgelegd die de provincie hanteert op het gebied van onder andere wegen, water, milieu, bodem, natuur, wonen en ruimte. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie)regels voor andere overheden. Landbouw is een provinciaal belang. De provinciale belangen zijn verwoord in het Omgevingsprogramma Flevoland, hierboven beschreven. Onder landbouw wordt begrepen het behouden van bestaande landbouw en de ontwikkelingsmogelijkheden daarvoor. Hoofdstuk 7 van de verordening over Natuurnetwerk Nederland (NNN) is van belang. In het bijzonder artikel 7.5 (bescherming) is relevant: 1. Een ruimtelijk plan of besluit, voor zover het betrekking heeft op een gebied binnen of nabij de aangewezen het Natuurnetwerk Nederland: a. strekt mede tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied; b.

maakt activiteiten alleen mogelijk als die ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze titel van de verordening geldende bestemmingsplan, mits die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. 2. Voor zover een bestemmingsplan strijdig is met de bescherming en de mogelijkheden bedoeld in het eerste lid stelt de gemeenteraad binnen drie jaar na het inwerkingtreden van deze titel dat plan opnieuw vast met inachtneming van de bepalingen in het eerste lid. Het dichtstbijzijnde gebied behorend tot het NNN is de verbindingszone Lemstervaart op ruim 6 kilometer afstand. Naar verwachting veroorzaakt dit plan geen negatieve effecten op dit gebied behorend tot het NNN. In geval van voorgenomen ontwikkeling vormt de omgevingsverordening geen belemmering.

3.3

Gemeentelijk beleid 3.3.1. Beheersverordening ‘Landelijk gebied’ Het plangebied aan het IJzerpad 17 is gelegen binnen de beheersverordening ‘Landelijk gebied’. In deze beheersverordening wordt het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2004’ van de gemeente Noordoostpolder van toepassing verklaard. De locatie heeft de bestemming ‘agrarisch gebied’. Tevens is een bebouwingsvlak toegekend, zie figuur 4.

11

Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

Figuur 4: Uitsnede plankaart bestemmingsplan IJzerpad 17 (bron:www.mimtelijkeplannen.nl)

Het perceel heeft de bestemming ‘Agrarisch gebied’. Ter plaatse van deze gronden is een grondgebonden agrarisch bedrijf toegestaan. Het kweken van insecten valt niet onder de definitie van grondgebonden agrarisch bedrijvigheid. Tevens behoort het niet onder de noemer intensieve veehouderij omdat meelwormen niet zijn aan te merken als vee. Het bestemmingsplan bevat geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheden of wijzigingsbevoegdheden die het kweken van insecten mogelijk maken. 3.3.2. Structuurvisie ‘Noordoostpolder 2025’ De structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie. Zij beschrijft de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten en kijkt daarbij vooruit naar 2025. De visie heeft als doel verschillende belangen, zoals voor het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen en hieruit een integrale ontwikkelingsrichting te bepalen voor de periode tot 2025. De 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025' is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en de leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder. Er wordt een beeld geschetst van zowel de samenleving als van de ruimtelijke omgeving van de gemeente.

In de visie wordt er gestuurd op ruimtelijke structuren: waar kan iets gebeuren, op welke manier, op welk moment en waarom? Daarbij gaat het er nadrukkelijk om een helder kader te geven voor initiatieven van burgers en ondernemers. In het kader van de structuurvisie ligt het perceel aan het IJzerpad 17 in de Noordwestrand. Deze zone tussen de dijkzone en de dorpenringweg wordt gekenmerkt door haaks op de vorm van de polderrand gelegen wegen, met daaraan gekoppeld een relatief dicht patroon van clusters van vier erven. In deze noordwestrand kan door het versterken van de laanbeplantingen langs de wegen haaks op de polderrand deze kenmerkende richting van

12

Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

het landschap worden versterkt. Ook de mogelijke uitbreiding van de erven kan hieraan bijdragen. Zo behoudt dit gebied zijn open agrarische karakter met daar doorheen relatief beschutte routes. De structuurvisie ‘Noordoostpolder 2025’ houdt geen rekening met insectenkweek. Wel bevat de visie een ambitie voor een innovatieve landbouwsector. Het kweken van insecten is aan te merken als een vorm van landbouw waarbij het een innovatieve en duurzame ontwikkeling is in het landelijk gebied. Middels landschappelijke inpassing wordt voldaan aan de landschappelijke kenmerken van de zone Noordwestrand zoals omschreven in de structuurvisie. Een beplantingsplan is opgesteld evenals een inrichtingstekening met nieuwe erfsingel.

13

Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

Hoofdstuk 4. Planologische en milieukundige aspecten 4.1

Natuur Per 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De nieuwe Wet natuurbescherming (Natuurwet) voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. Er wordt beter aangesloten op de Europese regelgeving en er wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen soorten die Europees beschermd zijn en nationaal beschermde soorten. De Wet natuurbescherming is, door de samenvoeging van de wetten, zowel gericht op de gebiedsbescherming als de soortenbescherming. 4.1.1. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bepaalt dat nieuwe of uitbreidingen van bestaande economische activiteiten moeten worden getoetst op hun effect op de Natura 2000gebieden. De locatie is gelegen op een afstand van circa 1,3 kilometer van het Natura-2000 gebied ‘IJsselmeer’. Gezien de zeer geringe stikstofuitstoot van het bedrijf van initiatiefnemer vormt dit geen probleem. Ter onderbouwing is een AERIUS berekening uitgevoerd en opgenomen als bijlage. 4.1.2.

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor ‘andere soorten’, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. In onderhavig plan wordt de bedrijfsbebouwing niet uitgebreid en de bedrijvigheid vindt inpandig plaats. Het voornemen heeft naar verwachting geen negatief effect op de staat van instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Om die reden wordt een flora en fauna onderzoek niet noodzakelijk geacht. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect natuur geen belemmeringen zijn voor de realisatie van onderhavig plan.

4.2

Luchtkwaliteit Hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van een project moet onderzocht worden of het effect relevant is voor de luchtkwaliteit. Hierbij moet aannemelijk gemaakt worden, dat luchtkwaliteit voldoet aan gestelde grenswaarden.

14

Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

‘Niet In Betekenende Mate’ In het kader van vereenvoudiging van regelgeving is de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM. De nieuwe regels maken onderscheid in projecten die wel en ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Als een project NIBM aan de luchtkwaliteit bijdraagt, hoeft geen uitgebreid luchtonderzoek meer uitgevoerd te worden. Luchtverontreiniging als gevolg van toename van verkeersbewegingen In het besluit zijn enkele projecten opgenomen (woningbouw, kantoorlocaties, etc.). Agrarische bedrijven zijn niet opgenomen in de categorieën die automatisch NIBM zijn. Conform de NIBM-tool van Rijkswaterstaat worden de grenswaarden pas overschreden indien een project meer dan 1.409 motorvoertuigbewegingen per dag genereert. In het onderhavige plan wordt meelwormenkwekerij opgezet. Het plan heeft geen significante toename aan verkeerbewegingen tot gevolg. Er kan derhalve gesteld worden dat het onderhavige plan, wat betreft motorvoertuigbewegingen, ‘Niet In Betekende Mate’ bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen 1409 (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer 0,0oZo Maximale bijdrage extra verkeer NO2 in ^g/m3 1,20 PM10 in ^g/m3 0,30 Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in ^g/m3

1,2

Conclusie: De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; Geen nader onderzoek nodig Tabel 1: Bijdrage extra verkeer op luchtkwaliteit.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor onderhavig plan.

4.3

Bodem Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe ontwikkelingen in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico’s voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Het onderhavig projectgebied wordt niet aangepast en er wordt geen bebouwing toegevoegd. Tevens is de locatie reeds in gebruik met een agrarische functie. In het kader van de ruimtelijke procedure is een bodemonderzoek niet noodzakelijk.

15

Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

Op basis van het Bouwbesluit dient een onderzoek te worden uitgevoerd indien een gebouw wordt gerealiseerd waarin mensen gaan verblijven. Een algemeen aanvaarde richtlijn is echter dat geen onderzoek uitgevoerd hoeft te worden indien geen verblijfplaats wordt gerealiseerd waar langer dan 2 uur per dag mensen verblijven. Er wordt geen nieuw bedrijfsgebouw gerealiseerd. Een bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie Zowel in het kader van de ruimtelijke procedure als in het kader van het Bouwbesluit is een bodemonderzoek niet noodzakelijk. Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.

4.4

Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s binnen het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op 2 maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm).

Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het Plaatsgebonden risico wordt gedefinieerd als "de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit". Het gebouw waar de meelwormen in zullen worden gekweekt wordt niet aangemerkt als kwetsbaar object omdat personen hier doorgaans geen langere tijd verblijven en er tevens geen grote groepen mensen bijeenkomen. Voor beperkt wetsbare objecten geldt een richtwaarde van PR 10-6 contour waaraan wordt voldaan. (Beperkt) kwetsbare objecten en risicovolle activiteiten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt)

16

Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants, zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Tevens moet, in het kader van het plan, bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan. Op basis van de risicokaart (Atlas Leefomgeving) kan geconcludeerd worden dat er geen (beperkt) kwetsbare objecten of risicovolle activiteiten in de nabijheid van de planlocatie bevinden. Plangebied De risicokaart is geraadpleegd en er zijn geen risico’s gevonden voor zowel de (nabije) omgeving als de planlocatie.

Figuur 5: Uitsnede risicokaart (bron: Atlas Leefomgeving)

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor dit plan.

4.5

Milieuzonering Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand.

17

Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

GELUID

100

0

30

»

C

10

100

CATEGORIE

STOF

- maden, wormen e.d.

GROOTSTE AFSTAND

AFSTANDEN IN METERS

GEVAAR

OMSCHRIJV ING

GEUR

4.5.1 Gebiedstypen In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Onderhavig plangebied behoort tot omgevingstype ; gemengd gebied’. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNGuitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap verkleind worden.

3.2

Tabel 2: Afstanden VNG

In de VNG wordt het kweken van meelwormen niet specifiek benoemd. Onderhavig plan wordt geschaard onder de categorie ‘fokken en houden van overige dieren - maden, wormen e.d.’, zie tabel 2. 4.5.2 Plangebied De interne en externe werking is onderzocht. Bij externe werking gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Bij de interne werking gaat het om de vraag of nieuwe functie(s) binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie(s) de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. Het bedrijf betreft geen milieugevoelige functie. 4.5.2.1 Externe werking Geluid De projectlocatie is gelegen in een gebied met agrarisch activiteit en woonhuizen. Daarnaast bevinden zich rond de locatie geen snelwegen of veel geluid producerende bedrijven in de directe omgeving. Op de planlocatie is reeds een bewaarloods en spoelbassin gerealiseerd. Er wordt niet bijgebouwd. Er kan worden aangenomen dat het akoestisch klimaat bij de bestaande geluidsgevoelige bestemmingen voldoende is en blijft.

De transportbewegingen vinden zoveel mogelijk plaats in de dagperiode tussen 7:00 en 19:00. Er kan worden aangenomen dat het akoestisch klimaat bij de bestaande geluidsgevoelige bestemmingen voldoende is en blijft. Tijdens de avondperiode, tussen 19.00 en 22.00, zullen er beperkte bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Enige activiteit vindt inde gebouwen plaats waardoor geluidsoverlast nihil is. De richtafstand voor geluid is 30 meter. Omdat het een ‘gemengd gebied’ betreft is de afstand 10 meter. Ten opzichte van de naastgelegen bedrijfswoning kan voldaan worden aan deze richtafstand. Nader akoestisch onderzoek is dus niet nodig.

18

Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, IJzerpad 17 te Rutten’

Geur Bij het kweken van insecten komt geur vrij. Deze geur zal voor het grootste deel afkomen van de voedingsbodems waar de insecten op gekweekt worden. De meelwormen zullen worden gehouden in de reeds bestaande klimaatcellen. In de huidige situatie worden deze gebruikt voor de opslag van bloembollen. Deze ruimtes kunnen volledig klimaat gereguleerd worden. Deze klimaat installatie stuurt tevens de luchtcirculatie- en zuivering waardoor geur wordt geneutraliseerd. De insectenmest zal middels een installatie voor hygienisering worden verwerkt en verpakt waardoor bij afvoer van de mest geen geuroverlast kan ontstaan. De richtafstanden ten opzichte van gevoelige functies is voor wat betreft geur 100 meter. Bij ‘gemengd gebied’ wordt dit teruggebracht tot 50 meter. Binnen een richtafstand van 50 meter, van de buitenzijde van de bedrijfsschuur tot de buitenzijde van het dichtstbijzijnde geurgevoelige object, is de woning van de buren gelegen. Echter bevinden zich binnen de richtafstand van 50 meter geen ventilatieopeningen en dus geen emissiepunten. De dichtstbijzijnde ventilatieopening bevindt zich op een afstand van circa 75 meter. Aanvullend geuronderzoek is uitgevoerd om de eventuele invloeden te beoordelen. Dit rapport is toegevoegd als bijlage. 4.5.3 Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2116/documents/37117