8.1 Bestemmingsplan Ens, Oost - fase 3.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Ens, Oost – fase 3
Augustus 2025
Vastgesteld
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld
BESTEMMINGSPLAN “ENS, OOST – FASE 3”
Plan:
Ens, Oost – fase 3
Plantype:
Bestemmingsplan
IMRO-nummer: NL.IMRO.0171.BP00744-VS02 Status:
Vastgesteld
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld
Toelichting Bij besluit van 30 september 2024 heeft de gemeenteraad van Noordoostpolder het bestemmingsplan ‘Ens, Oost – fase 3’ vastgesteld. Tegen dit besluit is beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). Op 9 juli 2025 heeft de Afdeling uitspraak gedaan over het ingestelde beroep (zaaknr. 202406512/4/R1 en ECLI:NL:RVS:2025:3128). Het beroep is niet-ontvankelijk en gegrond verklaard. De uitspraak is opgenomen als bijlage 13 bij de plantoelichting. Vanwege het gegrond verklaarde beroep heeft de Afdeling de gemeenteraad opgedragen een geconstateerd gebrek in het bestemmingsplan binnen 16 weken na verzending van de uitspraak te herstellen. Het gebrek staat beschreven in overweging 4.1 van de hiervoor genoemde uitspraak (zaaknr. 202406512/4/R1 en ECLI:NL:RVS:2025:3128). Om het geconstateerde gebrek te herstellen is het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. Het gebrek is hersteld door vijf meter rondom het perceel aan de Zuiderringweg 3-1 (noord- en westzijde) de woonbestemming te wijzigen in een groenbestemming. Aanvullend is in een vijf meter brede strook rondom het voorgenoemde perceel de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding uitgesloten – bouwwerken’ opgenomen. Deze aanduiding is opgenomen ten oosten, noorden en westen van het betreffende perceel.
In de regels is bepaald dat ter plaatse van deze aanduiding het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet is toegestaan. Hiervoor is sublid 4.2.1 onder d toegevoegd aan de regels. Met voorgenoemde wijziging in het bestemmingsplan is beoogd een bebouwingsvrije strook rondom het perceel aan de Zuiderringweg 3-1 te borgen teneinde het geconstateerde gebrek te herstellen. Door het borgen van een bebouwingsvrije zone wordt onderhoud van de bomen langs de erfgrens Zuiderringweg 3-1 gefaciliteerd. Door het realiseren van de vijf meter groenstrook rondom het erf Zuiderringweg 3-1 is de woonbestemming die grenst aan het voorgenoemde erf verschoven. Hierdoor blijft de uitgeefbare grond in oppervlakte gelijk en komt de financiële uitvoerbaarheid van het plan niet in het geding. Hierdoor is het tevens noodzakelijk om het groen rondom de rug aan rug woningen te verkleinen. Om toch een kwalitatieve woonomgeving te realiseren is het noordelijke blok rug-aan-rug-woningen bijgedraaid en meer parallel aan de Drietorensweg komen te staan.
Met de voorliggende onherroepelijke versie van het bestemmingsplan is uitvoering gegeven aan de opdracht van de Afdeling. In de toelichting van het plan zijn geen aanpassingen gedaan. De plantoelichting maakt namelijk juridisch gezien geen deel uit van het plan en komt daaraan geen bindende betekenis toe.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIG PLANOLOGISCHE REGIME .................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 9 2.1 2.2
RUIMTELIJKE ONTSTAANSGESCHIEDENIS............................................................................................................ 9 HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED EN OMGEVING ................................................................................................. 10
HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 11 3.1 3.2 3.3
GEWENSTE SITUATIE ................................................................................................................................... 11 VERKEER & PARKEREN ................................................................................................................................ 13 BEELDKWALITEIT ........................................................................................................................................ 14
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 15 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 15 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 19 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 25
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 31 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10
GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 31 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 32 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 33 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 34 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 35 GEUR ...................................................................................................................................................... 38 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 39 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 41 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ..............................................................................................................
45 SPUITZONES GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN................................................................................................. 46
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 48 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
ALGEMEEN ............................................................................................................................................... 48 PROCES VAN DE WATERTOETS ...................................................................................................................... 48 WET- EN REGELGEVING EN BELEID WATER ....................................................................................................... 48 BESCHRIJVING VAN HET WATERSYSTEEM ......................................................................................................... 50 CONCLUSIE ............................................................................................................................................... 53
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 54 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 54 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 54 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 55
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 58 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 59 9.1 9.2
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 59 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 59
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 60 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11 BIJLAGE 12 BIJLAGE 13
BEELDKWALITEITSPLAN ....................................................................................................................... 60 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 61 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 62 AERIUS-BEREKENING......................................................................................................................... 63 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ............................................................................................................... 64 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK............................................................................................................... 65 AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING ................................................................................ 66 STANDAARD WATERPARAGRAAF ........................................................................................................... 67 VOOROVERLEGREACTIE PROVINCIE FLEVOLAND ........................................................................................ 68 VOOROVERLEGREACTIE WATERSCHAP ZUIDERZEELAND ..............................................................................
69 LOCATIESPECIFIEK ONDERZOEK GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN ................................................................ 70 ZIENSWIJZENNOTA ............................................................................................................................. 71 UITSPRAAK RAAD VAN STATE ............................................................................................................... 72
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de onbebouwde gronden op de hoek van de Drietorensweg en Zuiderringweg, ten noorden van de uitleglocatie ‘Ens, Oost – fase 1’ (hierna: plangebied). Om te kunnen blijven voldoen aan de woningbehoefte is het voornemen om de kern Ens verder uit te breiden. Het gaat hierbij om het realiseren van maximaal 80 grondgebonden woningen. Deze uitleglocatie staat bekend als ‘Ens, Oost – fase 3’, onderdeel uitmakend van de gefaseerde uitbreiding van de kern Ens. Om de gewenste woningbouwontwikkeling mogelijk te maken is voorliggend bestemmingplan opgesteld. Hierin wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt ten oosten van de kern Ens. De ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Ens en de directe omgeving is weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1
1.3
Ligging van het plangebied (Bron: plattekaart.nl)
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ‘Ens, Oost – fase 3’ bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (NL.IMRO.0171.BP00744-VS02) en een renvooi; regels en bijhorende bijlagen.
Op de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld met een toelichting en bijhorende bijlagen. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld
1.4
Huidig planologische regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de beheersverordening ‘Landelijk gebied’ en het bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeren’, welke respectievelijk op 21 maart 2016 en 8 juli 2019 door de gemeenteraad van de gemeente Noordoostpolder zijn vastgesteld. De beheersverordening regelt in principe dat de planologische kaders, vervat in de geldende bestemmingsplannen, van kracht blijven totdat een nieuw bestemmingsplan of omgevingsplan is vastgesteld. Het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2004’ van de gemeente Noordoostpolder is het basisplan dat binnen het verordeningsgebied van toepassing is. Tot slot ligt een klein gedeelte van het plangebied binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Ens”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 26 januari 2010. In afbeelding 1.2 en 1.3 is respectievelijk een uitsnede van de planverbeelding van het bestemmingsplan “Landelijk gebied 2004” en “Ens” opgenomen. Het (deel van het) plangebied is daarbij globaal aangegeven met de rode omlijning.
Afbeelding 1.2
Uitsnede planverbeelding bestemmingsplan “Landelijk gebied 2004” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld
Afbeelding 1.3
1.4.2
Uitsnede planverbeelding bestemmingsplan “Ens” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Beschrijving bestemmingen
Hierna wordt ingegaan op de geldende bestemmingen en gebiedsaanduiding binnen het plangebied. Bestemming: Agrarisch gebied Gronden met de bestemming ‘Agrarisch gebied’ zijn hoofdzakelijk bestemd voor agrarische bedrijvigheid in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf. Buiten bebouwingsvlakken mogen uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd, waaronder niet begrepen bouwwerken voor mestopslag, sleufsilo’s en andere silo’s of boogkassen. Bestemming: Verkeer De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor wegen, straten, voet- en rijwielpaden, kunstwerken, nutsvoorzieningen en evenementen. Op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
1.4.3
Strijdigheid
Op grond van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om de voorgenomen ontwikkeling te realiseren. Om de voorgenomen ontwikkeling (planologisch) mogelijk te kunnen maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin. In deze plantoelichting wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld Hoofdstuk 3 betreft een beschrijving van de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten waaronder de watertoets. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld
HOOFDSTUK 2
HUIDIGE SITUATIE
2.1
Ruimtelijke ontstaansgeschiedenis
2.1.1
Noordoostpolder
De gemeente Noordoostpolder ligt in Nederlands twaalfde provincie, Flevoland. Emmeloord fungeert als centrumplaats, omringd (op fietsafstand) door de 10 zogenaamde groendorpen: Bant, Creil, Ens, Espel, Luttelgeest, Kraggenburg, Marknesse, Nagele, Rutten en Tollebeek. Sinds 1962 is de Noordoostpolder een zelfstandige gemeente. Het karakter van de gemeente is sterk agrarisch. De ruimtelijke structuur van de polder wordt mede bepaald door de volgende elementen: • • • • •
boerderijen en dorpen als groene eilanden in de open agrarische ruimte; ringen: IJsselmeerdijk en voormalige Zuiderzeedijk en de dorpenringweg; radialen: het assenkruis dat de dorpenringweg met Emmeloord verbindt; hiërarchische en concentrische opbouw; verkaveling volgens een modulair systeem op basis van een standaardkavel (300 m x 800 m).
Het belangrijkste kenmerk van de Noordoostpolder is dat het is ontworpen als eenheid, waarbij landschap, stedenbouw en architectuur onderdeel uitmaken van één integraal ontwerp. Hierdoor heeft de Noordoostpolder een hoge mate van ruimtelijke samenhang en architectonische uniformiteit. Vanwege het integrale ontwerp en de gaafheid van het landschap zijn de Noordoostpolder en Urk in de voormalige Rijksnota Belvedère gerangschikt onder de cultuurhistorisch meest waardevolle gebieden in Nederland. De Noordoostpolder kan gekarakteriseerd worden als concentrisch op verschillende niveaus. De vorm is daarbij steeds aangepast aan de topografie, de agrarische bedrijfsvoering, de civiele techniek, de gewenste afstand tussen de dorpen en de centrale plaats Emmeloord. Gebruik makend van onder andere de theorieën van de Duitse sociaal-geograaf W. Christaller (centrale plaatsentheorie) werd een hiërarchisch model ontwikkeld ten aanzien van de plaats en de functies van de nederzettingen. De wisselwerking tussen een concentrische opbouw, de hiërarchie, modulaire opbouw en de ondergrond/omgeving, het zogenaamde 'polderidioom' is sterk bepalend geweest voor de inrichting van de Noordoostpolder. Van 1937 tot 1942 werd de Noordoostpolder (met daarin de eilanden Urk en Schokland) met een omvang van circa 48.000 hectare ingepolderd.
De ontwikkeling van de polder (zowel de ontwatering als de inrichting) is geheel door de rijksoverheid tot stand gekomen.
2.1.2
Ens
Van de dorpen in de Noordoostpolder zijn er zeven gebouwd als een nederzetting rond een centrale ruimte, te weten Marknesse, Ens, Luttelgeest, Bant, Creil, Espel en Tollebeek. Deze centrale ruimte is meestal een langgerekte 'brink' waarlangs winkels, woningen, openbare gebouwen, en soms aan één van de uiteinden een kerk, staan. De brink vormt als het ware een besloten ruimte, de 'huiskamer' van het dorp. De Noordoostpolder kent twee dorpsweidenederzettingen; Kraggenburg en Nagele. Het centrum van deze dorpen bestaat uit een grote, groene weide, waarin de scholen, kerken en andere openbare gebouwen vrij in de ruimte staan. Tenslotte kent de Noordoostpolder één kruispuntnederzetting: Rutten. Opvallend is verder de aanwezigheid van twee (in de grotere dorpen drie) kerken per dorp, op vaak markante locaties. Ens is een van de oudste dorpen in de Noordoostpolder, en bovendien een dorp dat zich voorspoedig heeft ontwikkeld. Het dorp ligt langs de weg Kampen Emmeloord (N50) waar de Schokkerringweg (richting Nagele) en de Zuiderringweg (richting Kraggenburg) op aansluiten. De kern ligt ten oosten van de hoofdverkeersverbinding. De Enservaart eindigt hier met een zwaaikom en een loswal. Ens is een van de dorpen waar als door het regelmatige agrarische kavelpatroon een 'rechthoekige' dorpsplattegrond voor de hand lag.
De centrale ligging in het dorp wordt gevormd door 'De Baan', de tot een brinkachtige ruimte verbrede weg naar Kraggenburg. Hier bevinden zich de winkelvoorzieningen. De entree van het dorp vanaf de Kamperweg wordt gemarkeerd door een restaurant. De entree van het dorp vanaf de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld oostzijde (Kraggenburg) wordt gemarkeerd door de protestantse Kerk, en heeft de vorm van een 'groene poort'. Aan de noordzijde van deze weg liggen het dorpsbos en de sportvelden en aan de zuidzijde een brede groenstrook voor de bebouwing en een speelveld. Ens heeft zich met name in noordelijke richting ontwikkeld. Naast de woonbebouwing ligt aan de noordzijde van het dorp ook het bedrijventerrein. Karakteristiek Het dorp ligt binnen een groensingel, die vrij gesloten is. Alleen in het contact met de Enservaart is de groengordel transparant. Daar is een duidelijk samenspel met de open ruimte van de polder. Aan de zuidkant van Ens is op grote schaal glastuinbouw tot ontwikkeling gekomen. Karakteristiek voor Ens is het dorpsbos en het voorkomen van diverse bossingels in het dorp en als begrenzing naar het buitengebied. Structuur De eerste dorpsuitbreidingen sluiten met hun rechthoekige stratenpatroon goed aan op de bestaande opzet. Het gaat om strokenbouw en enige bungalows langs de randen. Er is nog steeds een grote mate van eenheid in vormgeving en materiaal en kleurgebruik. De wijken uit de jaren zeventig wijken af van de eerste opzet en vertonen minder eenheid. Doodlopende straten, woonerven en slingerende straten komen vanaf dan voor. Er is meer onderlinge variatie in bouwtypes en kleuren en materialen.
De latere wijkjes "Ens-Noordoost" en de uitbreiding op de voormalige volkstuinen sluiten weer beter aan bij de oorspronkelijke stedenbouwkundige opzet van Ens.
2.2
Huidige situatie plangebied en omgeving
Het plangebied ligt ten oosten van de kern Ens en wordt aan de zuid- en westzijde begrensd door respectievelijk de Zuiderringweg en Drietorensweg. Ten oosten van het plangebied is een woonperceel aanwezig. Daarnaast is ten noorden van het plangebied aan agrarisch bedrijfsperceel aanwezig. Tot slot wordt de noord-/noordoostzijde van het plangebied begrensd door agrarische cultuurgrond. De functionele structuur van de directe omgeving kenmerkt zich voornamelijk door woonfuncties en verspreid liggende (voormalige) agrarische bedrijven en agrarisch cultuurgronden. Binnen het plangebied zelf zijn agrarische cultuurgronden aanwezig. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie van het plangebied. De rode contour betreft een indicatieve weergave van het plangebied.
Afbeelding 2.1
Huidige situatie plangebied en directe omgeving (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld
HOOFDSTUK 3 3.1
PLANBESCHRIJVING
Gewenste situatie
Als onderdeel van de (verdere) uitbreiding van de kern Ens, is het voornemen om het plangebied te ontwikkelen als woningbouwlocatie, een en ander met bijbehorende infrastructurele-, groen- en waterhuishoudkundige voorzieningen. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling voorziet in maximaal 80 woningen. Het stedenbouwkundig plan voorziet in de volgende woningtypen: • • • •
18 twee-onder-één-kapwoningen; 8 vrijstaande woningen; 38 rijwoningen; 16 rug-aan-rugwoningen.
In afbeelding 3.1 en 3.2 is het stedenbouwkundig plan voor Ens oost fase 3 weergegeven. Benadrukt wordt dat het bestemmingsplan een zekere mate van flexibiliteit bevat aangaande de toegestane type woningen. Het stedenbouwkundig plan is dan ook indicatief. Door de beoogde flexibiliteit die voorliggend bestemmingsplan biedt, is ruimte om in te spelen op veranderende marktomstandigheden.
Afbeelding 3.1
Beoogde situatie plangebied (Bron: Atelier Dutch)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld
Afbeelding 3.2
Vogelvluchtimpressie beoogde ontwikkeling (Bron: Atelier Dutch)
De beoogde woonbuurt wordt op twee punten ontsloten op de Drietorensweg. De ontsluitingsweg binnen het plangebied ontsluit hiermee de beoogde woningen. De woonbuurt krijgt een groen karakter. Zo is centraal binnen het plangebied ruimte voor groenvoorzieningen in combinatie met waterberging. Het dorpsbos ten westen van het plangebied wordt doorgetrokken in het noorden van het plangebied, waarbinnen tevens ruimte is voor waterberging en speelvoorzieningen. Langs de randen van het plangebied is eveneens ruimte voor groen, wat tevens zorgt voor een ‘verzachting’ van de overgang richting de omliggende agrarische cultuurgronden. Wat betreft de bouwmogelijkheden voor de grondgebonden woningen wordt aangesloten op de bouwmogelijkheden zoals opgenomen in het bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 1”. Hierdoor zullen de woningen vanuit ruimtelijk oogpunt goed aansluiten op de naastgelegen woonbuurt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld
3.2
Verkeer & parkeren
3.2.1
Parkeren
3.2.1.1 Algemeen Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Noordoostpolder heeft een Nota Parkeernormen waarin normen en voorwaarden aan parkeervoorzieningen zijn opgenomen.
3.2.1.2 Parkeerbehoefte Ingevolge de parkeernormennota behoort de kern Ens tot de ‘overige kernen’. Op basis van de bijbehorende kengetallen blijkt de totale parkeerbehoefte in het plangebied bij uitgifte volgens het stedenbouwkundig plan 166 parkeerplaatsen te zijn. In onderstaande tabel wordt de parkeerbehoefte per woningtype weergegeven. In verband met mogelijkheid tot realisatie parkeerplaatsen op eigen terrein worden de volgende reductiefactoren gehanteerd: • •
Koop, Vrijstaand – 2 parkeerplaatsen per woning; Koop, twee-onder-één-kap - 2 parkeerplaatsen per woning.
Verder is uitgegaan van een worst-case situatie waarbij het in alle gevallen gaat om koopwoningen. Het is niet uit te sluiten dat een bepaald aantal woningen verhuurd zullen worden. Voor huurwoningen geldt een lagere parkeerbehoefte.
In het plangebied is rekening gehouden met de aanleg van het benodigde aantal parkeerplaatsen.
3.2.2
Verkeer
3.2.2.1 Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de extra verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ (publicatie 381, december 2018) van het CROW kan de verkeersgeneratie van de ontwikkeling berekend worden. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis op onder andere het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, ‘Toekomstbestendig parkeren’ opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld 3.2.2.2 Verkeersgeneratie In de Nota Parkeernormen is aangeven dat de gemeente Noordoostpolder qua stedelijkheidsgraad – in zijn geheel- in de categorie ‘matig stedelijk’ ligt. Tussen Emmeloord en de rest van de gemeente zit echter duidelijk verschil, de dorpen en het buitengebied hebben een veel lagere omgevingsadressendichtheid. Voor dorpen en het buitengebied wordt daarom uitgegaan van niet stedelijk. Voor de ontwikkeling wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • • •
Type: ‘Koop, vrijstaand’, ‘koop, twee-onder-één-kapwoning’ en ‘koop, hoek/tussenwoning’; Verstedelijkingsgraad: Niet stedelijk (bron: Nota Parkeernormen Noordoostpolder) Stedelijke zone: rest bebouwde kom
Type woning Koop, vrijstaand Koop, twee-onder-éénkapwoning Koop, hoek/tussenwoning
Norm verkeersgeneratie (gemiddeld) 8,2 7,8
Aantal
Verkeersgeneratie
8 18
65,6 140,4
7,4
54
399,6 Totaal
605,6
De verwachte totale verkeersgeneratie van de voorgenomen ontwikkeling bedraagt afgerond 606 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Het plangebied wordt ontsloten op de Drietorensweg. De Drietorensweg en direct omliggende infrastructuur zijn van voldoende capaciteit om de toekomstige verkeersbewegingen eenvoudig en veilig af te kunnen wikkelen.
3.2.3
Conclusie
Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
3.3
Beeldkwaliteit
Om de toekomstige bouwplannen in dit bestemmingsplan op de gewenste beeldkwaliteit te kunnen toetsen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het volledige beeldkwaliteitsplan is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld als onderdeel van de welstandsnota.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.
4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel
Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio’s
Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. De woonfunctie voor het plangebied geeft Ens toekomstperspectief. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling.
4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
4.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid De Ladder is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen of en hoe de Ladder moet worden toegepast, zijn de volgende vragen van belang: Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ‘ladderplichtig’ is. In dit bestemmingsplan worden maximaal 80 woningen mogelijk gemaakt. Het plan moet dus aangemerkt worden als een stedelijke ontwikkeling. Is de stedelijke ontwikkeling 'nieuw'? De ‘laddertoets’ moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. De locatie van de beoogde woningen is momenteel bestemd als ‘Agrarisch’. Het realiseren van een (uitbreiding van een) woonwijk is aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling.
De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voor wonen kan dit schaalniveau de gemeentegrens overstijgen. Verhuisbewegingen geven hiervoor een goede indicatie. De ‘ladder’ verplicht niet in alle gevallen tot regionale afstemming. Op basis van de aard en de omvang van het woningbouwplan moet bepaald worden of regionale afstemming nodig is. Bij kleinschalige ontwikkelingen die geen gemeentegrens overstijgend effect hebben, is bovengemeentelijke afstemming niet nodig. De woningmarkt in de gemeente Noordoostpolder is redelijk gesloten. Er zijn vooral verhuisbewegingen binnen de gemeentegrenzen. Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling beperkt zich daarom ook tot de gemeentegrenzen. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? De behoefte bij een woonplan wordt bepaald door de confrontatie van de lange termijn prognose van de vraag naar woningen, met het woningaanbod in de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. In veel provincies en regio's zijn prognosemodellen beschikbaar die bruikbaar zijn om de behoefte te bepalen. Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Bij woningen kan daarbij vooral worden gedacht aan specifieke woontypen, wooncategorieën en woonmilieus.
Zoals reeds beschreven geldt voor het voorliggende initiatief dat het ruimtelijk verzorgingsgebied op lokaal en gemeentelijk niveau ligt. De behoefte wordt dan ook op dit niveau beschreven. Op basis van de bevolkingsprognose is in de komende 10 jaar een toevoeging van 1000 woningen mogelijk. Met andere woorden: voor de periode tot en met 2025 is de gemiddelde woningbehoefte voor Noordoostpolder 100 nieuwe woningen per jaar. De 100 woningen per jaar zijn geen jaarmaximum. Als de markt grotere afzetmogelijkheden biedt, kan die kans worden gegrepen, zolang de totale groeiprognose voor 10 jaar niet wordt overschreden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld Op hoofdlijnen is de groei naar leeftijdsgroepen van huishoudens in de gemeente Noordoostpolder als volgt samengesteld: • • •
<45 + 400 45 - 65 – 525 > 65 + 1125
Dit betekent dat als de 1.125 ‘nieuwe’ seniorenhuishoudens in hun eigen woning blijven wonen is er voor de groepen onder de 65 een aanvulling nodig van 1000 woningen. Verder wordt in de regio Zwolle een samenwerkingsverband van 22 gemeenten en 4 provincies, een verdere groei verwacht van 20.000 tot 25.000 huishoudens, waarvan zo’n 15.000 in de stad en 10.000 in de regio. Onder regio Zwolle vallen de gemeenten Urk, Dronten en Noordoostpolder. Gemeente Noordoostpolder biedt de ruimte om een deel van deze groei op te vangen. In paragraaf 4.3.2 (Woonvisie Noordoostpolder 2020: Kansen grijpen) wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het actuele woonbeleid van de gemeente Noordoostpolder. Hieruit volgt dat de voorgenomen ontwikkeling zowel kwantitatief als kwalitatief voorziet in woningen waar de komende tijd behoefte aan is in de gemeente Noordoostpolder. Op deze plaats wordt dan ook gesteld dat de behoefte voldoende is aangetoond. Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Als de woningbouwontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol.
Argumenten die onderbouwen dat binnen bestaand stedelijk gebied geen mogelijkheden zijn voor de nieuwe stedelijke ontwikkeling, gaan bijvoorbeeld over: • • •
kwalitatieve aspecten van de behoefte (denk bijvoorbeeld aan woonmilieus die niet binnen bestaand stedelijk gebied passen, zoals waterrijk wonen, grote landgoederen); andere functies die ter plaatse al aanwezig zijn of volgens ruimtelijk beleid (zoals een structuurvisie) worden beoogd. Denk aan park, maatschappelijke functies, maar ook andere woonplannen die later worden beoogd; aanzienlijke investeringen die eerst nodig zijn voor de inbreidingsplaatsen, bijvoorbeeld vanwege milieuaspecten die zich voordoen op inbreidingslocaties.
In voorliggend geval wordt gekozen voor uitbreiding op een locatie buiten bestaand stedelijk gebied, omdat er in het dorp Ens geen geschikte inbreidingslocaties (meer) zijn die op stedenbouwkundige en plan economische wijze verantwoord ontwikkeld kunnen worden. Uitbreiding van de kern Ens verkiest de gemeente boven verdichting op groene plekken binnen de dorpskern die hun stedenbouwkundige waarde nog steeds vervullen. De keuze om op deze locatie uit te breiden is tot stand gekomen in nauw overleg met het dorp en is vastgelegd in de ontwikkelperspectieven. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid en het plan in overeenstemming is met de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie FlevolandStraks
4.2.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: • • •
Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving), Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving).
Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: • • • •
Duurzame Energie Regionale Kracht Circulaire Economie Landbouw: Meerdere Smaken
4.2.1.2 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie FlevolandStraks’ De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het ontwikkelen van een uitbreidingslocatie in Ens, waarmee invulling wordt gegeven aan de lokale woningbehoefte. Gelet op vorenstaande sluit het voornemen goed aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie FlevolandStraks (specifiek ‘Het Verhaal van Flevoland’).
4.2.2
Omgevingsprogramma Provincie Flevoland
4.2.2.1 Algemeen Per 1 januari 2022 treedt naar alle waarschijnlijkheid de Omgevingswet in werking. Op dat moment moet elke provincie beschikken over een Omgevingsvisie, een of meer programma's en een Omgevingsverordening. Het op 27 februari 2019 door de Provinciale Staten van de provincie Flevoland vastgestelde Omgevingsprogramma Flevoland vindt haar grondslag dan ook in de Omgevingswet. Daarnaast is de grondslag te vinden in diverse vigerende wetten, zoals de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder en de Wet natuurbescherming. Het Omgevingsprogramma omvat daarmee de op dit moment verplichte plannen: het milieubeleidsplan, het regionale waterplan en het verkeer- en vervoersplan. In 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie FlevolandStraks vastgesteld. Hierin is in hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst van Flevoland weergegeven. In dit (eerste) Omgevingsprogramma Flevoland is er voor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Met de vaststelling van het Omgevingsprogramma is dan ook een groot aantal beleidsnota's komen te vervallen. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd.
De provincie streeft ernaar om dit programma jaarlijks te actualiseren en waar nodig aan te vullen met overig provinciaal beleid. Zo kunnen in volgende versies onderwerpen worden toegevoegd die betrekking hebben op bijvoorbeeld economisch of sociaal beleid. Ook kunnen programma's worden toegevoegd met een meer gebiedsgebonden of thematische aanpak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld In voorliggend geval is met name hoofdstuk 1 ‘Ruimte’ van het Omgevingsprogramma van belang.
4.2.2.2 Ruimte Algemeen Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Aantrekkelijke woongebieden in een groenblauwe omgeving maken Flevoland concurrerend met andere gebieden. Er is sprake van overloop uit de drukke, dure Randstad naar een ruimer, goedkoper Flevoland (push factor). Ook kiezen mensen bewust voor het attractieve woonmilieu van Flevoland (pull factor). De provincie wil verdere grootschalige ontwikkelingen mogelijk maken en deze deels zelf ter hand nemen, samen met partners. De provincie is bereid om ruimte te reserveren voor functies waarvoor in omliggende regio's onvoldoende ruimte is. De voorwaarde daarvoor is een evenwichtige ontwikkeling. Samen met partners binnen en buiten het gebied biedt de provincie zicht op oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, die het tempo van de ruimtelijke ontwikkelingen in Flevoland met zich meebrengt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om achterblijvende bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid. Het plangebied maakt binnen het thema ‘Ruimte’ onderdeel uit van het ‘landelijk gebied’ (zie afbeelding 4.1).
Omdat het plangebied na realisatie onderdeel gaat uitmaken van het ‘stedelijk gebied’ wordt hierna ingegaan op zowel het ‘landelijk gebied’ als het ‘stedelijk gebied’. Landelijk gebied De provincie wil de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en de gebruiksmogelijkheden ervan meer afstemmen op de maatschappelijke behoeften. Het landelijk gebied moet vitaal blijven. Ook in Flevoland is sprake van verdergaande schaalvergroting en herstructurering van de landbouw. De provincie wil agrarische bedrijvigheid die zich in de eerste plaats richt op duurzame productie en verwerking van landbouwproducten optimale ontwikkelingskansen geven. Bovendien wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied om het economisch draagvlak te verbreden en deze te verweven met de bestaande landbouwfunctie. In de beleidsregel kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn de voorwaarden en maatvoering concreter uitgewerkt. Verder moet er voldaan worden aan een goede ruimtelijke ordening, waaronder een landschappelijke inpassing en een goede verkeersafwikkeling. Stedelijk gebied Het verstedelijkingsbeleid is gericht op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Het beleid maakt behoud en versterking van de kwaliteit van de fysieke omgeving mogelijk.
Het gaat hierbij om efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Deze doelen worden gediend door de stedelijke ontwikkeling van de kernen te bundelen. Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Dit ondersteunt de optimale benutting van infrastructuur en centrumvorming rondom belangrijke vervoerknooppunten. Het provinciale bundelingsbeleid is gebaseerd op enkele principes waarvan onderstaande in voorliggend geval het meest van belang zijn: • • •
De specifieke ruimtelijke kwaliteiten van steden en dorpen worden benut door de kwaliteit van deze kenmerken te behouden en te versterken. Stedelijke uitbreiding moet aansluiten bij bestaande ruimtelijke structuren, zodat de vitaliteit van de kernen wordt ondersteund. De omvang van nieuwe ruimte voor wonen, werken en voorzieningen moet in verhouding staan tot de grootte van de kern en de positie ervan in de stedelijke en groen-blauwe hoofdstructuur.
Van de gemeenten wordt verwacht dat zij het provinciale bundelingsbeleid vertalen in lokaal beleid en in concrete (ruimtelijke) plannen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld Verstedelijking (wonen) In de afgelopen decennia is in Flevoland onvoldoende gedifferentieerd gebouwd. De nadruk lag op ruime eengezinswoningen. Hoewel Flevoland een opvangtaak voor andere delen van Nederland behoudt, komt de woningbehoefte van de huidige inwoners steeds nadrukkelijker op de voorgrond te staan. Hierbij moet rekening worden gehouden met de specifieke behoeften van ouderen, alleenstaanden en starters, omdat de bestaande woningvoorraad daar onvoldoende aan tegemoet komt. Naast de bouw van nieuwe woningen wordt kwaliteitsbehoud van de bestaande woningvoorraad steeds belangrijker. Een deel van het bebouwde gebied is toe aan herstructurering. Vooral in oudere wijken moeten de bestaande woningvoorraad en de zorginfrastructuur worden aangepast. De combinatie van uitbreidingsopgave en herstructureringsopgave biedt de mogelijkheid om in te spelen op de veranderende, meer gedifferentieerde behoefte aan woningen en andere functies. Kernpunten zijn onder meer: • • •
Huisvesting voor kleinere huishoudens; voldoen aan de behoefte aan goedkopere betaalbare (huur-)woningen voor starters, statushouders en andere groepen met een krappe beurs; differentiatie van woonmilieus.
Afbeelding 4.1
Ligging plangebied binnen de kaart ‘Ruimte’ (Bron: Omgevingsprogramma provincie Flevoland)
4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan het ‘Omgevingsprogramma Provincie Flevoland’ Het voorliggende plan voldoet aan de door de provincie voorgestane bundeling van stedelijke ontwikkeling en concentratie van nieuwe bebouwing aansluitend op bestaand bebouwd gebied. Het plangebied sluit aan op bestaand bebouwd gebied, maar heeft momenteel nog een landelijke functie. In paragraaf 4.1.4 is echter reeds ingegaan op de reden waarom in dit geval wordt gekozen voor uitbreiding van de kern Ens. Daarnaast wordt met de gewenste ontwikkeling ingezet op een gedifferentieerd woningaanbod voor de lokale behoefte. Zo wordt er een mix van vrijstaande, twee-onder-één-kap en rijtjeswoningen gerealiseerd. Hiermee is er sprake van een aanbod voor verschillende doelgroepen en wordt bijgedragen aan de differentiatie van woonmilieus. Het voornemen is dan ook in overeenstemming met het ‘Omgevingsprogramma Provincie Flevoland’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld 4.2.3
Omgevingsverordening Provincie Flevoland
4.2.3.1 Algemeen In de Omgevingsverordening van provincie Flevoland zijn alle regels vastgelegd die de provincie hanteert op het gebied van onder andere wegen, water, milieu, bodem, natuur, wonen en ruimte. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie-)regels voor andere overheden.
4.2.3.2 Relevante artikelen In geval van voorgenomen ontwikkeling is met name artikel 7.5 van de omgevingsverordening van belang. Artikel 7.5 (Bescherming) - Natuurnetwerk Nederland 1.
2.
Een ruimtelijk plan of besluit, voor zover het betrekking heeft op een gebied binnen of nabij de aangewezen het Natuurnetwerk Nederland: a. strekt mede tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied; b. maakt activiteiten alleen mogelijk als die ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze titel van de verordening geldende bestemmingsplan, mits die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Voor zover een bestemmingsplan strijdig is met de bescherming en de mogelijkheden bedoeld in het eerste lid stelt de gemeenteraad binnen drie jaar na het inwerkingtreden van deze titel dat plan opnieuw vast met inachtneming van de bepalingen in het eerste lid.
4.2.3.3 Toetsing van het initiatief aan artikel 7.5 van de Omgevingsverordening Het plangebied ligt op circa 3,8 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) behoren. Zoals aangegeven in paragraaf 5.7.2.3 worden er gelet op de afstand tot het NNN en de aard en omvang van de ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de gebieden die behoren tot het NNN. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 7.5 van de Omgevingsverordening Flevoland.
4.2.4
Flevolandse Woonagenda
4.2.4.1 Algemeen In 2021 heeft de provincie Flevoland een Woonagenda opgesteld. Doel van deze agenda is het agenderen van activiteiten die eraan bijdragen dat het in Flevoland goed wonen is voor iedereen. Middels de acties die uit de Woonagenda voortvloeien, wil de provincie komen tot een goed en volwaardig woonaanbod en een meer evenwichtige Flevolandse woningmarkt. Het gaat hierbij om méér dan alleen goede woningen. Het gaat ook om wonen op een plek van waaruit je makkelijk je werk, scholen en andere voorzieningen kunt bereiken, maar ook een mooie (natuurlijke) omgeving. De provincie Flevoland vult haar woonbeleid in vanuit een aantal pijlers, waaronder: 1. 2.
Via Flevoland bouwt voor NL (project ‘100.000’) faciliteert de provincie de bouwopgave. Samen met gemeenten zoekt zij naar mogelijkheden voor een kwantitatieve versnelling van de woningbouw. Een volwaardige kwalitatieve ontwikkeling van het wonen in Flevoland. De provincie wil kansen bieden aan Flevolandse woningzoekenden door meer variatie in woonaanbod te creëren. De ruimte en rust die Flevoland te bieden heeft, waardering voor het (polder)landschap en Flevoland als ‘Pioniersprovincie’ worden hierbij specifiek als veel gewaardeerde Flevolandse woonkwaliteit benoemd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld 4.2.4.2 Toetsing van het initiatief aan de ‘Flevolandse Woonagenda’ Dit bestemmingsplan ziet toe op maximaal 80 grondgebonden woningen. Het gaat hierbij een gedifferentieerd programma, bestaande uit vrijstaand woningen, twee-onder-één-kapwoningen, patiowoningen, rijwoningen en startblockwoningen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de forse woningbouw opgave in de provincie Flevoland. Het plan is hiermee in overeenstemming met de ‘Flevolandse Woonagenda’.
4.2.5
Programma landschap van de toekomst
4.2.5.1 Algemeen Op 13 oktober 2021 hebben de Provinciale Staten de nieuwe landschapsvisie ‘Programma Landschap van de Toekomst’. Hiermee wil de provincie de kwaliteit van het landschap herstellen, versterken en bewaken. Dit programma presenteert de richtinggevende provinciale kijk op de waarde en identiteit van het Flevolandse landschap. Het beschrijft het ontstaan en de kernkwaliteiten van het landschap. Gebieden worden steeds multifunctioneler (hybride). Het is daarom van belang het landschap van de toekomst proactief en integraal vorm te geven. Het programma werkt de visie uit in concrete doelen voor de komende jaren. Samenwerking met partners in het gebied krijgt daarbij nadrukkelijk aandacht. De essentie van het Programma bestaat uit vier overwegingen die het karakter en de essentie van het Flevolandse landschap bepalen. De vier overwegingen zijn voor landschap van provinciaal belang en moeten bij iedere ontwikkeling in het kader van de ruimtelijke kwaliteit als overweging worden meegenomen. 1.
2. 3.
4.
Waterbouwkundig bouwwerk als polder-DNA Behoud het waterbouwkundig bouwwerk als fundament van de polders en de landschappelijke identiteit. Maak de verschillende onderdelen (dijkzones, gemalen, vaarten, sluizen) daarvan zichtbaar en beleefbaar. Panorama’s langs lange lijnen Versterk monumentale belevingsassen om de beleving van het open polderpanorama te garanderen. Geef hieraan per polder onderscheidend vorm. Drie onderscheidende polderconcepten Geef het landschap vorm op basis van de ruimtelijke concepten van de drie polders. Ontwikkel de concepten door, om ruimtelijke opgaven in het landschap een plek te geven. Hybride gebieden - aandacht voor landschapsinnovatie Werk Flevoland-breed integraal aan opgaven en doe ontwerpend onderzoek. Geef extra aandacht aan hybride gebieden met een hoge dynamiek en waar meerdere opgaven samen komen.
Het Programma Landschap van de Toekomst benoemt de kernkwaliteiten van het Flevolandse landschap. De kernkwaliteiten vormen de basis voor vernieuwing en verrijking van het landschap van de toekomst. Het nastreven van een hoge ruimtelijke kwaliteit is hierin een belangrijk doel. De 24 kernkwaliteiten zijn behulpzaam als aanknopingspunten bij het vormgeven en inrichten van het landschap van de toekomst. Door de kernkwaliteiten te integreren in toekomstige landschappelijke ontwikkelingen, kan er worden voortgebouwd op wat er al is, zonder vernieuwing en verandering uit te sluiten. De kernkwaliteiten zijn verdeeld in zes hoofdcategorieën: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Waterbouwkundig bouwwerk; Hoofdstructuur per polder; Maaiveld; Beplantingsstructuren; Infrastructuur; Oud land in nieuw land
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 3” Vastgesteld 4.2.5.2 De kernkwaliteiten van het plangebied Voor het plangebied zijn de kernkwaliteiten ‘Openheid en Mondriaanlandschap’, ‘Erfbeplanting’ en ‘Lanen en singels’ van toepassing. Openheid en Mondriaanlandschap Het landschap van Flevoland is relatief open met kenmerkende vergezichten. De ervaren mate van openheid hangt samen met de beleving van de zichtbare oppervlakte van het landschap. Oftewel het gezichtsveld op het maaiveld. In Flevoland is de zichtbare oppervlakte groot in vergelijking tot andere landschapstypen. De openheid wordt veelal begrensd door lanen, singels, bospartijen of dijken. Ook opgaande elementen zoals windturbines, bebouwing en hoogspanningsmasten hebben een effect op de beleving van openheid. De openheid heeft in elk van de drie polders van Flevoland een eigen schaal. Dit is gebaseerd op de maat van de landbouwkundige kavelstructuur. En de aanwezigheid van lanen, singels en bospartijen in de open ruimte. De openheid is dus overal anders. De openheid en beleving van het maaiveld kent verder een grote mate van diversiteit. Deze wordt bepaald door het grote aantal verschillende gewassen op de agrarische gronden. Met grote verschillen door de seizoenen heen. Een werkend landschap van zaaien, oogsten, recreëren en bouwen. De kernkwaliteit gevormd door het licht en het een steeds wisselend kleurenpalet.
Ook door de ervaring van de luchten. En de weidsheid, de zichtbare verre horizon. Een Mondriaanlandschap met licht, lucht en ruimte. Openheid is een breed gedeelde kernkwaliteit die belangrijk is voor de identiteit van Flevoland. Tegelijk is het een delicate, kwetsbare waarde. Deze kernkwaliteit vraagt om zorgvuldigheid en aandacht vanwege de dynamiek in het landschap. Erfbeplanting Binnen de hoofdstructuur van lanen en singels werd elk boerenerf geheel omsloten door beplanting. De beplanting bood beschutting tegen weer en wind in de open polder. De maat van de beplanting vloeit voort uit de landbouwkundige verkaveling. Ruimtelijk zorgt deze erfbeplanting ervoor dat de erven als groene eilanden in de open ruimte te herkennen zijn. Ze dragen daarmee in grote mate bij aan de leesbaarheid van het landschap. De erfsingels kenden een eigen beplantingsplan dat gebaseerd was op de bodem en dus gebiedseigen is. Zo werden voor bijvoorbeeld de Noordoostpolder specifieke maatvoeringen aangehouden. De beplanting werd 2 meter uit het hart van de sloot geplaatst. Vervolgens kreeg de beplanting een breedte van 6 meter. En werd aansluitend 4 meter vrij gehouden van bebouwing. De erfbeplanting is veelal aan de wegzijde, ter hoogte van de woning, onderbroken. Naast een landschappelijke waarde hebben de erfbeplantingen ook een ecologische waarde.