CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

8.1 Bestemmingsplan Emmeloord Professor ter Veenstraat 25.pdf

Gemeenteraad 18 mei 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 8: Bestemmingsplan Emmeloord, Prof. ter Veenstraat 2525.899 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

■íiÄ UZ.nu ruimtelijke plannen en advies

Bestemmingsplan

Emmeloord, Prof. ter Veenstraat

Omgevingsvergunningen Wijzigingsplannen Uw specialist in Bestemmingsplannen Rood voor Rood - Ruimte voor Ruimte

Ruimtelijk advies

April 2022

Status: Vastgesteld

T 0546 454 466 E info@bjz.nu

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Plan:

Emmeloord, Prof. ter Veenstraat

Plantype:

Bestemmingsplan

IMRO-nummer: NL.IMRO.0171.BP00699-VS01 Status:

Vastgesteld

■íľiBJZnu I ruimtelijke plannen en advies

Dokter van Deenweg 13 8025 BP Zwolle

Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo

T: 0546 - 45 44 66 E: info@bjz.nu I: www.bjz.nu Ruimtelijke plannen en advies

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld

Toelichting

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding...........................................................................................4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding................................................................................................................................................4 Ligging van het plangebied........................................................................................................................4 De bij het plan behorende stukken..............................................................................................................4 Huidige planologische situatie...................................................................................................................5 Leeswijzer................................................................................................................................................. 6

Hoofdstuk 2 Huidige situatie................................................................................ 7 2.1 2.2

Ruimtelijke ontstaansgeschiedenis.............................................................................................................7 Huidige situatie plangebied en omgeving....................................................................................................7

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving..............................................................................9 3.1 3.2

Gewenste ontwikkeling.............................................................................................................................9 Verkeer & parkeren...................................................................................................................................9

Hoofdstuk 4 Beleidskader.................................................................................. 12 4.1 4.2 4.3

Rijksbeleid............................................................................................................................................... 12 Provinciaal beleid................................................................................................................................... 15 Gemeentelijk beleid.................................................................................................................................. 19

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten....................................................... 24 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

Geluid (Wet geluidhinder).......................................................................................................................24 Bodemkwaliteit.......................................................................................................................................25 Luchtkwaliteit........................................................................................................................................ 25 Externe veiligheid....................................................................................................................................27 Milieuzonering.......................................................................................................................................29 Ecologie.................................................................................................................................................. 31 Archeologie & Cultuurhistorie...............................................................................................................32 Besluit milieueffectrapportage...............................................................................................................33

Hoofdstuk 6 Wateraspecten............................................................................... 36 6.1 6.2 6.3

Algemeen................................................................................................................................................ 36 Beleidskaders.......................................................................................................................................... 36 Watertoetsproces...................................................................................................................................37

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording..................................39 7.1 7.2 7.3

Inleiding.................................................................................................................................................. 39 Opzet van de regels.................................................................................................................................39 Verantwoording van de regels................................................................................................................40

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid....................................................... 42 Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen........................................... 43 9.1 9.2 9.3

Vooroverleg...........................................................................................................................................43 Inspraak.................................................................................................................................................. 43 Zienswijzen.............................................................................................................................................. 43

Bijlagen bij de toelichting.................................................................................... 44 Bijlage 1 Bijlage 2

Quickscan ecologie.........................................................................................................................44 Watertoetsresultaat......................................................................................................................45

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat" Vastgesteld

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In het noordoosten van de kern Emmeloord, aan de Professor te Veenstraat 25, bevindt zich een zorglocatie van Triade-Vitree (hierna initiatiefnemer). Initiatiefnemer is voornemens elders in de kern Emmeloord een nieuwe locatie te ontwikkelen. De gemeente Noordoostpolder heeft aangeven onder voorwaarden aan deze nieuwe ontwikkeling mee te willen werken. Deze voorwaarde is dat de huidige locatie (Professor ter Veenstraat 25) wordt ontdaan van de maatschappelijke bestemming en wordt herbestemd naar een flexibele woonbestemming voor maximaal 16 woningen. Op deze wijze wordt voorkomen dat er te veel maatschappelijk vastgoed ontstaat in Emmeloord en krijgt de locatie een duurzaam toekomstperspectief. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologische vertaling van het voornemen. In dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Professor ter Veenstraat 25 in het noordoosten van de kern Emmeloord. De ligging van het plangebied in Emmeloord en de directe omgeving wordt weergegeven in afbeelding 1.1.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat" bestaat uit de volgende stukken: ^ ^

verbeelding (NL.IMRO.0171.BP00699-VS01) en een renvooi; regels.

Op de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting en bijhorende bijlagen. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat" Vastgesteld

1.4

Huidige planologische situatie

1.4.1

Algemeen

Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Emmeloord, Noord en Oost' en het bestemmingsplan 'Parapluplan parkeren', welke respectievelijk op 24 maart 2011 en 8 juli 2019 door de gemeenteraad van de gemeente Noordoostpolder zijn vastgesteld. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de planverbeelding opgenomen. Het plangebied heeft een maatschappelijke bestemming en is op de afbeelding indicatief aangegeven met de rode omlijning.

Afbeelding 1.2

1.4.2

Uitsnede bestemmingsplan 'Emmeloord, Noord en Oost' (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemmingen

De gronden in het plangebied zijn bestemd als 'Maatschappelijk' met bijbehorend bouwvlak. Binnen het bouwvlak geldt de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte: 6 m'. Hierna wordt deze bestemming nader beschreven. Maatschappelijk Gronden met de bestemming 'Maatschappelijk zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, kunstwerken en evenementen en de hierbij behorende: ^

gebouwen, een bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken daar onder niet begrepen;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld ^ ^ • • • • •

1.4.3

bouwwerken, geen gebouwen zijnde; andere-werken; terreinen; watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen.

Strijdigheid

Op grond van het geldende bestemmingplan is het niet toegestaan om de gronden te gebruiken en te bebouwen ten behoeve van de functie 'wonen'. Door middel van voorliggende bestemmingsplanherziening wordt de bestemming van de gronden gewijzigd naar een woonbestemming voor maximaal 16 woningen. Hiermee wordt tevens voorzien in de voorwaarde van de gemeente Noordoostpolder, in die zin dat de maatschappelijke bestemming van deze locatie wordt onttrokken.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 betreft een beschrijving van de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten waaronder de watertoets. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat" Vastgesteld

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Ruimtelijke ontstaansgeschiedenis

De gemeente Noordoostpolder ligt in Nederlands twaalfde provincie, Flevoland. Emmeloord fungeert als centrumplaats, omringd (op fietsafstand) door de 10 zogenaamde groendorpen: Bant, Creil, Ens, Espel, Luttelgeest, Kraggenburg, Marknesse, Nagele, Rutten en Tollebeek. Sinds 1962 is de Noordoostpolder een zelfstandige gemeente. Het karakter van de gemeente is sterk agrarisch. De ruimtelijke structuur van de polder wordt mede bepaald door de volgende elementen: ^ ^ ^ ^ ^

boerderijen en dorpen als groene eilanden in de open agrarische ruimte; ringen: IJsselmeerdijk en voormalige Zuiderzeedijk en de dorpenringweg; radialen: het assenkruis dat de dorpenringweg met Emmeloord verbindt; hiërarchische en concentrische opbouw; verkaveling volgens een modulair systeem op basis van een standaardkavel (300 m x 800 m).

Het belangrijkste kenmerk van de Noordoostpolder is dat het is ontworpen als eenheid, waarbij landschap, stedenbouw en architectuur onderdeel uitmaken van één integraal ontwerp. Hierdoor heeft de Noordoostpolder een hoge mate van ruimtelijke samenhang en architectonische uniformiteit. Vanwege het integrale ontwerp en de gaafheid van het landschap zijn de Noordoostpolder en Urk in de voormalige Rijksnota Belvedère gerangschikt onder de cultuurhistorisch meest waardevolle gebieden in Nederland. De Noordoostpolder kan gekarakteriseerd worden als concentrisch op verschillende niveaus. De vorm is daarbij steeds aangepast aan de topografie, de agrarische bedrijfsvoering, de civiele techniek, de gewenste afstand tussen de dorpen en de centrale plaats Emmeloord. Gebruikmakend van onder andere de theorieën van de Duitse sociaal-geograaf W. Christaller (centrale plaatsentheorie) werd een hiërarchisch model ontwikkeld ten aanzien van de plaats en de functies van de nederzettingen. De wisselwerking tussen een concentrische opbouw, de hiërarchie, modulaire opbouw en de ondergrond/omgeving, het zogenaamde 'polderidioom' is sterk bepalend geweest voor de inrichting van de Noordoostpolder. Van 1937 tot 1942 werd de Noordoostpolder (met daarin de eilanden Urk en Schokland) met een omvang van circa 48.000 hectare ingepolderd.

De ontwikkeling van de polder (zowel de ontwatering als de inrichting) is geheel door de rijksoverheid tot stand gekomen. Emmeloord is de hoofdplaats en tevens de grootste kern van de gemeente Noordoostpolder.

2.2

Huidige situatie plangebied en omgeving

Het plangebied ligt in het noordoosten van de kern Emmeloord. De ruimtelijke structuur van het plangebied wordt voornamelijk bepaald door woonbebouwing ten noorden, oosten en zuiden en de maatschappelijke bebouwing van het Zuyderzee Lyceum en Zuyderzee College ten westen. Verder ten noorden bevinden zich in een groene setting de sportvoorzieningen van de stad onder andere bestaande uit sportvelden, een zwembad, atletiekbaan en tennisbaan. De Boslaan, ten westen van het plangebied, is tevens een belangrijke ruimtelijke structuurdrager. Het plangebied wordt verder begrensd door de Professor ter Veenstraat ten zuiden en de Hendric Stevinlaan ten westen. Direct grenzend aan de noordzijde bevindt zich de reeds vermelde woonbebouwing. Het plangebied is voor een groot deel bebouwd met aan elkaar geschakelde bouwvolumes die tezamen een woonzorginstelling vormen. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie van het plangebied. De rode contour betreft een indicatieve weergave van de begrenzing van het plangebied. In afbeelding 2.2 is een straatbeeld gezien vanaf de kruising Hendric Stevinlaan/Professor ter Veenstraat weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld

Afbeelding 2.1

Huidige situatie plangebied en directe omgeving (Bron: PDOK)

Afbeelding 2.2

Straatbeeld huidige situatie plangebied (Bron: Google Streetview)

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat" Vastgesteld

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Gewenste ontwikkeling

Zoals in hoofdstuk 1 reeds aangegeven is initiatiefnemer voornemens elders in de kern Emmeloord een nieuwe zorglocatie te ontwikkelen. De gemeente Noordoostpolder heeft aangeven hieraan mee te willen werken onder de voorwaarde dat de locatie Professor ter Veenstraat 25 wordt ontdaan van de maatschappelijke bestemming en wordt herbestemd naar een flexibele woonbestemming. De gemeente Noordoostpolder ziet gelet op de omvang en stedenbouwkundige uitgangspunten van de omgeving op deze plek maximaal 16 woningen landen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om een maximale variant met gestapelde woningen (2 bouwlagen van ieder 8 woningen). Een variant met uitsluitend 8 grondgebonden woningen is eveneens een optie. Voorwaarde voor het daadwerkelijk aantal te realiseren woningen is dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Met de herbestemming van het plangebied wordt voorkomen dat er te veel maatschappelijk vastgoed ontstaat in Emmeloord en krijgt het plangebied een in de wijk passende functie met een duurzaam toekomstperspectief. Voor de bouwmogelijkheden van de gewenste woningen is aangesloten bij de bouwmogelijkheden van de naastgelegen woningen, zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan. De diepte van het hierbij behorende bouwvlak bedraagt 12 meter en de minimum en maximum goothoogte betreft respectievelijk 5 en 6 meter.

Gelet op deze inkadering zijn nadere eisen aan beeldkwaliteit niet noodzakelijk.

3.2

Verkeer ä parkeren

3.2.1

Parkeren

3.2.1.1 Algemeen Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Noordoostpolder heeft in de 'Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016' parkeernormen en voorwaarden aan parkeervoorzieningen opgenomen.

3.2.1.2 Berekening parkeerbehoefte Op basis van de parkeernormennota behoort de kern Emmeloord. Voor Emmeloord bebouwde kom wordt een stedelijkheidsgraad van 'matig stedelijk' gehanteerd. Het plangebied ligt in de stedelijke zone 'rest bebouwde kom'. In voorliggend geval wordt, zoals reeds vermeld, uitgegaan van een maximale variant van 16 gestapelde woningen of een variant met 8 grondgebonden woningen in een rij. Voor een gestapelde woning geldt een parkeernorm van 1,4 (koop, etage, midden) per woning. Voor grondgebonden woning geldt een parkeernorm van 1,5 (koop, tussen/hoek) per woning. In onderstaande tabel is de gemiddelde parkeerbehoefte per planvariant weergegeven. Variant

Parkeernorm per woning

Totale parkeerbehoefte

16 gestapelde woningen

1,4

22,4

8 grondgebonden woningen

1,5

12

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan “Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld Het parkeren dient binnen het plangebied te worden opgelost. Door qua diepte van het bouwvlak aan te sluiten bij de woningen in de directe omgeving blijft er achter de woningen ruimte voor parkeergelegenheid. In afbeelding 3.1 is dit weergeven op een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan. De daadwerkelijke parkeeroplossing dient nader te worden uitgewerkt afhankelijk van de nadere planuitwerking. Op voorhand worden er geen belemmeringen verwacht.

3.2.2

Verkeer

3.2.2.1 Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de extra verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' (publicatie 381, december 2018) van het CROW kan de verkeersgeneratie van de ontwikkeling berekend worden. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis op onder andere het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Toekomstbestendig parkeren' opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd.

3.2.2.2 Verkeersgeneratie In de Nota Parkeernormen is, zoals reeds vermeld, aangeven dat de gemeente Noordoostpolder qua stedelijkheidsgraad - in zijn geheel- in de categorie 'matig stedelijk' ligt. Voor de ontwikkeling wordt uitgegaan van de dezelfde uitgangspunten als bij het aspect parkeren: ^ »

twee varianten: 1) 16 gestapelde woningen 2) 8 grondgebonden woningen Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk (bron: 'Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016');

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld ^

Stedelijke zone: rest bebouwde kom.

De gemiddelde verkeersgeneratie voor één gestapelde woning bedraagt op basis van de opgesomde uitgangspunten 5,6 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Voor 16 gestapelde woningen bedraagt de verkeersgeneratie daarmee 89,6 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De gemiddelde verkeersgeneratie voor één tussen/hoekwoning bedraagt op basis van de opgesomde uitgangspunten 7,1 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Voor 8 woningen van dit type bedraagt de verkeersgeneratie 56,8 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Opgemerkt wordt dat de verkeersgeneratie van de huidige maatschappelijke functie komt te vervallen. De toename zal daarom per saldo minder zijn dan de reeds vermelde aantallen.

3.2.2.3 Ontsluiting Het verkeer vanuit het plangebied wordt ontsloten via de bestaande wegenstructuur. Deze is van voldoende capaciteit om de extra verkeersbewegingen veilig en vlot af te wikkelen.

3.2.3

Conclusie

Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.

4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel

Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio's

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;

2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;

3.

Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De borging van de uitspraken uit de SVIR heeft in juridische zin plaatsgevonden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Natuur Netwerk Nederland erfgoederen van universele waarden, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied.

4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld 4.1.4

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. De Ladder is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen of en hoe de Ladder moet worden toegepast, zijn de volgende vragen van belang: Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. ^ ^

11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).

In voorliggend geval is sprake van een woningbouwontwikkeling waarmee maximaal 16 woningen worden toegevoegd. Het plan moet daarmee aangemerkt worden als een stedelijke ontwikkeling. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voor wonen kan dit schaalniveau de gemeentegrens overstijgen. Verhuisbewegingen geven hiervoor een goede indicatie. De 'ladder' verplicht niet in alle gevallen tot regionale afstemming. Op basis van de aard en de omvang van het woningbouwplan moet bepaald worden of regionale afstemming nodig is. Bij kleinschalige ontwikkelingen die geen gemeentegrens overstijgend effect hebben, is bovengemeentelijke afstemming niet nodig. De woningmarkt in de gemeente Noordoostpolder is redelijk gesloten. Er zijn vooral verhuisbewegingen binnen de gemeentegrenzen. Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling beperkt zich daarom ook tot de gemeentegrenzen.

Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? De behoefte bij een woonplan wordt bepaald door de confrontatie van de lange termijn prognose van de vraag naar woningen, met het woningaanbod in de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. In veel provincies en regio's zijn prognosemodellen beschikbaar die bruikbaar zijn om de behoefte te bepalen. Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Bij woningen kan daarbij vooral worden gedacht aan specifieke woontypen, wooncategorieën en woonmilieus. In de gemeente Noordoostpolder is er een overschot aan harde plancapaciteit voor woningbouw. Dit komt met name door de aanwezigheid van uitwerkingsplichten op enkele grootschalige uitleglocaties rond Emmeloord en de dorpen. De gemeente onderkent dit probleem en bereidt (in de vorm van twee bestemmingsplannen) concrete stappen voor om het overschot terug te brengen tot binnen aanvaardbare marges (zie: paragraaf 4.3.2.3). Dat gebeurt in nauw overleg met Provincie Flevoland. Onderdeel van de oplossing is het plaatsen van de uitwerkingsbevoegdheden op de grotere uitleglocaties achter een 'dubbele laddertoets'. Voor de overige grotere uitwerkingsgebieden is dit gebeurd in 'Facetbestemmingsplan Toevoegen Laddertoets'. Uitgangspunt is bouwen naar behoefte.

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld Onderdeel van de 'Woonvisie Noordoostpolder 2.0; Vernieuwing van binnenuit' van de gemeente Noordoostpolder is het woningbouwprogramma. In dit programma wordt uitgegaan van een toevoeging van gemiddeld 75 woningen per jaar in de periode 2012 t/m 2022 voor de gemeente Noordoospolder. Hierbij wordt in de woonvisie uitgegaan van gemiddeld 60 woningen per jaar voor de kern Emmeloord en 15 voor de overige dorpen. De bevolkingsprognose (2016) geeft aan dat er nog steeds groei is doordat de gezinsverdunning doorzet. Het aantal huishoudens zal de komende jaren toenemen van 18.964 nu naar 19.800 in 2029. Dit betekent een toename van 50-60 huishoudens, dus 50- 60 woningen per jaar, wat overeenkomt met hetgeen in de woonvisie al eerder werd aangegeven. De wijk Emmelhage is de enige grote uitleglocatie in Emmeloord en vangt daarmee de hierboven aangegeven behoefte grotendeels af. Gelet op de snelheid waarmee fase 2a volloopt lijkt de behoefte in de praktijk overigens substantieel groter te zijn dan de hierboven genoemde aantallen. Vanuit het Rijk worden gemeenten aangespoord om te bouwen. Met voorliggend bestemmingsplan voor maximaal 16 woningen wordt in het binnenstedelijk gebied van Emmeloord een kleinschalige bijdrage geleverd aan deze nationale opgave.

De woonvisie is opgesteld gedurende de economische crisis, inmiddels is het economisch tij omgeslagen en is er sprake van woningnood. De gemeente Noordoostpolder werkt aan een nieuwe woonvisie die beter inspeelt op de huidige marktomstandigheden. Een belangrijke conclusie die op grond van het onderzoek ter voorbereiding van de nieuwe woonvisie reeds getrokken kan worden is dat er een substantiële vraag is naar kleinere grondgebonden woningen voor met name senioren. Wanneer dergelijke woningen gebouwd worden wordt een verhuisstroom in gang gezet, waar vooral gezinnen en starters van profiteren. De mogelijke invulling van het plangebied met rijwoningen of gestapelde woningen geven invulling aan deze vraag. Een andere conclusie die bij de voorbereiding van de nieuwe woonvisie is getrokken is dat er extra aandacht nodig is voor wonen met zorg. Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. In voorliggend geval ligt het plangebied in bestaand stedelijk gebied.

Conclusie Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat er sprake is van een actuele behoefte aan de in het plan opgenomen bouwmogelijkheden voor woningen en een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Hiermee voldoet het voorliggende plan aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie FlevolandStraks

4.2.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: ^ ^ ^

Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving), Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving).

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: ^ ^ ^ ^

Duurzame Energie Regionale Kracht Circulaire Economie Landbouw: Meerdere Smaken

4.2.1.2 Toetsing De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het herontwikkelen van een bestaande zorglocatie binnen het bestaand stedelijk gebied van de stad Emmeloord. Het betreft daarmee een inbreidingslocatie waarmee invulling wordt gegeven aan de lokale woningbehoefte. Gelet op vorenstaande sluit het voornemen goed aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie FlevolandStraks (specifiek 'Het Verhaal van Flevoland').

4.2.2

Omgevingsprogramma Provincie Flevoland

4.2.2.1 Algemeen In de komende jaren treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Op dat moment moet elke provincie beschikken over een Omgevingsvisie, een of meer programma's en een Omgevingsverordening. Het op 27 februari 2019 door de Provinciale Staten van de provincie Flevoland vastgestelde Omgevingsprogramma Flevoland vindt haar grondslag dan ook in de Omgevingswet. Daarnaast is de grondslag te vinden in diverse vigerende wetten, zoals de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder en de Wet natuurbescherming. Het Omgevingsprogramma omvat daarmee de op dit moment verplichte plannen: het milieubeleidsplan, het regionale waterplan en het verkeer- en vervoersplan. In 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie FlevolandStraks vastgesteld. Hierin is in hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst van Flevoland weergegeven. In dit (eerste) Omgevingsprogramma Flevoland is er voor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Met de vaststelling van het Omgevingsprogramma is dan ook een groot aantal beleidsnota's komen te vervallen Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd.

De provincie streeft ernaar om dit programma jaarlijks te actualiseren en waar nodig aan te vullen met overig provinciaal beleid. Zo kunnen in volgende versies onderwerpen worden toegevoegd die betrekking hebben op bijvoorbeeld economisch of sociaal beleid. Ook kunnen programma's worden toegevoegd met een meer gebiedsgebonden of thematische aanpak. In voorliggend geval is met name hoofdstuk 1 'Ruimte' van het Omgevingsprogramma van belang.

4.2.2.2 Ruimte Algemeen Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Aantrekkelijke woongebieden in een groen-blauwe omgeving maken Flevoland concurrerend met andere gebieden. Er is sprake van overloop uit de drukke, dure Randstad naar een ruimer, goedkoper Flevoland (push factor). Ook kiezen mensen bewust voor het attractieve woonmilieu van Flevoland (pull factor).

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld De provincie wil verdere grootschalige ontwikkelingen mogelijk maken en deze deels zelf ter hand nemen, samen met partners. De provincie is bereid om ruimte te reserveren voor functies waarvoor in omliggende regio's onvoldoende ruimte is. De voorwaarde daarvoor is een evenwichtige ontwikkeling. Samen met partners binnen en buiten het gebied biedt de provincie zicht op oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, die het tempo van de ruimtelijke ontwikkelingen in Flevoland met zich meebrengt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om achterblijvende bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid. Stedelijk gebied De projectlocatie maakt binnen het thema 'Ruimte' onderdeel uit van het 'Stedelijk gebied' zoals hieronder te zien is in afbeelding 4.1. Het plangebied is indicatief met rode omlijning weergegeven.

Het verstedelijkingsbeleid is gericht op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Het beleid maakt behoud en versterking van de kwaliteit van de fysieke omgeving mogelijk. Het gaat hierbij om efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Deze doelen worden gediend door de stedelijke ontwikkeling van de kernen te bundelen. Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Dit ondersteunt de optimale benutting van infrastructuur en centrumvorming rondom belangrijke vervoerknooppunten.

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld Het provinciale bundelingsbeleid is gebaseerd op enkele principes waarvan onderstaande in voorliggend geval het meest van belang zijn: ^ ^ ^

De specifieke ruimtelijke kwaliteiten van steden en dorpen worden benut door de kwaliteit van deze kenmerken te behouden en te versterken. Stedelijke uitbreiding moet aansluiten bij bestaande ruimtelijke structuren, zodat de vitaliteit van de kernen wordt ondersteund. De omvang van nieuwe ruimte voor wonen, werken en voorzieningen moet in verhouding staan tot de grootte van de kern en de positie ervan in de stedelijke en groen-blauwe hoofdstructuur.

Van de gemeenten wordt verwacht dat zij het provinciale bundelingsbeleid vertalen in lokaal beleid en in concrete (ruimtelijke) plannen. Verstedelijking (wonen) In de afgelopen decennia is in Flevoland onvoldoende gedifferentieerd gebouwd. De nadruk lag op ruime eengezinswoningen. Hoewel Flevoland een opvangtaak voor andere delen van Nederland behoudt, komt de woningbehoefte van de huidige inwoners steeds nadrukkelijker op de voorgrond te staan. Hierbij moet rekening worden gehouden met de specifieke behoeften van ouderen, alleenstaanden en starters, omdat de bestaande woningvoorraad daar onvoldoende aan tegemoet komt. Naast de bouw van nieuwe woningen wordt kwaliteitsbehoud van de bestaande woningvoorraad steeds belangrijker. Een deel van het bebouwde gebied is toe aan herstructurering. Vooral in oudere wijken moeten de bestaande woningvoorraad en de zorginfrastructuur worden aangepast. De combinatie van uitbreidingsopgave en herstructureringsopgave biedt de mogelijkheid om in te spelen op de veranderende, meer gedifferentieerde behoefte aan woningen en andere functies. Kernpunten zijn onder meer: ^ ^ ^

Huisvesting voor kleinere huishoudens; voldoen aan de behoefte aan goedkopere betaalbare (huur-)woningen voor starters, statushouders en andere groepen met een krappe beurs; differentiatie van woonmilieus.

4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan het 'Omgevingsprogramma Provincie Flevoland' Het voorliggende plan voldoet aan het door de provincie voorgestane zorgvuldige ruimtegebruik en herstructurering waarbij nieuwe bebouwing in eerste aanleg wordt geconcentreerd in het bestaand bebouwd gebied. Daarnaast wordt met het bestemmingsplan de ingezet op een passend woningaanbod voor de lokale behoefte. Zo worden er betaalbare grondgebonden als gestapelde woningen mogelijk gemaakt. Het voornemen is dan ook in overeenstemming met het 'Omgevingsprogramma Provincie Flevoland'.

4.2.3

Omgevingsverordening Provincie Flevoland

4.2.3.1 Algemeen In de Omgevingsverordening van provincie Flevoland zijn alle regels vastgelegd die de provincie hanteert op het gebied van onder andere wegen, water, milieu, bodem, natuur, wonen en ruimte. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie-)regels voor andere overheden.

4.2.3.2 Toetsing initiatief aan de omgevingsverordening. In geval van voorgenomen ontwikkeling zijn geen artikelen/instructie-regels uit de omgevingsverordening van belang. Het betreft een binnenstedelijke locatie waar zich geen provinciale belangen voordoen.

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld 4.2.4

Toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie Noordoostpolder 2025

4.3.1.1 Algemeen De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is in december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. De Structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie, die de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten beschrijft. De visie heeft als doel de verschillende belangen, zoals voor het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen en hieruit een integrale ontwikkelingsrichting te bepalen voor de periode tot 2025. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder. De Structuurvisie is een document voor de langere termijn. Daarom kent de Structuurvisie Noordoostpolder 2025 een zekere mate van globaliteit en abstractie. De visie vormt de basis voor het toekomstig beleid. Ter uitwerking van de structuurvisie zijn gebiedsvisies, masterplannen, uitwerkingsplannen, bestemmingsplannen en beleidsplannen nodig om concrete (plan)ontwikkelingen in gang te zetten.

4.3.1.2 Ambitie Bevolking en wonen De gemeente Noordoostpolder streeft naar een aantrekkelijke, uitnodigende fysieke wonen leefomgeving en daarbij richt de gemeente zich vooral op (tijdelijke) inwoners van de gemeente Noordoostpolder. De gemeente zet in op een afwisselend woningaanbod en voegt bijzondere woonmilieus toe, zoals in de Wellerwaard. Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en woningen in vrijkomende agrarische bebouwing. De aandacht verschuift van kwantiteit (veel bouwen) naar kwaliteit (dat wat er al is behouden, verbeteren en/of transformeren). Vernieuwen van binnenuit De gemeente Noordoostpolder vindt het belangrijk dat (nieuwe) inwoners kunnen kiezen uit verschillende woonmilieus en dat tijdelijke inwoners adequaat en legaal gehuisvest kunnen worden. Er wordt daarom gestreefd naar een gevarieerde woningvoorraad waar ruimte is voor diverse leeftijds-, huishoudens- en inkomensgroepen. De unieke kwaliteiten die het wonen in de polder aangenaam maken, wil men hierbij benutten voor de bestaande bewoners, waaronder jongeren/starters en senioren, maar ook om nieuwkomers naar de gemeente te trekken. De onzekerheid op de woningmarkt en de afnemende woningbehoefte maakt een zorgvuldige, stapsgewijze ontwikkeling noodzakelijk. Het accent ligt op vernieuwing van binnenuit, op inbreiding in plaats van alleen maar uitbreiding.

De (grotere) nieuwe woningbouwlocaties in de dorpen en Emmeloord worden niet in één keer ontwikkeld, maar steeds gedoseerd en gefaseerd in kleine afrondbare eenheden. Het plangebied is op de structuurvisie-themakaart 'Bevolking en wonen' zijn aangeduid als 'Bestaand woongebied'. Flexibiliteit is het sleutelwoord. Per locatie/gebied wordt bekeken wat de wensen en mogelijkheden zijn.

4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025' In voorliggend geval is sprake van een kleinschalige inbreiding binnen het bestaand stedelijk gebied (vernieuwing van binnenuit). Het plangebied ondergaat een transformatie van zorglocatie naar woonlocatie

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld voor starters/senioren. Dit plan is in overeenstemming met de uitgangspunten zoals verwoord in de 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025'.

4.3.2

Woonvisie Noordoostpolder 2020: kansen grijpen

4.3.2.1 Algemeen De gemeenteraad heeft in 2020 een nieuwe woonvisie vastgesteld. De woonvisie heeft als subtitel "kansen grijpen" en dat is precies wat de gemeente wil gaan doen. De gemeente wil de vraag van vandaag beantwoorden en tegelijkertijd inspelen op de toekomst. En wil een gemeente blijven waar het goed wonen is. Dat betekent dat de gemeente inspeelt op de markt en ruimte bieden voor experimenten en nieuwe woonvormen. Dit draagt bij aan de variatie in het woonaanbod, waardoor Noordoostpolder voor meer mensen aantrekkelijker wordt. Mensen die een band hebben met Noordoostpolder geeft de gemeente de ruimte om te blijven en te komen. Zowel in Emmeloord als in de dorpen.

4.3.2.2 Kwantitatieve behoefte Uitgangspunt voor de programmering is de bevolkingsprognose van de gemeente. Tegelijk is het beeld dat de groei hoger uit kan vallen. De ambitie van de gemeente is dan ook om aan die grotere behoefte te voldoen. Dat betekent dat er een flexibele programmering is, waarbij een jaarlijkse bijstelling van prognose en planning nodig is. Het doel is om meerjarig te voldoen aan de kwantitatieve behoefte die wordt afgeleid van de huishoudensprognose. Dat betekent dat er de komende 10 jaar in ieder geval de ruimte is om 1000 woningen toe te voegen. Dat aantal staat los van de intentie van de provincie Flevoland om in het kader van het project "Flevoland bouwt voor Nederland" in de provincie tot 2050 100.000 woningen extra te bouwen. Momenteel wordt onderzocht welke bijdrage de gemeente Noordoostpolder daaraan kan leveren. Het is cruciaal steeds zowel in Emmeloord als in de dorpen de ontwikkelruimte beschikbaar te hebben om aan de vraag te voldoen. Er zijn geen harde cijfers per kern om zo de programmering flexibel te houden en in te kunnen spelen op de behoefte.

4.3.2.3 Kwalitatieve behoefte De kwalitatieve woningprogrammering kent drie invalshoeken: 1. 2. 3.

De vraag en tekorten van vandaag. De behoefte van morgen. Zelfstandige kwaliteitsdoelstellingen.

Bij het bouwen van nieuwe woningen wordt gekeken naar inbreidingsmogelijkheden, transformatie van bestaand vastgoed en uitbreiding. De inzet van de woonvisie is om de vraag en tekorten van vandaag op te lossen door een op doorstroming gericht seniorenprogramma dat invulling geeft aan de behoefte van morgen. Het doel is om zowel in Emmeloord als in de kernen een dergelijk programma te realiseren. Het gaat daarbij om huur- én koopwoningen, appartementen én grondgebonden woningen. Een dergelijk programma kan door doorstroming ruimte scheppen voor starters en andere groepen.

4.3.2.4 Betaalbaarheid De basisstrategie is om door het stimuleren van doorstroming de betaalbare woningen in de voorraad beschikbaar te krijgen voor de groepen die daaraan behoefte hebben. Bijvoorbeeld door het toevoegen van seniorenwoningen kunnen betaalbare woningen in de bestaande voorraad beschikbaar komen. Als de doorstroming niet voldoende op gang komt, moeten er andere maatregelen genomen worden om woningen beschikbaar te krijgen voor bijvoorbeeld starters. Hierbij kan gedacht worden aan een middenhuurprogramma, levensloopgeschikte woningen die nu voor starters zijn, maar straks voor senioren.

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld Daarnaast is het doel om voor de groepen die tussen de sociale huurmarkt en de koopmarkt vallen, te komen tot een nieuw middenhuurprogramma.

4.3.2.5 Duurzaamheid Landelijk doel is om in 2050 een energie neutrale woningvoorraad te hebben. De gemeente heeft daarbij als subdoelstellingen de betaalbaarheid van het wonen én de kwaliteit van de bestaande voorraad. Vooral in de goedkopere delen van de koopvoorraad ligt hier een belangrijke opgave. De komende jaren moet op gebiedsniveau invulling worden gegeven aan deze doelstelling. Vooruitlopend daarop is het doel te leren van experimenten en met die experimenten ook draagvlak onder de bevolking te creëren. Bijzonder aandachtspunt is dat de verwachting dat op het moment dat de strategie voor de energietransitie in een afrondende fase komt daar de nieuwe opgave van de circulaire transitie overheen komt. De oplossingen voor de energietransitie kunnen strijdig zijn met die van circulair bouwen. Parallel zijn er ook de opgaven van de klimaatadaptatie en biodiversiteit. Het doel is om tijdig met de nieuwe opgaven rekening te houden in het formuleren van de strategieën.

4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Noordoostpolder Binnen het plangebied liggen mogelijkheden voor betaalbare grondgebonden of gestapelde woningen geschikt voor de starters, senioren en eenpersoonshuishoudens. Vanuit ouderen is er de wens om zolang mogelijk in hun eigen woning/woonomgeving te kunnen blijven wonen. Een verschuiving van woningbezit kan hieraan bijdragen. Gelet op de huidige marktomstandigheden zullen er snel kopers gevonden worden voor eventueel vrijkomende woningen. In het Coalitieakkoord 2018-2022 is verder aangegeven dat transformeren, herstructureren en inbreiden de voorrang krijgen om in te spelen op veranderende woonwensen. Het voorliggende bestemmingsplan is bewust flexibel opgesteld om optimaal invulling te kunnen geven aan actuele woonwensen in Emmeloord. Geconcludeerd wordt dat voorliggende woningbouwontwikkeling past binnen de kaders van de gemeentelijke woonvisie 2020 en de actuele uitgangspunten zoals verwoord in het Coalitieakkoord 2018-2022.

4.3.3

Welstandsnota gemeente Noordoostpolder 2016

4.3.3.1 Algemeen Op 29 november 2016 heeft de raad de welstandsnota "Ruimte voor kwaliteit en welstandsvrijheid" vastgesteld. De welstandsnota geeft richting aan het welstandstoezicht in de Noordoostpolder en voor de inwoners van de gemeente biedt het plan helderheid over de welstandsbeoordeling van hun bouwplannen. Zoals de titel van de nota al aangeeft wordt onderscheid gemaakt tussen welstandsvrije en niet welstandsvrije gebieden. De selectie van niet-welstandsvrije gebieden heeft plaats gevonden aan de hand van twee criteria: ^ ^

de cultuurhistorische betekenis van de bebouwing; de zichtbaarheid van de bebouwing vanuit belangrijke openbare ruimtes.

Op basis van deze criteria is besloten dat in de volgende gebieden welstandstoezicht blijft gelden: 1. 2. 3. 4.

de kernen en beeldbepalende gebieden van Emmeloord; de dorpskernen en beeldbepalende gebieden van Marknesse, Ens, Luttelgeest, Bant, Creil, Espel, Tollebeek, Kraggenburg en Rutten; Nagele en Schokland in zijn geheel; het landelijk gebied.

Uit de volgende uitsnede van de welstandsgebiedenkaart blijkt dat het plangebied (blauwe omlijning) in een gebied ligt waar welstandseisen gelden. BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld

Afbeelding 4.3

Uitsnede welstandsgebiedenkaart Welstandnota (Bron: gemeente Noordoostpolder)

4.3.3.2 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota gemeente Noordoostpolder Ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan is nog geen concreet plan voor de locatie in ontwikkeling. Het bouwplan voor deze locatie zal te zijner tijd moeten worden opgesteld conform de welstandseisen en moet worden beoordeeld door de welstandscommissie.

4.3.4

Duurzaamheidsvisie Noordoostpolder

4.3.4.1 Algemeen In haar duurzaamheidsvisie streeft de gemeente Noordoostpolder naar energieneutraliteit in 2030. De gemeente focust daarnaast op inzet van schone energie. Energiegebruik en -besparing in woningen maken daar een belangrijk onderdeel van uit. Het energiegebruik door woningen bedraagt ongeveer 16'^ van het totale energiegebruik in Noordoostpolder. Landelijke eisen Het Nationaal Plan voor het bevorderen van bijna-energieneutrale gebouwen in Nederland beschrijft het Nederlandse beleid om te komen tot bijna-energieneutrale woningen vanaf 2021. Het beleid is erop gericht dat de EPC-eis in het Bouwbesluit per 31 december 2020 dichtbij nul komt te liggen, oftewel bijnaenergieneutraal. De eis wordt vanaf 2020 op andere wijze bepaald, maar komt ongeveer overeen met een EPC van 0,2.

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld Op 3 april 2018 is een aanpassing van de Gaswet in werking getreden waardoor de gasaansluitplicht is komen te vervallen. Dit betekent dat geen omgevingsvergunningen meer mogen worden afgegeven voor nieuwbouw die aangesloten wordt op een gasnet. Deze regeling geldt voor omgevingsvergunningen aangevraagd vanaf 1 juli 2018. Een gemeente kan een ontheffing verlenen waardoor toch op het gasnet aangesloten mag worden. Dit kan echter alleen in uitzonderlijke situaties waarbij grote maatschappelijke effecten ontstaan door het niet aansluiten op gas. Aangezien voor de geplande woningen technische oplossingen beschikbaar en financieel haalbaar zijn voor aardgasloos wonen, verleent de gemeente voor deze locatie geen ontheffing.

4.3.4.2 Toetsing initiatief aan Duurzaamheidsvisie Noordoostpolder Ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan is nog geen concreet plan voor de locatie in ontwikkeling. De woningen zullen conform de wet gasloos worden gebouwd en zullen voldoen aan de actuele bouwbesluit eisen.

4.3.5

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend initiatief past binnen de gemeentelijke beleidskaders.

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld

Hoofdstuk 5

Milieu- en omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. De functie 'wonen' is aan te merken als een geluidsgevoelige functie.

5.1.2

Situatie plangebied

5.1.2.1 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woningen wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering).

5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op zeer ruime afstand van het plangebied ligt.

5.1.2.3 Wegverkeerslawaai Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buitenstedelijk gebied ligt. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

Tabel 1 Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl)

De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg moet akoestisch onderzoek plaatsvinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en).

BJZ.nu

Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan "Emmeloord, Prof. ter Veenstraat"

Vastgesteld Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: ^ ^

Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1903/documents/30536