CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

7.4 Advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage.pdf

Commissie Woonomgeving 16 september 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 7: Omgevingsvisie4.713 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsvisie gemeente Noordoostpolder Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 29 juli 2024 / projectnummer: 3840

Advies over het MER in het kort De gemeente Noordoostpolder stelt een omgevingsvisie op. Ze werkt hierin het langetermijnbeleid (tot 2050) uit voor ruimtelijke ontwikkelingen. Voordat de gemeenteraad besluit over de visie, zijn de milieugevolgen onderzocht in een omgevingseffectrapport (OER).1 De gemeente heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (de Commissie) gevraagd te adviseren over het OER.2 In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het OER.

Wat staat in het OER? In het OER zijn verschillende stappen doorlopen: 1.

de huidige situatie van de leefomgeving is in beeld gebracht. Daarbij is beoordeeld in hoeverre de staat van de leefomgeving voor ieder beleidsveld overeenkomt met wettelijke normen, advies- of streefwaarden en ambities van de gemeente;

2.

er zijn botsproeven3 uitgevoerd om eventuele conflicterende ruimteclaims en (meekoppel)kansen vanuit verschillende beleidsvelden in beeld te brengen;

3.

de haalbaarheid van de beleidsdoelen van de gemeente is beoordeeld. Daarbij is beoordeeld in hoeverre de verschillende beleidsmaatregelen uit de concept omgevingsvisie4 bijdragen aan het bereiken van de gestelde doelen (doelbereik);

4.

op basis van de toets aan het doelbereik, heeft de gemeente haar visie verder aangescherpt. De aangescherpte (ontwerp) omgevingsvisie is vervolgens in het OER opnieuw beoordeeld op doelbereik.

De gemeente heeft in haar visie drie kernopgaven geformuleerd: 

groei en bloei van dorpen en wijken door meer inwoners én behoud van sociale binding;

een vitaal landelijk gebied met landbouw, landschap en andere functies;

een aantrekkelijke regio waar iedereen profijt van heeft.

In het OER staat dat de omgevingsvisie bijdraagt aan een verbetering van de leefomgeving op gebied van biodiversiteit, landschap en ruimtelijke kwaliteit, energietransitie, modal shift5 en duurzame mobiliteit, recreatie en toerisme, wonen, gezondheid, sociale cohesie en leefbaarheid.6 In het OER is gesteld dat de staat van de leefomgeving op geen van de onderzochte indicatoren verslechtert door de beleidsmaatregelen uit de omgevingsvisie. Wel is uit de botsproeven een aantal risico’s en aandachtspunten naar voren gekomen op gebied van biodiversiteit, droogte, wateroverlast, hittestress, duurzame warmte, bereikbaarheid,

1

Het OER is formeel een milieueffectrapport (MER), maar gaat ook in op sociale en economische aspecten. Daarom is, in

2

Omgevingseffectrapport bij de Omgevingsvisie Noordoostpolder, 25 januari 2024, Gemeente Noordoostpolder.

3

Botsproeven zijn analyses waarmee eventuele dwarsverbanden en mogelijke conflicten in beeld gebracht tussen

4

Zoals in de opsomming te lezen is, zijn in het OER twee onderzoeksronden uitgevoerd. De eerste onderzoeksronde is

aansluiting op de Omgevingswet, de term ‘omgevingseffectrapportage’ gekozen.

verschillende beleidsvelden. gebaseerd op de concept omgevingsvisie. Dit concept is op basis van de eerste onderzoeksresultaten aangepast naar een nieuwe versie: de (ontwerp) omgevingsvisie. 5

Veranderingen in de vervoerswijze. Het gaat bijvoorbeeld om een verschuiving van vervoer per weg naar vervoer met het

6

Voor een aantal beleidsvelden is in het OER geen beoordeling op doelbereik uitgevoerd, vanwege kennisleemten over de

openbaar vervoer of per fiets. referentiesituatie. Het gaat om: grond- en oppervlaktewaterkwaliteit, circulaire economie, stadscentrum (aantrekkelijkheid en leegstand) en landbouw.

-1-

lichthinder, sport en beweging, openbaar groen en externe veiligheid. Het OER doet aanbevelingen om de omgevingsvisie op deze onderwerpen te verduidelijken of te concretiseren.

Wat is het advies van de Commissie? Het OER is goed leesbaar en bevat een goede procesbeschrijving. De doorlopen stappen zijn logisch en de uitgevoerde botsproeven zijn van toegevoegde waarde voor het in beeld brengen van mogelijke tegenstrijdigheden in beleidsambities en ruimteclaims. Hoewel het OER op veel onderwerpen relevante omgevingsinformatie biedt, mist de Commissie op een aantal punten nog belangrijke informatie. Het aanvullen van deze informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de omgevingsvisie. Het gaat om de volgende punten: 

Inzicht in de invloed van de bredere context op beleidskeuzes: de gemeente heeft te maken met verschillende belangrijke ontwikkelingen en onzekerheden waarop de gemeente zelf maar beperkt invloed heeft. Het gaat bijvoorbeeld om de ontwikkeling van de Lelylijn en innovaties in het openbaar vervoer, de landbouwtransitie en natuurbeschermingsmaatregelen (allereerst voor de Wieden en Weerribben). Uit het OER blijkt nog niet voldoende welke invloed externe ontwikkelingen en beleid van andere overheden hebben op de gemeente en op het doelbereik van beleidsmaatregelen.

Aanvulling van de Foto van de Leefomgeving: de huidige staat van de landbouw en het water- en bodemsysteem zijn niet in beeld. Hierdoor is het voor deze aspecten niet mogelijk om in het OER de effecten van beleidskeuzes te beoordelen. Deze inzichten zijn wel essentieel vanwege het grote ruimtebeslag van de landbouw, de urgentie om water en bodem meer sturend te maken en de invloed hiervan op de beleidskeuzes van de gemeente.

Beoordeling van effecten van beleidsmaatregelen: in het OER ligt de nadruk op het beoordelen van het doelbereik. De effecten van beleidskeuzes en -maatregelen worden niet beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Dit is wel nodig om de haalbaarheid en de weerslag van beleidskeuzes op de verschillende omgevingsaspecten in beeld te brengen. De beoordeling van effecten van ontwikkelingen in de agrarische sector (inclusief de herontwikkeling van vrijkomende erven) en wijzigingen in het wateren bodemsysteem vragen daarbij in het bijzonder aandacht.

De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het OER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over de omgevingsvisie. Voor invulling van bovenstaande adviezen kan het behulpzaam zijn om een aantal alternatieven uit te werken. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar beoordeling toe en geeft ze, aanvullend, aandachtspunten voor het vervolgtraject. De aanbevelingen gaan onder andere over landbouw, natuur en landschap en cultureel erfgoed. Deze aanbevelingen kunnen verwerkt worden in het OER, om de besluitvorming over de omgevingsvisie te verbeteren. De informatie is in deze fase echter nog niet essentieel voor de besluitvorming, daarom kunnen de aanbevelingen ook in een volgende processtap worden opgepakt, bijvoorbeeld bij de uitwerking van programma’s. Bij het doorschuiven van keuzes attendeert de Commissie de gemeente erop dat dit potentieel tot risico’s leidt voor realisatie van de beleidsambities. Zonder integrale keuzes en sturing door de gemeente, bestaat het risico dat thematische uitwerkingen die in een vroeg stadium gereed zijn voor uitvoering, leidend worden boven andere omgevingsaspecten.

-2-

Hierdoor kunnen andere ambities moeilijker te realiseren zijn en kunnen onbedoelde negatieve milieugevolgen optreden.

Figuur 1: Plangebied en ruimtelijke invulling kernopgave 1 Omgevingsvisie Noordoostpolder (bron: OER).

Aanleiding OER De omgevingsvisie beschrijft het integrale beleid van de gemeente voor de fysieke leefomgeving voor de middellange tot lange termijn (tot 2050). Omdat de omgevingsvisie het kader kan vormen voor mer(beoordelings)plichtige activiteiten, zoals stedelijke ontwikkelingen, is een plan-MER vereist. Een planMER is ook nodig vanwege mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden, zoals het IJsselmeer, Zwartemeer, Ketelmeer & Vossemeer en De Wieden. Deze gebieden grenzen direct aan de Noordoostpolder. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het OER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen omgevingseffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Noordoostpolder - besluit over de omgevingsvisie. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3840 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

-3-

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar beoordeling toe. Aan deze beoordeling koppelt zij adviezen en aanbevelingen. Als deze in een tekstkader staan dan is het uitvoeren ervan volgens de Commissie essentieel voor het volwaardig meewegen van het omgevingsbelang bij het besluit over het vaststellen van de omgevingsvisie. Aanbevelingen die niet in een kader staan zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming - nu en in de toekomst - te verbeteren.

Omgevingsvisie en OER De inzichten uit het OER kunnen de besluitvorming ondersteunen door de milieu- en omgevingseffecten van beleidskeuzes in beeld te brengen. Het OER is goed leesbaar. De onderzoeksaanpak is helder en de analyses en beoordelingen zijn transparant. De botsproeven zijn waardevol, omdat ze een beeld geven van mogelijk conflicterende ruimteclaims of tegenstrijdige belangen vanuit de verschillende beleidsvelden. In het OER zijn daarnaast nuttige aanbevelingen gedaan voor de verdere uitwerking van de omgevingsvisie. Desondanks mist de Commissie een aantal essentiële onderdelen in het OER. Het gaat om: 

inzicht in de invloed van externe ontwikkelingen op de beleidskeuzes van de gemeente;

inzicht in de referentiesituatie van de landbouw en het water- en bodemsysteem in de gemeente;

inzicht in de effecten van beleidsmaatregelen ten opzichte van de referentiesituatie.

In de onderstaande paragrafen licht de Commissie deze punten nader toe. Daarnaast doet ze een aanbeveling voor de ontwikkeling van alternatieven7 die bijdragen aan het in beeld brengen van de mogelijke ontwikkelrichtingen van de gemeente.

Invloed van bredere context op beleidskeuzes Een hoofdstuk met een brede analyse van Rijks- en provinciaal beleid ontbreekt in het OER. Hierdoor lijken de beoordeelde beleidsambities en -maatregelen beperkt afgestemd op beleidsontwikkelingen, trends en ruimtelijke ontwikkelingen van buiten de gemeente. Deze kunnen echter wel van grote invloed zijn op de wenselijkheid en/of effectiviteit van de beleidskeuzes en -maatregelen op de langere termijn, zoals het bouwen aan de Noordwestzijde van Emmeloord. Onder andere het volgende beleid en de volgende ontwikkelingen zijn hiervoor relevant: 

Nationaal Programma Landelijk Gebied8 (NPLG) en (concept) Flevolands Programma Landelijk Gebied (FPLG);9

7

Water en bodem sturend (Kamerbrief 25 november 2022);

mogelijke verhoging van het waterpeil van het IJsselmeer;10

Watervisie Waterschap Zuiderzeeland (2021);11

Alternatieven zijn de sturingsmogelijkheden van de gemeente.

8

De Commissie mer heeft op 16 april 2024 een advies uitgebracht over het MER dat is opgesteld voor dit programma.

9

Zie het Flevolands Programma Landelijk gebied (30 juni 2023).

10

Zie de Kamerbrief over buitendijks bouwen in het Markermeer en IJsselmeergebied (5 oktober 2023).

11

Zie de Watervisie Waterschap Zuiderzeeland (juli 2021).

-4-

Visie Rijk Voorland op natuurinclusieve toekomst voor Flevoland en het Natuurbeheerplan voor de Wieden en de Weerribben;12

NOVI/NOVEX en de Nota Ruimte in voorbereiding;

infrastructurele ontwikkelingen zoals de ontwikkeling van de Lelylijn, verbreding van de N50 en aanpassing van de aansluitingen op de A6.

Om de wenselijkheid en effectiviteit van beleidsmaatregelen te kunnen beoordelen, is het van belang om deze te beschouwen binnen de bredere ruimtelijke- en beleidscontext.

Referentiesituatie op basis van de Foto van de Leefomgeving In 2022 heeft gemeente Noordoostpolder een Foto van de Leefomgeving13 opgesteld. Daarin zijn de huidige situatie en autonome ontwikkelingen van relevante ruimtelijke beleidsvelden beschreven. Hoewel de Foto van de Leefomgeving een uitgebreid document is, ontbreken een aantal belangrijke omgevingsaspecten: 

Landbouw: 80% van de huidige Noordoostpolder bestaat uit grond voor de landbouw. Ook economisch speelt de landbouwsector een belangrijke rol. In de Foto van de Leefomgeving is desondanks geen hoofdstuk opgenomen over dit onderwerp. Hierdoor is de informatie over de huidige (landbouw)situatie beperkt. Niet duidelijk is bijvoorbeeld wat de erfgrootte in de huidige situatie is en of erfuitbreidingen tot drie hectare nodig zijn en ook realistisch, gelet op de beschikbaarheid van stikstofruimte.

Water- en bodemsysteem: in de Foto van de Leefomgeving zijn wateroverlast en droogte in beeld gebracht, maar inzicht in de staat van het water- en bodemsysteem ontbreekt. In het OER is aangegeven dat de gemeente water en bodem sturend wil laten zijn, maar dat nog sprake is van kennisleemten. Bij Waterschap Zuiderzeeland is veel relevante kennis aanwezig. De Watervisie Waterschap Zuiderzeeland (2021) en het ‘Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ (zie figuur 2) bieden een goede basis voor het in beeld brengen van de referentiesituatie van het water- en bodemsysteem. Bij het in beeld brengen van de huidige staat van het water- en bodemsysteem is het van belang om over de gemeentegrenzen heen te kijken en ook natuuropgaven in beeld te brengen die samenhangen met het water- en bodemsysteem (zie paragraaf 2.2.2 van dit advies).

Het is belangrijk om voor bovenstaande aspecten de referentiesituatie in beeld te brengen omdat ze een belangrijke invloed hebben op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Alleen als de referentiesituatie in beeld is, wordt duidelijk welke knelpunten voor deze omgevingsaspecten op termijn ontstaan als de gemeente hier niet met beleidsmaatregelen op stuurt. Deze knelpunten zijn daarmee een belangrijke basis voor het bepalen van beleidsambities en -maatregelen. Duidelijkheid over de referentiesituatie is daarnaast belangrijk om doelbereik en omgevingseffecten van beleidskeuzes te kunnen beoordelen.

12 13

Zie het Natura 2000-beheerplan voor De Wieden en Weerribben (6 januari 2019). De Foto van de Leefomgeving geeft een beeld van de huidige situatie in gemeente Noordoostpolder. De Foto van de Leefomgeving wordt gebruikt als basis voor de beoordeling op doelbereik en milieueffecten.

-5-

Figuur 2: Kaart Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving (bron: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 9 april 2024).

Beoordeling van effecten ten opzichte van de referentiesituatie In het OER ligt de focus op het beoordelen van het doelbereik. Maatregelen kunnen echter ook (onbedoelde) effecten hebben op andere omgevingsaspecten. Het gaat bijvoorbeeld om effecten van boerderijmolens en erfuitbreiding op het landschap of om het effect van ontwikkelingen in de landbouwsector op de waterhuishouding en de natuur. Voor de besluitvorming over de omgevingsvisie is het daarom belangrijk dat het OER de effecten van de maatregelen in beeld brengt ten opzichte van de referentiesituatie. De effectbeoordeling kan plaatsvinden op hoofdlijnen, passend bij het detailniveau van de omgevingsvisie. Belangrijk is dat met de effectbeoordeling de weerslag van beleidskeuzes op de verschillende omgevingsaspecten in beeld worden gebracht. Daarnaast is het van belang dat de effectbeoordeling eventuele risico’s voor de haalbaarheid van beleidsmaatregelen in beeld brengt.

-6-

De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER, voorafgaand aan de besluitvorming: 

een beleidsanalyse uit te voeren. Beoordeel op basis daarvan welke impact externe (beleids)ontwikkelingen hebben op de wenselijkheid en het doelbereik van de ambities en beleidsmaatregelen van gemeente Noordoostpolder;

de referentiesituatie aan te vullen voor de landbouwsector en het water- en bodemsysteem;

de (onbedoelde) omgevingseffecten van de in de omgevingsvisie voorgestelde beleidsmaatregelen te beoordelen ten opzichte van de referentiesituatie.

Alternatieven voor beoordeling effecten Alternatieven kunnen helpen om invulling te geven aan bovenstaande adviezen. De Commissie beveelt aan om vanuit de bredere (beleids)context verschillende alternatieven te ontwikkelen die samen een beeld geven van de mogelijke ontwikkelrichtingen (‘hoeken van het speelveld’) van de gemeente. Bij de ontwikkeling van alternatieven kan gedacht worden aan een focus op: 

maximale inzet op huidige waarden, zoals cultureel erfgoed en landschap;

water, bodem en natuur sturend;

landbouw, zoals bieden van ruimte voor precisielandbouw, verbrede landbouw of maximale ontwikkeling van natuurinclusieve landbouw;

maximale sturing op economie en woningbouw, inclusief ontwikkeling Lelylijn met een halte in de Noordoostpolder.

Door de effecten van de verschillende alternatieven te beoordelen, wordt de wenselijkheid, effectiviteit en toekomstbestendigheid van alle mogelijke beleidskeuzes inzichtelijk.

Omgevingsaspecten Voor een aantal omgevingsaspecten spelen specifieke aandachtspunten. Het gaat om: 

Vrijkomende erven;

water, bodem en natuur;

verkeer en mobiliteit;

landschap en cultureel erfgoed.

In de onderstaande paragrafen geeft de Commissie hierover een aantal adviezen en aanbevelingen.

2.2.1

Vrijkomende erven In het OER is aangegeven dat schaalvergroting in de landbouw zal leiden tot het vrijkomen van agrarische erven. Er is daarbij geen indicatie afgegeven van het aantal erven dat zijn primaire functie gaat verliezen. De gemeente wil deze erven benutten voor de woningbouwopgave en op de erven niet-agrarische bedrijfsactiviteiten, zoals recreatie, toestaan. Deze transitie kan verschillende gevolgen hebben voor andere omgevingsaspecten,

-7-

zoals het typische Noordoostpolder-landschap en gezondheid van nieuwe bewoners (door gebruik van pesticiden14 op omliggende landbouwpercelen). In het OER is, met uitzondering van de positieve effecten op bodemkwaliteit, niet verkend welke gevolgen de herontwikkeling van vrijkomende erven heeft op de omgeving. Ook is onduidelijk welke kaders de gemeente gaat stellen op de herontwikkeling van vrijkomende erven, om de landschappelijke identiteit van de polder te borgen. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER, voorafgaand aan de besluitvorming, de effecten van de herontwikkeling van vrijkomende erven in beeld te brengen en daarbij de effectiviteit van beleidskeuzes inzichtelijk te maken. Ga in ieder geval in op de effecten op het landschap en op gezondheid.

2.2.2

Water, bodem en natuur Water en bodem sturend Bij de ontwikkeling van de omgevingsvisie is het van belang om vanuit bodem en water sturend voldoende ver vooruit te kijken (50 tot 100 jaar). Daarbij moeten de relevante ontwikkelingen en voorgenomen ontwikkelingen op water kwantiteits-, kwaliteits- en bodemvlak betrokken worden bij de ruimtelijke keuzes.15 Relevante ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld aanpassingen in de waterstand in het IJsselmeer, en peil- en watervoorzieningsontwikkelingen voor de instandhouding van het Natura 2000-gebied Weerribben-Wieden (zie onderstaande paragraaf).16 Belangrijk is daarbij om niet alleen de effecten aan het oppervlak te beschouwen, maar ook de effecten op het grondwater, zoals de kwel en wegzijging.17 Deze informatie kan leiden tot andere ruimtelijke keuzes over bijvoorbeeld de voorgenomen ontwikkelingen aan de Noordwestzijde van Emmeloord, het versterken van de waterrecreatie en watergebonden recreatie en de landbouwontwikkeling in het (Noord) oostelijk deel van de polder. Daarom is het van belang om deze informatie vóór het besluit over de omgevingsvisie in beeld te brengen. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER, voorafgaand aan de besluitvorming, de effecten te beoordelen van veranderingen in het water- en bodemsysteem op ruimtelijke keuzes, zoals de keuze van nieuwe woningbouwlocaties.

Het Waterschap Zuiderzeeland heeft relevante kennis en informatie over het water- en bodemsysteem. In haar zienswijze biedt ze aan om de gemeente over dit onderwerp te adviseren. De Commissie beveelt aan om gebruik te maken van dit aanbod.

14

Mogelijk neemt het gebruik van pesticiden af door de landbouwtransitie, maar het kan ook dat een groter aantal mensen wordt blootgesteld aan pesticiden wanneer woningbouw wordt mogelijk gemaakt op voormalige agrarische erven.

15

Dit sluit aan bij de zienswijze van Waterschap Zuiderzeeland, waarin ze adviseert Water en bodem sturend sterker in de afwegingen en criteria te verankeren.

16

17

De Commissie is daarbij positief over het voorstel dat het FlevoLandschap doet in haar zienswijze om: “in het oosten natte graslanden, beeksystemen en nattere bossen te ontwikkelen door het kwelwater dat uit de Weerribben-Wieden komt vast te houden.” Wegzijging is een neerwaartse stroming van water van een ondiepe naar een diepere bodemlaag.

-8-

De Wieden en Weerribben Ten oosten van de Noordoostpolder ligt Natura 2000-gebied Wieden en Weerribben. Dit gebied bestaat uit de restanten van een groot laagveengebied waarvan ook de Rottige Meenthe en Brandemeer deel uitmaken. Door inpoldering van de directe omgeving en van de Noordoostpolder ligt het Natura 2000-gebied hoger dan zijn omgeving en is daarmee een gebied geworden waaruit water wegzijgt naar de omgeving. De wegzijging is in de loop der tijd toegenomen door grondwateronttrekking en polderpeilverlagingen. Dit heeft negatieve effecten op de natuur in het Natura 2000gebied.18 De Noordoostpolder draagt daarnaast bij aan de stikstofoverbelasting van de natuurgebieden. Herstel van de waterkwaliteit en het peilbeheer in en buiten het natuurgebied zijn belangrijke herstelmaatregelen.19 In de Foto van de Leefomgeving en in het OER is deze problematiek niet benoemd en zijn geen maatregelen getoetst. Dit terwijl de herstelmaatregelen wel deels binnen gemeente Noordoostpolder moeten worden uitgevoerd. Omdat er vanuit de natuurgebieden veel schoon grondwater afstroomt naar de Noordoostpolder, liggen hier ook kansen om dit water langer vast te houden en vervolgens te benutten, wellicht voor drinkwaterbereiding.

De Commissie beveelt aan om de problematiek rondom het wegzijgen van grondwater uit de Wieden en Weerribben te beschouwen in een vervolgstap, bijvoorbeeld bij de uitwerking van een gemeentelijk programma. Definieer en beoordeel op basis daarvan passende beleidsmaatregelen.

2.2.3

Verkeer en mobiliteit Lelylijn Terecht is de Lelylijn niet gerekend tot de autonome ontwikkeling, ondanks het feit dat de aanleg van de Lelylijn in het nieuwe coalitieakkoord is opgenomen. Volledige aanleg van deze lijn is en blijft een onzekerheid. Het wel of niet doorgaan van de Lelylijn en de vraag of er bij ontwikkeling van de Lelylijn ook een station komt in de Noordoostpolder, zijn van grote invloed op de ruimtelijke en sociaaleconomische ontwikkeling van de gemeente. Dit blijkt ook uit de keuze van de gemeente om 5.000 extra woningen te bouwen als de Lelylijn wordt gerealiseerd. De ambitie om het openbaar vervoergebruik binnen de gemeente te bevorderen is sterk afhankelijk van het wel of niet komen van een station in de Noordoostpolder. Mocht deze er niet komen, dan zal de al bestaande grote autoafhankelijkheid in de gemeente alleen maar toenemen. Er is dan namelijk een reële kans op verdere verschraling van het openbaar vervoer. In het OER is niet uiteengezet hoe bijvoorbeeld ruimteclaims, effecten op de modal split, vestigingsklimaat, recreatie en emissies (geluid, luchtkwaliteit)20 verschillen als de Lelylijn wel of niet wordt ontwikkeld. Dit is echter wel een belangrijk inzicht voor de besluitvorming. Het

18

Bron: Natura 2000-beheerplan De Wieden en Weerribben.

19

Bron: Advies Weerribben, provincie Overijssel, Ecologische Autoriteit, 10 april 2024.

20

In haar zienswijze op het OER vraagt de GGD hier ook aandacht voor, in relatie tot woningbouw.

-9-

verschil in effecten kan bijvoorbeeld met scenario’s21 of alternatieven in beeld worden gebracht, zie ook paragraaf 2.1 van dit advies. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER, voorafgaand aan de besluitvorming, de gevolgen (bijvoorbeeld op ruimtebeslag, sociaaleconomische ontwikkelingen en emissies) in beeld te brengen voor de situatie waarin de Lelylijn niet of juist wel, al dan niet met een halte in de Noordoostpolder, wordt ontwikkeld.

Effecten van andere ambities en ontwikkelingen op de mobiliteit In de ontwerp omgevingsvisie geeft de gemeente aan te streven naar een hogere aantrekkelijkheid voor recreatie en toerisme en naar meer ruimte voor bedrijvigheid. Beide ambities hebben mogelijk gevolgen voor de mobiliteit in de gemeente. Deze effecten van de beleidsambities op de mobiliteit zijn in het OER beperkt in beeld gebracht. In de botsproeven wordt wel benoemd dat de bedrijvigheid meer vrachtverkeer genereert, maar in welke mate wordt niet aangegeven. Er wordt hier ook geen oordeel aan verbonden. De ontwikkeling van autoverkeer als gevolg van deze ambities is nog niet in beeld. De Commissie beveelt aan om in een volgende processtap, bijvoorbeeld bij het opstellen van een programma, de effecten van andere beleidsambities op de mobiliteit in beeld te brengen.

Verkeersveiligheid In december 2021 heeft de gemeenteraad de mobiliteitsvisie 205022 vastgesteld. In het OER en in de omgevingsvisie wordt hier niet naar verwezen. Uit de mobiliteitsvisie blijkt wel dat de verkeersveiligheid een belangrijk aandachtspunt is, onder andere doordat in het buitengebied met veel te hoge snelheden wordt gereden. In het OER is hier beperkt aandacht voor en wordt voor de uitwerking van knelpunten verwezen naar het in april 2023 door de raad geaccepteerde mobiliteitsplan 2030. De Commissie beveelt aan om in een vervolgstap, bijvoorbeeld bij de uitwerking van een gemeentelijk programma, de belangrijkste aspecten uit het nieuwe mobiliteitsplan explicieter te benoemen en de omgevingseffecten hiervan aan te geven.23

2.2.4

Landschap en cultureel erfgoed Het OER concludeert dat landschappelijke kwaliteit niet achteruit gaat, omdat grote ontwikkelingen zorgvuldig worden ingepast. Deze conclusie is moeilijk te volgen. Ontwikkelingen als kavelvergroting of -samenvoeging kunnen de landschappelijke structuur in negatieve zin beïnvloeden. Ook ontwikkelingen als boerderijwindmolens, mestopslag en verwerking kunnen een impact hebben op het landschap die niet altijd met

21

Bijvoorbeeld een scenario met en een scenario zonder ontwikkeling van de Lelylijn.

22

Keuzedocument Mobiliteitsvisie 2050, Gemeente Noordoostpolder, 29 april 2021.

23

Het gaat om: 

gebruik van superblocks (erftoegangswegen uitsluitend bestemmen voor bestemmingsverkeer en/of doorgaand

verlaging maximumsnelheden binnen (van 50 naar 30 km/uur) en buiten de bebouwde kom (van 80 naar 60 km/u);

fietsverkeer; 

verbeteren fietsnetwerk met onder andere fietsstraten tussen dorpen;

inzet op deelmobiliteit en mobiliteithubs: onder andere via dorphubs en HOV-hubs;

optimaal benutten van betaalbaar openbaar vervoer.

-10-

inpassingsmaatregelen te voorkomen is. Het zou de navolgbaarheid van de conclusies ten goede komen als het OER de Foto van de Leefomgeving zou volgen in de typering van landschapskwaliteiten (openheid, groene eilanden, modulaire verkaveling et cetera).24 De Commissie beveelt aan om in een volgende processtap, bijvoorbeeld bij de uitwerking van een programma, een analyse te maken van de ontwikkelruimte die aan de agrarische sector wordt geboden. Geef aan of daar in de sector aantoonbare behoefte aan bestaat en of de ontwikkelruimte ook realistisch is gelet op nationale en Europese regelgeving. Daarbij beveelt de Commissie aan om voor ontwikkelingen nabij Schokland of Nagele te beschouwen of deze afbreuk doen aan bescherming en beleving van het erfgoed. Voor Schokland is het belangrijk dat het OER25 in beeld brengt welke beperkingen in agrarisch gebruik van de omliggende percelen nodig zijn om verdere bodemdaling van het erfgoed te voorkomen. Teelten die een grote mate van drooglegging vereisen kunnen het probleem verergeren. In deze fase van visievorming is het wenselijk om na te gaan of er in de vervolgstap van het omgevingsplan planregels nodig zijn om het erfgoed en de UNESCO status ervan veilig te stellen. Naast de bodemdaling vormt de 380 kV hoogspanningsverbinding langs Schokland een bedreiging.

Het OER kan hiervoor de uitkomsten van de uitgevoerde Heritage Impact Assessment overnemen.26

Kennisleemten en monitoring Het OER brengt de kennisleemten duidelijk in beeld. Door de kennisleemten zijn een aantal belangrijke aspecten in het OER nog niet beoordeeld. De omgevingsvisie wordt door de gemeente gezien als een startpunt voor het nieuwe omgevingsbeleid. Het is om deze reden, en vanwege de kennisleemten, belangrijk om vanaf dit moment te starten met goede monitoring van ambities, ontwikkelingen en de gevolgen daarvan. In hoofdstuk 6 van het OER is een aanzet voor monitoring gedaan. De Commissie ziet dit als een goede aanzet, die een belangrijke rol kan spelen in de uitwerking van de visie en de vertaling in thematische programma’s. Door middel van monitoring kunnen dilemma’s concreet en tijdig in beeld komen en kunnen kennisleemten worden ingevuld. Op basis hiervan kan bepaald worden waar en wanneer scherpe keuzes nodig zijn. De Commissie beveelt aan om bij de monitoring te zorgen voor consistentie in data en een goede vertaling van de data naar informatie die gebruikt kan worden voor het toetsen van doelbereik en het evalueren en bijsturen van het beleid.

24 25

Zie bladzijde 11 van de Foto van de Leefomgeving. De Commissie beveelt aan het OER in deze fase al aan te vullen, en deze informatie niet pas in een latere processtap aan te vullen, omdat de UNESCO Werelderfgoedstatus van de gemeente een aantoonbare inspanning vereist voor de bescherming van Schokland. Droogte is een belangrijk risico voor Schokland. Dit risico is in het OER maar beperkt in beeld gebracht en beheerst met maatregelen.

26

Zie de Heritage Impact Assessment die voor dit project is opgesteld.

-11-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website.

Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: dr. Roeland During ing. Johan Janse drs. Allard van Leerdam Margo Meeuwissen MSc ir. Kees Slingerland (voorzitter) Michelle Vanderschuren MSc (secretaris) Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Omgevingsvisie Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor projecten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een milieueffectrapport (MER) vereist zijn. Uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder de Omgevingswet volgt om welke projecten het gaat. Voor deze procedure kan het onder andere gaan om het project J11 “stedelijk ontwikkelingsproject”, J10 “industrieterrein” en J12 "landinrichtingsproject”. Een plan-MER is ook nodig vanwege mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Daarom wordt een plan -MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad Noordoostpolder Initiatiefnemer besluit College van burgemeester en wethouders Noordoostpolder Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? De Commissie heeft alle zienswijzen en adviezen gelezen die het bevoegd gezag tot en met 15 april 2024 heeft toegestuurd. Ze heeft ze in haar advies verwerkt, voor zover relevant voor het MER.

Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3840 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2167/documents/39201