7.3 Bijlage 3 Benodigde capaciteit uitvoering TVW.pdf
Tekst van het document
Wat vraagt dit van de gemeentelijke organisatie? De energietransitie in de gebouwde omgeving vraagt om een toenemende inzet van de gemeentelijke organisatie. 1 Het rapport Uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor decentrale overheden in 2022 - 2030 laat zien dat een aanzienlijke groei in het aantal fte nodig is om de taken die in het klimaatakkoord aan gemeenten is toebedeeld te kunnen invullen. Onderstaande tabel geeft per gemeentelijke taak de capaciteitsinschatting uit het rapport, voor de energietransitie in de gebouwde omgeving (warmtetransitie inclusief energiebesparing). Gemeente Noordoostpolder valt in de categorie middelgrote gemeenten (>40.000 inwoners). Onderstaande tabel laat zien dat voor een gemeente als de Noordoostpolder, vanaf 2022 capaciteitsinzet van 4 à 5 fte wordt verwacht voor het realiseren de warmtetransitie gemeentebreed. Daar bovenop komt nog extra capaciteit per wijk waar een wijkaanpak (wijkuitvoeringsplan) wordt opgesteld. Gemeentelijke taken
Klein
Middel
G40
Wijkuitvoeringsplan - planfase
0,8 – 1,1
0,9 – 1,4
1,2 - 1,8
fte per per jaar per wijk
Wijkuitvoeringsplan - uitvoeringsfase
1,7 - 2,1
1,9 – 2,4
1,9 - 2,4
fte per jaar per wijk
Totaal
Hangt af van aantal wijkuitvoeringsplannen
Samenwerking corporaties & VVE’s
0,3 – 0,4
0,6 – 0,9
1,4 - 2,1
Vergunningverlening, toezicht en handhaving
fte per jaar Beperkt
Gemeentebrede communicatie incl. energieloket
0,9 – 1,1
1,8 – 2,2
3,8 - 4,6
fte per jaar
Verduurzamen eigen vastgoed
0,1 – 0,2
0,5
0,75 - 1,25
fte per jaar
Verduurzamen maatschappelijk vastgoed
0,3 – 0,5
0,5 – 0,7
1,1 - 1,5
fte per jaar
Verduurzamen overige utiliteitsbouw
0,3
0,5
0,75
fte per jaar
Monitoren en herijken Transitievisie Warmte
0,25
0,3 – 0,5
1 - 1,5
fte per jaar
Totaal
2,15 – 2,75
4,2 – 5,3
8,8 – 11,7
fte per jaar
Hoeveel capaciteit er extra nodig is, hangt dus sterk af van het aantal uitvoeringsplannen waaraan wordt gewerkt. Of en wanneer we in de Noordoostpolder met wijkaanpakken starten, hangt sterk af van landelijke randvoorwaarden. Daarnaast is het belangrijk bovenstaande tabel te toetsen aan de lokale situatie in de Noordoostpolder. Ook is het belangrijk om niet te kijken naar de warmtetransitie als losstaande opgave. In de planvorming en uitvoering kunnen koppelingen worden gemaakt met opgaven op andere beleidsterreinen. Deze samenhang heeft geen plek in bovenstaande tabel. Ten behoeve van 2022 en de daaropvolgende jaren is met oog op het bovenstaande een opschaling van de organisatie nodig. Deze opschaling wordt in relatie gezien met een verhoging van de algemene uitkering hiertoe. Op dit moment is hier (nog) geen zicht op en de verwachting is dat het nieuwe kabinet hier een besluit op zal nemen.
1
Rapport in het kader van art. 2-onderzoek Klimaatakkoord in opdracht van de Raad voor het Openbaar Bestuur. AEF, 2020.