CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

7.3 Adviesnota riool- en waterzorgheffing Noordoostpolder.pdf

Gemeenteraad 16 december 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 7: Kostendekkingsmodel voorziening riolering4.494 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Invoering Riool- en waterzorgheffing Gemeente Noordoostpolder Adviesnota

Inhoudsopgave Inhoudsopgave.............................................................................................................................................. 1 Inleiding......................................................................................................................................................... 2 1.

Wettelijk kader......................................................................................................................................3 1.1 Van rioolrecht naar rioolheffing........................................................................................................ 3 1.2 Collectief belang................................................................................................................................. 4

2.

Te maken keuzes ten aanzien van de heffing......................................................................................5 2.1 Huidige systematiek rioolheffing Noordoostpolder......................................................................... 5 2.2 Aangeboden heffingsmaatstaven in de modelverordeningen VNG................................................ 6 2.2.1 Heffingsmaatstaf: vast bedrag.................................................................................................... 6 2.2.2 Heffingsmaatstaf: waarde in het economisch verkeer..............................................................6 2.2.3 Heffingsmaatstaf: waterverbruik................................................................................................ 7 2.3 Belastingplicht...............................................................................................................................8 2.3.1 Eigenaren......................................................................................................................................8 2.3.2 Gebruikers................................................................................................................................... 9 2.3.3 Eigenaren en gebruikers..............................................................................................................9

3.

Omvorming rioolheffing naar riool- en waterzorgheffing................................................................ 10 3.1 Belastbaar feit....................................................................................................................................10 3.2 Belastingplicht...................................................................................................................................10 3.3 Heffingsmaatstaf............................................................................................................................... 10 3.3.1 Woningen, niet zijnde collectieve woongebouwen................................................................. 10 3.3.2 Niet-woningen, inclusief collectieve woongebouwen.............................................................11 3.3.3 Tarieven......................................................................................................................................11

4.

Bestuurlijk traject............................................................................................................................... 13

1

Inleiding Gemeenten hebben de mogelijkheid om via de rioolheffing hun gemeentelijke watertaken te bekostigen. In de wijze waarop en de mate waarin die bekostiging plaatsvindt, bestaat veel keuzevrijheid. Waar in het verleden het hebben van een aansluiting op de riolering en het kunnen lozen van (afval)water als gemeentelijke individuele dienst werd beschouwd (rioolrecht), wordt de uitvoering van de gemeentelijke watertaken nu gezien als collectief belang (rioolheffing). De gemeente Noordoostpolder kent een rioolheffing die wordt opgelegd aan de 'gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd'. Omdat niet alleen percelen die zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering belang hebben bij de uitvoering van gemeentelijke watertaken, is de gemeente Noordoostpolder voornemens om de huidige manier van heffen om te vormen. Daartoe heeft de gemeente Lam Fiscaal gevraagd daarin te adviseren. De opdracht is daarbij als volgt geformuleerd: De opdracht omvat een algemene beleidsadvisering voor het omvormen van de huidige verordening naar een brede verordening, genaamd Verordening riool- en waterzorgheffing voor het jaar 2024. Bij uw oplevering ontvang ik van u een adviesnota, waarin de belastingplicht en de mogelijke heffingsmaatstaven zijn opgenomen.

Bij de te maken keuzes geeft u duidelijkheid over de daaruit voortkomende consequenties. Vervolgens vertaalt u deze naar een advies voor een mogelijk te volgen route en/of keuzes naar besluitvorming in een te schrijven kadernota met een daarbij behorende kostendekking. Deze adviesnota is het product van de uitvoering van de opdracht.

2

1. Wettelijk kader 1.1 Van rioolrecht naar rioolheffing Op 1 januari 2008 is de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken in werking getreden. Gemeenten hebben in het kader van het stedelijk waterbeheer daaruit een aantal zorgtaken gekregen. Het betreft, eenvoudig gezegd, de afvalwater-, hemelwater- en grondwatertaak. Om deze zorgtaken te bekostigen heeft de wetgever het ook mogelijk gemaakt daarvoor een belasting in te stellen. In de Gemeentewet (verder: Gemw.) is daarvoor artikel 228a opgenomen en is de bekostiging van de gemeentelijke watertaken verankerd door middel van een rioolheffing.

Artikel 228a 1. Onder de naam rioolheffing kan een belasting worden geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. 2. Ter zake van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen twee afzonderlijke belastingen worden geheven. 3. Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt mede verstaan de omzetbelasting die als gevolg van de Wet op het BTW-compensatiefonds recht geeft op een bijdrage uit dat fonds.

Dit artikel vervangt de mogelijkheid om rioolrecht te heffen op basis van artikel 229 van de Gemw., het artikel waarin het heffen van rechten voor individuele gemeentelijke diensten is geregeld. In de memorie van toelichting bij de totstandkoming van art. 228a is opgenomen dat de rioolheffing een zogenaamde 'bestemmingsheffing' is. Bij een bestemmingsheffing hoeft er geen sprake te zijn van een directe individuele tegenprestatie voor verleende diensten of voorzieningen. Dat maakt de rioolheffing qua belastingplichtigen een stuk breder dan het rioolrecht, waarbij de rechtstreekse tegenprestatie wel was vereist. In art. 228a staat opgesomd voor welke taken de rioolheffing het bekostigingsinstrument kan zijn. Daarbij is tevens opgenomen dat alleen de kosten kunnen worden meegenomen in de heffing. Er mag geen 'winst' worden gemaakt. Wel mag de BTW worden meegenomen. De inkomsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan voor de uitvoering van de watertaken.

3

Wat in de wet niet is opgenomen is de belastingplicht en de wijze waarop de heffing in rekening wordt gebracht, ofwel de heffingsmaatstaf. Ook het belastbare feit, de tarieven, betaaltermijnen, kwijtschelding etc. zijn niet geregeld. De gemeente heeft daar dus een enorme keuzevrijheid. In de volgende hoofdstukken zal worden teruggekomen op de huidige keuzes en de mogelijke keuzes in de toekomst.

1.2 Collectief belang Zoals aangegeven zijn de gemeentelijke zorgplichten sinds 2008 verder wettelijk verankerd. Een bestemmingsheffing kenmerkt zich door een collectief belang. Dit in tegenstelling tot het retributieve karakter van de bekostiging van het rioleringsstelsel van vóór 2008. Er is een sterk collectief belang binnen de gemeentelijke watertaken. Het belang van afvoer van hemelwater bij piekbuien, bijvoorbeeld, beperkt zich immers niet tot een enkel perceel. Alle percelen hebben profijt. Om dat collectieve karakter te onderstrepen heeft de VNG de modelverordening(en) aangepast, door het hebben van een (in)directe aansluiting op het gemeentelijk rioleringsstelsel als belastbaar feit te laten vervallen en de naam van de heffing te wijzigen. Wanneer een gemeente ervoor kiest om het hebben van een aansluiting op de riolering als belastbaar feit te laten vervallen, dan zal dat ervoor zorgen dat voortaan ook percelen in de heffing worden betrokken die eerder niet binnen de heffing vielen. Voorbeelden daarvan zijn landbouwpercelen, garageboxen etc. Hoewel het nog steeds wettelijk verplicht is de heffing 'rioolheffing' te noemen, doet die naam vermoeden dat er sprake is van een 'buizenheffing'. De modelverordeningen van de VNG gaan echter voortaan uit van de naam 'Riool- en waterzorg heffing'. Dat kan door de citeertitel in de verordening aan te passen.

Vanuit de ambtelijke organisatie van de gemeente Noordoostpolder is aangegeven het collectieve belang bij de gemeentelijke watertaken vorm te geven door de huidige rioolheffing te transformeren naar een riool- en waterzorgheffing. Daarbij is het uitgangspunt dat het hebben van een aansluiting op de gemeentelijke riolering geen vereiste meer is om in de heffing te worden betrokken.

4

2. Te maken keuzes ten aanzien van de heffing Zoals hiervoor is aangegeven heeft de wet niet geregeld hoe de heffing moet worden vormgegeven. De gemeente heeft dus een zeer ruim arsenaal aan mogelijkheden om de heffing zo in te kleden als dat haar goed dunkt. De beslissingsbevoegdheid tot het instellen van een rioolheffing ligt op grond van artikel 216 van de Gemw. bij de Raad. De Raad beslist tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een belasting door het vaststellen van een verordening. Artikel 217 van de Gemw. bepaalt wat er minimaal in de verordening moet zijn opgenomen. Een belastingverordening vermeldt in de daartoe leidende gevallen: -

de belastingplichtige; het voorwerp van de belasting; het belastbare feit; de heffingsmaatstaf; het tarief; het tijdstip van ingang (en beëindiging) van de heffing; en hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is.

De invulling ligt bij de raad, waarbij ten aanzien van de heffingsmaatstaf de restrictie geldt dat de heffing niet afhankelijk mag zijn van het inkomen, de winst of het vermogen van de belastingplichtige (art. 219, tweede lid Gemw.).

2.1 Huidige systematiek rioolheffing Noordoostpolder De Verordening op de heffing en invordering 2023 van de gemeente Noordoostpolder is vastgesteld in de raad van 14 november 2022. Met de heffing wordt volgens de paragraaf lokale lasten uit de programmabegroting 2023-2026 uitgegaan van 100% kostendekking. De totaal te verhalen kosten bedragen C 3.332.916. In de verordening wordt het omslaan van de kosten aan inwoners en bedrijven als volgt vormgegeven: Belastingplichtige - Uitgegaan wordt van een belastingplicht van de gebruiker, zowel bij woningen als bedrijven. Voorwerp van de belasting - Het perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan. Belastbaar feit - Er wordt uitgegaan van het hebben van een aansluiting op de gemeentelijke riolering. Heffingsmaatstaf - Voor woningen geldt een vast bedrag, voor bedrijven geldt een klassenindeling op basis van waterverbruik. Hoe meer water wordt geloosd, hoe hoger het aanslagbedrag. Tarief - Gebruikers van woningen betalen C 174,00 per woning. Bedrijven betalen tussen de C 174,00 en C 888,60. Kwijtschelding - Voor de heffing van particulieren is kwijtschelding mogelijk.

5

2.2 Aangeboden heffingsmaatstaven in de modelverordeningen VNG De VNG heeft in september 2021 een drietal nieuwe modelverordeningen gepresenteerd. De zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater hebben een centrale plaats in de ordening van de publieke ruimte. Gemeenten moeten maatregelen nemen om wateroverlast en -schade te voorkomen. Denk aan het onderhoud van bermen en slootkanten om overtollig water af te voeren, zodat er over een droge weg kan worden gereden. Iedereen heeft daar profijt van. In de nieuwe modelverordeningen is daarom het hebben van een (in)directe aansluiting op de riolering vervallen. Belastbaar feit is het in eigendom en/of gebruik hebben van een perceel. Voor de definitie van de term 'perceel' is aangesloten bij de objectafbakening in het kader van de Wet waardering onroerende zaken. De drie modelverordeningen kennen afzonderlijk de volgende heffingsmaatstaven: -

vast bedrag; waarde economisch verkeer/WOZ-waarde; vast bedrag en waterverbruik.

Hieronder worden de drie varianten uitgewerkt.

2.2.1 Heffingsmaatstaf: vast bedrag Deze heffingsmaatstaf ligt het dichtst bij de wijze van heffen, zoals die nu door de gemeente Noordoostpolder voor woningen wordt gehanteerd. Het is ook verreweg de meest simpele manier van heffen. Ieder perceel draagt hetzelfde bedrag bij aan de bekostiging van de taken. Nadeel zou kunnen zijn dat er dus geen onderscheid wordt gemaakt naar de mate van profijt. In Noordoostpolder wordt er alleen geheven van gebruikers. In het collectief belang denkend zou het rechtvaardig zijn ook eigenaren in de heffing te betrekken. Omdat in de nieuwe situatie het hebben van een aansluiting op de riolering is komen te vervallen, worden alle WOZ-objecten in de heffing betrokken, ook de percelen die geen drinkwateraansluiting hebben, zoals garageboxen, cultuurgrond, loodsen en trafo's. Er zou daarom gekozen kunnen worden voor vaste bedragen voor percelen met een drinkwater aansluiting en percelen zonder drinkwateraansluiting. Ook bestaat de mogelijkheid om te differentiëren in gezinsgrootte, bijvoorbeeld door een één- en meerpersoonstarief te hanteren. Voordeel: simpele uitvoering van de heffing Nadeel: houdt, zonder differentiatie, geen rekening met mate van profijt

2.2.2 Heffingsmaatstaf: waarde in het economisch verkeer De waarde in het economisch verkeer (veelal de WOZ-waarde) is een maatstaf die steeds meer wordt gebruikt. Niet zelden wordt de opmerking gemaakt 'wat heeft de waarde van mijn huis nou met mijn waterverbruik maken'. Op zich klopt die stelling wel enigszins, maar dat is een te beperkte uitleg van het belang dat een perceel heeft bij de gemeentelijke watertaken. De waarde in het economische verkeer is als heffingsmaatstaf toegestaan sinds de herziening van de materiële belastingbepalingen in de Gemeentewet per 1 januari 1995 in werking trad. Deze mogelijkheid staat uitdrukkelijk in de memorie van toelichting op het wetsvoorstel. De waarde van een perceel hangt onder meer af van de oppervlakte van het perceel en de oppervlakte van de woning. Dit zijn beide belangrijke kostenveroorzakers voor de gemeentelijke riolering. Grotere percelen kunnen zorgen voor een grotere (piek)belasting bij de hemelwaterafvoer.

6

Bovendien moet de gemeente meer strekkende rioolmeters langs het perceel leggen voordat het volgende perceel is bereikt. In een straat met rijtjeswoningen kan de gemeente bijvoorbeeld veertig woningen aanslaan; in een straat met villa's kan zij voor dezelfde afstand maar twintig keer een aanslag versturen. De kosten voor het hoofdriool in beide straten zullen niet veel van elkaar verschillen. Een bijdrage op basis van de (hogere) WOZ-waarde van de villa's is met verwijzing naar de kosten per perceel te rechtvaardigen. Daarnaast is het financiële belang bij duurdere huizen ook groter dan bij goedkopere. Immers, als de boel onder loopt is de schade in absolute zin bij duurdere huizen groter dan bij goedkopere. Heffen op basis van de WOZ-waarde wordt vaak verward met heffen naar draagkracht. De rechtspraak is daar helder over: dat is het niet! De WOZ-waarde als maatstaf is 'een redelijk alternatief'. Het is een mooie verdeelmaatstaf, die klaar ligt 'op de plank'. Nadeel is dat wanneer de WOZ-waarde als maatstaf voor de gebruikers van woningen gehanteerd gaat worden, de gebruikers van woningen weer een belang krijgen bij de WOZwaarde. Sinds de afschaffing van de 'bewoners-OZB' in 2006 was dat belang er veel minder. Nagegaan dient dan te worden of de gemeente nog beschikkingen stuurt aan gebruikers van woningen.

Als dat niet zo is, dan kan het hanteren van de WOZ-waarde leiden tot extra bezwaarschriften tegen de WOZwaarde. Dat geeft dan tevens een ingang voor No Cure No Pay-bureaus (verder: NCNP's) die de WOZwaarde zullen aanvechten, met mogelijk hoge proceskostenvergoedingen. Er is weliswaar een wetswijziging op handen dat ervoor moet zorgen dat het minder aantrekkelijk wordt voor NCNP's om bezwaar te maken, maar de uitwerking van die wetswijziging is nog ongewis. Overigens moet worden benoemd dat niet ieder perceel een WOZ-waarde kent. In de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ is een aantal objectsoorten vrijgesteld van waarderen. Inherent daaraan zouden die percelen ook geen aanslag riool- en waterzorgheffing krijgen. De aanslag wordt gevormd door tarief * maatstaf en als de maatstaf 0 is, wordt de aanslag ook 0. Juridisch gezien is dat geen probleem, in de collectiviteitsgedachte is dit hiaat op te lossen door objecten zonder WOZ-waarde, als uitzondering op de regel, een vast bedrag te laten betalen. Voorbeelden van vrijgestelde objecten (maar niet uitsluitend deze) zijn: ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, percelen natuurschoonwet 1928, kerken en waterverdedigingswerken. Voordeel: simpele uitvoering, beschikbare maatstaf, het redelijke alternatie.

Nadeel: WOZ-bezwaren tellen dubbel, mogelijk nieuwe ingang van NCNP's, niet ieder object heeft ene WOZ-waarde.

2.2.3 Heffingsmaatstaf: waterverbruik Voor de gebruikersheffing gaat het om de toevoer van water, niet zijnde hemelwater. Het heffen via het waterverbruik komt voort uit de gedachte dat hoe meer men loost, hoe groter het profijt is. De gemeente Noordoostpolder hanteert deze maatstaf bij gebruikers van bedrijfspanden. Echter, de riool-en waterzorgheffing is gericht op het collectieve belang dat inwoners en bedrijven hebben bij de totale gemeentelijke watertaken. Inzamelen en transporteren van afvalwater is slechts één taak. En ook overigens is het zelfreinigend vermogen van het rioolstelsel groter wanneer er meer water door de buis vloeit. Een hogere belasting als je meer loost is dan betwistbaar. Aan de andere kant hebben grotere lozers meer profijt van de gemeentelijke voorzieningen, waardoor het waterverbruik als maatstaf in die zin is te rechtvaardigen. Het heffen op basis van waterverbruik is alleen toepasbaar bij gebruikers van percelen. De eigenaar van een perceel belasten voor het waterverbruik van gebruikers van een perceel is niet reëel.

7

Het heffen op basis van waterverbruik kan op verschillende manieren. Je kunt heffen per m3 ingenomen water, maar het meest efficiënt is het heffen naar klassen. De gemeente Noordoostpolder heft, zoals eerder beschreven, bij bedrijfspanden naar klassen. Dat vergt overigens wel een jaarlijkse exercitie richting de waterleidingmaatschappij om de verbruiksgegevens te verkrijgen, om daarmee de bedrijven in de juiste klasse te plaatsen. Dat maakt ook dat bij minder waterverbruik dan begroot, de opbrengst rioolheffing kan tegenvallen. Omgekeerd evenredig geldt ook dat de opbrengst kan meevallen wanneer er meer water wordt verbruikt dan begroot. Handig bij het vervaardigen van klassen is het, wanneer ook woningen via het waterverbruik worden aangeslagen, de eerste klasse hoog in te stellen (bijvoorbeeld 0 - 500 m3), zodat alle woningen in die eerste klasse vallen. De VNG was in het maken van de modelverordeningen niet meer van plan om een modelverordening op basis van waterverbruik aan te bieden. Dat is op zich logisch, omdat bij de riool- en waterzorgheffing het hebben van een aansluiting op de gemeentelijke riolering wordt losgelaten. Een wateraansluiting vraagt om een afvoer. Daarmee zouden alsnog alleen diegenen die water innemen in de heffing vallen. Op verzoek van gemeenten is echter toch een modelverordening waterverbruik aangeboden.

Voordeel: heffen naar de mate van profijt Nadeel: opvragen gegevens, onzekere opbrengst, slechts één van de drie watertaken

2.3 Belastingplicht In de vorige paragrafen hebben we gezien op welke wijze de heffing kan worden berekend. Er is echter ook een keuzevrijheid ten aanzien van de belastingplichtige, ofwel 'aan wie leg je de aanslag op'. Noordoostpolder heft van de gebruiker. De raad heeft de keuze om de kosten voor de waterzorgtaken neer te leggen bij de gebruiker, de eigenaar of bij allebei. Die keuze heeft consequenties. In deze paragraaf zal op die consequenties nader worden ingegaan.

2.3.1 Eigenaren Het heffen van alleen eigenaren is administratief eenvoudig en levert een maximaal aantal belastingplichtigen op. Iedere onroerende zaak heeft een eigenaar en het in eigendom hebben van een perceel is voldoende om in de heffing te worden betrokken. De gegevens komen verplicht uit de Basisregistratie Kadaster (BRK). Omdat er in het overgrote deel van de gevallen sprake is van vermogen, of een voldoende inkomen om een hypothecaire lening aan te gaan, is het aantal kwijtscheldingsgevallen zeer minimaal. Het nadeel van een eigenarenheffing is dat er mogelijk veel aanslagen bij één belastingplichtige terecht komen. Voorbeeld daarvan is een woningbouwvereniging, die voor alle woningen die zij in eigendom hebben een aanslag ontvangen, verenigd op één biljet. Het is zeker te rechtvaardigen dat ook zij een bijdrage leveren aan de bekostiging van de gemeentelijke watertaken, want ook zij hebben, ter bescherming van hun eigendommen, profijt van de gemeentelijke voorzieningen. Hoe hoger het aanslagbedrag echter, hoe interessanter het wordt om bezwaar in te dienen tegen bijvoorbeeld de kostenonderbouwing van de heffing. Maar als die kostenonderbouwing goed voor elkaar is, kan dat met vertrouwen tegemoet worden gezien. Voordeel: eenvoudige uitvoering, geen leegstand en kwijtschelding

8

Nadeel: grote aanslagbedragen op één aanslagbiljet

2.3.2 Gebruikers Het heffen van alleen gebruikers geeft mogelijkheden om aan te sluiten bij de mate van profijt van de gemeentelijke watertaken. Over het algemeen zijn de gebruikers, met name bij woningen, ook degenen die het gemeentebestuur kiezen. In die zin zouden gebruikers dus politieke invloed kunnen uitoefenen door stemgedrag. Een gebruikersbelasting zou ook gedrag van de belastigplichtige zelf kunnen beïnvloeden. Hoe hoger het verbruik, hoe hoger de heffing en vice versa. Groot nadeel van een gebruikersbelasting is dat niet ieder perceel een gebruiker heeft (leegstand). Daarnaast kunnen gebruikers bij gebrek aan inkomen en financieel vermogen aanspraak maken op kwijtschelding (thans voor de rioolheffing volgens de programmabegroting C 215.000). Dat betekent dat de tarieven voor een heffing van gebruikers een stuk hoger zal zijn dan wanneer alleen van eigenaren wordt geheven. Voor de registratie kan worden aangesloten bij de Basisregistratie personen (woningen) en het Handelsregister (bedrijven). Deze zijn echter ook al geregistreerd ten behoeven van de OZB en de afvalstoffenh effi ng. Voordeel: aansluiten bij mate van profijt Nadeel: leegstand, kwijtschelding

2.3.3 Eigenaren en gebruikers Ook het heffen van zowel eigenaren als gebruikers is een mogelijkheid. Deze belastingplicht doet het meest recht aan de collectiviteitsgedachte: iedereen draagt zijn steentje bij. Er is ook sprake van het bijna dubbele aantal belastingplichtigen, dus de hoogte van individuele aanslagen is fors lager. Nadeel is dat het administratief wat meer werk is, de kans op bezwaren wat groter is en het voor inwoners en bedrijven die zowel eigenaar als gebruiker zijn voelt als een dubbele heffing (maar wel twee keer een half aanslagbedrag). Voordeel: eerlijke verdeling van de kosten Nadeel: wat meer werk, voelt als dubbele heffing.

9

3. Omvorming rioolheffing naar riool- en waterzorgheffing De gemeente Noordoostpolder heeft als opdrachtgever gevraagd om te adviseren over het omvormen van de rioolheffing naar een riool- en waterzorgheffing. Dat betekent dat er een aantal wijzigingen in de verordening moet plaatsvinden. Die wijzigingen zullen hieronder worden uitgewerkt.

3.1 Belastbaar feit Als eerste stap zal het belastbaar feit moeten worden aangepast. Waar in de huidige rioolheffing het belastbaar feit nog wordt gekenmerkt door het hebben van een directe of indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering, wordt het hebben van een aansluiting in de riool- en waterzorgheffing losgelaten.

3.2 Belastingplicht De gemeente Noordoostpolder heft nu alleen van de gebruiker. In het omarmen van het collectieve belang is het heffen van zowel eigenaren als gebruikers meer voor de hand liggend. Dat betekent dat er dus, ook al omdat alle percelen worden aangeslagen, en niet alleen vanwege diegenen die zijn aangesloten op het riool, meer belastingplichtigen ontstaan en dat de aanslagbedragen fors omlaag gaan. Door beide categorieën te belasten is er sprake van lastenverschuiving van gebruikers naar eigenaren. Het belastbaar feit en de belastingplicht worden dan als volgt beschreven: Eigenarenheffing: De belasting wordt geheven van de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel (eigenaren). Gebruikersheffing: De belasting wordt geheven van de persoon die een perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt. Eén en ander betekent dat er 'nieuwe' belastingplichtigen bij komen.

3.3 Heffingsmaatstaf 3.3.1 Woningen, niet zijnde collectieve woongebouwen Omdat in de nieuwe modelverordeningen wordt uitgegaan van WOZ-objecten, ligt het voor de hand dan ook de termen woningen en niet-woningen te hanteren, zoals dat in de Wet WOZ is bedoeld. Woningen worden nu belast via een vast bedrag per woning. Dat is een goede en makkelijk uitvoerbare maatstaf. Voorstel is dat zo te laten voor woningen met een drinkwateraansluiting.

10

Voorstel is ook om daaraan toe te voegen een tarief voor woningen zonder drinkwateraansluitingen. Woningen met een drinkwateraansluiting hebben meer profijt van de gemeentelijke voorzieningen en dragen daarom ook meer bij. Uitzondering bij woningen wordt gemaakt voor collectieve woongebouwen, zoals verzorgingshuizen, opvanglocaties etc. In de afbakening van de Wet WOZ worden deze veelal als woning aangeduid, omdat het object voor meer dan 70% uit woondelen bestaat. Het is echter niet rechtvaardig om bijvoorbeeld een verzorgingshuis, met een groot aantal bewoners, als één enkele woning te belasten.

3.3.2 Niet-woningen, inclusief collectieve woongebouwen Voor de heffing van niet-woningen is het advies om af te stappen van het waterverbruik. Het waterverbruik, en daarmee lozing op het riool, behelst slechts één van de gemeentelijke voorzieningen en ook is het waterverbruik vrijwel direct gerelateerd aan het hebben van een aansluiting op de riolering. Hoewel ook de huidige differentiatie niet heel groot is (tussen de C 174 en C 888) is een vast bedrag per perceel niet een maatstaf om voldoende uitdrukking te geven aan de mate van profijt tussen bijvoorbeeld een kapper en een industrieel metaalbewerkingsbedrijf. Daarom lijkt de meest gerede maatstaf voor niet-woningen de WOZ-waarde, zowel bij eigenaren als gebruikers. Om de lasten voor (grote) bedrijven niet te hoog te laten oplopen wordt een maximumbedrag van C 2.000,00 voorgesteld. Er kan daarnaast een minimumtarief worden toegevoegd, naar de hoogte van het tarief voor woningen. Voor objecten zonder WOZ-waarde en objecten zonder aansluiting kan worden aangesloten bij de vaste bedragen die bij woningen worden gehanteerd.

3.3.3 Tarieven De voorstellen zoals hierboven omschreven hebben uitwerking op de tarieven. Uitgegaan wordt van de op 26 april en 22 mei 2023 door de gemeente aangeleverde gegevens. Deze zijn als volgt: -

-

-

aantal WOZ-objecten (inclusief vrijgestelde objecten) 24.500 aantal bedrijfsruimten (incl. agrarisch) 3.168 aantal agrarische objecten 1.191 aantal vrijgestelde WOZ-objecten 39 totaalwaarde WOZ-objecten, uitgesplitst in woningen en niet-woningen o Woningen C 5.721.125.000 o Niet-woningen C 2.085.819.000 aantal IBA's 256 totale begrote kosten watertaken (incl. kwijtschelding) C 3.332.916 kwijtschelding C 215.000 totale tot mei opgelegde rioolheffing 2023 o Rioolheffing woningen: C 2.976.603,50 o Rioolheffing niet-woningen: C 308.702,16 aantal rioolaansluitingen (nog niet bekend) aantal huishoudens, uitgesplitst in 1-, 2-, 3- 4 en meerpersoonshuishoudens o 1-persoons 5.879 o 2-persoons 7.288 o 3-persoons 2.517 o 4 en meerpersoons 4.560

11

Door het advies om ook de eigenaren te betrekken in de riool- en waterzorgheffing, zal de kostenbasis dalen. Immers, bij eigenaren is er geen tot nauwelijks kwijtschelding te verlenen. Dat betekent dat allereerst de helft van de kwijtschelding komt te vervallen, als we een gelijk tarief nastreven voor eigenaren en gebruikers. Daarnaast zal ook de resterende te verlenen kwijtschelding lager uitvallen, omdat de tarieven lager zijn. Verwacht wordt dat de totaal te verlenen kwijtschelding kan dalen met C 0,15 mln. Voor de berekening van de tarieven wordt verwezen naar het rekenmodel. Daarbij moet worden opgemerkt dat de berekening ten grondslag liggen aan nog niet geoptimaliseerde gegevens. Zodra de gegevens volledig (en volledig juist) zijn, en de begrote bedragen voor 2024 bekend zijn, kan een definitieve rekenslag worden gemaakt. De zeer voorlopige uitkomst van de berekeningen is als volgt:

Woningen met drinkwateraansluiting zonder drinkwateraansluiting

eigenaar gebruiker 71 71 35 35

Niet-woningen en collectief met drinkwateraansluiting met woz met drinkwateraansluiting zonder woz zonder drinkwateraansluiting met woz zonder drinkwateraansluiting zonder woz

eigenaar gebruiker 0,0078 0,0078 71 71 35 35 35 35

12

4. Bestuurlijk traject Om de riool- en waterzorgheffing in te voeren is besluitvorming door de raad nodig. Goed gebruik in Noordoostpolder is dat de belastingverordeningen parallel lopen met de besluitvorming ten aanzien van de programmabegroting. Omdat in aanleg de begroting niet wordt aangepast is behandeling in de Kadernota 2024 niet noodzakelijk. Door de wat verlate aanlevering van gegevens is dat echter technisch ook niet meer mogelijk. De behandeling van de programmabegroting is volgens de raadsagenda gepland op 6 november 2023, met een commissievergadering op 16 oktober 2023. De eerste stap is echter het vormen van een collegestandpunt. Dat standpunt zal dan nog vóór het reces moeten plaatsvinden, zodat kan worden aangevangen met het in procedure brengen van de verordening riool- en waterzorgheffing. Het verdient aanbeveling om de commissievergadering van 11 september 2023 te gebruiken om de raadsleden te peilen omtrent de eventuele wijzigingen. Het college kan kort daarna de bevindingen opnemen in het raadsvoorstel belastingverordeningen. De wijziging vergt overigens naast besluitvorming ook aanpassing van de belastingapplicatie (Centric). Omdat de periode tot besluitvorming best krap is, kan er ook voor worden gekozen om een uitgebreidere consultatie van raadsleden. Dit omdat er met name in het agrarische deel van de gemeente nieuwe belastingplichten ontstaan.

Om de druk niet te veel op de ketel te zetten kan er daarom ook voor worden gekozen de verordening riool- en waterzorgheffing te behandelen in de raadsvergadering van 11 december 2023 of in het uiterste geval nog een jaar door te gaan met de huidige systematiek en de riool- en waterzorgheffing door te schuiven naar 2025.

Arian Lam Duiven, juni 2023

Disclaimer: deze adviesnota is opgesteld voor intern gebruik bij de gemeente Noordoostpolder. Openbaarmaking, verveelvoudiging en ander gebruik dan uit de opdracht zou voortvloeien niet zonder toestemming van Lam Fiscaal.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2247/documents/40145