7.2 Ruimtelijke onderbouwing - Orchideeën Hoeve.pdf
Tekst van het document
Het doel van het gemeentelijk archeologiebeleid is het behoud van belangrijke archeologische waarden, zonder daarbij andere belangen uit het oog te verliezen. Het beleid beperkt zich daarom tot archeologische terreinen waarvan de behoudenswaardigheid al is aangetoond en tot reële archeologische verwachtingen. In paragraaf 4.3 van deze ruimtelijke onderbouwing wordt verder ingegaan op het aspect archeologie.
3.3.4
Conclusies ten aanzien van het gemeentelijk beleid
Er is geen strijdigheid met het gemeentelijk beleid, zoals verwoord in de Structuurvisie. Het aspect archeologie wordt nog nader besproken in paragraaf 4.3, maar ook dat levert geen strijdigheid op. Ook de ruimtelijke en omgevingsaspecten aspecten voldoen aan het gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 komen die aspecten echter nog uitgebreid aan de orde. Het is dus mogelijk om door middel van een omgevingsvergunning die gevraagde afwijking mogelijk te maken, mits de aanvraag is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing (dit document).
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 25 van 45
4.
OMGEVINGSASPECTEN
Naast het feit dat de ontwikkelingen in het plangebied binnen het overheidsbeleid tot stand moeten komen, moet ook rekening gehouden worden met de aanwezige functies in en rond het gebied. Het uitgangspunt voor dit plan is dat er een goede omgevingssituatie ontstaat Z blijft bestaan. In dit hoofdstuk zijn de volgende randvoorwaarden beschreven die voortvloeien uit de volgende omgevingsaspecten: " " " " " " " " " " " "
4.1
M.e.r.-beoordeling Bodemkwaliteit Archeologie Geluid Luchtkwaliteit en geur Ecologie (Wnb en Natuurnetwerk Nederland) Externe veiligheid Bedrijvigheid Z milieuzonering Verkeer en parkeren Nuts- en buisleidingen Ruimtelijke inpassing Waterparagraaf.
M.e.r.-beoordeling
Het bevoegd gezag neemt gelijktijdig met het besluit over de Wabo-vergunning, ook een besluit over de m.e.r.-beoordeling. Daartoe is een Aanmeldnotitie m,e,r,-beoordeling ingediend. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is tevens bij het Wabo-besluit gevoegd.
4.2
Bodem
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bebouwing én indien er sprake is van één van de in de Bouwverordening genoemde situaties, moet op grond van artikel 2.1.5 van de Bouwverordening van de gemeente Noordoostpolder, een onderzoek betreffende de bodemgesteldheid worden uitge-voerd. Het betreft een onderzoek zoals bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de woningwet. Er wordt via deze aanvraag geen nieuwe bebouwing gerealiseerd, alleen gelegaliseerd. Het aspect bodemkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor de gevraagde omgevingsvergunning.
4.3
Archeologie en cultuurhistorie
Op de vastgestelde beleidskaart voor de gemeente Noordoostpolder is het plangebied grotendeels aangeduid als gebied zonder archeologische verwachtingswaarden (wit). Een klein deel van het plan gebied is aangewezen als beleidscategorie WA-5 (gele vlek, zie figuur 7 op de volgende pagina). Het merendeel van de gele vlek bevindt tussen het bestaande gebouw en de Kuindertocht, een klein deel bevindt zich aan de overzijde (rechts) van de Kuindertocht. Voor beleidscategorie WA-5 geldt een vrijstelling voor het doen van archeologisch onderzoek bij een oppervlakte van minder dan 2.500 m2 en een maximale ontgravingsdiepte van 50 cm. Omdat deze grenzen niet worden overschreden en de voorzieningen bovendien ook al zijn aangelegd, is een archeo-logisch onderzoek niet noodzakelijk. Mochten er tijdens werkzaamheden ten behoeve van de uitbreiding van de parkeerplaats onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan moet dit worden gemeld bij de gemeente Noordoostpolder en de provinciale archeoloog.
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 26 van 45
Gezien het feit dat een onderzoek niet noodzakelijk is, vormt het aspect archeologie geen belemmering voor de gevraagde omgevingsvergunning.
Erfgoed in de polder! Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Noordoostpolder Archeologische beleidsadvieskaart RMP-rapport 3155, kaartbijlage 3, schaal 1:35.000 legenda BelekiscategorieĠfi
V7~A Wr1 VUV1 (arctieotogsĉti Rijksmcnument)
m-2 M-3 M4
m-s ms m-T
WK-7 (niJòeteeüŵse djken en sloten)
VŴB geen Overig
contour UNESCO-Werelderfgoedgetted SctoMand (tevens AMK-tenein en F*iK-getted) C—"j contour FfcrK-gebied L____ j
gemeertegrens
Beleidsadvies per beleidscategorie
Figuur 7. Archeologische verwachtingswaarde van het plangebied (groene ovaal)
4.4
Geluid (Geluid en wegverkeer)
Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij ruimtelijke plannen gekeken te worden naar de aspecten van geluid. Eerst moet worden beschouwd of er sprake is van de realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestem mingen (zoals een woning). De volgende objecten worden in Wet geluidhinder beschermd: " " "
woningen andere geluidsgevoelige gebouwen geluidsgevoelige terreinen
Deze bescherming geldt als het gebruik van de betreffende objecten is toegestaan op grond van het bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening. Er worden echter geen geluidsgevoelige objecten gerealiseerd. Toekomstige ontwikkelingen die niet via het bestemmingsplan worden geregeld, maar - zoals in dit geval - via een Omgevingsvergunning, moeten ten aanzien van geluid worden getoetst. De inrichting is zelf geen geluidsgevoelige bestemming. Maar er moet uiteraard wel worden getoetst, of deze aan gevraagde veranderingen geen onaanvaardbare geluidshinder oplevert voor de omliggende (bedrijfs)woningen. Dit is door middel van het bijgevoegde akoestische rapport versie 4 van de GeluidMeesters d.d. 12 oktober 2022 (zie bijlage 2) inzichtelijk gemaakt. In dat rapport is ook rekening gehouden met het gemeentelijk geluidbeleid ten aanzien van evenementen. In paragraaf 4.8 wordt nog nader ingegaan op de milieuzonering. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de gevraagde omgevingsvergunning.
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 27 van 45
4.5
Luchtkwaliteit en geur
Luchtkwaliteit In het kader van de Wet luchtkwaliteit is het van belang om bij een ruimtelijke plan te kijken welke invloed het plan heeft op de luchtkwaliteit. Er is geen sprake van een extra verkeersaantrekkende werking. Alleen het parkeren (op het eigen terrein) wordt voortaan beter geregeld. Aangezien het voorgenomen initiatief geen invloed heeft op het aantal verkeersbewegingen, draagt het initiatief niet in betekenende mate bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Nadere toetsing van het plan aan de Wet Lucht kwaliteit is daarom niet noodzakelijk. In de gemeente Noordoostpolder zijn er bovendien geen belemmeringen bekend met betrekking tot de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarom geen belemmering voor de gevraagde omgevingsvergunning. Geur Eerst moet worden beschouwd of er sprake is van de realisatie van nieuwe geurgevoelig object en/of geurhinder.-Daarbij wordt aangesloten bij de definitie van een geurgevoelig object en geurhinder in de Wet milieubeheer Z het Activiteitenbesluit. Activiteitenbesluit De definitie voor gevoelige gebouwen in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit is: “woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als andere geluidsgevoelige gebouwen, met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting”.
Er worden met deze vergunning geen geurbelaste activiteiten mogelijk gemaakt die tot buiten de inrichtingsgrenzen geurhinder zou kunnen veroorzaken. In paragraaf 4.8 is nog wel nader aandacht besteed aan de milieuzonering met betrekking tot het aspect geur. Het aspect geur in het kader van het Activiteitenbesluit vormt daarmee geen belemmering voor de gevraagde omgevingsvergunning.
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 28 van 45
4.6
Ecologie (Wet natuurbescherming (Wnb) en NatuurNetwerk Nederland (NNN))
4.6.1
Inleiding
Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wet natuurbescherming en het Natuur Netwerk Nederland. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming (g 4.6.2) en soortenbescherming (g 4.6.2).
4.6.2
Gebiedsbescherming
In opdracht van de provincie Flevoland zijn de wezenlijke kenmerken en waarden van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) in de gemeenten van Flevoland in kaart gebracht. Dat heeft o.a. geresulteerd in de rapportage “Wezenlijke kenmerken en waarden EHS gemeenten Noordoostpolder en Urk“ (Alten burg à Wymenga, 2010, rapport nr. 1360). Zie ook figuur 8 op de volgende pagina. Tegenwoordig wordt de EHS overigens Natuurnetwerk Nederland (NNN) genoemd. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd natuurgebied. In de omgeving van het plangebied bevinden zich enkele gebieden die onderdeel uitmaken van Natuur Netwerk Nederland (voorheen de EHS) in de gemeente Noordoostpolder (zie figuur 8). Het gaat om het volgende gebieden: a a
het Kuinderbos Casteleynsplas
(op ca. 1 km afstand); (op ca. 3,7 km afstand).
De kans op een verstoring van deze gebieden wordt uitgesloten geacht en daarom niet nader beschouwd. Dit is gebaseerd op de afstand van het plangebied tot deze natuurgebieden; Het meest nabijgelegen Natuurnetwerk-gebied is het Kuinderbos en dat ligt al op ca.1 kilometer ten noordwesten van het plangebied. Het prioritaire deel van het Kuinderbos ligt op een nog grotere afstand. Er liggen nog meerdere andere bedrijven tussen de Orchideeën Hoeve (OH) en het Kuinderbos. Direct naast het Kuinderbos bevindt zich ook nog een asielzoekerscentrum (AZC) met meer dan 100 woningen. Effecten van de OH op het Kuinderbos kunnen daarmee op voorhand worden uitgesloten. Andere Natuurnetwerk-gebieden (zoals de Casteleynsplas) liggen op nog veel grotere afstand (minimaal 3,7 km). Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied De Weerribben ligt op meer dan 4,5 km afstand. Gezien de afstand van het plangebied tot deze natuurgebieden en het kleinschalig karakter van deze ontwikkeling is er ook geen invloed ten gevolge van fysieke verstoringen op beschermde Natura 2000gebieden te verwachten. Om de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden wel in beeld te brengen, is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd (Aerius-berekening). Het rapport van Noorman Bouw- en milieuadvies versie 5 d.d. 1 november 2022 is als bijlage 3 in dit document opgenomen.
Dit is bedoeld als een toetsing binnen de kaders van de Wet natuurbescherming (Wnb).
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 29 van 45
Qrijnfitfjjűr
Hųtntiļfbă
O# We*irtb*i\
'qťřŕídjwrte Wo«*A
\Çat»ltyrr*pU*
Zwęit* Va*
Voorsfik-Aí^
K.'tdoď^rŕio*
Ecologische Hoofdstructuur gemeente Noordoostpolder en Urk Prioritair gebied '/.■aar de vol gebed Ovenge EKS Nieuwe natuur
C ^ Gebedsgrens gemeente NoordoosIpoWei en Urk '*r*/ Provinciegrens Nature 2000-gebied
Figuur 8.
r\
A. VV
Ecologische Hoofdstructuur gemeenten Noordoostpolder en Urk (rode stip = ligging plangebied) (Bron: Wezenlijke kenmerken en waarden EHS gemeente NOP en Urk, 2010)
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST — De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 30 van 45
In principe is het niet mogelijk om binnen de huidige juridische kaders extra stikstof-depositie vergund te krijgen. Elke nieuwe Wabo- of Wnb-vergunning wordt het nieuwe referentiepunt, lees plafond voor de stikstofdepositie. Het plafond kan alleen maar gelijk blijven of lager worden. Een hoger plafond is niet mogelijk. Ter verduidelijking een voorbeeld. ü
In de huidige situatie is de stikstofdepositie in Natura 2000-gebied De Weerribben 0,04 mol N I ha. Dit is hoger dan de toegestane 0,00 mol N I ha, maar op basis van de verleende vergunningen vóór 10 juni 1994 valt dit onder de noemer bestaande rechten.
ü
Stel, dat op basis van deze onderhavige vergunningaanvraag de stikstofdepositie in Natura 2000-gebied X 0,02 mol N I ha wordt. Dit wordt dan ook het nieuwe plafond.
ü
Op basis van het nieuwe, nog op te stellen bestemmingsplan, met daarbij ook een uitbreiding van het bedrijfsterrein en een uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten, wordt de nieuwe stikstof depositie in Natura 2000-gebied X over enkele jaren 0,03 mol N I ha.
Omdat die 0,03 mol N I ha echter hoger is als het nieuwe plafond van 0,02 mol N I ha, islzijn het nieuwe bestemmingsplan en de nieuwe bedrijfsactiviteiten daarmee niet meer vergunbaar. Er moet dus voorkomen worden, dat de stikstofdepositie ten gevolgen van deze Wabo-vergunning het opstellen van een nieuw bestemmingsplan onmogelijk maakt. De enige manier om dit probleem te omzeilen, is het aanvragen van een zelfstandige Wnb-vergunning voor de nieuwe situatie die met een nieuw bestemmingsplan gerealiseerd kan worden. Dat is mogelijk, omdat de Wnb niet de term “inrichting” hanteert, maar het begrip “project”. Daarom is besloten om de aanvraag om een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) los te koppelen van deze aanvraag en de Wnb-aanvraag separaat in te dienen. De Wnbvergunning haakt derhalve rneţ aan bij deze vergunningprocedure. Op basis van de Aerius-berekening voor de situatie die ontstaat na de uitbreiding van het bedrijfsterrein en de bedrijfsactiviteiten op basis van een nieuw bestemmingsplan, blijkt dat de nieuwe situatie rneţ vergunningplichtig is. In dat geval volgt er een zogenaamde positieve weigering op de WNB-aanvraag. Op basis van het nieuwe bestemmingsplan komen er alleen maar enkele stikstofbronnen bij, de bronnen zullen dus zeker niet afnemen ten opzichte van deze aangevraagde Wabo-vergunning voor legalisatie en actualisatie.
Daarmee heeft het bevoegd gezag meteen ook de zekerheid verkregen dat de stikstofdepositie ten gevolge van de thans aangevraagde ontwikkelingen, dus geen negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende Natura 2000-gebieden. Actuele ontwikkeling De Raad van State heeft op 2 november 2022 in het kader van de Wet natuurbeheer (Wnb) een streep gezet door de vergunning-vrijstelling voor de activiteit Bouwen. Voortaan zullen ook weer de effecten van stikstofdepositie door de bouw beoordeeld moeten worden. Echter, voor deze Wabo-aanvraag ten behoeve van legalisatie en actualisatie heeft dit geen invloed. Het merendeel van de bouwwerken zijn namelijk al gerealiseerd (i.c. de brug, de kassen à de nieuwe volière, de lantaarnpalen en vlaggenmasten en de aanleg van parkeer- en overslagterrein D2a en de verhardingslagen van parkeerterrein D2b). Het verplaatsen van 6 vlaggenmasten kan gerealiseerd worden binnen de toegestane verkeers bewegingen en onderhoudsactiviteiten.
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 31 van 45
Voor grotere bouwactiviteiten en toename van bedrijfsactiviteiten, zoals een nieuw indoor zwembad (‘’splash”), zullen er per geval aanvullende berekeningen gemaakt moeten worden voor de bouw - en gebruiksfase. Veel detailinformatie is daarover thans ook nog niet beschikbaar. En dat valt bovendien onder het bestemmingsplan, niet onder de thans aangevraagde Legalisatie- en actualisatievergunning. Het plan wordt op het vlak van gebiedsbescherming en stikstofdepositie uitvoerbaar geacht.
4.6.3
Soortenbescherming
Gezien de huidige situatie en de aard en omvang van de ingreep, is het uitgesloten dat er beschermde natuurwaarden worden verstoord. Dit is gebaseerd op de volgende constateringen Z overwegingen: "
Er worden geen gebouwen gesloopt of bomen komen gekapt (dus ook geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van soorten zoals vleermuizen, spechten of uilen aangetast).
"
Er vinden geen vergunningplichtige bouwactiviteiten plaats.
"
Ook bij de aanlegactiviteiten voor de nieuwe inrit en/of wijzigingen aan de parkeerplaats zullen geen broedende vogels worden verstoord. Dit wordt gezekerd door de aanlegwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren, dan wel middels een beknopte inventarisatie zeker te stellen, dat er geen broedende vogels aanwezig zijn en/of worden verstoord.
Het is niet noodzakelijk om nader ecologisch onderzoek naar het plangebied uit te voeren. Ten behoeve van de tijdelijke vergunningen zijn er in 2017 geen natuurtoetsen opgesteld. Wel is er destijds in opdracht van de initiatiefnemer door een universitair ecoloog beoordeeld, of redelijkerwijze verwacht kon worden dat er beschermde soorten aanwezig waren. Die werden echter - op basis van bovenstaande overwegingen - ook in 2017 niet verwacht. De Rugstreeppad is in 2020 wel in de directe omgeving gemeld in de Nationale Databank Flora à Fauna (NDFF). Deze soort is echter dus gesignaleerd, nadat alle veranderingen reeds waren aangelegd en ook al enkele jaren in bedrijf zijn. Verder is er ook niet gemitigeerd voor een mogelijke aanwezigheid van kleine marterachtigen. Het betrof open agrarisch land zonder begroeiing. Dat is nog steeds ruimschoots in de nabije omgeving voorhanden. Het ten behoeve van deze legalisatieaanvraag alsnog uitvoeren van een natuurtoets (flora en fauna) wordt niet zinvol geacht. De bouwwerken staan er al jaren en het gebruik vindt ook al jaren plaats. Met onderzoek kan niet meer in beeld worden gebracht, wat de situatie was vóór realisatie. Er is sprake van een voldongen feit, waarbij er overigens ook geen beschermde soorten werden verwacht.
Voor zover er toch beschermde soorten aanwezig waren of zijn, hebben deze zich moeten aanpassen aan de nieuwe situatie en/of zijn ze reeds verdwenen. Het plan wordt op dit punt uitvoerbaar geacht.
4.6.4
Conclusies m.b.t. de Wet natuurbescherming
Het blijkt dat er geen verstoring plaatsvindt van beschermde gebieden zoals Natura-2000 gebieden en/of gebieden van het Natuurnetwerk Nederland en/of van beschermde soorten planten en dieren. Verder blijkt uit de Aerius-berekening(zie bijlage 3) dat de uitstoot van verzurende en/of vermestende stoffen minimaal is. Er is geen sprake van een toename van de stikstof-depositie op stikstofgevoelige beschermde gebieden in de nabijheid van de inrichting. Daardoor is er ook geen sprake van een beïnvloeding van beschermde gebieden ten gevolge van de luchtkwaliteit.
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 32 van 45
Het legaliseren en actualiseren van toegestane activiteiten van de inrichting veroorzaakt geen over tredingen van en/of vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Omdat er een separate Wnb-vergunning ten behoeve van het nog op te stellen bestemmingsplan is aangevraagd, haakt de Wnb dus net aan bij deze Wabo-vergunning in het kader van legalisatie en actualisatie
4.7 Brand- en externe veiligheid In of nabij het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen, transportroutes en/of kabels en/of leidingen, met uitzondering van een mestvergistingsbedrijf aan de Oosterringweg 39 te Luttelgeest. Het plangebied ligt echter niet binnen de plaatsgebonden risicocontour van het mestver gistingsbedrijf of het invloedsgebied. De Orchideeën Hoeve is zelf geen risicovolle inrichting. Het grootste risico bestaat uit brand in de inrichting, terwijl er grotere hoeveelheden bezoekers aanwezig zijn. Het beoordelen van dit aspect vereist echter geen m.e.r.-rapportage, maar wordt geregeld middels meldingen in het kader van brandveilig gebruik. Het plan wordt op het punt van brand- en externe veiligheid uitvoerbaar geacht.
4.8
Bedrijvigheid I Milieuzonering
In het akoestisch rapport (zie bijlage 2) is beschreven, welke afstand in het kader van de geluidzonering relevant zijn. Daarbij is er een onderscheid gemaakt tussen de inrichting zelf en de bijbe horende parkeerplaats. Ten gevolge van deze vergunning wordt de bestaande recreatieve onderneming niet in een zwaardere milieucategorie ingedeeld. Zoals in het akoestisch rapport is aangegeven, is er qua geluid voor de inrichting zelf een zone van 30 meter aangehouden. En bij de uitbreiding van het parkeerterrein in gebiedsdeel 2 wordt er minimaal 10 meter afstand tot de kavelgrens van de bedrijfswoning op het perceel aan de Oosterringweg 32 aangehouden. Bovendien bevindt zich ook nog een bedrijfsloods tussen die bedrijfswoning en de parkeerplaats. De afstand van 30 meter voor het gebouw van de Orchideeën Hoeve is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: Voor een dierentuin geldt volgens de VNG-publicatie een richtafstand van 100 meter. Daardoor valt een dierentuin in categorie 3.2, maar dat geldt alleen voor het aspect geur. Voor een kinderboerderij geldt echter zowel voor de aspecten geur als geluid een richtafstand van maximaal 30 meter, en valt daardoor in categorie 2. Een dierentuin valt dus formeel onder categorie 3.2. Dat is echter alleen gebaseerd op de grootste maat-gevende verstoringsafstand.
Dat is voor een dierentuin alleen het aspect Geur (met een richtafstand van 100 meter). Voor geluid geldt echter voor een dierentuin een richtafstand van 50 meter, hetgeen overeenkomt met categorie 3.1.
Richtafstand voor geluid Voor geluid is er daarom als vertrekpunt gekozen voor categorie 3.1 (richtafstand van 50 meter). Echter, omdat er verder sprake is van een gemengd gebied, wordt de richtafstand voor geluid nog met 1 stap verlaagd (van 50 naar 30 meter).
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 33 van 45
Richtafstand voor geur Qua dierensamenstelling is de inrichting eerder te vergelijken met een kinderboerderij. Het zijn met name kleine dieren die bovendien grotendeels inpandig worden gehouden. Als de thans aanwezige dieren landbouwhuisdieren waren geweest (zoals kippen, geiten, paarden, pony’s, ezels, konijnen, etc), dan was er geen twijfel geweest dat het hier een kinderboerderij betreft. De dieren in de Orchideeën Hoeve zijn bovendien gemiddeld kleiner dan de dieren van een kinder boerderij. Ook uit de stikstofemissies kan worden afgeleid, dat het hier eerder een kinderboerderij betreft dan een dierentuin met veel (grote) dieren in buitenverblijven. Bovendien is de “dierentuin” al enkele jaren in gebruik, zonder geuroverlast. Daarom is voor het aspect geur aangesloten bij de richtafstand voor een kinderboerderij (i.c. 30 meter). Voor geur wordt die richtafstand niet verlaagd. Deze blijft dus 30 meter.
Milieuzonering Er is daarom zowel voor het aspect geur alsmede voor et aspect geluid een richtafstand voor de milieuzonering aangehouden van 30 meter. In de nieuwe situatie voldoet de milieuzonering daarom zowel voor geur als geluid.
drijfsgebouwen cat. 3.2
richtafstand
woningen derden
parkeerterrein V
cat.2 ^
richtafstand woningen derden
Figuur 9. De milieuzonering voor het aspect geluid.
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 34 van 45
De wijziging heeft geen invloed op de aanwezige bebouwing en de functies in de omgeving. Integendeel, de verbeterde parkeergelegenheid zal de overlast van het bedrijf op de omgeving verminderen. Omgekeerd belemmeren de functies in de omgeving ook de gewenste veranderingen van de Orchideeën Hoeve niet. Er is geen sprake van het niet voldoen aan milieuzoneringen ten gevolge van dit plan. Het plan wordt op dit punt uitvoerbaar geacht.
4.9
Verkeer en parkeren
Verkeer De provincie Flevoland heeft in 2018 een Kruispuntanalyse N715 - Orchideeënhoeve laten opstellen door Meetel (doc. nr. 201803016, 17 april 2018). Uit die notitie volgt, dat er geen capaciteitsprobleem is voor de weg en dat er nu en in de toekomst ook geen knelpunt is op basis van de verkeersafwikkeling, waardoor er in het kader van de verkeersafwikkeling ook geen noodzaak is voor een linksaf-vak voor de Orchideeën Hoeve. De huidige verkeersaantallen zijn in lijn met de uitgevoerde berekeningen. Zo’n linksaf-vak kan echter wel een toegevoegde waarde hebben in verkeersveiligheid en wordt verderop in deze paragraaf nog nader besproken. Parkeren
het kader van de
De gemeente Noordoostpolder beschikt inmiddels over een onherroepelijk bestemmingsplan “Parapluplan parkeren” dat op 08-07-2019 door de raad is vastgesteld. Dat plan is mede gebaseerd op de Nota Parkeernormen 2016. In die Nota is aangegeven hoe de parkeernormen verankerd dienen te worden in de planregels van een nieuw bestemmingsplan. Daarbij wordt ook al een voorschot gegeven op de regeling in het parapluplan. In de Nota Parkeernormen wordt bij de hoofdfunctie sport, cultuur en ontspanning echter geen categorie genoemd die vergelijkbaar is met de Orchideeën Hoeve. De categorie die er het dichtst bij komt, is die van Musea, maar die categorie kent juist voor het buitengebied geen parkeernorm. Bovendien gaat het hier niet om een uitbreiding of intensivering van de recreatieve onderneming zelf, maar juist om de uitbreiding van de parkeervoorzieningen op het eigen terrein, bedoeld om het parkeren in de openbare ruimte (o.a. langs de provinciale weg) op piekmomenten terug te dringen. Door deze vergunning wordt geen grotere verkeersaantrekkende werking van de inrichting veroorzaakt. Zoals reeds gemeld, vindt er geen uitbreiding van het terrein van de attracties plaats en ook geen intensivering. Wel dragen de veranderingen er toe bij, dat het parkeren op het eigen perceel beter geregeld wordt. Bovendien worden er extra parkeerplaatsen gerealiseerd.
En daardoor is het juist een zeer wenselijke ontwikkeling.
Linksaf-vak De provincie Flevoland is echter ook bezig met de planvorming voor een nieuwe afslag naar de Orchideeën Hoeve op de N715. Deze nieuwe afslag moet de verkeersveiligheid vergroten. In het onderstaande figuur is de huidige stand van zaken met betrekking tot deze afslag weergegeven.
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 35 van 45
Figuur 10.
De plannen van de provincie Flevoland voor een afslag bij de Orchideeën Hoeve.
Het plan wordt op het punt van verkeer en parkeren uitvoerbaar geacht.
4.10
Nuts- en buisleidingen
Binnen het plangebied en in de directe omgeving daarvan, lopen geen kabels of leidingen van derden die van belang zijn voor het voorliggende plan. Het plan wordt op het punt van kabels en leidingen uitvoerbaar geacht.
4.11
Ruimtelijke inpassing
Het project is prima ruimtelijk inpasbaar en er zijn ook geen stedenbouwkundige bedenkingen. De gemeente heeft bij het verlenen van de tijdelijke vergunningen reeds overwogen, dat de plannen ruimtelijk inpasbaar zijn. De geplande ontwikkeling wordt op dit punt uitvoerbaar geacht.
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 36 van 45
4.12
Waterparagraaf
Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en opper vlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: " " "
de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure de normale procedure.
Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is actieve betrokkenheid van Waterschap Zuiderzeeland nodig. Bij dit project is er sprake van de normale procedure. De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie waterthema's Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water. Van streefbeeld naar randvoorwaarde vindt u het uitgangspunt, dat het vertrekpunt vormt bij de verwezenlijking van het streefbeeld. 4.12.1 Wet- en regelgeving en beleid De belangrijkste wet- en regelgeving en beleid op het gebied van water is hier opgenomen. KRW De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden).
Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Water beleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee prin-cipes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: " "
vasthouden, bergen en afvoeren schoonhouden, scheiden en zuiveren
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 37 van 45
Waterwet De Waterwet is op 22 december 2009 in werking getreden. Deze Waterwet bestaat uit een achttal wetten die zijn samengevoegd tot één wet. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering' centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwater-beheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd. De voornaamste veranderingen zijn de invoering van de watervergunning en een verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domein. Op grond van o.m. de Waterwet is voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het ‘gebiedseigen water’ wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastge-houden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast voor de woonomgeving.
Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Keur van het waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zoge-naamde waterstaatswerken). Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan is vastgesteld op basis van de Waterwet en de Wet Ruimtelijke ordening (Wro). Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Belangrijke ambities hierin zijn het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. Het geeft maatregelen die in de periode 2016 - 2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Nederland voldoet met dit plan aan de Europese eisen beschreven in de KRW, de Richtlijn Overstromingrisico's (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS), het plan geldt als structuurvisie voor de ruimtelijke aspecten.
Waterbeheerplan Waterschap Zuiderzeeland Het Waterbeheerplan 2016-2021 (WPB3) bevat lange termijn-doelen (zichtjaar 2050), doelen voor de planperiode (2016-2021) en maatregelen die het waterschap (samen met gebiedspartners) uit gaat voeren. De doelen en maatregelen hebben betrekking op de kerntaken van het waterschap (waterveiligheid, schoon water, voldoende water) en het thema water en ruimte. Hierbij gaat het om reguliere werkzaamheden, zoals peilbeheer, onderhoud aan dijken en het zuiveren van afvalwater en om nieuwe ontwikkelingen. 4.12.2 Thema Veiligheid Het plangebied ligt niet buitendijks. Op basis van dit aspect zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een overige waterkering. Op basis van dit aspect zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 38 van 45
4.12.3 Thema Voldoende Water Wateroverlast Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het water systeem blijft behouden. Randvoorwaarde(n) wateroverlast Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling netto met 4.000 m2 toe. Omdat deze toename groter of gelijk is aan 2.500 m2, is compensatie noodzakelijk. De toename bedraagt thans slechts 4.000 m2, omdat het overige deel van de uitbreiding van de parkeerplaats (deel D2a, ca. 14.000 m2) al op basis van de vergunning uit 2017 gecompenseerd is. Zie daarvoor ook paragraaf 4.12.5. Ontwerprichtlijnen compensatie toename verharding De oppervlakte te realiseren waterberging is gerelateerd aan de maximaal toelaatbare peilstijging in het peilvak en de netto oppervlakte nieuw te realiseren verharding.
Het plangebied is gelegen in een peil-gebied waarbij deels 4,00Zo en deels 5,507o van de netto toename aan verharding* als open water moet worden gecompenseerd. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013. Bij de hantering van de bergingsnorm (onderdeel van beleidsregel compensatie toename verharding en versnelde afvoer) gaat het om het benodigde oppervlak open water op de hoogte van het streefpeil. Oplossingen voor eventuele waterhuishoudkundige problemen worden bij voorkeur in het eigen project-gebied gevonden. Als dit niet mogelijk is, wordt dichtbij het projectgebied compensatie gezocht. Dit moet binnen hetzelfde peilgebied zijn of eventueel benedenstrooms. De compensatie wordt niet later gerealiseerd dan de uitvoering van de rest van het plan. De reeds aanwezige ruimte voor berging mag niet afnemen. Relevantie voor het project Binnen dit project zal er vanwege de extra verharding rond de nieuwe parkeerplaats minimaal 220 m2 aan nieuw open water in de vorm van sloten aangelegd moeten worden.
Omdat er echter al voldoende bergingscompensatie is gerealiseerd (overcompensatie), hoeft er thans geen additionele compensatie te worden gerealiseerd. Zie daarvoor ook paragraaf 4.12.5).
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 39 van 45
Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarde(n) goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is. Met het oog op de uiteindelijke overname van het beheer en onderhoud van nieuw (stedelijk) water is het nodig dat het waterschap betrokken wordt bij de uitwerking van een plangebied naar een definitieve ontwerp van het watersysteem.
Dit definitieve ontwerp behoeft de ambtelijke goedkeuring van het waterschap om overname uiteindelijk mogelijk te maken.
Anticiperen op watertekort Streefbeeld Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen. Uitgangspunt In het hele beheergebied streeft het waterschap na dat de aanwezige functies worden gefaciliteerd door goed en voldoende water. Echter binnen een klimaatbestendig en robuust watersysteem past afhankelijkheid van wateraanvoer niet. Met het oog op toekomstige watertekorten is het wenselijk de hoeveelheid aanvoerwater zoveel mogelijk te beperken. Randvoorwaarde(n) Nieuwe watersystemen worden dusdanig ingericht dat ze zelfvoorzienend zijn. Uitbreiding van water aanvoer bij de huidige functies is niet wenselijk. De afweging van wateraanvoer vindt plaats op basis van robuustheid, effectiviteit en efficiency. Hierbij geldt als uitgangspunt dat herverdeling van water binnen de polder de voorkeur heeft boven wateraanvoer van buiten de polder.
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 40 van 45
4.12.4 Thema Schoon Water Goede structuurdiversiteit Streefbeeld Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Uitgangspunt Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit. Randvoorwaarde(n) nieuw oppervlaktewater Oppervlaktewater met een doelstelling voor goede chemische en/of biologische waterkwaliteit (vaak helder) wordt niet nadelig beïnvloed door water met een lagere waterkwaliteitsdoelstelling (vaak troebel). Negatieve chemische beïnvloeding van de ecologische (water)kwaliteit of het ecologische functioneren van wateren, door ruimtelijk ontwikkelingen wordt voorkomen, omdat compensatie zeer beperkt mogelijk is. Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Uitgangspunten In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron.
Randvoorwaarde(n) Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon hemelwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Als hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig. Aan lozingen in oppervlaktewater als gevolg van uitlogende materialen verwerkt in bouwwerken (bijvoorbeeld zinken of koperen daken) kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld. Lozingen op kwetsbaar water van alle typen oppervlakken gemaakt van uitlogende materialen kunnen worden verboden door het waterschap. Consequenties voor dit project Er worden bij dit project echter geen uitlogende (bouw)materialen toegepast. Zowel voor het parkeerterrein alsmede het op- en overslagterrein (D2a) is gebruik gemaakt van een geotextiel, waar bovenop menggranulaat of puingranulaat wordt aangebracht. Het gewicht van het geotextiel is 0.16 kg per m2 De waterdoorlatendheid van menggranulaat is nihil. Boven op het menggranulaat wordt nog gras aangebracht. De waterdoorlatendheid van het asfaltgranulaat is zeer hoog.
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 41 van 45
De druk op de grond van: - het asfaltgranulaat is 440 kg per m2 - het menggranulaat is 400 kg per m2. Ook voor het nieuwe parkeergedeelte (D2b) worden dezelfde materialen en dezelfde laagopbouw gehanteerd, zoals in 2017 reeds is vergund.
Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Verontreiniging van het oppervlaktewater door afvalwater (huishoudelijk afvalwater, vervuild hemelwater en bedrijfsafvalwater) wordt voorkomen. Uitgangspunt(en) Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt geloosd, zo nodig voorafgegaan door een lokale zuivering. Bij nieuwbouwgebieden (bijvoorbeeld woonwijk, industrieterrein) is de aanleg van een "zuiverend" gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. Voor bestaand gebied wordt gestreefd naar het afkoppelen van niet-vervuild verhard oppervlak van het rioolstelsel. Het ombouwen van bestaande gemengde rioolstelsels naar "zuiverend" gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur. Afstromend hemelwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Consequenties voor dit project Omdat het hemelwater dat afkomstig is van het parkeer- en op- en overslagterrein met meer dan 50 parkeerplaatsen, kan het hemelwater niet worden beschouwd als “schoon hemelwater”. Terreindeel D2a bestond voor ca.
3.000 m2 uit parkeerterrein (voor ca. 110 auto’s) en voor 10.867 m2 uit op- en overslagterrein. Het op- en overslagterrein en terreindeel D2b (ca. 4.000 m2) worden in de nieuwe situatie voortaan ook gebruikt als parkeerplaats. In totaal komen er daardoor op de terreindelen D2a en D2b 110 (bestaande) + 545 (nieuwe) = 655 parkeerplekken. Het hemelwater van het nieuwe parkeerterrein (D2a en D2b) wordt niet via een afvoer direct geloosd op het oppervlaktewater (de nieuwe sloten). Het water wordt via een 1.5 meter bomenrij en een 4 meter brede grasstrook in de bodem geïnfiltreerd en vervolgens via de sloten afgevoerd. Het waterschap zal vermoedelijk doelvoorschriften stellen aan de kwaliteit van het afvalwater. Dit zal geschieden via maatwerkvoorschriften op basis van het Activiteitenbesluit. In eerste aanleg wordt de nieuwe, water-afvoerende sloot zonder zuiveringstechnische voorziening worden aangesloten op de bermsloot van de Oosterringweg. Mocht uit metingen echter blijken, dat er toch een voorziening noodzakelijk is, dan zal het water van de sloot via een olie/benzine/slib-afscheider (OBAS) worden geloosd op de bermsloot van de Oosterringweg.
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 42 van 45
4.12.5 Overige consequenties voor het project Omdat de drempelwaarde van de toename van het verhard oppervlak in het buitengebied van 2.500 m2 wordt overschreden, moet er ter compensatie minimaal 220 m2 aan nieuw oppervlaktewater in de vorm van sloten aangelegd worden. Opmerking van het Waterschap Zuiderzeeland op de Watertoets: In de watervergunning (kenmerk ZZL/PPAWP-W/2017/518712, d.d. 10 november 2017) is geregeld dat voor de toen geplande verhardingstoename van ca. 15.000 m2 gecompenseerd moest worden. De geplande compensatie (waterberging in de vorm van sloten) komt overeen met een berging voor een toename in verharding van 33.750 m2. Op een luchtfoto (2021) is te zien dat de locatie van de sloten niet allemaal op de aangevraagde locaties zijn aangelegd. Ook is te zien dat een grotere lengte sloten is aangelegd dan aangevraagd. Hieruit kan geconcludeerd worden dat ruimschoots overgecompenseerd is. Daardoor hoeft voor de uitbreiding van het parkeerterrein met D2b niet meer gecompenseerd te worden. De gewijzigde aanleg van de sloten en eventueel bijbehorende kunstwerken moet echter nog geformaliseerd worden. Hierbij wordt ook de uitbreiding met parkeerterrein D2b vastgelegd, alsmede het resterende overschot aan waterberging voor eventuele toekomstige toename in verharding.
Overleg met het waterschap zal uitwijzen op welke wijze de wijzigingen aan de waterstaatswerken gereguleerd moeten worden (wijzigingsvergunning en/of melding). In figuur 11a is de in 2017 vergunde situatie weergegeven.
Figuur 11 a
Vergunde watergangen (bergingscompensatie).
In figuur 11 b zijn de feítelijk gerealiseerde watergangen weergegeven.
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 43 van 45
Figuur 11 b
Gerealiseerde watergangen: Blauw s Watergang die min of meer is aangelegd conform vergunning; Rood s Niet gerealiseerde watergang; Geel s Extra aangelegde watergangen.
Omdat er dus al voldoende bergingscompensatie is gerealiseerd (overcompensatie), hoeft er thans geen additionele compensatie te worden gerealiseerd. In overleg met het waterschap zal nog worden bepaald, op welke wijze de wijzigingen aan de water staatswerken gereguleerd Z geformaliseerd gaan worden (door middel van een wijzigingsvergunning en/of een melding).
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 44 van 45
5.
UITVOERBAARHEID
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een plan. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Het uitvoeren van dit initiatief is een particulier initiatief. Op basis van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet de gemeenteraad in de volgende gevallen een exploitatieplan opstellen voor een bouwplan: a. b. c. d. e.
f.
de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m2 bruto-vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte.
In dit bestemmingsplan wordt geen nieuwe woningen mogelijk gemaakt. In beginsel is daarom niet verplicht om een exploitatieplan vast te stellen. Het betreft bovendien een particulier initiatief op eigen terrein. Verder is het kostenverhaal anderszins verzekerd. De kosten voor de planologische procedure worden gedekt vanuit de leges. Omtrent de kosten voor het linksafvak I aanpassing van de provinciale weg zijn of worden afspraken gemaakt met de provincie Flevoland. Verder zal er vanuit de gemeente nog een planschadeverhaalsovereenkomst worden voorgelegd aan de Orchideeën Hoeve.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 30 Wabo geeft aan dat een omgevingsvergunning moet zijn voorzien van een ruimtelijke onderbouwing, voor het geval de betreffende activiteit waarvoor de vergunning wordt verleend in strijd is met het bestemmingsplan of de beheersverordening. Artikel 6.18 van het Bor geeft aan dat op de voorbereiding van een omgevingsvergunning (die wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder , van de Wabo) artikel 3.1.1 van het Bro overeenkomstig van toepassing is. Dit wil zeggen dat een overlegverplichting voor deze ruimtelijke onderbouwing geldt en het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding daarbij overleg pleegt. 30
Terinzagelegging De uitgebreide Wabo procedure (art. 3.10 Wabo) houdt in dat voordat een bestuurlijk besluit (projectafwijkingsbesluit) wordt genomen door de vergunningverlenende instantie, het ontwerp van dat besluit eerst ter inzage wordt gelegd (art. 3.12 Wabo jo 3:11 Awb) waarbij iedereen gedurende 6 weken zienswijze kan indienen (art. 3.12 lid 5 Wabo). Tijdens de genoemde periode kan een ieder bij het college van Burgemeester en Wethouders (B Ã W) dus zienswijzen indienen omtrent het ontwerp besluit. Wanneer geen zienswijzen worden ingediend, wordt het besluit ongewijzigd vastgesteld. Wanneer wèl zienswijzen zijn ingediend, kan het ontwerpbesluit gemotiveerd al dan niet worden aangepast. Daarna wordt het besluit door het College van B Ã W vastgesteld en ter inzage gelegd. Na het besluit is het voor belanghebbenden mogelijk om direct beroep in te stellen bij de bestuursrechter en eventueel hoger beroep aan te tekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Pagina 45 van 45
Bijlage 1.
Samenvatting Watertoets
Op de volgende pagina’s is de samenvatting van de Watertoets weergegeven. In het kader van de Watertoets dient de normale procedure te worden doorlopen.
Deze pagina’s hebben een eigen, afwijkende nummering.
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Bijlage 1 Samenvatting Watertoets
datum dossiercode
28-1-2021 20210128-37-25409
Samenvatting ingevulde gegevens watertoets
De toets is uitgevoerd op een ruimtelijke ontwikkeling in het beheergebied van Waterschap Zuiderzeeland. Voor algemene informatie over de watertoets van Zuiderzeeland kunt u ook terecht op onze website www.zuidereeland.nl. Mocht u specifieke vragen hebben naar aanleiding van deze toets dan kunt u ons bereiken via telefoonnummer 0320-274911. U kunt ook een email sturen naar watertoets@.zuiderzeeland.nl. Uit deze toets volgt de normale procedure. Hieronder vindt u een samenvatting van de door u ingevulde gegevens.
Algemene gegevens
Gegevens aanvrager Aanvrager: Duurt Zuidema Organisatie: Duurt-PMC Email: Duurt@duurt-pmc.nl Adres: Spijksterriet 24 9746 PJ, Groningen Telefoon: 0650516129 Gegevens project Naam van het project: Legalisatie en Actualisatie bij de Orchideeën Hoeve Planomschrijving: Legalisatie van het strijdig gebruik en actualisatie van de vergunningen m.b.t. het gebruik van bouwwerken en de parkeerterreinen Adres: Oosterringweg 32 8315PV Luttelgest Kadastrale gegevens: Kadastrale gemeente Noordoostpolder, sectie G, percelen 2447, 2448 en 2375 Gegevens gemeente: Gemeente Noordoostpolder Contactpersoon: Nico la Crois Telefoon: n.lacrois@noordoostpolder.nl Email contactpersoon: Duurt@duurt-pmc.nl
Overzicht toetsing plangebied en beantwoording vragen
Kaartlagen Heeft u een beperkingsgebied geraakt? ja Compensatie-opgave toename verharding? 4,00Zo5,50Zo Indien in het gegeven antwoord sprake is van meerdere opgegeven percentages voor compensatie van de toename van verharding dan betekent dit dat uw plangebied zich over meerdere peilgebieden uitstrekt. Het percentage kan namelijk per peilgebied verschillen.
Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Noordoostpolder
Vragen
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? nee
Is er sprake van uitbreiding van de lozing in landelijk gebied ^9 ve.) of in het stedelijk gebied ^30 ve.)? nee Betreft het een nieuw verhard oppervlak in het landelijk gebied groter dan 2500 m2 of in het stedelijk gebied groter dan 750 m2? ja Worden in het plan maatregelen getroffen waardoor het waterpeil verandert met 10 cm of meer? nee Is er sprake van afstromend regenwater van een oppervlak van 50 of meer parkeerplaatsen en/of weg met meer dan 1000 voertuigbewegingen per dag? ja
Aanvullende vragen ten behoeve van de normale procedure Ligt het plangebied binnen tien meter van een bestaande watergang? ja Wordt er water gedempt? nee Neemt het verhard oppervlak in stedelijk gebied toe? nee, met m2 Neemt het verhard oppervlak in landelijk gebied toe? ja, met 4000 m2 Wordt er water (bijvoorbeeld regenwater) geloosd op het oppervlaktewater? ja Worden er meer dan 50 parkeerplaatsen aangelegd? ja Is er sprake van opbarstrisico? Ja, er is sprake van een opbarstrisico. Wordt nieuw water aangelegd (bijvoorbeeld ter compensatie van verharding)? ja Bent u van plan flauwe oevers aan te leggen? nee Overweegt u infiltratiebermen of wadi's aan te leggen? nee Worden kunstwerken aangebracht zoals bijvoorbeeld duikers of bruggen? nee Wordt er in het plangebied mogelijk gebruik gemaakt van bodemenergie, ook wel warmte koude opslag (WKO) genoemd? nee Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is of wordt genomen? nee Zo ja, graag de naam van de grotere ontwikkeling waar dit plan deel van uitmaakt hier invullen:
Verklaring
Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. Ingetekend plangebied
www.dewatertoets.nl
Bijlage 2.
Akoestisch onderzoek v4 d.d. 12-10-2022
Deze pagina’s hebben een eigen, afwijkende nummering.
Ruimtelijke onderbouwing LUTTELGEEST - De Orchideeën Hoeve
(versie 07-11-2022)
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek
A ľlTOTTO
i
agrarische bedrijven
Titel:
Akoestisch onderzoek "De Orchideeën Hoeve" te Luttelgeest: RO Legalisatie strijdig gebruik bouwwerken en parkeerterreinen
Kenmerk:
0052-R-21-A
Datum:
12 oktober 2022
Versie:
4
Adviseur:
Sietze Boonstra
Opdrachtgever:
De Orchideeën Hoeve De heer J. Maarssen Oosterringweg 34 8315 PV Luttelgeest
Jļ
I
en industrie
^ evenementen j
Douwiawaai
i DouwaKoestieK j
M
O
CDr
A
weg- en railverkeer k_____ Hz____ y1
ondersteuning overheden V_____ __ _____ J
Rouaanstraat 7 050 - 8200673
9723 CA
info@geluidmeesters.nl
arbo v._____________ y
Groningen www.geiuidmeesters.nl
V__
monitoring
J
A GCLUID ľTCWTÇRS
Inhoud
1
Inleiding...........................................................................................................................................3
2
Toetsingskader............................................................................................................................... 4
3
2.1
Ruimtelijke ordening.............................................................................................................. 4
2.2
Vergunningverlening.............................................................................................................. 6
2.3
Incidentele bedrijfssituaties (IBS)...........................................................................................7
2.4
Indirecte hinder.......................................................................................................................8
Uitgangspunten.............................................................................................................................. 9 3.1
Rekenmodel............................................................................................................................ 9
3.2
Geluidmetingen.......................................................................................................................9
3.2.1
Meetapparatuur + meteocondities ............................................................................... 9
3.2.2
Muziekgeluidniveau...................................................................................................... 10
3.3 3.3.1
Representatieve bedrijfssituatie (RBS)en geluidvermogenniveaus........................... 10
3.3.2
Incidentele bedrijfsituaties (IBS).................................................................................. 13
3.4 4
Beste beschikbare technieken.............................................................................................14
Resultaten...................................................................................................................................... 15 4.1
Representatieve bedrijfssituatie (RBS)................................................................................ 15
4.1.1
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (La^lt)........................................................15
4.1.2
Maximale geluidniveaus (LAmax)..................................................................................... 16
4.2 5
Bedrijfssituatie(s) en Geluidvermogenniveaus................................................................... 10
Incidentele bedrijfssituaties (IBS)......................................................................................... 16
Conclusie....................................................................................................................................... 18
Bijlagen 1) 2) 3) 4)
Uitwerking geluidmetingen Invoeritems rekenmodel Rekenresultaten RBS Rekenresultaten IBS
Titel: Akoestisch onderzoek "De Orchideeën Hoeve": RO Legalisatie strijdig gebruik bouwwerken en parkeerterreinen Kenmerk: 0052-R-21-A Versie: 4 Bladzijde 2
rnmirn rrewTÇRS
1
Inleiding
In opdracht van De Orchideeën Hoeve is door GeluidMeesters BV onderzoek uitgevoerd naar de inrichting aan Oosterringweg 34 te Luttelgeest, gemeente Noordoostpolder. Het onderzoek is nodig in het kader van legalisatie van strijdig gebruik en actualisatie van de vergunningen m.b.t. het gebruik van bouwwerken en de parkeerterreinen. Omdat het een ruimtelijke procedure betreft dient te worden aangetoond dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat bij de omliggende woningen. Bij deze afweging, of ten aanzien van het aspect geluid sprake is van een goede ruimtelijke ordening, is aansluiting gezocht bij de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering" editie 2009 (hierna: VNG publicatie). Voor de vergunningsprocedure is aansluiting gezocht bij het toetsingskader uit de nota Geluid, onderdeel Industrielawaai van de gemeente Noordoostpolder (hierna: Nota geluid NOP). De incidentele situaties, wanneer er sprake is van live-muziek, zijn getoetst aan de nota "Evenementen met een luidruchtig karakter", van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg, van januari 1996. (hierna: Nota evenementen IML). Hierbij is voor het vaststellen van de geluidafstraling van de muziekinstallaties aansluiting gezocht bij de grenswaarden uit het 'Geluidbeleid bij evenementen Gemeente Noordoostpolder'.
De geluidmetingen en berekeningen zijn uitgevoerd overeenkomstig de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai" 1999. De maatgevende woningen van derden zijn gelegen in westelijke (Bloemenweg 1), zuidelijke (Oosterringweg 35) en oostelijke richting (Oosterringweg 32) op een afstand van respectievelijk 35, 45 en 60 meter vanaf de terreingrens. In de volgende afbeelding 1.1 is de globale situering weergegeven. Afbeelding 1.1: situering
Titel: Akoestisch onderzoek "De Orchideeën Hoeve": RO Legalisatie strijdig gebruik bouwwerken en parkeerterreinen Kenmerk: 0052-R-21-A Versie: 4 Bladzijde 3