7.2 Motivering wijzigingen Verordening jeugdhulp 2022.pdf
Tekst van het document
Bijlage 2 Motivering wijzigingen verordening jeugdhulp 2022
Motivering algemeen De rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is primair de aanleiding om de Verordening jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2022 (hierna: huidige verordening) aan te passen. Het gaat hierbij om onderstaande twee punten. Ten eerste heeft de CRvB op 29 mei 2024 drie uitspraken gedaan die gevolgen hebben voor alle gemeenten in Nederland. De uitspraken zijn: CRvB 29 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1095, ECLI:NL:CRVB:2024:1096 en ECLI:NL:CRVB:2024:1097). Volgens de CRvB moet allereerst in de verordening een regelstellend kader zijn opgenomen wanneer sprake is van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van ouders en jeugdigen (hierna: eigen kracht) en welke afwegingskaders daarbij een rol spelen. Het gaat bij dat kader over wat de betekenis van de ouderlijke verzorgings- en opvoedingsplicht is die voortvloeit uit het Burgerlijk Wetboek bij de uitvoering van de Jeugdwet. Hierbij past een actieve rol van de ouders en het kind om in eerste instantie te trachten de op hun weg komende problemen zelf of met behulp van hun eigen netwerk op lossen. Zonder dit kader bestaat er geen wettelijke grondslag om bij de beslissing op de aanvraag om jeugdhulp rekening te houden met de eigen kracht van ouders.
We lopen hiermee een (financieel) risico wat er uit bestaat dat aanvragen niet (deels) kunnen worden afgewezen op basis van eigen kracht van ouders omdat er geen wettelijke grondslag voor is. Uit een aantal rechtbankuitspraken blijkt al dat de rechter een voorlopige voorziening treft waarmee jeugdhulp aan ouders wordt toegekend in de vorm van een pgb. Op basis van de huidige verordening en beleidsregels wordt al wel op deze manier gewerkt. Maar gelet op de rechtspraak moet de huidige verordening en bij gevolg daarvan de beleidsregels toch worden aangepast, rekening houdend met wat de CRvB heeft overwogen. We kiezen er voor om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de huidige werkwijze en in de verordening op te nemen dat de eigen kracht van ouders kan bestaan uit: gebruikelijke hulp en boven-gebruikelijke hulp. De Richtlijn gebruikelijke hulp, die in de Beleidsregels jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2024 zijn opgenomen, wordt aan de verordening toegevoegd. Dit om te voldoen aan de uitspraken van de CRvB. Ten tweede moet de verordening volgens de CRvB bepalingen bevatten hoe de deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van de aangewezen voorziening is gewaarborgd. Verder wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om een onderwerp voor inwoners te verduidelijken en een onderwerp wat voorkomt dat inwoners tussen wal en schip vallen.
Het gaat respectievelijk om: - de kwaliteitseisen die gelden voor professionals aan wie een persoonsgebonden budget wordt besteed. - de ingangsdatum van de jeugdhulp. Het college is bevoegd de jeugdhulpaanbieder (natura) toestemming te geven om te starten voor dat het besluit is genomen.
Motivering Artikel I A. Begripsbepalingen (nieuw) BIG Het BIG-register komt voort uit de Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg). Boven-gebruikelijke hulp Deze begripsbepaling moet worden bezien in samenhang met de begripsbepaling van gebruikelijke hulp. Het gaat bij boven-gebruikelijke hulp niet om normale oudertaken maar om oudertaken die worden bezien in het kader van de eigen kracht (zorgplicht van ouders) In hoofdstuk 3 van de verordening zijn de afwegingsfactoren over boven-gebruikelijke hulp opgenomen die door ouders geboden zouden kunnen worden.
1
Eigen kracht Bij het begrip eigen kracht (eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen) gaat het om de invulling van de zorgplicht van ouders op grond van het Burgerlijk Wetboek. Dat geldt ook voor echtgenoten jegens elkaar. Zij hebben het recht en de plicht de tot het gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen en op te voeden en de kosten van die verzorging en opvoeding te dragen. SKJ Stichting Kwaliteitsregister Jeugd. Dat is het beroepsregister voor jeugdprofessionals.
B. Begripsbepalingen (gewijzigd) Gebruikelijke hulp De begripsbepaling is aangepast om beter aan te sluiten op de zorgplicht van ouders op grond van het Burgerlijk Wetboek. Met gebruikelijk hulp worden oudertaken, in het kader van de zorgplicht, bedoeld die elke ouder biedt aan hun kind, ongeacht het ondervinden van problemen in de zin van de Jeugdwet rekening houdend met de leeftijd. In de verordening is een bijlage opgenomen voor hoe het college dat beoordeelt. In hoofdstuk 3 zijn de afwegingsfactoren over gebruikelijke hulp opgenomen. Professionele organisatie De huidige begripsbepaling is aangevuld met de kwaliteitseisen die gelden voor een professionele organisatie. Het gaat om eisen die ook gelden voor het gecontracteerde aanbod. Zie ook onder H van deze verordening. Zzp’er De huidige begripsbepaling is aangevuld met de kwaliteitseisen die gelden voor professionals. Zie ook onder H van deze verordening.
C. Na artikel 2.3 wordt een nieuw artikel 2.3a Criteria deskundigheid ingevoegd Nieuw artikel waarin de inzet van deskundigheid is geborgd (onder de verantwoordelijkheid van een SKJ of BIG geregistreerde persoon). Dit is overigens bestendige uitvoeringspraktijk.
D. In hoofdstuk 3 wordt een artikel toegevoegd onder vernummering van bestaande artikelen en wordt artikel 3.4 “criteria vervoer” (oud) gewijzigd in “afwegingsfactoren boven-gebruikelijke hulp”. Artikel 3.1 Zorgplicht ouders De zorgplicht van ouders op grond van art. 1:82 en 1:247 van het Burgerlijk Wetboek vormt de basis voor het uitgangspunt(en) van eigen kracht in deze verordening. Artikel 3.2 Criteria eigen kracht Hier is opgenomen wat onder eigen kracht wordt verstaan. Het is van toepassing op natuurlijke ouders maar ook ouders in de zin van de wet. Dat wil zeggen degene die de jeugdige verzorgt en opvoedt als een eigen kind. Artikel 3.3 Afwegingsfactoren gebruikelijke hulp Bij de beoordeling wordt gebruik gemaakt van de richtlijn die als bijlage is opgenomen bij de verordening. Er zijn twee afwegingsfactoren bij gebruikelijke hulp omdat het normale oudertaken betreft, ongeacht het hebben van problemen van het kind(eren) in de zin van de Jeugdwet. Het gaat om het beschikken over opvoedkundige capaciteiten van ouders en er kan sprake zijn van een acute situatie op grond waarvan ouders tijdelijk geen draaglast hebben om voor de jeugdige te zorgen. Artikel 3.4 Afwegingsfactoren boven-gebruikelijke hulp Het gaat bij boven-gebruikelijke hulp niet om de normale oudertaken, maar om taken die omvangrijker en mogelijk intensiever zijn.
Dat betekent echter niet dat geen sprake kan zijn van eigen kracht. In dit artikel staan vijf afwegingsfactoren om dat te boordelen die zijn gebaseerd op de rechtspraak.
2
Artikel 3.5 Afwegingsfactoren vervoer Ouders zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het vervoer van en naar de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt. Het is normaal dat ouders hun kinderen naar school, kinderopvang, sportclub brengen en ook naar een jeugdhulpaanbieder. In dit artikel staan de afwegingsfactoren om dat te boordelen die mede zijn gebaseerd op de rechtspraak. Artikel 3.6 Afwegingsfactoren overig In dit artikel staan drie zaken genoemd die onder de eigen kracht kunnen vallen. Zoals hulp vragen van het sociaal netwerk en gebruik maken van niet door de gemeente gecontracteerde partijen. Denk aan sportclub of de scouting.
E. Wijziging van artikel 3.2: nieuw lid 1 onder vernummering van de overige leden. In nieuw lid 1 staat dat de indicatie voor jeugdhulp ingaat op de datum waarop het college beslist. Het college is bevoegd de jeugdhulpaanbieder (natura) toestemming te geven om eerder te starten. Dit voorkomt dat de inwoner tussen de afloop van de ene indicatie en de nieuwe indicatie verstoken blijft van jeugdhulp.
F. In hoofdstuk 3 wordt artikel 3.7 (nieuw door vernummering) gewijzigd Voor de leesbaarheid is in onderdeel b is de wettelijke term ‘eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of zijn ouder(s)’ gewijzigd in eigen kracht. Verder is een omissie van onderdeel c hersteld. Wat wordt bedoeld met een ‘andere voorziening’ is al opgenomen in onderdeel a.
G. Gewijzigd artikel 5.2 onderdeel a In onderdeel a wordt ‘eigen mogelijkheden en oplossend vermogen’, vervangen door: eigen kracht.
H. Gewijzigd artikel 7.4 De CRvB heeft op grond van de Wmo 2015 in een ten overvloede overweging geoordeeld dat de kwaliteitseisen van het gecontracteerde aanbod in natura niet één op één van toepassing kan worden verklaard op hulp die met een persoonsgebonden budget wordt ingekocht. Volgens de CRvB verdraagt zich dat niet met art. 2.3.6 van de Wmo 2015 (ECLI:NL:CRvB:2024:205). Gelet op de gelijkluidende tekst van art. 8.1.1 Jw wordt aangenomen dat dit ook geldt voor de Jeugdwet. Dat is de reden waarom artikel 3.7 wordt aangepast zodat duidelijk is dat de kwaliteitseisen die specifiek voor het gecontracteerde aanbod niet van toepassing zijn voor professionals die met een persoonsgebonden budget worden betaald. Denk bijvoorbeeld aan kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) of rapportageverplichtingen. I. Aan deze verordening wordt een bijlage Richtlijn gebruikelijke hulp toegevoegd Zoals in de inleiding al is gezegd wordt deze richtlijn aan de verordening toegevoegd.
Motivering Artikel II Dit artikel bepaalt dat de verordening onmiddelijke werking heeft.
Motivering Artikel III Dit artikel regelt de inwerkingtreding en behoeft geen nadere toelichting.
3