CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

7.2 Bijlage 2 Notitie inzake de fusie veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek & veiligheidsregio Flevoland.pdf

Commissie Bestuur, Financien, Veiligheid en Economie 19 april 2021, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 7: Motie bestuurlijke toekomst Veiligheidsregio Flevoland (CU-SGP & CDA)4.322 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van: Aan: Betreft: Datum: Bijlagen:

John van der Zwan, voorzitter veiligheidsdirectie Gooi en Vechtstreek en Cees Verdam, voorzitter veiligheidsdirectie Flevoland dhr. E. Muller, voorzitter evaluatiecommissie Wet Veiligheidsregio’s evaluatie WVR en fusie Veiligheidsregio’s G&V – FL 8 juli 2020 1. Adviezen over financiën en rol CdK

Inleiding 26 juni 2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen de leden van de evaluatiecommissie WvR en de voorzitters Veiligheidsdirecties van de veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland. De evaluatiecommissie was initiatiefnemer om bij veiligheidsregio’s input op te halen voor de nu lopende evaluatie Wet veiligheidsregio’s. De focus van de bespreking heeft gelegen op de noodzaak / wens tot fusie van beide veiligheidsregio’s en de beperkingen die de huidige wet daarop legt. De beperkingen tot fusie komen voort uit de volgende twee elementen: De financiering systematiek veiligheidsregio’s die gehanteerd wordt via de BDUR Rol van de Commissaris van de Koning binnen de WvR. Naar aanleiding van de bespreking heeft de commissie het verzoek gedaan input te leveren op beide onderwerpen. De input zou bij voorkeur op niveau van wetsartikelen al gegeven mogen worden. In de bijlage wordt de gevraagde inhoudelijke input geleverd. Verder is de vraag gesteld of er objectieve argumenten aangeleverd kunnen worden die een fusie tussen veiligheidsregio’s kunnen legitimeren. Hieronder wordt daar kort bij stilgestaan. De benoemde argumenten zijn ook in 2018, in een gesprek tussen de minister J&V en de voorzitters Veiligheidsregio’s van Gooi en Vechtstreek en Flevoland aan de orde geweest.

Argumentatie fusie In 2018 heeft er een eerste bespreking plaatsgevonden tussen de minister van J&V en de voorzitters veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en Flevoland. In dit gesprek is tevens een toelichting gegeven op de argumentatie waarom het noodzakelijk / wenselijk is een bestuurlijke fusie tussen beide veiligheidsregio’s mogelijk te maken. Hieronder wordt, op hoofdlijnen, stilgestaan bij deze argumenten Voorafgaand aan de feedback op de WvR dient helder te worden op basis van welke argumenten schaalvergroting vanuit bestuurlijk perspectief wenselijk door de veiligheidheidsregio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland noodzakelijk geacht wordt. Deze argumenten hebben binnen de bestuurlijk vastgestelde intentieverklaring geleid tot overwegingen die in ogenschouw genomen moeten worden: Argument 1: Gezien de schaalgrootte van de beide veiligheidsregio’s, en de autonome ontwikkelingen binnen de kerntaken van de veiligheidsregio’s komt het duurzaam borgen van een verantwoord veiligheidsniveau onder druk te staan.

Continuïteit van dienstverlening dient hierbij het sleutelbegrip te zijn! Overwegingen die hierbij horen zijn:  dat een kwalitatief goede en verantwoorde uitvoering van wettelijke taken door de beperkte schaal van de beide veiligheidsregio’s onder druk is komen te staan (zoals omgevingswet, vakbekwaamheid, arbeidshygiëne, oefenterrein, beleidsontwikkeling);  dat het eveneens de verantwoordelijkheid van beide veiligheidsregio’s is doorlopend te zoeken naar manieren om zo effectief en efficiënt mogelijk te kunnen werken, passend bij de schaalgrootte en de kenmerken van het gebied;  dat het de verantwoordelijkheid van beide veiligheidsregio’s is de veiligheid voor de inwoners en de bedrijven in onze regio’s zo goed mogelijk te verzekeren;  dat een fusie bijdraagt aan het verminderen van de kwetsbaarheid, het borgen van de continuiteit en het vergroten van de kwaliteit bij een aantal taken van onze (relatief kleine) veiligheidsregio’s en pagina 1

een bijdrage kan leveren aan het op termijn verder beheersen van de kosten; Argument 2: Mede door de beperkte schaal is in 2018 een organisch proces van samenwerken ontstaan tussen beide veiligheidsregio’s. Deze vormen van samenwerken hebben intussen een niveau bereikt die vragen om formele vervolgstappen in het kader van schaalvergroting. De huidige vorm van samenwerken (waarin het uitgangspunt van omkeerbaarheid gehanteerd dient te worden) loopt tegen de bovengrens aan. Alleen een volwaardige fusie kan leiden tot verdere optimalisatie van processen en inrichting van de organisatie. De overweging die hierbij hoort is:  dat de organisaties van de beide veiligheidsregio’s vergelijkbaar zijn ingericht en de sleutelfunctionarissen elkaar kennen waardoor in de afgelopen jaren via organische ontwikkeling steeds verdergaande samenwerking tussen de bede regio’s tot stand is gekomen, (risico- en crisisbestrijding, bedrijfsvoeringstaken, meldkamer, ambtelijke fusie bevolkingszorg, komende integratie van de beide regionale ambulancediensten) waarmee perspectief op verdere synchronisatie door fusie van de twee regio’s is ontstaan; Argument 3: De individuele veiligheidsregio’s zijn in toenemende mate onvoldoende in staat om adequaat te anticiperen op, en uitvoering te geven aan toekomstige ontwikkelingen, de landelijke strategische agenda’s en toenemende wet- en regelgeving die

uiteindelijk hun bedding zullen krijgen binnen het Veiligheidsberaad. Dit leidt, of kan leiden, tot ontwikkelingen vanuit het land die onvoldoende voorzien waren en / of waar de veiligheidsregio’s niet de mogelijkheid hebben direct uitvoering aan te geven. De overweging die hierbij hoort uit de intentieverklaring is:  dat een fusie betere mogelijkheden geeft tot uitvoering van de strategische agenda van het Veiligheidsberaad; Beperkende aspecten binnen de wet veiligheidsregio’s Een belangrijk aandachtspunt t.b.v. een fusie tussen de veiligheidsregio’s is de financiering. In het eerste deel van de bijlage wordt hier nader bij stil gestaan. Een andere aandachtspunt is de rol van de CdK binnen de wet. Het tweede deel van de bijlage staat specifiek stil bij dit onderdeel. Hierbij wordt ook, per wettelijk onderdeel, suggesties gedaan hoe hiermee om te gaan. Mogelijke komst Lelystad Airport In Lelystad wordt de komst van de tweede luchthaven van Nederland verwacht. Dit brengt potentieel grote vraagstukken op het gebied van crisisbeheersing en brandweerzorg met zich mee. In de bijlage wordt hier, indien er sprake is van operationeel gaan van de luchthaven, bij stilgestaan waar het gaat om de behoefte tot extra financiering.

pagina 2

Bijlage. Kijkend naar de evaluatie op de wet veiligheidsregio zijn er twee onderdelen die nader bekeken moeten worden in relatie tot het aspect fusie tussen de veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland. De onderdelen zijn: -

Financiering BDUR gelden bij fusie Rol en positie van de Commissaris van de Koning

Hieronder wordt eerst stil gestaan bij de financieringsstructuur. Vervolgens wordt stil gestaan bij de artikelen binnen de wet die direct, dan wel indirect, een relatie hebben met de rol van de Commissaris van de Koning. Per artikel wordt een suggestie / voorstel gedaan of en wat er voor aanpassing in aanmerking kan komen. Het onderwerp financiering VR nader beschouwd t.a.v. de evaluatie Binnen de wet wordt, in het kader van de financieringssystematiek veiligheidsregio’s alleen in algemene zin gesproken. Het besluit Veiligheidsregio’s gaat nader in op de systematiek van financieren. Vanuit de systematiek van financieren kan worden gesteld dat een fusie alleen haalbaar is als een realistische financiering structuur gehandhaafd blijft. Een belangrijk aspect hierin is het genoemde vaste deel binnen de BDUR-gelden. Het advies is dan: In de memorie van toelichting van de wet wordt over het onderwerp financiering het volgende aangegeven:

De financieringsstructuur van de veiligheidsregio’s, en van de GHOR in het bijzonder, vraagt om enige verduidelijking. Uitgangspunt bij de voorbereiding op zware ongevallen rampen en crisissituaties is dat elke sector die een bijdrage moet leveren aan de voorbereiding zijn eigen kosten draagt; dus de geneeskundige sector ook bij de voorbereiding op GHOR-activiteiten. Dit standpunt is door een eerder kabinet reeds ingenomen (Kamerstukken II 2001/02, nr. 26 956, nr. 11) en in een later kabinetsstandpunt inzake de GHORdiaanse knoop (Kamerstukken II 2004/05, 26 956, nr. 25) bevestigd. Vertrekpunt voor de financiering van de voorbereidingskosten door de geneeskundige sector is de financieringssystematiek zoals die geldt voor de instellingen in de gezondheidszorg. Zorgverzekeraars hebben met de instellingen contracten afgesloten voor het leveren van zorg. Onder die zorg valt ook de zorg die in geval van een ramp of zwaar ongeval moet worden geleverd. De zorgsector moet zich hierop voorbereiden onder andere door te oefenen. Deze kosten van de voorbereiding en het oefenen dienen derhalve uit de eigen middelen van de instellingen te worden gefinancierd. In die zin wijkt de financieringsstructuur niet af van die van andere partijen.

Voorbereidingen van bijvoorbeeld Defensie en de waterschappen op rampen of crisissituaties, ook het participeren in oefeningen, worden ook in die sectoren uit de eigen middelen betaald.

Vanuit deze uitgangspunten is met de minister van VWS afgesproken dat hij vanaf 2008 er zorg voor zal dragen dat ieder jaar structureel geoormerkt geld beschikbaar komt voor opleiden, trainen en oefenen door de instellingen en diensten. Dit maakt het voor de besturen van de veiligheidsregio’s mogelijk om de instellingen en diensten daarop aan te spreken en met hen afspraken te maken op welke wijze dit geld wordt gebruikt ter voorbereiding op calamiteiten. Zeker als het referentiekader voor oefenen door ziekenhuizen gereed is, biedt de combinatie van referentiekader en geoormerkt geld een goed vertrekpunt om de voorbereiding gezamenlijk in te vullen. De verantwoordelijkheid voor financiering van het GHOR-bureau en haar activiteiten ligt bij de regio. De regio wordt hoofdzakelijk gefinancierd door de aangesloten gemeenten. Sinds enkele jaren kent de minister van BZK in aanvulling op wat de gemeenten zelf bijdragen, een rijksbijdrage toe aan de regio (de BDUR). Deze rijksbijdrageregeling wordt gecontinueerd. In het besluit veiligheidsregio’s wordt nader in gegaan op de financiering systematiek vanuit het rijk. Hoofstuk 8 geeft hier nadere duiding aan: Hoofdstuk 8. Financiën Artikel 8.1 1.

Onze Minister stelt, onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, jaarlijks vóór 1 juli voor het eerstvolgende jaar de bijdrage voor de doeluitkering aan de veiligheidsregio’s vast. Het voor de doeluitkering beschikbare totaalbedrag, bestaat uit de bedragen, bedoeld in artikel 8.2 en uit een vast en een variabel deel. Het vaste en variabele deel worden verdeeld volgens het verdeelsysteem in bijlage 2 bij dit besluit. 2. Onze Minister kan de jaarlijkse bijdrage bijstellen in verband met loon- en prijsmutaties die tot wijziging van het voor de doeluitkering beschikbare bedrag leiden. 3. Onze Minister kan de jaarlijkse bijdrage bijstellen in verband met andere dan in het tweede lid bedoelde wijzigingen van het voor de doeluitkering beschikbare bedrag. 4. Onze Minister stelt het bestuur van de veiligheidsregio zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit tot bijstelling als bedoeld in het tweede en derde lid. 5. Verrekening van bijstellingen in de jaarlijkse bijdrage vindt uiterlijk plaats op 1 december van het jaar waarop de jaarlijkse bijdrage betrekking heeft. Advies: Het advies is om de genoemde werkwijze in bijlage 2 te handhaven met daarbij de opmerking dat de uitleg op het vast deel aangepast gaat worden.

In de uitleg op het vast deel zal aangegeven dienen te worden dat het gelijke bedrag per regio, in geval van een fusie, mee verhuist naar de nieuwe fusie regio. Overwogen kan dan worden om in een volgende herziening van de wet een definitieve keuze te maken in herijking van financiering systematiek.

Artikel 8.2 1. In verband met extra voorzieningen voor de Waddeneilanden ontvangt de veiligheidsregio Fryslân jaarlijks een bedrag van € 150.000,– en de veiligheidsregio Noord-Holland-Noord jaarlijks een bedrag van € 28.000,–. 2. In verband met extra voorzieningen voor de luchthaven Schiphol ontvangt de veiligheidsregio Kennemerland jaarlijks een bedrag van € 5.000.000,–. 3. Voor de interregionale versterking van de veiligheidsregio’s Amsterdam-Amstelland en Kennemerland in verband met de luchthaven Schiphol ontvangt de veiligheidsregio Kennemerland jaarlijks een bedrag van € 2.500.000,–. 4. Voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 4.1.6, ontvangen de veiligheidsregio’s, genoemd in bijlage 1 bij dit besluit, elk jaarlijks een bedrag van € 175.000,–. Advies:

Een lid 5 toevoegen waarin wordt aangegeven dat bij fusie het vaste deel van de BDUR-gelden mee verhuizen naar de nieuw te vormen fusie regio

Artikel 8.3 1. Onze Minister kan aan een veiligheidsregio een incidentele bijdrage verstrekken. 2. Een incidentele bijdrage kan onder voorwaarden worden verleend. Advies: Indien het eerder genoemde artikel 8.2, lid 6 niet haalbaar blijkt dan dient er minimaal een secundaire maatregel mogelijk gemaakt te worden. Er dient in artikel 8.3 dan in ieder geval opgenomen te worden dat bij fusie er een overgangstermijn van minimaal 10 jaar van toepassing moet zijn om de vermindering van het vaste deel van de BDUR-gelden op te kunnen vangen. Artikel 8.4 De betaling van de ingevolge de artikelen 8.1 en 8.2 toegekende bijdragen vindt plaats in vier gelijke termijnen, op de eerste werkdag na de 14e van de eerste maand van ieder kwartaal. Artikel 8.5 Het bestuur van de veiligheidsregio besteedt de bijdrage voor de doeluitkering aan de uitvoering van taken die aan het bestuur op grond van artikel 10 van de wet zijn toegekend. Artikel 8.6 Indien de accountant een afkeurende verklaring of een verklaring met beperking of oordeelsonthouding heeft gegeven, kan Onze Minister de jaarlijkse bijdrage voor de doeluitkering voor een volgend jaar verminderen. De rol van de CdK nader beschouwd t.a.v. de evaluatie Binnen de huidige wet is zichtbaar dat de CdK in drie relaties wordt genoemd, namelijk; -

Informerend (i.r.t. de functie als crisispartner) Toezichthoudend (i.r.t. zijn kennis van bestuurlijke verhoudingen en op basis van ambtsinstructie van de regering) Aanwijzend (op basis van een ambtsinstructie van de regering)

Vanuit de praktijk en ervaringen van de afgelopen periode bezien kan worden gesteld dat: -

-

De informerende rol, i.r.t. de functie als crisispartner, in stand gehouden kan worden. Het is van belang dat deze relatie, in het kader van goede samenwerking, in stand gehouden blijft. De toezichthoudende rol is in de huidige praktijk marginaal gebleken. De huidige crisis COVID-19 maakt goed duidelijk wat het belang is van nauwe samenwerking tussen de verantwoordelijk minister en de voorzitters VR in het veiligheidsberaad. De toezichthoudende rol zou daar ook beter op aangepast kunnen worden. De aanwijzende rol verhoudt zich vooral tot het directe functioneren van de veiligheidsregio. De minister laat dit functioneren ook periodiek toetsen door de inspectie J&V. In dit kader is het wenselijk dat ook in dit kader er een directe rol van de verantwoordelijk minister gelegd kan worden bij het doen van aanwijzingen.

Van belang is te onderkennen dat de basis van de toezichthoudende rol van de CdK haar oorsprong vooral vindt in andere wetgeving (waaronder Wet Gemeenschappelijke Regelingen). Daar is in dit kader door ons geen specifieke toets op gedaan.

Hieronder wordt, per huidig artikel, aangegeven wat er geadviseerd wordt over de rol van de CdK binnen de evaluatie van de wet.

Artikel 13 De commissaris van de Koning wordt uitgenodigd om bij de vergaderingen van het bestuur van de veiligheidsregio aanwezig te zijn. De commissaris kan zich laten vertegenwoordigen. Advies: Wanneer de toezichthoudende componenten van de CdK binnen de wet komen te vervallen kan dit onderdeel komen te vervallen. Artikel 16 1. Het bestuur van de veiligheidsregio stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een crisisplan vast, waarin in ieder geval de organisatie, de verantwoordelijkheden, de taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing worden beschreven. 2. Het crisisplan omvat een beschrijving van de organisatie, de verantwoordelijkheden, de taken en de bevoegdheden met betrekking tot de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen inzake de rampenbestrijding en de crisisbeheersing, alsmede van de afspraken die zijn gemaakt met andere bij mogelijke rampen en crises betrokken partijen. 3. Het crisisplan is in ieder geval afgestemd met crisisplannen, vastgesteld voor het gebied van aangrenzende veiligheidsregio’s en van aangrenzende staten. 4. Het bestuur van de veiligheidsregio zendt het vastgestelde crisisplan aan de commissaris van de Koning. Advies: in lid 4 kan worden aangegeven dat het vastgestelde crisisplan ter informatie aan de CdK ter beschikking wordt gesteld. Artikel 40 1.

De voorzitter van de veiligheidsregio brengt na afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, in overeenstemming met de burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaal beleidsteam, schriftelijk verslag uit aan de raden van de getroffen gemeenten over het verloop van de gebeurtenissen en de besluiten die hij heeft genomen. Hij vermeldt daarbij of een burgemeester gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid schriftelijk bezwaar aan te tekenen. 2. De voorzitter van de veiligheidsregio beantwoordt, in overeenstemming met de burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaal beleidsteam, schriftelijk de vragen die de raden na ontvangst van het verslag stellen. 3. De voorzitter van de veiligheidsregio verstrekt in een raad van een gemeente uit deze veiligheidsregio mondelinge inlichtingen over de besluiten, bedoeld in het eerste lid, indien de desbetreffende raad daarom verzoekt. De raad zendt een afschrift van het verzoek en van de in het eerste en tweede lid bedoelde stukken aan de commissaris van de Koning. 4. Indien de raad, gehoord de inlichtingen van de voorzitter van de veiligheidsregio, besluit zijn standpunt over de besluiten, bedoeld in het eerste lid, ter kennis te brengen van Onze Minister, geschiedt dit door tussenkomst van de commissaris van de Koning.

De commissaris laat het standpunt van de raad vergezeld gaan van zijn oordeel over de besluiten, en van een afschrift van de in het eerste en tweede lid bedoelde stukken.

5. De commissaris van de Koning verricht de werkzaamheden, bedoeld in het vierde lid, volgens een door de regering gegeven ambtsinstructie. Advies: In dit artikel zit een toezichthoudende rol van de CdK. De genoemde toezichthoudende rol kan direct door de minister uitgevoerd worden, aangezien er volgens een ambtsinstructie van de regering gewerkt moet worden. De minister kan zich hier wellicht in laten adviseren door de minister van BZK waar de bestuurlijke aanstelling vandaan komt Artikel 41 1. De commissaris van de Koning ziet toe op de samenwerking in het regionaal beleidsteam en kan daartoe aanwijzingen geven. 2. De commissaris van de Koning verricht de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, volgens een door de regering gegeven ambtsinstructie. Advies: In dit artikel zit een toezichthoudende rol van de CdK. De COVID-19 Crisis maakt duidelijk dat de directe samenwerking en afstemming met de minister J&V via het veiligheidsberaad een goed werkbare is gebleken. Deze werkwijze kan ingebed worden in de herziene wet. Artikel 42 1. De commissaris van de Koning kan, in geval van een ramp of crisis van meer dan regionale betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de voorzitter van de veiligheidsregio, zo mogelijk na overleg met hem, aanwijzingen geven over het inzake de rampenbestrijding of crisisbeheersing te voeren beleid. 2.

De commissaris van de Koning verricht de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, volgens een door de regering gegeven ambtsinstructie. Advies: In dit artikel zit een toezichthoudende rol van de CdK. De COVID-19 Crisis maakt duidelijk dat de directe samenwerking en afstemming met de minister J&V via het veiligheidsberaad een goed werkbare is gebleken. Deze werkwijze kan ingebed worden in de herziene wet. Artikel 43 De voorzitters van de veiligheidsregio’s en de commissarissen van de Koning en Onze Minister verstrekken elkaar de nodige inlichtingen ten behoeve van hun rol bij de toepassing van de artikelen 41 en 42. Advies: Dit artikel kan vervallen op basis van de genoemde adviezen Artikel 51 1. Behoeft de voorzitter van een veiligheidsregio in geval van een brand, ramp of crisis of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan bijstand, dan richt hij een verzoek daartoe aan Onze Minister. Hij stelt de commissaris van de Koning van het verzoek in kennis. 2. Onze Minister voldoet aan het verzoek, tenzij dringende redenen zich daartegen verzetten. 3.

Onze Minister richt zich met een verzoek om bijstand tot de voorzitter van een andere veiligheidsregio, tot de commissaris van de Koning of zo nodig tot Onze betrokken Minister dan wel indien militaire bijstand gewenst is tot Onze Minister van Defensie, die de nodige voorzieningen treffen, tenzij dringende redenen zich daartegen verzetten. 4. Onze Minister kan de Regionale Ambulancevoorziening een aanwijzing geven over de inzet van ambulances. 5. In afwijking van het eerste lid kan de voorzitter van een veiligheidsregio een verzoek als in dat lid bedoeld rechtstreeks richten tot de voorzitter van een aangrenzende regio, mits

de crisisplannen van beide regio’s afspraken daaromtrent omvatten en er sprake is van spoed. De voorzitter stelt van zijn verzoek Onze Minister en de commissaris van de Koning in kennis.

Advies: De toevoeging van de CdK kan in deze komen te vervallen. Artikel 53 [Red: Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.] 1. De commissaris van de Koning kan de burgemeesters in de provincie in een concreet geval de nodige aanwijzingen geven inzake de rampenbestrijding. 2. Onze Minister kan de commissaris van de Koning opdragen aan de burgemeesters in de provincie in een concreet geval de nodige aanwijzingen te geven inzake de rampenbestrijding. Advies: Dit artikel is nog niet geactiveerd. De rol van de CdK kan komen te vervallen. Indien van toepassing kan de minister de burgemeesters direct opdracht geven. Artikel 54 [Red: Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.] Onze Minister kan, indien het algemeen belang zulks dringend eist, bevoegdheden van de commissaris van de Koning en van de burgemeester op grond van deze wet geheel of ten dele aan zich trekken dan wel een andere autoriteit daarmee geheel of ten dele belasten. Advies: Dit artikel is nog niet geactiveerd. De rol van de CdK kan komen te vervallen. Artikel 59 1.

De commissaris van de Koning kan het bestuur van een veiligheidsregio een aanwijzing geven, indien de taakuitvoering in de veiligheidsregio tekortschiet. 2. Tot het geven van een aanwijzing gaat de commissaris van de Koning niet over dan nadat hij over de voorgenomen aanwijzing het bestuur heeft gehoord. 3. De commissaris van de Koning verricht de werkzaamheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, volgens een door de regering gegeven ambtsinstructie Advies: In dit artikel zit een aanwijzende rol van de CdK. De genoemde aanwijzingsrol kan direct door de minister uitgevoerd worden, aangezien er volgens een ambtsinstructie van de regering gewerkt moet worden. De minister kan zich hier wellicht in laten adviseren door de minister van BZK waar de bestuurlijke aanstelling vandaan komt Artikel 60 De voorzitters van de veiligheidsregio’s geven de commissaris van de Koning alle inlichtingen die hij voor de uitoefening van het toezicht nodig heeft. Advies: Dit artikel kan komen te vervallen als de toezichthoudende rol komt te vervallen. Indien van toepassing kan deze informatielijn direct richting de minister ingericht worden

Artikel 62 1. De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio, de commissaris van de Koning, de brandweercommandant en het door hem aangewezen ter plaatse dienstdoende personeel van de brandweer, de directeur publieke gezondheid en het door hem aangewezen ter plaatse dienstdoende personeel van de GHOR alsmede de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 57, tweede lid, zijn bevoegd elke plaats te betreden, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich de toegang met behulp van de sterke arm. Zij kunnen zich bij het binnentreden doen vergezellen van door hen aangewezen personen. Advies: De CdK kan wellicht komen te vervallen, tenzij de CdK vanuit de eigen crisisrol een verantwoording heeft. Artikel 58 1. De werkzaamheden die in het kader van artikel 57, eerste lid, onderdelen a tot en met c, worden uitgevoerd, worden jaarlijks door Onze Minister vastgesteld, gehoord de commissarissen van de Koning. 2. De inspectie rapporteert, gevraagd en ongevraagd, rechtstreeks aan Onze Minister. 3. De inspectie zendt haar rapportages tevens aan de commissarissen van de Koning Advies: lid 3 kan komen te vervallen Betrokken onderdeel t.b.v. de CdK uit de memorie van toelichting: 3.5 Veiligheidsregio en provincie De positie van de provincie in het veiligheidsdomein verandert door dit wetsvoorstel.

De planvorming wordt vereenvoudigd en belegd bij de regio. De rol van de provincie bij het toezicht op de planvorming verdwijnt daarmee. Tijdens het operationele optreden komt het primaat te liggen bij de voorzitter van de veiligheidsregio. De rol van de provincie bij het operationele optreden wordt om die redenen kleiner. Toch blijft de provincie een belangrijke partner in het veiligheidsbeleid. In de uitvoering is zij in veel regio’s een crisispartner (bijvoorbeeld als deskundige op het terrein van milieu of het beheer van wegen of waterwegen). De rol van de commissaris van de Koningin als rijksorgaan bij het toezicht is opgenomen naar aanleiding van de reactie van het IPO op het concept-wetsvoorstel, waarin dit werd bepleit. Kernpunt daarvan is dat wanneer de minister, bijvoorbeeld naar aanleiding van constateringen door de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, overweegt te interveniëren, hij de commissaris van de Koningin verzoekt een aanbeveling over de inhoud van deze aanwijzing aan de minister te brengen. De commissaris van de Koningin doet dit op basis van de door hem vastgestelde oorzaken van de gebleken tekortkomingen. Het gaat hier om een inschakeling van de commissaris van de Koningin op basis van de kennis die hij in den brede heeft van de bestuurlijke verhoudingen.

Hij kan door het voeren van gesprekken met de betrokken besturen in kaart brengen wat de oorzaken van de geconstateerde tekortkomingen zijn en rapporteert hierover aan de minister. De minister hoort vervolgens het bestuur van de veiligheidsregio alvorens definitief te beslissen. In alle fasen heeft de provincie daarnaast de mogelijkheid om een liaisonfunctionaris ten behoeve van de informatievoorziening in te zetten. Daarnaast kan de commissaris van de Koningin de

voorzitter van de veiligheidsregio in de provincie in de responsfase een aanwijzing geven inzake de bestrijding van een ramp of de beheersing van een crisis. Advies: Pas de memorie van toelichting aan op basis van de eerder gegeven adviezen binnen de wet Mogelijke komst Lelystad Airport Terzijde: Artikel 8.2 in het besluit geeft duidelijkheid over afwijkende financieringen i.v.m. fundamentele taakverzwarende elementen op het vlak van crisisbeheersing binnen een veiligheidsregio. Luchthaven Schiphol is er daar ook een van. Het is in dat kader zeker ook te overwegen (en wellicht zelfs ook noodzakelijk) om ook voor de te realiseren luchthaven Lelystad extra structurele financiële voorzieningen toe te kennen. Er zou in dat kader ook een ratio gelegd kunnen worden met luchthaven Schiphol.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1795/documents/26043