7.1 Ontwerpbestemmingsplan ‘Tollebeek, Zuidwesterringweg 30’.pdf
Tekst van het document
Figuur 4.4: Een weergave van www.risicokaart.nl met het plangebied (blauwe kader)
4.5.1
Bevi-inrichtingen binnen het plangebied
In het plangebied zijn geen Bevi-bedrijven gelegen. 4.5.2
Bevi-inrichtingen buiten het plangebied
Er bevinden zich geen Bevi-inrichtingen in de nabijheid van het plangebied. 4.5.3
Buisleidingen
Er bevindt zich op ruim 250 meter in oostelijke richting een buisleiding. De afstand is dermate groot dat deze leiding niet van invloed is op het plangebied 4.5.4
Route gevaarlijke stoffen
Er bevinden zich geen routes gevaarlijke stoffen in de nabijheid van het plangebied.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 31 van 44
BestemmingsplanTollebeek, Zuidwesterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
4.5.5
Hoogspanningsmasten
Er bevinden zich geen hoogspanningsmasten in de nabijheid van het plangebied. 4.5.6
Conclusie externe veiligheid
Nader onderzoek naar externe veiligheid is niet nodig. 4.6
Ecologie De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. Er dient rekening te worden gehouden met Europese en nationale wetgeving en beleid ten aanzien van de natuurbescherming. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld.
Natura 2000 De onderzochte locatie ligt 5 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde grens van het dichtstbijzijnde N2000 gebied (IJsselmeer). Het habitat is gevoelig voor stikstofdepositie vanuit de lucht. De voorgenomen bestemmingsplanwijziging zijn echter van dien aard dat naar verwachting geen stikstofdepositie significant zal toenemen en de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jr. zal worden overschreden.
Figuur 4.5: Een weergave van het plangebied t.o.v. nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 32 van 44
BestemmingsplanTollebeek, Zuidwesterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
Om dat zeker te stellen is nog een zogeheten Aerius-berekening uitgevoerd. De Aeriusberekening is als aparte bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. De berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) - voorheen Ecologische Hoofdstructuur - is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De onderzochte locatie ligt niet binnen het NNN. De dichtstbijzijnde grens van NNN ligt ten noorden van Urk, op ruim 2,5 kilometer van het plangebied. De voorgenomen bestemmingsplanwijziging zijn echter van dien aard dat het uitgesloten is de kernwaarden van het NNN zullen worden aangetast.
Figuur 4.6: Een weergave van het plangebied t.o.v. nabijgelegen NNN-gebieden.
Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten. Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: ^ uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); ^ het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplanting- of rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten;
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 33 van 44
BestemmingsplanTollebeek, Zuidwesterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
^ ^
er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode.
Ten behoeve van het project is door ecologisch onderzoeksbureau Alcedo Natuurprojecten een ecologische quickscan uitgevoerd. Het onderzoeksrapport daarvan is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Op basis van deze quickscan kan het volgende worden geconcludeerd: Op de onderzochte locatie: > Is geen via de Wnb beschermde flora aangetroffen en wordt deze ter plaatse ook niet verwacht; > Zijn geen vaste verblijfplaatsen aangetroffen van beschermde grondgebonden zoogdiersoorten; > Wordt geen functioneel leefgebied van grondgebonden zoogdieren dusdanig aangetast dat er sprake is van het in gevaar komen van de gunstige staat van instandhouding; > Kan de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen worden uitgesloten; > Kan de aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen worden uitgesloten; > Kan de aanwezigheid van beschermde amfibieën-, reptielen- en vissensoorten worden uitgesloten; > Kan de aanwezigheid van beschermde insectensoorten en andere ongewervelden worden uitgesloten; > De onderzochte locatie ligt binnen de begrenzing van het NNN en op 14 kilometer afstand van een N2000 gebied, maar de aard van de geplande werkzaamheden is van dien aard dat de kernwaarden van het NNN en N2000 niet zullen worden aangetast. Op basis van deze quickscan wordt het volgende geadviseerd: Richt de omgeving in op een natuur-inclusieve wijze.
Dat kan door middel van: > Plaatsen van nestkasten voor huismussen en vleermuizen; > Plaatsen van een kerkuilenkast; > Plaatsen van kunstnesten voor boerenzwaluw; > Plaatsen van een zwaluwentil voor huiszwaluwen; > Inrichten van de omgeving met inheems bosplantsoen. Met de voorgestelde adviezen zal rekening worden gehouden en daar waar mogelijk zullen de voorgestelde voorzieningen een plaats krijgen in het totale plan. 4.7
Geluid(hinder) De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van een bestemmingsplan of andere ruimtelijke plannen aandacht te worden besteed aan het aspect 'geluid'. In de Wet geluidhinder is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. In deze paragraaf wordt ingegaan op de geluidsaspecten
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 34 van 44
BestemmingsplanTollebeek, Zuidwesterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
met betrekking tot wegverkeerslawaai. Industrielawaai en/of spoorweglawaai is voor dit plan niet relevant. Wegverkeerlawaai Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) heeft in beginsel iedere weg een geluidszone. Het plangebied is gelegen aan de doorgaande N713, Zuidwesterringweg in Tollebeek. Op deze weg geldt een maximum snelheid van 80 km/u. Deze weg heeft een wettelijke geluidzone. Het voorliggende plan voorziet niet in het toevoegen van een nieuw geluidgevoelig objecten. De gewenste bedrijfsgebouwen zijn niet geluidgevoelig. Een akoestisch onderzoek (Wgh) is niet vereist. Railverkeer- of industrielawaai Er zijn geen overige geluidbronnen, zoals railverkeer of industrielawaai die van invloed zijn op het plangebied. De nabijgelegen bedrijven en instellingen met bijhorende geluidsnormen geven tevens geen belemmering. 4.8
Milieuhinder Nieuwe functies kunnen milieuhinderlijk zijn voor omringende woningen dan wel bedrijven. Er dient een beoordeling plaats te vinden of de nieuwe functie wel milieu hygiënisch inpasbaar is. Er dient daarom beoordeeld te worden of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen die gehinderd kunnen worden door onderhavig project of waarvan het project juist hinder ondervindt. De (indicatieve) lijst “Bedrijven en Milieuzonering 2009”, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten, geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten. In deze publicatie worden de indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. Het is aan te bevelen deze afwijkingen te benoemen en te motiveren indien aan de orde. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (uitgave 2009).
Deze publicatie bevat onder meer lijsten met richtafstanden van diverse milieuhinderlijke activiteiten en stappenplannen voor concrete situaties. Relatie tot het plan Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een vergroting van het aanwezige bedrijf. Tevens voorziet het bestemmingsplan in toekomstige bebouwingsmogelijkheden voor uitbreiding van bedrijfsgebouwen. In de bestaande situatie was er sprake van een bedrijf waar varkens werden gehouden. Dit bedrijf was aan te merken als een milieucategorie 4.1 inrichting met een grootste
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 35 van 44
BestemmingsplanTollebeek, Zuidwesterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
normafstand van 200 meter voor het aspect geur. In het geldende bestemmingsplan is ook een geurzone van 200 meter opgenomen rondom het bedrijf. In de nieuwe situatie worden er geen varkens meer gehouden en is het bedrijf te beschouwen als een groothandel in akkerbouwprodukten. Voor een dergelijk bedrijf geldt dat deze is te beschouwen als een milieucategorie 3.1 inrichting met een grootste normafstand van 50 meter voor het aspect geluid. Er worden in de nieuwe situatie geen varkens meer gehouden, zodat ook de aanwezige geurhindercirkel kan verdwijnen. Op de voor dit bestemmingsplan gemaakte verbeelding is deze geurzone dan ook verwijderd en in de regels is deze niet meer opgenomen. Onderstaande weergave laat de planologische situatie zien van het plangebied in relatie tot nabijgelegen bestemmingen.
De bestaande woningen zijn ten opzichte van de huidige bedrijfsactiviteiten op ruim 155 meter in zuidelijke richting van het plangebied gelegen. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de benodigde grootste richtafstand van 50 meter voor geluid. De bestaande woningen worden door de uitbreidingsplan niet onevenredig gehinderd in hun bestaand woon- en leefklimaat. Het bedrijf zal vanuit milieuhinder niet in zijn bedrijfsvoering worden beperkt. Ten behoeve van voorgenomen plannen is geen wederzijdse milieuhinder te verwachten.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 36 van 44
BestemmingsplanTollebeek, Zuidwesterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
4.9
Verkeer en parkeren Nieuwe functies betekenen meestal ook dat er sprake is of zal zijn van een toename van verkeersbewegingen, alsmede ontstaat er een parkeerbehoefte. Uitgangspunt is dat nieuwe functies geen onevenredige extra hinder veroorzaken voor reeds aanwezige functies in de omgeving. (Toename) verkeersintensiteit en parkeerbehoefte Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het uitbreiden van het bestaande bedrijf met circa 1112 m2 aan bedrijfsgebouwen. Deze zijn aan te merken als ‘bedrijf arbeidsextensief/ bezoekers extensief (bv loods). Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van de Nota Parkeernormen (2016) van de gemeente Noordoostpolder. Er komt in totaliteit voor 1112 m2 aan bedrijfsgebouwen bij. Het gaat daarbij om bedrijfsgebouwen die qua aantal bezoekers extensief zijn en qua arbeid ook extensief zijn. Er is dan per 100 m2 bvo 1,1 extra parkeerplaats nodig volgens de Nota Parkeernormen. Er komt bij aan bvo in totaliteit circa 1.112 m2 dat betekent 12,2 extra parkeerplaatsen voor de extra bedrijfsgebouwen = afgerond 13 parkeerplaatsen. Het bedrijf is en blijft een éénmansbedrijf. Als gevolg van het plan wordt er niet meer personeel aangenomen. Op eigen terrein is voldoende ruimte voor het parkeren van de eigenaar van het bedrijf en is ook voldoende ruimte aanwezig mocht er eens een extra auto of vrachtwagen geparkeerd moeten staan.
Vanuit de bestaande bedrijfsvoering en de ervaring van het bedrijf zijn er niet 13 extra parkeerplaatsen nodig. De bedrijfslocatie is ten opzichte van Tollebeek redelijk solitair gelegen en het gehele proces is arbeidsextensief te noemen. In het plangebied is meer dan voldoende gelegenheid voor parkeren op eigen terrein te realiseren indien onverhoopt toch extra parkeerruimte nodig zou moeten zijn. Hierdoor vormt het aspect verkeer en vervoer geen belemmering bij het bestemmingsplan.
4.10
Luchtkwaliteit Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Met de inwerkingtreding van de NSL op 1 augustus 2009 geldt de volgende bovengrens om als NIBM-project te worden aangemerkt: De realisatie van een kantoorgebouw van minder dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte aan één ontsluitingsweg. Voorliggend plan is qua omvang en verkeersaantrekkende werking veel kleinschaliger dan de bouw van een kantoorruimte van 100.000m2 bruto vloeroppervlakte. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet nodig.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 37 van 44
BestemmingsplanTollebeek, Zuidwesterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
Omdat ook verder geen significante ontwikkelingen rondom het plangebied gepland zijn, zal de concentratie van de NOX en fijnstof niet veranderen. Hierdoor betekent de luchtkwaliteit geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. 4.11
Water(toets) Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening. Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate er gevolgen zijn voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater, het oppervlaktewater en de waterkering. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Het doel hiervan is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Door middel van de watertoets wordt in een vroegtijdig stadium aandacht besteed aan het wateraspect. Het Waterschap Zuiderzeeland hanteert drie thema's voor de watertoets: 'Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water'. Voor het uitvoeren van de watertoets zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Er is een toename van circa 2280 m2 aan bebouwing en verharding; 2. Er is geen sprake van bedrijfsafvalwater; 3. Hemelwater wil men afvoeren via het bestaande slotenstelsel rondom het perceel.
Verder zal aan de noordkant van het plangebied nog een nieuwe erfsloot worden gerealiseerd. Met deze gegevens is de watertoets uitgevoerd. Het plangebied bevindt zich binnen het beheersgebied van het waterschap Zuiderzeeland. Op basis van de inhoudelijke beoordeling van de ontwikkeling door het waterschap geldt dat de korte procedure van toepassing is. Onderstaand zijn de relevante onderdelen die opgenomen moeten worden in het bestemmingsplan verwerkt. Thema Waterveiligheid ^ Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een primaire waterkering. Voor het onderdeel primaire waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. ^ Het plangebied ligt niet buitendijks. Voor het onderdeel regionale waterkeringen zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. ^ Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een overige waterkering. Voor het onderdeel regionale waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Thema voldoende water Wateroverlast Streefbeeld: Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 38 van 44
BestemmingsplanTollebeek, Zuidwesterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
Uitgangspunt wateroverlast: Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer ' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013. Binnen het plangebied is geen sprake van een toename in verhard oppervlak, of deze is gering (minder dan 750 m2 in stedelijk gebied of minder dan 2.500 m2 in landelijk gebied). Daarom is geen compensatie noodzakelijk voor dit plan. Het plangebied bevindt zich in het landelijk gebied en de toename aan bebouwing en verharding bedraagt circa 2280 m2. Hoewel er geen watercompensatie hoeft plaats te vinden zal wel aan de noordkant van het plangebied een nieuwe erfsloot worden gerealiseerd waar hemelwater naar toe kan worden afgevoerd.
Thema schoon water Slechte kwaliteit kwelwater: Bij het ontwerp van een nieuw watersysteem moet rekening gehouden worden met de hoeveelheid kwel en de kwelwaterkwaliteit. Het plangebied is (gedeeltelijk) gelegen in een gebied met kwel van matige tot slechte kwaliteit. Het waterschap wordt vroegtijdig betrokken voor advies over het ontwerp van het nieuwe watersysteem. Het advies van het waterschap is om de nieuwe erfsloot niet watervoerend te maken door de bodem niet te diep te graven. Het gebied heeft namelijk op basis van grofmazig onderzoek ook kans op een groot opbarstrisico. Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld: Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Verontreiniging van het oppervlaktewater door afvalwater (huishoudelijk afvalwater, vervuild hemelwater en bedrijfsafvalwater) wordt voorkomen. Uitgangspunten: Voor (nieuw) te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt geloosd, zonodig voorafgegaan door een lokale zuivering. Afstromend hemelwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 39 van 44
BestemmingsplanTollebeek, Zuidwesterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
Thema voldoende water Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feítelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarden goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is. Advies nieuw open water Streefbeeld: Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Uitgangspunt: Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem.
Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit. Randvoorwaarde(n) nieuw oppervlaktewater: Oppervlaktewater met een doelstelling voor goede chemische en/of biologische waterkwaliteit (vaak helder) wordt niet nadelig beïnvloed door water met een lagere waterkwaliteitsdoelstelling (vaak troebel). Negatieve chemische beïnvloeding van de ecologische (water)kwaliteit of het ecologische functioneren van wateren, door ruimtelijke ontwikkelingen wordt voorkomen, omdat compensatie zeer beperkt mogelijk is. In voorliggend plan wordt een nieuwe erfsloot gerealiseerd waar wordt voorzien in de opvang van schoon hemelwater. Het ligt niet in de lijn dat hier chemische stoffen oid op worden geloosd die van nadelige invloed zijn op de waterkwaliteit. Er wordt ook geen gebruik gemaakt van uitlogende (bouw)materalen. Indien nodig zal de initiatiefnemer contact opnemen met het waterschap om de inrichting van de sloot door te nemen met het waterschap. Over de in dit bestemmingsplan opgenomen waterparagraaf heeft het waterschap per mail van 4 oktober 2022 aan de gemeente laten weten hiermee in te kunnen stemmen.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 40 van 44
BestemmingsplanTollebeek, Zuidwesterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
4.12
M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure, of een milieuvergunningsprocedure. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.2 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen, waarin de activiteit betrekking heeft op: 1^ een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2^ een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3^ een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Qua aard, omvang en ligging is het bouwplan niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Op 1 april 2011 heeft echter een wijziging van het Besluit m.e.r. plaatsgevonden. Daardoor is nu een beoordeling van een activiteit zoals die voorkomt op lijst D noodzakelijk, zelfs al is de omvang van de activiteit ver onder de drempelwaarde gelegen.
Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze vormvrije m.e.r.beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: ^ Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.beoordeling noodzakelijk; ^ Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van de potentiële effecten. Op basis van de uitkomsten in dit hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten is inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Verder hebben de locatie en de omgeving geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Gezien de aard van de ingrepen zijn verder geen negatieve effecten te verwachten, zodat op basis hiervan verder kan worden afgezien van het verrichten van een verdergaande (vorm)vrije m.e.r.-beoordeling.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 41 van 44
BestemmingsplanTollebeek, Zuidwesterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
5
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting
5.1
Algemeen Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening, en door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze per 1 oktober 2012 in werking is getreden. De verbeelding dient in samenhang met de planregels te worden gelezen. In de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) met bijbehorend Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincies en het rijk. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (hierna Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (hierna IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (hierna STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. Conform Wro en Bro wordt een bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting in digitale geautoriseerde bronbestanden vastgelegd en in die vorm vastgesteld.
Daarnaast kent de Wro een papieren versie van (hetzelfde) bestemmingsplan. Indien de inhoud van digitale stukken tot een andere uitleg leidt dan de stukken op papier, dan is de digitale inhoud beslissend. Het bestemmingsplan is daarmee een digitaal juridisch authentiek document. De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De SVBP2012 geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. De standaard heeft geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Er worden geen normen gesteld omtrent de vormgeving en inrichting van de analoge weergave van het bestemmingsplan. De SVBP2012 heeft ook geen betrekking op de totstandkoming van de inhoud van een bestemmingsplan. Dit is de verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag. In de SVBP2012 is wel aangegeven hoe de inhoud van een bestemmingsplan digitaal moet worden weergegeven. De SVBP2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. De verbeelding en planregels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden.
5.2
Toelichting op de Toelichting De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De digitale verbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan in een interactieve raadpleegomgeving, waarin alle relevante bestemmingsplaninformatie wordt getoond: de combinatie van verbeelding en regels met de toelichting.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 42 van 44
BestemmingsplanTollebeek, Zuidwesterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
Een raadpleger van het bestemmingsplan moet alle relevante bestemmingsplaninformatie op eenvoudige wijze voor ogen kunnen krijgen. De relevante bestemmingsplaninformatie heeft betrekking op de bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen met bijbehorende regels in het bestemmingsplan. Voor zowel bestemmingen als aanduidingen geldt, dat deze zonder interactie zichtbaar moeten zijn in de digitale verbeelding. Uit interactie met de digitale verbeelding blijkt dan de inhoud van de bestemming en/of aanduiding. 5.3
De regels De regels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestemming(en). Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen als dan niet gebruikt mogen worden en wat en hoe er gebouwd mag worden. De bij dit plan behorende regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. In hoofdstuk 1 verklaard de begrippen die in de regels worden gebruikt. Het betreft begrippen die op meerdere wijze kunnen worden uitgelegd. Door de begrippen te verklaren, kunnen interpretatieverschillen worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven welke wijze bepaalde afmetingen moeten worden gemeten. In hoofdstuk 2 wordt de op de verbeelding aangegeven bestemming omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Tevens worden de bebouwingsmogelijkheden vermeldt. Hoofdstuk 3 bevat de bepalingen die in het algemeen van toepassing zijn. In hoofdstuk 4 komen het overgangsrecht en de slotregel aan de orde.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 43 van 44
BestemmingsplanTollebeek, Zuidwesterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
6
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van het voornemen om de bestemming op het perceel Zuidwesterringweg 30 te Tollebeek zodanig te wijzigen dat binnen de Agrarisch bestemming agrarische bedrijvigheid in de vorm van een agrarisch bedrijf, zoals de handel en opslag van AGF (aardappelen, groente en fruit) is toegestaan. De kosten hiervoor alsook de kosten voor de noodzakelijk onderzoeken voor het voorliggende bestemmingsplan zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. De kosten voor de planbegeleiding wordt voorzien door middel van het heffen van leges. Door de herziening van het voor de betreffende gronden geldende bestemmingsplan is er de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het plangebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 van de Wro een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend. De mogelijke kosten die samenhangen met deze tegemoetkoming in de planschade zullen door initiatiefnemer worden gedragen. Op basis van deze overweging moet het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar worden geacht.
6.2
Inspraak en overleg Vooroverleg In het kader van het wettelijke vooroverleg is het plan toegezonden aan de provincie Flevoland en het waterschap Zuiderzeeland. De ontvangen vooroverlegreacties zijn als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Vanuit de provincie Flevoland aangegeven dat het plan inpasbaar is binnen het geldende provinciaal beleid. Vanuit het waterschap Zuiderzeeland is per brief van 26 augustus 2022 aangegeven dat de waterparagraaf op enkele onderdelen een nadere aanvulling behoeft. De gewenste aanvullingen zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan en vervolgens beoordeeld door het waterschap. Vanuit het waterschap is vervolgens een akkoord gegeven op de doorgevoerde aanvulling. Ontwerpbestemmingsplan ter inzage Het ontwerpbestemmingsplan heeft van xxx tot en met xxx gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn wel Z geen zienswijzen ingediend.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 44 van 44
BestemmingsplanTollebeek, Zuidwesterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
Projectgegevens Project IMRO Projectnummer Versie Datum
RooBeek Advies Nautilusstraat 7b 7821 AG Emmen www.roobeek-advies.nl
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Toelichting
Bestemmingsplan Tollebeek, Zuidwesterringweg 30 NL.IMRO.0171 .BP00709-ON01 RB 50.036 01 Oktober 2022
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS......................................................................... 2 Artikel 1 Begrippen........................................................................................................... 2 Artikel 2 Wijze van meten................................................................................................. 6 HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS..................................................................... 7 Artikel 3 Agrarisch............................................................................................................. 7 Artikel 4 Bedrijf - Agrarisch verwerkingsbedrijf................................................................ 8 Artikel 5 Waarde - Archeologische verwachtingswaarde WA-8.................................... 10 HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS......................................................................... 12 Artikel 6 Anti-dubbeltelregel............................................................................................ 12 Artikel 7 Algemene gebruiksregels................................................................................. 13 Artikel 8 Algemene afwijkingsregels...............................................................................
14 Artikel 9 Parkeerregels................................................................................................... 15 HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS..................................................... 16 Artikel 10 Overgangsrecht.............................................................................................. 16 Artikel 11 Slotregel.......................................................................................................... 17 HOOFDSTUK 5 BIJLAGEN VAN DE REGELS............................................................ 18 Bijlage van de regels - Aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten................................... 18
Gemeente Noordoostpolder
Blad 2 van 18
Bestemmingsplan Tollebeek, Zuidwsterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan ‘Tollebeek, Zuidwesterringweg 30’ met identificatienummer NL.IMRO.0171.BP00709-ON01 van de gemeente Noordoostpolder; 1.2 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding: Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5 aan huis verbonden bedrijf De in Bijlage 1 'Aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten' genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.6 aan huis verbonden beroep De uitoefening van een beroep (dan wel het verlenen van diensten) op administratief, maatschappelijk, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of een daarmee gelijk te stellen gebied, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonfunctie blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7 agrarisch bedrijf een bedrijf, dat geheel of overwegend is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door het telen van gewassen en/of het houden van dieren; 1.8 agrarisch verwerkingsbedrijf: Een bedrijf dat gewassen verwerkt en/of fysisch bewerkt. 1.9 ander bouwwerk Een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.10 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.11 bebouwingsgebied Achtererfgebied alsmede de grond onder de woning, uitgezonderd de grond onder de oorspronkelijke woning;
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Regels
Gemeente Noordoostpolder
Blad 3 van 18
Bestemmingsplan Tollebeek, Zuidwsterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
1.12 bebouwingspercentage De oppervlakte van gebouwen uitgedrukt in procenten van de nader aangegeven gronden; 1.13 bedrijfswoning/dienstwoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor het huishouden van een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.14 bestaand a. Met betrekking tot bebouwing: de bebouwing als aanwezig ten tijde van het in ontwerp ter visie leggen van het plan; b. Met betrekking tot gebruik: het gebruik ten tijde van het rechtskracht verkrijgen van het plan; 1.15 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.16 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.17 bevoegd gezag Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.18 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een woning dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindende woning verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.19 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.20 bouwgrens De grens van een bouwvlak.
1.21 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.22 bouwperceelgrens De grens van een bouwperceel. 1.23 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Regels
Gemeente Noordoostpolder
Blad 4 van 18
Bestemmingsplan Tollebeek, Zuidwsterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
1.24 bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.25 detailhandel: Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; onder detailhandel is hier geen horeca begrepen; 1.26 erf: Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een woning en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van die woning. Gronden met de bestemming 'Groen - Erfsingel' worden niet tot het erf gerekend; 1.27 fysisch bewerken van gewassen: Het uitvoeren van fysische handelingen met een gewas, waarbij de eigenschap of samenstelling van het gewas verandert, zoals snijden, raspen, hakken, malen, schrappen, schillen en polijsten. Hieronder niet begrepen chemisch bewerken, waarbij de chemische eigenschap en samenstelling van het gewas wordt veranderd, zoals koken, bakken, frituren en inmaken.
1.28 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.29 grondgeboden agrarisch bedrijf: een agrarische bedrijf, waarbij het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf, op de wijze van een melkrundveehouderijbedrijf, een akkerbouwbedrijf, een vollegronds tuinbouwbedrijf, een productiegerichte paardenhouderij, en naar de aard daarmee gelijk te stellen agrarische bedrijven; 1.30 groothandel in akkerbouwproducten: het bedrijfsmatig te koop aanbieden van akkerbouwproducten, waaronder begrepen de uitstalling voor de verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, danwel aan instellingen of personen voor de aanwending in een andere bedrijfsactiviteit; 1.31 horeca Een bedrijf dat is gericht op het verstrekken van maaltijden en dranken voor gebruik ter plaatse (restaurantbedrijf), waaronder ook worden verstaan lunchrooms, eethuizen, bistro's, theehuizen, broodjeszaken en dergelijke; 1.32 seksinrichting: Een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke, besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht;
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Regels
Gemeente Noordoostpolder
Blad 5 van 18
Bestemmingsplan Tollebeek, Zuidwsterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
1.33 verwerken van gewassen: Het uitvoeren van een groothandel in gewassen en het uitvoeren van handelingen met gewassen, waarbij de eigenschappen of samenstelling van het gewas niet veranderen, zoals schoonmaken, sorteren, selecteren, drogen, verpakken en opslaan; 1.34 voorgevel: De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een gebouw met meer dan één zijde gekeerd is naar een weg, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.35 woning: Een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Regels
Gemeente Noordoostpolder
Blad 6 van 18
Bestemmingsplan Tollebeek, Zuidwsterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwingspercentage het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.8 peil a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; b.
voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; c. indien de onder a en b genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden, een door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen peil.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Regels
Gemeente Noordoostpolder
Blad 7 van 18
Bestemmingsplan Tollebeek, Zuidwsterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische bedrijvigheid in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - semi-agrarisch' tevens het niet bedrijfsmatig gebruik maken van gronden ten behoeve van de naastgelegen bestemming 'Bedrijf - Agrarisch verwerkingsbedrijf, zoals het hobbymatig houden van vee, moestuin en speelweide; c. de waterhuishouding; d. extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden; e. sloten en watergangen; f. kavelpaden; met daarbijbehorende: g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; h. andere werken; i. ontsluitingswegen en paden; j. watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen; k. groenvoorzieningen; l. nutsvoorzieningen. 3.2 Bouwregels Op en in de gronden als bedoeld in lid 3.1 mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouw zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen. 3.2.1 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 1,0 meter bedragen met dien verstande dat deze wordt uitgevoerd in de vorm van palen met draad; b. overige andere bouwwerken zijn uitgesloten.
3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Voorwaardelijke verplichting Het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden overeenkomstig de in lid 3.1 is uitsluitend toegestaan indien er geen opgaande beplanting aanwezig is binnen de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - semi-agrarisch'.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Regels
Gemeente Noordoostpolder
Blad 8 van 18
Bestemmingsplan Tollebeek, Zuidwsterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
Artikel 4 Bedrijf - Agrarisch verwerkingsbedrijf 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - agrarisch verwerkingsbedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een agrarisch verwerkingsbedrijf; b. akkerbouw; met daarbij behorende: c. gebouwen en bijbehorende bouwwerken; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; e. andere werken; f. tuinen, erven en paden; g. waterhuishoudkundige voorzieningen; h. parkeervoorzieningen; i. nutsvoorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in 4.1 mogen uitsluitend gebouwd worden: a. bedrijfsgebouwen; b. bedrijfswoningen; c. bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen; d. bouwwerken, geen gebouw zijnde. 4.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. een bedrijfsgebouw mag uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak; b. de goothoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 8,5 m, c. de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 11 m. 4.2.3 Bedrijfswoningen Voor bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. een bedrijfswoning mag uitsluitend gebouwd worden binnen de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bedrijfswoning'; b. per aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bedrijfswoning' mag niet meer dan één bedrijfswoning gebouwd worden c. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 1.200 m3; d.
de dakhelling van een bedrijfswoning mag niet minder dan 30o en niet meer dan 60o bedragen; e. de goothoogte van een niet inpandige bedrijfswoning mag niet minder dan 4,5 m en niet meer dan 6 m bedragen, met dien verstande dat indien de bestaande goothoogte minder dan 4,5 m bedraagt de goothoogte niet minder dan de bestaande goothoogte mag bedragen; f. de bouwhoogte van een niet inpandige bedrijfswoning mag niet meer dan 10 m bedragen.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Regels
Gemeente Noordoostpolder
Blad 9 van 18
Bestemmingsplan Tollebeek, Zuidwsterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
4.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Voor bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. een bijbehorend bouwwerk mag uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak; b. een bijbehorend bouwwerk mag uitsluitend worden gebouwd 1 m achter het verlengde van de naar de weg gekeerde gevel van de betreffende bedrijfswoning; c. de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken per bedrijfswoning mag niet meer dan 150 m2 bedragen; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m; e. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m; f. in afwijking van het bepaalde onder a., b., c., d. en e. gelden voor herbouw van bestaande bijbehorende bouwwerken de bestaande maten, afmetingen, situering en omvang van de bebouwde oppervlakte van een gebouw als maximum. 4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2,5 m; b. De bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten bedraagt maximaal 12 m; c. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 4 m. 4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Strijdig gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a.
het gebruik van gronden als staanplaats voor onderkomens en als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen, materialen en producten, tenzij dit noodzakelijk is in verband met de ter plaatse gevestigde bedrijvigheid of het normale beheer en onderhoud van de gronden en gebouwen; b. het gebruik van bijbehorende bouwwerken (met uitzondering van bedrijfswoningen) als zelfstandige woonruimte; c. het gebruik ten behoeve van een seksinrichting. 4.3.2 Geoorloofd gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval niet gerekend een aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijfsactiviteit, mits: a. ten hoogste 30oZo van de oppervlakte van een woonhuis of de woning binnen een woongebouw en ten hoogste 60o7o van de toegelaten oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte per woning niet meer dan 75 m2 bedraagt; b. de uitstraling van de woning intact blijft; c. het gebruik geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; d. het gebruik geen onevenredig nadelige gevolgen heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; e. het parkeren ten behoeve van het gebruik binnen het bestemmingsvlak op eigen terrein plaatsvindt; f. geen detailhandel wordt uitgeoefend; g.
de activiteit in ieder geval door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; h. in geval van een aan huis verbonden bedrijfsactiviteit, het een activiteit betreft die genoemd is in de bijlage van de regels ‘Aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten’.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Regels
Gemeente Noordoostpolder
Blad 10 van 18
Bestemmingsplan Tollebeek, Zuidwsterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
Artikel 5 Waarde - Archeologische verwachtingswaarde WA-8 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologische verwachtingswaarde WA-8’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische verwachtingswaarden. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken, waarvoor bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte groter dan 10.000 m2 en dieper dan 100 cm, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 5.2.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in 5.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.2.3 Advies Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de vergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in 5.2.2, wordt een archeologisch deskundige om advies gevraagd.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Regels
Gemeente Noordoostpolder
Blad 11 van 18
Bestemmingsplan Tollebeek, Zuidwsterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Verbod Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op de gronden van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist, met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 10.000 m2 en dieper dan 100 cm: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden; b. het graven van watergangen; c. het graven van sleuven breder dan 50 cm ten behoeve van het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen, drainage en funderingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en/of apparatuur; d. het permanent verlagen van het waterpeil. 5.3.2 Uitzondering Het bepaalde in 5.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en het normale agrarische gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; d. aanvaardbaar zijn op basis van een eerder onderzoek waaruit is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn.
5.3.3 Afwegingskader De in 5.3.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; c. één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen wordt: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door middel van opgravingen, of; 3. een verplichting de werken en/of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 5.3.4 Advies Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden voorwaarden te verbinden wordt een professioneel archeoloog om advies gevraagd.
5.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door de bestemming ‘Waarde Archeologische verwachtingswaarde WA-8’ geheel of gedeeltelijk te verwijderen indien op basis van archeologisch onderzoek door een archeologisch deskundige is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Regels
Gemeente Noordoostpolder
Blad 12 van 18
Bestemmingsplan Tollebeek, Zuidwsterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Regels
Gemeente Noordoostpolder
Blad 13 van 18
Bestemmingsplan Tollebeek, Zuidwsterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
Artikel 7 Algemene gebruiksregels 7.1 Strijdig gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of het laten gebruiken van: 1. gebouwen ten behoeve van een seksinrichting; 2. vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woonruimte; 3. omzetting of verkamering van zelfstandige woonruimte in kleinschaliger wonen dan wel onzelfstandige woonruimte; 4. gronden als staanplaats voor onderkomens; 5. gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen, materialen en producten, voor zover niet noodzakelijk in verband met het normale beheer en onderhoud van de gronden.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Regels
Gemeente Noordoostpolder
Blad 14 van 18
Bestemmingsplan Tollebeek, Zuidwsterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, worden afgeweken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10/ van die maten, afmetingen en percentages, met dien verstande dat dit niet geldt voor bijbehorende bouwwerken; b. de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast; c. de bestemmingsregels voor het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van de bestemmingsgrenzen, indien dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte daarvan wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; e. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van kunstwerken en zend-, ontvang en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; f.
het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, wordt vergroot mits: 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 10 m2 bedraagt; 2. de totale hoogte niet meer dan 125 “/o van de toegestane (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt.
NL.IMRO.0171.BP00709-ON01
Regels
Gemeente Noordoostpolder
Blad 15 van 18
Bestemmingsplan Tollebeek, Zuidwsterringweg 30
Oktober 2022 Versie 01
Artikel 9 Parkeerregels 9.1 Voldoende parkeergelegenheid a. De in het plangebied aanwezige gronden mogen slechts worden bebouwd en/of in gebruik worden genomen en/of het gebruik van deze gronden mag enkel worden gewijzigd onder de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid bij, op of onder het gebouw dan wel bij, op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort worden gerealiseerd. b. gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a, dienen na realisering in stand te worden gehouden voor het gebruik waar de betreffende voorzieningen voor nodig zijn. 9.2 Voldoende laad- en losruimte Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk wordt voorzien in die ruimte. Deze bepaling geldt niet: a. voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik; b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien.