CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

7.1 Ontwerpbestemmingsplan Landelijk gebied Zwijnsweg 26 te Ens (1).pdf

Commissie Woonomgeving 15 januari 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 7: (Ontwerp)bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens’19.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

bestemmingsplan (ontwerp)

35

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

Uit bovenstaande resultaten worden de volgende aanbevelingen gegeven:

Voor wat betreft de overschrijdingen van de achtergrondwaarden in de grond en streefwaarden in het grondwater zijn, ten aanzien van de kwaliteit van de bodem, op basis van de Wet Bodembescherming geen aanvullende maatregelen noodzakelijk.

Met betrekking tot het asbestverdachte dak met onverharde druppelzone wordt geadviseerd het dak te voorzien van een dakgoot en/of het dak conform vigerende regelgeving omtrent asbest te verwijderen.

Met betrekking tot de puinlaag onder de betonverharding wordt geadviseerd om voorafgaand aan eventuele graafwerkzaamheden een verkennend asbestonderzoek uit te voeren indien de puinlaag verwijderd wordt.

4.8.3 Conclusie Uit het verkennend bodemonderzoek komt naar voren dat in principe geen nader onderzoek noodzakelijk is mits: * *

op juiste wijze wordt omgegaan met het asbesthoudende dak i.c.m. de onverharde druppelzone; de puinlaag onder de betonverharding niet verwijderd wordt. Indien dit wel het geval is, is er een verkennend asbestonderzoek noodzakelijk.

4.9

Luchtkwaliteit

4.9.1 Algemeen In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd.

Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing.

4.9.2 Toetsing Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten blijkt dat in Ens en omgeving sprake is van een goede luchtkwaliteit.

De voorgenomen ontwikkeling betreft een kleinschalige uitbreiding van drie woningen en blijft daarmee onder de NIBM-grens. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

36

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens 4.9.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.10

Externe veiligheid

4.10.1

Algemeen

Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: * *

bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen.

Voor zowel bedrijvigheid als het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR drukt de kans per jaar uit dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval indien hij zich onafgebroken (24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden.

4.10.2

Toetsing

In de omgeving van het plangebied bevindt zich op basis van de Atlas van de leefomgeving één risicovolle inrichting, namelijk een bovengrondse opslagtank (propaan of ander vloeibaar gemaakt brandbaar gas). Op figuur 4.7 is het explosieaandachtsgebied van de bovengrondse opslagtank weergegeven. Echter is deze propaantank niet meer aanwezig op het erf van Zwijnsweg 23. De huidige eigenaar geeft aan dat deze al verwijderd was toen zij dit erf aangekocht hebben voor het vestigen van hun bedrijf 'Agrideals.nl'. Door de eigenaar van het perceel zijn foto's aangeleverd waarop te zien is dat er geen propaantank meer aanwezig is (zie figuur 4.4 tot en met 4.6).

Figuur 4.4 achterzijde erf Zwijnsweg 23 (Bron: eigenaar Zwijnsweg 23)

bestemmingsplan (ontwerp)

37

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

Figuur 4.5 achterzijde erf Zwijnsweg 23 (Bron: eigenaar Zwijnsweg 23)

Figuur 4.6 Aanzicht vanaf de weg het erf op (Bron: eigenaar Zwijnsweg 23)

38

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

Figuur 4.7 Risicokaart (bron: Atlas Leefomgeving)

Verantwoording Groepsrisico De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van 3 woningen. Hierdoor neemt het aantal personen toe in het plangebied. Een deel van deze woningen vallen gedeeltelijk binnen het explosieaandachtsgebied. Het gaat hierbij om de historische schuur welke hergebruikt als twee woningen. Waardoor het niet mogelijk is om buiten de contour te bouwen. Er is ervoor gekozen om een vluchtroute van de bron af te hebben. In het kader van het wettelijk vooroverleg dient advies gevraagd te worden aan de veiligheidsregio.

Bij het verantwoorden van het groepsrisico zijn zowel locatie specifieke als ontwikkeling specifieke aspecten die moeten worden onderbouwd.

Locatie specifieke aspecten De volgende locatie specifieke aspecten zijn daarbij van belang: nabijheid bluswatervoorzieningen. Deze worden hierna onderbouwd.

bestemmingsplan (ontwerp)

opkomsttijd en

39

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens Opkomsttijd De brandweer dient binnen 8 minuten ter plaatse te zijn. In voorliggend geval kan de brandweer in theorie binnen 8 minuten ter plaatse zijn vanuit de Brandweerkazerne in Ens.

Nabijheid biuswatervoorziening In de nabijheid zijn voldoende mogelijkheden (verschillende sloten). Wel dienen deze te onderzocht worden of dit conform de handreiking bluswater brandweer Flevoland is. Hier wordt nader naar gekeken bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen.

Ontwikkeling specifieke aspecten Eveneens dient in voorliggend geval aan de ontwikkeling specifieke aspecten te worden getoetst. Dit betreffen de volgende aspecten: bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van hulpdiensten ter plaatse, vluchtmogelijkheden en (zelf)redzaamheid van de aanwezige personen. Hierna worden de voorgenoemde aspecten nader onderbouwd.

Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten, in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren en om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Ten aanzien van de aspecten bereikbaarheid en bluswatervoorziening hanteert de regionale brandweer de richtlijnen zoals beschreven in de NVBR-publicatie "Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid".

Uit bovengenoemde handreiking volgt het advies dat het plangebied goed bereikbaar moet zijn voor de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar onafhankelijke aanvalswegen, waardoor in geval van werkzaamheden of calamiteiten het plangebied goed bereikbaar is.

Het plangebied wordt zowel in noordelijke als zuidelijke richting ontsloten door de Zwijnsweg. In noordelijke richting sluit de Zwijnsweg aan op de Zuiderringweg. In zuidelijke richting sluit de Zwijnsweg aan op de Zwartemeerweg. Indien er één weg niet toegankelijk is kan het plangebied op een andere manier bereikt worden. Gelet op bovenstaande zijn de bestrijdbaarheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten goed te noemen.

Ontvluchten van het gebied Het gebied kan van de propaantank af worden ontvlucht. Via het weiland kan het terrein tenslotte geheel worden verlaten.

(Zelf)redzaamheid (Zelf)redzaamheid houdt in dat personen zichzelf en eventueel anderen, binnen een bepaald tijdsbestek, kunnen veiligstellen (bijv. schuilen of vluchten) bij dreigend gevaar. Hierbij wordt van de persoon zelf uitgegaan zonder de hulp van hulpverlenersdiensten. In het voorliggend geval is het uitgangspunt dat de meerderheid van de aanwezige personen binnen het plangebied zelfredzaam zijn.

40

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens 4.10.3

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.11

Kabels en leidingen

4.11.1

Algemeen

Rond planologisch relevante leidingen dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones).

4.11.2

Toetsing

Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen of straalpaden aanwezig.

4.11.3

Conclusie

Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor het plan.

4.12

Vormvrije m.e.r.- beoordeling

4.12.1

Algemeen

In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan plan-m.e.r-plichtig, project-m.e.r-plichtig of m.e.r-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r.-drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: » * »

de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten.

In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarbij de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van (meer dan) 100 hectare of indien een aaneengesloten gebied 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). In de voorgenomen ontwikkeling gaat het om drie woningen waarvan twee nieuwe woningen wat wordt toegevoegd en dit valt onder een stedelijk ontwikkelingsproject in het kader van het Besluit m.e.r.. De ontwikkeling blijft onder de drempelwaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling.

4.12.2

Toetsing

In dit kader is een separate aanmeldingsnotitie opgesteld. In bijlage 8 is de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bijgevoegd. Daaruit blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.

bestemmingsplan (ontwerp)

41

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

4.12.3

Conclusie

De ontwikkeling is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten.

42

belangrijk

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1

Algemeen

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en die op eenzelfde manier zijn verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden.

Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en in bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

Groen - Erfsingel Rondom het plangebied is een erfsingel aanwezig. Om de binnen deze erfsingel aanwezige beplanting te beschermen is de bestemming 'Groen - Erfsingel' opgenomen. Op de voor deze bestemming aangewezen gronden mag niet gebouwd worden.

Wonen - Voormalige agrarische erven Om wonen in het plangebied mogelijk te maken is de bestemming 'Wonen - Voormalige agrarische erven' opgenomen. De woningen moeten binnen een bouwvlak gebouwd worden, waarbij geldt dat maximaal één woning per bouwvlak is toegestaan. De inhoudt van een woning, inclusief niet-functioneel ondergeschikte bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 1.200 m3, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume (m3)', want daar geldt de maximum inhoud zoals op de verbeelding is aangegeven. Bovendien is de aanduiding 'gevellijn' opgenomen, waarmee wordt vastgelegd dat de voorgevel van een hoofdgebouw in de gevellijn gebouwd wordt. Hierdoor worden de voorgevels van alle hoofdgebouwen naar de weg gekeerd. Om de aanplant en instandhouding van een erfsingel te waarborgen is binnen deze bestemming een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Bovendien is een afzonderlijke bestemming opgenomen voor de erfsingel, welke hieronder wordt toegelicht.

Waarde - Archeologische verwachtingswaarde WA-8 In het plangebied zijn mogelijk archeologische waarden aanwezig die beschermd moeten worden zoals in paragraaf 4.6 is omschreven. Om deze reden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde WA-8' opgenomen. De gronden zijn hierdoor, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische verwachtingswaarden. Dit houdt in dat bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 10.000 m2 en dieper dan 1,00 meter archeologisch onderzoek moet worden verricht.

bestemmingsplan (ontwerp)

43

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie De initiatiefnemer heeft het gemeentelijk participatieplan gevolgd om het proces vorm te geven. Het logboek is te vinden in bijlage De directe beuren zijn uitgenodigd voor een gesprek. Tijdens dit gesprek is het plan besproken aan de hand van het erfinrichtingsplan. De buren hebben geen bezwaar tegen het plan, mits de landelijke uitstraling en privacy worden gewaarborgd. Dit door middel van het in stand houden van de erfsingel. Deze erfsingel is gewaarborgd in het bestemmingsplan.

Overleg en inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan is, conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), verzonden naar de overleginstanties.

Het plan geeft de provincie Flevoland geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.

Het Waterschap Zuiderzeeland heeft verzocht om uitgebreider in te gaan op de aspecten voldoende water en schoon water. Deze aspecten zijn nader uitgewerkt in de toelichting van het bestemmingsplan. De aangepaste waterparagraaf is ter beoordeling opnieuw verzonden naar het waterschap en akkoord bevonden.

Zienswijze Vervolgens zal het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro).

Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens door de gemeenteraad vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te stellen tegen het besluit en het plan.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).

Voorliggend plan betreft een particulier initiatief. De voor dit plan en de ruimtelijke procedure te maken kosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Met initiatiefnemer worden hier afspraken over gemaakt. De kosten zijn anderszins verzekerd.

44

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

Bijlage 1

Ontwerp nieuwe woning

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

bestemmingsplan (ontwerp)

- ONTWERPLAN - SCHUURWONING - MEVR. WONDERGEM -

+7J93

+4.500

+3.500

+3.180

±0

-ZUIDOOSTGEVEL-

- PRINCIPE doorsnede a-a -

- PRINCIPE doorsnede b-b -

— - -

contournieuwe perceelsgrenzen oorspronkelijke bebouwing

T

+7J93

T

+7J93

+7J93

7Ĉ5m2teslopen Erfsingel aanplanten en in stand houden conform

H

erinrichtingstekening met bijbehorend Beplatingsplan uitdunnen windsingel

ļ

A____ +6.100 T T

A____ +6.100

+4.500

T

+3.500

T

+4.500

+4.500

+3.500

+3.500

A____

A____

+3.180

+3.180

|

I creëren kijkvensters

aanplant windsingel /t.p.v. toegang tot huidige erf

a

zoekgebied bouwvlakvoornieuwe bebouwing

|

contourduiding nieuwvolume bebouwing

|

±0 [

I

V

I

PRIļNCIPE DOORSNEDE C-C-

- PRINCIPE DOORSNEDE D-D -

- PRINCIPE doorsnede e-e -

i

I

I

3D VIEW ONTWERPPLAN

L0

ALLE MAATVOERING IN HET WERK CONTROLEREN

BOES 4- KOK B.V. ONTWERPERS, INGENIEURS Ã ADVISEURS Bouwplannen? Het begint op papier.® Project: o

Onderdeel:

ONTWERPPLAN MET GEVELS. PLATTEGRONDEN ä DOORSN. o o Ln m

o o Ln Ln no

)i i T T 3D ï, ,

2.500

L

î1

4.880

120u TT

5.900

120ii TT

4.980

16.000 .u 16.700

m

no

ínhoud ca. 1.467 m3 incl. overkappingen & veranda

Bladnummer:

A 23-011

A-01

Schaal:

Formaat:

Opdrachtgever:

Status:

Fase:

1:100,1:1000,1:300

Ai

Fam. Wonderqem

Conceptaanvraaq________

D.O.___________________

BOES -1- KOK B.V. boes-kok.nl | devergunningmanagers.nl

Lokatie:

j 1.000 j 20.200

-VERDIEPING-

ZWIJNSWEG 26-ENS

Datum: 14 - oq - 2023

8307 PV ENS, Ens

.o

III

m

Zwijnsweq 26

350į į T T 350, ,

20.200

-BEGANE GROND-

Werknummer:

PLAN PROCEDURE VRIJGEKOMEN AGRARISCH ERF

C\J

Wijzigingen: A | 20 - oq - 2023

Dj

Zwijnsweq 26

Tekenaar:

Email:

B | 21 - og - 2023

El

8307 PV Ens, Ens

D. Boes________________

d.boes@boes-kok.nl

Cl

El

+

De op deze tekening aangegeven aangrenzende percelen en bebouwing, of de inrichting van het openbaar gebied valt buiten de verantwoordelijkheid van Boes Kok B.V. het is gebaseerd op (open)-GBKN BGT data van externe partijen of van Het Kadaster. Hier zijn dan ookgeen rechten aan te ontlenen, deze tekening is uitsluitend bedoeld ter aanduiding van de betreffende kavels en ter besluitvorming van het bevoegd gezag. Gebruiksvoorwaarden Het Kadaster: Deze kaart geeft slechts een indicatie van de ligging van de kadastrale grenzen er mogen geen maten worden ontleend aan de kadastrale kaart. Voor stedelijk gebied geldt een relatieve precisienorm van 20 cm en voor landelijk gebied een relatieve precisienorm van 40 cm. Dit geldt voor scherp identificeerbare punten. Voor niet scherp identificeerbare punten moet deze standaardafwijking worden vermeerderd met de idealisatìenauwkeurigheid (hoe precies kan het punt worden bepaald bijvoorbeeld "kant sloot" of "heg").

l

vormgeving I planologie I bouwtechniek I omgevingsvergunning I advies ruimtelijke ordening

©(g)®©

Postadres:

Postbus

@boeskokbv

Website:

www.boes-kok.nl

5 5,

83 2 5

ZH, Vollenhove

Tel:

0 5 2 7

-

769

S<

c o

1 2 6 O S»ft3

E-mail:

info@boes-kok.nl

c

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

Bijlage 2

Erfinrichtingsplan

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

bestemmingsplan (ontwerp)

PRINCIPEVERZOEK I VRIJGEKOMEN AGRARISCH ERF

Beplatingsplan:

Sloot

Rij 1

Rij 2

Rij 3

Rij 5

Rij 4

Vrije ruimte

Bebouwing

De onderlinge afstand van de rijen bedraagt 1,5 meter. De onderlinge afstand in de rijen bedraagt 1,5 meter. Per 2,25 m2 wordt minimaal één boom of struik geplant De erfsingel is minimaal 6 meter breed. Hoeveelheid (indicatief)

Soortkeuze honm

Latijnse naam

50Zo J.0% 1» 50Zo í.0% 107o

haaabeuk winterlinde eik veldesdoorn els qewone esdoorn

:ľ a-:nu: oe:u u: Til ia cordata Ouercus robur Acer campestre Alnus alutinosa Acer pseudoplatanus

Hoeveelheid (indicatief)

« «

Bijzonderheden

Maat (hoogte in cm) 60 - 100 80 - 100 80 - 120 60 - 100 80 - 100 80 - 100

verdraaad schaduw heeft licht nodig verdraaad lichte schaduw struikvormige boom snelle qroeier verdraaqd schaduw

Soortkeuze struik

Latijnse naam

Maat(hoogte in cm)

57o 57o 57o

rode kornoelie qele kornoelie gewone liguster

Cornus sanauinea Cornus mas Ligustrum vulgare

50 - 80 50 - 80 60 - 100

lOVo 57o

Hazelaar vogelkers

Corylus avellana Prunnus padus

50 - 80 50 - 80

57o

Kardinaalmuts

60 - 100

57o 57o 57o

Hondsroos qelderse roos wegedoorn

Euonymus europaea Rosa canina Viburnum ooulus Rhamnus cartharbcus

50 - 80 50 - 80 60 -100

Bijzonderheden

verdraaad schaduw verdraaqd schaduw houdt 's winters lang blad verdraaqd schaduw wordt boom met bloemen zonnige standplaats zonniqe standplaats zonniqe standplaats verdraagd schaduw ivoor kalkriike qrond

Bovengenoemde struiken kunt u het beste in groepen planten van 5 tot 7 stuks van de zelfde soort. Bomen en struiken moeten over de gehele singel gelijkmatig verdeeld worden.

ERFINRICHTINGSPLAN ZWIJNSWEG 26 | ENS

ALLE MAATVOERING IN HET WERK CONTROLEREN

Project: PLAN PROCEDURE VRIJGEKOMEN AGRARISCH ERF Onderdeel: ERFINRICHTINGSPLAN DUIDING PROGRAMMA

Werknummer:

Bladnummer:

A 23-011

T-01

Schaal:

Formaat:

1:1000,1:500

Al

.E o ŝ

Opdrachtgever:

Status:

Fase:

Fam. Wonderqem

Bestemmingsplan

Concept

Datum: HOÌ

Zwijnsweq 26

28 -11 - 2023

BOES 4- KOK B.V.

8307 PV ENS, Ens

boes-kok.nl | devergunningmanagers.nl

Lokatie: Zwijnsweq 26

Tekenaar:

Email:

8307 PV Ens, Ens

D. Boes

d.boes@boes-kok.nl

Wijzigingen:

-D.L J!

ĄL M. ÇL +

De op deze tekening aangegeven aangrenzende percelen en bebouwing, of de inrichting van het openbaar gebied valt buiten de verantwoordelijkheid van Boes Kok B.V. het is gebaseerd op (open)-GBKN BGT data van externe partijen of van Het Kadaster. Hier zijn dan ookgeen rechten aan te ontlenen, deze tekening is uitsluitend bedoeld ter aanduiding van de betreffende kavels en ter besluitvorming van het bevoegd gezag. Gebruiksvoorwaarden Het Kadaster: Deze kaart geeft slechts een indicatie van de ligging van de kadastrale grenzen er mogen geen maten worden ontleend aan de kadastrale kaart. Voor stedelijk gebied geldt een relatieve precisienorm van 20 cm en voor landelijk gebied een relatieve precisienorm van 40 cm. Dit geldt voor scherp identificeerbare punten. Voor niet scherp identificeerbare punten moet deze standaardafwijking worden vermeerderd met de idealisatìenauwkeurigheid (hoe precies kan het punt worden bepaald bijvoorbeeld "kant sloot" of "heg")

l

ZWIJNSWEG 26-ENS

vormgeving I planologie I bouwtechniek I omgevingsvergunning I advies ruimtelijke ordening

©(g)®©

Postadres:

@boeskokbv

Website: www.boes-kok.nl

Postbus

5 5.

83 2 5

ZH, Vollenhove

E į g E sTE

T e I:

O 5 2 7

-

769

1 2 6

E-mail: info@boes-kok.nl

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

Bijlage 3

Welstandsbesluit

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

bestemmingsplan (ontwerp)

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

Uw brief van

Uw kenmerk

Onderwerp

Bijlagen

affiandellng vooroverleg

geen

Zaaknr.

Datum

22023-00001977

14 november 2023

lnlichUngen

Z2023-00001977

Beste mevrouw , Op 21 september 2023 heb ik uw aanvraag voor een vooroverleg ontvangen voor het bouwen van een woning met de volgende activiteit: bouwen. De aanvraag gaat over Zwijnsweg 26, 8307 PV te Ens. Uw verzoek is geregistreerd onder nummer Z2023-00001977. Over de voortgang van de behandeling van uw verzoek deel ik u het volgende mede. Uw conceptaanvraag is getoetst aan het bestemmingsplan "Landelijk gebied, Zwijnsweg 26" en de redelijke eisen van welstand. Aan de hand van deze eerste voorlopige beoordeling is geconstateerd dat de conceptaanvraag voldoet aan deze wettelijke toetsingskaders. Daarom kunt u nu een aanvraag om omgevingsvergunning indienen. De inhoud van deze brief is bedoeld als een mededeling over de beslissing die u kunt verwachten op een formele aanvraag om omgevingsvergunning. Pas nadat daarop een positief besluit is genomen, heeft u zekerheid over de vraag of uw bouwplan uitgevoerd kan worden. Heeft u nog vragen? Neem dan contact met ons op

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met mevrouw van cluster Vergunningen, toezicht en handhaving. Het telefoonnummer is (0527) 63 38 88. Of stuur een e-mail naar: @noordoostpoldernl. Een kopie van deze brief is ook naar uw adviseur/gemachtigde gestuurd. Met vriendelijke groet, namens het college van burgemeester en wethouders,

mevrouw manager Vergunningen, toezicht en handhaving

GEMEENTEHUIS

Harmen Visserplein 1

| 8302 BW Emmeloord

CORRESPONDENTIE

Postbus 155

1 8300 AD Emmeloord

|

T *31 (0)527 63 39 tl

www.noordooslpoidernl

F ^31 (0)527 61 70 20

1nfo@noordoostpolder.nl

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

Bijlage 4

Stikstofberekening

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

bestemmingsplan (ontwerp)

RHO ADVISEURS-MEMO

DATUM

6 november 2023

PROJECT

20230184 Ens, Zwijnsweg 26 bestemmingsplan

KENMERK

20230184

OPDRACHTGEVER

Familie Wondergem

VAN

M. Smalbrugge + J. Tromp

STIKSTOFEMISSIE EN DEPOSITIE INLEIDING

In opdracht van de familie Wondergem is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de sloop, aanleg- en exploitatiefase om de ontwikkeling van drie extra woningen aan de Zwijnsweg 26 te Ens mogelijk te maken. In deze berekening is rekening gehouden met de inzet van dieselmaterieel en verkeersbewegingen als emissiebron.

In het plangebied stoppen de bestaande agrarische activiteiten definitief en worden er drie extra woningen gerealiseerd. Zo wordt de binnenkant van bestaande schokbetonschuur verbouwd tot een twee-onder-een-kapper. Op het perceel komt ook een nieuwe vrijstaande woning in ruil voor de sloop van de overige agrarische opstallen. De bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning en het kleine schuurtje achter de woning blijft staan. De bestaande bedrijfswoning is niet meege­ nomen in de stikstofberekening, aangezien het enkel gaat om een wijziging van bedrijfswoning naar reguliere woning.

WETTELIJK KADER

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming: ^

verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving;

^

vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen;

^

legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies.

Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: ^

De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speci­ ale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen.

^

Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonder­ lijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toe­ stemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het ge­ bied niet worden aangetast.

^

Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl signifi­ cant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft.

Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk.

RHO ADVISEURS

AERIUS CALCULATOR EN UITGANGSPUNTEN

AERIUS Calculator, release 6 november 2023 Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 6 november) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS-calculator is ver­ volgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. De Natura 2000-gebieden die binnen 25 kilometer van het plangebied zijn gelegen betreffen Zwarte Meer, Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht, Ketelmeer & Vossemeer, Rijntakken, Weerribben, De Wieden, Rottige Meenthe & Brandemeer, Olde Maten & Veerslootslanden, Veluwerandmeren, Veluwe en IJsselmeer. Van deze Natura 2000gebieden betreffen delen van Weerribben, De Wieden, Rottige Meenthe & Brandemeer, Olde Maten & Veerslootslanden, Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden binnen 25 kilometer van het plangebied.

2/5

RHO ADVISEURS

Exploitatiefase Voor het plan wordt uitgegaan van gasloze woningen. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de appartementen/woningen.

Op basis van maximaal één vrijstaande woning en één twee-onder- een kapper, ten behoeve van twee, wooneenheden bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen (publicatie 381), zie tabel 1. De verkeersgeneratie op basis van de CROW-kentallen is deels gebaseerd op de omgevingseigenschappen van de locatie en de directe omgeving. De gemeente Noordoostpolder betreft een weinig ste­ delijke gemeente en de locatie ligt in het buitengebied. Het aantal verkeersbewegingen per woning van zware motorvoer­ tuigen bedraagt 0,02 mvt/etmaal (CROW-publicatie 381). Het totale aantal verkeersbewegingen van zware motorvoertuigen bedraagt afgerond 1 (0,06) mvt/etmaal.

Voor de rijroutes en rijrichtingen is het heersende verkeersbeeld van belang. Het wegverkeer gaat op in het heersende ver­ keersbeeld als het qua rij- en stopgedrag en intensiteit niet meer te onderscheiden is van het overige wegverkeer. Voor wat betreft de lengte van de rijroute is uitgegaan van één rijroute vanaf het middenterrein waar de parkeervoorzieningen wor­ den gerealiseerd, zie figuur 2. Deze route gaat via de Zwijnsweg in noordelijke richting naar de Zuiderringweg (N252). Bij deze kruising gaat het verkeer op in het algemene verkeersbeeld, aangezien het verkeer zowel naar Ens als Kraggenburg kan rijden. Het aantal verkeersbewegingen per rijroute is weergegeven in tabel 2.

Figuur 2: schematische weergave rijroutes verkeersgeneratie

3/5

RHO ADVISEURS

Tabel 1: Verkeersgeneratie exploitatiefase Woningtype

Aantal wooneenhe­

Kencijfer CROW per wo­

Verkeersgeneratie per etmaal

den

ning

Vrijstaande woning

1

8,7

8,7

Twee-onder-een-kapper

2

7,8

15,6

Totaal

Afgerond 24

Tabel 2: Emissie NOx en NH3 per rijroute Route

Verdeling wegverkeer

Verkeersgeneratie per etmaal

Route 1

10070

24 mvt licht verkeer

Route 1

1007

1 mvt zwaar verkeer 24,1

Totaal

Sloop, en aanlegfase Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de sloop, en aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselverbruik is uitgegaan van ervaringsgegevens elders.

De volgende uitgangspunten voor de sloop-, en aanlegfase zijn gehanteerd: 1.

Voor de sloopfase van de huidige schuren, met uitzondering van de schokbetonschuur, wordt uitgegaan van 10 8-urige werkdagen (totaal 80 uur). Gedurende deze 80 uur worden machines (Stage IV 75-560 kW, 30L) ingezet ten behoeve van de sloop van de bebouwing. Dit komt neer op 2.400 liter diesel voor de sloopfase.

2.

Voor de sloop, - en aanlegfase wordt uitgegaan van 60 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aan- en afvoer van materiaal en machines. Voor het vervoer van personeel zijn er 14 verkeersbewegingen per etmaal. Voor de rijroute van het wegverkeer is uitgegaan van een rijroute vanaf het plangebied richting de N352.

3.

De aanlegfase van de woningen valt te splitsen in de voorbereidingVgrondwerk en de bouwfase. Gedurende voorbereidingVgrondwerk vindt het bouw- en woonrijp maken plaats. Het gaat hier om de aanleg van de funderingen, rioleringen, bekabeling en bestrating. Gedurende de bouwfase vindt de daadwerkelijke constructie van de woningen plaats. De schokbetonschuur bestaat al en wordt derhalve niet meegerekend is de voorbereidingsfase.

4.

Het plan wordt gerealiseerd in 2024 en dit rekenjaar is als uitgangspunt gehanteerd.

Tabel 3: Uitgangspunten berekening dieselverbruik sloop Activiteit

Klasse

Uren/dag

Dieselver­ bruik

[li­

Aantal

Totaal aan­

Totaal die-

dagen

tal uren

sel-verbruik

ter/uur] Sloopfase

Stage IV, 75-560 kW

4/5

30

[liter]

8

10

80

2.400

RHO ADVISEURS

Tabel 4: Specificatie van het dieselmaterieel Activiteit

Klasse

Dieselverbruik

Uren

per

[liter/uur]

werkdag

Aantal da­

Totaal aantal

Totaal diesel­

gen

uren

verbruik [liter]

woningen 3 stuks

voorbereiding/grondwerk

stage IV, 75-560- kW

20

8

8

64

1.280

bouwfase

stage IV, 75-560- kW

10

8

24

192

1.920

256

3.200

Totaal

RESULTATEN EN CONCLUSIE

In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. De sloop, aanleg­ en exploitatiefase zijn worst-case in dezelfde berekening meegenomen.

5/5

A

AERIUS

Projectberekening

CALCULATOR

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden,op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

" " " "

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Détailgegevens per emissiebron

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

1

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

RhoAdvieurs Keizerstraat 21, 7411HD Deventer

Activiteit Omschrijving

Zwijnsweg26te Ens

Toelichting

Berekening AERIUS kenmerk

RNVRHFJn3wjz

Datum berekening

13 november 2023,10:21

Rekenconfiguratie

Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH3

Emissie NO*

Sloop, aanleg, - en exploitatiefase - Beoogd

2024

1,6 kg/j

190,2 kg/j

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Sloop, aanleg, - en exploitatiefase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RNVRHFJn3wjz (13 november 2023)

2/7

1

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Sloop, aanleg, - en exploitatiefase (Beoogd), rekenjaar 2024

Emissiebronnen

j------j

Emissie NO*

1,3 kg/j

186,5 kg/j

0,3 kg/j

3,7 kg/j

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Uitvoering werkzaamheden

^

Emissie NH3

Verkeersnetwerk

RNVRHFJn3wjz (13 november 2023)

3/7

A

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

]

Habitatrichtlijn

Grootste toename (projectberekening)

] Vogelrichtlijn Grootste afname (projectberekening) ] Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn

]

Niet bepaald

Hoogste totaal (achtergrond + project be re ke ni ng)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RNVRHFJn3wjz (13 november 2023)

4/7

1

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Sloop, aanleg, en exploitatiefase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie

Berekend (ha

Hoogste totale

Met toename

Grootste

Met afname (ha

Grootste afname

gekarteerd)

depositie (mol

(ha gekarteerd)

toename (mol

gekarteerd)

(mol N/ha/jr)

N/ha/jr) Totaal

RNVRHFJn3wjz (13 november 2023)

-

N/ha/jr) -

-

-

-

-

5/7

A

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Sloop, aanleg, - en exploitatiefase, Rekenjaar 2024

^9 Wegverkeer ļ Weg Naam

Verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen)

Locatie

X:186824,2 Y:517469,68

Lengte Wegtype

Links Rechtsi NOx

0,2 kg/j

-

NŨ2

56,8 g/j

Hoogte

-

NH3

5,3 g/j

Afstand tot de weg

-

Type scherm

949,25 m Buitenweg

Rijrichting

Beide richtingen

Tunnelfactor

1

Typehoogteligging

Normaal

Weghoogte t.o.v. maaiveld

0 m

Verkeer

Max. snelheid

Aantal voertuigbewegingen

In file

Licht verkeer

Voorgeschreven factoren

0,0 /jaar

O.Oo/o

Middelzwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0 /jaar

0,0 o/o

Zwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

60,0/jaar

0,0 o/o

Busverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0 /jaar

0,0 o/o

UJ Mobiele werktuigen ļ Bouw, Industrieën Delfstoffenwinning Naam

Locatie

Uitvoering

NOx

186,5 kg/j

werkzaamheden

NH3

1,3 kg/j

X: 187030,28 Y:517039,73

Oppervlakte

0,86 ha

Naam

Stageklasse

Brandstof-

Draaiuren

AdBlue

verbruik Sloopfase

Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW,

Stof

2400 l/j

80 u/j

oi/j

NOx

79,6

NHa

0,6 kg/j

NOx

42,6

NHa

0,3 kg/j

NOx

64,3

NHa

0,5 kg/j

diesel, SCR: ja

Voorbereiding/grondwerk

Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW,

kg/j

1280 l/j

64 u/j

oi/j

diesel, SCR: ja

Bouwfase

Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW,

Emissie

verbruik

kg/j

1920 l/j

192 u/j

01/j

diesel, SCR: ja

kg/j

^9 Wegverkeer ļ Weg Naam

Verkeersgeneratie personeel

NOx

0,9 kg/j

Locatie

X:186824,2 Y:517469,68

Type scherm

-

NŨ2

0,2 kg/j

Lengte

949,25 m

Hoogte

-

NH3

86,8 g/j

Wegtype

Buitenweg

Afstand tot de weg

-

Rijrichting

Beide richtingen

Tunnelfactor

1

Typehoogteligging

Normaal

Weghoogte t.o.v. maaiveld

0 m

Links

Rechts

Verkeer

Max. snelheid

Aantal voertuigbewegingen

In file

Licht verkeer

Voorgeschreven factoren

14,0/etmaal

0,0 o/o

Middelzwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0 /etmaal

0,0 o/o

Zwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0 /etmaal

0,0 o/o

Busverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0 /etmaal

0,0 o/o

RNVRHFJn3wjz (13 november 2023)

6/7

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Wegverkeer | Weg Naam

Verkeersgeneratie exploitatiefase

NO*

2,6 kg/j

Locatie

X:186824,2 Y:517469,68

Type scherm

NŨ2

0,7 kg/j

Lengte

949,25 m

Hoogte

NH3

0,2 kg/j

Wegtype

Buitenweg

Afstand tot de weg

Rijrichting

Beide richtingen

Tunnelfactor

1

Typehoogteligging

Normaal

Weghoogte t.o.v. maaiveld

0 m

Links

Rechts

-

Verkeer

Max. snelheid

Aantal voertuigbewegingen

in file

Licht verkeer

Voorgeschreven factoren

24,0/etmaal

O.Oo/o

Middelzwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0 /etmaal

0,0 o/o

Zwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

1,0 /etmaal

0,0 o/o

Busverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0 /etmaal

0,0 o/o

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1-20231106-3125d8b3cl Database versie 2023.0.1-3125d8b3cl-calculatorjiLstable Voor meer informatie over de gebruikte methodieken data zie: https://www.aerius.nl/

RNVRHFJn3wjz (13 november 2023)

7/7

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

Bijlage 5

Quickscan flora en fauna

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 26 te Ens

bestemmingsplan (ontwerp)

MATEBOER Milieutechniek BV

Rapport Quickscan Ecologie Zwijnsweg 26 te Ens

Kampen

Almere

Joure

Zwolle

Ambachtsstraat 27

Steurstraat 7

Madame Curieweg 29

Zwartewaterallee 56

8263 AJ Kampen

1317 N2 Almere

8501 XC Joure

8031 DX Zwolle

Postbus 99

Tel.: 036—530 24 10

Tel.: 0513—72 68 26

Tel.: 038—331 50 20

8260 AB Kampen Tel.: 038-331 50 20

www.mateboer.nl

M MATEBOER

Projectontwikkeling BV Bouw BV

Milieutechniek BV

Rapport Quickscan Ecologie Zwijnsweg 26 te Ens

Opdrachtgever:

Rho Adviseurs

Projectnummer

Projectnummer

Mateboer:

Rho Adviseurs:

Datum:

Status:

20230184 EC237046/SK Opgesteld door:

Paraaf:

2 mei 2023

Definitief

Gecontroleerd door:

Paraaf:

C^\, D.J. Kollen MSc

S. Kamminga BSc

KAMPEN

ALMERE

JOURE

ZWOLLE

Ambachtsstraat 27 8263 AJ Kampen Postbus 99 8260 AB Kampen Tel.: 038 - 33150 20

Steurstraat 7 1317 NZ Almere Tel.: 036 - 530 2410

Madame Curieweg 29 8501 XCJoure Tel: 0513 - 72 68 26

Zwartewaterallee 56 8031 DX Zwolle Tel.: 038 - 33150 20

www.mateboer.nL

IBAN NL86 RABO 0397 3417 41 BIC RABONL2U BTW nr. NL801654920B01 KvK nr. 05051184

Milieutechniek BV

M MATEBOER

Projectontwikkeling BV Bouw BV

Milieutechniek BV

INHOUDSOPGAVE Pagina:

1

2

3

4

INLEIDING..................................................................................................................................... 3 1.1

Aanleiding en doel......................................................................................................................................................................................3

1.2

Huidige situatie en voorgenomen plannen................................................................................................................................ 3

1.3

Verantwoording en gebruik gegevens............................................................................................................................................6

1.4

Opbouw rapport..........................................................................................................................................................................................7

TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODE................................................................................. 8 2.1

Toetsingskader Wet natuurbescherming.....................................................................................................................................8

2.2

Toetsingskader Provinciaalbeleid..................................................................................................................................................... 9

2.3

Onderzoeksmethode............................................................................................................................................................................. 10

GEBIEDSBESCHERMING................................................................................................................. 11 3.1

Natura 2000-gebieden...........................................................................................................................................................................11

3.2

Natuurnetwerk Nederland.................................................................................................................................................................12

SOORTENBESCHERMING............................................................................................................... 13 4.1

Flora.................................................................................................................................................................................................................. 13

4.2

Vleermuizen................................................................................................................................................................................................. 13

4.3

Grondgebonden zoogdieren.............................................................................................................................................................. 18

4.4

Broedvogels.................................................................................................................................................................................................22

4.5

Amfibieën..................................................................................................................................................................................................... 30

4.6

Reptielen........................................................................................................................................................................................................ 30

4.7

Vissen............................................................................................................................................................................................................... 30

4.8

Ongewervelden........................................................................................................................................................................................ 31

5

SAMENVATTING BELANGRIJKSTE CONCLUSIES................................................................................32

6

GERAADPLEEGDE BRONNEN..........................................................................................................33

BIJLAGEN Bijlage 1: Verbodsartikelen soortenbescherming

Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK

M MATEBOER

Projectontwikkeling BV Bouw BV

Milieutechniek BV

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

Mateboer Milieutechniek B.V. heeft van Rho Adviseurs opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan ecologie in verband met de herontwikkeling van de locatie aan de Zwijnsweg 26 te Ens.

De ecologische quickscan is uitgevoerd in het kader van de Wet Natuurbescherming. Met als doel inzichtelijk maken van de potentiële aanwezigheid van beschermde natuurwaarden (flora, fauna en natuurgebieden) en de (mogelijke) negatieve effecten op deze natuurwaarden. Bij de werkzaamheden zijn geen, middels de Wet natuurbescherming, beschermde houtopstanden betrokken. Zodoende wordt dit onderdeel niet behandeld in voorliggende rapportage.

1.2

Huidige situatie en voorgenomen plannen

Het plangebied is gelegen aan de Zwijnsweg 26 te Ens (figuur 1.1). Het plangebied betreft een viertal schuren die functies hebben als opslag voor landbouwmachines, algemene spullen en als een hobbymatige werkplaats (zie figuur 1.2). Binnen het plangebied bevinden zich twee schuren die rondom bekleed zijn met asbest beplating, een versteende domeinschuur en een kleine houten schuur. Rondom en binnen het plangebied is een groenstrook met bomenlanen en lagere bosschages aanwezig (figuur 1.3). Buiten het plangebied loopt, rondom het erf, een ondiepe sloot die niet als permanent oppervlaktewater kan worden beschouwd. De schuren hebben geen spouwmuren. Ter plaatse van het dak van de twee grote asbest schuren (werkplaats en opslag landbouwmachines) is aan de noordoost en zuidwest kant metalen beplating aanwezig. Tevens is rondom gevelbeplating aanwezig bij de twee grote asbest schuren. Ter plaatse van deze beplating zijn openingen en kieren aanwezig. De grote asbest schuur, die dient als werkplaats, is van binnenuit geïsoleerd door het aanbrengen van beplating die is gehecht met purschuim. De domeinschuur heeft aan de zuidwest kant veel kieren en beschadigingen bij de aanhechting van het dak. De domeinschuur heeft gaten in de ramen nabij de noordoostelijke nok van de schuur.

Aan de binnenkant van de domeinschuur zijn grote balken aanwezig en het dak is vanbinnen bekleed met rieten matten en kartonnen beplating. De kleine schuur, die een functie heeft als algemene opslag, is vervallen en open.

De beoogde herontwikkeling bestaat uit het slopen van de twee asbest schuren, het slopen van de kleine houten schuur, het verwijderen van een vijftiental bomen ter plaatse van de omliggende groenstrook, het verwijderen van een kleine dam tussen twee slootdelen, het bouwrijp maken van het perceel en het realiseren van een drietal woningen binnen het plangebied. Eén woning wordt nieuw gebouwd ter plaatse van de twee asbest schuren en de andere twee worden gerealiseerd in de versteende domeinschuur. Voor de twee woningen in de domeinschuur wordt de schuur compleet gerenoveerd.

Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK

3

MATEBOER

Projectontwikkeling BV Bouw BV

Milieutechniek BV

Figuur 1.1 Ligging van het plangebied (binnen de blauwe belijning).

Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK

4

M MATEBOER

Projectontwikkeling BV Bouw BV

Milieutechniek BV

Figuur 1.2 Overzichtsfoto's van het plangebied (twee grote asbest schuren met kleine houten schuur (boven) en domeinschuur (onder)).

Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK

5

MATEBOER

Projectontwikkeling BV Bouw BV

Milieutechniek BV

Figuur 1.3 Overzichtsfoto van het plangebied (deel van de bomenlaan met bosschage)

1.3

Verantwoording en gebruik gegevens

Voorliggend onderzoek is uitgevoerd door D.J. Kollen MSc. Hij is door opleiding, ervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor het doen van ecologisch onderzoek.

Dit rapport is uitsluitend samengesteld voor gebruik door de opdrachtgever. Het rapport is alleen geldig in originele en volledige vorm. Ieder ander dan de opdrachtgever, die het rapport gebruikt zonder specifieke referentie, doet dit op eigen risico. Mateboer Milieutechniek B.V. accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Mateboer Milieutechniek B.V. uitgevoerde onderzoek.

Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK

6

M MATEBOER

Projectontwikkeling BV Bouw BV

Milieutechniek BV

De gebruikte informatie betreffende de verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de Nationale Databank Flora en Fauna en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

In het algemeen kan gesteld worden dat een ecologisch onderzoek geldig is voor een periode van drie jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming of de inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan drie jaar wordt aanbevolen de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen.

1.4

Opbouw rapport

In hoofdstuk 2 wordt een korte toelichting gegeven op de Wet natuurbescherming en wordt beschreven welke onderzoeksmethode is toegepast. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de beschermde natuurgebieden en in hoofdstuk 4 op de soortenbescherming. Een samenvatting van de belangrijkste conclusies is te vinden in hoofdstuk 5. Afgesloten wordt met hoofdstuk 6 waarin de bronnen staan vermeld.

Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK

7

M MATEBOER

Projectontwikkeling BV Bouw BV

Milieutechniek BV

2

TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODE

2.1

Toetsingskader Wet natuurbescherming

In Nederland is de bescherming van natuurwaarden sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden. De provincie is (in de meeste gevallen) bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met gevolgen voor Natura 2000-gebieden én voor beschermde dier- en plantensoorten. Daarmee zorgt zij tevens voor de verlening van vergunningen en ontheffingen. Bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk bevoegd gezag. De wettekst van de Wet natuurbescherming is te vinden op https://wetten.overheid.nl/.

Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet natuurbescherming kent een zorgplicht. Deze houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de beschermde natuurgebieden en in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij de uitvoering van handelingen dienen negatieve gevolgen zoveel mogelijk te worden voorkomen, dan wel beperkt of ongedaan te worden gemaakt. De zorgplicht is altijd van toepassing, ongeacht vrijstelling of ontheffing.

Gebiedsbescherming (hoofdstuk 2) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en wordt in Nederland beschermd middels de Wet natuurbescherming. Deze wet biedt een beschermingskader voor de aangewezen beschermde gebieden en de flora en fauna binnen deze gebieden. De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitatten kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Zodoende dienen plannen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor de Natura 2000-gebieden.

Als uit de beoordeling blijkt dat geen effecten optreden dan is het aanvragen van een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significant) negatieve effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig (bijvoorbeeld een voortoets en/of passende beoordeling). Artikel 2.8 bevat de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of het verlenen van een vergunning.

Soortenbescherming (hoofdstuk 3) De Wet natuurbescherming kent drie categorieën van beschermde soorten: »

Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1) Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels, zoals genoemd in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Deze groep wordt vaak onderverdeeld in soorten met een jaarrond beschermd nest en soorten waarvan het nest alleen in het broedseizoen (nestopbouw, ei-leg, broeden en voeren van jongen in het nest) beschermd is;

»

Soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Soorten, niet zijnde vogels, van de Habitatrichtlijn bijlage IV-onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I;

»

Overige soorten (artikel 3.10) Soorten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven, genoemd in onderdeel A van de bijlage bij artikel 3.10. Hieronder vallen ook de soorten waarvoor provincies vrijstelling hebben verleend.

Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK

8

M MATEBOER

Projectontwikkeling BV Bouw BV

Milieutechniek BV

De verbodsbepalingen voor vogel- en habitatrichtlijnsoorten zijn letterlijk overgenomen uit de Vogel­ en Habitatrichtlijn. Voor de nationaal beschermde soorten gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In bijlage 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven.

Plannen/ingrepen dienen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor beschermde soorten. Als uit de beoordeling blijkt dat geen verbodsartikelen worden overtreden dan is het nemen van vervolgstappen niet nodig. Leidt de ingreep (mogelijk) wel tot het overtreden van de verbodsartikelen, dan is het nemen van vervolgstappen (bijvoorbeeld aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing) wel nodig.

2.2

Toetsingskader Provinciaalbeleid

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuur(gebieden). Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. De bescherming van het NNN bestaat hieruit (artikel 2.10.4., eerste lid, Barro): dat geen activiteiten worden mogelijk gemaakt die per saldo leiden tot (significante) aantasting van de wezenlijk kenmerken en waarden, of tot een (significante) vermindering van de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte of samenhang van het NNN. Tenzij, sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en negatieve effecten worden gecompenseerd. De provincies zijn verantwoordelijk voor de bescherming van het NNN. Zij hebben beleid omtrent het NNN uitgewerkt in provinciale verordeningen.

Plannen/ingrepen in het NNN dienen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor het NNN. Als uit de beoordeling blijkt dat geen (significante) negatieve effecten optreden dan is het nemen van vervolgstappen niet nodig. Leidt de ingreep (mogelijk) wel tot (significante) negatieve effecten, dan is het nemen van vervolgstappen (bijvoorbeeld aanvullend onderzoek of het aanvragen van een vergunning) wel nodig.

Flora- en fauna Sinds 2021 staan de kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, wezel) in de Provincie Flevoland niet meer op de vrijstellingenlijst van soorten, omdat de staat van instandhouding onvoldoende vast staat (Provincie Flevoland, 2021). Sindsdien is het voor deze soorten nodig een ontheffing aan te vragen als blijkt dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden.

Vooreen aantal algemeen voorkomende soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren vallend onder 'Beschermingsregime andere soorten' heeft de provincie Flevoland vrijstelling verleend voor handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden (Wnb Art 3.10 lid 2a).

Daarnaast heeft de provincie Flevoland broedvogelsoorten aangewezen waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (ook buiten het broedseizoen). Deze soorten zijn beschreven in de Beleidsregels Uitvoering Wet Natuurbescherming Flevoland (Provincie Flevoland, 27 januari 2021).

Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK

9

M MATEBOER

Projectontwikkeling BV Bouw BV

Milieutechniek BV

2.3

Onderzoeksmethode

Het onderzoek is uitgevoerd middels een bureauonderzoek en een veldbezoek.

Bureauonderzoek Middels een bureauonderzoek is in beeld gebracht of het plangebied in of in de directe omgeving van beschermde natuurgebieden ligt. Tevens is nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten bekend zijn in het plangebied en directe omgeving. Hiervoor is gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) via Quickscanhulp1, eerder uitgevoerde onderzoeken, verspreidingsatlassen, kennisdocumenten en soort specifieke rapporten. De geraadpleegde bronnen zijn te vinden in hoofdstuk 6.

Veldbezoek De informatie uit het bureauonderzoek is als basis gebruikt bij het veldbezoek dat is uitgevoerd op 12 april 2023 (8

volledig bewolkt, 2Bft, regen & droog). Tijdens dit veldbezoek is zowel het

plangebied als de directe omgeving hiervan onderzocht op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij is ook aandacht besteed aan de mogelijke relatie tussen het plangebied en beschermde natuurgebieden. Tijdens het veldbezoek is de bebouwing ook van binnen onderzocht op de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten.

Op basis van het bureauonderzoek en het veldbezoek is inzicht verkregen in de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten in of rondom het plangebied. Vervolgens is beoordeeld welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten en gebieden en of het nemen van vervolgstappen (zoals het uitvoeren van vervolgonderzoek of het aanvragen van een ontheffing) nodig is.

1 Quickscanhulp.nl stelt gegevens uit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) op een praktische manier beschikbaar voor ecologen en andere professionals. Met de geleverde gegevens kan op een snelle en makkelijke manier een inschatting worden gemaakt van de aanwezige beschermde flora en fauna in en nabij een plangebied. De NDFF verzamelt natuurgegevens in Nederland en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens (ndff.nl).

Quickscan Ecologie, Zwijnsweg 26 Ens, EC237046/SK

10

MATEBOER

Projectontwikkeling BV Bouw BV

Milieutechniek BV

3

GEBIEDSBESCHERMING

In dit hoofdstuk worden de mogelijke effecten van de voorgenomen plannen op nabijgelegen natuurgebieden beschreven. Daarnaast wordt beschreven of een vervolgtraject (zie ook hoofdstuk 2) noodzakelijk is.

3.1

Natura 2000-gebieden

Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft Zwarte Meer op circa 2,4 kilometer afstand hemelsbreed ten zuiden van het plangebied (figuur 3.1).

Figuur 3.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied Zwarte Meer

Gezien de tussenliggende afstand kan, als gevolg van de voorgenomen ingreep, alleen sprake zijn van externe werking2 op Natura 2000-gebieden. Externe negatieve effecten kunnen ontstaan door stikstofdepositie, geluidsoverlast en grondwateronttrekking. Gezien de aard van de voorgenomen plannen en de tussenliggende afstand is het onwaarschijnlijk dat deze een negatief effect hebben op het dichtstbij gelegen Natura 2000 gebied Zwarte Meer. Desondanks, kan door het bevoegd gezag (Provincie Flevoland) een Aerius-calculatie verplicht worden gesteld op basis van de voorgenomen plannen.

2 Van externe werking is sprake als een activiteit niet plaats vindt binnen een Natura 2000-gebied, maar er wel negatieve effecten op heeft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2109/documents/37011