CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

7.1 Ontwerpbestemmingsplan 'Landelijk gebied, Onderduikerspad 4 te Espel'.pdf

Gemeenteraad 10 oktober 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 7: (Ontwerp)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Onderduikerspad 4 te Espel'22.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Randvoorwaarden Nieuwe watersystemen worden dusdanig ingericht dat ze zelfvoorzienend zijn. Uitbreiding van wateraanvoer bij de huidige functies is niet wenselijk. De afweging van wateraanvoer vindt plaats op basis van robuustheid, effectiviteit en efficiency Hierbij geldt als uitgangspunt dat herverdeling van water binnen de polder de voorkeur heeft boven wateraanvoer van buiten de polder.

Thema Schoon Water Optioneel: Graven nieuw water/aanpassing watersysteem

Goede structuurdiversiteit Streefbeeld Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied.

Uitgangspunt Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Oevers worden bij voorkeur duurzaam en indien passend bij de functie natuurvriendelijk ingericht. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit.

Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Optioneel: Wijziging lozing(en) Uitgangspunten In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron.

Randvoorwaarde(n) Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in 20-04-2022, 10:12

Pagina 12 van 20

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets oppervlaktewateren. Schoon regenwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Indien hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig. Optioneel: Uitlogende materialen Lozingen op oppervlaktewater als gevolg van uitlogende materialen verwerkt in bouwwerken (bijvoorbeeld zinken of koperen daken) zijn meldingsplichtig. Voor lozingen in kwetsbaar water van alle typen oppervlakken gemaakt van uitlogende materialen worden voorwaarden gesteld door het waterschap. Optioneel: Dempen oppervlaktewater De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het "Besluit bodemkwaliteit (BBK)" en/of de Waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland. Optioneel: Materialen inrichting watersysteem Bij de inrichting van het watersysteem zijn alleen milieuvriendelijke, niet-uitlogende en gecertificeerde materialen toegestaan. Voor beschoeiing geldt aanvullend dat de materialen niet-oxydeerbaar zijn.

Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan.

Uitgangspunten Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt verwerkt. Voor bestaande gebieden wordt gestreefd naar het afkoppelen van verhard oppervlak. Het ombouwen van bestaande stelsels naar gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur.Afstromend regenwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Verontreinigingen door afvalwater (huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater) worden voorkomen.

Randvoorwaarden Bij nieuwbouwgebieden is de aanleg van een gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. In bestaand gebied wordt ernaar gestreefd om schoon regenwater af te koppelen van het rioolstelsel. Onder schoon hemelwater wordt verstaan: m

Hemelwater van verhardingen met een verkeersintensiteit lager dan 1000 voertuigen per dag;

m

Hemelwater vanaf parkeerplaatsen met minder dan 50 plaatsen; Hemelwater van daken/woningen waarbij geen voor het watersysteem;

*

schadelijke uitloogbare stoffen zijn gebruikt;

«

Hemelwater van onverhard terrein;

*

Hemelwater van centrumgebieden (met uitzondering van marktterreinen).

Waar moet ik op letten? 20-04-2022, 10:12

Pagina 13 van 20

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets Het (concept)wateradvies is geen aanvraag voor een (water)vergunning. U dient zelf na te gaan welke meldingen en vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Of u meldingen en/of een vergunningaanvraag moet indienen bij het waterschap kunt u nagaan op onze website of via een vergunningcheck: Vergunningen | Waterschap Zuiderzeeland

Achtergrondinformatie Voor meer informatie over het watersysteem in uw plangebied kunt u terecht op: https://geo-zzl.opendata.arcgis.com/. U vindt hier datasets, services en kaarten die vrij te gebruiken zijn. Zoals informatie over het oppervlaktewatersysteem met kunstwerken, de peilgebieden, de ligging van waterkeringen en de afvalwaterketen. Heeft u vragen of suggesties over deze Digitale Watertoets? Laat het ons weten per e-mail: watertoets@zuiderzeeland.nl of telefonisch: 0320-274 911. Wfaterschap Zuiderzeeland, Postbus 229, 8200 AE Lelystad https://www.zuiderzeeland.nl

20-04-2022, 10:12

Pagina 14 van 20

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 2.

Advies geen primaire waterkeringen Geen primaire waterkering geraakt.

Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de waterparagraaf.

Thema Waterveiligheid Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een primaire waterkering. Voor het onderdeel primaire waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

20-04-2022, 10:12

Pagina 15 van 20

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 3.

Advies kwelwaterkwaliteit Aandachtspunten ligging in gebied met slechte kwel.

Wat moet ik doen? Als u een nieuw watersysteem wilt aanleggen vragen wij u om contact op te nemen met het waterschap via watertoets@zuiderzeeland.nl. Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf als deze van toepassing is, na afstemming met het waterschap. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.

Thema Schoon water Slechte kwaliteit kwelwater: Bij het ontwerp van een nieuw watersysteem moet rekening gehouden worden met de hoeveelheid kwel en de kwelwaterkwaliteit. Het plangebied is (gedeeltelijk) gelegen in een gebied met kwel van matige tot slechte kwaliteit. Het waterschap wordt vroegtijdig betrokken voor advies over het ontwerp van het nieuwe watersysteem. Vul aan: uitkomst van het overleg met het waterschap

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

20-04-2022, 10:12

Pagina 16 van 20

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 4.

Advies watersysteem Aandachtspunten bij gevolgen voor het bestaande watersysteem.

Wat moet ik doen? Van onderstaande tekst neemt u de relevante delen op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf. In de loop van 2021 wordt dit adviesonderdeel nader uitgewerkt. Over beoogde wijzigingen dient mogelijk eerst overeenstemming te zijn met het waterschap voordat een positief wateradvies gegeven kan worden. Wj vragen u om contact op te nemen met het waterschap via watertoets@zuiderzeeland.nl

Thema Voldoende Water Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarden goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is. Optioneel: Dempen bestaand oppervlaktewater In het plangebied wordt water gedempt. Voordat met enige demping wordt gestart, dient de compensatie van open water (verleggen, verbreden of nieuw aanleggen) te zijn aangelegd.

De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het Besluit Bodemkwaliteit en /of de waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland. Vul aan: beschrijf de eventueel beoogde wijzigingen in en/of gevolgen voor het bestaande watersysteem, eventueel na afstemming met het waterschap.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

20-04-2022, 10:12

Pagina 17 van 20

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 5.

Advies geen regionale waterkeringen Geen regionale waterkering geraakt.

Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.

Thema Waterveiligheid: Het plangebied ligt niet buitendijks. Voor het onderdeel regionale waterkeringen zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

20-04-2022, 10:12

Pagina 18 van 20

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS

6. Advies geen overige kering Geen overige waterkering geraakt.

Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.

Thema Waterveiligheid Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een overige waterkering. Voor het onderdeel regionale waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

20-04-2022, 10:12

Pagina 19 van 20

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 7.

Advies wateroverlast toename verharding zonder compensatie Geen compensatie voor eventuele toename in verharding.

Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.

Thema Voldoende Water Wateroverlast Streefbeeld: Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen.

Uitgangspunt wateroverlast: Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoeŕ is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013. Binnen het plangebied is geen sprake van een toename in verhard oppervlak, of deze is gering (minder dan 750 m2 in stedelijk gebied of minder dan 2.500 m2 in landelijk gebied). Daarom is geen compensatie noodzakelijk voor dit plan. ^ul aan met: *

Het plangebied ligt in [keuze: stedelijk/landelijk] gebied.

*

een beschrijving van de fysieke wijzigingen

m

een kwantificering van de eventuele netto toename in verharding>

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

20-04-2022, 10:12

Pagina 20 van 20

https://dewatertoets.nl

84/154

Bijlage 5

85/154

Verkennend bodemonderzoek

86/154

Bijlage 6

87/154

Ecologisch onderzoek

Espel, Onderduikerspad 4

JM ecologie b.v., 2022

QuickScan Espel, Onderduikerspad 4 Ecologische beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming

Rapportnummer R22.047 Status 1.0 (definitief) Datum 31-03-2022 Opdrachtgever Rho Adviseurs Druifstreek 72-C 8911 LH Leeuwarden Auteur Corine Bos Controle Henri Zomer Voorpagina Overzicht plangebied Te citeren als Bos, C., 2022. QuickScan Espel, Onderduikerspad 4; Ecologische beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming. Rapport R22.047 JM ecologie b.v., Gorredijk.

JM ecologie b.v.

Leitswei 12 8401 CL Gorredijk

Copyright © 2022 JM ecologie b.v.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs

Inhoud 1

Inleiding................................................................................................................................................................................................................. 2

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 2

Beschrijving locatie en ingreep................................................................................................................................................................... 6

2.1 2.2 3

Overzicht beschermde soorten......................................................................................................................... 14 Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna............................................................14

Mitigerende maatregelen........................................................................................................................................................................... 16

5.1 5.2 6

Vogels................................................................................................................................................................... 9 Vleermuizen....................................................................................................................................................... 10 Overige zoogdieren............................................................................................................................................ 11 Amfibieën........................................................................................................................................................... 13 Overige fauna.................................................................................................................................................... 13 Vaatplanten ...................................................................................................................................................... 13

Effecten en gevolgen......................................................................................................................................................................................14

4.1 4.2 5

Locatie.................................................................................................................................................................. 6 Ingreep................................................................................................................................................................. 8

Resultaten veldbezoek en bureaustudie................................................................................................................................................ 9

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 4

Aanleiding............................................................................................................................................................ 2 Globale ligging..................................................................................................................................................... 2 Structuur natuurwetgeving inNederland............................................................................................................. 3 Scope van de QuickScan......................................................................................................................................4 Werkwijze............................................................................................................................................................ 5

Algemene broedvogels; mitigatie...................................................................................................................... 16 Vleermuizen; mitigatie....................................................................................................................................... 17

Conclusie............................................................................................................................................................................................................. 18

Geraadpleegde bronnen

19

Rho Adviseurs QuickScan Espel, Onderduikerspad 4

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In opdracht van Rho Adviseurs heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan uitgevoerd in Espel, gemeente Noordoostpolder, provincie Flevoland. De opdrachtgever is voornemens om een kapschuur op het erf te slopen en een klein woonhuis te realiseren op dezelfde locatie. De QuickScan is uitgevoerd om eventuele strijdigheden van de beoogde werkzaamheden en de toekomstige situatie met de Wet natuurbescherming (Wnb) op te sporen.

1.2

Globale ligging Het plangebied is gelegen ten noorden van het dorp Espel. Espel ligt ten westen van Emmeloord en ten zuiden van Lemmer. Het plangebied is gelegen langs de provinciale weg, de N712 van Lemmer naar Urk. De omgeving bestaat uit woonhuizen, agrarische percelen en een aantal sloten en bomen. De globale ligging van het plangebied is weergegeven in afbeelding 1.1.

Afbeelding 1.1. Globale ligging van het plangebied (rood vlak) (Bron achtergrond: Esri).

Datum: 31 maart 2022 rapport: R22.047, versie 1.0

blad 2 van 19

Rho Adviseurs QuickScan Espel, Onderduikerspad 4

1.3

Structuur natuurwetgeving in Nederland De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wet natuurbescherming, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Dit betreft het 'Natuurnetwerk Nederland' (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Na de decentralisatie (2017) zijn enkele provincies andere namen gaan voeren voor de NNN. Decentralisatie Het bevoegd gezag is gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk behoudt echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals bijvoorbeeld hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij en bijvoorbeeld activiteiten Koninklijk Huis. Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in categorieën.

Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de volgende categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. 'andere soorten' (onderdeel A 'fauna' en onderdeel B 'flora'). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal aangewezen vogelsoorten, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt. In aanvulling op de Vogelrichtlijn, geldt er voor een aantal vogelsoorten die jaarlijks naar hetzelfde nest terugkeren een jaarrond bescherming van de nesten. De meeste provincies en het Rijk hanteren de "Lijst met jaarrond beschermde nesten 2012".

Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Voor deze laatste categorie geldt alleen een jaarrond beschermde status indien ecologisch zwaarwegende omstandigheden dat rechtvaardigen. In de provincies Overijssel, Flevoland en Limburg geldt een aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten, waarin een andere categorisering is aangebracht. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden.

Datum: 31 maart 2022 rapport: R22.047, versie 1.0

blad 3 van 19

Rho Adviseurs QuickScan Espel, Onderduikerspad 4

Daarnaast geldt er een verbod om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een aantal vogelsoorten ook vallen onder artikel 3.5 en daarom niet verstoord mogen worden. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wet natuurbescherming. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren en opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de 'andere soorten' zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel

van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het project-voornemen een of enkele gestelde verboden in artikel 3.1, 3,5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie.

1.4

Scope van de QuickScan Deze QuickScan is opgesteld om de ecologische waarden van het plangebied te bepalen, en de, ten gevolge van de geplande bestemmingswijziging/planvoornemen, eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming (Wnb) in kaart te brengen, waaruit een advies zal volgen over hoe te handelen volgens deze wet. Er wordt in deze QuickScan niet ingegaan op raakvlakken met de gebiedsbescherming (Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland en overige provinciaal beschermde gebieden) en bescherming Houtopstanden. Een initiatiefnemer is, vanuit de natuurwetgeving, bij ruimtelijke ingrepen (maar ook maatregelen en activiteiten) verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied, zodat hiermee rekening kan worden gehouden. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). De natuur is onvoorspelbaar. Het veldbezoek beschrijft een momentopname. Indien de periode tussen veldbezoek en de invoer van de geplande verandering in het bestemmingsbesluit meerdere jaren wordt, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de QuickScan wordt herzien.

Datum: 31 maart 2022 rapport: R22.047, versie 1.0

blad 4 van 19

Rho Adviseurs QuickScan Espel, Onderduikerspad 4

1.5

Werkwijze Bureaustudie Voorafgaand aan het veldbezoek wordt de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten onderzocht door het raadplegen van online- en fysieke atlassen en databases, zoals bijvoorbeeld de NDFF. Het doel van de bureaustudie is het inschatten van de ligging van het projectgebied, de aanwezige habitattypes en de bekende beschermde soorten, alsmede het verkrijgen van inzicht in de kans dat beschermde soorten in een projectgebied aanwezig kunnen zijn. Veldbezoek Het veldbezoek is afgelegd door ecoloog Corine Bos van JM ecologie b.v. op 29 maart 2022. Het bezoek is uitgevoerd van 09:30 tot 10:00 uur, bij 80C en 1 Bft, op een bewolkte, droge dag. Het doel van het veldbezoek is het inschatten van de aanwezige habitattypes en het verkrijgen van inzicht in het plangebied. Maatregel(en) en effecten De derde stap is de beschrijving van de geplande maatregelen en de omstandigheden (planning, methode) waarin deze uitgevoerd gaat worden. Tezamen met het veldbezoek en de bureaustudie kunnen hieruit eventuele strijdigheden van de plannen met de betreffende natuurwetgeving opgespoord worden, en kunnen eventuele kennishiaten benoemd worden. Hieraan worden conclusies verbonden en hieruit zal duidelijkheid ontstaan over de eventuele noodzaak tot het nemen van vervolgstappen, met als doel de wijziging conform de huidige Wet natuurbescherming te laten plaatvinden.

Datum: 31 maart 2022 rapport: R22.047, versie 1.0

blad 5 van 19

Rho Adviseurs QuickScan Espel, Onderduikerspad 4

2

Beschrijving locatie en ingreep

2.1

Locatie Het plangebied is gelegen ten noorden van het dorp Espel in de gemeente Noordoostpolder, provincie Flevoland. Het plangebied wordt omsloten door agrarische percelen, een aantal woonhuizen, schuren en een aantal watergangen en bomen. De brede omgeving bestaat uit woonhuizen, agrarische percelen, boerderijen en watergangen. Het plangebied zelf betreft een kapschuur die momenteel voornamelijk dienst doet als opslagruimte voor hout en een auto. De voorzijde van de schuur is open en kan niet worden afgesloten. Het dak van de schuur heeft een punt en bestaat uit enkellaags dakpannen, waaronder grotendeels geen isolatie meer aanwezig is. Een klein deel van het dak heeft nog een laag houtwolcementen betonplaten. Aan de voorzijde is een dakgoot aanwezig, die al deels kapot is. De opbouw van de schuur bestaat verder uit houten balken en de vloer is van beton. Aan de voorzijde staan tevens nog twee ijzeren palen ter versteviging. In het dak zijn enkele kleine ramen aanwezig. De achterzijde van de schuur bestaat uit betonnen blokken en bakstenen met drie lage houten deuren en beide zijkanten van de schuur bestaan uit enkellaags bakstenen. Aan beide zijden van de schuur is een deur met een raam aanwezig, welke geen glas meer bevatten. In de schuur zijn enkele stapels haardhout, pallets en houten balken aanwezig.

Aan de noord- en westzijde van de schuur staat een rij bomen met een kleine watergang. Tevens is er een grasveld aanwezig. De zuidzijde van de schuur ligt aan een grasveld. Ten oosten van de kapschuur staan twee grote schuren op het erf. Aan de zuidzijde van deze grote schuren is een woonhuis aanwezig. Op het erf zijn verder stapels met takken aanwezig.

Afbeelding 2.1. Begrenzing van het plangebied (rood kader) (Bron achtergrond: Esri).

Datum: 31 maart 2022 rapport: R22.047, versie 1.0

blad 6 van 19

Rho Adviseurs QuickScan Espel, Onderduikerspad 4

Afbeelding 2.2. Binnenzijde schuur.

Afbeelding 2.3. Binnenzijde schuur.

Afbeelding 2.4. Binnenzijde dak van de schuur.

Afbeelding 2.5. Noordzijde van de schuur.

Afbeelding 2.6. Achterzijde van de schuur.

Afbeelding 2.7. Bomenrij achter de schuur.

Afbeelding 2.8. Watergang ten westen van de schuur.

Afbeelding 2.9. Grasveld ten zuiden van schuur.

Datum: 31 maart 2022 rapport: R22.047, versie 1.0

blad 7 van 19

Rho Adviseurs QuickScan Espel, Onderduikerspad 4

Afbeelding 2.10. Takkenstapel op erf.

2.2

Afbeelding 2.11. Grote schuren en woonhuis op erf.

Ingreep De opdrachtgever is voornemens schuur te slopen en vervolgens een woning te realiseren. Deze woning zal ongeveer 10 bij 11 meter groot worden en bestaan tot uit twee verdiepingen hebben. Op de begane grond zal een woonkamer met keuken, badkamer en twee slaapkamers gerealiseerd worden. En op de eerste verdieping zal een vide komen. De buitenzijde van de woning zal deels bestaan uit grote glazen wanden met een opbouw van bakstenen, grijze gevelplaten en hout. Het dak zal in een punt lopen en waarschijnlijk bedekt worden met gevelplaten. Ten behoeve van de werkzaamheden worden verder geen bomen of watergangen aangetast.

Afbeelding 2.12. Nieuwe situatie buitenzijde (Bron: K4 Architecten).

Datum: 31 maart 2022 rapport: R22.047, versie 1.0

blad 8 van 19

Rho Adviseurs QuickScan Espel, Onderduikerspad 4

3

Resultaten veldbezoek en bureaustudie Waargenomen soorten en verwachte soorten (op basis van de aanwezige habitat en de bekende verspreiding) worden samengenomen en hun gebruik van het plangebied wordt beschreven. Hierbij ligt de nadruk op beschermde soorten, maar er zullen ook algemene en lichter beschermde soorten betrokken worden indien waargenomen of van belang voor de ingreep. Gedurende het terreinbezoek is een zone rondom het plangebied bezocht om de aanwezige natuurwaarden te inventariseren. Deze zone wordt gehanteerd, omdat werkzaamheden die plaatsvinden binnen het plangebied effecten kunnen hebben op de omgeving. Deze zone wordt door de ter zake kundige ecoloog tijdens het terreinbezoek bepaald.

3.1

Vogels Alle broedgevallen van vogels zijn beschermd. Van 11 vogelsoorten zijn ook de nesten, vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd in de Provincie Flevoland. Dit zijn soorten die vallen in de categorie 1 tot en met 4 in de 'Wijziging Beleidsregels Wet Natuurbescherming Flevoland Lijst jaarrond beschermde nesten van vogels' welke is vastgesteld in 2017 en laatst gewijzigd in 2021.

Naast de jaarrond beschermde nesten van categorie 1 tot en met 4 zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Vogels met jaarrond beschermde nesten categorie 1 tot en met 5 zijn vermeld in tabel 3.1. Tabel 3.1. Jaarrond beschermde nesten in de provincie Flevoland. Soort Boerenzwaluw Bosuil Gierzwaluw Grotegele kwikstaart Huismus Kerkuil2 Ransuil Roek Slechtvalk Steenuil Torenvalk

I Categorie I Soort 3 Blauwe re iger Boomvalk 4 2 Buizerd Draaihals 3 2 Groene specht Grotebontespecht 1 4 Havik Huiszwaluw 2 3 IJsvogel Kleine bontespecht 1 3 Middelste bontespecht Oehoe

I Categorie 1 5b 5a 5a 5b 5b 5b 5a 5b 5b 5b 5b 5a

Soort Oeverzwaluw Ooievaar1 Raaf Rode wouw Sperwer Spreeuw Tapuit Wespendief Zeearend Zwarte specht Zwarte wouw

Categorie 5b 5a 5a 5a 5a 5b 5b 5a 5a 5b 5a

1) Wanneer een ooievaarsnest in een hoogspanningsmast vanwege werkzaamheden moet worden weggehaald of verplaatst, dan kan dat buiten de periode dat er eieren/jongen aanwezig zijn, zonder ontheffing. Er dient na uitvoering van de werkzaamheden een gelijk aantal vervangende nesten in de hoogspanningsmast te worden aangeboden binnen hetzelfde territorium. 2) In het geval dat een kerkuilenkast binnen een erf wordt verplaatst buiten de periode dat er jongen aanwezig zijn, dan hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd, mits onder begeleiding van een deskundige.

Jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) Tijdens het veldbezoek is gezocht naar jaarrond beschermde nesten in en binnen de verstoringszone van het plangebied. Er zijn in de te verbouwen schuur geen geschikte nestlocaties voor huismus en gierzwaluw, omdat het dak bestaat uit dakpannen zonder dakbeschot. Er zijn in de schuur en de overige gebouwen op het erf geen nesten aangetroffen van boerenzwaluw, waardoor nesten van deze soort uitgesloten kunnen worden. De bomen in de bomenrij langs het plangebied zijn gecontroleerd op holtes en boomnesten, deze zijn niet aangetroffen. In een straal van 75 meter rond het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte holten waargenomen in bomen, waardoor nesten van bosuil, ransuil, roek, slechtvalk en torenvalk uitgesloten kunnen worden. Tevens is er geen geschikt broedhabitat voor de grote gele kwikstaart aanwezig vanwege de afwezigheid van een grotere, stromende watergang. Tijdens het veldbezoek is gezocht naar sporen van uilen in de vorm van krijtstrepen en braakballen, deze zijn niet aangetroffen waardoor de aanwezigheid van de kerkuil en steenuil ook uitgesloten kan worden.

Datum: 31 maart 2022 rapport: R22.047, versie 1.0

blad 9 van 19

Rho Adviseurs QuickScan Espel, Onderduikerspad 4

Het woonhuis op het erf en andere huizen in de nabije omgeving kunnen een geschikte broedlocatie zijn voor huismussen en gierzwaluwen. Onder de dakpannen van het woonhuis is ruimte waar huismus en/of gierzwaluw een nestlocatie kan hebben. De huizen in de nabije omgeving kunnen ook een geschikte nestlocatie bieden voor huismus en gierzwaluw.

Consequenties van de ingreep op jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw staan beschreven in paragraaf 4.2. Mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5) Uit de bureaustudie zijn diverse soorten vogels met een categorie 5 beschermd nest naar voren gekomen. Een aantal van deze vogels, zijnde de huiszwaluw en spreeuw, kunnen tot broeden komen in de directe omgeving van het plangebied. Echter is rond het plangebied voldoende alternatief broedhabitat aanwezig. Er is daarom geen sprake van zwaarwegende ecologische redenen die de jaarronde bescherming van deze mogelijk aanwezige nesten rechtvaardigen. Deze soorten worden derhalve behandeld onder 'algemene broedvogels'. Algemene broedvogels Er is binnen het plangebied geschikt habitat aanwezig voor diverse soorten algemene broedvogels. In de bomen langs het plangebied kunnen soorten als houtduif, merel en vink tot broeden komen, in de watergang diverse watervogels zoals wilde eend en meerkoet en in de omliggende boerderijen en woningen kunnen soorten als huiszwaluw en spreeuw tot broeden komen.

Consequenties van de ingreep op algemene broedvogels staan beschreven in paragraaf 4.2.

3.2

Vleermuizen Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn). Vleermuizen kunnen een plangebied gebruiken als verblijfplaats, vaste vliegroute en/of foerageergebied. Verblijfplaatsen kunnen uitgesplitst worden in vier categorieën, te weten kraam-, zomer-, paar- en winterverblijven. Vleermuizen maken op verschillende manieren en in verschillende seizoenen gebruik van deze verblijfplaatsen. De eisen die vleermuizen stellen aan hun verblijfplaatsen zijn afhankelijk van de vleermuissoort en het gebruik van de verblijfplaats. Kraamverblijven worden in het voorjaar en de vroege zomer gebruikt door grote groepen drachtige vrouwtjes om hun jongen te baren en groot te brengen. Tegelijkertijd bevinden kleinere groepen mannetjes zich in de zomerverblijfplaatsen. Later in de zomer en in het najaar verplaatsen de mannetjes zich naar de paarverblijven, waaromheen ze een territorium bezetten en verdedigen tegen andere mannetjes. Binnen het territorium proberen de mannetjes langskomende vrouwtjes te lokken naar de paarverblijven, waar vervolgens de paring plaatsvindt. Het paarseizoen eindigt in de herfst, waarna de vleermuizen de winterverblijven opzoeken om te overwinteren. Sommige soorten migreren hiervoor over behoorlijke afstanden.

Vleermuizen gebruiken vliegroutes voor dagelijkse verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebieden en in het geval van migrerende soorten, voor de jaarlijkse trek van en naar de winterverblijven. Meestal maken vleermuizen langdurig gebruik van vaste routes die ze onthouden. Daarbij worden lijnvormige elementen zoals bomenrijen, dijken en watergangen gebruikt als vliegrouteondersteuning. Het onderbreken of verwijderen van deze elementen bij een (potentiële) vliegroute kan een negatief effect hebben op de mogelijkheid van vleermuizen om hun doel te bereiken. Ten slotte kunnen vleermuizen een plangebied gebruiken als foerageergebied. De vleermuizen komen via vaste routes naar het foerageergebied om daar in de buurt van bomen en water te jagen op vliegende insecten. Net zoals vaste vliegroutes die veelvuldig gebruikt worden, maken vleermuizen ook gebruik van vaste foerageergebieden.

Datum: 31 maart 2022 rapport: R22.047, versie 1.0

blad 10 van 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1949/documents/31955