7.1 (Ontwerp)bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Westerringweg 8 te Espel’.pdf
Tekst van het document
06-04-2023 11:29
9
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets Achtergrondinformatie Voor meer informatie over het watersysteem in uw plangebied kunt u terecht op: https://geo-zzl.opendata.arcgis.com/ . U vindt hier datasets, services en kaarten die vrij te gebruiken zijn. Zoals informatie over het oppervlaktewatersysteem met kunstwerken, de peilgebieden, de ligging van waterkeringen en de afvalwaterketen.
Heeft u vragen of suggesties over deze Digitale Watertoets? Laat het ons weten per e-mail: watertoets@zuiderzeeland.nl of telefonisch: 0320-274 911. Waterschap Zuiderzeeland, Postbus 229, 8200 AE Lelystad https://www.zuiderzeeland.nl
06-04-2023 11:29
10
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 2. Advies geen primaire waterkeringen Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de waterparagraaf.
Thema Waterveiligheid Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een primaire waterkering. Voor het onderdeel primaire waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.
06-04-2023 11:29
11
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 3. Advies kwelwaterkwaliteit Wat moet ik doen? Als u een nieuw watersysteem wilt aanleggen vragen wij u om contact op te nemen met het waterschap via watertoets@zuiderzeeland.nl. Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf als deze van toepassing is, na afstemming met het waterschap. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.
Thema Schoon water Slechte kwaliteit kwelwater: Bij het ontwerp van een nieuw watersysteem moet rekening gehouden worden met de hoeveelheid kwel en de kwelwaterkwaliteit. Het plangebied is (gedeeltelijk) gelegen in een gebied met kwel van matige tot slechte kwaliteit. Het waterschap wordt vroegtijdig betrokken voor advies over het ontwerp van het nieuwe watersysteem. Vul aan: uitkomst van het overleg met het waterschap
06-04-2023 11:29
12
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 4. Advies watersysteem Wat moet ik doen? Van onderstaande tekst neemt u de relevante delen op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf. In de loop van 2021 wordt dit adviesonderdeel nader uitgewerkt. Over beoogde wijzigingen dient mogelijk eerst overeenstemming te zijn met het waterschap voordat een positief wateradvies gegeven kan worden. Wij vragen u om contact op te nemen met het waterschap via watertoets@zuiderzeeland.nl
Thema Voldoende Water Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties.
Randvoorwaarden goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is.
Optioneel: Dempen bestaand oppervlaktewater In het plangebied wordt water gedempt. Voordat met enige demping wordt gestart, dient de compensatie van open water (verleggen, verbreden of nieuw aanleggen) te zijn aangelegd. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het Besluit Bodemkwaliteit en /of de waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland.
Vul aan: beschrijf de eventueel beoogde wijzigingen in en/of gevolgen voor het bestaande watersysteem, eventueel na afstemming met het waterschap.
06-04-2023 11:29
13
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 5. Advies geen regionale waterkeringen Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.
Thema Waterveiligheid: Het plangebied ligt niet buitendijks. Voor het onderdeel regionale waterkeringen zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.
06-04-2023 11:29
14
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 6. Advies geen overige kering Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.
Thema Waterveiligheid Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een overige waterkering. Voor het onderdeel regionale waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.
06-04-2023 11:29
15
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 7. Advies wateroverlast toename verharding zonder compensatie Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.
Thema Voldoende Water Wateroverlast Streefbeeld: Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen.
Uitgangspunt wateroverlast: Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.
De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013.
Binnen het plangebied is geen sprake van een toename in verhard oppervlak, of deze is gering (minder dan 750 m² in stedelijk gebied of minder dan 2.500 m² in landelijk gebied). Daarom is geen compensatie noodzakelijk voor dit plan. <Vul aan met: • • •
Het plangebied ligt in [keuze: stedelijk/landelijk] gebied. een beschrijving van de fysieke wijzigingen een kwantificering van de eventuele netto toename in verharding>
06-04-2023 11:29
16
https://dewatertoets.nl
bestemmingsplan Landelijk gebied, Westerringweg 8 te Espel
Bijlage 5
86
Verkennend bodemonderzoek
bestemmingsplan (ontwerp)
Rapport Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Westerringweg 8 te Espel
Rapport Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Westerringweg 8 te Espel
Opdrachtgever: Contactpersoon:
RHO Adviseurs Mevr. M. Smalbrugge
Projectnummer:
Datum:
BO233420/SK Opgesteld door:
25 april 2023 Paraaf:
H. Leusink BSc
Status:
Definitief Gecontroleerd door: Paraaf:
S. Kamminga BSc
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
5
Pagina: INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1.1
Aanleiding en doelstelling ......................................................................................................................... 3
1.2
Opbouw rapport ....................................................................................................................................... 3
1.3
Verantwoording ........................................................................................................................................ 3
VOORONDERZOEK ................................................................................................................................... 5 2.1
Locatie specifieke gegevens ...................................................................................................................... 5
2.2
Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................................ 6
ONDERZOEKSPROGRAMMA .................................................................................................................... 7 3.1
Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................. 7
3.2
Veldwerk ................................................................................................................................................... 8
3.3
Geselecteerde monsters en analyses ....................................................................................................... 8
RESULTATEN BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 10 4.1
Lokale bodemopbouw ............................................................................................................................ 10
4.2
Zintuiglijke waarnemingen ..................................................................................................................... 10
4.3
Veldmetingen grondwater ...................................................................................................................... 10
4.4
Analyseresultaten ................................................................................................................................... 11
4.4.1
Terminologie toetsing Wet Bodembescherming ............................................................................. 11
4.4.2
Uitwerking resultaten verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) .................................................. 11
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ........................................................................................................... 12 5.1
Samenvatting .......................................................................................................................................... 12
5.1.1
Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................... 12
5.1.2
Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) ................................... 12
5.2
Conclusie ................................................................................................................................................. 12
TABELLEN Tabel 3.1 Overzicht veldwerkzaamheden en analyses NEN 5740 ........................................................................... 7 Tabel 3.2 Geselecteerde monsters & analyses grond en grondwater .................................................................... 8 Tabel 4.2 Overzicht veldmetingen tijdens bemonstering grondwater ................................................................. 10 Tabel 4.3 Toetsing analyses grond en grondwater aan de Wet bodembescherming ........................................... 11
BIJLAGEN Bijlage 1: Overzichtstekening onderzoekslocatie Bijlage 2: Boorprofielen Bijlage 3: Analysecertificaten Bijlage 4: Getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden Bijlage 5: Toelichting toetsingskader
Verkennend bodemonderzoek, Westerringweg 8 te Espel, BO233420/SK
2
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doelstelling
In opdracht van RHO Adviseurs heeft Mateboer Milieutechniek BV in maart en april 2023 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Westerringweg 8 te Espel. De aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek betreft de voorgenomen herontwikkeling van de locatie na bestemmingswijziging. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater).
1.2
Opbouw rapport
In het onderhavige rapport wordt verslag gedaan van het uitgevoerde bodemonderzoek en komen de volgende aspecten aan de orde: • vooronderzoek (hoofdstuk 2); • onderzoeksprogramma (hoofdstuk 3); • resultaten (hoofdstuk 4); • samenvatting en conclusies (hoofdstuk 5).
1.3
Verantwoording
Dit rapport is uitsluitend samengesteld voor het gebruik door de opdrachtgever. De conclusies in dit rapport zijn alleen geldig binnen de context waarbinnen het onderzoek is uitgevoerd en het rapport is opgesteld. Het rapport is alleen geldig in originele en volledige vorm. Ieder ander dan de opdrachtgever, die het rapport gebruikt zonder specifieke referentie en schriftelijke toestemming van Mateboer Milieutechniek BV (MMT), doet dit op eigen risico. De conclusies zijn gebaseerd op de analyse van gegevens die door de opdrachtgever en derden zijn verstrekt. Wij nemen daarom geen verantwoording voor de gevolgen van fouten door verzuiming in informatie of factoren dan wel informatie die niet toegankelijk was voor MMT of die MMT niet heeft kunnen achterhalen in het normale verloop van het onderzoek. Opgemerkt wordt dat het verkennend bodemonderzoek gebaseerd is op het uitvoeren van een beperkt aantal boringen, berekend volgens de wettelijk gestelde richtlijnen. Hierdoor blijft het mogelijk dat er afwijkingen in de kwaliteit van de bodem aanwezig zijn, die tijdens het bodemonderzoek niet geconstateerd zijn. Verder geeft een bodemonderzoek geen uitsluitsel over niet onderzochte stoffen en is een bodemonderzoek een momentopname. In de loop der tijd kan een eventuele verontreinigingssituatie zich wijzigen.
Voor de eventueel hieruit voortvloeiende schade of gevolgen stelt MMT zich niet verantwoordelijk.
Verkennend bodemonderzoek, Westerringweg 8 te Espel, BO233420/SK
3
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat van de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 en conform protocollen 2001 en 2002. Het hierbij behorende procescertificaat en keurmerk van Mateboer Milieutechniek BV is van toepassing op het gehele proces van het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, vanaf acceptatie tot aan de overdracht van de veldgegevens en monsters. Mateboer Milieutechniek BV is geen eigenaar van het onderzochte terrein en heeft buiten de opdracht juridisch, financieel, personeel of op andere wijze geen verbintenis met de opdrachtgever.
Verkennend bodemonderzoek, Westerringweg 8 te Espel, BO233420/SK
4
2
VOORONDERZOEK
2.1
Locatie specifieke gegevens
Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A (paragraaf 6.2.1 van de NEN 5725). (Bron: informatie offerteaanvraag mevr. M. Smalbrugge d.d. 01 maart 2023, Bodemloket.nl d.d. 02 maart 2023, Omgevingsrapportage Flevoland & Gooi en Vechtstreek d.d. 02 maart 2023, Verkennend bodemonderzoek, fma nillesen, d.d. 22-10-2009 en veldwerk d.d. 30 maart 2023)
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Westerringweg 8 te Espel. Het volledige terrein is bekend als gemeente Noordoostpolder, sectie E, nr 1246 en heeft een oppervlakte van circa 6.370 m2. Op de locatie is een woonhuis met bijgebouwen aanwezig. Momenteel is op de locatie een hoveniers bedrijf en een kinderopvang gevestigd. De opdrachtgever is voornemens de bestemming van de locatie te wijzigen van ‘agrarisch’ naar ‘maatschappelijk’. Op het zuidelijke deel van het perceel, circa 2.000 m2, zal een bijgebouw worden gerealiseerd. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 2.000 m2. Op basis van de bekende informatie zijn een aantal uitgevoerde bodemonderzoeken bekend. In 2009 is op de locatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door FMA Nillesen, kenmerk: BO20090180. Hierbij zijn vier boringen gezet, in directe omgeving van het woonhuis. Uit de analyseresultaten blijkt dat enkel achtergrondwaarde overschrijdingen zijn aangetoond ten tijde van het onderzoek. Op de locatie zijn enkele verdachte activiteiten aanwezig (geweest). De tanklocaties liggen buiten de vastgestelde onderzoekslocatie. Rapportdatum
Type bodemonderzoek
Onderzoeksbureau
Rapportnummer
22-5-2002
Historische onderzoek
Provincie Flevoland
-
28-10-2002
brf (briefrapport)
De Ruijter Milieutechnologie
AZE/A020804.3700378
22-12-2009
Verkennend onderzoek NEN 5740
FMA Nillesen
BO20090180
Omschrijving
Start
Einde
Afgewerkte olietank (bovengronds)
1985
9999
Dieseltank (ondergronds)
1985
9999
Loonbedrijf t.b.v. land- en tuinbouw
1985
1992
Opslag van alifatische koolwaterstoffen
1985
9999
Verkennend bodemonderzoek, Westerringweg 8 te Espel, BO233420/SK
5
2.2
Bodemopbouw en geohydrologie
(Bron: Dinoloket)
De bodemopbouw bestaat vanaf het maaiveld tot 1,1 m -mv. uit fijn zand. Van 1,1 tot 2,1 m -mv. is een laag veen aanwezig. Hieronder volgt van 2,1 tot 2,6 m -mv. een laag matig fijn zand. Uit de isohypsen van het eerste watervoerende pakket is op te maken dat de regionale grondwaterstroming oostelijk gericht is.
Verkennend bodemonderzoek, Westerringweg 8 te Espel, BO233420/SK
6
3
ONDERZOEKSPROGRAMMA
3.1
Onderzoeksstrategie
Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie voor het verkennend bodemonderzoek is uitgegaan van de hierboven vermelde gegevens als mede de normen: • Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5725, januari 2017); • Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740, januari 2009); • Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740/A1, februari 2016); • Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond (Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5707/C2, december 2017). Op basis van de huidige beschikbare informatie wordt de locatie niet opgedeeld in verschillende deellocaties. Ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt een onderzoeksstrategie op basis van de NEN570 voor een “onverdachte locatie (ONV)” (paragraaf 5.1 (ONV) als doelmatig beschouwd voor het bepalen van de actuele bodemkwaliteit. De verrichte werkzaamheden zijn verder uitgewerkt in tabel 3.1. Tabel 3.1 Overzicht veldwerkzaamheden en analyses NEN 5740 Veldwerk (boringen) onderzoekslocatie (oppervlakte)
Chemische analyses NEN 5740 gat 0,3x0,3x0,5 m (lxbxd)
boring tot 0,5 m –mv
boring tot 2,0 m –mv
boring met peilbuis
bovengrond
ondergrond
grondwater
Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Onderzoekslocatie 9 2* 1 2 x NEN 5740 1 x NEN 5740 1 x NEN 5740 (ca. 2.000 m2) NEN 5740-grond: □ zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) □ PCB’s □ minerale olie (GC) □ PAK -VROM NEN 5740-water: □ zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) □ btexn □ vluchtige organische halogeenverbindingen □ vinylchloride □ minerale olie Veldmetingen in het grondwater: □ zuurgraad (pH) □ elektrisch geleidingsvermogen (EC); □ temperatuur (°C) □ troebelheid (NTU). *) 1 van de boringen tot 2,0 m -mv. is gezet op de plaats van de voormalige gastank.
Van de grond(meng)monsters van de grond zijn tevens het humus- en lutumgehalte bepaald in het laboratorium. Het grondwater is conform protocol minimaal 1 week na plaatsing van de peilbuis bemonsterd.
Verkennend bodemonderzoek, Westerringweg 8 te Espel, BO233420/SK
7
3.2
Veldwerk
Het veldwerk is op 30 maart 2023 uitgevoerd conform de SIKB BRL 2000 en protocol 2001 door gecertificeerd monsternemer de heer J. de Lange van Mateboer Milieutechniek BV. De peilbuis is direct na plaatsing goed afgepompt en vervolgens op 11 april 2023 conform de SIKB BRL 2000 en protocol 2002 bemonsterd door gecertificeerd monsternemer de heer J. de Wilde van Mateboer Milieutechniek BV. In het veld is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op verontreinigingskenmerken zoals kleur, olie op water reactie en bodemvreemde bijmengingen (zoals bijv. asbest). De grond is maximaal per halve meter en per zintuiglijk afwijkende bodemlaag bemonsterd. De bodemopbouw op de onderzoekslocatie is weergegeven in paragraaf 4.1. In bijlage 1 is een situatietekening opgenomen met daarop de ligging van de boringen en peilbuis weergegeven. In bijlage 2 zijn de boorprofielen van de afzonderlijke boringen opgenomen.
3.3
Geselecteerde monsters en analyses
Na uitvoering van het veldwerk zijn, mede op basis van de zintuiglijke waarnemingen in het veld, een aantal (meng)monsters geselecteerd voor chemisch analytisch onderzoek in het milieulaboratorium. In tabel 3.2 zijn de geselecteerde (meng)monsters en analyses van grond en grondwater weergegeven. Tabel 3.2 Geselecteerde monsters & analyses grond en grondwater Code
Interval (m –mv.)
Monsters
Grondsoort
Zintuiglijke waarneming
Analyse
Zand
-
Standaardpakket incl. lu/os
Klei
geen olie-water reactie
Standaardpakket incl. lu/os
Zand
-
Standaardpakket incl. lu/os
Grond
MM01
0,00 - 0,50
MM02
0,00 - 0,50
MM03
0,50 - 1,70
01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 09 (0,07 - 0,30) 11 (0,07 - 0,30) 12 (0,07 - 0,30) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,30 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,30 - 0,50) 12 (0,30 - 0,50) 01 (0,50 - 1,00) 01 (1,00 - 1,50) 01 (1,50 - 1,70) 02 (0,50 - 1,00) 02 (1,00 - 1,50) 02 (1,50 - 1,70) 03 (0,50 - 1,00) 03 (1,00 - 1,50) 03 (1,50 - 1,70)
Grondwater 01.1-1 2,5 – 3,5 (peilfilter) 01-1-1 Grondwater NEN 5740-grondwater NEN 5740-grond: □ zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) □ PCB’s □ minerale olie (GC) □ PAK -VROM NEN 5740-water: □ zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) □ btexn □ vluchtige organische halogeenverbindingen □ vinylchloride □ minerale olie Veldmetingen in het grondwater: □ zuurgraad (pH) □ elektrisch geleidingsvermogen (EC); □ temperatuur (°C) □ troebelheid (NTU).
Verkennend bodemonderzoek, Westerringweg 8 te Espel, BO233420/SK
8
De liggingen van de boorpunten en peilbuis zijn weergegeven op de tekening in bijlage 1. De laboratoriumanalyses zijn uitgevoerd door het conform NEN-EN-ISO 14001: 2015-TÜV gecertificeerd en RvA-Testen geaccrediteerde laboratorium van SGS Nederland te Spijkenisse.
Verkennend bodemonderzoek, Westerringweg 8 te Espel, BO233420/SK
9
4
RESULTATEN BODEMONDERZOEK
4.1
Lokale bodemopbouw
Ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie is vanaf het maaiveld tot 1,7 m -mv. zeer fijn tot matig fijn, zwak tot matig siltig zand aanwezig. Van 1,7 tot 2,5 m -mv. is zwak zandig veen aanwezig. Vanaf 2,5 tot de maximale boordiepte van 3,5 m -mv. is zeer fijn, matig siltig zand aanwezig. Ter plaatse van enkele boringen is zwak zandig, zwak humeus klei aanwezig. De geschematiseerde boorprofielen (overeenkomstig de NEN 5104) van de afzonderlijke boringen zijn weergegeven in bijlage 2.
4.2
Zintuiglijke waarnemingen
Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen waarnemingen gedaan (inclusief asbest) die kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging ter plaatse.
4.3
Veldmetingen grondwater
De resultaten van de veldmetingen tijdens de bemonstering van het grondwater (uitgevoerd op 11 april 2023) zijn verwerkt in tabel 4.2. Tabel 4.1 Overzicht veldmetingen tijdens bemonstering grondwater Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
pH (-)
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Temperatuur (oC)
01-1-1
2,50 - 3,50
1,00
7,3
2287
394
9,3
Grondwaterstand = grondwaterstand in peilbuis (in meter minus maaiveld) pH = zuurgraad (eenheidloos) Ec = elektrische geleidbaarheid (in microSiemens per centimeter) Troebelheid in NTU Temperatuur in graden celsius
De gemeten waarden hoeven niet als afwijkend te worden beschouwd voor het plaatselijke bodemtype. De norm voor het bemonsteren van grondwater geeft aan dat bij een troebelheid tussen 0 en 10 NTU aangenomen kan worden dat er geen probleem is met gronddeeltjes in het grondwater die de analyseresultaten kunnen verstoren. Een duidelijk hogere troebelheid kan reden zijn voor herbemonstering. Gezien het feit dat maximaal streefwaarde overschrijdingen zijn aangetoond in het grondwater, wordt het niet zinvol geacht het grondwater met betrekking tot de NTU-waarden opnieuw te bemonsteren.
Verkennend bodemonderzoek, Westerringweg 8 te Espel, BO233420/SK
10
4.4
Analyseresultaten
4.4.1 Terminologie toetsing Wet Bodembescherming De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hand van het toetsingskader van VROM (Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant 27 juni 2013, jaargang 2013, nummer 16675). In bijlage 3 zijn de analyseresultaten weergegeven. In bijlage 4 zijn de getoetste analyseresultaten weergegeven. Voor een toelichting op het momenteel gehanteerde toetsingskader wordt verwezen naar bijlage 5. Bij het interpreteren van de analyseresultaten (zie ook bijlage 4) is de volgende terminologie gehanteerd: Index ≤ 0 het gestandaardiseerde gemeten gehalte is niet verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde/streefwaarde. Het gehalte is kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde/streefwaarde; 0 > Index ≤ 1 er is sprake van een overschrijding van de achtergrondwaarde/streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is). Het gestandaardiseerde gemeten gehalte is kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde; Index > 1 er is sprake van een overschrijding van de interventiewaarde.
4.4.2 Uitwerking resultaten verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Voor de volledigheid dient te worden vermeld dat bij chemische analyse van mengmonsters de gehalten bij de afzonderlijke analyse van de individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen uitvallen. De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.3. Tabel 4.2 Toetsing analyses grond en grondwater aan de Wet bodembescherming Code
Interval (m –mv.)
Monsters
Zintuiglijke waarneming
Analyse
>AW/S (index)
> I (index)
Zand
-
Standaardpakket incl. lu/os
-
-
Klei
geen olie-water reactie
Standaardpakket incl. lu/os
Cadmium (-)
-
Zand
-
Standaardpakket incl. lu/os
-
-
01-1-1
-
NEN 5740grondwater
Barium (0,12)
-
Grond 01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) MM01 06 (0,00 - 0,50) 09 (0,07 - 0,30) 11 (0,07 - 0,30) 12 (0,07 - 0,30) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) MM02 09 (0,30 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,30 - 0,50) 12 (0,30 - 0,50) 01 (0,50 - 1,00) 01 (1,00 - 1,50) 01 (1,50 - 1,70) 02 (0,50 - 1,00) MM03 02 (1,00 - 1,50) 02 (1,50 - 1,70) 03 (0,50 - 1,00) 03 (1,00 - 1,50) 03 (1,50 - 1,70) Grondwater 01-1-1
2,5 – 3,5 (peilfilter)
Verkennend bodemonderzoek, Westerringweg 8 te Espel, BO233420/SK
11