CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

7.1 Bestemmingsplan Emmeloord - Emmelhage fase 3_split_6.pdf

Gemeenteraad 19 september 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 14: Bestemmingsplan Emmeloord, Emmelhage - fase 310.392 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

1.37 nutsvoorziening een voorziening ten dienste van een bedrijf, zoals een gas- en elektriciteitsbedrijf, dat opereert in een sector die beschouwd wordt van openbaar nut te zijn omdat het belangrijke producten of diensten ten nutte van het publiek levert; 1.38 omgevingsvergunning vergunning, zoals bedoeld in artikel 1.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.39 ondergeschikte functie functie waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte als zodanig mag worden gebruikt; 1.40 onderkomens voor verblijf geschikte al dan niet aan de bestemming onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen; 1.41 onzelfstandige woonruimte woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; 1.42 openbaar toegankelijk gebied weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b , van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen en ander openbaar gebied, niet zijnde water, dat voor publiek algemeen toegankelijk is; 1.43 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding; 1.44 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard

plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.45 verbeelding/plankaart a. de digitale verbeelding van het bestemmingsplan; b. de analoge verbeelding van het bestemmingsplan (plankaart); 1.46 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.47 wonen het gehuisvest zijn in een woning; 1.48 woning een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden; 1.49 woonhuis een gebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneengebouwd, dat slechts één woning omvat;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

1.50 zolder de bovenste ruimte in een gebouw onmiddellijk onder de kap.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwingspercentage het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de hoogte van een dakopbouw vanaf de afdekking van de bovenste bouwlaag tot aan het hoogste punt van de dakopbouw; 2.6 de hoogte van een kap vanaf de bovenkant goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot aan het hoogste punt van de kap; 2.7

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.10 peil a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; c. indien de onder a en b genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden, een door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen peil.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal' voor een geluidwal; c. geluidwerende voorzieningen; d. kunstwerken; e. nutsvoorzieningen; f. evenementen; g. water; met daarbijbehorende: h. i. j. k. l. m. n. o.

gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bruggen en landhoofden daaronder begrepen; andere-werken; parkeerplaatsen; speelvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; voet- en fietspaden; in- en uitritten ten behoeve van aangrenzende percelen.

3.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels. 3.2.1

Gebouwen

Voor gebouwen gelden de volgende regels: a. b.

de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan 3 meter bedragen; de inhoud van een gebouw mag niet meer dan 100 m3 bedragen.

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d.

de bouwhoogte van speeltoestellen en speelvoorzieningen mag niet meer dan 4 m bedragen; de bouwhoogte van kunstwerken, licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 12 m bedragen; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen; de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 m.

3.2.3

Geluidwal

Voor een geluidwal geldt de volgende regel: a. de hoogte van een geluidwal mag niet meer dan 3 m bedragen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Artikel 4 4.1

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

een school; een kinderopvang; kunstwerken; evenementen;

met daarbijbehorende: e. f. g. h. i. j. k.

gebouwen en bijbehorende bouwwerken; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; andere-werken; tuinen, erven en paden; waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen, waaronder perken, plantsoenen en speelvoorzieningen; wegen en parkeervoorzieningen.

4.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: 4.2.1

Hoofdgebouwen

Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.

hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan de aangegeven bouwhoogte; het totaal oppervlak voor gebouwen ten dienste van de school mag niet meer bedragen dan 1.800 m2.

4.2.2

Bijbehorende bouwwerken

Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c.

bijbehorende bouwwerken moeten minimaal 1 m achter de voorgevel of het verlengde hiervan gebouwd worden; de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder bedragen dan 1 m, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van gebouwde bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 50'^ van het bij het hoofdgebouw behorend achtererfgebied, met een maximum van 100 m2, met dien verstande dat de oppervlakte van binnen het bouwvlak gebouwde bijbehorende bouwwerken niet meetelt bij de bepaling van deze gezamenlijke oppervlakte.

4.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.

de bouwhoogte van speeltoestellen en speelvoorzieningen mag niet meer dan 4 m bedragen; de bouwhoogte van kunstwerken, licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 12 m bedragen; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Artikel 5 5.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

wegen en straten; voet- en rijwielpaden; kunstwerken; nutsvoorzieningen; evenementen;

met daarbij behorende: f. g. h. i. j.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bruggen, viaducten en landhoofden daaronder begrepen; andere-werken; watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen.

5.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels. 5.2.1

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.

de bouwhoogte van lichtmasten en kunstwerken mag niet meer dan 15 m bedragen; de bouwhoogte van bruggen en viaducten mag niet meer dan 7 m bedragen; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Artikel 6 6.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en waterberging; b. waterwegen; c. waterhuishoudkundige voorzieningen; d. voet- en rijwielpaden; e. kunstwerken; f. nutsvoorzieningen; g. evenementen; met daarbij behorende: h. i. j. k.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, kades, dammen, duikers, bruggen, steigers en landhoofden daaronder begrepen; andere-werken; recreatieve voorzieningen; oevers en groenvoorzieningen.

6.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels. 6.2.1

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.

de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten en kunstwerken mag niet meer dan 12 m bedragen; de bouwhoogte van bruggen mag niet meer dan 7 m bedragen; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Artikel 7 7.1

Woongebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

wonen in woningen; water en waterberging waaronder begrepen in ieder geval natuurcompensatie in de vorm van watergangen of waterpartijen; groenvoorzieningen waaronder begrepen in ieder geval perken, plantsoenen, speelvoorzieningen en natuurcompensatie in de vorm van zandhopen; verkeersdoeleinden; nutsvoorzieningen;

met daaraan ondergeschikt: f. g. h.

tuinen, erven en paden; waterhuishoudkundige voorzieningen; wegen en parkeervoorzieningen;

met daarbijbehorende: i. j. k.

gebouwen en bijbehorende bouwwerken; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; andere werken. Bouwregels

7.2

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels. 7.2.1

Hoofdgebouwen

Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b.

c.

d.

e.

f. g.

als hoofdgebouwen mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; het aantal hoofdgebouwen mag niet meer dan 315 bedragen; een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd, met dien verstande dat de horizontale diepte van het bouwvlak tot 15 m mag worden vergroot indien de horizontale diepte van het achtererfgebied 30 m of meer bedraagt; ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' mogen woonhuizen uitsluitend vrijstaand worden gebouwd, met dien verstande dat wanneer de gronden tevens zijn aangeduid met 'twee - aaneen' woonhuizen ook twee aaneen gebouwd mogen worden; ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' mogen woonhuizen uitsluitend twee aaneen worden gebouwd, met dien verstande dat wanneer de gronden tevens zijn aangeduid met 'vrijstaand' respectievelijk 'aaneengebouwd' woonhuizen ook vrijstaand of in een rij van niet minder dan 3 gebouwd mogen worden; ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' mogen woonhuizen uitsluitend in een rij aaneen gebouwd worden tot een aantal van niet minder dan 3, met dien verstande dat wanneer de gronden tevens zijn aangeduid met 'twee-aaneen' woonhuizen ook twee aaneen gebouwd mogen worden; ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan de aangegeven goot- en bouwhoogte; hoofdgebouwen mogen worden gebouwd met een plat dak, mits er minimaal 2

bouwlagen gerealiseerd worden. In afwijking van het bepaalde in lid f. geldt voor plat afgedekte hoofdgebouwen geen maximale goothoogte. Voor een eventuele derde bouwlaag van een plat afgedekt hoofdgebouw gelden de volgende regels: 1. de derde bouwlaag heeft een oppervlakte van maximaal 60% van de voetprint van het hoofdgebouw;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

2.

h. i.

j.

de derde bouwlaag dient op minimaal 3 meter achter de voorgevel van de tweede bouwlaag te worden gebouwd. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - nokrichting haaks' wordt de nokrichting van het hoofdgebouw haaks op de gevellijn gerealiseerd; de afstand van de vrijstaande zijgevel tot de zijdelingse perceelgrens mag: 1. bij vrijstaand niet minder bedragen dan 3 m, met dien verstande dat dit in geval van geschakelde bouw voor één zijgevel geldt; 2. bij twee-aaneen niet minder bedragen dan 3 m; 3. bij aaneengebouwd (in rij) niet minder bedragen dan 2 m; de breedte van een woonhuis mag: 1. bij vrijstaand niet minder bedragen dan 6 m; 2. bij twee-aaneen niet minder bedragen dan 5 m; 3. bij aaneengebouwd (in rij) niet minder bedragen dan 4,5 m;

7.2.2

Bijbehorende bouwwerken

Voor een bijbehorend bouwwerk gelden de volgende regels: a. b. c. d.

e.

f.

g. h.

bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan bij woonhuizen; bijbehorende bouwwerken moeten minimaal 1 m achter de voorgevel of het verlengde hiervan gebouwd worden; de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder bedragen dan 1 m, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 50% van het bij het hoofdgebouw behorend achtererfgebied, met een maximum van 100 m2, met dien verstande dat de oppervlakte van binnen het bouwvlak gebouwde bijbehorende bouwwerken niet meetelt bij de bepaling van deze gezamenlijke oppervlakte; de toegestane maximum gezamenlijke oppervlakte als genoemd onder d.

mag - in geval van een achtererfgebied met een oppervlakte van meer dan 500 m2 - worden verhoogd met 10 m2 per 100 m2 achtererfgebied dat de oppervlakte van 500 m2 te boven gaat en tot een totaal maximum van 200 m2; de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen, met dien verstande dat die mag worden verhoogd tot ten hoogste 0,25 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, verminderd met 20y0; de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bij een hoofdgebouw met platte afdekking mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van dat hoofdgebouw.

7.2.3

Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.

indien het voor de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen; de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 12 m bedragen; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen.

7.3

Afwijken van de bouwregels

7.3.1

Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.

b.

7.2.1 onder f en toestaan dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende maatvoering 1' de maximum goothoogte wordt verhoogt tot maximaal 9 meter over een breedte van niet meer dan 50% van de gevel van het hoofdgebouw. 7.2.1 onder f en g en toestaan dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende maatvoering 2': 1. de maximum goothoogte wordt verhoogt tot maximaal 12 meter;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

2. 3.

7.3.2

de derde bouwlaag een oppervlakte heeft van maximaal 100^. van de voetprint van het hoofdgebouw; de derde bouwlaag niet op minimaal 3 meter achter de voorgevel van de tweede bouwlaag hoeft te worden gebouwd, met dien verstande dat de derde bouwlaag niet voor de voorgevel van de tweede bouwlaag mag steken. Afwegingskader

Afwijking van de bouwregels als bedoeld in lid 7.3.1 is slechts toelaatbaar, indien door die afwijking, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de structuur/ belevingswaarde van het aangrenzende gebied ontstaan. 7.4

Specifieke gebruiksregels

7.4.1

Strijdig gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woonruimte. 7.4.2

Geoorloofd gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval niet gerekend: a.

een aan huis verbonden beroep- of bedrijfsactiviteit, mits: 1. ten hoogste 30'^ van de oppervlakte van een woonhuis of de woning binnen een woongebouw en ten hoogste 60'^ van de toegelaten oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte per woning niet meer dan 75 m2 bedraagt; 2. de uitstraling van de woning intact blijft; 3. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; 4. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en geen nadelige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt; 5. geen detailhandel wordt uitgeoefend; 6. de activiteit uitsluitend door de bewoner wordt uitgeoefend; 7. in geval van een bedrijfsactiviteit, het een activiteit betreft die genoemd is in Bijlage 1 Lijst van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten.

7.5

Afwijken van de gebruiksregels

7.5.1

Meergeneratiewoningen

Middels een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in artikel 7.2 om een meergeneratiewoning toe te staan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b.

het een meergeneratiewoning of een daar aan gelijk te stellen woning in/aan een vrijstaand woonhuis betreft; wanneer de meergeneratiewoning of een daar aan gelijk te stellen woning zoals bedoeld onder sub a van dit lid aan het vrijstaand woonhuis wordt gebouwd de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, verminderd met 20'^.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Hoofdstuk 3 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Artikel 9 9.1 a. b.

9.2

Algemene gebruiksregels

Gebruik Het is verboden de gronden of opstallen te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de aan de grond gegeven bestemming. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt niet verstaan het gebruiken van een bijbehorend bouwwerk bij een woning ten dienste van bewoning door een persoon die vanwege zijn gezondheidstoestand is aangewezen op de niet bedrijfsmatige zorg van een bewoner van de woning. Strijdig gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of het laten gebruiken van: 1. 2. 3. 4. 5.

9.3

gebouwen ten behoeve van een seksinrichting; vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woonruimte; omzetting of verkamering van zelfstandige woonruimte in kleinschaliger wonen dan wel onzelfstandige woonruimte; gronden als staanplaats voor onderkomens; gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen, materialen en producten, voor zover niet noodzakelijk in verband met het normale beheer en onderhoud van de gronden. Voorwaardelijke verplichting grondwerkzaamheden ten behoeve van archeologie

Het is niet toegestaan om grondwerkzaamheden met een diepte van meer dan 1,0 m onder het maaiveld en met een oppervlakte van meer dan 2.500 m2 uit te voeren zonder dat er op het werk een met de provinciaal archeoloog afgestemd meldingenprotocol dat ziet op de bescherming van (delen van) scheepswrakken en fossiele eiken aanwezig is. Bij vondsten van (delen van) scheepswrakken en fossiele eiken wordt gehandeld overeenkomstig het protocol.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Artikel 10 10.1

Algemene aanduidingsregels

Wetgevingzone - wijzigingsgebied 1

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingzone wijzigingsgebied 1' te wijzigen in de bestemming 'Woongebied' (inclusief bouwvlak), mits wordt voldaan aan de volgende regels: a. b. c. d. 10.2

het maximale aantal woningen bedraagt 20; uitsluitend vrijstaande óf twee-aaneen gebouwde woningen zijn toegestaan; de wijziging niet leidt tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende bestemmingen; voor het overige dient te worden aangesloten bij hetgeen gesteld in artikel 7. Wetgevingzone - wijzigingsgebied 2

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingzone wijzigingsgebied 2' te wijzigen in de bestemmingen 'Woongebied' en/of 'Verkeer', mits wordt voldaan aan de volgende regels: a. b.

de wijziging niet leidt tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende bestemmingen; Voor het overige dient te worden aangesloten bij hetgeen gesteld in artikel 5 en artikel 7.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Artikel 11

Algemene afwijkingsregels

Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, worden afgeweken van: a. b. c.

d. e.

f.

g.

h.

de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, met dien verstande dat dit niet geldt voor bijbehorende bouwwerken; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast; de bestemmingsbepalingen voor het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van de bestemmingsgrenzen indien dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt; de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte daarvan wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van kunstwerken en zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, wordt vergroot mits: 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 10 m2 bedraagt; 2.

de totale hoogte niet meer dan 125 % van de toegestane (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt; het bepaalde over het bouwen van een hoofdgebouw binnen het bouwvlak en toestaan dat grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 3. luifels, balkons en galerijen, mits de bouwgrens wordt overschreden met niet meer dan 1,50 meter; 4. ingangspartijen en erkers, mits de bouwgrens wordt overschreden met niet meer dan 1,75 meter en de breedte niet meer bedraagt dan 60 % van de gevelbreedte van het hoofdgebouw; de eis dat bij een aanvraag om omgevingsvergunning blijkt dat voldoende parkeer- of stallingsruimte wordt gerealiseerd, indien op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Artikel 12

Overige regels

12.1

Parkeerregels

12.1.1

Voldoende parkeergelegenheid

a.

b.

De in het plangebied aanwezige gronden mogen slechts worden bebouwd en/of in gebruik worden genomen en/of het gebruik van deze gronden mag enkel worden gewijzigd onder de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid bij, op of onder het gebouw dan wel bij, op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort worden gerealiseerd. gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a, dienen na realisering in stand te worden gehouden voor het gebruik waar de betreffende voorzieningen voor nodig zijn.

12.1.2

Voldoende laad- en losruimte

Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk wordt voorzien in die ruimte. Deze bepaling geldt niet: a. b.

voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik; voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien.

12.1.3

Beleidsregels

Bij verlenen omgevingsvergunning voor de in 12.1.1 sub a genoemde gronden, past het bevoegd gezag de beleidsregels van de 'Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016' toe met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 12.2

Afwijken

12.2.1

Afwijken parkeergelegenheid

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.1.1 sub a overeenkomstig de afwijkingsmogelijkheden die vastliggen in de beleidsregels als bedoeld in lid 12.1.3. 12.2.2

Afwijken laad- en losruimte

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 12.1.2 en worden toegestaan dat in minder dan voldoende laad- en losgelegenheid wordt voorzien indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. 12.3

Nader eis

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van parkeergelegenheid en laaden losruimte, als dit noodzakelijk is om een goede verkeersstructuur en/of bereikbaarheid voor een pand, perceel, straat (of deel daarvan) dan wel een andere ruimtelijke functionele structuur te waarborgen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

13.2

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Afwijken

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 13.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 13.1 met maximaal 10%. 13.3

Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 13.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.4

Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 13.5

Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 13.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 13.6

Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in 13.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 13.7

Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Lid 13.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Emmeloord, Emmelhage - fase 3'.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Bijlagen bij de regels

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Bijlage 1

Lijst van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Lijst van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten

|

0 0 0

10 10 10

0 0 0

10 10 10

1 1 1

1 P 1 G 1 G

1 1 1

0

0

10

10

10

1

1 P

1

0

0

10

0

10

1

1 P

1

0

0

10 C

0

10

1

1 P

1

0

0

10

0

10

1

1 P

1

0

0

10

0

10

1

1 P

1

0

0

10

0

10

1

1 P

1

0

0

10

0

10

D

1

2 P

1

0 0

0 0

10 10 C

0 0

10 10

D

1 1

1 P 1 P

1 1

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING A Overige zakelijke dienstverlening: kantoren - OVERIGE DIENSTVERLENING Kappersbedrijven en schoonheidsinstituter B Persoonlijke dienstverlening n.e.g

BODEM

0 0 0

LUCHT

VISUEEL

A A A -

VERKEER

0

CATEGORIE

96 9602 9609

-

GROOTSTE AFSTAND

74 93 9302 9305

A

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Grafische afwerking Reproduktiebedrijven opgenomen media DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. zeeschepen Reisorganisaties FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN Banken, verzekeringsbedrijven, beurzer VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED Verhuur van en handel in onroerend goec COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE Computerseivice- en informatietechnologie-bureau's e.d SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoel

GEVAAR

74

-

INDICES

GELUID

58 581 1814 182 47 952 52 52241 791 64, 65, 66 64, 65, 66 41, 68 41, 68 62 62 72 722 63, 69tm71,73, 74, 77, 78, 80tm82 63, 69tm71,73, 74, 77, 78, 80tm82

AFSTANDEN IN METERS

STOF

22 221 2223 223 52 527 63 6311.1 633 65, 66, 67 65, 66, 67 70 70 72 72 73 732

OMSCHRIJVING

GEUR

SBI-2008

nummer

SBI-1993

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Bijlage 2

Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

Gemeente Noordoostpolder Januari 2016

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

Inleiding.......................................................................................................................................................... 4 1.1

Achtergrond............................................................................................................................................. 4

1.2

De aanleiding voor een nota parkeernormen......................................................................................... 4

1.3

Opbouw Nota Parkeernormen.................................................................................................................5

Uitvoering parkeerverplichting......................................................................................................................6 2.1

Voldoen aan gemeentelijke parkeernormen...........................................................................................6

2.2

Stappenplan bepalen parkeerplaatsverplichting................................................................................... 6

2.3

Afwijkingsbevoegdheid college van B&W............................................................................................11

2.4

Overgangsregeling................................................................................................................................ 11

2.5

Slotbepaling .......................................................................................................................................... 12

2.6

Verankering parkeernormen in bestemmingsplannen ....................................................................... 12

Parkeernormen Noordoostpolder.............................................................................................................. 13 3.1

Hoofdfunctie wonen............................................................................................................................... 13

3.2

Hoofdfunctie werken.............................................................................................................................. 13

3.3

Hoofdfunctie winkels en boodschappen............................................................................................... 14

3.4

Hoofdfunctie sport, cultuur en ontspanning..........................................................................................14

3.5

Hoofdfunctie horeca en (verblijfs)recreatie...........................................................................................15

3.6

Hoofdfunctie gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen.................................................................15

3.7

Hoofdfunctie onderwijs.......................................................................................................................... 16

3.8

Fietsparkeren..........................................................................................................................................17

Pagina 2 van 18

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

Documentatiepagina

Citeertitel rapport

: Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016

Status

: Definitief

Datum inwerkingtreding

: na vaststelling door de gemeenteraad

Auteur(s)

: H. Zuiver (Mobycon) : W. Balster (Mobycon) : H. Cnossen (gemeente) : J. Bijlsma (gemeente) : M. Ribbink (gemeente)

Contact persoon

: Hans Cnossen : cluster Ruimtelijke Ontwikkeling

Gemeente Noordoostpolder Postbus 155 8300 AD Emmeloord T: +31 (0)527 63 34 12 E: info@noordoostpolder.nl W. www.noordoostpolder.nl

Pagina 3 van 18

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

1. Inleiding 1.1

Achtergrond

De Noordoostpolder is vanaf 1936 ingepolderd en vanaf 1942 ontwikkeld als tweede grote stap in de ontwikkeling van de IJsselmeerpolders. Het basismodel dat hieraan ten grondslag lag was het ‘Centrale Plaatsen Model' van Christaller. Dit model gaat uit van een gelaagde ruimtelijke organisatie, waarbij een hoofdplaats omringd wordt door nevenplaatsen, terwijl de hoofdplaats zelf weer een nevenplaats van een grotere kern vormt. Het geheel van agrarische kavels, verbindingswegen, dorpen en hoofdkern is als zorgvuldige eenheid ontworpen. Dit is terug te zien in de organisatie van Emmeloord als hoofdkern, met daaromheen de dorpen. De fiets stond bij de aanleg centraal. In het vooroorlogse ruimtelijk model werd nog geen rekening gehouden met de brommer, laat staan de auto. Uiteraard heeft de tijd in de Noordoostpolder niet stilgestaan. Al snel na de Tweede Wereldoorlog werd de auto -net als in de rest van Nederland- gemeengoed. Op de relatief langere afstanden tussen de dorpen en Emmeloord verving deze in rap tempo de fiets. Tegenwoordig heeft de auto een zeer belangrijke plaats verworven in de dagelijkse mobiliteitsbehoefte. Het voorzieningenniveau in de dorpen is gering is en neemt verder af. Inwoners daarom steeds meer aangewezen op Emmeloord voor hun boodschappen en andere voorzieningen.

Vanwege de toegenomen automobiliteit zijn er op bepaalde plekken, op bepaalde momenten parkeerproblemen. Deze zijn de voorgaande jaren zo veel mogelijk opgepakt bij groot onderhoud, herinrichtingsplannen en via handhaving, zonder dat daar een duidelijk kader voor was. In het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) is daarom opgenomen dat er een parkeerbeleidsplan moet worden opgesteld, inclusief parkeernormen op maat. Voorliggende nota parkeernormen is een nadere uitwerking van het gemeentelijk parkeerbeleid.

1.2

De aanleiding voor een nota parkeernormen

Om bij ruimtelijke ontwikkeling een indicatie te krijgen van het aantal benodigde parkeerplaatsen werd voorheen gebruik gemaakt van de door het CROW opgestelde ervaringscijfers. Dit betreft een landelijke richtlijn en geen vastgesteld beleid. Parkeernormen kunnen op diverse manieren worden vastgelegd om stedenbouwkundige plannen te kunnen toetsen. Parkeernormen kunnen enerzijds worden vastgelegd in bestemmingsplannen, anderzijds in de bouwverordening (artikel 2.5.30) of in apart beleid. Door de vaststelling van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) staan veranderingen op stapel als het gaat om het vastleggen van de parkeernormen als onderdeel van de stedenbouwkundige bepalingen. Per 1 juli 2018 komen de stedenbouwkundige bepalingen te vervallen en kunnen parkeernormen alleen nog via het bestemmingplan van kracht zijn door een voorwaardelijke verplichting. Belangrijk is de nieuwe juridische verankering van de parkeernormen in bestemmingsplannen. Om die reden legt gemeente Noordoostpolder haar parkeernormen vast in een Nota Parkeernormen. De Nota Parkeernormen is een document waar vanuit bestemmingsplannen naar verwezen moet worden. Voorliggende nota omvat parkeernormen voor de ruimtelijke functies die het meest voorkomen.

Pagina 4 van 18

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

1.3

Opbouw Nota Parkeernormen

Voor de verkeersaspecten bij ruimtelijke ontwikkelingen is het berekenen van de parkeerplaatsverplichting essentieel. De parkeerplaatsverplichting is het aantal parkeerplaatsen dat een initiatiefnemer moet aanleggen bij een voorgenomen ruimtelijke functie. Deze systematiek staat beschreven in het volgende hoofdstuk. De parkeerplaatsverplichting wordt berekend aan de hand van vastgestelde parkeernormen. De parkeernormen die binnen de gemeente Noordoostpolder gelden zijn in hoofdstuk 3 ‘Parkeernormen voor auto’s en fietsen’ opgenomen.

Pagina 5 van 18

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

2. Uitvoering parkeerverplichting 2.1

Voldoen aan gemeentelijke parkeernormen

Aan het invullen van de parkeerplaatsverplichting stelt de gemeente een aantal eisen. Zo zijn er regels over hoe parkeren op eigen terrein wordt meegeteld, ook is er een minimale fysieke maatvoering van parkeren op eigen terrein.

Onderscheid bij verbouw, nieuwbouw of functiewijziging

Er is onderscheid te maken tussen nieuwbouwplannen en verbouwplannen. Bij nieuwbouwplannen wordt de parkeerplaatsverplichting berekend aan de hand van de parkeernormentabel van hoofdstuk 3. Bij verbouwplannen, functiewijzigingen (zonder omgevingsvergunning) of uitbreidingsplannen wordt het aantal aantoonbaar toewijsbare parkeerplaatsen van de oude functie - met de bestaande bestemming - in mindering gebracht op de nieuwe parkeerplaatsverplichting (zoals berekend aan de hand van de parkeernormentabel van hoofdstuk 3). Dit is voldoende of levert een aanvullende parkeerplaatsverplichting of overschot op. De aanvrager dient ten behoeve van de berekening aan te leveren uit welke functies en bijbehorende oppervlakten het plan is opgebouwd. Bij een uitbreiding van een locatie wordt in eerste instantie alleen de uitbreiding getoetst. Wanneer de totale locatie, inclusief de uitbreiding, als geheel voldoende parkeerplaatsen heeft, voldoet het plan aan de parkeerplaatsverplichting conform deze Nota Parkeernormen.

2.2

Stappenplan bepalen parkeerplaatsverplichting

Het bepalen van de parkeerplaatsverplichting en de invulling van deze verplichting vindt plaats op basis van onderstaande vier stappen.

2.2.1

Stap 1: bepalen parkeerbehoefte

A. gebiedstypologie gemeente Noordoostpolder Welke parkeernormen er voor een gebied gelden is onder andere afhankelijk van de stedelijkheidsgraad. De stedelijkheidsgraad wordt bepaald op basis van de omgevingsadressendichtheid (aantal adressen per km2), kortweg OAD van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In een gebied met een hoge OAD is het aanbod - en de kwaliteit - van andere vervoerswijzen over het algemeen groter dan in een gebied met een lage OAD. Daarom worden in een gebied met een hoge stedelijkheidsgraad lagere parkeernormen toegepast. Daarnaast kan een onderscheid worden gemaakt naar de stedelijke zone (centrum, schil, rest bebouwde kom, buitengebied) van een gemeente.

De Noordoostpolder valt qua stedelijkheidsgraad - in zijn geheel - in de categorie “matig stedelijk” Er is echter een duidelijk verschil tussen Emmeloord en de rest van de gemeente. De dorpen en het buitengebied hebben een veel lagere OAD dan Emmeloord. Daarom is onderstaande verdeling in stedelijkheidsgraad van toepassing, gebaseerd op de OAD.

Pagina 6 van 18

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

Gebiedstype

Stedelijkheidsgraad

Omgevingsadressendichtheid

Emmeloord (bebouwde kom)

Matig stedelijk

1.000 tot 1.500 adressen per km2

Rest gemeente

niet stedelijk

minder dan 500 adressen per km2.

Tabel 2-1

Overzicht stedelijkheidsgraden Noordoostpolder

De hoogte van de parkeernorm wordt ook bepaald door te kijken naar de stedelijke zone (centrum, schil, overig, buitengebied) van een gebied. Hoe dichter bij het centrum, des te beter normaliter de kwaliteit en het aanbod van overige vervoerswijzen en des te lager dus de parkeernorm. Noordoostpolder kenmerkt zich door een aantal te onderscheiden stedelijke zones. Dit zijn gebieden die qua geografische ligging, ruimtelijke kenmerken en stedelijke dichtheid zorgen voor een bepaald mobiliteitspatroon en bijbehorende parkeervraag. In onderstaande tabel zijn bovenstaande afwegingen overzichtelijk op een rij gezet.

Gebiedsindeling

Stedelijkheidsgraad

Stedelijke zones

Emmeloord centrum1

Matig stedelijk

Centrum

Emmeloord rest bebouwde kom

Matig stedelijk

Rest bebouwde kom

Overige kernen (bebouwde kom)

Niet stedelijk

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Niet stedelijk

Buitengebied

Tabel 2-2

Overzicht gebiedsindeling naar stedelijkheidsgraad en stedelijke zones Noordoostpolder.

B. toepassing parkeernormen

Op basis van publicatie 317 van het CROW (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) is een lijst met parkeernormen voor de gemeente Noordoostpolder opgesteld. De gemeente werkt binnen de kaders van het verkeer en vervoerbeleid met ‘vaste parkeernormen’ (zonder bandbreedte). Dit biedt duidelijkheid voor alle betrokkenen. Bij de realisatie van nieuwe functies is het belangrijk om te voorzien in voldoende parkeerplaatsen (vraagvolgend). In deze nota parkeernormen wordt daarom uitgegaan van parkeernormen die gebaseerd zijn op de huidige situatie van functies (zie tabellen in hoofdstuk 3). Bij de toepassing van parkeernormen voor functies die niet in deze tabellen zijn op genomen dient gebruik te worden gemaakt van de gemiddelde kencijfers zoals beschreven in publicatie 317 van het CROW.

1 Emmeloord centrum omvat het gebied omgrensd door de volgende straat: Noordzijde, Kon. Julianastraat, Espelerlaan, Onder de Toren, Korte Dreef, Lange Dreef en Smedingplein.

Pagina 7 van 18

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

C. aanwezigheidspercentages bij dubbelaebruik parkeerplaatsen

Bij de berekening van de parkeerplaatsverplichting wordt bij de ontwikkelingen van meerdere (verschillende) functies gebruik gemaakt van aanwezigheidspercentages. Bij meerdere functies kan er namelijk sprake zijn van een verschillend patroon van tijden waarop gebruikers (bewoners, bezoekers, werknemers) aanwezig zijn. Zo is de parkeerdruk bij woningen bijvoorbeeld vooral 's avonds Z nachts groot. Overdag ligt de aanwezigheid lager omdat een deel van de bewoners met de auto naar het werk gaat. Dit biedt mogelijkheden om andere functies (bijvoorbeeld een kantoor) deze ruimte te laten benutten. Zo kan dubbelgebruik van parkeerplaatsen plaatsvinden.

Aanwezigheidspercentages (dubbelgebruik parkeervoorzieningen) Functies werkdagochtend werkdagmiddag werkdagavond koopavond werkdagnacht zaterdagmiddag zaterdagavond zondagmiddag woningen bewoners 50Z 50Z 90Z 80Z 100Z 60Z 80Z 70Z woningen bezoekers 10Z 20Z 80Z 70Z 0Z 60Z 100Z 70Z kantoor/bedrijven 100Z 100Z 5Z 5Z 0Z 0Z 0Z 0Z commerciële dienstverlening 100Z 100Z 5Z 75Z 0Z 0Z 0Z 0Z detailhandel 30Z 60Z 10Z 75Z 0Z 100Z 0Z 0Z grootschalige detailhandel 30Z 60Z 70Z 80Z 0Z 100Z 0Z 0Z supermarkt 30Z 60Z 40Z 80Z 0Z 100Z 40Z 0Z sportfuncties binnen 50Z 50Z 100Z 100Z 0Z 100Z 100Z 75Z sportfuncties buiten 25Z 25Z 50Z 50Z 0Z 100Z 25Z 100Z bioscoop/theater/podium 5Z 25Z 90Z 90Z 0Z 40Z 100Z 40Z sociaal medisch: arts/maatschap/therapeut/ consultatiebureau 100Z 75Z 10Z 10Z 0Z 10Z 10Z 10Z verpleeg- of verzorgingstehuis/aanleunwoning/verzorgingsflat 50Z 50Z 100Z 100Z 25Z 100Z 100Z 100Z ziekenhuispatiënten inclusief bezoekers 60Z 100Z 60Z 60Z 5Z 60Z 60Z 60Z ziekenhuis medewerkers 75Z 100Z 40Z 40Z 25Z 40Z 40Z 40Z dagonderwijs 100Z 100Z 0Z 0Z 0Z 0Z 0Z 0Z avondonderwijs 0Z 0Z 100Z 100Z 0Z 0Z 0Z 0Z

Tabel 2-3

Aanwezigheidspercentage Noordoostpolder (op basis van het CROW Publicatie 317)

D. reductiefactor parkeerplaatsen op bijbehorend terrein

Een bouwplan dient in beginsel op eigen terrein aan de parkeerplaatsverplichting te voldoen. Met het begrip “parkeren op eigen terrein” wordt bedoeld: ruimte voor parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, passend binnen het vigerende bestemmingsplan. Parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen worden niet altijd volledig meegerekend in de gerealiseerde parkeerplaatsen. Deze plaatsen worden immers vaak voor andere doeleinden gebruikt dan parkeren van auto’s (zie ook parkeerbeleidsplan). De mate waarin parkeren op eigen terrein wordt meegerekend (afhankelijk van de parkeervoorziening) is opgenomen in onderstaande tabel.

Parkeervoorziening

Theoretisch aantal

Berekeningsaantal

Enkele oprit zonder garage

1

0,8

Lange oprit zonder garage of carport

2

1,0

Dubbele oprit zonder garage

2

1,7

Garage zonder oprit (bij woning)

1

0,4

Garagebox (niet bij woning)

1

0,5

Garage met enkele oprit

2

1,0

Garage met lange oprit

3

1,3

Garage met dubbele oprit

3

1,8

Tabel 2-4

Parkeren op eigen terrein

Pagina 8 van 18

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

Een parkeervoorziening op bijbehorend terrein bij een bouwplan moet voldoen aan de volgende fysieke maatvoering: ^ een enkele oprit is minimaal 5m lang en 3,5m breed; ^ een lange oprit is minimaal 10m lang en 3,5m breed; ^ een dubbele oprit is minimaal 4,5 meter breed; ^ een garage is minimaal 5m lang en 2,5m breed (binnenwerks); ^ een dubbele garage is minimaal 5m lang en 4,5m breed (binnenwerks); Ook moet de situering zodanig zijn dat het veilig in- en uitrijden is gewaarborgd. E. Afronding naar volledige parkeerplaatsen

Het volgens deze parkeernormen berekende benodigde aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond tot een volledige parkeerplaats.

2.2.2 Stap 2: aantonen parkeren op bijbehorend terrein Een aanvraag omgevingsvergunning dient in beginsel op het bijbehorend terrein aan de parkeerplaatsverplichting te voldoen. Met het begrip “parkeren op bijbehorend terrein” wordt bedoeld: “ruimte voor parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, passend binnen het vigerende bestemmingsplan en de vigerende bestemming.” Bij het niet kunnen voldoen aan de parkeerplaatsverplichting op bijbehorend terrein, dient de aanvrager dit bij de aanvraag van de omgevingsvergunning aan te tonen. Deze inspanningsverplichting betekent het aantonen dat het aanleggen van parkeerplaatsen op bijbehorend terrein fysiek in geen enkele vorm mogelijk is zonder dat dit het functioneren belemmert.

2.2.3 Stap 3: onderzoek gebruik bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte Een initiatief mag niet leiden tot een (toename van) parkeertekort in de openbare ruimte. Het kan echter voorkomen dat er in de openbare ruimte op loopafstand een restcapaciteit bestaat, waarvan gebruik gemaakt kan worden om de parkeervraag op te vangen. Een initiatiefnemer kan de gemeente verzoeken geen parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren, maar gebruik te maken van restcapaciteit in de openbare ruimte. In deze situatie krijgt de initiatiefnemer geen exclusief gebruiks- of eigendomsrecht. Als er bijvoorbeeld in de omgeving parkeerplaatsen voorhanden zijn die ooit zijn aangelegd voor een doel of functie die niet meer bestaat of als er sprake is van overcapaciteit aan parkeerruimte, is te onderzoeken of deze ruimte mag worden meegeteld bij de parkeerverplichting voor het initiatief. Dit is alleen mogelijk als de parkeerdruk in de openbare ruimte op het maatgevende moment, met toevoeging van de ontwikkeling, onder de 800Zo voor het centrum van Emmeloord en 9007o voor de rest van de gemeente blijft (zie ook het Parkeerbeleidsplan Noordoostpolder 2015-2025). Of deze ruimte er is, dient te blijken uit een door de initiatiefnemer aan te leveren representatief2 parkeeronderzoek. Als er binnen 5 jaar ontwikkelingen

2 Representatief onderzoek bestaat uit: een door een objectieve partij (bij voorkeur een verkeerskundig adviesbureau) uitgevoerde parkeerdrukmeting op verschillende momenten, dagen en tijden (buiten vakantieperiode) en zeker tijdens periodes wanneer aanspraak gedaan gaat worden door de nieuwe ontwikkeling op de parkeercapaciteit.

Pagina 9 van 18

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

worden verwacht die de bezettingsgraad van het betreffende gebied beïnvloeden, moet ook hiermee rekening worden gehouden. De wijze van onderzoek moet vooraf met de gemeente gecommuniceerd zijn. De bezettingsgraad van de openbare parkeerplaatsen in de omgeving wordt door de gemeente getoetst bij het verzoek om afwijking van (een deel van) de parkeervraag. Wat een acceptabele loopafstand is, wordt beoordeeld bij de aanvraag omgevingsvergunning en is afhankelijk van de functie en haar gebruikers, het specifieke gebied waar het bouwplan gerealiseerd wordt en een aantal ruimtelijke aspecten aan een looproute zoals sociale veiligheid, aantrekkelijkheid et cetera. De richtlijnen van het CROW voor acceptabele loopafstanden worden hierbij als leidraad gebruikt en zijn weergegeven in onderstaande tabel.

Hoofdfunctie

Acceptabele loopafstanden

Wonen

Ca. 100 meter (1,0 - 1,5 minuten)3

Winkelen

Ca. 400 meter (5 minuten)

Werken

Ca. 500 meter (6 minuten)

Ontspanning

Ca. 100 meter (1,0 - 1,5 minuten)

Gezondheidszorg

Ca. 100 meter (1,0 - 1,5 minuten)

Onderwijs

Ca. 100 meter (1,0 - 1,5 minuten)

Tabel 2-5

Richtlijn acceptabele loopafstanden

2.2.4 Stap 4: onderzoek realiseren nieuwe parkeerruimte in de openbare ruimte De ingediende parkeerbehoefteberekening wordt door de gemeente gecontroleerd, zowel op de juiste toepasbaarheid van de parkeernormen en aanwezigheidspercentages als op de afwijkingsgronden van parkeren op eigen terrein. Wanneer de mogelijkheid niet aanwezig is om de parkeerdruk op te vangen met bestaande parkeerplaatsen, kan onderzocht worden of er mogelijkheden zijn om extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte aan te leggen. Bij het bepalen van een eventuele locatie moet rekening gehouden worden met: ^ De loopafstanden zoals geformuleerd in bovenstaande tabel. ^ De kwaliteit van de omgeving. De aanleg van extra parkeerplaatsen mag niet ten koste gaan van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van de omgeving. Er dient altijd een integrale afweging gemaakt te worden met bijvoorbeeld het ruimtelijk- en groenbeleid. Het college gaat alleen akkoord met deze mogelijkheid op basis van de volgende voorwaarden: ^ De parkeerplaats kan ruimtelijk en verkeerstechnisch worden aangelegd. Maatgevend hierbij is onder andere de verkeersveiligheid en eventuele hinder die dit op kan leveren voor andere weggebruikers. ^ De gemeente wil deze ruimte niet als reserve houden voor het opvangen van al bestaande parkeertekorten of andere doeleinden.

^ Er vindt een ruimtelijke afweging plaats ten aanzien van de plaats en de hoeveelheid te realiseren parkeerplaatsen in bijvoorbeeld een groenvoorziening.

3 Bij een gemiddelde loopsnelheid van 5 kilometer per uur.

Pagina 10 van 18

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

^

De kosten die gemoeid zijn met de aanleg van deze parkeerplaatsen worden in principe volledig gefinancierd door de initiatiefnemer. Dit zal door een (realisatie)overeenkomst tussen de gemeente en de aanvrager moeten worden geregeld.

2.2.5

Vervolg: parkeeradvies

Als een aanvraag omgevingsvergunning voorziet in voldoende parkeercapaciteit, dan wordt een positief advies afgegeven. Wanneer er geen fysieke mogelijkheden zijn om de parkeereis op bijbehorend terrein te realiseren of op acceptabele loopafstand in de openbare ruimte op te vangen of te realiseren conform de gestelde ontwerpeisen, dan wordt een negatief parkeeradvies voor de aanvraag omgevingsvergunning afgegeven op basis van het niet kunnen voldoen aan de parkeerplaatsverplichting voor het betreffende bouwplan. De aanvraag omgevingsvergunning wordt op deze grond afgewezen. Het college van B&W kan eventueel via de hardheidsclausule afwijken van het negatieve parkeeradvies (zie paragraaf 2.3).

2.3

Afwijkingsbevoegdheid college van B&W

Het college heeft de mogelijkheid af te wijken van de voorwaardelijke verplichting aangaande parkeren; “indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit”. Het verlenen van vrijstelling voor de aanleg van parkeerplaatsen is voorbehouden voor “zeer” bijzondere omstandigheden. Deze omstandigheden zullen voornamelijk maatschappelijk-economisch van aard zijn. De afwijkingsbevoegdheid kan alleen door het college worden toegepast. Terughoudend gebruik van deze bevoegdheid is geboden. Er dient een zorgvuldige motivatie te worden opgesteld waarin de aantoonbare bijzondere omstandigheden en overwegende bezwaren uiteen worden gezet en waarom de afwijkingsbevoegdheid dan wordt toegepast.

2.4

Overgangsregeling

De in deze nota opgenomen parkeernormen zijn niet van toepassing in de volgende gevallen: ^ Initiatieven waarvoor het college vóór de datum van inwerkingtreding van deze nota heeft ingestemd met een parkeernorm welke is vastgelegd in een door het college geaccordeerd document, zoals een stedenbouwkundig plan c.q. programma van eisen / nota van uitgangspunten en/of in een intentie- of exploitatieovereenkomst. In deze gevallen gelden de parkeernormen zoals vastgelegd in het door het college geaccordeerde document. ^ Initiatieven die passen binnen een (ontwerp)bestemmingsplan waarvan het college vóór de datum van inwerkingtreding van deze nota heeft ingestemd met terinzagelegging. In deze gevallen gelden de parkeernormen zoals opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan. ^ Op een aanvraag om omgevingsvergunning, afwijking, ontheffing of toestemming anderszins, die is ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van deze nota en waarop op die datum nog niet is beschikt. In deze gevallen gelden de vóór de datum van inwerkintreding van deze nota geldende parkeernormen.

Pagina 11 van 18

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

2.5 Slotbepaling Daar waar deze Nota Parkeernormen niet in voorziet, is publicatie 317 van het CROW (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) of het ASVV2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) van toepassing. Hierbij dienen de stedelijkheidsgraden en gebiedsindelingen te worden aangehouden zoals beschreven in dit hoofdstuk en dient uitgegaan te worden van de ‘gemiddelde parkeerkencijfers’. Afwijkingen op deze Nota Parkeernormen in bestemmingsplannen is mogelijk door gemotiveerd specifieke parkeerverplichtingen op te nemen.

2.6

Verankering parkeernormen in bestemmingsplannen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen wordt in de regels (juridisch bindend) verankerd dat voldaan moet worden aan de parkeernormen van de gemeente. De juridische borging vindt bijvoorbeeld plaats door de volgende regeling op te nemen in de algemene gebruiksregels van een bestemmingsplan (voorwaardelijke verplichting): “Parkeernormen: Indien de ligging, de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet volgens de gemeentelijke parkeernormen voldoende ruimte zijn aangebracht en in stand gehouden worden van parkeervoorzieningen in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort.” In de toelichting en bijlage van het bestemmingsplan wordt vervolgens verwezen naar de specifieke parkeernormen en toepassingsmethodiek die de parkeereis bij ruimtelijke ontwikkelingen bepalen. Dit betreft de voorliggende Nota Parkeernormen Noordoostpolder. Voor 1 juli 2018 moeten alle bestemmingsplannen voorzien zijn van deze regeling. Dit gebeurt bijvoorbeeld door voor de op dat moment nog niet geactualiseerde bestemmingsplannen een overkoepelend ‘paraplu-bestemmingsplan’ op te stellen die deze juridische waarborging per 1 juli 2018 regelt.

Er wordt dan een artikel geformuleerd in de juridische regels van onderstaande strekking: l,het nieuw-, bij of verbouwen van panden of wijzigen van functies is alleen toegestaan indien voorzien wordt in voldoende parkeerplaatsen in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort volgens de gemeentelijke parkeernormen.” In deze juridische regels wordt vervolgens verwezen naar een bijlage in het bestemmingsplan die de parkeernormen en de toepassingsmethodiek beschrijft.

Pagina 12 van 18

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

3. Parkeernormen Noordoostpolder 3.1

Hoofdfunctie wonen Eenheid

Rest Emmeloord

koop vrijstaand

woning

Centrum Emmeloord 1,8

Buitengebied

2,2

Overige Kernen 2,3

2,4

Aandeel bezoekers 0,3

koop twee-onder-een-kap

woning

1,7

koop, tussenIhoek

woning

2,1

2,2

1,5

1,9

2,0

2,2

0,3

2,0

0,3

koop, etage, duur

woning

1,6

2,0

2,1

2,1

0,3

koop, etage, midden

woning

1,4

1,8

1,9

1,9

0,3

koop, etage goedkoop

woning

1,3

1,6

1,6

1,6

0,3

huurhuis, vrije sector

woning

1,5

1,9

2,0

2,0

0,3

huurhuis, sociale huur

woning

1,3

1,6

1,6

1,6

0,3

huur, etage, duur

woning

1,4

1,8

1,9

1,9

0,3

huur, etage, middenIgoedkoop

woning

1,1

1,4

1,4

1,4

0,3

kamerverhuur, zelfstandig

kamer

0,6

0,7

0,7

0,7

0,2

aanleunwoningIserviceflat

Woning

1,0

1,1

1,2

1,2

0,3

Voor een beroep aan huis I bedrijf aan huis wordt naast bovenstaande parkeervraag één extra parkeerplaats geëist. Hierbij is uitgegaan van beroepsuitoefening van één persoon zonder personeel welke beperkt bezoek ontvangt.

3.2

Hoofdfunctie werken Eenheid

kantoor (zonder baliefunctie) kantoor (met baliefunctie) commerciële dienstverlening bedrijf arbeidsintensiefI bezoekers extensief (industrie bedrijf arbeidsextensiefI bezoekers extensief (bv loods) bedrijfsverzamelgebouw

Pagina 13 van 18

100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo

Centrum Emmeloord 1,6

Rest Emmeloord

Buitengebied

Aandeel bezoekers

2,1

Overige Kernen 2,6

2,6

5V

2,1

2,9

3,6

3,6

20 V

1,6

2,4

2,4

2,4

5V

0,7

1,1

1,1

1,1

5V

1,3

1,9

2,0

2,0

5V

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

3.3

Hoofdfunctie winkels en boodschappen Eenheid

buurtsupermarkt

100 m2 bvo

Centrum Emmeloord 1,9

Rest Emmeloord 3,5

Overige Kernen 4,3

Buitengebied -

Aandeel bezoekers 89Z

discountsupermarkt

100 m2 bvo

3,3

6,5

7,8

-

96Z

fullservice supermarkt

100 m2 bvo

3,4

5,2

6,2

-

930Zo

grote supermarkt groothandel in levensmiddelen

100 m2 bvo

6,0

7,7

8,8

-

840Z0

-

6,4

7,4

-

80Z

100 m2 bvo

buurt- en dorpscentrum

100 m2 bvo

-

3,7

4,1

-

72Z

wijkcentrum (klein)

100 m2 bvo

-

4,5

5,0

-

76Z

wijkcentrum (gemiddeld)

100 m2 bvo

-

5,1

5,6

-

79Z

weekmarkt

m1 kraam

0,20

0,20

0,23

-

85Z

kringloopwinkel

100 m2 bvo

-

1,9

2,0

2,3

89Z

9,3

92Z

bruin- en witgoedzaken

100 m2 bvo

4,0

7,9

8,2

woonwinkel

100 m2 bvo

1,3

1,9

2,0

2,0

91Z

meubel/woonboulevard

100 m2 bvo

-

2,4

2,5

-

93Z

bouwmarkt

100 m2 bvo

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1940/documents/31541