7.1 Bestemmingsplan Emmeloord - Emmelhage fase 3_split_1.pdf
Tekst van het document
27
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld
Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Dit ondersteunt de optimale benutting van infrastructuur en centrumvorming rondom belangrijke vervoerknooppunten. Het provinciale bundelingsbeleid is gebaseerd op enkele principes waarvan onderstaande in voorliggend geval het meest van belang zijn: ^ ^ ^
De specifieke ruimtelijke kwaliteiten van steden en dorpen worden benut door de kwaliteit van deze kenmerken te behouden en te versterken. Stedelijke uitbreiding moet aansluiten bij bestaande ruimtelijke structuren, zodat de vitaliteit van de kernen wordt ondersteund. De omvang van nieuwe ruimte voor wonen, werken en voorzieningen moet in verhouding staan tot de grootte van de kern en de positie ervan in de stedelijke en groen-blauwe hoofdstructuur.
Van de gemeenten wordt verwacht dat zij het provinciale bundelingsbeleid vertalen in lokaal beleid en in concrete (ruimtelijke) plannen. Plannen voor uitbreiding worden uitgewerkt in samenhang met herstructurering van het bestaande bebouwd gebied.
4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan het 'Omgevingsprogramma Provincie Flevoland'
Het voorliggende plan heeft betrekking op de uitleglocatie Emmelhage fase 3 en voldoet aan de door de provincie voorgestane bundeling van stedelijke ontwikkeling en concentratie van nieuwe bebouwing aansluitend op bestaand bebouwd gebied. Daarnaast is het plangebied reeds aangeduid als stedelijk gebied.
4.2.3
Omgevingsverordening Provincie Flevoland
4.2.3.1 Algemeen
In de Omgevingsverordening van provincie Flevoland zijn alle regels vastgelegd die de provincie hanteert op het gebied van onder andere wegen, water, milieu, bodem, natuur, wonen en ruimte. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie-)regels voor andere overheden.
4.2.3.2 Relevante artikelen
In geval van voorgenomen ontwikkeling is met name artikel 7.5 van de omgevingsverordening van belang. Artikel 7.5 (Bescherming) - Natuurnetwerk Nederland 1.
2.
Een ruimtelijk plan of besluit, voor zover het betrekking heeft op een gebied binnen of nabij de aangewezen het Natuurnetwerk Nederland: a. strekt mede tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied; b. maakt activiteiten alleen mogelijk als die ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze titel van de verordening geldende bestemmingsplan, mits die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Voor zover een bestemmingsplan strijdig is met de bescherming en de mogelijkheden bedoeld in het eerste lid stelt de gemeenteraad binnen drie jaar na het inwerkingtreden van deze titel dat plan opnieuw vast met inachtneming van de bepalingen in het eerste lid.
4.2.3.3 Toetsing van het initiatief aan artikel 7.5 van de Omgevingsverordening
De locatie waar voorgenomen ontwikkeling betrekking op heeft ligt op minimaal 2 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) behoren. Zoals aangegeven in paragraaf 5.7.2.3 worden er gelet op de afstand tot het NNN en de aard en omvang van de ontwikkeling geen negatieve effecten BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld
verwacht op de gebieden die behoren tot het NNN. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met artikel 7.5 van de Omgevingsverordening Flevoland.
4.2.4
Toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Structuurvisie Noordoostpolder 2025
4.3.1.1 Algemeen
De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is in december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. De Structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie, die de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten beschrijft. De visie heeft als doel de verschillende belangen, zoals voor het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen en hieruit een integrale ontwikkelingsrichting te bepalen voor de periode tot 2025. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder. De Structuurvisie is een document voor de langere termijn. Daarom kent de Structuurvisie Noordoostpolder 2025 een zekere mate van globaliteit en abstractie. De visie vormt de basis voor het toekomstig beleid. Ter uitwerking van de structuurvisie zijn gebiedsvisies, masterplannen, uitwerkingsplannen, bestemmingsplannen en beleidsplannen nodig om concrete (plan)ontwikkelingen in gang te zetten.
4.3.1.2 Ambitie Bevolking en wonen
De gemeente Noordoostpolder streeft naar een aantrekkelijke, uitnodigende fysieke woon- en leefomgeving en daarbij richt de gemeente zich vooral op (tijdelijke) inwoners van de gemeente Noordoostpolder. De gemeente zet in op een afwisselend woningaanbod en voegt bijzondere woonmilieus toe, zoals in de Wellerwaard. Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en woningen in vrijkomende agrarische bebouwing. De aandacht verschuift van kwantiteit (veel bouwen) naar kwaliteit (dat wat er al is behouden, verbeteren en/of transformeren). Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en wonen in vrijkomende agrarische bebouwing: Vernieuwen van binnenuit
De gemeente Noordoostpolder vindt het belangrijk dat (nieuwe) inwoners kunnen kiezen uit verschillende woonmilieus en dat tijdelijke inwoners adequaat en legaal gehuisvest kunnen worden. Er wordt daarom gestreefd naar een gevarieerde woningvoorraad waar ruimte is voor diverse leeftijds-, huishoudens- en inkomensgroepen. De unieke kwaliteiten die het wonen in de polder aangenaam maken, wil men hierbij benutten voor de bestaande bewoners, waaronder jongeren/starters en senioren, maar ook om nieuwkomers naar de gemeente te trekken. De onzekerheid op de woningmarkt en de afnemende woningbehoefte maakt een zorgvuldige, stapsgewijze ontwikkeling noodzakelijk. Het accent ligt op vernieuwing van binnenuit, op inbreiding in plaats van alleen maar uitbreiding. Geplande en nog niet in ontwikkeling zijnde uitbreidingen bij de dorpen vervallen. De overige (grotere) nieuwe woningbouwlocaties in de dorpen en Emmeloord worden niet in één keer ontwikkeld, maar steeds gedoseerd en gefaseerd in kleine afrondbare eenheden. Het plangebied is op de structuurvisiethemakaart 'Bevolking en wonen' aangeduid als woningbouwlocatie in ontwikkeling. Flexibiliteit is het sleutelwoord. Per locatie/gebied wordt bekeken wat de wensen en mogelijkheden zijn.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld
Kinnir
‘ y^UlllltlIlllllllllllllllHlįţ
Plangebied
Wonen bestaand woongebied woningbouwlocatie in ontwikkeling ^ uitbreidingsrichting woningbouw
i.k
Afbeelding 4.2:
Uitsnede structuurvisie-themakaart 'Bevolking en wonen' (Bron: gemeente Noordoostpolder)
4.3.1.3 Ambitie voorzieningen en leefbaarheid
Sociaal en vitaal blijven in de toekomst vraagt om het maken van keuzes. De gemeente wil daarin aansluiten bij wat inwoners nodig hebben om die sociale en vitale samenleving te kunnen blijven. De gemeente richt zich op behoud en verbetering van de kwaliteit. Ondernemerschap, zelforganisatie en het aangaan van nieuwe allianties zijn belangrijke kernkwaliteiten wordt gestimuleerd en gefaciliteerd in het belang van een toekomstbestendige samenleving. Maatschappelijke voorzieningen zoals peuterspeelwerk, sport, onderwijs, zorg, kinderopvang, cultuur en ontmoetingsfuncties dragen bij aan de leefbaarheid en hebben een plaats dichtbij de inwoners en hun leefomgeving: de buurt en de wijk. Ze dragen bij aan de leefbaarheid, omdat mensen elkaar kunnen ontmoeten, talenten kunnen ontwikkelen, dingen van elkaar kunnen leren, elkaar kunnen helpen, bezig kunnen zijn, enzovoorts. Een goede spreiding en bereikbaarheid van voorzieningen is belangrijk. Het voorzieningenniveau moet passen bij dat wat er nodig is en bij het schaalniveau van een leefgemeenschap.
4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025'
In voorliggend geval is sprake van een verdere uitwerking de nieuwbouwlocatie Emmelhage. Dit betreft een uitbreiding van de kern Emmeloord met woningbouw. Daarnaast wordt er in Emmelhage fase 3 een schoollocatie voor basisonderwijs en een kinderopvang mogelijk gemaakt. Het plangebied is op de structuurvisie-themakaart 'Bevolking en wonen' aangewezen als uitbreidingsrichting voor woningbouw (roze pijl). Het plan voorziet in de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte van Emmeloord (zie ook paragraaf 4.3.2).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld
Verder wordt met het realiseren van de schoollocatie bijgedragen een de leefbaarheid van de uitleglocatie Emmelhage. De schoollocatie zal fungeren als een locatie waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, talenten kunnen ontwikkelen, dingen van elkaar kunnen leren, elkaar kunnen helpen, bezig kunnen zijn, enzovoorts. Geconcludeerd wordt dat dit plan in overeenstemming is met de uitgangspunten zoals verwoord in de 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025'.
4.3.2
Woonvisie Gemeente Noordoostpolder 2020: Kansen grijpen
4.3.2.1 Algemeen
De gemeenteraad heeft in 2020 een nieuwe woonvisie vastgesteld. De woonvisie heeft als subtitel "kansen grijpen" en dat is precies wat de gemeente wil gaan doen. De gemeente wil de vraag van vandaag beantwoorden en tegelijkertijd inspelen op de toekomst. En wil een gemeente blijven waar het goed wonen is. Dat betekent dat de gemeente inspeelt op de markt en ruimte bieden voor experimenten en nieuwe woonvormen. Dit draagt bij aan de variatie in het woonaanbod, waardoor Noordoostpolder voor meer mensen aantrekkelijker wordt. Mensen die een band hebben met Noordoostpolder geeft de gemeente de ruimte om te blijven en te komen. Zowel in Emmeloord als in de dorpen.
4.3.2.2 Kwantitatieve behoefte
Uitgangspunt voor de programmering is de bevolkingsprognose van de gemeente. Tegelijk is het beeld dat de groei hoger uit kan vallen. De ambitie van de gemeente is dan ook om aan die grotere behoefte te voldoen. Dat betekent dat er een flexibele programmering is, waarbij een jaarlijkse bijstelling van prognose en planning nodig is. Het doel is om meerjarig te voldoen aan de kwantitatieve behoefte die wordt afgeleid van de huishoudensprognose. Dat betekent dat er de komende 10 jaar in ieder geval de ruimte is om 1000 woningen toe te voegen. Dat aantal staat los van de intentie van de provincie Flevoland om in het kader van het project "Flevoland bouwt voor Nederland" in de provincie tot 2050 100.000 woningen extra te bouwen. Momenteel wordt onderzocht welke bijdrage de gemeente Noordoostpolder daaraan kan leveren. Het is cruciaal steeds zowel in Emmeloord als in de dorpen de ontwikkelruimte beschikbaar te hebben om aan de vraag te voldoen. Er zijn geen harde cijfers per kern om zo de programmering flexibel te houden en in te kunnen spelen op de behoefte.
4.3.2.3 Kwalitatieve behoefte
De kwalitatieve woningprogrammering kent drie invalshoeken: 1. 2. 3.
De vraag en tekorten van vandaag. De behoefte van morgen. Zelfstandige kwaliteitsdoelstellingen.
Bij het bouwen van nieuwe woningen wordt gekeken naar inbreidingsmogelijkheden, transformatie van bestaand vastgoed en uitbreiding. De inzet van de woonvisie is om de vraag en tekorten van vandaag op te lossen door een op doorstroming gericht seniorenprogramma dat invulling geeft aan de behoefte van morgen. Het doel is om zowel in Emmeloord als in de kernen een dergelijk programma te realiseren. Het gaat daarbij om huur- én koopwoningen, appartementen én grondgebonden woningen. Een dergelijk programma kan door doorstroming ruimte scheppen voor starters en andere groepen.
4.3.2.4 Betaalbaarheid
De basisstrategie is om door het stimuleren van doorstroming de betaalbare woningen in de voorraad beschikbaar te krijgen voor de groepen die daaraan behoefte hebben. Bijvoorbeeld door het toevoegen van seniorenwoningen kunnen betaalbare woningen in de bestaande voorraad beschikbaar komen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld
Als de doorstroming niet voldoende op gang komt, moeten er andere maatregelen genomen worden om woningen beschikbaar te krijgen voor bijvoorbeeld starters. Hierbij kan gedacht worden aan een middenhuurprogramma, levensloopgeschikte woningen die nu voor starters zijn, maar straks voor senioren. Daarnaast is het doel om voor de groepen die tussen de sociale huurmarkt en de koopmarkt vallen, te komen tot een nieuw middenhuurprogramma.
4.3.2.5 Duurzaamheid
Landelijk doel is om in 2050 een energie neutrale woningvoorraad te hebben. De gemeente heeft daarbij als subdoelstellingen de betaalbaarheid van het wonen én de kwaliteit van de bestaande voorraad. Vooral in de goedkopere delen van de koopvoorraad ligt hier een belangrijke opgave. De komende jaren moet op gebiedsniveau invulling worden gegeven aan deze doelstelling. Vooruitlopend daarop is het doel te leren van experimenten en met die experimenten ook draagvlak onder de bevolking te creëren. Bijzonder aandachtspunt is dat de verwachting dat op het moment dat de strategie voor de energietransitie in een afrondende fase komt daar de nieuwe opgave van de circulaire transitie overheen komt. De oplossingen voor de energietransitie kunnen strijdig zijn met die van circulair bouwen. Parallel zijn er ook de opgaven van de klimaatadaptatie en biodiversiteit. Het doel is om tijdig met de nieuwe opgaven rekening te houden in het formuleren van de strategieën.
4.3.2.6 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Noordoostpolder
Het bestemmingsplan voor Emmelhage fase 3 is bewust flexibel opgesteld om optimaal invulling te kunnen geven aan individuele woonwensen en in te kunnen spelen op de actuele vraag vanuit de markt. Zo worden er verschillende soorten woningen (rijwoningen, tweekappers, vrijstaande woningen) gebouwd. Hierdoor kan er een brede doelgroep worden bediend. Zo zijn de rijwoningen en tweekappers (zeer) geschikt of geschikt te maken voor starters en senioren. Daarnaast kunnen met de vrijstaande woningen, maar ook met de tweekappers de 'doorstromers' worden bediend. Verder wordt er in de woonvisie aangegeven dat er extra aandacht nodig is voor wonen met zorg. Door in het plan binnenplanse afwijkingsmogelijkheden op te nemen voor meergeneratiewoningen wordt op deze behoefte ingespeeld. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke woonvisie.
4.3.3
Welstandsnota gemeente Noordoostpolder 2016
4.3.3.1 Algemeen
Op 29 november 2016 heeft de raad de welstandsnota "Ruimte voor kwaliteit en welstandsvrijheid" vastgesteld. De welstandsnota geeft richting aan het welstandstoezicht in de Noordoostpolder en voor de inwoners van de gemeente biedt het plan helderheid over de welstandsbeoordeling van hun bouwplannen. Zoals de titel van de nota al aangeeft wordt onderscheid gemaakt tussen welstandsvrije en niet welstandsvrije gebieden. De selectie van niet-welstandsvrije gebieden heeft plaats gevonden aan de hand van twee criteria: ^ ^
de cultuurhistorische betekenis van de bebouwing; de zichtbaarheid van de bebouwing vanuit belangrijke openbare ruimtes.
Op basis van deze criteria is besloten dat in de volgende gebieden welstandstoezicht blijft gelden: 1.
de kernen en beeldbepalende gebieden van Emmeloord;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld
2. 3. 4.
de dorpskernen en beeldbepalende gebieden van Marknesse, Ens, Luttelgeest, Bant, Creil, Espel, Tollebeek, Kraggenburg en Rutten; Nagele en Schokland in zijn geheel; het landelijk gebied.
Op basis van de welstandsgebiedenkaart blijkt dat het plangebied in welstandsvrij gebied ligt. In paragraaf 6.1 van de welstandnota wordt aangegeven dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de gemeenteraad een beeldkwaliteitsplan (BKP) kan vaststellen voor het betreffende gebied. Te denken valt aan nieuwbouwwijken, herstructureringsprojecten en zichtlocaties van bedrijfsterreinen. Door uitvoering te geven aan een beeldkwaliteitsplan kan een bepaalde voorgestane uitstraling van een te ontwikkelen gebied worden bewerkstelligd.
4.3.3.2 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota gemeente Noordoostpolder
Voor Emmelhage fase 3 is, net als voor eerdere fases een beeldkwaliteitsplan opgesteld om te komen tot een eenduidige uitstraling van het gebied. In bijlage 2 is het beeldkwaliteitsplan opgenomen. Hoofdstuk 4 van het beeldkwaliteitsplan worden samen met de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan vastgesteld als onderdeel van de welstandsnota.
4.3.4
Duurzaamheidsvisie Noordoostpolder
4.3.4.1 Algemeen
In haar duurzaamheidsvisie streeft de gemeente Noordoostpolder naar energieneutraliteit in 2030. De gemeente focust daarnaast op inzet van schone energie. Energiegebruik en -besparing in woningen maken daar een belangrijk onderdeel van uit. Het energiegebruik door woningen bedraagt ongeveer 16% van het totale energiegebruik in Noordoostpolder. Landelijke eisen
Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen sinds 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Op 3 april 2018 is een aanpassing van de Gaswet in werking getreden waardoor de gasaansluitplicht is komen te vervallen. Dit betekent dat geen omgevingsvergunningen meer mogen worden afgegeven voor nieuwbouw die aangesloten wordt op een gasnet. Deze regeling geldt voor omgevingsvergunningen aangevraagd vanaf 1 juli 2018. Een gemeente kan een ontheffing verlenen, waardoor toch op het gasnet aangesloten mag worden. Dit kan echter alleen in uitzonderlijke situaties waarbij grote maatschappelijke effecten ontstaan door het niet aansluiten op gas. Aangezien voor de geplande woningen en de schoollocatie technische oplossingen beschikbaar en financieel haalbaar zijn voor aardgasloos wonen/bouwen, verleent de gemeente voor deze locatie geen ontheffing.
4.3.4.2 Duurzaamheid in het stedenbouwkundige plan
In het kader van energetisch ontwerpen op stedenbouwkundig niveau is een gunstige situering van woningen ten opzichte van de zon belangrijk. Het stedenbouwkundig plan voorziet hier in door de nokrichting van nagenoeg alle woningen vrij te laten. Hierdoor kunnen dakvlakken goed ten opzichte van de zon worden georiënteerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld
4.3.5
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorgenomen ontwikkeling past binnen de gemeentelijke beleidskaders.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld
Hoofdstuk 5
Milieu- en omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.
5.1
Geluid (Wet geluidhinder)
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidsgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. De beoogde woningen en schoollocatie zijn aan te merken als een geluidsgevoelige functies.
5.1.2
Situatie plangebied
5.1.2.1 Industrielawaai
In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op het plangebied wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering).
5.1.2.2 Railverkeerslawaai
Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op zeer ruime afstand van het plangebied ligt.
5.1.2.3 Wegverkeerslawaai
Binnen de woonwijk worden uitsluitend wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur of minder gerealiseerd, daarnaast zijn er ten oosten van het plangebied reeds een aantal 30 km/uur wegen aanwezig. Het gaat hier om wegen ten behoeve van de ontsluiting van de (beoogde) woningen. Voor deze wegen geldt dat deze uitsluitend zijn bedoeld voor bestemmingsverkeer. Van zwaar verkeer is niet of nauwelijks sprake. Voor deze wegen geldt dat er sprake is van een beperkte verkeersintensiteit. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat ten aanzien van de 30 km/uur wegen de voorkeurswaarde (48 dB) niet wordt overschreden. Verder ligt het plangebied binnen de wettelijke geluidszone van de Espelerweg. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de door te trekken Buitensingel aan de noodzijde van het plangebied. BJZ.nu B.V. heeft in voorliggend geval onderzoek uitgevoerd voor het aspect wegverkeerslawaai. De uitgangspunten en resultaten worden in deze paragraaf beschreven. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld
Onderzoeksresultaten
De geluidbelasting ten gevolge van de Espelerweg en Buitensingel bedraagt in het plangebied Emmelhage fase 3 hoogstens 48 dB. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB. De geluidbelasting ten gevolge van de reconstructie van de Buitensingel op de woningen in fase 1 en 2 is hoogstens 48 dB. Met deze waarde wordt voldaan aan de voorkeurswaarde voor een reconstructie in de Wgh. Voor de Espelerweg geldt dat er geen sprake is van een reconstructie. Deze weg is voor Emmelhage fase 1 en 2 dan ook buiten beschouwing gelaten. Gelet op vorenstaande is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van alle woningen voor Emmelhage fase 1, 2 en 3 met betrekking tot het aspect wegverkeerslawaai.
5.1.3
Conclusie
De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Opgemerkt wordt dat in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt getoetst of de bodemkwaliteit geschikt is om te bouwen. Sigma Bouw & Milieu heeft ter plaatse van het plangebied een verkennend milieukundig bodemonderzoek (NEN-5740+A1) uitgevoerd. Een samenvatting van de resultaten en de conclusies uit dit onderzoek zijn in de volgende subparagrafen opgenomen. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar het complete bodemonderzoek welke is opgenomen in bijlage 4 van deze toelichting.
5.2.2
Situatie plangebied
Zintuigelijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Grond Bovengrond
De bovengrondmengmonsters MM1, MM6 en MM8 bevatten een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) ten opzichte van de achtergrondwaarde. Bovengrondmengmonsters MM3 en MM10 bevatten een verhoogd gehalte kobalt en nikkel (zware metalen) ten opzichte van de achtergrondwaarde. Bovengrondmengmonster MM5 bevat een verhoogd gehalte minerale olie ten opzichte van de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten kobalt, nikkel (zware metalen) en/of minerale olie in de bovengrondmengmonsters MM1, MM3, MM5, MM6, MM8 en MM10 overschrijden de tussenwaarde
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld
(indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde ^0,5) niet en geven in deze gevallen uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonsters MM2, MM4, MM7 en MM9 bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrond
Ondergrondmengmonsters MM11, MM12, MM13, MM16, MM17, MM18 en MM20 bevatten een verhoogd gehalte minerale olie ten opzichte van de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten minerale olie in de ondergrondmengmonsters MM11, MM12, MM13, MM16, MM17, MM18 en MM20 overschrijden de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindexwaarde ^0,5) niet en geven in deze gevallen uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Ondergrondmengmonsters MM14, MM15 en MM19 bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Grondwater Plaatselijk zijn verhoogde gehalten barium, kopen en/of molybdeel in het grondwater uit de peilbuizen overschrijden de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde ^0,5) niet zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
5.2.3
Conclusie
Uit milieukundig oogpunt is geen bezwaar tegen de voorgenomen ontwikkeling. De bodem wordt geschikt geacht voor het toekomstige gebruik (wonen en tuin).
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: ^ ^
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate
Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: ^ ^ ^
woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.
5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen
Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.
5.3.2
Situatie plangebied
In subparagraaf 5.3.1.1 worden voorbeelden aangegeven die aangemerkt worden als een project dat "niet in betekenende mate bijdraagt" aan luchtverontreiniging. In vergelijking hiermee is onderhavig plan zeker aan te merken als een project dat "niet in betekenende mate bijdraagt" aan luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de woningen niet worden aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader het Besluit gevoelige bestemmingen. Ten aanzien van de beoogde schoollocatie wordt opgemerkt dat deze functie wordt aangemerkt als gevoelige bestemming zoals opgenomen in het Besluit gevoelige bestemmingen. Binnen een staal van 300 meter van de schoollocatie zijn geen rijkswegen aanwezig. Daarnaast is binnen een straal van 50 meter rondom de schoollocatie geen provinciale weg gesitueerd.
5.3.3
Conclusie
Gezien het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: ^ ^ ^ ^ ^
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: ^ ^
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld
^
de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.
5.4.2
Situatie in en bij het plangebied
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In de volgende afbeelding is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (aangegeven met de blauwe contour) en omgeving weergegeven.
Legenda: TWoonveibinf ■ Hotel/ pension
A Qndęrwiļsin stelling
■fragtenfiuis KTehuis ♦ Publieksgebouw ■ Kanloorfbednif
♦ ftnaer obietl
Inrichtingen gevaarlijke stoffen 0 Overige inrichtingen 1 Terreingrens
Afbeelding 5.1:
Uitsnede Risicokaart (Bron: www.risicokaart.nl)
Zoals is te zien in afbeelding 5.1 zijn er ten noorden van het plangebied een aantal risicovolle inrichtingen aanwezig. Het gaat hierbij om bovengrondse tanks voor propaan of ander vloeibaar gemaakt brandbaar gas aanwezig. Het gaat hier om reservoirs van 3.000 liter tot 9000 liter. De plaatsgebonden risicocontouren (zwarte gestippelde cirkels) van de bovengrondse opslagtanks liggen op ten minste 600 meter van het plangebied. Artikel 3.28 van het Activiteitenbesluit schrijft het volgende voor: Artikel 3.28 sub 1:
Met betrekking tot de opstelplaats van een opslagtank met propaan, het vulpunt van een opslagtank met propaan en de opstelplaats van de tankwagen worden ten opzichte van buiten de inrichting gelegen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten,
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
39
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld de in tabel 3.28 opgenomen afstanden in acht genomen, waarbij de afstanden gelden van het vulpunt en de opslagtank, gerekend vanaf de aansluitpunten van de leidingen alsmede het bovengrondse deel van de leidingen en de pomp bij de opslagtank: Bevoorrading tot Bevoorrading meer en met 5 keer per dan 5 keer per jaar jō-ar Opslagtank met propaan tot en met 5 kubieke meter
10 meter
20 meter
Ops agtank met prnpaan groter dan 5 kubieke meter tut en met 13 kubieke meter
15 meter
25 meter
Omdat het plangebied op ten minste 600 meter van de risicovolle inrichtingen, wordt geconstateerd dat ruimschoots wordt voldaan aan de veiligheidsafstanden als bedoeld in artikel 3.28 van het Activiteitenbesluit. Uit de inventarisatie blijkt verder dat de locatie: ^ ^ ^ ^
5.4.3
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Conclusie
Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: » »
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
40
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld
worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd.
5.5.2
Gebiedstypen
In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het plangebied ligt ten noorden van de kern Emmeloord en ten westen van de uitleglocatie Emmelhage. Rondom de locatie zijn hoofdzakelijk woningen en agrarische cultuurgronden aanwezig. Het gebied kan daarom worden aangemerkt met het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
5.5.3
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Situatie plangebied
5.5.3.1 Algemeen
Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
5.5.3.2 Externe werking
Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Ten aanzien van de beoogde woningen wordt opgemerkt dat de functie 'wonen' geen milieubelastende activiteit voor de omgeving betreft. Van enige vorm van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geenszins sprake.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
41
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld
De beoogde schoollocatie kan op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' het best worden vergeleken met de functie 'Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs'. Het gaat hierbij om een milieucategorie 2 functie. Voor dergelijke functies geldt een grootste richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid. Voor de overige aspecten (stof, gevaar en geur) geldt een richtafstand van 0 meter. Bij de inrichting van het plangebied en het opstellen van het stedenbouwkundigplan is rekening gehouden met de voorgenoemde richtafstand. Binnen een straal van 30 meter rondom de schoollocatie zijn geen woningen gesitueerd. Gelet hierop wordt voldaan aan de richtafstanden en is er geen sprake van (onevenredige) hinder ter plaatse van de omliggende woningen.
5.5.3.3 Interne werking
Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functie(s) binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe inrichting(en) de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende inrichting(en^bedrijven aantasten. De functie wonen is aan te merken als milieugevoelige functie. In de nabijheid van de beoogde woningen zijn geen milieubelastende functies aanwezig. Zoals in paragraaf 5.5.3.2 reeds is gebleken is er ten aanzien van de beoogde woningen en de beoogde schoollocatie sprake van voldoende ruimtelijke spreiding (^ 30 meter). Gezien de afstand tot omliggende milieubelastende functies mag er van worden uitgegaan dat ter plaatse van het plangebied sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Andersom worden omliggende bedrijven/functies niet in hun bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd.
5.5.4
Conclusie
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.6
Geur
5.6.1
Wet geurhinder en veehouderij
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor inrichtingen, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorie is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën, waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ^ ^
ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.
Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan kom 2 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 8 odour units per kubieke meter lucht.
5.6.2
Situatie plangebied
Met voorliggend plan worden nieuwe geurgevoelige objecten gerealiseerd. In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen veehouderijen aanwezig. De meest nabij gelegen veehouderijen liggen op te minste 630
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
42
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld
meter afstand van het plangebied. Geconcludeerd wordt dat er ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Verder worden veehouderijen niet in hun bedrijfsvoering belemmerd.
5.6.3
Conclusie
Het aspect geur vormt geen belemmering voor voorliggend plan.
5.7
Ecologie
5.7.1
Algemeen
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten.
5.7.2
Gebiedsbescherming
5.7.2.1 Natura 2000 gebieden
In de Wet natuurbescherming heeft Nederland de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van EZ. Het plangebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 12,8 kilometer afstand van het plangebied. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, danwel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv.
geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitatypen binnen Natura 2000-gebieden. Om dit te beoordelen is er een zogenaamde AERIUS-berekening uitgevoerd. Hierna wordt de belangrijkste conclusie van het onderzoek weergegeven. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar bijlage 5 bij deze toelichting. Uit de berekeningen wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000- gebieden, niet vergunningsplichtig.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld 5.7.2.3 Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op minimaal 2 kilometer afstand ten oosten van het plangebied. Vanwege de lokale invloedsfeer hebben de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op de kernkwaliteiten en de omgevingscondities van het Natuurnetwerk Nederland. Mogelijk is tijdens de aanlegfase incidenteel geluid waarneembaar buiten het plangebied, maar dit effect is incidenteel en kortstondig en heeft geen negatief effect op het beschermd (natuur)gebied.
5.7.3
Soortenbescherming
5.7.3.1 Algemeen
Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. In voorliggend geval heeft Natuurbank Overijssel ter plaatse van het plangebied een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten van het onderzoek opgenomen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 6 van deze toelichting.
5.7.3.2 Resultaten quickscan natuurwaardenonderzoek
De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied mogelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën er een vaste (winter)rust- of voortplantingsplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. Voor de meeste grondgebonden zoogdiersoorten, die een rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden en verwonden' en het 'beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties'. Deze vrijstelling geldt niet voor kleine marterachtige.
Deze vrijstelling geldt ook voor de meeste in het plangebied voorkomende amfibieënsoorten, maar niet voor de rugstreeppad. Deze soort is niet in het plangebied vastgesteld tijdens het veldbezoek, maar de functie van het plangebied als functioneel leefgebied (incl. voortplantingsbiotoop) kan niet uitgesloten worden. De rugstreeppad en het functionele leefgebied van de rugstreeppad is beschermd en mag alleen met een ontheffing negatief beïnvloed worden. Om de functie van het plangebied voor de rugstreeppad vast te kunnen stellen is nader onderzoek vereist. Omdat niet uitgesloten kan worden, dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot aantasting van het functionele leefgebied van wezel en hermelijn, en dat niet uitgesloten kan worden, of deze dieren gedood worden (grondverzet), dient ontheffing aangevraagd te worden. Conform de beleidslijn van de provincie Flevoland, wordt de onderzoeksfase hierbij overgeslagen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld
Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten, wordt de functie van het plangebied als foerageergebied, voor de in het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën en vogels aangetast. Echter, leidt alleen het aantasten van het functionele leefgebied van de rugstreeppad (mits aanwezig) en kleine marterachtigen mogelijk tot wettelijke consequenties in het kader voor soortenbescherming. Rugstreeppad
Omdat de functie van het plangebied voor de rugstreeppad als functioneel leefgebied (incl. voortplantingsbiotoop) niet uitgesloten worden op basis van het uitgevoerde quickscan natuurwaardenonderzoek, is hier een aanvullend onderzoek naar uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 7 van deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste resultaten. Er zijn in het plangebied geen rugstreeppadden vastgesteld. De sloot langs de oostzijde van het plangebied vormt het enige potentieel geschikte voortplantingsbiotoop van deze soort in het plangebied. Het feit dat de sloot een sterk V-profiel heeft en bijna volledig bedekt is met flap en dicht begroeid is met grassen, maakt deze sloot niet bijzonder geschikt als voortplantingsbiotoop. De rugstreeppad bezet geen voortplantingswateren in het plangebied en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat rugstreeppadden een (winter)rustplaats in het plangebied bezetten. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten, zoals het bouwrijp maken van de agrarische cultuurgrond en het vergraven/dempen van de sloot, worden geen rugstreeppadden of larven gedood, worden geen eieren beschadigd en wordt geen voortplantingsbiotoop vernield. Voorjaar 2021 was bijzonder nat. Dat heeft tot gevolg dat vele (tijdelijke) voortplantingsplaatsen beschikbaar zijn voor rugstreeppadden.
Tijdens de veldbezoeken zijn geen aanwijzingen omtrent het voorkomen van rugstreeppad in het plangebied gevonden. Hiermee kan er redelijkerwijze van worden uitgegaan dat er binnen de begrenzing van het plangebied geen rugstreeppadden aanwezig zijn. In relatie tot de rugstreeppad kunnen de werkzaamheden ten behoeve van de woningbouw zonder belemmering in het kader van de Wet natuurbescherming plaatsvinden. Het onderzoek is volledig uitgevoerd en heeft plaats gevonden onder geschikte weersomstandigheden.
5.7.4
Conclusie
Omdat niet uitgesloten kan worden, dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot aantasting van het functionele leefgebied van wezel en hermelijn, en dat niet uitgesloten kan worden, of deze dieren gedood worden (grondverzet), dient ontheffing aangevraagd te worden. Deze ontheffing is reeds aangevraagd. Voor het overige leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soorten- en gebiedsbescherming.
5.8
Archeologie ä Cultuurhistorie
5.8.1
Archeologie
5.8.1.1 Algemeen
Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld 5.8.1.2 Situatie plangebied
Ten behoeve van het bestemmingsplan "Emmelhage 2004" is reeds een uitgebreid archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het archeologisch adviesbureau RAAP heeft destijds voor het gehele plangebied Emmelhage een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 8. De gemeente heeft vervolgens het bureau Vestigia opdracht gegeven tot het evalueren van het onderzoeksrapport van RAAP, zie bijlage 9. RAAP heeft een Archeologische Verwachtingenkaart van het plangebied gemaakt. Hieruit blijkt dat er in het plangebied zeer verspreid locaties met hoge archeologische verwachtingen voorkomen. Op basis van de evaluatie van Vestigia kan worden geconcludeerd dat archeologische vindplaatsen niet zijn aangetoond, hooguit dat op een aantal plaatsen binnen het plangebied (heel Emmelhage) sprake is van een matig hoge verwachting en dat het voorkomen van locaties met hoge verwachting in het plangebied circa 50% is. In het zuidwesten van het plangebied acht RAAP op basis van een reliëfkaart van de ondergrond een strandwalafzetting aanwezig met een breedte van circa 400 meter. Toen het omringende landschap al verdronken was, vormde de strandwal nog een (bewoonbare) hoogte. Het zuidwesten van Emmelhage is daarom door RAAP aangemerkt als locatie met een hoge archeologische verwachting.
Volgens de evaluatie door Vestigia moet evenwel betwijfeld worden of de gehanteerde reliëfkaart een goed beeld van de ondergrond geeft. Consequentie hiervan is dat vraagtekens geplaatst moeten worden bij de aangegeven archeologische verwachtingswaarden. De Grontmij heeft een waarderend booronderzoek uitgevoerd in het westelijk deel van het plangebied. Uit de gezeefde monsters zijn geen duidelijke primaire archeologische indicatoren te voorschijn gekomen. De enige secundaire archeologische indicatoren die in enige mate voorkwamen, bestonden uit deeltjes houtskool. Aan de hand van verspreidingskaarten van het houtskool zijn enkele concentratiegebieden vastgesteld waar mogelijk nader onderzoek zou moeten plaatsvinden. Vestigia heeft het rapport van de Grontmij getoetst (zie bijlage 10). De conclusie luidt, dat de kans dat in het gebied waardevolle archeologische resten aanwezig zijn minimaal is. Het hele gebied heeft in bijna 1.000 boringen nog geen enkele eenduidige indicatie opgeleverd. In bestemmingsplan "Emmelhage 2004" wordt op basis van deze conclusies gesteld dat de gemeente, na de genoemde onderzoeken, aan de toetsingspraktijk heeft voldaan.
Maatschappelijk, maar ook onderzoekstechnisch, is het niet verantwoord om op basis van de resultaten van de beide veldonderzoeken, het verkennend en het nader inventariserend onderzoek, nog aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren. De gemeente heeft in alle redelijkheid gedaan wat verwacht mocht worden. Deze conclusie is destijds afgestemd met de provinciaal archeoloog. Nader archeologisch onderzoek is op basis van deze onderzoeken niet noodzakelijk. Het opnemen van een aanlegvergunningplicht in de bestemmingsplanregels kan daarom achterwege blijven. Meldingsplicht toevalsvondsten Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Voor graafwerkzaamheden in de voormalige Zuiderzee en Almere afzettingen geldt een blijvende verwachting voor resten van scheepswrakken uit de middeleeuwen en nieuwe tijd alsook voor resten van vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog, en op het aantreffen van fossiele eiken.
Ter bescherming hiervan is in de regels van dit bestemmingsplan een voorwaardelijk verplichting opgenomen: Het is niet toegestaan om grondwerkzaamheden met een diepte van meer dan 1,0 m onder het maaiveld en met een oppervlakte van meer dan 2.500 m2 uit te voeren zonder dat er op het werk een met de provinciaal archeoloog afgestemd meldingenprotocol dat ziet op de bescherming van (delen van) scheepswrakken en fossiele eiken aanwezig is. Bij vondsten van (delen van) scheepswrakken en fossiele eiken wordt gehandeld overeenkomstig het protocol.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld
5.8.2
Cultuurhistorie
5.8.2.1 Algemeen
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. De cultuurhistorisch-landschappelijke waarde van de Noordoostpolder is groot. Tegelijkertijd is er heel duidelijk de behoefte om te blijven verbeteren. Bovendien wil de gemeente ruimte bieden aan nieuwe ontwikkelingen, die zorgvuldig een plek moeten krijgen in het landschap. Het cultuurhistorisch erfgoed van Nederland bestaat uit monumentale panden, historische zichtlijnen, kenmerkende landschappen en waardevolle lijn- en/of vlakelementen. Het cultuurhistorisch erfgoed geeft een beeld van de geschiedenis van het landschap. Daarom is bescherming van deze elementen van belang.
5.8.2.2 Situatie plangebied
Op basis van cultuurhistorische waardenkaart Flevoland en het gemeentelijke beleidsstuk 'Erfgoed in de gemeente Noordoostpolder, blijkt dat zich binnen het plangebied geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorische waarden bevinden. De kavels en de directe omgeving waarop de beoogde uitbreiding van Emmelhage, fase 3, is gesitueerd kent een aantal karakteristieken die kenmerkend zijn voor de Noordoostpolder. Door die kenmerken, en de zichtbaarheid daarvan, draagt het bij aan de herkenbaarheid van de Noordoostpolder en daarmee haar bijzondere identiteit. De geplande ligging van de uitbreiding borduurt voort op de westelijke grens van Emmelhage fase 2. Het geheel beslaat ongeveer een hele oorspronkelijke landbouwkavel. Door te kiezen voor deze begrenzing respecteert de uitbreiding het modulaire systeem van verkaveling van de polder en maakt dit na realisatie ook zichtbaar. Verkaveling
Deze oorspronkelijke verkaveling bestaat uit een regelmatig raster dat gebaseerd is op de in die tijd meest rationele agrarische verkaveling: Een kavelmaat van 300 langs de weg en 800 meter in de diepte. Die verkaveling leidde tot agrarische bedrijven van 12 tot 48 hectare, dus variërend van een halve tot 2 kavels. De kavels zijn aan de achterzijde begrensd door een tocht. Het erf van ca. 1 ha. is gesitueerd aan de weg in de hoek van de kavel, naast de kavelsloot, alleen of in clusters van 2, 3 of 4 erven. Deze modulaire opbouw vormt een basis ontwerpprincipe van Noordoostpolder en is in afbeelding 5.2 weergegeven.