CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

6.4 Plan van Aanpak Gebiedsproces bodemdaling VERVOLG.pdf

Commissie Woonomgeving 1 september 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 6: Cofinanciering voor het uitvoeren van pilots gebiedsproces bodemdaling Flevoland 2026 - 20284.472 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Plan van aanpak gebiedsproces bodemdaling VERVOLG

Datum: 28 juni 2024 Versie: september 2024 Opgesteld door: Bart Gerrits ism projectpartners.

Inhoud Plan van aanpak gebiedsproces bodemdaling VERVOLG ........................................................................ 1 Aanleiding voor dit plan van aanpak VERVOLG ................................................................................... 3 Context anno 2024; naar buiten! ........................................................................................................ 3 Stand van Zaken................................................................................................................................... 3 Aanpak voor VERVOLG ........................................................................................................................ 4 1.

Onderzoek naar waterhuishoudingsmaatregelen in bodemdalingsgebieden ........................... 6

2.

Data op orde per gebied............................................................................................................. 7

3.

Geschikt vs ongeschikt ............................................................................................................... 9

4.

Perspectief voor bodemdaling gebieden.................................................................................. 10

5.

Afwaardering in beeld brengen ................................................................................................ 10

Anticiperen op bodemdaling ............................................................................................................. 11 Synthese alle pakketten ..................................................................................................................... 11 Rollen, organisatie en verantwoordelijkheden.................................................................................. 12 Communicatie ................................................................................................................................... 13 Middelen en planning........................................................................................................................ 13 Werkpakket A Niks doen .............................................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Risicobeheersing................................................................................................................................ 15 Bijlage: Processchema Plan van Aanpak................................................................................................ 15

Aanleiding voor dit plan van aanpak VERVOLG Het huidige plan van aanpak1 is aan een opfrisbuurt toe, er zijn wijzigingen en veranderingen opgetreden. Dit plan van aanpak is het vervolg op het plan van aanpak dat een bijlage vormde bij de intentieverklaring 14 september 2021. We zijn met het proces aanbeland in Fase 3 van het gebiedsproces: de praktijktoets. Daarom is het motto ook voor dit plan van aanpak dan ook; samen naar buiten! Daarnaast worden de belangrijkste bevindingen uit de evaluatie2 in dit plan van aanpak meegenomen. De belangrijkste aanbevelingen die van invloed zijn op dit plan van aanpak is om de korte termijn - problematiek aan te pakken en om de huidige sporen te verbreden en verrijken. Dit plan van aanpak vormt een onderdeel van de bestaande intentieverklaring die per najaar 2024 wordt verlengd met een jaar.

Context anno 2024; naar buiten! Anno 2024 leeft het thema bodemdaling nog steeds en is met name in de natte seizoenen nog steeds goed zichtbaar. Hierdoor en daarom is de politiek – bestuurlijke aandacht zeker niet minder geworden. Begin 2024 werden zowel het Algemeen Bestuur van het waterschap als Provinciale Staten van de provincie bijgepraat in een beeldvormende sessie. Na de uitgevoerde evaluatie in 2023 van het gebiedsproces zijn de conclusies en aanbevelingen in de Stuurgroep Bodemdaling besproken. De stuurgroep heeft de aanbevelingen omarmd en aangegeven dat de nadruk in de laatste fase van het gebiedsproces moet liggen op het verzamelen van kennis, feiten en concrete voorbeelden hoe we de wateroverlast (op termijn) het hoofd bieden.

Stand van Zaken Gedurende de looptijd van het proces is veel kennis verzameld. Een aangepast inzicht kwam naar voren uit de in februari 2024 gepubliceerde Bodemdalingsprognose Flevoland. Deze geven een goed beeld van de bijgestelde geprognotiseerde bodemdaling. Onderstaand beknopt de stand van zaken per spoor. Spoor 1 Alternatieve verdienmodellen • • • •

Inzicht in alternatieve gewassen bij afnemende ontwateringsdiepte; Overzicht van potentiële alternatieve verdienmodellen (en kansrijkheid voor pilot); Globale marktverkenning van alternatieve gewassen/teelten specifiek voor de Flevolandse markt; Onderzoeksopzet voor drie bodemdalingsgebieden naar verkenning van de juiste functies bij de juiste grondgebruikers.

Spoor 2 VernatÝng en waterhuishouding • • •

Onderzoek naar het effect van peilverlaging op maaiveldhoogte en bodemdaling; Verkennen mogelijkheden flexibel peilbeheer bij verschillende bodemtypen; Intensieve drainage van natte plekken op de kavel in de verschillende gebieden

Plan van Aanpak gebiedsproces bodemdaling Flevoland, Bijlage 2 van de Intentieverklaring gebiedsproces bodemdaling Flevoland B. Budding, september 2021. 2 Evaluatie gebiedsproces bodemdaling, J. Schutz, 11 oktober 2023. 1

Spoor 3 Zon op land Opstellen meetprotocol voor waardering bodems (wanneer is een bodem niet meer geschikt voor hoogwaardige landbouw) + uitvoeren pilot. In beeld brengen van mogelijkheden om extensieve landbouw en natuurontwikkeling te combineren met ‘zon op land’. Spoor 4 Vrijwillige kavelruil Gaandeweg de uitwerking bleek dat het instrument reeds bestaat en op zich geen onderzoek vraagt. Om die reden is dit spoor vroegtijdig gestopt.

Doelen en aanpak voor VERVOLG De aanpak voor het vervolg bestaat uit 5 verschillende werkpakketten. Deze werkpakketten vallen onder regie van 1 partij. De werkpakketten zijn ‘chronologisch’ ingericht (zie ook het processchema). De oude sporen worden opgeheven en onder de nieuwe werkpakketten geplaatst. De volgende doelen staan centraal bij de uitwerking van de pilots. • • •

In beeld brengen van de omvang van het “probleem” Gedeelde feiten over de werking van het watersysteem Scenario’s in beeld brengen die kunnen werken

Processchema voor de aanpak, zie bijlage voor grotere versie. De nummers uit het processchema corresponderen met de werkpakketten of kennistafels.

5 bodemdalingsgebieden en 9 onderzoeken / pilots Voor dit gebiedsproces zijn drie gebieden reeds betrokken. De vijf gebieden zijn gebieden waar zowel de bodem flink blijft dalen als ook de drooglegging kleiner dan 80 cm wordt. Gebieden 4 en 5 worden gedurende dit proces ook aangehaakt omdat daar de daling op den duur ook prangend wordt.

MAATREGELEN KORTE TERMIJN 1. Onderzoek naar waterhuishoudingsmaatregelen in bodemdalingsgebieden In de bekende bodemdalingsgebieden waar nu wateroverlast wordt ervaren is de behoefte bij agrariërs groot om het water versneld af te voeren en het (grond)waterpeil te verlagen. De neven effecten van grootschalige peilwijziging zijn dat het de bodemdaling kan versnellen en het resulteert in kleinere, mindere adaptieve peilvakken dat op zijn beurt tot afwenteling kan leiden. Vanuit de wetenschap worden in sommige gevallen de nodige kanttekeningen geplaatst bij de doelmatigheid van sommige maatregelen (bijv. peilverlaging) om wateroverlast in die gebieden (snel) tegen te gaan. Er is een sterke behoefte vanuit het gebied om de mogelijkheden en onmogelijkheden van ingrepen te onderzoeken. Primair vanuit de inhoud van het water- en bodemsysteem; hoe reageert dit systeem op bepaalde ingrepen en vervolgens vanuit de technische, financiële en organisatorische kant. In dit werkpakket worden de mogelijke ingrepen geïnventariseerd (peilverlaging, vergroten tochten, verdiepen watergangen, vergroten afvoer, herinrichten peilvakken, etc.). De waterhuishoudkundige gevolgen van deze ingrepen worden per bodemdalingsgebied onderzocht.

De technische maatregelen worden beschreven, inclusief de kosten en de wijze van organisatie (wie doet straks wat, rol waterschap, provincie, LTO Noord, gemeenten, Rijksvastgoedbedrijf en individuele agrariërs). De onderzoeksopzet wordt per gebied met een werkgroep bepaald. Deze groep bestaat uit vertegenwoordigers van agrariërs, overheden en waar nodig onafhankelijke adviseurs. Het is daarbij van groot belang dat elke stap in het onderzoek gezamenlijk wordt genomen om daarmee het draagvlak van de stappen zo optimaal mogelijk te laten zijn. Omdat het hier gaat om wateroverlast die nu wordt ervaren richten we ons op de volgende bodemdalingsgebieden: • • •

Zuidlob (steeds meer hotspots met langere tijd water op het land bij langdurige regen terwijl peilen in tochten en vaarten op peil zijn); Schokland NW (al veel gevolgen van bodemdaling merkbaar), uitstrekkend naar overige delen van de Noordoostpolder (problemen nog niet pregnant maar wel in aantocht); Dodaarsweg/Noorderveld-Eemvallei (majeur effect van bodemdaling is het “kantelen” van kavels als gevolg van het heterogene karakter van de bodemopbouw en daarmee de optredende bodemdaling).

Pilot / onderzoek De belangrijkste focus vanuit het oude spoor 2 is het zorgen voor een grondwaterpeil dat aansluit bij de functionaliteit en past bij de gewenste bewerking (denk aan een relatief lage grondwaterstand tijdens zaaien/poten en oogsten). De focus voor de komende periode ligt op het uitwerken van een flexibel peilbeheer op een aantal proeflocaties in de drie focusgebieden. Daarbij wordt gekeken naar het gehele systeem van ontwatering van een perceel om te zorgen dat de gewenste peilen zo goed mogelijk worden gerealiseerd. De resultaten van het onderzoek naar de effecten van peilverlaging en de meest actuele kennis over bodemdaling en bodemtypen worden hierin meegenomen. Deze pilots zijn gericht om uit te voeren op de korte termijn, maar moeten ook inzicht geven in welke maatregelen op lange termijn effectief zijn of juist niet. Het doel is het tegengaan van natte plekken op percelen, de te verzamelen informatie verschilt per pilot.

Daarnaast is het de bedoeling dat op lokale schaal maatregelen worden genomen om natte plekken in een perceel op te heffen. Andere pilots die eerder genoemd zijn en wellicht nog opgezet gaan worden zijn: dubbel drainage op een perceel, ingrepen op kavelniveau en tegelijkertijd meekoppelkansen met aanleg van een moerasgebied langs de A6 en peilopzet veengronden – spaarwater. De verwachting is dit hier meer onderwerpen onderzocht kunnen worden zoals peilverlaging, vergroten tochten, verdiepen watergangen, vergroten afvoer, herinrichten peilvakken, etc. Er is bijvoorbeeld gesproken om onderzoek te doen naar verlaging van het waterpeil van 20 cm, de De volgende concrete meerjarige pilots worden nu opgestart: 1. Opzet onderzoek proeflocaties flexibel peilbeheer (bv dubbel drainage, onderwaterdrainage, etc.) Reservering opzet onderzoek EUR 10.000,2. Intensieve drainage natte plekken (uitvoeringsdatum wordt sterk bepaald door weerscondities). Kosten ingeschat op EUR 12.000,3. Nader in te vullen pilots. Reservering EUR 10.000,“Motie pilot bodemdalingsgebieden” Op 26 juni 2024 is een motie in de Provinciale Staten aangenomen. In deze motie wordt verzocht om een pilot onderbemaling uit te voeren. Deze pilot gaat integraal onderdeel uitmaken van een van drie bovenstaande pilots.

De vraag naar een pilot onderbemaling wordt in de motie heel expliciet genoemd, onderbemaling is het water in een polder naar een lager peil brengen. Echter in de overwegingen van de motie worden andere oplossingen genoemd om de daling tegen te gaan zoals verbreden van duikers. De motie wordt afgehandeld in de geest van het gebiedsproces, met elkaar EN in het gebied. Het zomaar toepassen van een onderbemaling heeft geen zin, dit is al vaker aangetoond. In het onderzoek van Deltares (Onderzoek naar effecten peilverlaging) wordt bijvoorbeeld ook aangegeven dat onderbemaling an sich kan leiden tot negatieve effecten op de lange termijn. Het is zaak om op perceel / gebiedsniveau te gaan kijken. Als het slootpeil bijvoorbeeld hoger is dan de afvoercapaciteit is het wel zinvol om bijvoorbeeld seizoensgericht te pompen. Daarnaast verdient het de aanbeveling om te onderzoeken of flexibel peilbeheer in zomer en winter de vernatÝng kan tegengaan. We zien dit ook als een vorm van onderbemaling, samenvattend gesteld wordt onderbemaling meegenomen in de pilots van werkpakket 1. Ieder werkgroep neemt dat mee. Terugkoppeling motie Verantwoordelijk gedeputeerde Simonse zal via de Stuurgroep bodemdaling terugkoppelen, daarnaast vindt periodieke terugkoppeling plaats naar PS. De motie wordt afgehandeld gedurende de looptijd van het gebiedsproces.

Aan het college GS wordt verder verzocht om gezamenlijke sessies te organiseren over de resultaten van deze motie. Deze sessies worden binnen het gebiedsproces georganiseerd.

ONDERZOEKEN GERICHT OP DE LANGE TERMIJN 2. Data op orde per gebied In het vervolgtraject willen we eerst de feiten en data van de verschillende bodemdalingsgebieden op orde krijgen (zie ook conclusie 4 van het evaluatierapport van het gebiedsproces). Het doel van deze stap is dat beter inzichtelijk wordt hoe groot het probleem van bodemdaling en wateroverlast feitelijk

is. Hoe groot de gebieden zijn, nu en in de toekomst, hoeveel bedrijven het raakt en op welke manier het verdienvermogen nu en in de toekomst wordt beperkt. Het vormt de feitenbasis voor de scenario’s die worden aangedragen. De bodemdalingsprognoses opgesteld door Deltares geven een goed inzicht van de daling de komende eeuw. Er zijn echter nog uitspraken gedaan de omvang in gebieden, bedrijven, etc. Het gaat daarbij om een aantal facetten:A. bedrijven

Data over de omvang van het gebied en soort

Om hoeveel hectaren gaat het per bodemdalingsgebied per prognosejaar 2030, 2050 en 2100. Welke gebieden zijn het? Hoeveel agrarische bedrijven liggen in deze gebieden en wat voor soort bedrijven zijn dit (gangbare akkerbouw, biologische akkerbouw, veehouderij, anders). Wat is hun bedrijfssituatie (eigen grond, pacht en wat zijn in hoofdlijn de pachtcontracten). B.

Data over de fysische situatie Hoe ziet het bodemdalingsgebied er qua bodemopbouw, waterhuishouding, drooglegging, etc. uit. En wat is de te verwachten drooglegging. Hoe heterogeen is het karakter. Wat zijn de belangrijkste invloeden op het watersysteem (kwel, inzijging, mate van bodemdaling, perceelgrootte, dichtheid watergangen).

C.

Data over het landgebruik cq andere teelten Zijn er nog specifieke gebruiksvormen die het karakter van het bodemdalingsgebied bepalen. Bijvoorbeeld zorg voor bodemvruchtbaarheid, tegengaan verslemping, aanwezigheid en kwaliteit drainage, onderhoud kavelsloten, etc. Daarnaast kan je hier ook info verzamelen over daadwerkelijke saldo’s die in de afgelopen vijf of tien jaar zijn gehaald met (en hoe deze onder druk staan).

Vooraf worden de (potentiële) onderwerpen die worden verzameld in de verschillende bodemdalingsgebieden in een team bestaande uit agrariërs, terreinbeheerders, waterschap, provincie, onderzoeksbureau besproken. Per bodemdalingsgebied wordt de (verwachte) daling letterlijk in beeld gebracht. Hiermee krijgen we inzicht in problemen per gebied en inzicht in probleemeigenaren. Ook de omvang wordt dan meegenomen (aantal ondernemers per gebied en indicatie van het aantal hectares). We bekijken de middellange (2030 – 2050 ) termijn en lange termijn (2050 – 2100), maar de basis is 2100. Eerder beschreven we al dat het gaat om de drie “bekende” bodemdalingsgebieden. Van de drie bekende bodemdalingsgebieden is van de twee gebieden de oorzaak van bodemdaling globaal bekend. In de Zuidlob zijn diverse onderzoeken verricht maar over de oorzaak bestaan nog twijfels (zie onderzoek 5). Daarnaast zijn er op basis van de bodemprognose drie gebieden waar de bodemdaling nu nog niet tot problemen leidt. Dit zijn: Dronten (gebied 5), Emmeloord – West en Emmeloord – Noord (gebied 4). Pilot / onderzoek 4. Onderzoek bodemdaling in kaart per gebied. Inzet uren GIS Provincie Flevoland en RVB. Geen externe kosten. Kosten zijn nu ondergebracht bij nr 9. 5. Deskstudy met het gebied naar de oorzaak van de vernatÝng in de Zuidlob. Kosten ca EUR 20.000,-

3. Geschikt vs ongeschikt Geschiktheidsonderzoek De omstandigheden voor het agrarisch gebruik van gronden in bodemdalingsgebieden verslechteren als gevolg van bodemdaling en vernatÝng. Wanneer de technische oplossingen om de optredende wateroverlast het hoofd te bieden niet meer voorhanden zijn zal de landbouwkundige kwaliteit van deze gronden verslechteren. Wanneer de kwaliteit een grens bereikt voor hoogwaardige akkerbouw is deze grond wellicht meer geschikt voor andere doeleinden (extensievere teelt, weideperceel, natuur of bijvoorbeeld zonnepanelen). Het bepalen van deze grens is voor de bedrijfsvoering interessant (hoeveel investeer ik nog in deze grond of waar gebruik ik hem voor). Daarnaast is dit ook interessant vanuit beleidsmatig oogpunt (waar plan ik ander gebruik en wil ik daar ook op sturen met mijn ruimtelijk instrumentarium). In dit werkpakket ontwikkelen we een methode om de geschiktheid op een relatief eenvoudige, praktische manier, vast te stellen. Dit doen we samen, er moet een gedeelde opvatÝng zijn over wanneer gronden “geschikt” zijn voor bewerkbaarheid, doorlatendheid etc. De methodiek die door Aequator is ontwikkeld voor Oosterwold wordt hiervoor gebruikt en breder ingezet. Pilot / onderzoek 6. Geschiktheidsonderzoek per bodemdalingsgebied icm met protocol wat is ontwikkeld door Waterwijzer Landbouw (WWL). EUR 20.000 per gebied. 3 gebieden > EUR 60.000.

Opzet door Aequator. Later uit te breiden naar de andere gebieden die vanaf 2050 te maken krijgen met bodemdaling. Onderzoek biobased teelten Er is een stijgende behoefte aan bio based bouwmaterialen. Nederland, waaronder Flevoland, heeft een grote woningbouwopgave waarbij er behoefte is aan bouwmaterialen met een natuurlijke, minder CO2 belastende, oorsprong. In dit werkpakket wordt onderzocht of de teelt van biobased bouwmaterialen een verdienmodel kan zijn voor de vernattende bodemdalingsgebieden in Flevoland. We denken hier oa aan lisdodde en andere biobased gewassen. We zetten hier de kennis en expertise van Natuurlijke Zaken in, in spoor 1 zijn hier contacten ontstaan. We onderzoeken dit op globaal niveau omdat er vanuit andere onderzoeken al veel bekend is en dat het vooralsnog een niche markt is. Anders gezegd moet het verdienpotentie hebben voor de Flevolandse agrariërs. Pilot / onderzoek 7. Het onderzoek naar onder andere lisdodde en andere natte teelten uit te voeren door natuurlijke zaken: Kosten: ca 20.000,Minder grond, maar wel goede grond (Rood voor Blauw3) Tegelijkertijd doen we onderzoek naar de mogelijkheden om niet meergeschikte hoogwaardige akkerbouw grond in te zetten voor andere functies, zoals buffering van water. Dit is nodig omdat enerzijds gebieden nat worden en blijven, anderzijds er behoefte is aan buffering in droge zomers.

Indien op de niet – meer geschikte gronden andere functies komen, kunnen deze gecompenseerd worden of gronden worden afgewaardeerd (zie onderzoek 10. Dit noemen we dan rood voor blauw. Het onderzoek levert input voor de op te stellen perspectieven / scenario’s (4).

3

Dit wordt hier rood voor blauw genoemd omdat het ga

Pilot / onderzoek 8. Vanuit werkpakket 2 (spoor 1) ligt nu een voorstel voor twee gebieden (Tollebeek* en Ibisweg eo, een voorstel voor het derde gebied volgt). De kosten per gebied bedragen ca EUR 10.000,. Daarmee komen de totale kosten op EUR 30.000,Het gebied Tollebeek eo hebben we onder gebied Schokland NW geplaatst, het valt echter geografisch en qua problematiek (met name wateroverlast door zoute kweldruk) erbuiten. Dus gebied 2 Schokland NW bestaat uit Vliegtuigweg eo en Tollebeek eo. In het gebied Tollebeek is de bodemdalingprognose aanzienlijk lager, ook de drooglegging is hier in orde (behoudens het gedeelte ten zuiden van Tollebeek).

4. Perspectief voor bodemdaling gebieden Op basis van de bovengenoemde onderzoeken maken we een handelingsperspectief of scenario per gebied. Welke mogelijkheden voor gebruik, inrichtingsmaatregelen, verdienpotentieel is er per gebied mogelijk? Het is voor een agrariër in een bodemdalingsgebied duidelijk op wat voor termijn de bodemdaling en daarmee de vernatÝng van zijn grond, zodanig is dat bepaalde teelten niet meer mogelijk zijn. Het biedt hem/haar duidelijkheid over het kantelpunt waarop hij mogelijk naar alternatieve gewassen of andere activiteiten moet gaan kijken. Hiermee kan met de input uit pakket 3 en andere resultaten inzicht worden gegeven welk perspectief er is voor hen. De opgaven voor het landelijk gebied en de omgevingsvisie zijn dan in beeld. In het uiteenzetten van de verschillende perspectieven zullen we altijd het perspectief van blijven boeren meenemen. Pilot / Onderzoek 9. Vervolguitwerking met een extern adviseur op het gebied van ruimtelijke vraagstukken. De kosten worden ingeschat op EUR 20.000,-

5. Afwaardering in beeld brengen Een belangrijk deel van het agrarisch gebied van Flevoland is in handen van het Rijk. Deze gronden worden beheerd en uitgegeven door het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Het RVB ziet de kwaliteit van haar gronden in bodemdalingsgebieden afnemen en daarmee de waarde van haar bezit. Zij is, mede vanuit de Rijksdoelstelling ten aanzien van voedselzekerheid, geïnteresseerd om deze gronden zo lang mogelijk te laten renderen en geschikt te houden voor agrarisch gebruik. In het kader van het Flevolands Programma Landelijk Gebied heeft het RVB een onderzoeksvoorstel ingediend dat is gericht op: -

Vertraging van de degeneratie van de kwaliteit van de bodem. Wat is hiervoor nodig? welke technieken zijn voorhanden? Hoe kan de pachtprijs in dienst staan van een duurzaam gebruik van deze gronden.

Pilot / onderzoek 10. Uitwerking kan gebeuren door beantwoording van twee vragen en vervolgens het uitvoeren van vier onderzoeksstappen. De kosten worden ingeschat op EUR 40.000,Uitwerking • •

Pachtprijs in dienst van duurzaamheid van de bodem? Vertraging van de degeneratie van de kwaliteit van de bodem?

Onderzoeksstappen • • • •

Verkenning van de verschillende pachtvormen, mogelijkheden binnen deze pachtvormen en de effecten daarvan Onderzoeken welke mogelijkheden bijdragen aan de gewenste mogelijkheid om ook in de toekomst de agrarische gronden nog als goede landbouwgrond te gebruiken. Verkenning van de variabelen en effecten daarvan voor de grondeigenaar, (o.a. het RVB). Ontwerp van een model voor toekomstig pachtbeheer voor bodemdalingsgrond in Flevoland.

Dit onderzoek is weliswaar als vijfde werkpakket genoemd, maar is zeker niet het laatste werkpakket waarmee we beginnen. Sterker nog het is belangrijk om, als onderdeel van het schetsen van perspectieven, inzicht te krijgen in de mogelijkheden voor afwaardering.

Anticiperen op bodemdaling Hierboven zijn alle nieuwe werkpaketten beschreven. Daarnaast heeft de RVB een onderzoek uitgevoerd naar bodemdaling. De hoofdlijnen en inzichten daaruit kunnen meegenomen in het gebiedsproces bodemdaling. Het onderzoek heet: Anticiperen op bodemdaling: Het is een beschouwing van sociale, technische en juridische perspectieven op duurzaam gebruik van agrarische rijksgronden. De onderzoekers komen met het advies om vijf pilots ( dit zijn dus andere pilots dan diegene die eerder in dit plan van aanpak zijn beschreven) verder op te zetten en te onderzoeken. Hieronder wordt beschreven hoe we de pilots meenemen in de werkpaketten. • • • • •

Pilot 1 grond ophogen met slib >> Wat is de rol van RVB bij inkomstenderving? Interessant om verder te onderzoeken binnen werkpakket 5. Pilot 2 van rooigewassen naar maaigewassen >> dit idee wordt verwerkt in werkpakket 3. Pilot 3 natte teelt >> dit idee wordt verwerkt in werkpakket 3. Pilot 4 structuurverbetering door organisch boeren >> dit idee wordt verwerkt in werkpakket 3. Pilot 5 gestuurde drainage >> binnen werkpakket 1.

Synthese alle pakketten Na het doorlopen van alle 5 de pakketten is meer inzicht in de effecten, mogelijkheden en koers voor de toekomst. Dan kan ook “pas” bepaald worden welk scenario of mogelijkheid er is voor welk gebied. Welke opties hebben ondernemers in de bodemdalingsgebieden (vertrekken, aanpassen, pacht verlagen, etc.). Zowel voor ondernemers als overheid is het nodig om uitspraken te hebben voor de verschillende gebieden. Deze uitspraken kunnen leiden tot bijvoorbeeld aanpassingen in beleid en / of aanpassingen in lagere pachtprijzen en mogelijk. De inzichten leiden tot bouwstenen voor het FPLG, maar wellicht kunnen ook concrete processen opgestart worden waarin het instrument kavelruil een rol kan spelen. Grote ruimtelijke claims kunnen in beeld gebracht worden.

Scenario: Niks doen Een apart werkpakket is “niks doen”, hiermee bedoelen we dat we als overheden geen kennis meer gaan vergaren rondom het thema. Hiervoor brengen we in beeld of we dan te maken krijgen met juridische claims en / of planschade. We weten nu niet of er recht is op planschade, daarom willen we dat uitzoeken.

Uiteindelijk kan overwogen worden om agrariërs aan het roer te zetten bij de uitvoering van maatregelen om oplossingen te bedenken. We laten hierbij het initiatief voor het genereren van oplossingen geheel bij het veld. Door middel van het openzetten van een subsidieregeling kan dit uitgewerkt worden en in afstemming met bijv. de procesregisseur. In Noord – Holland is bijvoorbeeld voor de veenweidegebieden een strategie opgesteld en zijn middelen beschikbaar gesteld. In het processchema is het als aparte actie opgeschreven.

Rollen, organisatie en verantwoordelijkheden Eind 2023 is het proces van de bodemdaling met de stuurgroep geëvalueerd. De belangrijkste bevindingen waren onder andere dat de stuurgroep nog meer besluitvormend wil optreden (en niet informerend). Daarnaast moet de projectgroep meer in zijn kracht gezet worden door meer een haalen brengplicht te krijgen in de sporen. De toetreding van een terreinbeherende organisatie is ook eerder genoemd, het voorstel is om Staatsbosbeheer of Flevolandschap te vragen toe te treden in de Stuurgroep (en projectgroep). Sporen worden in de huidige vorm opgeheven en het voorstel is om ze op de volgende wijze in te richten met werkpakketten (zie ook het processchema in bijlage 1). Vanwege de complexiteit en onafhankelijkheid is het voorstel dat er per pakket een trekker komt Deze trekkers worden dan ondersteund door leden van de projectgroep. De trekkers hebben de taak om meer informatie uit te wisselen, dat gebeurt separaat maar ook tijdens de kennistafels (zie schema) Werkpakket nr

1 2 Data Waterhuishouding op orde (Korte termijn)

3 Landbouw geschiktheid & financiering Aequator en CLM Provincie Flevoland

4 Perspectieven

5 Afwaardering in beeld

Trekker Deltares Provincie RVB Ondersteuning Waterschap Gemeenten LTO vanuit projectgroep (voorstel van primaire ondersteuning) Deelnemers Ondernemers uit de gebieden, Staatsbosbeheer, gemeenten en ERF.

Kennistafels Om de interactie en kennisuitwisseling tussen de werkpaketten en verschillende gebieden te bevorderen organiseren we 1 per drie maanden kennistafels. Deze kennistafels gaan dus door de verschillende 3 gebieden en werkpakketten heen.

Pilot coördinator Veel van de pilots raken alle 5 de werkpakketten. Daarom is het voorstel om voor de looptijd van de intentieovereenkomst een pilot coördinator aan te trekken. De pilot coördinator zal de voortgang, kosten en resultaten van alle pilots bewaken, de coördinator zal verantwoording afleggen aan de procesregisseur. Deze pilot coördinator zal via dezelfde verdeling gefinancierd worden.

Communicatie We willen in deze fase meer communiceren over wat we doen, iedere keer als we een pilot starten en resultaten boeken moet dit gecommuniceerd worden. De kennis moet meer ontsloten worden! Het voorstel is om dit minimaal eens per kwartaal te doen, hiermee bereiken we contact met de “buitenwereld”. Ook zullen we meer met elkaar moeten communiceren, dus nog meer in verbinding met elkaar komen. Een voorbeeld hiervan is het organiseren van de kennistafels. Doel van deze dag is kennis uitwisselen en iedereen op hetzelfde niveau te brengen. Dit is bedoeld voor de direct betrokkenen. Samen met de werkgroep communicatie wordt een communicatiestrategie gemaakt voorzien van een kalender op basis van dit plan van aanpak.

Middelen en planning In het verleden werden door met name de Provincie en Waterschap ad hoc 1 op 1 aanvragen gedaan. De out of pocket kosten werden door Provincie en Waterschap gedekt. Het idee is nu om voor alle hierboven benoemde pilots en onderzoeken 1 x budget aan te vragen aan iedere deelnemende partij. Tabel 1: Indicatieve kosten

Pilot / Onderzoek

Kosten 2024

1 Opzet onderzoek proeflocaties flexibel peilbeheer (bv dubbel drainage, onderwaterdrainage, etc.) 2 Intensieve drainage natte plekken (uitvoeringsdatum wordt sterk bepaald door weerscondities) 3 Nader in te vullen uit werkpakket 1 4 Onderzoek bodemdaling in kaart per gebied. Inzet uren GIS Provincie Flevoland en RVB. Geen externe kosten 5 Deskstudy naar de oorzaak van bodemdaling in Zuidlob via Waterschap 6 Geschiktheidsonderzoek per bodemdalingsgebied icm met protocol wordt ontwikkeld door WWL. EUR 20.000 per gebied 3 gebieden 7 Het onderzoek naar onder andere lisdodde en andere teelten uit te voeren door natuurlijke zaken 8 Vanuit spoor 1 ligt nu een voorstel voor twee gebieden (Tollebeek, Ibisweg eo ) voorstel voor het derde gebied volgt. De kosten per gebied bedragen ca EUR 10.000,9 Vervolguitwerking geschiktheid met bijv. CLM en Aequator en ruimtelijk bureau. 10 Verduurzaming pacht (RVB)

EUR 10.000,-

Communicatie

EUR 10.000,-

Pilot coördinator

EUR 15.000,-

Totaal

EUR 135.000,-

Kosten 2025

Totaal

EUR 12.000,-

EUR 12.000,-

EUR 10.000,-

EUR 10.000,-

EUR 10.000,Valt onder 9

EUR 20.000,-

EUR 20.000,-

EUR 20.000,-

EUR 10.000,-

EUR 20.000,-

EUR 40.000,-

EUR 60.000,-

EUR 20.000,-

EUR 20.000,-

EUR 20.000,-

EUR 30.000,-

EUR 20.000,EUR 20.000,EUR 10.000,EUR 35.000,EUR 145.000,-

EUR 20.000,EUR 40.000,EUR 20.000,EUR 50.000,EUR 280.000,-

De totale begroting voor alle onderzoeken is indicatief EUR 280.000,-. Het voorstel voor de verdeling van de procentuele inzet in middelen4 over de partners is hierbij: • • • • •

Provincie Waterschap Gemeenten LTO RVB

50% >> EUR 140.000,30% >> EUR 84.000,10% >> EUR 14.000,- per gemeente 0% >> LTO kan mogelijk bijdragen via innovatiefonds 10% >> EUR 28.000,-

Voor alle onderzoeken samen zal mogelijk een meervoudige onderhandse aanbesteding (tot EUR 210.000,-) doorlopen moeten worden. Indien andere aanbestedingsconstructies tijdvoordeel bieden wordt daarvoor gekozen. De procesregisseur zal de aanbestedingen regisseren. De pilot coördinator kan buiten deze aanbesteding gehouden worden.

Risicobeheersing Risico Onduidelijk wat de resultaten zijn

Oorzaak Niet goed beschreven

Gevolg Verkeerde verwachtingen

Het beeld ontstaat dat er teveel gepraat wordt

Veel aparte overleggroepjes

Weinig concrete resultaten

Pilots komen niet van de grond

Er worden geen keuzes gemaakt

Tempo en enthousiasme valt terug

Ondernemers verliezen nog meer vertrouwen in overheid De onderzoeks- en pilotlast is te groot.

Geen concrete maatregelen

Draagvlak voor het proces verdwijnt

Veel onderzoeken tegelijkertijd

Geen concrete resultaten

Bijlage: Processchema Plan van Aanpak

4

Exclusief de eigen inzet van capaciteit van uren van manuren.

Beheersing Per pilot / onderzoek goed de doelen en beoogde resultaten beschrijven Meer sturen op resultaten onder andere door de inzet van een pilot coördinator Meer fasering aanbrengen, pilots die direct kunnen gewoon doen. (agrarische) ondernemers ook deel laten nemen in de projectgroep. De inzet van advies- en ingenieursbureaus die werken uit handen nemen en kennis inbrengen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2221/documents/42248