6.3 Publieksversie Toelichting Beleidsregel uiterlijk bouwwerken.pdf
Tekst van het document
Montageboerderijen De standaardschuren voor de grotere bedrijven werden grotendeels uitgevoerd in montagebouw. Deze bedrijfsruimten hadden zowel wanden als stalzolders
Montageboerderij
van geprefabriceerde betonnen elementen. De gevels met betonnen ribbenstructuur vormen het meest opvallende beeldkenmerk van de boerderijen in de Noordoostpolder. De kapconstructie was van hout. De plattegrond is rechthoekig. Er kunnen drie generaties montageschuren worden onderscheiden. Bij de eerste generatie schuren werden de ribben naar binnen gekeerd. Bij de tweede generatie werden de ribben uit praktische en esthetische overwegingen naar buiten gekeerd. Bij de derde generatie werden de spanten van beton gemaakt en de topgevels bedekt met hout of eterniet. Binnen die generaties zijn er nog 6 typen en 40 varianten te onderscheiden. De boerderijwoningen werden bij dit type boerderij los van de schuur gebouwd. Ze bestaan uit twee bouwlagen (met dus een hoge goot) en hebben een flauw hellend dak. Een aantal vrijstaande boerderijwoningen zijn intussen vervangen door nieuwe woningen. Diverse bouwstijlen komen voor: moderne architectuur, boerderijtypes met wolfseinden en ook semibungalows. Daarnaast zijn veel boerderijwoningen uitgebreid en/of ingrijpend verbouwd.
Montageboerderij
Langgevelboerderij
Langgevelboerderijen Deze boerderijen werden gebouwd bij bedrijven die kleiner waren dan de standaardkavel van 24 hectare. Ze kenmerken zich doordat de schuur en de boerderijwoning onder één kap zijn samengebracht. De boerderijen kunnen in drie typen worden onderverdeeld: 1. Akkerbouwbedrijven, de gebouwen zijn 10 meter breed en voorzien van een zadeldak. Sommige boerderijen hebben rechte topgevels, andere wolfseinden. Ze vertonen verwantschap met de Brabantse langgevelboerderijen. 2. Boerderijen met een schuur die bestaat uit een hoofdgebouw met een aangebouwde vleugel. Het gaat om (melk)veehouderijen. De woning bevindt zich voor in het hoofdgedeelte, hierachter bevindt zich een dwarsdeel. Dit type heeft vaak een kapberg bij de boerderij. 3. De derde groep is gebaseerd op de Friese kop-rompboerderij met een centrale as, een langsdeel en aan één zijde de stallen. Er zijn kleine bijgebouwen zoals een varkensstal of een wagenberging. Ook hier geldt dat er later allerlei uitbreidingen en aanpassingen zijn toegevoegd. Dakkapellen bijvoorbeeld en nieuwe schuren.
Arbeiders woningen Deze woningen werden in de jaren ’40 en ‘50 gerealiseerd in rijen van twee, drie en vier woningen. In het algemeen bevinden ze zich evenwijdig aan de weg direct naast boerenerven. Ze bestaan allemaal uit één bouwlaag met een doorlopend zadeldak. Eén type had een aangebouwd schuurtje, de rest niet. Het ander type onderscheidt zich door een voordeur met portiek en een woonkamerraam dat hier een hoekraam is.
Detaillering De daken van de betonnen schuren hebben rode dakpannen. De boerderijwoningen zijn met traditionele materialen gebouwd. Hun vormgeving bevat elementen van de Delftse school en van het Nieuwe Bouwen. Dit uit zich in metselwerkdetails (schoorstenen, metselverbanden) en de typerende grote puien en flauw hellende daken van het Nieuwe Bouwen. De meeste bedrijfswoningen zijn opgetrokken in rood metselwerk met rode gebakken dakpannen. Er komen ook schuren voor met daken van grijze of rode golfplaat. Veel nieuwe schuren zijn opgetrokken in plaatmateriaal zoals damwand. De lage schuren vaak in grijs, bruin of donkergroen, de hoge schuren voor opslag en verwerking van agrarische producten soms in grijs. De kleuren van de koelhuizen zijn licht, waardoor ze sterk opvallen. Alle arbeiderswoningen zijn in een rode baksteen gemetseld, de daken hebben rode pannen. Dakkapellen kunnen plat of schuin zijn aangekapt en komen veel voor.
Gebi edscriteria voor het Tuindersgebied (artikel 11) Toepassing van de Beleidsregel Uiterlijk van Bouwwerken zorgt voor maatwerk om het eigen karakter van het Tuindersgebied te waarborgen. Dit maatwerk bestaat uit een situering, vormgeving, detaillering en kleur- en materiaalgebruik waarin reke ning wordt gehouden met de oorspronkelijke opzet en inrichting van het tuindersgebied. 1. Dit artikel geldt voor bouwwerken in het tuindersgebied. 2. Voor deze bouwwerken gelden de volgende criteria: a. Wat betreft vormgeving: o Uitbreidingen of verbouwingen sluiten aan op de bebouwingskarakteristieken van de voorzijde van woningen, zodat een harmoniërend geheel ontstaat Relevant daarbij is: het woningtype, de kapvorm, de schaal en de maat. o bij nieuwbouw is vernieuwende vormgeving mogelijk maar met respect voor maat, schaal en kapvorm van de bestaande bebouwing in de directe omgeving. b. Wat betreft detaillering, materialen en kleuren: o De detaillering sluit aan op de oorspronkelijke vormgeving van de woning; o Materialen zijn gelijk aan - of sluiten aan op - die van de bestaande voorzijde van de woning. c.
Voor dakkapellen aan de voorzijde van een woning geldt: o dat de plaats van de dakkapel: - aan de onderzijde meer dan 0,50 meter en minder dan 1 meter boven de dakvoet is; - aan de bovenzijde meer dan 0,50 meter onder de daknok is; - aan de zijkanten meer dan 0,50 meter van de zijkanten van het dakvlak is; - bij meerdere dakkapellen bevinden de onder- en bovenkant van de dakkapellen zich op één horizontale lijn. o de maatvoering en vormgeving zijn, gemeten van de voet van de dakkapel, niet hoger dan 1,75 meter is;
o de omvang van een dakkapel is ondergeschikt aan het dakvlak en bedraagt maximaal 5007o van het dakvlak; o dakkapellen boven elkaar zijn niet toegestaan; o geen dakkapel ter hoogte van de vliering, maar onder in het dakvlak situeren; o een aangekapte dakkapel is niet toegestaan; o detaillering, materialen en kleuren van de dakkapel voldoen aan de volgende criteria: - de detaillering is afgestemd op die van het gebouw waarop de dakkapel staat; - het materiaal- en kleurgebruik zijn gelijk of gelijkwaardig aan - en passend bij - die van de woning. Toetsing aan de criteria uit dit artikel wordt uitgevoerd door het college, eventueel met advies van de stadsbouwmeester of commissie omgevingskwaliteit.
Toelichting Structuur De vrijstaande tuinderswoningen hebben overwegend één bouwlaag met een flauw hellend dak. Anderen zijn voorzien van een aangebouwd schuurtje. Veel van deze woningen zijn nu uitgebreid om aan de hedendaagse normen te voldoen. De meeste hebben een gele steen en een grijze pan. Het eenvoudige uiterlijk is door architecten soms verlevendigd door een paar eenvoudige details als een schuin uit de gevel stekend raam. De schuren zijn opgetrokken in baksteen en hebben grijze golfplaten op het dak. Dit in tegenstelling tot de steile daken met rode pannen van de overige boerderijtypes.
Detaillering De meeste woningen hebben een gele steen en een grijze pan. Het eenvoudige uiterlijk is door architecten soms verlevendigd met een paar eenvoudige details, zoals een schuin uit de gevel stekend raam. De schuren zijn opgetrokken in baksteen en hebben grijze golfplaten op het dak. Dat is anders dan de steile daken met rode pannen van de andere boerderijtypes.
Tuindersgebied
. “—
•tŕr'-,
Gebiedscriteria voor de entreegebieden: advisering beeldkwaliteit (artikel 12) De entreegebieden maken deel uit van de hoofdstructuur en zijn beeldbepalend. De dorpenring is de belangrijke beelddrager van de polder, net als de landschappelijke beplanting en waterwegen. Bepalend voor de kwaliteit is het gegeven dat de aanleg van de Noordoostpolder een landschapselement als geheel. Voor sommige entreegebieden is op de kaart omgevingskwaliteit daarom een blauwe zone aangegeven. 1. Dit artikel geldt voor het aanpassen, uitbreiden of verbouwen van bouwwerken en nieuwbouw in entreegebieden. 2. Voor deze gebieden gelden de algemene uitgangspunten, zoals genoemd in artikel 4. 3. Toetsing aan deze criteria wordt uitgevoerd met advies van de stedenbouwkundige.
Gebiedscriteria voor monumenten en beeldbepalende elementen (artikel 13) In de Noordoostpolder zijn zowel rijks als gemeentelijke monumenten te vinden. Rijksmonumenten zijn beschermd door de Erfgoedwet 2016, gemeentelijke monumenten op grond van de Verordening Fysieke Leefomgeving 2024. Voor de meeste monumenten is een beschrijving en een waardering gemaakt. Deze beschrijvingen kunnen bij de gemeente worden ingezien en dienen als basis voor de beoordeling door de Commissie Omgevingskwaliteit. Een overzicht van de monumenten is opgenomen in de Erfgoednota van Gemeente Noordoostpolder. Een lijst met rijksmonumenten, inclusief beschrijvingen, staat in het Monumentenregister van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
Monumenten hebben een unieke waarde. Uitgangspunt voor de toetsing van een bouwplan is dat deze unieke waarde en daarmee de bebouwingskarakteristieken worden behouden en waar mogelijk hersteld. De plaatsing, vormgeving, detaillering, materialen en kleuren moeten worden afgestemd op de bebouwingskarakteristieken van het monument. Een ter bescherming gegeven beschrijving van het monument is daarbij leidend. Vernieuwende bouwplannen zijn mogelijk voor zover de bebouwingskarakteristieken, die de cultuurhistorische waarde van het monument bepalen, behouden blijven. Voor monumenten en beeldbepalende elementen gelden altijd criteria, ook al zijn ze gelegen in een regelvrij gebied. Beeldbepalende elementen zijn kenmerkend voor de ontstaansgeschiedenis van de Noordoostpolder. Deze panden, straten en erven worden beschermd via de lijst beeldbepalende elementen. Deze lijst zal binnen het kader van de Erfgoednota worden uitgewerkt en vastgesteld en daarna opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL). Zodra de lijst is vastgesteld geldt ook de Beleidsregel Uiterlijk Bouwwerken.
Gebiedscriteria 1. Dit artikel geldt voor aanpassen, uitbreiden of verbouwen van uiterlijke kenmerken bij monumenten en beeldbepalende elementen in de Noordoostpolder. Overal waar ‘monument’ staat, kan ook ‘beeldbepalend element’ gelezen worden. 2. Voor het beoordelen van wijzigingen aan monumenten en beeldbepalende elementen gelden de volgende criteria: a. Wat betreft vormgeving monumenten algemeen: o De hoofdvorm en plaatsing van de wijziging passen bij het monument; o Het bouwplan past in de structuur van het erf waarop het monument staat; o De verschijningsvorm heeft voldoende beeldkwaliteit en de bebouwingskarakteristieken van het monument worden gerespecteerd. Hierbij worden ook de algemene criteria uiterlijk van bouwwerken uit artikel 4 gehanteerd; o Plaats, afmetingen en onderlinge verhoudingen van raam- en deuropeningen in de gevels zijn op elkaar afgestemd; o Detaillering, kleur- en materiaalgebruik passen bij het monument. 3. Voor het beoordelen van zonnepanelen op monumenten gelden de volgende criteria (zie stappenplan): a.
Wat betreft algemene criteria zonnepanelen op monumenten: o De plaatsing van zonnepanelen is zodanig dat het de monumentale waarden en de zichtbaarheid hiervan zo min mogelijk schaadt; o De oorspronkelijke dakbedekking wordt niet verwijderd; o De monumentale waarde van de inwendige constructie van het dak niet wordt aangetast door de versterking voor zonnepanelen; o Zonnepanelen worden op zodanige wijze geïnstalleerd dat zij later weer verwijderd kunnen worden zonder dat het blijvende schade aan het pand veroorzaakt; o Bevestiging vindt niet aan of op een gevel plaats.
b. Wat betreft kleur en reflectie: o Collectoren of panelen worden geplaatst met zo min mogelijk reflectie; o Collectoren of panelen hebben een onopvallende standaardkleur (alleen donkergrijs of zwart). De voorkant van de panelen moet een egale kleur hebben, dus zonder een wit rasterpatroon tussen de zonnecellen; o kies voor randen rondom de collector of het paneel in dezelfde terughoudende kleur. Zorg ook dat andere zichtbare onderdelen zoals kabels, leidingen of bevestigingsmiddelen, niet afsteken in glans en kleur. c. Wat betreft plaatsing op schuine daken: o Collectoren en zonnepanelen worden niet aan de voorkant van het monument aangebracht, tenzij plaatsing op het erf, in de (achter)tuin of op een nietbeschermd bijbehorend bouwwerk niet mogelijk is én plaatsing op een van de overige dakvlakken van het beschermde pand substantieel minder opbrengsten genereert; o De plaatsing is direct op - en evenwijdig aan - het dakvlak; o De plaatsing is op minstens 50 cm van de randen van dakvlakken, kapvoeten, kil- en hoekkepers, dakkapellen en schoorstenen; o De plaatsing is zo laag mogelijk in het dakvlak; o Bij meerdere panelen in het dakvlak hebben de collectoren of zonnepanelen een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn en worden ze in een eenduidig patroon geplaatst. Hierbij wordt rekening gehouden met andere voorzieningen zoals dakkapellen, dakramen en schoorstenen.
d. Wat betreft plaatsing op platte daken: o Zonnepanelen blijven ten minste zo ver verwijderd van de dakrand als het hoogste punt van de zonnepanelen; o Bij collectoren zijn alleen vlakkeplaatcollectoren toegestaan; o De zonnepanelen en collectoren zijn vierkant of rechthoekig. 3. Toetsing aan de criteria uit dit artikel wordt uitgevoerd door het college, met advies van de commissie omgevingskwaliteit.
Onsemble eo dtesrijkde woningen STAPPENPLAN
De gemeente Noordoostpolder is zuinig op haar monumenten en wil duurzame energie stimuleren. Dit stappenplan helpt bij het plaatsen van zonnepanelen op dejuiste plek. De regels waaraan wordt getoets zijn opgenomen in de beleidsregel omgevingskwaliteit.
Kleur «s;n reflectie Op een dak plaatst u collectoren of panelen met ao min mogelijla reflevtie. De panelen zijn egaal uitgevoerd; zonder randen of rasters en in een opvallende standaardkleur (alleen donkergrijs of zwart). Zorg ook aat andere zicbtbrar e onderdelen zoals kabels, leidingen of bevestigingsmiddelen, zo min mogelijk ziohtbaar zijn en niet aesteken in glsns en kleur.
0 Bijzondere gebouwen Maatschappelijke functies zoals kerkgebouwen,scholen ofandere bijzondere en utilitaire gebouwen hebben een uitgesproken vormgeving. Hier zijn geen eenduidige principesvoormaarzal peraanvraag maatwerk nodig zijn.
plaatsing zonnepanelen op) monumenten
De gostenrijkse woningen aan deAcacialaan en Berkenlaan vormen een bijzonder ensemble. Volg hier het stappenplan om te kijken of plaatsing op minderzicttbare plrkkea mogelijkis.
Werkwijze en procedure: 1. Voor de plaatsingvan zonnepanelee iseen omgevinbsvergunning nodig met de activiteiten voor monumenten ehbouwen. Decosnmiksie omgevingskwnliteit adviseert over dene activiteiten. 2. Via https:ZZwww.omgevingsloket.nlkun1: u een semoek indieaen vooreen voorovpr^ vergunningsaanvraag. Hiermee kuntanvndgr drut:ean procgduresdg uitgebreid tekezwerb (jeen schets isvoldoende) een eerste indruk krijgnn vashgtadvies vandecommmissie omgevingskwalitgit. U kunt het plan komen toelichten en de commissie omgevingskwaliteit brengt daarna advies uit: aan de gemeente. 3. Wannneer het planvoldoet aan de criteria (dit kan de aanvragerzelftoetsen) en hier geen misverstand over kan bestaan isvooroverlegnietnoodzakelijk. Eenvoorgesprekmetde gemeente met een toelichting op de aanvraag helpt u deze beslissing te nemen.
3 voorbeelduitwerking
4 voorbeelduitwerking
4. Wanneer het voorlopige advies positiefis, oferzijn nog kleinewijzigingen noodzakelijk dan kan er een definitievevergunningaanvraaagworden ingediend. De aanvrager past hiervoordevergunningsaanvraag aan op https:ZZwww.omgevingsloket.nlZ aanvan ‘vooroverleg’ naar'indienen’.Voor het indienen van een aanvraagzijn indieningsvereisten zoals bijvoorbeeld het indienen van bouwtekeningen. 5.
luPlaatsing op bijgebouw 2-Plaatsing in tuin (grondopstelling) 3-Plaarsmo op dakvlak aan de achterzijde van monumentale woning 4-Plaatsing op dakvlak aan de voorzijde van monumentale woning
Hierna volgt het reguliere proces inclusiefbezwaartermijnvan 6 weken.
6. Er kan ook een aanvraag worden ingedieen wanneor het vooroterleg niet positief is afgerond en ergeen zicht is op een vergunning. Reden hiervoor kan zijn dat de de aanvrager een weigeringvan devergoneingwil om een pezwaarZbets>ep erocgdere te doorlopen.
0 Platte daken De gemeente kent een aantal modernistischegebouwen met platte daken. Bijeen dakop stelling mogen panelen nietzichtbaarzijn vanafde openbare ruimte. Een proefopstelling kan helpen de zichtbaarheid van die panelen in beeld te brengen.
De gemeente ken teen aantal ka rakteristieke e rven met monumentale gebouwen. Volg hiereerst het stappenplan om te kijken of plaatsing op niet monumentale plekken mogelijk is
0 Rijen of rijwoningen
De gemeente kent een aantal karakteristieke rijen. Hiervoor gelden devolgende uitgangspunten:
1. 2.
3.
Heldererangschikkingenritme; Minimaal0,50m.afstandtot dakranden en elementen zoals schoorstenen en dakkapellen; Eenduidige rechthoekigevlakken.
laPoaltsmg op bijgebouw 2-Plaatsing op erf (grondopstelling) 3-Plaatsing op dakvlak aan de achterzijde van monumentale schuur 4-Plaatsing op dakvlak aan de voorzijde van monumentale woning
Werkwijze: toetsing in de praktijk Voor een deel wordt een goede ruimtelijke kwaliteit bereikt door regels te stellen, maar veel meer door vroegtijdig een gesprek erover te hebben. Dat kan bijdragen aan begrip en bewustzijn van kwaliteiten en kan inspiratie opleveren voor het ontwerp. Daarom zetten we meer in op overleg vooraf en minder op toetsing achteraf.
Toetsing op het uiterlijk van bouwwerken in de praktijk Bij de aanvraag voor een Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt gekeken of een plan voldoet aan de gebiedscriteria. Dit is uiteraard niet aan de orde voor bouwplannen die in regelvrije gebieden liggen, Daarvoor gelden de algemene criteria. Want voor de beoordeling van een bestaand bouwwerk geldt altijd een ondergrens: het mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Als dat nodig is, kan daartegen worden opgetreden. Het beoordelen van het uiterlijk van bouwwerken is binnen gemeente Noordoostpolder op meerdere manieren mogelijk. Dat kan ambtelijk, via een Kwaliteitsteam, de stadsbouwmeester of de Commissie Omgevingskwaliteit. Hieronder worden de verschillende mogelijkheden toegelicht.
Ambtelijke toetsing De beoordeling op uiterlijke kenmerken wordt bij de meeste Omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen, beoordeeld door een ambtenaar. Dit gaat om beoordeling van eenvoudige bouwplannen. Gaat het om een complexer bouwplan of grotere in- of uitbreidingen, dan wordt de stadsbouwmeester ingeschakeld.
Stadsbouwmeester Voor complexe bouwplannen, in- of uitbreidingen en wanneer de wens bestaat in grotere (her)ontwikkelingsgebieden te sturen op de ruimtelijke eigenschappen, heeft de gemeente de mogelijkheid een stadsbouwmeester in te schakelen. De stadsbouwmeester kan daarnaast ook op verzoek aanschuiven bij de Omgevingstafel of een Kwaliteitsteam.
Commissie Omgevingskwaliteit De gemeente stelt een Commissie Omgevingskwaliteit in, die bestaat uit een stadsbouwmeester (voorzitter) en deskundigen op het gebied van de monumentenzorg. De commissie adviseert bij bouwaanvragen voor
rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en beeldbepalende elementen. De samenstelling, werkwijze en verantwoordelijkheden van de Commissie Omgevingskwaliteit is geregeld in een dienstverleningsovereenkomst en een verordening.
Gemeentelijk Kwaliteitsteam Voor grotere projecten kan de gemeente kiezen voor een Kwaliteitsteam. De stadsbouwmeester en/of stedenbouwkundige maakt onderdeel uit van het Kwaliteitsteam. Het gaat dan om bouwplannen van aantoonbaar stedenbouwkundig belang en met impact op de omgevingskwaliteit. Die worden dan samen met de opdrachtgevers en architecten besproken. Deze vorm van werken leidt niet alleen tot betere plannen, maar ook tot meer wederzijds begrip. Voor de goede orde: deze gesprekken staan los van het formele Omgevingsoverleg waarin wordt bekeken of een bouwproject een vergunning kan krijgen.
Wat u moet weten Heeft u een bouwplan en gaat u een omgevingsvergunning aanvragen? Met de vergunningencheck ziet u of een omgevingsvergunning nodig is. Dit doet u via het digitaal stelsel omgevingswet (DSO). Wijziging met ingang van de Omgevingswet (1 januari 2024) In de Noordoostpolder is de welstandscommissie vervangen door een ambtelijke toetsing en/of een toetsing door een stadsbouwmeester. Monumenten worden getoetst door de commissie omgevingskwaliteit. De ambtenaar, stadsbouwmeester of commissie omgevingskwaliteit: - toetst het bouwplan aan de eisen en bekijken hoe het pand eruit komt te zien en welke materialen worden gebruikt; - bekijkt of het pand past in de omgeving en bij andere bouwplannen in de omgeving; - adviseert het College van Burgemeester en Wethouders. Het college neemt het advies mee als het een besluit neemt over uw aanvraag voor een omgevingsvergunning; - kunnen op uw verzoek het bouwplan in een omgevingsoverleg bekijken en adviseren over de haalbaarheid.
Participatie
Kosten
Wanneer u een omgevingsvergunning moet aanvragen voor uw plan, is het verstandig om vooraf met participatie aan de slag te gaan. De gemeente vraagt namelijk of u belanghebbenden hebt betrokken bij uw plannen, op welke manier u dat hebt gedaan en hoe u de resultaten hebt verwerkt. Voor sommige gebieden, zoals bijvoorbeeld Werelderfgoed Schokland, is participatie extra belangrijk. Als uw plan uiteindelijk wordt beoordeeld door het Team Vergunningen, nemen we daar de participatie in mee. Participatie in Noordoostpolder | Gemeente Noordoostpolder
De definitieve bouwkosten bepalen de leges. Kijk voor meer informatie in de Legestabel. Neem voor meer informatie contact op met het Woonloket 0527-633911 of woonloket@noordoostpolder.nl.
Heeft u hierbij hulp nodig? Neem dan contact op via: omgeving@noordoostpolder.nl
Omgevingsoverleg Naast het formele adviesverzoek bestaat de mogelijkheid om vrijwillig een bouwvoornemen te bespreken in een overleg met de ambtenaar, stadsbouwmeester of de commissie omgevingskwaliteit. Dit noemen we het Omgevingsoverleg. Op deze manier kan in een vroegtijdig stadium worden bekeken of het uit te werken bouwplan kan voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Aan het omgevingsoverleg is geen rechtsgevolg verbonden. Dat ontstaat pas wanneer formeel de omgevingsvergunning wordt aangevraagd. De procesbegeleider Omgeving geeft advies over het omgevingsoverleg en participatie. Heeft u hier vragen over, neem dan contact op met de procesbegeleiders Omgeving via het e-mailadres: omgeving@noordoostpolder.nl. Wat moet u meenemen naar het omgevingsoverleg? - Plattegronden en doorsneden van de bestaande en nieuwe situatie - Geveltekeningen van de huidige en nieuwe situatie van het pand en panden of grond daarnaast - Situatietekening van het pand en panden of grond daarnaast - Foto’s van het bestaande pand en panden of grond daarnaast - Eventueel monsters van kleuren en materialen die u wil gebruiken
Per 1 januari 2024 worden leges geheven voor het omgevingsoverleg. Dit is een vast bedrag. Er vindt vermindering van leges plaats voor het in behandeling nemen van de omgevingsvergunningen, mits: ^ Het gaat om dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had; ^ Die in overeenstemming is met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en ^ Die binnen 12 maanden na het richtinggevend advies omgevingsoverleg leidt tot een aanvraag om de omgevingsvergunning. Indien het te heffen bedrag bij de vergunningaanvraag na vermindering van de leges van het omgevingsoverleg onder de drempelwaarde uitkomt, wordt het drempelbedrag geheven. Initiatiefnemer komt alleen voor vermindering van de leges in aanmerking als voldaan is aan de eisen van artikel 2:52 van de legesverordening. Wanneer initiatiefnemer het initiatiefproces overslaat en meteen een aanvraag omgevingsvergunning heeft ingediend, is er geen sprake van vermindering van de leges. Nadat de vergunningsaanvraag is ingediend, worden initiatieven behandeld via het Integraal Werkproces. De Intaketafel is een belangrijk instrument in dit proces. Verschillende vakgebieden adviseren aan deze tafel over een initiatief. Doorloop de vergunningencheck en geef bij de juiste stap aan dat u gebruik wilt maken van een Omgevingsoverleg.
Meer informatie over het Integraal werkproces vindt u op de pagina Integraal werkproces (https://www.noordoostpolder.nl/integraal-werkproces).
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
Vind snel de relevante regels voor het uiterlijk van bouwwerken
Betreft het een monument, beeldbepalend element of een zonnepaneel op een monument?
Ja
Zie Monumenten - Aanpassingen of toevoegingen aan cultuurhistorisch erfgoed vragen om een zorgvuldige aanpak. Daarom gelden voor monumenten, zonnepanelen op monumenten en beeldbepalende elementen altijd eisen.
Nee
Plan voor een bouwwerk in:
Ja
^ Emmeloord ^ De dorpen ^ Nagele ^ Werelderfgoed Schokland en omgeving ^ Tuindersgebied
Zie gebiedscriteria en vastgestelde beeldkwaliteitsplannen - Bouwplannen worden getoetst aan gebiedscriteria. - Voor sommige gebieden geldt een beeldkwaliteitsplan met daarin opgenomen eisen. - Voor Werelderfgoed Schokland geldt de Omgevingswet, en is altijd vooroverleg vereist. - Voor Nagele geldt het beeldkwaliteitsplan. - Het landelijk gebied is regelvrij, uitgezonderd het Tuindersgebied en beeldbepalende elementen.
Nee
Ruimtelijke ontwikkeling met impact op de omgeving? Bijvoorbeeld: - In- en uitbreidingen - Entreegebied - Rood voor rood - Infrastructuur
Ja
Zie gebiedscriteria, beeldkwaliteitsplannen en entreegebieden - Bij ruimtelijke ontwikkelingen op in- en uitbreidingslocaties, rood voor rood, beeldbepalende plekken en bij de entreegebieden kan de gemeenteraad een beeldkwaliteitsplan eisen, maar wordt in ieder geval een advies gevraagd aan de stedenbouwkundige.