CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

6.2 Reactienota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zuidwesterringweg 10 te Nagele'.pdf

Gemeenteraad 31 maart 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 6: Bestemmingsplanwijziging Zuidwesterringweg 10 Nagele6.106 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zuidwesterringweg 10 te Nagele’ Zienswijze 1: Craeft Advies B.V. namens omwonenden (drie adressen direct tegenover, schuin tegenover en nabij de planlocatie) 1.1.1

Gemeentelijke reactie 1.1.1 Het plangebied is inderdaad ca. 6,0 ha. In het bestemmingsplan is een maximale goothoogte van 8,5m en een maximale bouwhoogte van 11m opgenomen. Dit is gelijk aan de huidige bouwmogelijkheid op Zuidwesterringweg 10 en gelijk aan de standaard regeling die via de beheersverordening nagenoeg overal in het landelijk gebied geldt. In het plan is voor goot- en bouwhoogte een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid van 10% opgenomen. Aan het toepassen van deze afwijkingsmogelijk gaat een afweging vooraf. Ook deze regeling komt overeen met de mogelijkheden die ook elders in het landelijk gebied geboden worden. Op aandringen van de gemeente heeft initiatiefnemer bij de planuitwerking aangesloten bij de gangbare goot- en bouwhoogten. Het bouwvlak is overigens ca. 42.000 m². Naar aanleiding van de zienswijze (zie: gemeentelijke beantwoording 1.5.4) wordt tegemoetgekomen aan de zienswijze en is een maximaal bebouwingspercentage van het bouwvlak opgenomen van 70%. 1.1.2

Gemeentelijke reactie 1.1.2 Dit betreft een samenvatting van de zienswijze. De aangehaalde bezwaren worden hieronder puntsgewijs besproken. 1.2.1

Gemeentelijke reactie 1.2.1 Dat klopt. Het ontwerpbestemmingsplan maakt een agrarische bedrijvigheid mogelijk in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf en in de vorm van een agrarisch verwerkingsbedrijf. Hierbij geldt

dat voor het agrarisch verwerkingsbedrijf is bepaald dat circa 80% van de ter plaatse te verwerken producten door het eigen bedrijf voortgebrachte producten dienen te zijn. Deze regeling is onvoldoende duidelijk. Aan de zienswijze wordt tegemoetgekomen. Artikel 3 van de planregels wordt aangepast (zie: gemeentelijke beantwoording 1.2.3). 1.2.2

Gemeentelijke reactie 1.2.2 Zie: gemeentelijke beantwoording 1.2.3. 1.2.3

Gemeentelijke reactie 1.2.3 De gemeente is het met indieners eens dat de regeling zoals die is opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende duidelijk is. Artikel 3 van de planregels is naar aanleiding van de zienswijze geheel herschreven. Met de nieuwe formulering is er meer duidelijkheid over welke activiteiten zijn toegestaan – dit komt ook ten goede aan de handhaafbaarheid van de regels. Hieronder bespreken we de voornaamste aanpassingen. Andere aanpassingen zullen later in dit stuk besproken worden in de gemeentelijke reacties op de betreffende zienswijzen. In de regels is het ‘grondgebonden agrarisch bedrijf’ verengd naar een ‘grondgebonden akkerbouwbedrijf’. Zo wordt voorkomen dat er op het perceel productie of verwerking van melk- of vleesproducten plaats zal gaan vinden. Het woord ‘circa’ is geschrapt. In plaats hiervan is de volgende regel opgenomen: ‘een agrarisch verwerkingsbedrijf, waarbij geldt dat minimaal 80% van de te verwerken producten afkomstig moet zijn van het eigen grondgebonden akkerbouwbedrijf. Voor de duidelijkheid is ook toegevoegd dat het percentage ziet op het gewicht van verwerkt gewas. In de definities wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen verwerken (bv. schoonmaken, sorteren, selecteren, drogen, verpakken en opslaan) en bewerken (bv.

snijden, raspen, hakken, malen, schrappen, schillen, polijsten, koken, bakken, frituren en inmaken). Verwerken wordt wel toegestaan. Bewerken niet. In de aangepaste definitie van ‘agrarisch verwerkingsbedrijf’ wordt een maximale verwerkingscapaciteit van 25.000 ton/jaar opgenomen zodat voor de opslag- en distributieactiviteiten (groothandel) uitgegaan kan worden van de richtafstanden bij milieucategorie 3.1 in plaats van 4.2 (zie: bedrijven en milieuzonering, VNG 2009). Omgerekend naar verwerkingscapaciteit per uur komt dit neer op ca. 3 ton/uur. Dit is ruim onder de grens van 500 ton/uur die op grond van de VNGpublicatie milieucategorie 4.2 van toepassing zou verklaren. Voor ‘eigen akkerbouwbedrijf’ wordt geen nadere definitie gegeven. Op basis van jurisprudentie is voldoende duidelijke wat daar wel en niet onder valt. Voor de verwerking moet minimaal 80% procent van het eigen akkerbouwbedrijf afkomstig zijn. De tegemoetkoming aan de zienswijze heeft geleid tot een wijziging en heldere aanscherping van het plan. 1.2.4

Gemeentelijke reactie 1.2.4 Aanvrager is het bedrijf Poppe Landbouw. Dit is in de hoofdzaak een grondgebonden akkerbouwbedrijf. Het woord ‘eigen’ in de planregels verwijst in de praktijk naar dit bedrijf. Met het oog op de leveringszekerheid wordt een gedeelte van de verwerking gedaan met producten van derden. In de aangepaste regels is vastgelegd dat minimaal 80% van de te verwerken producten afkomstig moet zijn van het eigen grondgebonden akkerbouwbedrijf. 1.2.5

Gemeentelijke reactie 1.2.5 Aanvrager geeft aan dat er geen sprake is van een joint venture. Verwerking is in hoofdzaak van biologische producten van Poppe Landbouw. In de aangepaste regels is vastgelegd dat minimaal 80% van de te verwerken producten afkomstig moet zijn van het eigen akkerbouwbedrijf. Een gedeelte van de verwerking mag dus gedaan worden met producten afkomstig van derden. Dit is nodig in verband met de leveringszekerheid. BioQrops is overigens een handelsbedrijf. 1.2.6

Gemeentelijke reactie 1.2.6 Aanvrager geeft aan te allen tijde over voldoende gronden te kunnen beschikken om genoeg eigen akkerbouwproducten te kunnen aanvoeren. Het kaartje is ter illustratie en een momentopname. Het klopt dat het akkerbouwareaal waar Poppe Landbouw per jaar uit andere kavels kan bestaan. 1.2.7

Gemeentelijke reactie 1.2.7

Zie: gemeentelijke reacties 1.2.3, , 1.8.1, 1.8.2 en 1.9.2. 1.3.1

Gemeentelijke reactie 1.3.1 Aan de zienswijze van reclamant wordt tegemoet gekomen, want met de in deze nota van beantwoording beschreven aanpassingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, is het plan voorzien van een toelichting waaruit in voldoende mate de goede ruimtelijke ordening blijkt. Hiermee is de geschiktheid en evenwichtigheid van het plan in voldoende mate aangetoond. 1.3.2

Gemeentelijke reactie 1.3.2 Zie: gemeentelijke reactie 1.3.1. Voor het overige verwijzen wij naar de bespreking van de Omgevingsvisie gemeente Noordoostpolder en de Ontwikkelstrategie werklocaties Noordelijk Flevoland en ontwikkelperspectief werklocaties Noordoostpolder waarin de kaders meegegeven zijn voor agrarische be- en verwerkers. Uitgangspunt is dat agrarische be- en verwerkers qua doorgroeimogelijkheden gelijkgesteld worden aan reguliere agrarische bedrijven. In voorliggende beantwoording wordt afdoende ingegaan op de door indieners aangedragen bezwaren. Op onderdelen heeft dit geleid tot aanpassing ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. 1.4.1

Gemeentelijke reactie 1.4.1 In rechtsoverweging 6.2 van de door indiener aangehaalde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspaak van de Raad van State staat dat zij gronden waaraan een agrarische bestemming is toegekend niet aanmerkt als een stedelijke ontwikkeling. Voorliggend plan ziet op een grondgebonden akkerbouwbedrijf waarbij de eigen producten worden verwerkt. Het verwerken (schoonmaken, sorteren, selecteren, drogen, verpakken en opslaan) van eigen producten heeft altijd al onderdeel uitgemaakt van de reguliere bedrijfsvoering van een akkerbouwbedrijf. In voorliggend plan mag vanwege leveringszekerheid maximaal 20% van de te verwerken producten afkomstig zijn van derden. De gemeente meent dat met deze bedrijfsvoering nog steeds sprake is van een agrarisch bedrijf dat (in hoofdzaak) eigen product verwerkt. Agrarische bedrijven zijn geen stedelijke ontwikkelingen en horen niet thuis in stedelijk gebied.

1.4.2

Gemeentelijke reactie 1.4.2 Het zwaartepunt van de activiteiten die worden toegestaan in het voorliggende ligt op de eigen agrarische activiteiten. Het betreft een grondgebonden akkerbouwbedrijf en een agrarisch verwerkingsbedrijf met minimaal 80% eigen product. Met in gemeentelijk reactie 1.2.3 omschreven aanpassingen in de planregels is dit voldoende geborgd. 1.4.3

Gemeentelijke reactie 1.4.3 Schaalvergroting in de landbouw leidt inderdaad tot het vrijkomen van erven. Zowel provincie als gemeente hebben beleid voor de invullingsmogelijkheden van deze erven. Voorliggende ontwikkeling ziet echter op de doorgroei van een bestaand bedrijf. De RO Visie werklocaties Flevoland ziet niet specifiek op voorliggende ontwikkeling en staat dus de betreffende ontwikkeling niet in de weg. Voor voorliggende ontwikkeling is aansluiting gezocht bij de uitbreidingsmogelijkheden die op grond van de gemeentelijke omgevingsvisie en de Ontwikkelstrategie werklocaties Noordelijk Flevoland en ontwikkelperspectief werklocaties Noordoostpolder gelden. Dat betekent dat een erf met een agrarisch verwerkingsbedrijf op eenzelfde wijze kan doorgroeien als een regulier agrarisch bedrijf. Het uitsmeren van de activiteiten over meerdere erven is qua bedrijfsvoering en logistiek ondoelmatig en ongewenst. 1.4.4

Gemeentelijke reactie 1.4.4 Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan is een bespreking van de provinciale omgevingsverordening toegevoegd aan de toelichting. De toelichting van het bestemmingsplan wordt op dit punt naar aanleiding van de zienswijze aangepast. 1.4.5

Gemeentelijke reactie 1.4.5 Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan is een bespreking van de provinciale omgevingsverordening toegevoegd aan de toelichting. De toelichting van het bestemmingsplan wordt op dit punt naar aanleiding van de zienswijze aangepast.

1.4.6

Gemeentelijke reactie 1.4.6 Zowel in de Omgevingsvisie gemeente Noordoostpolder als in de Ontwikkelstrategie werklocaties Noordelijk Flevoland en ontwikkelperspectief werklocaties Noordoostpolder heeft de raad voor agrarische bedrijven en agrarische verwerkingsbedrijven ruimte geboden om te groeien tot maximaal 6,0 hectare (bruto). Dit kan door het ‘opdikken’ en ‘verdubbelen’ van een bestaand erf. ‘Opdikken’ betekent het uitbreiden van een bestaand erf in de diepte en/of in de breedte. Onder ‘verdubbelen’ wordt verstaan het spiegelen van een bestaand (al dan niet opgedikt) erf langs de weg, naar de andere zijde van de kavelsloot. Voorliggend plan ziet op het uitbreiden van het bestaande erf tot een oppervlakte van 6,0 hectare. Aan de eisen voor landschappelijke inpassing van het erf, bouwhoogtes etc. wordt voldaan. Op één aspect wijkt het initiatief af van de uitgangspunten uit de omgevingsvisie het erf wordt niet gespiegeld over de kavelsloot en dat de ene helft van het erf breder is dan het andere (asymmetrisch).

Op dit punt afwijken van het beleid is gerechtvaardigd en wordt maatwerk geleverd om de volgende redenen: • Eerst opdikken van het erf aan de Zuidwesterringweg 10 naar 1,5 hectare en daarna 1,5 hectare erf aan de andere zijde van de kavelsloot zou betekenen dat de bestaande en tamelijk volgroeide erfsingel aan de zuidoostkant van het erf verwijderd zou moeten worden. Nieuwe aanplant plaats zou moeten vinden. Het kost tijd voordat de nieuwe erfsingel weer op het niveau is van de bestaande erfsingel. • De bestaande bebouwing op het erf maakt het onmogelijk, of in elk geval niet doelmatig, om het erf richting het zuidoosten op te dikken. Het opdikken van het erf naar het zuidoosten zou niet leiden tot de door initiatiefnemer gewenste bouwmogelijkheden, zonder een aanzienlijk deel van de bestaande bebouwing eerst te moeten slopen. • De maximale erfuitbreidingsmaatvoering en -oppervlakte ingeval van ‘opdikken’ plus ‘verdubbelen’ wordt gerespecteerd. De bruto breedte is 2 x 150 m = 300 m, de diepte is 200m. Dit maakt een bruto oppervlakte van 6,0 ha. • Tot slot wordt met het voorliggende plan het uitzicht vanaf het recht tegenovergelegen erf (Zuidwesterringwet 9) ten opzichte van de bestaande situatie alleen aan de linkerzijde beperkt.

Bij uitbreiding met het erf opgedikt en gespiegeld over de kavelsloot zou het perceel Zuiderringweg 10 ook aan de rechterzijde 50 m kunnen uitbreiden. 1.4.7

Gemeentelijke reactie 1.4.7 Hierboven is onder gemeente1.4.6 beschreven waarom in voorliggend geval afgeweken kan worden van de paragraaf 7 van de Omgevingsvisie meegegeven kaders voor wat betreft het asymmetrisch ‘verdubbelen’. De algemene belangen en de belangen van indieners worden in deze nota van beantwoording en de aangepaste toelichting bij het bestemmingsplan voldoende gewogen. De gemeente erkent dat het plan invloed heeft op het landschap en op de directe omgeving van indieners. De gemeente meent echter dat de belangen van indieners niet onevenredig worden geschaad door het plan. Omdat uit de toelichting van het bestemmingsplan voldoende wordt aangetoond dat het plan kan voldoen aan de goede ruimtelijke ordening en vanwege het bedrijfseconomische belang van aanvrager valt de weging der belangen in het voordeel van aanvrager uit. 1.4.8

Gemeentelijke reactie 1.4.8 In gemeentelijke beantwoording 1.4.6 en 1.4.7 wordt gemotiveerd waarom in voorliggend geval met maatwerk van het in de Omgevingsvisie vastgelegde kader kan worden afgeweken. 1.4.9

Gemeentelijke reactie 1.4.9 De gemeente onderschrijft dit onderdeel van de zienswijze. Paragraaf 4.3 is herschreven ten opzichte van het ontwerp. Ook in de geheel herschreven paragraaf 2.4 is aandacht voor de landschappelijke inpassing. Het plan wordt op deze punten aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. 1.5.1

Gemeentelijke reactie 1.5.1 De inhoud van paragraaf 2.4 en 4.3 wordt met elkaar in overstemming gebracht. Het toelichtende deel uit bijlage 2 van de regels wordt verwijderd de rest van bijlage 2 van de regels wordt vervangen door een aangepaste ‘inrichtingstekening erfsingel’. Het plan wordt op dit punt aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. 1.5.2

Gemeentelijke reactie 1.5.2 In bijlage 2 is een ‘inrichtingstekening erfsingel’ opgenomen met daarin een beplantingsplan en een beplantingsstramien. Uit de aangepaste ‘inrichtingstekening erfsingel’ blijkt de benodigde maatvoering van de erfsingel. Het opnemen van een definitie (inclusief maatvoering) van de erfsingel in de regels is daarmee niet nodig. Dit zou ook te weinig ruimte voor het benodigde maatwerk (bestaande singel aan de zuidoostzijde) bieden. In de voorwaardelijke verplichting wordt geborgd dat de gronden en bouwwerken niet gebruikt mogen worden zonder de aanplant en instandhouding van een erfsingel conform de in bijlage 2 opgenomen inrichtingstekening erfsingel met bijbehorend beplantingsplan. Het plan is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan aangepast op deze punten. 1.5.3

Gemeentelijke reactie 1.5.3 De aangepaste tekst van de voorwaardelijke verplichting heeft een direct bindende werking. Zonder aanleg en instandhouding van de erfsingel (conform tekening) mogen de gronden en bouwwerken niet gebruikt worden. In de inrichtingstekening erfsingel is vastgelegd dat het plantgoed een minimale hoogte van 80 cm heeft. De verplichte soortenmix is een mengsel dat deels bestaat uit snel opschietende soorten zodat de nieuw aan te planten singel zo snel als mogelijk voldoende robuust wordt. Ook wordt met de aangepaste inrichtingstekening erfsingel beter geborgd dat de nieuwe erfsingel ook uit hoogopgaande bomen moet bestaan (en niet alleen uit struweel). Het plan is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan aangepast op deze punten. 1.5.4

Gemeentelijke reactie 1.5.4 De aangepaste voorwaardelijke verplichting ziet op de erfsingel. De bouwmogelijkheden zijn elders in de regels geregeld door middel van het bouwvlak. In het aangepaste bestemmingsplan is opgenomen dat maximaal 70% van het bouwvlak bebouwd mag worden. Zo kan het plan (inclusief de toekomstig voorziene uitbreiding) uitgevoerd worden zonder dat het erf helemaal dichtslibt. Het plan is op dit punt aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De Zuidwesterringweg is een provinciale weg. Via een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘uitweg’ kan de inrit verplaatst worden. De plek van inritten is geregeld via dit spoor en niet in het bestemmingsplan. De bijgevoegde tekeningen wijzen op verplaatsing van de inrit naar een locatie iets ten noorden van het bestaande erf. Met deze ingreep is er minder overlast op het erf van reclamanten. Wij zien geen aanleiding de positie van de inritten extra te borgen in het bestemmingsplan. 1.5.5

Gemeentelijke reactie 1.5.5 Zie: gemeentelijke reactie 1.5.4 1.5.6

Gemeentelijke reactie 1.5.6 Zie: gemeentelijke reactie 1.5.4 1.5.7

Gemeentelijke reactie 1.5.7 Met de in voorliggende nota van beantwoording voorgestelde aanpassingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan is de landschappelijke inpassing voldoende geborgd. 1.6.1

Gemeentelijke reactie 1.6.1 Een nieuw bestemmingsplan hoeft niet getoetst te worden aan voorheen geldende bestemmingsplannen. Het nieuwe bestemmingsplan ‘overschrijft’ het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren’. Wel moet in het nieuwe bestemmingsplan aangetoond worden dat voor parkeren voldaan kan worden aan de goede ruimtelijke ordening en vastgelegd worden hoe dit geborgd wordt. Dit kan aan hand van een regeling vergelijkbaar met de regeling in het parapluplan. In artikel 7 van de planregels is een overeenkomstige regeling opgenomen. In paragraaf 4.9 Verkeer en parkeren is uitgelegd waarom het plan wat betreft parkeren uitvoerbaar is. Het plan is op dit punt aangescherpt ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. 1.6.2

Gemeentelijke reactie 1.6.2 Zie: gemeentelijke reactie 1.6.1 1.6.3

Gemeentelijke reactie 1.6.3 De gemeente is het met indieners eens dat er nadere onderbouwing nodig voor wat betreft het benodigde aantal parkeerplaatsen. Een beroep op ervaringscijfers alleen is onvoldoende. Er moet uitgegaan worden van maximale invulling van de in het bestemmingsplan geboden ruimte. In paragraaf 4.9 Verkeer en parkeren is uitgelegd waarom het plan wat betreft parkeren uitvoerbaar is. Zie voor het overige: gemeentelijke reactie 1.6.1. 1.6.4

Gemeentelijke reactie 1.6.4 Er is in gemeentelijke reactie 1.6.1 voldoende aannemelijk gemaakt dat het parkeren op het erf opgelost wordt. 1.6.5

Gemeentelijke reactie 1.6.5 In de aangepaste paragraaf 4.9 van de toelichting is de verkeersaantrekkende werking van het bedrijf verder onderbouwd. Hierbij wordt ook uitgegaan van maximale planinvulling. Door de bouwmogelijkheid in de regels te beperken tot 70% van het bouwvlak wordt de maximale verkeersaantrekkende werking beperkt. Ook het beperken van de jaarlijkse verwerkingscapaciteit tot 25.000 ton geeft kaders aan de maximaal te verwachten verkeersgeneratie. Uit paragraaf 4.9 blijkt voldoende dat het verkeer als gevolg van het plan goed afgewikkeld kan worden. De toelichting van het plan is op dit punt aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. 1.6.6

Gemeentelijke reactie 1.6.6 Verwezen wordt naar de gemeentelijke reactie 1.6.5. In de planregels is dit geborgd door een maximale verwerkingscapaciteit van 25.000 ton verwerkt gewas per jaar. Het plan is op dit punt aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. 1.6.7

Gemeentelijke reactie 1.6.7 Verwezen wordt naar de gemeentelijke reactie 1.6.5. Naar verwachting is er in de nieuwe situatie minder vrachtverkeer dan in de huidige situatie. Bij maximale planinvulling is er sprake van een toename van circa 450 verkeersbewegingen van tractor of vrachtwagen (kipper) op jaarbasis. De Zuidwesterringweg kan dit qua capaciteit gemakkelijk opvangen.

1.6.8

Gemeentelijke reactie 1.6.8 Verwezen wordt naar de gemeentelijke reactie 1.6.5. In de aangepaste paragraaf 4.9 is aangegeven dat de Zuidwesterringweg het aantal verkeersbewegingen goed kan afhandelen. In algemene zin kan gesteld worden dat een vrijliggend fietspad veiliger is dan een situatie waarbij het fietsverkeer zich op de rijbaan bevindt. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat er verkeersonveilige situaties zullen ontstaan als gevolg van het voorliggende plan. 1.6.9

Gemeentelijke reactie 1.6.9 Verwezen wordt naar de gemeentelijke reactie 1.6.5 en 1.6.8. Verkeersveiligheid is niet ruimtelijk relevant en derhalve geen onderwerp dat geregeld kan worden in een bestemmingsplan. In paragraaf 4.9 is aangegeven dat de verkeersbewegingen zowel in de verwachte situatie als bij maximale planinvulling goed afgehandeld kunnen worden. Voor het overige is verkeersveiligheid voldoende geregeld in andere wet- en regelgeving. 1.7.1

Gemeentelijke reactie 1.7.1 Voor het plan is een nieuwe AERIUS-berekening uitgevoerd waarbij naast de gebruiksfase ook de aanlegfase inzichtelijk is gemaakt. Bij de nieuwste berekening is uitgegaan van maximale plan invulling om zo het ‘worst-case’ inzichtelijk te krijgen. Uit de aangepaste AERIUS-berekeningen blijkt de uitvoerbaarheid van het plan. Dit is verder uitgewerkt in de aangepaste paragraaf 4.6.1 Gebiedsbescherming van de toelichting. De plantoelichting is op dit punt aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. 1.7.2

Gemeentelijke reactie 1.7.2 Verwezen wordt naar de gemeentelijke reactie 1.7.1. 1.7.3

Gemeentelijke reactie 1.7.3. Er hoeft geen passende beoordeling of een PlanMer gedaan te worden. Voor het overige wordt verwezen naar 1.7.1. 1.8.1

Gemeentelijke reactie 1.8.1 Op 15 november 2022 heeft het college van B&W op grond van paragraaf 4.12 van de toelichting besloten dat het niet nodig is om bij de voorbereiding van het bestemmingsplan een milieueffectrapport te maken. Omdat als gevolg van de hierboven beschreven aanpassingen de milieutechnische onderbouwing van het bestemmingsplan is veranderd heeft de gemeente initiatiefnemer gevraagd opnieuw een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren. Het college van B&W heeft bij het op route brengen van het raadsvoorstel ter vaststelling opnieuw besloten dat het niet nodig is om bij de voorbereiding van het bestemmingsplan een milieueffectrapport te maken. De plantoelichting is op dit punt aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. 1.8.2

Gemeentelijke reactie 1.8.2 In de aangepaste vormvrije m.e.r.-beoordeling (zie: gemeentelijke rectie 1.8.1) is voldoende rekening gehouden met de criteria uit bijlage III van de richtlijn milieueffectbeoordeling. 1.8.3

Gemeentelijke reactie 1.8.3 Met de onder gemeentelijke reacties 1.8.1 en 1.8.2 omschreven aanpassingen zijn de gevolgen voor het milieu voldoende onderbouwd. 1.9.1

Gemeentelijke reactie 1.9.1 Verwezen wordt naar de gemeentelijke reactie 1.2.3 tot en met 1.2.7. 1.9.2

Gemeentelijke reactie 1.9.2 Zie: gemeentelijke reacties 1.2.3 tot en met 1.2.7. De maximaal toegestane milieucategorie in de nieuwe situatie is 3.1. Hierbij hoort een richtafstand van 50m. Omdat de gemeente Noordoostpolder haar landelijk gebied aanmerkt als ‘gemengd gebied’ kan de richtafstand met één afstandsstap verlaagd worden. Er kan dus uitgegaan worden van een richtafstand van 30m. Aan deze afstand kan worden voldaan.

Gemeentelijke reactie 1.9.3 Verwezen wordt naar de gemeentelijke reactie 1.9.2. 1.9.4

Gemeentelijke reactie 1.9.4 In de Noordoostpolder zijn de agrarische erven vanouds geclusterd. Direct aan deze erven komen ook blokjes arbeiderswoningen voor. Door de jaren heen zijn steeds meer voormalige agrarische erven omgegaan naar een woonbestemming – ook in clusters. In het voorliggende geval is sprake van een situatie waarbij twee agrarische bedrijven met bedrijfswoningen samen een cluster vormen. Functiemenging maakt onlosmakelijk onderdeel uit van het landelijk gebied in de Noordoostpolder. De gemeente Noordoostpolder merkt het gehele landelijke gebied vanwege functiemenging aan als ‘gemengd gebied’. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de lezing in haar uitspraak van 12 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1021 bekrachtigd. In de aangepaste paragraaf 4.8 wordt dit nader onderbouwd. De bedrijvigheid “bijt” elkaar onderling niet. Wel moet rekening gehouden worden met de bedrijfswoningen van derden – hiervoor gelden de richtafstanden. Verwezen wordt naar de gemeentelijke reactie 1.9.2. 1.9.5

Gemeentelijke reactie 1.9.5 Hierboven (1.2.3 t/m 1.2.7 en 1.9.2 en 1.9.4) is voldoende gemotiveerd waarom aan de richtafstanden voldaan kan worden. Omdat aan de richtafstanden voldaan kan worden is geen nader onderzoek nodig naar lichthinder, geluidhinder en (fijn)stof. 1.10.1

Gemeentelijke reactie 1.10.1 Hierboven (1.2.3 t/m 1.2.7 en 1.9.2 en 1.9.4) is voldoende gemotiveerd waarom aan de richtafstanden voldaan kan worden. Paragraaf 4.7 plantoelichting is op dit punt aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. 1.10.2

Gemeentelijke reactie 1.10.2 Verwezen wordt naar de gemeentelijke reacties 1.6.5. tot en met 1.6.7. De inrit wordt verlegd en komt verder van de bedrijfswoning op het tegenovergelegen erf te liggen. In paragraaf 4.9 wordt voldoende inzichtelijk gemaakt wat in het aantal verkeerbewegingen is bij volledige planinvulling. In paragraaf 4.7 en het onderliggende akoestisch onderzoek wordt voldoende aannemelijk gemaakt dat het plan niet leidt tot een onevenredige toename van geluidshinder. 1.10.3

Gemeentelijke reactie 1.10.3 Het bestemmingsplan gaat op in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. In het omgevingsplan zijn ook via de bruidsschat regels voor vrachtverkeersbewegingen in de avond- en nachturen opgenomen. Voor het overige wordt verwezen naar de gemeentelijke reactie 1.10.1. 1.10.4

Gemeentelijke reactie 1.10.4 In paragraaf 4.8 en gemeentelijke reactie 1.9.2 is uitgelegd dat aan de richtafstanden voldaan kan worden. Nader onderzoek naar bedrijfslawaai is niet nodig. 1.10.5

Gemeentelijke reactie 1.10.5 In paragraaf 4.7 en gemeentelijke reacties 1.10.1 tot en met 1.10.3 is aannemelijk gemaakt dat er voldaan kan worden de regels uit het omgevingsplan (bruidsschat). 1.11.1

Gemeentelijke reactie 1.11.1 De gemeente is het eens met dit onderdeel van de zienswijze. In artikel 2.2 wordt de zin ‘De maximale goothoogte over maximaal 1/3 van de gevellengte overschreden worden’ geschrapt. De regels van het plan zijn op dit punt aangepaste ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. 1.11.2

Gemeentelijke reactie 1.11.2 Dit betreft een standaard binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Naar aanleiding van de zienswijze heeft initiatiefnemer aangegeven deze specifieke regeling te willen schrappen. Er zijn geen voornemens een zendmast (of soortgelijk te plaatsen). Artikel 5.1.1, onder e. van het ontwerpbestemmingsplan is geschrapt, de regels van het bestemmingsplan zijn op dit punt aangepast. 1.11.3

Gemeentelijke reactie 1.11.3 De constatering van indiener is correct. In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan was alleen de eerste fase van de uitbreiding onderbouwd terwijl het bestemmingsplan ook verdere doorgroei mogelijk maakt. Met een engere bestemmingsomschrijving (zie: gemeentelijke reactie 1.2.3) en een maximaal bouwpercentage van 70% van het bouwvlak (zie: gemeentelijke reactie 1.6.5) zijn de maximale uitbreidingsmogelijkheden verengd. In de aangepaste paragraaf 4.9 is rekening gehouden met de maximale invulling die de aangepaste planregels en verbeelding toelaten. Ook de toelichting (met name hoofdstuk 4, zie hierboven) van het bestemmingsplan is op verschillende onderdelen aangepast naar aanleiding van dit punt. 1.12.1

Gemeentelijke reactie 1.12.1 Verwezen wordt naar de gemeentelijke reactie 1.12.2. 1.12.2

Gemeentelijke reactie 1.12.2 De systematiek het bestemmingsplan onder de Wet ruimtelijke ordening is gebaseerd op toelatingsplanologie. Alleen wat expliciet is in het bestemmingsplan is beschreven is toegelaten. Het huisvesten van arbeidsmigranten is niet beschreven in de bestemmingsomschrijving en daarmee niet toegelaten. In de aangepaste definitie van bedrijfswoning is verder duidelijk gemaakt dat er slechts één huishouden in de bedrijfswoning mag wonen (van wie de huisvesting bovendien noodzakelijk moet zijn voor de bedrijfsvoering). Initiatiefnemer heeft het oorspronkelijke voornemen om ter plaatse huisvesting voor arbeidsmigranten te huisvesten laten vallen. Hoewel gelet op het bovenstaande het strikt genomen niet noodzakelijk is om een strijdigheidsbepaling op te nemen is er toch voor gekozen om het gebruik ten behoeve van huisvesting arbeidsmigranten in artikel 3.3.2, onder d. expliciet strijdig

te verklaren. Aanvrager hoopt zo zorgen van de omgeving weg te nemen. Het plan is op dit punt aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. 1.13.1

Gemeentelijke reactie 1.13.1 Er zijn geen plankosten, buiten de leges en eventueel planschaderisico, die verhaald hoeven te worden. Er kan daarom afgezien worden het vaststellen van een exploitatieplan of het afsluiten van een anterieure overeenkomst. Er is een planschadeovereenkomst getekend. 1.13.2

Gemeentelijke reactie 1.13.2 Naar aanleiding van de zienswijze is een aantal aanpassingen (zie: hierboven) doorgevoerd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De toegezegde planaanpassingen zijn nu op een correcte wijze geborgd. 1.14.1

Gemeentelijke reactie 1.14.1 Alle aangehaalde punten worden in de gemeentelijke reacties 1.1 tot en met 1.13 uitvoerig besproken. Het plan is, de beschreven aanpassingen in acht genomen, zorgvuldig onderbouwd, uitvoerbaar en de goede ruimtelijke ordening is in voldoende mate aangetoond.

Zienswijze 2: Erfgoedvereniging Heemschut (ontvangen d.d. 29 december 2022)

Gemeentelijke beantwoording zienswijze Erfgoedvereniging Heemschut. Zie: gemeentelijke beantwoording 1.4.6 en de naar aanleiding van bovenstaande zienswijze doorgevoerde aanpassingen in hoofdstukken 2, 3 en 4 van de toelichting. Aanvullend hierop geldt dat niet de MER onder de structuurvisie het kaderstellende instrument is maar de door de gemeenteraad

vastgestelde Omgevingsvisie gemeente Noordoostpolder. Hierin wordt uitgelegd dat een erf ‘opgedikt’ kan worden en dat er ‘verdubbeld’ kan worden. Ook wordt aangegeven dat er doorgegroeid kan worden tot maximaal 6,0 ha (bruto). Voor het verruimen van agrarische erven is tevens opgenomen dat afhankelijk van de situatie en functie voor wat betreft de maatvoering in het bestemmingsplan maatwerk geleverd kan worden.

Ambtshalve aanpassingen Aanpassingen regels Definitie 1.7 ‘agrarisch verwerkingsbedrijf’ is ingevoegd. 1.7 Agrarisch verwerkingsbedrijf Een bedrijf dat gewassen verwerkt. Hierbij geldt een maximale verwerkingscapaciteit van 25.000 ton verwerkt gewas per jaar. Definitie 1.8 ‘arbeidsmigrant’ is geschrapt. Definitie 1.17 ‘bijbehorend bouwwerk’ is vervangen door definitie uit bijlage II Bor. Definitie 1.24 ‘chemisch bewerken van gewassen’ is ingevoegd. 1.24 Chemisch bewerken van gewassen het uitvoeren van chemische handelingen met een gewas, waarbij de chemische eigenschap en samenstelling van het gewas wordt veranderd, zoals koken, bakken, frituren en inmaken. Definitie 1.25 ‘erf’ is vervangen door definitie uit bijlage II Bor ‘ Definitie 1.26 ‘fysisch bewerken van gewassen’ is vervangen door: 1.26 Fysisch bewerken van gewassen het uitvoeren van fysische handelingen met een gewas, waarbij de eigenschap of samenstelling van het gewas verandert, zoals snijden, raspen, hakken, malen, schrappen, schillen en polijsten. Definitie 1.28 ‘grondgebonden agrarisch bedrijf’ is geschrapt. Definitie 1.31 ‘verwerken van gewassen’ is vervangen door: 1.31 Verwerken van gewassen het uitvoeren van handelingen met gewassen, waarbij de eigenschappen of samenstelling van het gewas niet veranderen, zoals schoonmaken, sorteren, selecteren, drogen, verpakken en opslaan.

Hieronder niet begrepen het fysisch of chemisch bewerken van gewassen. Art. 2.2 is is vervangen door: 2.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Artikel 3 is in zijn geheel vervangen als hieronder: Artikel 3 Agrarisch – Agrarisch bedrijf 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch – Agrarisch bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een grondgebonden akkerbouwbedrijf; b. een agrarisch verwerkingsbedrijf, waarbij geldt dat minimaal 80% van de te verwerken producten afkomstig moet zijn van het eigen grondgebonden akkerbouwbedrijf. Het percentage ziet op het gewicht van het verwerkt gewas; c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ maximaal 1 bedrijfswoning; d. sloten en andere watergangen; met daaraan ondergeschikt: e. parkeervoorzieningen

f. g.

nutsvoorzieningen; tuinen, erven en paden;

met daarbij behorende: h. gebouwen en bijbehorende bouwwerken; i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; j. andere werken. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in 3.1 mogen uitsluitend gebouwd worden: a. bedrijfsgebouwen; b. bedrijfswoningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’; c. bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen; d. bouwwerken, geen gebouw zijnde; 3.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. een bedrijfsgebouw mag uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak; b. het bouwvlak mag voor maximaal 70% bebouwd worden met bedrijfsgebouwen; c. de goothoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 8,5 m; d. de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 11,0 m. 3.2.3 Bedrijfswoning Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels: a. een bedrijfswoning mag uitsluitend gebouwd worden binnen de aanduiding 'bedrijfswoning'; b. per aanduiding 'bedrijfswoning' mag niet meer dan 1 bedrijfswoning gebouwd worden; c. de inhoud van een bedrijfswoning inclusief bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 1.200 m³, d. de dakhelling van een bedrijfswoning mag niet minder dan 30° en niet meer dan 60° bedragen; e. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet minder 4,5 m niet meer dan 6 m bedragen; f.

de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10 m. 3.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Voor bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. een bijbehorend bouwwerk mag uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak; b. een bijbehorend bouwwerk mag uitsluitend worden gebouwd 1 m achter het verlengde van de naar de weg gekeerde gevel van de betreffende bedrijfswoning; c. de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken per bedrijfswoning mag niet meer dan 150 m² bedragen; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 3,5 m; e. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 6 m; f. in afwijking van het bepaalde onder a., b., c., d. en e. gelden voor herbouw van bestaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen de bestaande maten, afmetingen, situering en omvang van de bebouwde oppervlakte van een gebouw als maximum. 3.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2,5 m; b. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten bedraagt maximaal 12 m; c. overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak; d.

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 4 m. 3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1 Voorwaardelijke verplichting Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 3.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, zonder de aanplant en instandhouding van een erfsingel conform de in bijlage 2 opgenomen inrichtingstekening erfsingel met bijbehorend beplantingsplan. 3.3.2 Strijdig gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden als staanplaats voor onderkomens en als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen, materialen en producten, tenzij dit noodzakelijk is in verband met de ter plaatse gevestigde bedrijvigheid of het normale beheer en onderhoud van de gronden en gebouwen; b. het gebruik van bijbehorende bouwwerken (met uitzondering van bedrijfswoningen) als zelfstandige woonruimte; c. het gebruik ten behoeve van een seksinrichting; d. het huisvesten van arbeidsmigranten. 3.3.3 Geoorloofd gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval niet gerekend een aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijfsactiviteit, mits: a.

ten hoogste 30% van de oppervlakte van een woonhuis of de woning binnen een woongebouw en ten hoogste 60% van de toegelaten oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte per woning niet meer dan 75 m2 bedraagt; b. de uitstraling van de woning intact blijft; c. het gebruik geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; d. het gebruik geen onevenredig nadelige gevolgen heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; e. het parkeren ten behoeve van het gebruik binnen het bestemmingsvlak op eigen terrein plaatsvindt; f. geen detailhandel wordt uitgeoefend; g. de activiteit in ieder geval door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; h. in geval van een aan huis verbonden bedrijfsactiviteit, het een activiteit betreft die genoemd is in bijlage 1 Aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten. 3.4

Afwijken van de regels

3.4.1 Afwijken specifieke gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.3.1, indien de aanplant en instandhouding van een erfsingel op een andere gelijkwaardige wijze wordt aangeplant en in stand wordt gehouden dan is bepaald in de inrichtingstekening met bijbehorend beplantingsplan, zoals opgenomen in de betreffende bijlage(n) van de regels, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit. Art. 5.1.1, onder e. (afwijkingsmogelijkheid antennes) is geschrapt. Art. 5.1.1, onder i. (afwijkingsmogelijkheid parkeren) is geschrapt Artikel 7 parkeerregels is toegevoegd

Aanpassingen toelichting 1.3

Paragraaf Planologisch kader is aangepast. De maximale planinvulling wordt besproken.

1.4 Paragraaf Bij het plan behorende stukken is aangepast. Juiste naam en nummer bestemmingsplan zijn ingevoegd. 2.3

Paragraaf Het gewenst plan is aangepast. De maximale planinvulling wordt besproken.

2.4

Paragraaf Landschappelijke inpassing is geheel herschreven.

3.2.2

Paragraaf bespreking Omgevingsverordening Flevoland ingevoegd.

3.2.6

Paragraaf bespreking Programma landschap van de toekomst ingevoegd.

3.3.1 Paragraaf bespreking Omgevingsvisie gemeente Noordoostpolder is aangepast als onderbouwing voor maatwerk maatvoering. 3.3.2

Paragraaf bespreking Visie Werklocaties Noordelijk Flevoland is aangepast.

4.2 Paragraaf Archeologie is aangepast. Uit archeologisch onderzoek blijkt dat het plan uitvoerbaar is. 4.3

Paragraaf Cultuurhistorie is aangevuld.

4.5.3

Paragraaf Externe en fysieke veiligheid is aangevuld.

4.6.1 Paragraaf Gebiedsbescherming is aangepast. Er zijn actuele Aerius- berekeningen toegevoegd waaruit de uitvoerbaarheid van het plan voldoende blijkt. 4.7 Paragraaf Geluid(hinder) is aangepast. Er is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek dat er vanuit akoestiek geen beletsel voor de uitbreiding (zowel de eerste fase al bij maximale planinvulling). 4.8 Paragraaf Milieuhinder is aangepast. Aangegeven waarom het gebied aangemerkt kan worden als ‘gemengd’. Aangegeven dat het een akkerbouwbedrijf betreft dat ook producten bewerkt. Veehouderij en verwerking van meer dan 25.000 ton/jaar zijn uitgesloten. 4.9 Paragraaf Verkeer en parkeren is aangepast. Zowel directe bouwwens als maximale planinvulling worden besproken. 4.11 Paragraaf Water is aangepast conform het in januari 2023 gewisselde nader overleg met het waterschap. 4.12 Paragraaf M.e.r.-beoordeling is aanpassen naar aanleiding van aangepaste onderbouwing bestemmingsplan. 5.3

Paragraaf De regels aangepast. Gerelateerd aan plan.

6.3. Paragraaf Vooroverleg is aangepast. Er wordt nu verwezen naar de juiste afstemming met het waterschap. 6.4 Paragraaf Inspraak en overleg is aangepast. Wordt verwezen naar de ingediende zienswijzen en de nota ‘beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zuidwesterringweg 10 te Nagele’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2207/documents/40996