6.2 Aanvullende informatie over de werkpakketten.pdf
Tekst van het document
Bijlage 2 Aanvullende informatie over de werkpakketten 1. Waterhuishouding op korte termijn; 2. Data op orde; 3. Geschiktheid; 4. Lange termijn effecten; 5. Verduurzaming van pachtgronden. 1. Indeling van de gebieden op basis van bodemdaling in Flevoland Werkpakket 1 richt zich op praktijkproeven (pilots) in de Zuidlob, Zuidwest Emmeloord en Dodaarsweg waar bodemdaling al merkbaar is en de impact toeneemt:. Deze gebieden zijn aangemerkt als korte termijngebieden. In deze pilots, die een looptijd van drie jaar hebben, worden maatregelen getest die gericht zijn op het beheersen van vernatting en bodemdaling. Elke pilot volgt een vaste fasering: 1. Selecteren van een geschikte locatie 2. Bepalen van de opzet van de pilot 3. Opstellen van een monitoringsplan 4. Uitvragen van offertes 5. Installatie van benodigde voorzieningen 6. Uitvoering van de maatregelen 7. Evaluatie van de resultaten De gebieden rondom Noordwest Emmeloord en Dronten zijn aangemerkt als lange termijngebieden, waar bodemdaling in de toekomst wordt verwacht. Daarbij zijn de werkpakketten 2 tot en met 5 van toepassing op alle vijf genoemde gebieden: Zuidlob, Zuidwest Emmeloord, Dodaarsweg, Noordwest Emmeloord en Dronten. 2. Uitvoeren van pilots in het bodemdalingsgebied ten Zuidwesten van Emmeloord Het voorstel is voor Werkpakket 1 onderstaande pilots te beproeven ten Zuidwesten van Emmeloord: 1.
Peil gestuurde drainage door actief grondwaterstanden te beheren voor betere drooglegging in winter en minder verdroging in zomer. De uitvoering daarvan vindt plaats door middel van een gesloten drainagesysteem met pomp; 2. Dynamisch peilbeheer (flexibel peil) door de bergingsruimte in het oppervlaktewater beter te benutten om vernatting te beperken. Dit kan worden gerealiseerd door het peil lokaal aan te passen aan de weersomstandigheden; 3. Intensieve drainage, het dichter bij elkaar plaatsen van drains om het grondwaterpeil tussen de drains te verlagen. Dit vergroot de drooglegging en vermindert de vernatting voor agrariërs; 4. Herprofilering van kavelsloten volgens leggerprofiel om de ont- en afwatering te verbeteren, wat de drainage op het perceel ten goede komt. Om een goed beeld te krijgen van de uitvoering van de pilots, is het belangrijk de bijbehorende kenmerken in kaart te brengen. Dit helpt niet alleen om de kansen voor uitvoering inzichtelijk te maken, maar ook om mogelijke aandachtspunten en beperkingen te benoemen. De onderstaande tabel geeft dit overzichtelijk weer. Kenmerk Praktijkgericht Lerend karakter Samenwerking Innovatief Schaalbaar Tijdelijk en afgebakend Monitoring en evaluatie Financieel onderbouwd
Toelichting Gericht op het testen van maatregelen onder realistische omstandigheden. Doel is om kennis en ervaring op te doen en bij te sturen waar nodig. Uitvoering in nauwe samenwerking met overheden, waterschappen en gebiedspartners. Inzet van nieuwe technieken of benaderingen, bijvoorbeeld in waterbeheer of bodemverbetering. Resultaten moeten toepasbaar zijn op grotere schaal binnen het gebied of daarbuiten Duidelijke looptijd, doelstelling en geografische afbakening. Effecten worden gemeten en geëvalueerd om lessen te kunnen trekken voor vervolgprojecten Heldere begroting met inzet van partnerbijdragen en (mogelijke) subsidies.
Gebiedsgericht
Begeleiding & kennisdeling
Aansluiting bij lokale opgaven zoals waterbeschikbaarheid, bodemdaling of klimaatadaptatie. Ondersteuning door experts (zoals Acacia Water en Aequator) en actieve verspreiding van opgedane kennis.
Het uitvoeren van pilots biedt kansen doordat ze tijdelijk en experimenteel van aard zijn. Hierdoor gelden er geen beperkende regelgeving of voorschriften die de uitvoering zouden kunnen belemmeren. De pilots hebben een looptijd van drie jaar. Na afloop worden de toegepaste hardware verwijderd en wordt het gebied hersteld naar de oorspronkelijke situatie. 3. Herkomst van de begrenzing van het onderbemalingsgebied Tollebeek Werkpakket 2 onderzoekt onder ander de herkomst en effecten van het onderbemalingsgebied bij Tollebeek, waar sprake is van opvallende maaiveldhoogteverschillen en lagere streefpeilen. Er is discussie over de mate van bodemdaling in dit gebied. Het doel is om objectief vast te stellen of en hoe de bodemdaling afwijkt van omliggende gebieden, en welke rol onderbemaling daarin speelt. Het onderzoek richt zich op het verloop en de oorzaken van bodemdaling sinds de drooglegging en maakt gebruik van historische kaarten, luchtfoto’s en archiefgegevens, eventueel aangevuld met nieuwe hoogtemetingen. De resultaten worden geanalyseerd om inzicht te krijgen in de relatie tussen onderbemaling en bodemdaling. 4. Onderzoek naar geschiktheid van de bodem voor nu en in de toekomst voor verschillende vormen van landbouw Bodemdaling kan de landbouwkundige geschiktheid van gebieden verminderen.
Werkpakket 3 onderzoekt hoe geschikt de bodem nu en in de toekomst is voor verschillende vormen van landbouw. Drie hoofdactiviteiten staan daarbij centraal: 1. Bandbreedte drooglegging bepalen, door actuele droogleggingskaarten te combineren met klimaat- en bodemdalingsscenario’s voor 2030, 2050 en 2100, ontstaan kaarten die de verwachte drooglegging onder verschillende toekomstscenario’s inzichtelijk maken; 2. Benadering beste bodem en grondwatersituatie, door analyse van bodemopbouw en grondwaterstanden via metingen, modellen en quickscans ontstaat inzicht in gebiedsvariatie en de landbouwkundige effecten, zowel nu als in de toekomst; 3. Vertaling naar landbouwkundige geschiktheid, door droogleggingskaarten te vertalen naar geschiktheidskaarten voor verschillende landbouwvormen, die dienen als input voor werkpakketten 4 en 5. 5. Inzicht geven in handelingsperspectieven per bodemdalingsgebied Op basis van pilots (Werkpakket 1), data (Werkpakket 2) en geschiktheidskaarten (Werkpakket 3) worden toekomstscenario’s opgesteld, met 2050 als peiljaar. De analyse richt zich op hydrologische, bodemkundige en agrarische aspecten, inclusief een scenario waarin geen maatregelen worden genomen. In 2025 volgt een voorlopige versie, gebaseerd op positieve aannames over de pilots. De verzamelde inzichten worden vertaald naar input voor het RVB om het pachtsysteem toekomstbestendig te maken.