6.1 Ontwerpbestemmingsplan 'Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse'.pdf
Tekst van het document
Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse
Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse ontwerp
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Bijlage bij de toelichting
47
Bijlage 1
Erfinrichtingsplan
48
Bijlage 2
Watertoetsresultaat
52
Bijlage 3
Verklaringen omwonenden
70
74
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Arti kel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
75 75 79
Hoofdstuk 2 Arti kel 3 Arti kel 4
Bestemmingsregels Agrarisch Wonen
80 80 81
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Arti kel 8 Arti kel 9
Algemene regels Anti-dubbeltel regel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels
84 84 85 86 87 88
Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Sl otregel
89 89 90
Bijlagen bij de regels
93
Bijlage 1
Erf Inrichtingsplan
94
Bijlage 2
Mogelijkheden bedrijfsmatige activiteiten aan huis 1
98
BJZ.nu Bestemmingsplannen
2
Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse ontwerp
Toelichting
BJZ.nu Bestemmingsplannen
3
4jį!flBJZ.nu
Bestemmingsplan
Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse
Wijzigingsplannen Uw specialist in Bestemmingsplannen Rood voor Rood - Ruimte voor Ruimte Ruimtelijk advies
BJZ.nu - Ruimtelijke plannen en advies
Auu 2022
Vestiging Almelo
Ontwerp
Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
Vestiging Zwolle Dr. van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle
T 0546 454 466
E info@bjz.nu
Vestiging Utrecht Euclideslaan 265 3584 BV Utrecht
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15 a te Marknesse" Gemeente Noordoostpolder
Plan:
Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse
IMRO-nummer: NL.IMRO.0171.BP00703-ON01 Plantype:
Bestemmingsplan
Status:
Ontwerp
Datum:
Aug 2022
^MBJZ.nu ruimtelijke plannen en advies
Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16 7609 RG ALMELO T: E: I:
0546-45 44 66 info@bjz.nu www.bjz.nu
Vestiging Zwolle Dr. Van Wiechenweg 2 8025 BZ ZWOLLE
Vestiging Utrecht Euclideslaan 265 3584 BV UTRECHT
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
Toelichting
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding.......................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding................................................................................................................................................ 5 Ligging van het plangebied........................................................................................................................5 De bij het plan behorende stukken..............................................................................................................5 Huidige planologische regime....................................................................................................................6 Leeswijzer................................................................................................................................................. 7
Hoofdstuk 2 Huidige situatie............................................................................... 8 2.1 2.2
Landschap en omgeving.............................................................................................................................8 Het plangebied.......................................................................................................................................... 8
Hoofdstuk 3 3.1 3.2
Planbeschrijving..................................................................................................................................... 11 VERKEER Ä PARKEREN................................................................................................................................. 12
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3
Gewenste situatie..........................................................................11
Beleidskader................................................................................. 13
Rijksbeleid............................................................................................................................................... 13 Provinciaal beleid................................................................................................................................... 15 Gemeentelijk beleid.................................................................................................................................. 19
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten..................................................... 23 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
Geluid (Wet geluidhinder).......................................................................................................................23 Bodemkwaliteit.......................................................................................................................................23 Luchtkwaliteit........................................................................................................................................ 24 Externe veiligheid....................................................................................................................................25 Milieuzonering.......................................................................................................................................26 Geur....................................................................................................................................................... 28 Ecologie.................................................................................................................................................. 29 Archeologie ä Cultuurhistorie...............................................................................................................31 Besluit milieueffectrapportage...............................................................................................................33
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
Algemeen................................................................................................................................................ 35 Beleidskaders.......................................................................................................................................... 35 Watertoetsproces...................................................................................................................................36
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Wateraspecten..............................................................................35
Juridische aspecten en planverantwoording............................... 37
Inleiding.................................................................................................................................................. 37 Verantwoording van de regels................................................................................................................37
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid...................................................... 38
Hoofdstuk 9
Vooroverleg en zienswijzen.......................................................... 39
9.1 9.2
Vooroverleg...........................................................................................................................................39 Maatschappelijke uitvoerbaarheid...........................................................................................................39
Bijlagen bij de toelichting.................................................................................... 40 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Erfinrichtingsplan..........................................................................................................................40 Watertoetsresultaat......................................................................................................................41 Verklaringen omwonenden.............................................................................................................42
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggend bestemminsplan heeft betrekking op de percelen aan de Baarloseweg 15a en achterliggende percelen te Marknesse, in het buitengebied van de gemeente Noordoostpolder. Op het perceel Baarloseweg 15a bevindt zich de woning van de initiatiefnemer. Dit perceel staat kadastraal bekend als Noordoostpolder, Sectie B, perceelnummer 1955. Het achterliggende perceel staat kadastraal bekend als Noordoostpolder, Sectie B, perceelnummer 4342. Initiatiefnemer is voornemens om op het achterliggende perceel zijn woonerf te vergroten. Omdat de betreffende gronden op basis van de geldende beheersverordening 'Landelijk gebied' zijn voorzien van een agrarische bestemming, dient de bestemming te worden gewijzigd naar een passende woonbestemming. Initiatiefnemer is eigenaar van het achterliggende agrarische perceel. De huidige omwonenden op straatnummers 15b en 15d hebben reeds aan de eigenaar van de Baarloseweg 15a aangegeven in principe positief tegenover het plan te staan. De woning aan de Baarloseweg 15a maakt deel uit van een bouwblok met de functieaanduiding 'voormalige arbeiderswoning'. Op basis van de 'Beleidsregel uitbreiding arbeiderserven Noordoostpolder' is het mogelijk om het voormalige arbeiderserf (ofwel de woonbestemming) te vergroten. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders ten behoeve van bovengenoemde situatie.
In dit plan zal worden aangetoond dat de herziening van de bestemming in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de Baarloseweg 15a te Marknesse, in het buitengebied van de gemeente Noordoostpolder. De ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Marknesse en de ligging ten opzichte van de directe omgeving wordt weergegeven in afbeelding 1.1.
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse' bestaat uit de volgende stukken: BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
^ ^
verbeelding (NL.IMRO.0171.BP00703-ON01) en een renvooi; regels en bijbehorende bijlagen.
Op de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidige planologische regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de "Beheersverordening Landelijk gebied", welke op 21 maart 2016 door de gemeenteraad is vastgesteld. De beheersverordening regelt in principe at de planologische kaders vervat in de geldende bestemmingsplannen van kracht blijven, totdat een nieuw bestemmingsplan of omgevingsplan is vastgesteld. Het bestemmingsplan "Landelijk gebied 2004" is het basisplan dat binnen het verordeningsgebied van toepassing is. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan "Landelijk gebied 2004" opgenomen. Het plangebied is indicatief weergegeven met de rode contour. Op basis van het bestemmingsplan "Landelijk gebied 2004" zijn de gronden ter plaatse van het plangebied voorzien van de enkelbestemming 'Agrarisch Gebied' en 'Wonen'. Het perceel met de enkelbestemming 'Wonen' is onderdeel van het bestemmingsvlak '15a-d'. Het bestemmingsvlak heeft de maatvoering '4w', dit betekent dat er binnen het bestemmingsvlak maximaal 4 woningen zijn toegestaan. Het bestemmingsvlak heeft tevens de gebiedsaanduiding 'voormalige arbeiderswoning'.
Agrarisch gebied Gronden met de bestemming 'Agrarisch gebied' zijn hoofdzakelijk bestemd voor agrarische bedrijvigheid in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf. Buiten bebouwingsvlakken mogen uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd, waaronder niet begrepen bouwwerken voor mestopslag, sleufsilo's en andere silo's of boogkassen. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - semi-agrarisch' is tevens
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
semi-agrarisch gebruik toegestaan zoals het hobbymatig houden van vee, moestuin, speelweide, en soortgelijke functies ten behoeve van de naastgelegen woonbestemming. Wonen Gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor wonen en de instandhouding en ontwikkeling van de afschermende erfbeplanting, met daarbij behorende sloot, aan de zijgrenzen en de achtergrens van het bestemmingsvlak. Middels de aanduiding 'W-4' is vastgelegd dat in het bestemmingsvlak het aantal woningen niet meer mag bedragen dan 4 stuks. Voor gronden waar de aanduiding 'voormalige arbeiderswoning' van toepassing is zijn een aantal aanvullende bouwregels van toepassing. Zo mogen ter plaatse van deze aanduiding woningen uitsluitend aaneen worden gebouwd en mag de inhoud van de woning niet meer dan 600 m3 bedragen. Verder zijn hier onder andere bouwregels opgenomen omtrent de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte en de minimale en maximale dakhelling van de woning. 1.4.2
Strijdigheid met het bestemmingsplan
Op grond van het geldende bestemmingsplan is het strijdig om de gronden met de bestemming 'Agrarisch gebied' te gebruiken en te bebouwen ten behoeve van de woonbestemming. Op basis van de 'Beleidsregel uitbreiding arbeiderserven Noordoostpolder' is het mogelijk om het voormalige arbeiderserf (ofwel de woonbestemming) te vergroten. De percelen Baarloseweg 15 a-d vormen samen het blok arbeiderswoningen. In voorliggend geval is de initiatiefnemer van plan zijn woonperceel (nummer 15a) uit te breiden, tot over het gehele perceel achter de gronden van 15-b en 15-d. Om de gewenste situatie op het perceel aan de Baarloseweg te realiseren wordt de bestemming van de gronden 15 meter achter de woningen 15a-d gewijzigd van 'Agrarisch gebied' naar 'Wonen'. De gronden verder dan 15 meter tot circa 40 meter vanaf het huidige woonerf worden gewijzigd van 'Agrarisch gebied' naar semi-agrarische. In het hoofdstuk drie wordt nader op de gewenste situatie binnen het plangebied ingegaan.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven, gevolgd door een beschrijving van de gewenste situatie in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader, waarin het beleid van het Rijk, de provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder wordt beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue en vervolgens gaat hoofdstuk 6 in op de wateraspecten waaronder de watertoets. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project en tot slot gaat hoofdstuk 9 in op het vooroverleg en de inspraak.
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Landschap en omgeving
De Noordoostpolder heeft een uniek landschap. De inrichting van de polder is na de drooglegging volledig gericht op de landbouw. Dit heeft een bijzonder landschap opgeleverd met een grootschalige opbouw en een grote mate van openheid. Dit landschap is nu circa 70 jaar oud en het concept van de oorspronkelijke inrichting is nog altijd herkenbaar aanwezig. Het ontwerp van de polder en de uniciteit van het landschap wordt internationaal hoog gewaardeerd. Kenmerkend voor het polderlandschap is het regelmatige kavelpatroon en de structuurbepalende beplantingselementen zoals de erfsingels en wegbeplanting. In de omgeving van het plangebied zijn de karakteristieke elementen voor het polderlandschap duidelijk herkenbaar. De rechtlijnige, lineaire structuren zijn duidelijk zichtbaar in het landschap. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de omgeving weergegeven en met de rode ster globaal de ligging van het plangebied.
Afbeelding 2.1
2.2
Luchtfoto ligging plangebied en omgeving (Bron: ArcGIS)
Het plangebied
Het plangebied ligt ten noordoosten van de kern Marknesse, op een afstand van circa 2,67 kilometer. De ruimtelijke structuur van de omgeving wordt voornamelijk bepaald door de agrarische cultuurgronden, met oostelijk en westelijk verspreid liggende agrarische- en woonerven. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrenst door de Baarloseweg. Ten westen van het plangebied bevindt zich een groot kassencomplex op circa 430 meter. In het plangebied is sprake van een aaneen gebouwde voormalige arbeiderswoning. In de aaneengesloten rij woningen zijn drie woningen aanwezig. Hier mogen maximaal vier woningen liggen. Aan de noord- en oostzijde is een kavelsloot aanwezig, met aan de oostzijde daarnaast een aantal bomen en struiken van de oorspronkelijk erfsingel. In afbeelding 2.2 is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie van het plangebied. De rode contour betreft een indicatieve weergave van het plangebied. Daarnaast zijn straatbeelden van het erf vanaf de Baarloseweg opgenomen in afbeelding 2.3 en afbeelding 2.4.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
Afbeelding 2.2
Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: Ruimtelijke plannen)
Afbeelding 2.3
Aanzicht van het erf vanaf de Baarloseweg (Bron: Google Streetview, 2009, bewerkt)
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
Afbeelding 2.4 bewerkt)
Uitsnede straatbeeld met zicht op achterkant plangebied rood omkaderd (Bron: Google Streetview, November 2009,
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
Hoofdstuk 3 3.1
Gewenste situatie
Planbeschrijving
Op basis van de 'Beleidsregel uitbreiding arbeiderserven Noordoostpolder' voorziet dit plan in de uitbreiding van het voormalige arbeiderserf aan de Baarloseweg 15 a. De bestemming van de gronden achter het erf van de gehele rij 'voormalige arbeiderswoningen' wordt gewijzigd van 'Agrarisch gebied' naar 'Wonen', teneinde de gronden te kunnen gebruiken voor woondoeleinden. Daarnaast worden de gronden achter het erf en binnen de kavelsloot eveneens in voorliggend plan meegenomen om ter plaatse tevens semi-agrarisch gebruik mogelijk te maken. De huidige situatie in het plangebied wordt beperkt gewijzigd. Zo voorziet de ontwikkeling in het verleggen van de watergang naar de noord- en oostzijde van het perceel B4342 dus tot achter de semi-agrarische grond en het aanleggen en in stand houden van de ingrepen zoals opgenomen in het erfinrichtingsplan. Het erfinrichtingsplan is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. Op basis van de 'Beleidsregel uitbreiding arbeiderserven Noordoostpolder' wordt aan het uitbreiden van een arbeiderserf de voorwaarde gesteld dat een erfsingel wordt aangeplant aan de zijkant van de uitbreiding en bij voorkeur aan de achterzijde. In het erfinrichtingsplan van bijlage 1 staan de bepaalde ingrepen, welke aangeplant behouden moeten worden.
Om de aanplant en instandhouding van de bepaalde begroeing te verzekeren is in de regels van dit bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de bestemming 'Wonen'. In afbeelding 3.1 is de uitbreiding van de woonbestemming en toevoeging van de semi-agrarische bestemming weergegeven ten opzichte van de huidige situatie in het plangebied.
Afbeelding 3.1
Uitbreiding woonerf (uitsnede erfinrichtingsplan)
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
3.2
Verkeer ä parkeren
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De planologische wijziging waarin dit plan voorziet brengt geen veranderingen met zich mee ten aanzien van de aspecten verkeer en parkeren. In de huidige situatie is er bij de bestaande woning voldoende parkeergelegenheid aanwezig en blijft de ontsluiting ongewijzigd evenals de verkeersbewegingen. Geconcludeerd kan worden dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt om een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
3.
Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd.
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
4.1.2
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Ladder voor duurzame verstedelijking
In de SVIR (voorloper NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.3
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid
Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de NOVI. Wat betreft de ladder kan het volgende worden gesteld: De Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden gevolgd wanneer planologisch nieuwe "stedelijke ontwikkelingen" mogelijk worden gemaakt. Nieuwe planologische bouwmogelijkheden van enige omvang kwalificeren als zodanig en zijn 'Ladderplichtig'. Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er in het geheel geen sprake is van toename van het ruimtebeslag (bijv. bij functiewijziging), dan is de Afdelingslijn dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Gelet op het feit dat: ^ ^ ^
er fysiek geen sprake is van nieuw beslag op de ruimte; er sprake is van een ondergeschikte planologische wijziging zonder grootschalige nieuwe functies; er sprake is van een planologische wijziging die ten opzichte van de huidige toegestane functie geen extra milieueffecten op de omgeving met zich meebrengt;
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
^
er sprake is van een ontwikkeling, die in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' aanvaardbaar is;
wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie FlevolandStraks
4.2.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: ^ ^ ^
Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving), Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving).
Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: ^ ^ ^ ^
Duurzame Energie Regionale Kracht Circulaire Economie Landbouw: Meerdere Smaken
4.2.1.2 Toetsing van het initiatief aan Omgevingsvisie FlevolandStraks In voorgenomen ontwikkeling wordt het woonerf binnen het plangebied uitgebreid, tevens wordt de functieaanduiding 'semi agrarisch' op het achtergelegen perceel toegevoegd. Het voornemen wordt opgezet conform een erfinrichtingsplan. In het erfinrichtingsplan is gezocht naar landschappelijke aanknopingspunten in het omringende landschap. Gelet op vorenstaande sluit het voornemen goed aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie FlevolandStraks (specifiek 'Het Verhaal van Flevoland').
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
4.2.2
Omgevingsprogramma Provincie Flevoland
4.2.2.1 Algemeen Per 1 januari 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Op dat moment moet elke provincie beschikken over een Omgevingsvisie, een of meer programma's en een Omgevingsverordening. Het op 27 februari 2019 door de Provinciale Staten van de provincie Flevoland vastgestelde Omgevingsprogramma Flevoland vindt haar grondslag dan ook in de Omgevingswet. Daarnaast is de grondslag te vinden in diverse vigerende wetten, zoals de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder en de Wet natuurbescherming. Het Omgevingsprogramma omvat daarmee de op dit moment verplichte plannen: het milieubeleidsplan, het regionale waterplan en het verkeer- en vervoersplan. In 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie FlevolandStraks vastgesteld. Hierin is in hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst van Flevoland weergegeven. In dit (eerste) Omgevingsprogramma Flevoland is er voor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Met de vaststelling van het Omgevingsprogramma is dan ook een groot aantal beleidsnota's komen te vervallen. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd.
De provincie streeft ernaar om dit programma jaarlijks te actualiseren en waar nodig aan te vullen met overig provinciaal beleid. Zo kunnen in volgende versies onderwerpen worden toegevoegd die betrekking hebben op bijvoorbeeld economisch of sociaal beleid. Ook kunnen programma's worden toegevoegd met een meer gebiedsgebonden of thematische aanpak. In voorliggend geval is met name hoofdstuk 1 'Ruimte' van het Omgevingsprogramma van belang. 4.2.2.2 Ruimte Algemeen Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Aantrekkelijke woongebieden in een groen-blauwe omgeving maken Flevoland concurrerend met andere gebieden. Er is sprake van overloop uit de drukke, dure Randstad naar een ruimer, goedkoper Flevoland (push factor). Ook kiezen mensen bewust voor het attractieve woonmilieu van Flevoland (pull factor). De provincie wil verdere grootschalige ontwikkelingen mogelijk maken en deze deels zelf ter hand nemen, samen met partners. De provincie is bereid om ruimte te reserveren voor functies waarvoor in omliggende regio's onvoldoende ruimte is. De voorwaarde daarvoor is een evenwichtige ontwikkeling.
Samen met partners binnen en buiten het gebied biedt de provincie zicht op oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, die het tempo van de ruimtelijke ontwikkelingen in Flevoland met zich meebrengt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om achterblijvende bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid. Landelijk gebied Het plangebied maakt binnen het thema 'Ruimte' onderdeel uit van het 'landelijk gebied' zoals hieronder is te zien in afbeelding 4.1.
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
De provincie wil de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en de gebruiksmogelijkheden ervan meer afstemmen op de maatschappelijke behoeften. Om het economisch draagvlak te verbreden wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied en deze verweven met de bestaande landbouwfunctie. Vestiging van activiteiten die bij uitstek thuishoren op een bedrijventerrein of aansluitend aan het bebouwde gebied worden in principe niet toegestaan. De activiteiten moeten in principe kleinschalig van karakter zijn. De bebouwingsmogelijkheden dienen hierop te zijn afgestemd. Effecten die milieuhygiënisch, landschappelijk en verkeerskundig (veiligheid en verkeersaantrekkende werking) ongewenst zijn, moeten worden voorkomen. Zo mogen nieuwe functies de landschappelijke en cultuurhistorische kern- en basiskwaliteiten van het gebied niet aantasten. De provincie ziet erop toe dat de mogelijkheden van verstedelijking in het landelijk gebied afdoende gemotiveerd zijn boven het gebruik maken van mogelijkheden in het stedelijk gebied. Zo ziet de provincie ook toe op een goede omgang met de Ladder voor duurzame verstedelijking van het Rijk.
4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan het 'Omgevingsprogramma Provincie Flevoland' In voorliggend geval is sprake van een kleinschalige ontwikkeling waarbij sprake is van een functiewijziging van agrarische gronden naar gronden ten behoeve van het wonen (tuin). In paragraaf 4.1.3 is getoetst aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Hier wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Verder is het plan in hoofdstuk 5 van de toelichting getoetst aan diverse milieuaspecten. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van belemmering van omliggende agrarische functies. Dankzij de landschappelijke inpassing sluit het plan aan op het kenmerkende landschap. Geconcludeerd wordt dat het 'Omgevingsprogramma Provincie Flevoland' de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg staat. 4.2.3
Omgevingsverordening Provincie Flevoland
4.2.3.1 Algemeen In de Omgevingsverordening van provincie Flevoland zijn alle regels vastgelegd die de provincie hanteert op het gebied van onder andere wegen, water, milieu, bodem, natuur, wonen en ruimte. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie-)regels voor andere overheden.
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
4.2.3.2 Relevante artikelen In geval van voorgenomen ontwikkeling is met name artikel 7.5 van de omgevingsverordening van belang. Artikel 7.5 (Bescherming) - Natuurnetwerk Nederland 1.
2.
4.2.3
Een ruimtelijk plan of besluit, voor zover het betrekking heeft op een gebied binnen of nabij de aangewezen het Natuurnetwerk Nederland: a.
strekt mede tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied;
b.
maakt activiteiten alleen mogelijk als die ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze titel van de verordening geldende bestemmingsplan, mits die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden.
Voor zover een bestemmingsplan strijdig is met de bescherming en de mogelijkheden bedoeld in het eerste lid stelt de gemeenteraad binnen drie jaar na het inwerkingtreden van deze titel dat plan opnieuw vast met inachtneming van de bepalingen in het eerste lid. Toetsing van het initiatief aan artikel 7.5 van de Omgevingsverordening
De locatie waar voorgenomen ontwikkeling betrekking op heeft ligt op circa 3,3 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) behoren. Zoals aangegeven in paragraaf 5.7.2.3 worden er gelet op de afstand tot het NNN en de aard en omvang van de ontwikkeling, geen negatieve effecten verwacht op de gebieden die behoren tot het NNN. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met artikel 7.5 van de Omgevingsverordening Flevoland.
4.2.4
Beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied 2008
4.2.4.1 Algemeen Deze beleidsregel is inhoudelijk een voortzetting van de beleidsregel "Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijke gebied 2007" maar is procedureel aangepast aan de Wro, die op 1 juli 2008 van kracht is geworden. Deze beleidsregel geeft aan op welke wijze de provincie omgaat met de uitgangspunten zoals die in het Omgevingsplan Flevoland 2006 zijn geformuleerd met betrekking tot kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied. De provincie wil verdere ontwikkeling van de landbouw stimuleren zodat het landelijk gebied vitaal en duurzaam blijft. Zij vindt het daarom van belang meer ruimte te bieden aan nieuwe agrarisch aanverwante (maar ook niet- agrarische functies) en de mogelijkheid te bieden om (voormalige) agrarische bouwpercelen te vergroten. Dit mag er dan uiteraard niet toe leiden dat de reeds in het landelijk gebied aanwezige functies gehinderd worden, noch dat het landelijk gebied verstedelijkt. De van belang zijnde inhoudelijke afwegingen zijn hierna weergegeven: ^
^ ^ ^ ^
Niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op (voormalige) agrarische bouwpercelen zijn mogelijk, tenzij belemmeringen en hinder ontstaan voor het functioneren van de naastgelegen (agrarische) bedrijven en/of activiteiten, zoals wonen en recreëren. Indien nodig en mogelijk zal dit nader worden geregeld in een (milieu)vergunning. Voorkomen van verstedelijking van het landelijk gebied. Per (voormalig) agrarisch bouwperceel wordt uitgegaan van één woning. Vrijgekomen boerderijwoningen kunnen worden gebruikt voor algemene bewoning. Landschappelijke inpassing. Vergroting van de (voormalige) agrarische bouwpercelen dan wel de ontwikkeling van niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op (voormalige) agrarische bouwpercelen zijn mogelijk, tenzij dit leidt tot knelpunten of onveilige situaties in de verkeersafwikkeling .
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
^
Er wordt naar gestreefd, dat recreatieve en/of toeristische activiteiten en andere publiek aantrekkende activiteiten goed bereikbaar zijn met openbaar vervoer en fiets.
4.2.4.2 Toetsing van het initiatief aan de 'Beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijke gebied 2008’ Gelet op bovenstaande toetsing kan geconcludeerd worden dat voorliggend plan voldoet en past binnen de 'Beleidsregel uitbreiding arbeiderserven Noordoostpolder'. 4.2.5
Toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat het provinciaal beleid de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Structuurvisie Noordoostpolder 2025
4.3.1.1 Algemeen De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is in december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie, die de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten beschrijft. De visie heeft als doel de verschillende belangen, voor bijvoorbeeld het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen. Vervolgens kan hieruit een integrale ontwikkelingsrichting worden bepaald voor de periode tot 2025. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is met name gericht op het behoud en de verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder. De structuurvisie is een document voor de langere termijn, daarom kent de Structuurvisie Noordoostpolder 2025 een zekere mate van globaliteit en abstractie. De visie vormt de basis voor ons toekomstig beleid, ter uitwerking van de structuurvisie zijn gebiedsvisies, masterplannen, uitwerkingsplannen, bestemmingsplannen en beleidsplannen nodig om concrete (plan)ontwikkelingen in gang te zetten. 4.3.1.2 Ambitie landschap De gemeente is trots het unieke polderlandschap van de Noordoostpolder. Daarom is de ambitie de komende jaren de landschappelijke opbouw van de Noordoostpolder niet alleen behouden, maar ook versterken.
Op de schaal van de polder wordt ingezet in op het behoud van het regelmatige kavelpatroon en het versterken van de concentrische opbouw van de polder. Cultuurhistorisch gezien wordt ook ingezet op het herstel van structuurbepalende beplantingselementen (zoals erfsingels, wegbeplanting en omlijsting van dorpen). Daarvoor wordt niet alleen samenwerking gezocht met Provincie, waterschap en terreinbeherende organisaties, maar ook met de inwoners en ondernemers. De polder is een levend landschap, waarin particuliere initiatieven een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het behoud van de identiteit van de (verschillende deelgebieden van de) Noordoostpolder en het vergroten van de kwaliteit en de beleving daarvan. 4.3.1.3 Ambitie Cultuurhistorie Cultuurhistorie en archeologie bepalen in grote mate de identiteit van de Noordoostpolder en zijn daarom hulpmiddelen de gemeente te onderscheiden. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gekeken in hoeverre er actief een bijdrage geleverd kan worden aan erfgoed, om die identiteit te versterken. Denk bijvoorbeeld aan functieverandering van monumenten of ruimere herbestemming van (agrarisch) vrijkomende bedrijven.
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
4.3.1.4 Voorzieningen en leefbaarheid Sociaal en vitaal blijven in de toekomst vraagt om het maken van keuzes. Er wordt gestreefd om aan te sluiten bij wat inwoners nodig hebben om die sociale en vitale samenleving te kunnen blijven. De gemeente richt zich op behoud en verbetering van de kwaliteit. Ondernemerschap, zelforganisatie en het aangaan van nieuwe allianties zijn belangrijke kernkwaliteiten die gestimuleerd en gefaciliteerd worden in het belang van een toekomstbestendige samenleving. Commerciële en maatschappelijke voorzieningen kunnen een goede invulling geven aan het vrijkomen van agrarische erven. De gemeente wil die mogelijkheid onder voorwaarden toestaan. Belangrijkste randvoorwaarde is daarbij dat we concurrentie met de voorzieningen in de dorpen willen voorkomen.' 4.3.1.5 Bevolking en wonen In de gemeente Noordoostpolder kan je goed en betaalbaar wonen. De gemeente kent een keur aan kwaliteiten, die het wonen in de polder aangenaam maken. De ruimte, het cultuurhistorische landschap, de werkgelegenheid, de goede bereikbaarheid en centrale ligging, het voorzieningenaanbod, de sociale verbondenheid en de ruimte voor variatie aan woonmilieus zijn hier voorbeelden van. De meeste woningen in de gemeente zijn na de oorlog in snel tempo neergezet, om zo de woningnood op te kunnen vangen.
Dit heeft tot gevolg dat de woningvoorraad nu wat eenzijdig is en nagenoeg gelijktijdig veroudert. Door de economische crisis zit er weinig beweging in de woningmarkt. Daarnaast stabiliseert de bevolkingsgroei en zijn de woonwensen van mensen veranderd. Deze ontwikkelingen vormen grote uitdagingen maar bieden ook kansen. De gemeente streeft naar een aantrekkelijke, uitnodigende fysieke woon- en leefomgeving en daarbij richt zij vooral op (tijdelijke) inwoners van de gemeente Noordoostpolder. Ze zet in op een afwisselend woningaanbod en voegen bijzondere woonmilieus toe, zoals in de Wellerwaard. Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en wonen in vrijkomende agrarische bebouwing. De aandacht verschuift van kwantiteit (veel bouwen) naar kwaliteit (dat wat er al is behouden, verbeteren en/of transformeren). Inbreiding in de kernen gaat vóór uitbreiding van de kernen in het landelijk gebied ('vernieuwing van binnenuit'). Algemeen geldt het 'polderDNA' van de Noordoostpolder als leidraad en inspiratie bij ontwikkeling. 4.3.1.6 Toetsing van het initiatief aan de 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025' In voorliggend geval is sprake van een uitbreiding van een voormalig arbeiderserf.
Het voornemen is het erf aan de achterzijde uit te breiden middels het wijzigen van de ter plaatse geldende bestemming 'Agrarisch gebied' naar 'Wonen' en het transformeren van het achterliggende stuk agrarische grond naar 'specifieke vorm van agrarisch - semi-agrarisch'. In de visie is aangegeven dat de gemeente positief tegenover het uitbreiden van het erf van voormalige arbeiderswoningen staat. Het plan voorziet in een landschappelijke inpassing en heeft geen aantasting op omliggende functies. Het plan doet geen afbreuk aan woongenot van bewoners, omwonende hebben dan ook een positieve houding tegenover het plan. Er kan gesteld worden dat het plan de kwaliteit van wonen verbeterd. Geconcludeerd wordt dat voorliggend plan past binnen de 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025'. 4.3.2
Beleidsregel uitbreiding arbeiderserven Noordoostpolder
4.3.2.1 Algemeen De 'Beleidsregel uitbreiding arbeiderserven Noordoostpolder' is op 8 juli 2015 in werking getreden. Zoals in de 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025' uiteengezet staat de gemeente Noordoostpolder positief tegenover het uitbreiden van voormalige arbeiderserven. Middels deze beleidsregel wordt een eenduidig kader gesteld aan de hand waaraan verzoeken om uitbreiding van arbeiderserven beoordeeld kunnen worden. 4.3.2.2 Arbeiderserven In het oorspronkelijke polderplan kreeg ieder dorp zijn eigen voorzieningen (kerken, scholen, sportvoorzieningen, winkels) om daardoor per dorp een sociale gemeenschap te laten groeien. Het maatschappelijk ideaal om hechte sociale verbanden te smeden, komt ook tot expressie in de keuze om de agrarische erven te groeperen in clusters van twee, drie of vier erven en om ook de arbeiderswoningen verspreid over het landelijk gebied aan deze ervenclusters te koppelen. Arbeiderswoningen zijn te vinden door BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
de gehele polder. De 'Beleidsregel uitbreiding arbeiderserven Noordoostpolder' biedt mogelijkheden voor het uitbreiden van arbeiderserven. Aan toepassing van de beleidsregel worden de voorwaarden verbonden, deze zijn hieronder weergegeven en getoetst aan voorliggende situatie. 1. Bij de planologische maatregel moet benoemd worden welk gedeelte zodanig bestemd wordt dat het niet bij het erf hoort en waar vergunningsvrij bouwen dus niet mogelijk is. ^ Toetsing: De gronden tot 15 meter direct achter het huidige woonerf krijgen een woonbestemming. De gronden op een afstand verder dan 15 meter tot het in lijn komt met het naastgelegen agrarische erf worden als semi-agrarisch aangemerkt, zodat daar vergunningsvrij bouwen niet mogelijk is. 2. Bij de planologische maatregel wordt de realisatie van de erfsingel afgedwongen middels een voorwaardelijke verplichting. ^ Toetsing: als voorwaarde is in de beleidsregel opgenomen dat de zijkant wordt afgerond met een erfsingel. In het inpassingsplan is opgenomen dat de zijkanten van een erfsingel worden voorzien. Om de uitvoering en instandhouding van de erfsingel te verzekeren is in de regels van dit bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. 3. De aanvrager van de planologische maatregel moet aantonen dat er overeenstemming is met de bewoners van de aangrenzende percelen.
^ Toetsing: de eigenaren van de aangrenzende gronden zijn op de hoogte van het voornemen en hebben geen bezwaren tegen de voorgenomen uitbreiding van het voormalig arbeiderserf. 4. De bewoners van de aangrenzende percelen mogen door de planologische maatregel niet onevenredig in hun woongenot belemmerd worden. ^ Toetsing: het bestaande woonmilieu wordt niet aangetast als gevolg van voorliggend plan, er is geen sprake van aantasting van het woon- en leefklimaat. De relevante milieu- en omgevingsaspecten worden in het hoofdstuk 5 nader toegelicht. 5. Voor het overige moet de goede ruimtelijke onderbouwing ruimtelijke ordening aangetoond te worden. ^ Toetsing: voorliggende toelichting gaat in op alle relevante ruimtelijke aspecten waaraan een goede ruimte voldoet behandeld. De toelichting toont aan dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 6. Het planschadeverhaal in relatie tot de planologische maatregel moet geregeld worden in een overeenkomst. ^ Toetsing: Hierover zijn initiatiefnemer en de gemeente een overeenkomst overeengekomen waarin het planschade verhaal is vastgelegd. 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Beleidsregel uitbreiding arbeiderserven Noordoostpolder' Gelet op bovenstaande toetsing kan geconcludeerd worden dat voorliggend plan voldoet en past binnen de 'Beleidsregel uitbreiding arbeiderserven Noordoostpolder'.
4.3.3
Woonvisie Noordoostpolder 2020 'Kansen Grijpen'
4.3.3.1 Algemeen De woonvisie heeft als titel "kansen grijpen" en dat is precies wat de gemeente wil gaan doen. Ze wil de vraag van vandaag beantwoorden en tegelijkertijd inspelen op de toekomst. Ook dan wil zij een gemeente blijven waar het goed wonen is. Dat betekent dat ze nu inspeelt op de markt en ruimte bieden voor experimenten en nieuwe woonvormen. Dit draagt bij aan de variatie in het woonaanbod, waardoor Noordoostpolder aantrekkelijker wordt voor meer mensen. De gemeente doet dit onder andere door onderzoekend ontwikkelen. Mensen die kiezen voor Noordoostpolder als woonplek krijgen de ruimte. Zowel in Emmeloord als de dorpen. 4.3.3.2 Kwalitatieve behoefte De kwalitatieve woningprogrammering kent drie invalshoeken: 1. 2.
De vraag en tekorten van vandaag. De behoefte van morgen.
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
3.
Zelfstandige kwaliteitsdoelstellingen.
Bij het bouwen van nieuwe woningen wordt gekeken naar inbreidingsmogelijkheden, transformatie van bestaand vastgoed en uitbreiding. De inzet van de woonvisie is om de vraag en tekorten van vandaag op te lossen door een op doorstroming gericht seniorenprogramma dat invulling geeft aan de behoefte van morgen. Het doel is om zowel in Emmeloord als in de kernen een dergelijk programma te realiseren. Het gaat daarbij om huur- én koopwoningen, appartementen én grondgebonden woningen. Een dergelijk programma kan door doorstroming ruimte scheppen voor starters en andere groepen. Tegelijk is het doel om kwalitatief bijzondere programma's toe toevoegen, zoals bijvoorbeeld Wellerwaard, om een aantrekkelijk palet aan woonmilieus aan te bieden. 4.3.3.3 Kwaliteit Een aantal thema's krijgt in de woonvisie in het bijzonder aandacht: ^
^
^
^
Met het DNA van de polder is vastgelegd hoe wordt voortgebouwd op de bijzondere bebouwingskwaliteit in de polder. Doel is om meer concreet uitwerking te geven aan de mogelijkheden om nieuwe programma's in dit DNA in te passen. Vanuit economische perspectief is het van belang de nieuwbouw te benutten om een belevingswaarde aan te bieden waarmee Noordoostpolder zich op een regionaal en mogelijk zelfs bovenregionaal niveau kan onderscheiden. Doel is dan ook om woonmilieus met een bijzondere kwaliteit toe te voegen, die bijdragen aan een verdere differentiatie van de kwaliteit van woonmilieus. De komende jaren is er zowel in Emmeloord als in de kernen op verschillende plekken de ruimtelijke opgave om tot invulling te komen van bijzondere locaties die door functieverandering beschikbaar komen. Die bijzondere locaties worden aangegrepen om vooral invulling te geven aan het nieuwe seniorenprogramma en woonmilieus met bijzondere kwaliteiten De toekomstwaarde van de bestaande voorraad is kritisch. De energietransitie wordt ingezet om een kwaliteitsimpuls aan de bestaande voorraad te geven.
4.3.3.3 Conclusie 'Woonvisie Noordoostpolder 2020 'Kansen Grijpen" Voorliggend initiatief draagt bij aan de kwaliteit van de woningvoorraad. Het DNA van de polder wordt behouden middels het inpassingsplan. Het uitbreiden van het woonerf draagt bij aan de belevingswaarde van de bewoner van Noordoostpolder. Initiatiefnemer is voornemens om energiewinning te plaatsen op zijn erf, zoals zonnepanelen etc. Door voorliggend initiatief wordt hiermee bijgedragen aan de toekomstwaarde van de bestaande voorraad een kwaliteitsimpuls ten aanzien van de energietransitie. Geconcludeerd wordt dat voorliggend initiatief bijdraagt aan de doelen gesteld in de woonvisie. 4.4
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend initiatief past binnen de gemeentelijke beleidskaders.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
Hoofdstuk 5
Milieu- en omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.
5.1
Geluid (Wet geluidhinder)
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2
Situatie plangebied
In voorliggend geval wordt geen nieuw geluidsgevoelig object toegevoegd. De aspecten industrielawaai, railverkeerslawaai en wegverkeerslawaai worden verder dan ook buiten beschouwing gelaten. In paragraaf 4.5 wordt aan de hand van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' nader ingegaan op de milieubelasting van het project op de omgeving. 5.1.3
Conclusie
De Wet geluidhinder vormt in voorliggend geval geen belemmering.
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, is een bodemonderzoek verricht. Op basis van de Woningwet, de Wabo en bijbehorende regelgeving gelden de volgende uitzonderingen voor de bodemonderzoeksplicht: I. II. III.
IV.
als het gaat om bouwwerken die de grond niet raken of het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd; het bouwwerken een te verwezenlijken bebouwingsoppervlakte heeft van ten hoogste 50 m2; als het gaat om het bouwen van bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven (Woningwet, artikel 8, derde lid). Hierbij wordt een verblijftijd van minder dan 2 uur gehanteerd; als B&W vrijstelling verlenen omdat er al voldoende gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend zijn, bijvoorbeeld op basis van een reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek (maximaal 5 jaar oud en waarbij het gebruik sindsdien niet is gewijzigd).
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Baarloseweg 15a te Marknesse" Noordoostpolder
5.2.2
Situatie plangebied
Voorliggend plan voorziet niet in het toestaan van nieuwe bouwactiviteiten die een nieuw milieu gevoelig object toestaan. In voorliggend geval gaat het om bestemmingswijziging van betreffende gronden tot een woonbestemming zonder bouwvlak en daarachter semi-agrarische gronden. In beide gevallen is geen sprake van langdurig menselijk verblijf ter plaatse. Gelet op bovenstaande en het bepaalde in punt III kan worden geconstateerd dat een bodemonderzoek achterwege kan blijven. 5.2.3
Conclusie
Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend bestemmingsplan.
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: ^ ^
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: ^ ^ ^
woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.