6.1 Nota Verbonden Partijen gemeente Noordoostpolder.pdf
Tekst van het document
De Nota Verbonden Partijen is een kaderstellend document. Hierin zijn gezamenlijke uitgangspunten en werkafspraken opgenomen van de gemeenteraad en het college.
NOTA VERBONDEN PARTIJEN
Emmeloord, 2 april 2021
Inhoudsopgave 1.
Aanleiding.......................................................................................................................................3
Leeswijzer Nota Verbonden Partijen...........................................................................................................5 2.
Verbonden partijen.........................................................................................................................6 Definitie verbonden partij.......................................................................................................................6 Privaatrechtelijke en publiekrechtelijke organisaties..............................................................................6 Gemeenschappelijke regelingen.............................................................................................................7 Begroting gemeente................................................................................................................................8 Wijzigingen in wetgeving........................................................................................................................8
3.
Aangaan van en sturing op verbonden partijen...............................................................................9 Fase 1 Oprichtingsfase............................................................................................................................9 Fase 2 Uitvoeringsfase..........................................................................................................................11 Fase 3
Evaluatie- en heroverwegingsfase......................................................................................14
Bijlage I Lijst verbonden partijen...............................................................................................................16 Bijlage II
Wijzigingen............................................................................................................................17
Bijlage IV Uitgangspunten en werkafspraken per bestuursorgaan............................................................21
2
1. Aanleiding Als gemeente werken we met anderen samen, het is de gangbare praktijk. Soms is dat wettelijk verplicht, zoals de Veiligheidsregio of de GGD, in andere gevallen zelf gekozen. Net als onze eigen organisatie dragen samenwerkingsverbanden bij aan het realiseren van onze lokale doelen en ambities. Samenwerkingsverbanden dienen dus een publiek belang. De organisaties waarin wij deelnemen, onze verbonden partijen, maken voor ons beleid of voeren voor ons beleid uit. In principe zouden wij dat ook zelf kunnen doen. Er zijn verschillende redenen waarom wij een aantal van onze taken toch met goede kwaliteit door een verbonden partij laten oppakken: 1. Belang: via samenwerkingsverbanden kan worden samengewerkt aan beleidsuitdagingen of -doelen die gemeentegrensoverschrijdend zijn of die voor meerdere gemeenten van groot belang zijn; samenwerking versterkt de bestuurskracht. 2. Kennis: sommige taken vragen specialistische kennis die onze eigen organisatie niet kan bieden; 3. Kosten: het beleggen van taken bij een samenwerkingsverband kan efficiënter/goedkoper zijn dan de taken in de eigen organisatie de beleggen, waardoor voor minder geld minstens dezelfde (maar vaak een hogere) kwaliteit geleverd kan worden. 4. Regels: voor sommige beleidsterreinen is het wettelijk verplicht om een samenwerkingsverband op te richten.
Daarnaast kunnen de voorgaande redenen uiteraard ook gelden. De belangrijkste boodschap is: er valt iets te kiezen in de samenwerking, doe dat bewust. Deze nota geeft de kaders voor deze keuzeprocessen bij bestuurlijke samenwerking in afzonderlijke rechtspersonen: Voor het aangaan van de samenwerking, voor de evaluatie en voor het handelen in het samenwerkingsverband. De gemeente Noordoostpolder heeft een aantal verbonden partijen die voor meerdere gemeenten taken uitvoert of waarmee de gemeente samenwerkt. In 2021 zijn wij verbonden in de volgende vier GR-en:
Daarnaast zijn we verbonden met de volgende twaalf vennootschappen en coöperaties:
3
1
En in twee organisaties met een bestuurlijk belang en een maatschappelijk of algemeen belang:
2
Een samenwerking door middel van gemeenschappelijke regeling (schema 1) betekent dat er een samenwerking tot stand is gekomen met andere overheden, waardoor een openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid is ingesteld. Bij de regeling worden onder meer het bestuur, de taken en de financiën vastgelegd. De bevoegdheden worden overgedragen om de belangen te behartigen waarvoor de regeling is aangegaan. Dit is anders bij de bedrijfsvoeringsorganisaties. Daar worden alleen de uitvoeringstaken overgedragen. Doordat de gemeente steeds meer opereert in een samenwerkingsverband, komt er steeds meer bewustzijn over de werking van de gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen. Deze Nota Verbonden Partijen is op initiatief van de griffie, in samenspraak met de beleidsmedewerker, in afstemming met de raadsrapporteurs opgesteld en voor consultatie aan ons college en de directies van de verbonden partijen verzonden. De input van consultatie is gebruikt voor de verdere invulling van deze Nota Verbonden Partijen. Doel is om de nota te behandelen en vast te stellen in de raadsvergadering van april 2021, zodat de nota in werking kan treden. De griffie neemt het initiatief om samen met de andere Flevolandse gemeenten te komen tot een format-kaderbrief voor de Verbonden Partijen.
Bij de totstandkoming van de nota is rekening gehouden met de jaarrekening Verbonden Partijen 2019 en de Begroting Verbonden Partijen 2020. 1
Enige van de bij 2.8 genoemde vennootschappen/corportaties worden waarschijnlijk in het najaar geliquideerd. 2 Geen verbonden partijen volgens de BBV. Anders dan bijv. de Regio Zwolle gaat het hier wel om een externe juridische entiteit waarmee de gemeente verbonden is en is daarom wel meegenomen in deze nota. 4
Leeswijzer Nota Verbonden Partijen In de Nota Verbonden Partijen wordt in hoofdstuk 3 eerst uitgewerkt wat verbonden partijen zijn en welke verbonden partijen er zijn. De nota geeft op een eenvoudige samenvattende wijze uitleg over de verschillende regelingen die er zijn en de bevoegdheden die daarbij horen. Nadat duidelijk is welke verbonden partijen er zijn, wordt in hoofdstuk 4 beschreven hoe de gemeente Noordoostpolder aankijkt tegen het aangaan van en de sturing op verbonden partijen. In deze Nota Verbonden Partijen is gekozen voor een uitwerking in drie fasen. De bevoegdheden van de gemeenteraad en het college zijn per fase verschillend, waardoor er sprake is van andere rollen en een andere werkwijze. De volgende drie fasen worden uitgewerkt: 1. de oprichtingsfase
2. de uitvoeringsfase 3. de evaluatie- en heroverwegingsfase. De gezamenlijke uitgangspunten en de gemaakte werkafspraken hebben tot doel de invloed van onze gemeente op de uitvoering van onze eigen taken via verbonden partijen te optimaliseren.
5
2. Verbonden partijen Er is een aantal mogelijkheden om gemeentelijke taken uit te voeren. De gemeente kan taken zelf uitvoeren, kan dit uitbesteden aan een organisatie die losstaat van de gemeente door middel van subsidieverlening of kan met andere gemeenten samenwerken. Dit kan vorm krijgen door de taken onder te brengen in een gemeenschappelijke regeling of in een privaatrechtelijke vorm. Definitie verbonden partij In deze nota zijn enkel verbonden partijen opgenomen die op basis van een juridische entiteit zijn ingesteld, samenwerkingsverbanden als de Regio Zwolle en de RES vallen hier dus buiten. Bij de definiëring van het begrip verbonden partijen wordt daarmee aangesloten bij het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV): Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft Financieel belang Onder een financieel belang wordt verstaan: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Bestuurlijk belang Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, via vertegenwoordiging in het bestuur of via stemrecht.
Dit houdt concreet in dat er sprake is van een bestuurlijk belang als een collegelid (of raadslid of ambtenaar) namens de gemeente in het bestuur van de verbonden partij plaatsneemt of namens de gemeente stemt. Privaatrechtelijke en publiekrechtelijke organisaties Bij verbonden partijen gaat het om privaatrechtelijke, publiekrechtelijke organisaties en publiek-private samenwerkingen (PPS). In sommige gevallen schrijft de wet een verbonden partij voor. Dat is op dit moment het geval bij de regionale omgevingsdienst, de gezondheidsdienst (GGD) en de veiligheidsregio (VRF). 3 Privaatrechtelijke organisaties zijn in het Burgerlijk Wetboek geregeld. Dit kunnen stichtingen, verenigingen, coöperaties en vennootschappen zijn. In bijlage I is een lijst met verbonden partijen opgenomen, waar de gemeente Noordoostpolder aan deelneemt. Daarbij is ook de vorm van de verbonden partij vermeld. Bij publiekrechtelijke samenwerking gaat het vooral om de deelname aan gemeenschappelijke regelingen. Deelname vindt plaats binnen de kaders van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Als gekozen wordt voor bestuurlijke samenwerking, dan bestaan er verschillende vormen om de samenwerking in te richten.
Soms is afstemming voldoende, maar er kan ook gekozen worden voor een regeling zonder meer, een centrumgemeente-constructie, een gemeenschappelijk orgaan, een bedrijfsuitvoeringsorganisatie of een openbaar lichaam. In de gemeentewet is aangegeven dat er slechts beperkt gebruik gemaakt wordt van een externe – juridische- samenwerking.4 De eerste voorkeur is dan een publiekrechtelijke samenwerking boven een privaatrechtelijke samenwerking. Het college kiest slechts voor een privaatrechtelijke samenwerking, als dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Reden voor de voorkeur voor een publiekrechtelijke regeling is dat het publiekrecht meer
artikel 5.3 Wabo, artikel 14 Wet publieke gezondheid, artikel 9 Wet veiligheidsregio’s artikel 160 lid 2 Gemeentewet Het college besluit slechts tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerp-besluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. 3
4
6
waarborgen biedt ten aanzien van het gebruik van bevoegdheden, besluitvormingsstructuren, toezicht, controle en openbaarheid. Publiek-private samenwerking (PPS) is een samenwerkingsverband waarbij overheid en bedrijfsleven, met behoud van eigen identiteit en verantwoordelijkheid, gezamenlijk een project realiseren op basis van een heldere taak- en risicoverdeling. Deze vorm van samenwerken is door de gemeente Noordoostpolder tot op heden beperkt toegepast. Gemeenschappelijke regelingen De (raadsrapporteurs van de) gemeenteraad heeft gegeven dat het zwaartepunt van de gemeenteraad bij de gemeenschappelijke regelingen ligt. De betrokkenheid van de gemeenteraad bij de uitvoering van gemeentelijke taken in GR-verband dient geoptimaliseerd te worden. Om die reden wordt nader uitgewerkt welke verschillende gemeenschappelijke regelingen (en overige verbonden partijen) er zijn. De verantwoordelijkheid van de gemeenteraad verandert niet als voor een samenwerkingsverband wordt gekozen. De raad blijft formeel kadersteller, controleur en volksvertegenwoordiger. De rol van de gemeenteraad verandert echter wel, doordat de gemeenteraad niet meer op zichzelf staand is, maar de democratische legitimatie afkomstig is van alle deelnemers gezamenlijk.
Raadsregeling Een raadsregeling is een gemeenschappelijke regeling tussen uitsluitend gemeenteraden (en eventueel provinciale staten of het algemeen bestuur van een waterschap). Een raadsregeling kan worden voorbereid door het college, want het college bereidt immers de besluiten van de raad voor. De raad kan de raadsregeling ook zelf initiëren. Het is de raad die over een dergelijke regeling beslist. Het algemeen bestuur bestaat uitsluitend uit raadsleden die door de deelnemende gemeenten zijn aangewezen. De invloed van de gemeenteraad is logischerwijs groot. De raadsregeling komt niet vaak voor en kennen we in onze gemeente niet. Collegeregeling Een collegeregeling is een gemeenschappelijke regeling tussen uitsluitend colleges van burgemeester en wethouders (en eventueel gedeputeerde staten of een dagelijks bestuur van een waterschap). De gemeenschappelijke regeling wordt door het college getroffen. Het is aan het college om te bepalen hoe deze eruit komt te zien en of de regeling daadwerkelijk tot stand komt. Het college dient de gemeenteraad wel om toestemming te vragen. De raad kan deze toestemming alleen onthouden wegens strijd met het recht of strijd met het algemeen belang. Het algemeen bestuur bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door het college uit zijn midden worden aangewezen. Dit betekent dat er geen raadsleden in het algemeen bestuur mogen zitten.
5 De invloed van de gemeenteraad is bij collegeregelingen minder groot. Het college en de gemeenteraad kunnen onderling afspraken maken waardoor de gemeenteraad betrokken is bij de uitvoering van de gemeenschappelijke regelingen. Burgemeestersregeling Dit betreft een gemeenschappelijke regeling tussen uitsluitend burgemeesters (en eventueel een commissaris van de Koning of voorzitter van een waterschap). De burgemeesters vormen dan het algemeen bestuur.6 Een burgemeestersregeling komt nauwelijks voor. De burgemeestersregeling kennen we niet in onze gemeente. Gemengde regeling Een gemengde gemeenschappelijke regeling is een regeling tussen de raden en colleges; de raden, colleges en burgemeesters; en colleges en burgemeesters van twee of meer gemeenten. De raad en het college samen beslissen over deelname aan een dergelijke regeling. Daarnaast moet de raad ook nog toestemming verlenen. Het algemeen bestuur kan uit leden van de raad en het college 5 6
artikel 15 jo artikel 13 lid 6 Wgr. artikel 15 jo artikel 13 lid 7 Wgr. 7
bestaan. Het kan ook voorkomen dat er alleen collegeleden in het algemeen bestuur plaatsnemen. De gemengde gemeenschappelijke regeling kennen we niet in onze gemeente. Gemeenschappelijke regelingen gemeente Noordoostpolder De gemeente Noordoostpolder neemt alleen deel aan collegeregelingen. Dit betekent dat het college beslist over deelname aan een dergelijke regeling en de wijze waarop dat plaatsvindt. De raad kan formeel gezien alleen toestemming verlenen of onthouden. De raad kan geen toestemming verlenen onder voorwaarden en de raad heeft ook niet het recht tot amendering, omdat dit recht uitsluitend bestaat over zijn eigen besluiten. Via moties kunnen wel wensen en bedenkingen meegegeven worden aan het college. Daarnaast kunnen goede werkafspraken ervoor zorgdragen dat de raad nauw betrokken wordt bij de collegeregelingen. Begroting gemeente In het BBV7 is opgenomen dat de begroting van de gemeente een verplichte paragraaf heeft over verbonden partijen. Deze paragraaf bevat ten minste de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen en een lijst van de verbonden partijen. In het BBV is opgenomen wat er verplicht in de paragraaf moet worden opgenomen over verbonden partijen. In de bijlage is de begroting verbonden partijen 2020 toegevoegd, evenals het jaarverslag 2019 van de verbonden partijen.
Wijzigingen in wetgeving Recentelijk zijn er in de landelijke wetgeving een aantal wijzigingen doorgevoerd. Zo is de Wgr (Wet gemeenschappelijke regeling) per 1 januari 2015 gewijzigd én is het bewustzijn van de invloed op de gemeenschappelijke regelingen toegenomen. Wij hechten er waarde aan inzicht te geven in de wijzigingen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden. De wijzigingen zijn opgenomen in bijlage II.
7
artikel 15 BBV 8
3. Aangaan van en sturing op verbonden partijen De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders hebben verschillende bevoegdheden en rollen als het gaat om verbonden partijen. Als een verbonden partij wordt opgericht, zijn de rollen anders dan wanneer de verbonden partij eenmaal in werking is. In deze nota is daarom gekozen voor een uitwerking in drie fasen. De volgende drie fasen worden uitgewerkt: de oprichtingsfase; de uitvoeringsfase; evaluatie- en heroverwegingsfase. Dit hoofdstuk beschrijft de werking van deze fasen en de werkafspraken die daarbij horen. Aan de fasen zijn de uitgangspunten en werkafspraken voor het college en de raad gekoppeld. De werkafspraken die met een C zijn aangeduid, zijn werkafspraken die gelden voor het college. Werkafspraken die met een R zijn aangeduid gelden voor de gemeenteraad. In bijlage IV zijn de uitgangspunten en werkafspraken gebundeld opgenomen. Fase 1 Oprichtingsfase Deelname aan een verbonden partij is een manier om een gemeentelijk doel effectiever te bereiken. De keuze voor een verbonden partij wordt gemaakt omdat dezelfde activiteiten kunnen worden uitgevoerd met meer efficiency, kwaliteit of continuïteit. Daarnaast is al eerder aangegeven dat er verbonden partijen zijn die verplicht zijn gesteld door de wetgever. Een keuze voor al dan niet deelnemen is er in die gevallen niet.
In de oprichtingsfase is het uitgangspunt dat er bewust en gemotiveerd is gekozen voor de verbonden partij. Hier gaat een afwegingsproces aan vooraf. In bijlage III is een afwegingskader weergegeven ten aanzien van het aangaan van nieuwe verbonden partijen. Dit afwegingskader kan gezien worden als een beleidslijn, waarmee de keuze wordt gemaakt voor de wijze waarop de gemeente haar taken uitvoert. 8 De uitwerking van dit stappenplan is een document dat aan de gemeenteraad kan worden voorgelegd als informatievoorziening. De raadsleden krijgen hiermee concrete en uniforme informatie én handvaten op basis waarvan zij zich een oordeel kunnen vormen. De gemeente Noordoostpolder neemt bij GR’s alleen deel aan collegeregelingen. De beslissing tot deelname aan een verbonden partij en ook de aansturing van de verbonden partij behoren primair tot de taken van het college. Het besluit tot deelname aan een gemeenschappelijke regeling kan niet eerder worden genomen dan nadat de raad toestemming heeft verleend. Het college besluit ook tot de oprichting van en de deelneming in privaatrechtelijke organisaties. Zij besluit hiertoe indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.
Dit besluit wordt niet genomen dan nadat aan de raad een ontwerp-besluit is toegezonden en de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen te uiten. 9 Het aangaan van verbonden partijen binnen de gemeente Noordoostpolder Het afwegingskader wordt gehanteerd op het moment dat de vraag zich voordoet of een relatie met een verbonden partij moet worden aangegaan (Uitgangspunt 1). Via verschillende kanalen en partijen komt een dergelijk onderwerp aan bod. In sommige gevallen initieert de gemeente Noordoostpolder gesprekken over het aangaan van een verbonden partij zelf; in sommige gevallen komt het initiatief van een andere gemeente of organisatie. Dit betekent ook dat de informatie via verschillende kanalen vergaard wordt en op verschillende wijzen wordt gegeven. Door middel van het afwegingskader draagt het college zorg voor uniforme informatievergaring wanneer de vraag voor het aangaan van een verbonden partij speelt. De gemeenteraad krijgt op deze wijze ook op uniforme wijze de informatie tot zich. Deelname aan een verbonden partij vindt alleen plaats als dat noodzakelijk is voor het algemeen belang (Uitgangspunt 2). Dit is één van de onderdelen van het afwegingskader. Doordat dit de basis is van het aangaan van een verbonden partij, is dit als gezamenlijk uitgangspunt opgenomen.
8
Dit stappenplan is gebaseerd op de handreiking Verzelfstandiging en samenwerking bij decentrale overheden, die in opdracht van het ministerie van BZK is ontwikkeld. 9 Artikel 160 lid 2 Gemeentewet 9
Als uitgangspunt geldt dat alleen leden van het college worden benoemd in besturen van verbonden partijen (Uitgangspunt 3). Als algemene regel is dit in ieder geval het collegelid dat de betreffende taak in zijn of haar portefeuille heeft. In uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken. Dit dient plaats te vinden door middel van formele besluitvorming. In dat geval kan tevens een raadslid benoemd worden in het bestuur van de verbonden partij. Proces aangaan van een nieuwe verbonden partij De gemeenteraad heeft een kaderstellende rol. De wetgever heeft ten aanzien van het aangaan van verbonden partijen enkel verplicht gesteld dat de gemeenteraad toestemming dient te geven aan het college voor deelname aan een nieuwe verbonden partij. 10 Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de gemeente Noordoostpolder enkel deelneemt in collegeregelingen. Mocht er in de toekomst sprake zijn van het aangaan van een raadsregeling of gemengde regeling, dan gelden er andere bevoegdheden en verplichtingen. Daar kan op geanticipeerd worden bij de uitwerking van het afwegingskader. De fase van de totstandkoming is voor de gemeenteraad van groot belang. Hier kan de gemeenteraad sturen op de regels die worden vastgesteld en zichzelf van voldoende informatie voorzien.
Het college betrekt de raad daarom vroegtijdig bij het afstemmingsproces op het moment dat de vraag speelt of het college een nieuwe verbonden partij aangaat (Werkafspraak C1). Het college neemt een collegebesluit met een voorstel tot deelname aan een verbonden partij op basis van het afwegingskader in bijlage III, waarin de verschillende stappen in de besluitvorming inzichtelijk zijn gemaakt. Dit voorstel tot het aangaan van een verbonden partij wordt voorgelegd aan de gemeenteraad met het verzoek tot het verlenen van toestemming (Werkafspraak C2). De raad kan het geven van toestemming alleen weigeren als de regeling in strijd is met het recht of met het algemeen belang. De gemeenteraad beoordeelt actief of er sprake is van strijd met het recht of strijd met algemeen belang en betrekt dit bij het al dan niet verlenen van toestemming (Werkafspraak R1). De gemeenteraad verleent met een raadsbesluit formeel toestemming aan het college voor deelname aan een verbonden partij (Werkafspraak R2). Het college neemt, indien de raad toestemming heeft verleend, een besluit tot deelname aan de verbonden partij (Werkafspraak C3). Ten aanzien van een collegevoorstel tot het aangaan van een privaatrechtelijke verbonden partij geldt dat het college een ontwerpbesluit aan de raad voorlegt, waarbij de raad de mogelijkheid krijgt zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken (Werkafspraak C4).
De gemeenteraad maakt in de commissievergadering en daarna in een raadsvergadering kenbaar of er wensen of bedenkingen geuit zullen worden. (Werkafspraak R3). Hierna volgt het collegebesluit tot deelneming aan of oprichting van een privaatrechtelijke verbonden partij (Werkafspraak C5).
10
Artikel 1 lid 2 Wet gemeenschappelijke regelingen 10
Fase 2 Uitvoeringsfase Het deelnemen aan verbonden partijen brengt financiële en bestuurlijke risico’s met zich mee. De opdracht van de gemeenteraad ziet samenvattend op meer grip krijgen op de verbonden partijen. De wens is dat er een cultuur ontstaat waarin onvolkomenheden eerder aan de gemeenteraad worden gemeld. Onvolkomenheden kunnen nooit geheel worden tegengegaan. Wat wel mogelijk is, is dat zowel het college als de raad voldoende aandacht heeft voor de sturing op de verbonden partijen. Sturing is lastig, aangezien verbonden partijen uit meerdere deelnemers bestaan. Met sturing bereikt de gemeente dat de overeengekomen opdracht wordt gerealiseerd binnen de daarvoor afgesproken beleidsinhoudelijke en financiële kaders. Hoe groter het bestuurlijk/ of financieel risico is, hoe intensiever de sturing is op de verbonden partij en de informatievoorziening aan de gemeenteraad. De gemeenteraad en het college hebben ieder hun eigen rol in relatie tot verbonden partijen. De raad en het college hebben gezamenlijke uitgangspunten vastgesteld, zodat de gemeente meer grip kan krijgen op de verbonden partijen. De werkafspraken zijn voor de bestuursorganen afzonderlijk weergegeven. Belangrijk in deze fase is de wijze waarop de gemeenteraad wordt geïnformeerd over de verbonden partijen en tegelijkertijd de wijze waarop de gemeenteraad actief informatie kan verkrijgen.
Informatievoorziening Het college informeert de gemeenteraad actief over de verbonden partijen. Dit betreft een informatievoorziening in de breedste zin van het woord. Op de agenda van de raadscommissie BFE staat als vast agendapunt “Informatie over verbonden partijen”. (Uitgangspunt 1). Hierin wordt een onderscheid gemaakt tussen informatie door het college aan de raad wordt aangeboden en informatie die door de verbonden partij rechtstreeks aan de raad wordt voorgelegd. Het college deelt bij dit agendapunt actief informatie en de raadsleden kunnen tegelijkertijd informatie vragen aan collegeleden. Het college en de gemeenteraad hebben gezamenlijk de afspraak gemaakt om de informatie actief te delen. Naast deze vorm van informatievoorziening komt het ook voor dat de verbonden partijen stukken rechtstreeks naar de raad sturen, in de meeste gevallen ter kennisgeving. Dit kan het geval zijn als dit in een gemeenschappelijke regeling is afgesproken, maar het kan ook voorkomen dat partijen aan hun wettelijke plicht voldoen. Gemeenschappelijke regelingen dienen bijvoorbeeld de kaderbrief ter kennisgeving aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten toe te zenden. In de praktijk komt het voor dat informatie zowel via het college als via een verbonden partij bij de raad terecht komt.
Na vaststellen van deze Nota wordt de informatiestroom actief bijgehouden en waar nodig bijgeschaafd en op elkaar afgestemd. Ten tijde van het opstellen van deze Nota gaat het te ver hier gedetailleerde afspraken over te maken en op te nemen in deze nota. Het is aan de raadsgriffie om de informatie te verzamelen, te bundelen en te agenderen (Uitgangspunt 2). Interne werkafspraken worden verder uitgewerkt. Het college verstrekt de informatie aan de raad zodra het college de informatie heeft kunnen duiden én van mening is dat het informatie betreft die al gedeeld kan worden. Het kan voorkomen dat er enige tijd tussen de vergadering van de verbonden partij en de raadscommissie zit. (Werkafspraak C1) . Kwesties van groot belang worden door het college op voorhand voorgelegd aan de raadscommissie. Risicoprofielen en toezichtarrangement Voor iedere verbonden partij wordt volgens een nog op te stellen cyclus een risicoprofiel en toezichtarrangement vastgesteld (Uitgangspunt 3). De profielen worden uitgewerkt door het college en ter kennisgeving voorgelegd aan de gemeenteraad (Werkafspraak C2). Op basis van een risicoanalyse kan vorm en inhoud worden gegeven aan de aansturing, het beheer en control van de relatie. Hierdoor kan de sturing van de verbonden partijen begrensd worden. De wijze van sturing is nu voor elke gemeenschappelijke regeling in principe gelijk.
Daar kan een verdeling in gemaakt worden binnen de groep GR-adviseurs. De uitwerking hiervan vindt plaats na vaststelling van deze nota door de gemeenteraad. Kaderbrieven Van belang is dat de Wet gemeenschappelijke regelingen in 2015 is gewijzigd, waardoor de gemeenteraad meer grip kan krijgen op de verbonden partijen. Eén van de wijzigingen betreft de invoering van de kaderbrief die wordt opgesteld door de gemeenschappelijke regelingen. In de kaderbrief staan de
11
beleidsontwikkelingen die een verbonden partij ziet aankomen. Hierbij wordt een koppeling gemaakt met mogelijke financiële consequenties. Deze worden vervolgens meegenomen in de ontwerpbegroting. De kaderbrief van de verbonden partij is een brief gericht aan de gemeenteraad. Meerdere gemeenteraden binnen de provincie Flevoland zijn actief bezig met het onderwerp kaderbrief. Eén van de acties die is uitgezet is contact leggen met de gemeenschappelijke regelingen om zo te komen tot een eenduidig format voor de kaderbrief. De griffies van de Flevolandse gemeenten streven naar een eenduidig format voor de kaderbrief die door alle gemeenschappelijke regelingen gebruikt kan worden (Werkafspraak R1). Het opstellen van de kaderbrief en de inhoud daarvan is aan de verbonden partij. Er is geen formele instemming van de raad nodig. In sommige gemeenschappelijke regelingen is opgenomen dat het college een reactie mag geven op een conceptkaderbrief (zienswijze). Belangrijk is hier te vermelden dat dit geen wettelijke verplichting is. Het is een servicegerichte afspraak die zorgdraagt voor betere afstemming vooraf. Uitgangspunt is dat we vasthouden aan het minimaal wettelijk vereiste. De verbonden partijen sturen de kaderbrief rechtstreeks naar de gemeenteraad ter kennisgeving (Uitgangspunt 4).
Daar waar de mogelijkheid tot het geven van een reactie door het college is opgenomen in de gemeenschappelijke regeling, is het aan het college of zij al dan niet een reactie geven (Uitgangspunt 5). Het college informeert de raad over de gegeven reactie (Werkafspraak C3). De raad kan, indien gewenst, deze periode actief gebruiken om informatie te halen bij het college. De kaderbrieven van alle gemeenschappelijke regelingen worden uiterlijk 15 april ter kennisgeving naar de gemeenteraad gestuurd (Uitgangspunt 6). Met de informatie van de kaderbrieven kan de gemeenteraad zich richten op de ontwerpbegroting en de invloed die zij daarop willen en kunnen uitoefenen. De komende periode willen we ernaar toe werken dat het zwaartepunt komt te liggen op de kaderbrieven, zoals dat het geval is bij de perspectiefnota van de gemeente zelf (Uitgangspunt 7). De periode van ontvangst van de kaderbrief is de uitgewezen periode om invloed uit te oefenen op het bewerkstelligen van de doelstellingen en de daarbij behorende financiële consequenties door middel van het indienen van een zienswijze. Hoewel de mogelijkheid voor het indienen van een zienswijze wettelijk niet verplicht is, zien wij daar de nut en noodzaak wel van in. Hier zijn echter veel partijen bij betrokken.
Te denken valt aan de verbonden partijen zelf, maar ook alle deelnemende gemeenten aan die verbonden partijen en zo mogelijk VNG Flevoland. Ontwerpbegroting verbonden partijen In een relatief kort tijdsbestek ontvangt de gemeenteraad de ontwerpbegrotingen van alle gemeenschappelijke regelingen. De wijze van ontvangst verloopt via verschillende kanalen. In sommige gevallen ontvangt de raad de ontwerpbegroting rechtstreeks van de verbonden partij. In andere gevallen wordt de ontwerpbegroting naar het college of het ambtelijk apparaat gestuurd. Het college stuurt de ontwerpbegroting dan door naar de raad. De verbonden partij dient volgens de Wgr de ontwerpbegroting aan de gemeenteraad te richten. Het verdient de voorkeur dat deze verplichting als uniforme werkwijze wordt vastgelegd. Dit draagt zorg voor een optimale benutting van de relatief korte termijn voor het indienen van zienswijzen. De ontwerpbegrotingen worden rechtstreeks naar de gemeenteraad verstuurd (Uitgangspunt 8). Indien een ontwerpbegroting onverhoopt wordt gericht aan het college, zendt het college dit onverwijld door naar de raadsgriffier (Werkafspraak C4). De gemeenteraad kan een zienswijze indienen op de ontwerpbegroting. Het indienen van zienswijzen is de bevoegdheid van de raad. Deze worden door de GRraadsrapporteurs (al in een vroeg stadium) en de raadscommissies voorbereid. (Werkafspraak R2).
Aangezien het een collegeregeling betreft en het ambtelijk apparaat nauw betrokken is bij de verbonden partijen, is gezamenlijk afgesproken dat het college een zienswijze voorbereidt en voorlegt aan de raadscommissie (Werkafspraak C5). De raadscommissie besluit tot het overnemen van deze zienswijze dan wel kan zelf de zienswijze gewijzigd indienen (Werkafspraak R3). De griffie organiseert minimaal één GR-en markt (thema-avond) per jaar (maar bij voorkeur 2), waar de raad rechtstreeks contact heeft met de gemeenschappelijke regelingen en vragen kan stellen over de ontwerpbegrotingen (Werkafspraak R4). Daarnaast organiseert de griffie voorafgaand aan de behandeling van de ontwerpbegrotingen in de raadscommissie, een technische vragenbijeenkomst voor raadsleden, gecombineerd samen met de momenteel al bestaande thema-avond GR-en markt (Werkafspraak C6). Tijdens deze avond wordt op hoofdlijnen informatie gegeven over de ontwerpbegrotingen. Raadsleden kunnen tijdens deze bijeenkomst technische vragen stellen over de ontwerpbegrotingen van alle 12
gemeenschappelijke regelingen. In het najaar zou een tweede GR-en markt gehouden kunnen worden, waar naast financiën vooral de inhoud centraal en de kaderbrief staat. Zoals aangegeven bereidt het college in samenspraak met de raadsrapporteurs een eventuele zienswijze voor. Door de in te voeren werkafspraken kan de gemeenteraad zich optimaal van informatie voorzien. Na de periode van het indienen van zienswijzen stelt de verbonden partij de begroting vast. De verbonden partijen dienen vervolgens verplicht opgenomen te worden in de Paragraaf verbonden partijen van de begroting en jaarrekening van de gemeente zelf. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke begroting vast (Werkafspraak R5). De vastgestelde begroting van de verbonden partij is een gegeven voor de begroting van de gemeente. Het is dus van belang dat de gemeenteraad zich actief opstelt als het om de ontwerpbegroting van de verbonden partijen gaat. Dat begint al bij de informatievergaring door ontvangst van de kaderbrief. Raadsleden kunnen aanwezig zijn bij de algemeen bestuursvergaderingen van de gemeenschappelijke regelingen. Het is aan de gemeenteraad zelf dit nader vorm te geven. (Werkafspraak R6). Afhankelijk van de nog op te stellen risicoprofielen maakt de maken de GR-rapporteurs een keuze over welke vergaderingen er bezocht worden.
13
Fase 3 Evaluatie- en heroverwegingsfase Over het algemeen geldt dat wij een relatie in een verbonden partij aangaan voor onbepaalde tijd. Dat betekent echter niet dat wij deze relatie stilzwijgend voortzetten. Een relatie in een verbonden partij vergt ook een kritische blik op deze relatie. Dit betekent in ieder geval dat de Nota Verbonden Partijen één keer per vier jaar wordt geëvalueerd door de gemeenteraad en zo nodig opnieuw wordt vastgesteld (Uitgangspunt 1). Factoren heroverweging verbonden partij Er zijn mogelijke veranderingen die per definitie een heroverweging van de aangegane relaties inhouden (Uitgangspunt 2). Ten aanzien van de volgende veranderingen vindt er in ieder geval een actieve heroverweging plaats:
• • •
Een wijziging van de doelstellingen van een verbonden partij;
•
Een wijziging van de doelstellingen van de gemeente, waardoor de verbonden partij niet langer bijdraagt aan het realiseren van de doelstellingen;
•
Een wijziging van wetgeving.
Een wijziging in het voortbestaan als gevolg van een fusie of integratie; Een wijziging in de verbonden partij als gevolg van een uittreding van één van de deelnemende partijen;
Informatievoorziening Het college informeert de gemeenteraad actief over mogelijke veranderingen binnen de verbonden partijen (Uitgangspunt 3). Op de agenda van de raadscommissie BFE staat als vast agendapunt “Informatie over verbonden partijen”. Hierin wordt een onderscheid gemaakt tussen informatie door het college aan de raad wordt aangeboden en informatie die door de verbonden partij rechtstreeks aan de raad wordt voorgelegd. Het college deelt bij dit agendapunt actief informatie en de raadsleden kunnen tegelijkertijd informatie vragen aan collegeleden. Het college en de gemeenteraad hebben gezamenlijk de afspraak gemaakt om de informatie actief te delen. Risicoprofielen en Toezichtarrangement In de uitvoeringsfase is het werken met risicoprofielen uitgewerkt. Voor iedere verbonden partij wordt volgens een nog op te stellen cyclus een risicoprofiel en toezichtarrangement vastgesteld (in aansluiting op het jaarverslag en de begroting). Op basis van een risicoanalyse kan vorm en inhoud worden gegeven aan de aansturing, het beheer en control van de relatie. De uitwerking hiervan vindt plaats na vaststelling van deze Nota door de gemeenteraad. Het werken met risicoprofielen leidt tot differentiatie in de wijze van evalueren. De wijze waarop de gemeente Noordoostpolder gaat evalueren krijgt vorm in het nog op te stellen document.
Van belang is dat het nog vast te stellen toezichtarrangement dynamisch zal zijn (Uitgangspunt 4). Het inschalen van een verbonden partij in een risicoprofiel kan leiden tot het opschalen van het toezicht gedurende een periode. Het kan daarbij ook leiden tot het afschalen van de frequentie van toezicht. Los van de op te stellen risicoprofielen kan de gemeenteraad het college opdracht geven om een specifieke verbonden partij te evalueren (Werkafspraak R1). Daarnaast heeft de gemeenteraad de bevoegdheid om de rekenkamercommissie te verzoeken onderzoek te verrichten naar een verbonden partij (Werkafspraak R2). Indien er een rekenkamerrapport wordt opgesteld, reageert het college daar te allen tijde op (Werkafspraak C1). De gemeenteraad neemt vervolgens een besluit waarin de visie van de raad op het rapport en de reactie van het college wordt opgenomen (Werkafspraak R3). Beëindiging verbonden partij
14
Het beëindigen van deelname aan een verbonden partij verdient een zorgvuldige voorbereiding. De beëindiging kan financiële consequenties hebben. Het college informeert de gemeenteraad vroegtijdig over een voornemen tot beëindiging (Werkafspraak C2). Beëindiging gemeenschappelijke regeling In de gemeenschappelijke regeling van een verbonden partij zijn bepalingen opgenomen over wijziging, opheffing en uittreding. Het college informeert de gemeenteraad op welke wijze aan deze bepalingen wordt voldaan. (Werkafspraak C3). In de meeste gevallen is toestemming van de gemeenteraad vereist. Het college legt een conceptvoorstel tot uittreding voor aan de gemeenteraad met het verzoek tot het verlenen van toestemming (Werkafspraak C4). De gemeenteraad neemt in die gevallen een besluit tot het al dan niet verlenen van toestemming (Werkafspraak R4). Het college neemt vervolgens het besluit tot uittreden, wijzigen en opheffing van een verbonden partij (Werkafspraak C5). Beëindiging private verbonden partij Het college beëindigt de relatie met een private verbonden partij niet eerder dan nadat de gemeenteraad zijn wensen en bedenkingen kenbaar heeft gemaakt. Het college geeft de gemeenteraad een termijn voor het indienen van wensen en bedenkingen (Werkafspraak C6). De raad maakt de wensen en bedenkingen schriftelijk kenbaar (Werkafspraak R5).
Na ontvangst van de reactie van de gemeenteraad neemt het college een besluit tot het beëindigen van de relatie (Werkafspraak C7).
15
Bijlage I Lijst verbonden partijen Toevoegen GR-raadsrapporteurs per Verbonden Partij GGD: Linda Verduin, Berthoo Lammers IJsselmeergroep (Concern voor Werk): Rien van der Velde en Jozé Deen OFGV: M. Dieleman en S.J. Schrijver VRF: S. de Boer, F.P.J. van Erp Gemeenschappelijke regelingen GGD Lid Algemeen Bestuur M.B.W. Uitdewilligen IJsselmeergroep Algemeen Bestuur J.E. Wijnants OFGV Lid Algemeen Bestuur W.C. Haagsma VRF Lid Algemeen Bestuur Burgemeester Aandeelhouderschappen WerkCorporatie Noordoostpolder B.V. Aandeelhouder Gevolmachtigde J.E. Wijnants Plaatsvervanger: M.B.W. Uitdewilligen Concern voor Werk N.V. Aandeelhouder Gevolmachtigde J.E. Wijnants Plaatsvervanger: M.B.W. Uitdewilligen Wadinko N.V Aandeelhouder Gevolmachtigde J.E. Wijnants Plaatsvervanger W.C. Haagsma N.V. huisvuilcentrale Noord-Holland Alkmaar Aandeelhouder Gevolmachtigde J.W. Simonse, Plaatsvervanger W.C. Haagsma Vitens Aandeelhouder Gevolmachtigde W.C. Haagsma Plaatsvervanger J.E. Wijnants Enexis Holding B.V. PBE BV CBL Vennootschap Claim Staat Vennootschap Verkoop Vennootschap BV Vordering op Enexis Aandeelhouder Gevolmachtigde W.C. Haagsma Plaatsvervanger J.E. Wijnants Vegann-bundeling gem. aandeelhouders van Essent (vereniging) Aandeelhouder Gevolmachtigde W.C. Haagsma, Plaatsvervanger J.E. Wijnants BNG Aandeelhouder Gevolmachtigde J.E. Wijnants Plaatsvervanger W.C.
Haagsma Technofonds Flevoland B.V. Aandeelhouder Gevolmachtigde J.E. Wijnants Plaatsvervanger W.C. Haagsma
16
Bijlage II
Wijzigingen
Het bewustzijn van de invloed op de gemeenschappelijke regelingen is de afgelopen jaren toegenomen. De gemeenteraad kan invloed uitoefenen op de gemeenschappelijke regelingen. De verbonden partij is opgericht en vanaf dan is de gemeenteraad van onze gemeente slechts één van de deelnemers en heeft daardoor minder invloed dan gebruikelijk. De gemeenteraad wil een optimalisering van de informatievoorziening. 4.1 Wijziging wet gemeenschappelijke regelingen Op 1 januari 2015 is de Wet gemeenschappelijke regelingen in werking getreden. Met deze wetswijziging is, voor zover hier van belang, beoogd de invloed van raden op samenwerkingsverbanden te versterken, los van de vraag of raden ook deelnemer zijn aan het samenwerkingsverband. Hiervoor is in de wet een artikel toegevoegd waarin het (dagelijks) bestuur de plicht krijgt om vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekeningen voor het afgelopen jaar toe te zenden aan raden van de deelnemende gemeenten. Het gaat hier dus om een gewijzigde begrotingsprocedure en de introductie van de kaderbrief. Ten aanzien van deze termijn heeft de werkgroep van de VNG aanbevolen om gewijzigde termijnen te hanteren, omdat er tussen de gemeenschappelijke regelingen verschillende termijnen worden gehanteerd en de termijnen als krap worden ervaren.
De werkgroep heeft de volgende termijnen aanbevolen die grotendeels zijn overgenomen door de gemeenschappelijke regelingen:
-
verzending kaderbrief vóór 1 februari
-
verzending begroting vóór 15 april
De verbonden partijen behoren aan deze afspraak te voldoen. Door deze wetswijzing is verder geregeld dat een identieke samenstelling van AB en DB niet meer geoorloofd is. Evenmin is het nog toelaatbaar dat het AB de directeur benoemt, schorst en ontslaat, omdat dit nu een DB taak is geworden. En ook kwam er in bepaalde gemeenschappelijke regelingen voor dat het AB zijn eigen taak mag uitbreiden, maar dat is niet meer toegestaan. Dat kan alleen met toestemming van de raden van de deelnemers. Regeerakkoord Rutte III Op 10 oktober 2017 verscheen het regeerakkoord 2017- 2022 ‘Vertrouwen in de toekomst’. In dit regeerakkoord is onder andere opgenomen dat het kabinet Rutte III de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gaat aanpassen om de politieke verantwoording over gemeentelijke samenwerking te verbeteren. De discussie rondom de wetswijziging wordt (najaar 2020) in de Tweede Kamer gevoerd. 4.2 Wijziging Gemeentewet Op 24 november 2015 is de wet houdende wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, etc in het staatsblad gepubliceerd.11 Deze wet is op 1 februari 2016 in werking getreden. Door middel van deze wijziging is het horizontaal toezicht vergroot. Dit betekent dat GS geen preventief toezicht meer houdt op de besluit van het college om privaatrechtelijke organisatievormen op te richten.
Dit betekent concreet dat de gemeenteraad toezicht moet houden op het college, hetgeen een uitwerking is van de dualisering van het gemeentebestuur in 2002. 4.3 Omgevingsdienst Flevoland Met de inwerkingtreding van de Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) op 14 april 2016 is de package deal en de daaropvolgende bestuurlijke afspraken wettelijk verankerd. Met de inwerkingtreding van deze wet is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gewijzigd en is het instellen van een omgevingsdienst verplicht.12 Veel omgevingsdiensten waren al eerder gevormd. Alle gemeenten in Flevoland 11
Stb. 2015, 426.
12
artikel 5.3 Wabo 17
en de provincie Flevoland hebben toen ingestemd met de vorming van de Omgevingsdienst Flevoland in een gemeenschappelijke regeling. Bijlage III Afwegingskader
18
Oftewel niet in stroomschema maar in tekst: Stap 1 Beschrijving doel Voor het maken van de keuze of een samenwerking wordt aangegaan, is het van belang om de aanleiding en het doel vast te stellen. Voor welk probleem dient een oplossing te worden gezocht? Redenen om samen te werken kunnen zijn het bundelen van krachten, efficiënter werken, financiële en/of organisatorische voordelen. Stap 2 Publiek belang De samenwerking kan alleen worden aangegaan als er sprake is van een publiek belang. Het college dient zelf te motiveren welk publiek belang er wordt gediend. Stap 3 Is volledige betrokkenheid noodzakelijk en efficiënt? Volledige gemeentelijke betrokkenheid kan voortkomen uit een wettelijke verplichting om een taak binnen de gemeente uit te voeren. In sommige gevallen kan het zijn dat het strategisch gezien niet handig is de werkzaaheden extern uit te voeren. Daarnaast zou het kunnen zijn dat uitbesteden van een taak te hoge kosten met zich meebrengt. Dit vergt per geval een goede afweging. Stap 4 Kan de gemeente het publieke belang als opdracht, subsidie-, of regelgever voldoende behartigen? In de huidige tijd komen er steeds meer initiatieven vanuit inwoners en of maatschappelijke organisaties. De gemeente zou hierin een faciliterende rol kunnen hebben. Het publieke belang kan dan gediend worden met een gemeente als subsidieverstrekker of als opdrachtgever.
Stap 5 Is een publiekrechtelijke rechtsvorm op basis van de Wet gemeenschappelijke regeling mogelijk?
19
Uit de volgorde van de vraagstelling volgt dat een publiekrechtelijke samenwerking de voorkeur heeft boven een privaatrechtelijke samenwerking. Deze voorkeur volgt uit de Gemeentewet. Publiekrechtelijke samenwerking kan ook nadelen met zich meebrengen. Ten opzichte van privaatrechtelijke samenwerking zal vaak sprake zijn van langere besluitvormingstrajecten. De keuze voor een privaatrechtelijke samenwerking dient een bewuste keuze te zijn. Op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen dient beoordeeld te worden of een publiekrechtelijke samenwerking mogelijk is. Stap 6 en 7 PPS constructie of privaatrechtelijke deelname Indien een samenwerking op grond van de gemeenschappelijke regeling niet mogelijk is, wordt gekeken of samenwerken in een PPS constructie of een privaatrechtelijke deelneming mogelijk is. Het afwegingskader is een beslisboom die gevolgd wordt om te komen tot een bewuste keuze voor het aangaan van een verbonden partij. Mocht in de praktijk blijken dat een privaatrechtelijke deelneming de voorkeur heeft, ondanks dat een publiekrechtelijke samenwerking ook een mogelijkheid is, dan zal het college dit uitvoerig motiveren in de documenten die worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Zwaarwegende argumenten kunnen zijn meerwaarde, slagvaardigheid, effectiviteit.
Tot slot Als de keuze is gemaakt voor deelname aan een publiekrechtelijke of een privaatrechtelijke deelneming, dient nog de vraag beantwoord te worden of er voldoende voordelen zijn voor het aangaan van de verbonden partij. Het gaat hier om efficiencyvoordeel, kennisvoordeel of een risicospreiding. Door bewust deze vraag te beantwoorden, wordt de keuze weloverwogen gemaakt en wordt de gemeenteraad van concrete eenduidige informatie voorzien. Als de keuze is gemaakt voor het aangaan van de verbonden partij, wordt omschreven welke taken er worden overgedragen. Hierbij valt te denken aan bedrijfsuitvoeringstaken, uitvoeringstaken en/ of beleidsbepalende taken.
20
Bijlage IV Uitgangspunten en werkafspraken per bestuursorgaan Elke verbonden partij verkeert weer in een andere fase. Het overzicht hieronder geeft de verschillende fases weer voor de Verbonden Partijen en de uitgangspunten per fase. Gezamenlijke uitgangspunten Fase 1 Oprichtingsfase Uitgangspunt 1 Het afwegingskader wordt gehanteerd op het moment dat de vraag zich voordoet of een relatie met een verbonden partij moet worden aangegaan. Uitgangspunt 2 Deelname aan een verbonden partij vindt alleen plaats als dat noodzakelijk is voor het algemeen belang. Uitgangspunt 3 Alleen leden van het college worden benoemd in besturen van verbonden partijen.
Fase 2 De uitvoeringsfase Informatievoorziening Uitgangspunt 1 Het college informeert de gemeenteraad actief over de verbonden partijen door middel van het agendapunt van de raadscommissie “Informatie van het college over verbonden partijen”. Uitgangspunt 2 De raadsgriffie verzamelt, bundelt en agendeert de informatie. Risicoprofielen Uitgangspunt 3 Voor iedere verbonden partij wordt volgens een nog op te stellen cyclus een risicoprofiel en toezichtarrangement vastgesteld in aansluiting op het jaarverslag en de begroting.
Kaderbrieven Uitgangspunt 4 Uitgangspunt is dat we vasthouden aan het minimaal wettelijk vereiste. De verbonden partijen sturen de kaderbrief rechtstreeks naar de gemeenteraad ter kennisgeving. Uitgangspunt 5 Daar waar de mogelijkheid tot het geven van een reactie door het college is opgenomen in de gemeenschappelijke regeling, is het aan het college of zij al dan niet een reactie geven. Uitgangspunt 6 De kaderbrieven van alle gemeenschappelijke regelingen worden uiterlijk 15 april ter kennisgeving naar de gemeenteraad gestuurd. Uitgangspunt 7 De komende periode willen we ernaar toewerken dat het zwaartepunt komt te liggen op de kaderbrieven, zoals dat het geval is bij de perspectiefnota van de gemeente zelf.
21
Ontwerpbegrotingen verbonden partijen Uitgangspunt 8 De ontwerpbegrotingen worden rechtstreeks naar de gemeenteraad verstuurd. Fase 3 De evaluatie- en heroverwegingsfase Uitgangspunt 1 De Nota Verbonden Partijen wordt één keer per vier jaar geëvalueerd door de gemeenteraad en wordt zo nodig opnieuw vastgesteld. Uitgangspunt 2 Ten aanzien van de weergegeven veranderingen vindt in elk geval een heroverweging van de aangegane relaties plaats. Uitgangspunt 3 Het college informeert de gemeenteraad actief over mogelijke veranderingen binnen de verbonden partijen. Uitgangspunt 4 De wijze waarop de gemeente Noordoostpolder de verbonden partijen gaat evalueren krijgt vorm in het nog op te stellen document aangaande risicoprofielen en het toezichtarrangement. Van belang is dat het nog vast te stellen toezichtarrangement dynamisch zal zijn en aansluit bij het jaarverslag en begroting.
Werkafspraken per bestuursorgaan Onderwerp
College
Proces aangaan Verbonden partijen 1.Het college betrekt de raad vroegtijdig bij het afstemmingsproces voor het aangaan van een nieuwe verbonden partij. 2.Het college neemt een collegebesluit met een voorstel tot deelname aan een verbonden partij op basis van het afwegingskader in bijlage V, waarin de verschillende stappen in de besluitvorming inzichtelijk zijn gemaakt. Dit voorstel tot het aangaan van een verbonden partij wordt voorgelegd aan de gemeenteraad met het verzoek tot het verlenen van toestemming. 3.Het college neemt, indien de raad toestemming heeft verleend, een besluit tot deelname aan de verbonden partij.
22
Raad
Fas e 1
1.De gemeenteraad beoordeelt actief of er sprake is van strijd met het recht of strijd met algemeen belang en betrekt dit bij het al dan niet verlenen van toestemming.
1
2.De gemeenteraad verleent met een raadsbesluit formeel toestemming aan het college voor deelname aan een verbonden partij.
1
3.De gemeenteraad maakt in de commissievergadering kenbaar of er wensen of bedenkingen geuit zullen worden.
1
4.Ten aanzien van het aangaan van een privaatrechtelijke verbonden partij geldt dat het college een ontwerpbesluit aan de raad voorlegt, waarbij de raad de mogelijkheid krijgt zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
1
5.Het college neemt het besluit tot deelneming aan of oprichting van een privaatrechtelijke verbonden partij.
1
Informatievoorzienin g
2 1.Het college verstrekt informatie aan de raad zodra het college de informatie heeft kunnen duiden én van mening is dat het informatie betreft die al gedeeld kan worden.
2
Risicoprofielen
2 2
2.De profielen worden (volgens een nog op te stellen cyclus) uitgewerkt door het college en ter kennisgeving voorgelegd aan de gemeenteraad. Kaderbrieven 3.Het college informeert de raad over de gegeven reactie.
1.De griffie streeft naar een eenduidig format voor de kaderbrief die door alle gemeenschappelijke regelingen gebruikt kan worden.
Ontwerpbegroting 4.Indien een ontwerpbegroting onverhoopt wordt gericht aan het college, zendt het college dit onverwijld door naar de raadsgriffier. 5.Het college bereidt een zienswijze voor en legt dit voor aan de raadscommissie. 6.Het college verzorgt voorafgaand aan de behandeling van de ontwerpbegrotingen in de raadscommissie, een technische vragenbijeenkomst voor raadsleden.
23
2 2
2 2
2. In het reglement op de raadscommissies is vastgelegd dat de raadscommissie de zienswijzen indient. 3.De raadscommissie besluit tot het overnemen van deze zienswijze dan wel kan zelf de zienswijze
2
2
gewijzigd indienen. 4.De gemeenteraad verzorgt een GR-en markt, waar de raad rechtstreeks contact heeft met de gemeenschappelijke regelingen en vragen kan stellen over de ontwerpbegrotingen.
2
5.De gemeenteraad stelt gemeentelijke begroting vast.
2
de
6. Raadsleden kunnen aanwezig zijn bij de algemeen bestuursvergaderingen van de gemeenschappelijke regelingen. Het is aan de gemeenteraad dit nader vorm te geven. Evaluatie en heroverweging
2
3 1.Indien er een rekenkamerrapport wordt opgesteld, reageert het college daar te allen tijde op. 2.Het college informeert de gemeenteraad vroegtijdig over een voornemen tot beëindiging.
3. Het college informeert de gemeenteraad op welke wijze aan de bepalingen uit de gemeenschappelijke regeling m.b.t. uittreding wordt voldaan. 4.In de meeste gevallen is toestemming van de gemeenteraad vereist. Het college legt een conceptvoorstel tot uittreding voor aan de gemeenteraad met het verzoek tot het verlenen van toestemming. 5.Het college neemt vervolgens het besluit tot uittreden, wijzigen en opheffing van een verbonden partij. 6.Het college beëindigt de relatie met een private verbonden partij niet eerder dan nadat de gemeenteraad zijn wensen en bedenkingen kenbaar heeft gemaakt. 7.Na ontvangst van de reactie van de gemeenteraad neemt het college een besluit tot het beëindigen van de relatie.
24
1.Los van de op te stellen 3 risicoprofielen kan de gemeenteraad het college opdracht geven om een specifieke verbonden partij te evalueren. 2.Daarnaast heeft de gemeenteraad 3 de bevoegdheid om de rekenkamercommissie te verzoeken onderzoek te verrichten naar een verbonden partij. 3.De gemeenteraad neemt 3 vervolgens een besluit waarin de visie van de raad op het rapport en de reactie van het college wordt opgenomen. 4.De gemeenteraad neemt in die gevallen een besluit tot het al dan niet verlenen van toestemming.
3
5.De raad maakt de wensen en bedenkingen schriftelijk kenbaar.
3
3
3