6.1 Bestemmingsplan Landelijk gebied Oosterringweg 53 te Bant.PDF
Tekst van het document
4.7
Verkeer en parkeren De Oosterringweg vormt één van de ontsluitingsroutes voor het oostelijk deel van de Noordoostpolder. In verband met de verkeersveiligheid wil de provincie het aantal ontsluitingen op deze weg zo beperkt mogelijk houden. Deze 80-km weg heeft ruim voldoende capaciteit voor de nieuwe functie van het perceel. De maatschappelijke activiteiten worden via de bestaande in- en uitrit ontsloten. Het aantal ontsluitngen op de Provinciale weg neemt door voorgenomen ontwikkeling dan ook niet toe. Het plan vormt geen belemmering voor de verkeersveiligheid. Op het terrein is voldoende ruimte om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Aan de voorzijde van het terrein zal een parkeerplaats worden aangelegd. Dat is ook goed te zien op de inrichtingstekening welke is opgenomen in Bijlage 3. Bewoners en bezoekers van het perceel zullen voor het grootste gedeelte gebracht en opgehaald worden door ouders of taxibusjes. Bij de inrichting van het perceel is hiermee rekening gehouden (zie Bijlage 3). Dit betekent ook dat er er maar een beperkt aantal parkeerplaatsen hoeft te worden aangelegd op het perceel. Volgens het gemeentelijke parkeerbeleid wordt bij het opstellen van bestemmingsplannen in de regels verankerd dat voldaan moet worden aan de parkeernormen van de gemeente. In dit bestemmingsplan is dit geregeld in artikel 8.2.
De gemeentelijke Nota Parkeernormen Noordoostpolder vormt daarbij het toetsingskader. Op deze manier is gewaarborgd dat er in de toekomst geen parkeerknelpunten ontstaan.
bestemmingsplan "Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant" (ontwerp) 34
Conclusie De ontsluiting van de toekomstige functies vindt via de bestaande ontsluiting plaats en het parkeren op eigen erf, zodat dit onderdeel geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.8
Luchtkwaliteit Met betrekking tot luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet milieubeheer (Wm), hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen. Op basis van artikel 5.16 Wm kan, samengevat, een bestemmingsplan worden vastgesteld, indien: aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, niet leiden tot het overschrijden van een in bijlage 2 van de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarde, of; aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, leiden tot een verbetering per saldo van de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof dan wel, bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, de luchtkwaliteit per saldo verbetert door een samenhangende maatregel of een optredend effect, of; aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen, of; het project is genoemd of beschreven dan wel past binnen een programma van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (in werking getreden per 01-08-2009). Van een verslechtering van de luchtkwaliteit 'in betekenende mate' is sprake, indien zich één van de volgende ontwikkelingen voordoet: a.
woningbouw: minimaal 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen; b. infrastructuur: minimaal 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie); c. kantoorlocaties: minimaal 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen. Voorliggend plan voorziet in een nieuwe woon- zorglocatie op het bestaande agrarische erf aan de Oosterringweg 53. In de voormalige situatie worden op het terrein verschillende agrarische activiteiten uitgeoefend en staat verouderde bebouwing. In de toekomstige situatie is dus mogelijk een toename van de achtergrondconcentraties. Gezien de aard en omvang van ontwikkeling en het huidige gebruik is het echter zeer aannemelijk dat de luchtkwaliteit niet zal verslechteren bij realisatie van dit voornemen. Op grond van het bepaalde in de Wet milieubeheer is in dat geval geen onderzoek naar de luchtkwaliteit vereist. Er wordt immers voldaan aan het gestelde in artikel 5.16 lid b: de luchtkwaliteit blijft ten minste gelijk. Conclusie Gelet op het bovenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit verder geen belemmering voor het voorliggende plan.
bestemmingsplan "Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant" (ontwerp) 35
4.9
Besluit milieueffectrapportage Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten daadwerkelijk een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er drie mogelijkheden: 1. m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r.-verplicht; 2. m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of het uitvoeren van een m.e.r. verplicht is; 3. vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de in daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden.
Het bevoegd gezag moet dan een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitvoeren om na te gaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben. Als uit die vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat aanzienlijke milieugevolgen op voorhand niet kunnen worden uitgesloten, moet er alsnog een verplichte m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Voor activiteiten die niet in het Besluit m.e.r. zijn genoemd, geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Situatie plangebied Het voornemen is om in het plangebied een nieuwe woon- zorglocatie op het bestaande agrarische erf aan de Oosterringweg 53 te Bant te realiseren. Deze ontwikkeling wordt niet genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r.. De bijbehorende drempelwaarden betreffen: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De voorgenomen ontwikkeling waar dit bestemmingsplan in voorziet blijft ver beneden de drempelwaarden zoals hiervoor genoemd. Doordat dit aantal ruimschoots beneden de drempelwaarden blijft is er geen sprake van een m.e.r.-plichtige activiteit. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben.
In het kader van de voorbereiding is geconstateerd dat het plan niet binnen een kwetsbaar of waardevol gebied ligt. Tevens is gebleken dat geen sprake is van negatieve effecten op deze gebieden. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander wordt tevens bekrachtigd in dit hoofdstuk waarin uitgebreid wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten. bestemmingsplan "Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant" (ontwerp) 36
Conclusie Op grond van het voorgaande kan voor alle relevante milieuaspecten worden geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten en dat het niet noodzakelijk is om een m.e.r.-beoordeling uit te voeren of een milieueffectrapportage op te stellen.
4.10
Water
4.10.1
Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is in 2000 vastgesteld door het Europees Parlement en geïmplementeerd in de Wet op de Waterhuishouding. Het doel van deze richtlijn is het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van oppervlaktewateren en grondwater en het bevorderen van duurzaam gebruik van water. Het basisprincipe van het nationaal en Europees beleid: meer ruimte voor water, voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd en stand-still (géén verdere achteruitgang in de huidige (2000) chemische en ecologische waterkwaliteit). In het nationaal beleid komt het streven naar een veilig, gezond en duurzaam waterbeheer naar voren. De Watertoets is het afstemmingsproces tussen water en ruimtelijke ordening. Het betreft het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het provinciaal beleid geeft invulling aan de rol van de provincie als planbeoordelaar in het kader van de watertoets. De toepassing van het proces van de watertoets is door de gezamenlijke overheden van Flevoland verwoord in de notitie 'De watertoets toegepast in Flevoland' (vastgesteld door het Bestuurlijk Overleg WB21 Flevoland op 3 september 2003). In het Waterbeheerplan 2016-2021 is het beleid van het Waterschap Zuiderzeeland weergegeven.
De gemeente Noordoostpolder en het Waterschap Zuiderzeeland beschikken gezamenlijk over het Stedelijk Waterplan Noordoostpolder. De uitgangspunten uit het waterplan zijn vastgelegd op waterplankaarten. Aan de hand van opgestelde waterplankaarten (watersysteem, waterkwaliteit, riolering, drooglegging) worden de huidige situatie en toekomstige streefbeelden toegelicht. In 2009 is de Waterwet in werking getreden. Deze wet stelt integraal waterbeheer op basis van 'watersysteembenadering' centraal. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en kent één watervergunning (met de gemeente als loket). Geattendeerd wordt nog op de Keur van het Waterschap Zuiderzeeland, waarin is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken). Het doel van de keur is om waterstaatswerken veilig te stellen en deze op goede wijze te beheren. In de keur zijn daarom verboden (en geboden) opgenomen, waarvan onder omstandigheden ontheffing kan worden verleend.
bestemmingsplan "Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant" (ontwerp) 37
4.10.2
Watertoets Bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen moet de watertoets worden toegepast. Dit houdt in dat alle ruimtelijke plannen een waterparagraaf moeten bevatten. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het kader van de watertoets is wettelijk verankerd in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). In deze paragraaf worden de resultaten van de watertoets toegelicht. Inleiding De waterparagraaf maakt inzichtelijk hoe het vigerend waterbeleid is vertaald naar waterhuishoudkundige inrichtingsmaatregelen in het plangebied. Hoe wordt in dit plangebied omgegaan met water en op welke wijze draagt de inrichting bij aan: 1. Veiligheid. 2. Voldoende water. 3. Schoon water. Waterrelevant beleid Het streven naar een veilig, gezond en duurzaam waterbeheer staat landelijk in de belangstelling. Op Europees, nationaal en stroomgebiedniveau geldt de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW streeft naar duurzame en robuuste watersystemen. Basisprincipes van het nationaal en Europees beleid zijn: meer ruimte voor water, voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd en standstill.
Thema's zoals water in de stad en water als ordenend principe zijn als speerpunten aangegeven in het vigerende beleid zoals vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, het Nationaal Waterplan, het Waterbeleid 21e eeuw, het Nationaal Bestuursakkoord Water, de Handreiking Watertoets en het Omgevingsprogramma Provincie Flevoland. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van 'watersysteembenadering' centraal. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Het waterschap heeft op 27 oktober 2015 het Waterbeheerplan 2016-2021 'Het waterschap midden in de maatschappij' vastgesteld. Het Waterbeheerplan 2016-2021 (WPB3) is de opvolger van WPB2-1 en bevat langetermijndoelen (zichtjaar 2050), doelen voor de planperiode (2016-2021) en maatregelen die het waterschap (samen met gebiedspartners) uit gaat voeren. De doelen en maatregelen hebben betrekking op de kerntaken van het waterschap (waterveiligheid, schoon water, voldoende water) en het thema 'water en ruimte'. Hierbij gaat het om reguliere werkzaamheden, zoals peilbeheer, onderhoud aan dijken en het zuiveren van afvalwater en om nieuwe ontwikkelingen, zoals de implementatie van de Deltabeslissing Waterveiligheid. Daarnaast is de Keur van het Waterschap Zuiderzeeland een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden.
Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met het waterschap opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijke Rioleringsplan van belang. Het bovenstaande resulteert in twee drietrapsstrategieën: Waterkwantiteit (vasthouden, bergen, afvoeren). Waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren). Aan de hand van deze waterparagraaf wordt duidelijk gemaakt hoe het vigerend
bestemmingsplan "Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant" (ontwerp) 38
waterbeleid is vertaald naar waterhuishoudkundige inrichtingsmaatregelen in het plan, hoe met water in dit plan wordt omgegaan en op welke wijze de inrichtingsmaatregelen bijdragen aan Veiligheid, Voldoende en Schoon Water. Watertoets d.d. 12 augustus 2019 Voor dit voornemen is op 12 augustus 2019 de digitale watertoets doorlopen. Voor het plangebied is het Waterschap Zuiderzeeland het bevoegd gezag. Op basis van deze toets volgt u de normale procedure. De resultaten van de watertoets zijn opgenomen in Bijlage 5 van deze toelichting. Thema veiligheid Veiligheid - primaire waterkeringen op orde Het buitenwater is een reële bedreiging voor de veiligheid in Flevoland. Waterkeringen beschermen Flevoland tegen deze bedreiging. Het waterschap wil de veiligheid ook in de toekomst blijven waarborgen. Door te werken aan veilige, robuuste en duurzame waterkeringen anticipeert het waterschap op sociale ruimtelijke, economische en klimatologische ontwikkelingen. Veiligheid Regionale waterkeringen op orde Regionale keringen kunnen zowel binnen als buitendijks liggen. De binnendijkse Knardijk, een zogeheten compartimenteringsdijk, scheidt Zuidelijk en Oostelijk Flevoland, om de gevolgen van een overstroming te beperken. Buitendijkse regionale keringen beschermen buitendijkse gebieden tegen hoog water. Het plangebied ligt niet buitendijks.
Het plangebied ligt niet in een keurzone van de waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Thema Voldoende Water Wateroverlast Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebeid, is in 2015 op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem in het landelijk gebied dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Met de planontwikkeling wordt er netto geen verhard oppervlak in landelijk gebied toegevoegd. Dat is ook goed te zien op de inrichtingstekening in Bijlage 3 waarop de toekomstige situatie is geprojecteerd over de huidige situatie. Te zien is dat een deel van het verhard oppervlak zal worden gesloopt en er verharding wordt toegevoegd. De afname van verharing is ongeveer net zoveel m2 als de toename van verharding in m2, vandaar dat dit geen problemen oplevert.
Goed functionerend watersysteem Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Indien een watergang smaller is dan bestemmingsplan "Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant" (ontwerp) 39
24 meter, dan zal in principe rijdend onderhoud mogelijk moeten worden gemaakt. Een watergang dient te zijn voorzien van een goed bereikbare obstakelvrije werkstrook van minimaal 5 meter breed: één zijde van een watergang met breedte tot en met 8 meter, gemeten van insteek tot insteek; aan weerszijden van een watergang met een breedte vanaf 9 meter, gemeten van insteek tot insteek. Bij een talud van minimaal 1:6 of flauwer is geen aparte onderhoudsstrook nodig. Afwijken van dit onderhoudsvriendelijke profiel is mogelijk en soms noodzakelijk als gevolg van de bodemgrondslag en bodembedekking. Dit is maatwerk. Bij maatwerk wordt uitgegaan van onderhoudsmaterieel van gemiddelde grootte. In het plangebied wordt rekening gehouden met de watersystemen. Er zal een obstakel vrije werkstrook van 5 meter worden behouden rondom de watergangen. Anticiperen op watertekort Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen. Ten behoeve van de planontwikkeling is geen bronnering van grondwater nodig.
Er wordt in het plan geen gebruikt gemaakt van bodemenergie, ofwel warmte koude opslag. Bij deze planontwikkeling zal geen grondwater worden onttrokken ten behoeve van beregening, veedrenking of bedrijfsmatige toepassingen. Thema Schoon Water Goede structuurdiversiteit Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Het verdient de voorkeur om bomen niet direct langs de oever te planten. Indien dit toch gebeurt, worden bomen ten behoeve van de waterkwaliteit aan de noord- en oostzijde van het water geplant. Dit maakt voldoende licht inval mogelijk. Goede oppervlaktewaterkwaliteit Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Goed omgaan met afvalwater Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het water doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. In de nabije omgeving is geen openbaar rioolsysteem aanwezig. Aansluiten op het plaatselijk riool is niet mogelijk, vandaar dat het afvalwater wordt geloosd middel een IBA.
Hoe de precieze lozingsroute wordt van deze IBA is momenteel nog niet geheeld duidelijk. De initiatiefnemer zal contact opnemen met het waterschap om deze route te bepalen. Mogelijk is het nodig om een melding of aanvraag in te dienen voor het aspect waterstaatswerken (Keur). Dit zal in dat geval worden gedaan. Tot slot is het noemenswaardig dat er geen uitlogende (bouw)materialen
bestemmingsplan "Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant" (ontwerp) 40
worden toegepast. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen planvorming.
bestemmingsplan "Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant" (ontwerp) 41
bestemmingsplan "Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant" (ontwerp) 42
Hoofdstuk 5 5.1
Bestemmen
Planregels De planregels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1. Inleidende regels: In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Deze begrippen zijn soms erg belangrijk voor een goed inzicht in de gebruiksmogelijkheden. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2) bepaald; 2. Bestemmingsregels: In dit hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Als er voorlopige bestemmingen, nog uit te werken bestemmingen en/of dubbelbestemmingen zijn, worden die ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels opgenomen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving, vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen de (mogelijke) afwijkingsmogelijkheden met betrekking tot de bouw en/of het gebruik. Tenslotte zijn (eventuele) omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden opgenomen, aangevuld met mogelijke wijzigingsbevoegdheden. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden.
Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld; 3. Algemene regels: In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter die gelden voor het hele plan. Deze moeten daarom altijd goed gelezen worden voordat op basis van de bestemmingsregels interpretaties worden verricht. Voorbeelden van algemene regels zijn de anti-dubbeltelregel, algemene procedurebepalingen maar ook regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen (een binnenplanse afwijking is, zoals het woord het al zegt, een afwijkingsmogelijkheid van de regels in het bestemmingsplan zelf, dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingen). In de algemene regels kunnen erg belangrijke regels zijn opgenomen; 4. Overgangs- en slotregels: In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Bijlagen bij de planregels: Bij de regels kunnen bijlagen opgenomen zijn. Die bijlagen maken een onlosmakelijk onderdeel uit van de regels.
bestemmingsplan "Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant" (ontwerp) 43
5.2
Voorliggend bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen : 'Agrarisch' 'Maatschappelijk'' Dit plan kent verder geen noemenswaardige bijzonderheden. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.1 van het Besluit omgevingsrecht (Bro).
bestemmingsplan "Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant" (ontwerp) 44
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Voorbereiding Vooroverleg In het kader vooroverleg, zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is het bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant' op de in de gemeente gebruikelijke wijze aan de vooroverleg instanties aangeboden. Er zijn twee reactie binnengekomen, namelijk van het Watertsap Zuiderzeeland en de Provincie Flevoland. Deze reacties hebben geleid tot enkele kleine aanpassingen in de toelichting van dit bestemmingsplan. Ontwerp Na afronding van de overlegprocedure wordt een ontwerp van het bestemmingsplan opgesteld. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat door een ieder zienswijzen omtrent het ontwerp bij de gemeenteraad naar voren kunnen worden gebracht. Het bestemmingsplan wordt vervolgens gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Eventueel ingediende zienswijzen worden betrokken bij de uiteindelijke besluitvorming door de raad.
6.2
Uitvoerbaarheid Conform artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft de toelichting inzicht in de uitvoerbaarheid van het plan. Ingevolge het bepaalde in artikel 6.12 van de Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Bij een besluit tot vaststelling kan de raad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. De voorgenomen ontwikkelingen op het perceel Oosterringweg 53 betreffen een particulier initiatief. Alle kosten worden gedragen door de particulier, zodat er geen exploitatieplan opgesteld hoeft te worden. Er wordt een planschadeovereenkomst gesloten met de initiatiefnemer en de ambtelijke kosten (begeleiding planprocedure) worden gedekt vanuit de leges.
bestemmingsplan "Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant" (ontwerp) 45
bestemmingsplan "Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant" (ontwerp) 46
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan "Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant" (ontwerp) 47
bestemmingsplan "Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant" (ontwerp) 48
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek
bestemmingsplan "Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant" (ontwerp) 49
bestemmingsplan "Landelijk gebied, Oosterringweg 53 te Bant" (ontwerp) 50
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Oosterringweg 53, Bant
De Milieuadviseur Datum: 1 augustus 2019 Projectnummer: 19034
Samenvatting De realisatie van de geluidsgevoelige bestemmingen (woningen en school) is mogelijk na de verlening van hogere waarde voor de geluidshinder afkomstig van de Oosterringweg.
Colofon
De Milieuadviseur Amsterdamseweg 86 6814 GG Arnhem 06 - 29 33 43 53 info@milieuadviseur.nl
Project: Gemeente: Projectnummer: Datum
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Oosterringweg 53, Bant Noordoostpolder 19034 1 augustus 2019
Opdrachtgever: Contactpersoon:
Wittpaard Ruben Beens
Inhoud 1 1.1 1.2 2 2.1 2.2 2.3 3 3.1 3.2 4 4.1 4.2 4.3 5 5.1 5.2
Inleiding Aanleiding Doel van het onderzoek Wettelijk kader Toetsingskaders Zones Rekenmethodiek Uitgangspunten Selectie van geluidsbronnen Uitgangspunten en verkeersgegevens Resultaten Onderzoeksopzet Resultaten Onderzoeken naar geluidsreducerende maatregelen Conclusie Toetsing aan de Wet geluidhinder Toetsing aan het Bouwbesluit 2012
3 3 3 4 4 5 6 7 7 7 9 9 9 11 12 12 13
Bijlagen Bijlage A: Geluidsbelastingen, in tabelvorm Bijlage B, Overzichtstekening 1: Grafische weergave van het model Bijlage C: Invoergegevens van het rekenmodel
1
2
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Op het perceel Oosterring 53 in Bant staat een boerderij. De agrarische bedrijfsactiviteiten van deze boerderij zijn gestopt. Op het perceel worden jongeren gehuisvest en vindt begeleid wonen plaats voor volwassen. Voor de huisvesting van de cliënten wordt de bestaande boerderij verbouwd en wordt een tweede woning gerealiseerd. In een nieuw gebouw op het perceel kleinschalig bijzonder onderwijs gegeven. In de onderstaande figuur is de toekomstige inrichting van het perceel weergegeven:
Figuur 1: Toekomstige inrichting van het perceel
1.2
Doel van het onderzoek De nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen (woningen en school) kunnen op basis van het huidige bestemmingsplan niet worden gerealiseerd. Om de bouw van de nieuwe woningen mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het kader van het nieuwe bestemmingsplan moet akoestisch onderzoek de akoestische haalbaarheid van de woningen aantonen ten opzichte van de omliggende geluidsbronnen (wegen, spoorwegen en gezoneerde industrieterreinen). Dit onderzoek heeft tot doel inzicht te geven in het akoestisch klimaat van de nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen ten gevolge van wegverkeerslawaai.
3
2
Wettelijk kader
2.1
Toetsingskaders In het akoestisch onderzoek wordt getoetst op basis van verschillende toetsingskaders, te weten: Wet geluidhinder (Wgh) Gemeentelijk geluidbeleid Bouwbesluit 2012 De Wet geluidhinder (Wgh) en het Bouwbesluit 2012 zijn landelijke wetgeving. Gemeentelijk geluidbeleid is beleid dat gemeenten kunnen opstellen voor het vaststellen van hogere grenswaarden. In onderstaande paragrafen staat een beknopte samenvatting weergegeven van de drie toetsingskaders.
2.1.1 Wet geluidhinder (Wgh) De Wet geluidhinder (Wgh) heeft als doel het beschermen van de mens tegen geluidhinder. In de Wgh worden twee soorten grenswaarden genoemd: Voorkeursgrenswaarde1: deze waarde garandeert een goed woon- en leefklimaat. Voor woningen waarbij de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden zijn op basis van de Wgh geen aanvullende maatregelen noodzakelijk, zoals de verlening van hogere grenswaarden. Hoogste toelaatbare geluidsbelasting: deze waarde geeft de hoogste gevelbelasting weer waarvoor op basis van de Wgh een hogere waarde kan worden vastgesteld. De hoogte van de grenswaarden varieert, afhankelijk van het type geluidsbron, de ligging van de geluidsgevoelige bestemming (binnen of buiten de bebouwde kom) en het soort geluidsgevoelige bestemming. In onderstaande tabel staan de voorkeursgrenswaarde en de hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor de nieuwe woningen en de school voor wegverkeer weergegeven. De nieuwe woning ligt in het buitengebied van Bant (buitenstedelijk gebied). Doordat de bestaande woonboerderij wordt verbouwd en tevens worden er nieuwe woning en school gebouwd, in planologische zin sprake van vervangende geluidsgevoelige nieuwbouw.
Overzicht van de normen voor wegverkeer uit de Wgh Gevoelig object Voorkeursgrenswaarde Hoogste toelaatbare geluidsbelastingen
Woningen
School
48 dB (art. 82 Wgh)
48 dB (art. 82 Wgh)
58 dB (art. 83 lid 7 Wgh)
58 dB (art. 3.2 lid 1a Bgh)
Tabel 1: Overzicht van de grenswaarden
1
4
Formele term in de Wgh: ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting
2.1.2 Gemeentelijk geluidbeleid Eventuele verlening van hogere grenswaarden bij de realisatie van nieuwe woningen vindt plaats door de gemeente. Door middel van gemeentelijk geluidbeleid kan de gemeente aanvullende eisen vastleggen voor de verlening van hogere grenswaarden. De gemeente Noordoostpolder heeft geen gemeentelijk geluidbeleid vastgesteld in het kader van de verlening van hogere grenswaarden. Door het ontbreken van gemeentelijk geluidbeleid wordt bij de verlening van hogere waarden alleen getoetst aan de normen uit de Wgh.
2.1.3 Bouwbesluit 2012 Bij een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde uit de Wgh dreigt ook een overschrijding van de binnenwaarde uit het Bouwbesluit 2012. Bij verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen (voorheen: bouwvergunning) wordt de binnenwaarde getoetst aan het Bouwbesluit 2012. Bij weg- en railverkeerslawaai mag de binnenwaarde 33 dB bedragen bij nieuwe woningen. Bij een transformatie van bestaande gebouwen naar woningen gelden de binnenwaarden uit het Bouwbesluit 2012 niet. Maar moet worden voldaan aan het binnenwaarde die geldt op basis van het ‘rechtens verkregen niveau’. Dit is het kwaliteitsniveau dat een gebouw al vóór de transformatie had. In de nieuwe Omgevingswet wordt een binnenwaarde van 41 dB vastgelegd voor de transformatie van kantoren en ander leegstaande of andere geluidgevoelige functie. De achterliggende gedachte is dat in die situatie niet kan worden gestuurd op de locatiekeuze en bouwkundige maatregelen aan de gevel ingewikkeld en kostbaar zijn. In dit akoestisch onderzoek is een binnenwaarde van 41 dB aangehouden, hiermee wordt geanticipeerd om de nieuwe Omgevingswet. Wanneer de nieuwe woningen worden gerealiseerd nabij diverse geluidsbronnen, dient de geluidsbelasting van de verschillende geluidsbronnen bij elkaar te worden opgeteld (gecumuleerd).
Bij de bepaling van de cumulatieve geluidsbelasting mag geen gebruik worden gemaakt van de aftrek op grond van artikel 110g van de Wgh (aftrek van 2 of 5 dB). Bij woningen waarvoor hogere waarden in het kader van de Wet geluidhinder zijn toegestaan, is aanvullend bouwakoestisch onderzoek noodzakelijk voor de bepaling van eventueel noodzakelijke gevelisolatie, zodat de binnenwaarde uit het Bouwbesluit 2012 wordt behaald.
2.2
Zones Langs wegen en spoorlijnen en rondom gezoneerde industrieterreinen liggen zogenoemde zones. Wanneer een nieuwe woning wordt gerealiseerd in de zone, is akoestisch onderzoek noodzakelijk.
2.2.1 Wegverkeer De zone van een weg bevindt zich aan beide zijden van de weg en is afhankelijk van het aantal rijbanen en de ligging van de weg. Er wordt gemeten vanuit de rand van de weg. De grootte van de zones staat beschreven in artikel 74 van de Wgh. In onderstaande tabel staan de zones weergegeven:
Zones langs wegen Aantal rijstroken
Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
1 en 2 3 en 4 5 en meer
200 meter 350 meter 350 meter
250 meter 400 meter 600 meter
Tabel 2: Overzicht van zones langs wegen
5
Uit artikel 74 lid 2 van de Wgh blijkt dat 30 km-wegen en woonerven geen zone kennen. Daarom hoeven ze niet te worden onderzocht op basis van de Wgh. Echter ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening wordt voor drukkere 30 km-wegen wel akoestisch onderzoek uitgevoerd.
2.2.2 Railverkeer Langs landelijke spoorwegen liggen referentiepunten, waarvoor is vastgelegd hoeveel geluid de spoorlijn mag produceren, zogenaamde geluidsproductieplafonds (GPP’s). De hoogte van de geluidsproductieplafonds is vastgelegd in het geluidsregister. De grootte van de zone van een spoorweg is afhankelijk van het geluidsproductieplafond en is vastgelegd in artikel 1.4a uit het Besluit geluidhinder (Bgh). De zone van een spoorweg ligt aan beide zijden van de spoorweg en wordt gemeten van de buitenste spoorstaaf. De wettelijke zone van een spoorweg is afhankelijk van de toegestane geluidsbelasting op het referentiepunt uit het geluidregister. De zones van spoorlijnen zijn weergegeven in onderstaande tabel:
Zones langs spoorwegen Geluidsproductieplafond
Zone
Kleiner dan 56 dB Tussen de 56 en 61 dB Tussen de 61 en 66 dB Tussen 66 en 71 dB Tussen 71 en 74 dB Groter dan 74 dB
100 meter 200 meter 300 meter 600 meter 900 meter 1.200 meter
Tabel 3: Overzicht van zones langs spoorwegen
Naast de landelijke spoorlijnen zijn er in Nederland ook niet-landelijke spoorlijnen, zoals RandstadRail en de sneltram in Utrecht. De zones van deze spoorlijnen zijn vastgelegd in de ‘Regeling zonekaart spoorwegen geluidhinder’.
2.2.3 Industrielawaai Rondom een bedrijventerrein waar ‘grote’ lawaaimakers zijn toegestaan, ligt een geluidszone. De grootte van de geluidszone is vastgelegd in het zonebeheersplan van het gezoneerde bedrijventerrein en in het bestemmingsplan rondom het gezoneerde bedrijventerrein.
2.3
Rekenmethodiek Met behulp van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’ (RMG 2012) zijn de geluidsbelastingen berekend voor weg- en railverkeer en de cumulatieve geluidsbelastingen. De geluidsbelasting voor weg- en railverkeer is berekend met Standaardrekenmethode 2, met behulp van het computerprogramma GeoMilieu, versie 5.00. De cumulatieve geluidsbelasting is berekend op basis van Bijlage I, hoofdstuk 2: ‘Rekenmethode cumulatieve geluidsbelasting’ uit het RMG 2012. Hierbij wordt de gezamenlijke geluidsbelasting van de relevante geluidsbronnen (wegen, spoorwegen en industrielawaai) bepaald.
6
3
Uitgangspunten De ontwikkelingstaan nabij diverse geluidsbronnen. Aan de hand van de zones rondom de diverse wegen, spoorwegen en gezoneerde bedrijventerreinen kan worden bepaald voor welke geluidsbronnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd.
3.1
Selectie van geluidsbronnen In de omgeving van het plangebied bevinden zich wegen. Gezoneerde industrieterreinen en spoorlijnen zijn in de nabijheid van het plangebied niet aanwezig. Het plangebied ligt dan ook niet in de zones van gezoneerde industrieterreinen en spoorlijnen. Akoestisch onderzoek naar gezoneerde industrieterreinen en spoorlijnen is dan ook niet nodig. Het plangebied ligt aan de Oosterringweg (N715). Deze weg ligt in de buiten de bebouwde kom en heeft twee rijstroken. De zone van deze weg bedraagt 250 meter op basis van de Wgh. Het plangebied ligt in de zone van de Oosterringweg (N715).
3.2
Uitgangspunten en verkeersgegevens
3.2.1 Harde en zachte bodem In het rekenmodel is als standaard bodemfactor gerekend met een harde bodem (Bf=0). De zachte bodemgebieden zoals tuinen en groen zijn gemodelleerd. Bij tuinen is een bodemfactor (Bf) van 0,5 (half hard en half zacht) aangehouden. Bij de plantsoenen, weilanden en groene bermen is een bodemfactor (Bf) van 0,8 aangehouden.
3.2.2 Waarneemhoogte In het plangebied worden de geluidsgevoelige ruimten gerealiseerd op de begane grond en de eerste verdieping. In onderstaande tabel worden vloerhoogten en waarneemhoogten weergegeven: Overzicht van waarneemhoogten
Begane grond Eerste verdieping
Vloerhoogte in meters
Waarneemhoogte in meters
0,0 3,0
1,5 4,5
Tabel 4: Overzicht van de waarneemhoogten
De school is alleen in gebruik in de dagperiode en eventueel in de avondperiode. De school is dan ook alleen geluidsgevoelig in de dag- en avondperiode.
7
3.2.3 Verkeersgegevens De verkeersgegevens zijn afkomstig van een verkeerstelling die is uitgevoerd door de provincie Flevoland uit 2018. De verkeersintensiteit voor het maatgevende jaar 2030 is berekend met een autonome groei van 1,5 % per jaar. In onderstaande tabel zijn de etmaalintensiteiten voor het teljaar 2018 en het maatgevende jaar 2030 weergegeven:
Overzicht van de verkeersintensiteiten in mvt/e 2018 (teljaar)
2030 (maatgevend jaar)
2.851
3.409
Oosterringweg (N715)
Tabel 5: Overzicht van de etmaalintensiteiten
In onderstaande tabel zijn de periode- en voertuigverdelingen van weergegeven:
Periode- en voertuigverdelingen Dagperiode (07:00 t/m 19:00)
1,12
92,63
ZMV %
4,48
MZMV %
0,36
LMV %
95,17
%/uur
2,46
ZMV %
%/uur
7,68
Nachtperiode (23:00 t/m 07:00)
MZMV %
ZMV %
0,60
91,72
LMV %
MZMV %
6,77
LMV %
%/uur
Oosterringweg (N715)
Avondperiode (19:00 t/m 23:00)
0,38
6,99
Tabel 6: Periode- en voertuigverdelingen
De overige uitgangspunten, zoals snelheid, verkeersdrempels, wegdek en toegepaste aftrek op grond van artikel 110g Wgh, van de onderzochte wegen zijn weergegeven in onderstaande tabel:
Overzicht van de overige uitgangspunten
Oosterringweg (N715)
Wegdek
Verkeersdrempels
Maximum snelheid in km/u
Aftrek op grond van artikel 110g Wgh in dB
Dicht asfaltbeton (referentiewegdek)
Nee
80
22
Tabel 7: Overzicht van de overige uitgangspunten
2
8
Wanneer de geluidsbelasting na afronding 56 of 57 (exclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh) bedraagt, dan is de aftrek op grond van artikel 110g Wgh geen 2 dB, maar 3 respectievelijk 4 dB.
4
Resultaten
4.1
Onderzoeksopzet Voor de nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen zijn de geluidsbelastingen afkomstig van de omliggende wegen berekend. De geluidsbelastingen zijn getoetst aan de normen uit de Wgh.
4.2
Resultaten De geluidsbelastingen afkomstig van de onderzochte wegen zijn bepaald met behulp van standaardrekenmethode 2-berekening. De gebruikte rekenmethode voor wegverkeer is beschreven in het RMG 2012, bijlage III, behorend bij hoofdstuk 3: Weg. Alle berekende geluidsbelastingen zijn weergegeven in bijlage A in tabelvorm. In de onderstaande figuur staat de nummering van de waarneempunten die is gebruikt in het model:
Figuur 2: Nummering van de waarneempunten
De grafische weergave van het model is weergegeven in overzichtstekening 1, bijlage B. In deze tekening is onder meer de ligging van de verschillende waarneempunten te zien. In bijlage C zijn de invoergegevens van het model weergegeven. Mocht het bevoegd gezag voor de beoordeling van het akoestisch onderzoek het rekenmodel digitaal willen ontvangen, dan kan hiervoor contact worden opgenomen met Johan van der Burg van De Milieuadviseur.
9
In de onderstaande figuur zijn de geluidsbelastingen (Lden), inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh, per verdieping (begane grond/eerste verdieping) afkomstig van de Oosterrringweg (N715) weergegeven:
Figuur 3: Geluidsbelastingen afkomstig van de Oosterringweg
De hoogste geluidsbelastingen afkomstig van de Oosterringweg staan in de onderstaande tabel: Geluidsbelastingen afkomstig van de Oosterringweg Hoogste geluidsbelastingen in dB (incl. aftrek op grond van artikel 110g Wgh van 5 dB) 2de woning Gezinshuis School
47 57 51
Toetsingskader Voorkeursgrenswaarde uit de Wgh Hoogste toelaatbare geluidsbelasting uit de Wgh
48 58
Tabel 8: Geluidsbelastingen afkomstig van de Oosterringweg
Conclusie De hoogste geluidsbelasting, afkomstig van de Oosterringweg, bedraagt 57 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de geluidsgevoelige bestemmingen wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh overschreden, echter de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 58 dB wordt niet overschreden.
10
4.3
Onderzoeken naar geluidsreducerende maatregelen Het doel van de Wgh is om geluidhinder te voorkomen en te beperken. Een geluidsbelasting tot met de voorkeursgrenswaarde garandeert een goed woon-/leefklimaat op basis van de Wgh. De Oosterringweg zorgt voor een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, daarom is onderzoek noodzakelijk naar doeltreffende geluidsreducerende maatregelen. Wanneer de geluidsbelasting niet terug te brengen is tot de voorkeursgrenswaarde, dan kan een hogere waarde ten gevolge van de Oosterringweg worden verleend door de gemeente. De ontwikkeling bestaat uit de ontwikkeling van twee nieuwe woningen, hierdoor heeft de ontwikkeling beperkte omvang. Door deze beperkte omvang is de financiële ruimte om geluidsreducerende maatregelen te nemen in het bron- en overdrachtsgebied beperkt. Bij het treffen van maatregelen geldt een voorkeursvolgorde: bron, overdracht en ontvanger.
4.3.1 Bronmaatregelen Ten opzichte van het bestaande dichte asfaltbeton is een geluidsreductie van 2,5 dB haalbaar door het toepassen van een dunne deklaag type A op de Oosterringweg. Door het toepassen van dit wegdek wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB nog steeds overschreden op de nieuwe woning door de Oosterringweg. De hoogste geluidsbelasting bedraagt 55 dB door het toepassen van een dunne deklaag type A. Het vervangen van het huidige dicht asfaltbeton op de Oosterringweg door een stiller wegdek is financieel niet rendabel aangezien er slechts twee woningen wordt gerealiseerd.
4.3.2 Overdrachtsmaatregelen Het plaatsen van een effectief geluidsscherm langs de Oosterringweg is niet gewenst vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt. Tevens zullen de kosten voor het plaatsen van een scherm dusdanig hoog zijn dat dit vanuit financieel oogpunt niet rendabel is voor het plan. Het aanleggen van een geluidswal is niet gewenst gezien het ruimtebeslag hiervan.
4.3.3 Maatregelen bij de ontvanger De maatregelen die kunnen worden genomen bij de ontvanger (woningen) zijn erop gericht om te voldoen aan de binnenwaarde van 33 dB. Mogelijk moeten voor de woningen met een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde aanvullende isolerende voorzieningen worden getroffen om de akoestische binnenwaarde te halen. Conclusie Gezien de beperkte schaal van dit plan is het niet mogelijk of wenselijk om effectieve maatregelen te treffen die de geluidsbelastingen terugbrengen tot waarden die lager zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
11
5
Conclusie Op het perceel Oosterring 53 in Bant staat een boerderij. De agrarische bedrijfsactiviteiten van deze boerderij zijn gestopt. Op het perceel worden jongeren gehuisvest en vindt begeleid wonen plaats voor volwassen. Voor de huisvesting van de cliënten wordt de bestaande boerderij verbouwd en wordt een tweede woning gerealiseerd. In een nieuw gebouw op het perceel kleinschalig bijzonder onderwijs gegeven. Door de nieuwe ontwikkeling worden geluidsgevoelige bestemmingen gerealiseerd. Voor de realisatie van de geluidsgevoelige bestemmingen is akoestisch onderzoek verricht. De geluidsbelasting van de nieuwe woningen en school wordt getoetst aan de normen uit de Wet geluidhinder (Wgh).
5.1
Toetsing aan de Wet geluidhinder De hoogste geluidsbelasting, afkomstig van de Oosterringweg, bedraagt 57 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de geluidsgevoelige bestemmingen wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh overschreden, echter de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 58 dB wordt niet overschreden.
5.1.1 Verlening hogere grenswaarden Het doel van de Wgh is geluidhinder te voorkomen. Maatregelen om de voorkeursgrenswaarde te bereiken zijn bijvoorbeeld het toepassen van stil wegdek op de Oosterringweg, het vergroten van de afstand tussen de woonboerderij en de weg of het toepassen van dove gevels. Gezien de beperkte schaal van dit plan (realisatie van twee woningen) is het niet mogelijk of gewenst om effectieve maatregelen te treffen die de geluidsbelastingen terugbrengen tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Op basis van de Wgh kan de gemeente Noordoostpolder een hogere waarde verlenen voor de geluidsbelasting van de Oosterringweg verlenen. De verlening van de hogere waarde vindt plaats in een aparte hogere waarde-procedure gelijktijdig met de ruimtelijke procedure. De te verlenen hogere waarden zijn weergegeven in de onderstaande tabel:
Te verlenen hogere waarde Te verlenen hogere waarden in dB
Waarneempunt
Waarneemhoogte in meters
57 50
8 13
4,5 4,5
Gezinshuis School
Tabel 9: Te verlenen hogere waarden
Eindconclusie Wgh De realisatie van de geluidsgevoelige objecten is mogelijk na de verlening van hogere waarde voor de geluidshinder afkomstig van de Oosterringweg.
12
5.2
Toetsing aan het Bouwbesluit 2012 Op grond van het Bouwbesluit 2012 dient een akoestische binnenwaarde van 33 dB bij woningen ten gevolge van wegverkeerslawaai gegarandeerd te worden. Volgens artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012 bezit een standaard gevelconstructie een minimale geluidsisolatie van 20 dB. De hoogste cumulatieve geluidsbelastingen en de minimaal benodigde gevelwering per nieuwe woning zijn weergegeven in de onderstaande tabel:
Cumulatieve geluidsbelastingen en de minimaal benodigde gevelwering
2de woning Gezinshuis School
Cumulatieve geluidsbelasting in dB (excl. aftrek op grond van artikel 110g Wgh)
Minimaal benodigde gevelwering in dB
49 59 52
16 26 19
Toetsingskader Minimale gevelwering o.b.v. Bouwbesluit 2012
20
Tabel 10: Cumulatieve geluidsbelastingen en de minimaal benodigde gevelwering
Ter indicatie: volgens artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012 bezit een standaard gevelconstructie een minimale geluidsisolatie van 20 dB. Als de gevels van de nieuwe woningen voldoen aan het Bouwbesluit 2012, dan worden de binnenwaarden van 41 dB, welke gaan gelden in de nieuwe Omgevingswet.
13
14
Bijlagen Bijlage A: Geluidsbelastingen, in tabelvorm
Projectnummer: 19034
Datum: 30 juli 2019
Geluidsbelastingen afkomstig van de Oosterringweg (N715), in tabelvorm Waarneempunt
Ligging van Geluidsbelasting per periode in dB(A) Waarde waarneem(excl. aftrek ex artikel 110g Wgh) neempunt hoogte dagperiode avondperiode nachtperiode in meter (07:00 t/m 19:00) (19:00 t/m 23:00) (23:00 t/m 07:00)
Wnp.01 Wnp.01 Wnp.02 Wnp.02 Wnp.03 Wnp.03 Wnp.04 Wnp.04 Wnp.05 Wnp.05 Wnp.06 Wnp.06 Wnp.07 Wnp.07 Wnp.08 Wnp.08 Wnp.09 Wnp.09 Wnp.10 Wnp.10 Wnp.11 Wnp.11 Wnp.12 Wnp.12 Wnp.13 Wnp.13 Wnp.14 Wnp.14 Wnp.15 Wnp.15 Wnp.16 Wnp.16 Wnp.17 Wnp.17 Wnp.18 Wnp.18 Wnp.19 Wnp.19 Wnp.20 Wnp.20 Wnp.21 Wnp.21 Wnp.22 Wnp.22 Wnp.23 Wnp.23
1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5
Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis School School School School School School School School School School School School 2de woning 2de woning 2de woning 2de woning 2de woning 2de woning 2de woning 2de woning 2de woning 2de woning 2de woning 2de woning
53,97 55,66 50,34 52,12 40,39 40,87 41,57 42,41 45,13 46,44 52,15 53,75 53,76 55,14 56,52 57,82 56,35 57,63 56,28 57,59 53,73 55,40 46,76 47,85 50,72 52,28 47,98 49,47 37,52 38,68 34,98 35,41 42,66 43,67 45,42 46,37 46,66 47,75 45,12 46,17 ----40,71 41,24
2de woning Gezinshuis School Hoogste geluidsbelasting
48 58 52 58
49,27 50,94 45,65 47,41 35,69 36,17 36,86 37,69 40,39 41,69 47,41 49,01 49,02 50,39 51,80 53,09 51,64 52,91 51,58 52,87 49,03 50,68 42,05 43,12 45,98 47,53 43,27 44,75 32,82 33,96 30,31 30,72 37,98 38,96 40,73 41,66 41,96 43,03 40,42 41,46 ----36,02 36,52
46,09 47,78 42,46 44,23 32,51 32,99 33,69 34,52 37,24 38,55 44,26 45,86 45,87 47,25 48,63 49,93 48,46 49,74 48,40 49,70 45,85 47,52 ------------37,54 38,49 38,78 39,87 37,24 38,29 ----32,83 33,35
Lden in dB
Excl. aftrek ex art. 110g Wgh
Aftrek ex art. 110g Wgh
Incl. aftrek ex art. 110g Wgh
54,84 56,53 51,21 52,98 41,26 41,74 42,44 43,27 45,99 47,30 53,01 54,61 54,62 56,00 57,38 58,68 57,21 58,49 57,15 58,45 54,60 56,27 46,12 47,21 50,07 51,63 47,34 48,83 36,88 38,04 34,34 34,77 42,02 43,03 46,29 47,24 47,53 48,62 45,99 47,04 ----41,58 42,10
2 4 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 3 4 2 4 2 4 2 2 3 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2
52,84 52,53 49,21 50,98 39,26 39,74 40,44 41,27 43,99 45,30 51,01 52,61 52,62 53,00 53,38 56,68 53,21 56,49 53,15 56,45 52,60 53,27 44,12 45,21 48,07 49,63 45,34 46,83 34,88 36,04 32,34 32,77 40,02 41,03 44,29 45,24 45,53 46,62 43,99 45,04 ----39,58 40,10
Hoogste geluidsbelastingen 43 53 48 53
40 50 44 50
49 59 52 59
47 57 50 57
Toetsingskader Voorkeursgrenswaarde uit de Wgh Maximaal toelaatbare geluidsbelasting uit de Wgh
48 58
Pagina 1 van 1
Bijlage B, Overzichtstekening 1: Grafische weergave van het model
Overzichtstekening 1
De Milieuadviseur
Grafische weergave van het model Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen
0m
40 m schaal = 1 : 1000
1393 1450 1567 1523
1451 1541 1587 1466 1362 1262
531400
1440 1435 1416 1243 1254 1497 1240
1591
261
965 913
2813
2811 2810
2812
2814 245
2804 2805 2202 2806
1441 1455
2809 2808
890 894
2807
1528
2816 2815 2820
307
811 692
2817
2818
2819 634 2821 2826 322 2825
2822 2823 2824
1060 1154 1009
531200
Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Oosterringweg - Oosterringweg 19034] , Geomilieu V5.10
182600
182800
Bijlage C: Invoergegevens van het rekenmodel
Invoergegevens van het model Rapport: Model:
Lijst van model eigenschappen Oosterringweg 19034
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
Oosterringweg 19034 Johan #2|Wegverkeerslawaai|RMW-2012|
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
Johan op 6-2-2019 Johan op 30-7-2019 Geomilieu V4.50
Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Zoekafstand [m] Max. reflectie afstand tot bron [m] Max. reflectie afstand tot ontvanger [m] Standaard bodemfactor Zichthoek [grd] Maximale reflectiediepte Reflectie in woonwijkschermen Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0
07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4 Groepsresultaten Groepsresultaten ---0,00 2 1 Ja Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50
Geomilieu V5.00
30-7-2019 14:19:08
Invoergegevens van het model Commentaar
Geomilieu V5.00
30-7-2019 14:19:08
Invoergegevens van het model Rapport: Model:
Groepsreducties Oosterringweg 19034
Groep berm Gebouw 3D Tuin weg 1 Oosterringweg
Reductie Dag 0,00 0,00 0,00 0,00 2,00
Avond 0,00 0,00 0,00 0,00 2,00
Nacht 0,00 0,00 0,00 0,00 2,00
Sommatie Dag 0,00 0,00 0,00 0,00 2,00
Avond 0,00 0,00 0,00 0,00 2,00
Nacht 0,00 0,00 0,00 0,00 2,00
Weiland
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Geomilieu V5.00
30-7-2019 14:20:13
Invoergegevens van het model Model: Groep:
Oosterringweg 19034 Oosterringweg - Oosterringweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep 1 Oosterringweg
Geomilieu V5.00
ItemID 1591
Grp.ID 6
Datum 10:13, 30 jul 2019
1e kid -1
NrKids 2
Naam OW
Omschr. Oosterringweg
Vorm Polylijn
30-7-2019 14:22:02
Invoergegevens van het model Model: Groep:
Oosterringweg 19034 Oosterringweg - Oosterringweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep 1 Oosterringweg
Geomilieu V5.00
X-1 182096,91
Y-1 531263,46
X-n 183135,35
Y-n 531462,27
H-1 0,00
H-n 0,00
M-1 0,00
M-n 0,00
30-7-2019 14:22:02
Invoergegevens van het model Model: Groep:
Oosterringweg 19034 Oosterringweg - Oosterringweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep 1 Oosterringweg
Geomilieu V5.00
ISO_H 0,00
Min.RH 0,00
Max.RH 0,00
Min.AH 0,00
Max.AH 0,00
ISO M. 0,00
Hdef. Relatief
Vormpunten 9
30-7-2019 14:22:02
Invoergegevens van het model Model: Groep:
Oosterringweg 19034 Oosterringweg - Oosterringweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep 1 Oosterringweg
Geomilieu V5.00
Lengte 1057,31
Lengte3D 1057,31
Min.lengte 46,79
Max.lengte 299,30
Type Verdeling
Cpl False
Cpl_W 1,5
30-7-2019 14:22:02
Invoergegevens van het model Model: Groep:
Oosterringweg 19034 Oosterringweg - Oosterringweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep 1 Oosterringweg
Hbron 0,75
Geomilieu V5.00
Helling 0
Wegdek W0
Wegdek Referentiewegdek
V(MR(D)) --
V(MR(A)) --
V(MR(N)) --
V(MR(P4)) --
V(LV(D)) 80
V(LV(A)) 80
30-7-2019 14:22:02
Invoergegevens van het model Model: Groep:
Oosterringweg 19034 Oosterringweg - Oosterringweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep 1 Oosterringweg
V(LV(N)) 80
Geomilieu V5.00
V(LV(P4)) --
V(MV(D)) 80
V(MV(A)) 80
V(MV(N)) 80
V(MV(P4)) --
V(ZV(D)) 80
V(ZV(A)) 80
V(ZV(N)) 80
V(ZV(P4)) --
30-7-2019 14:22:02
Invoergegevens van het model Model: Groep:
Oosterringweg 19034 Oosterringweg - Oosterringweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep 1 Oosterringweg
Crow965 False
Geomilieu V5.00
Totaal aantal 3409,00
%Int(D) 6,77
%Int(A) 2,46
%Int(N) 1,12
%Int(P4) --
%MR(D) --
%MR(A) --
%MR(N) --
%MR(P4) --
%LV(D) 91,72
30-7-2019 14:22:02
Invoergegevens van het model Model: Groep:
Oosterringweg 19034 Oosterringweg - Oosterringweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep 1 Oosterringweg
%LV(A) 95,17
Geomilieu V5.00
%LV(N) 92,63
%LV(P4) --
%MV(D) 0,60
%MV(A) 0,36
%MV(N) 0,38
%MV(P4) --
%ZV(D) 7,68
%ZV(A) 4,48
%ZV(N) 6,99
%ZV(P4) --
MR(D) --
30-7-2019 14:22:02
Invoergegevens van het model Model: Groep:
Oosterringweg 19034 Oosterringweg - Oosterringweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep 1 Oosterringweg
MR(A) --
Geomilieu V5.00
MR(N) --
MR(P4) --
LV(D) 211,68
LV(A) 79,81
LV(N) 35,37
LV(P4) --
MV(D) 1,38
MV(A) 0,30
MV(N) 0,15
MV(P4) --
30-7-2019 14:22:02
Invoergegevens van het model Model: Groep:
Oosterringweg 19034 Oosterringweg - Oosterringweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep 1 Oosterringweg
Geomilieu V5.00
ZV(D) 17,72
ZV(A) 3,76
ZV(N) 2,67
ZV(P4) --
LE (D) 63 78,39
LE (D) 125 86,89
LE (D) 250 92,33
LE (D) 500 100,27
LE (D) 1k 106,22
30-7-2019 14:22:02
Invoergegevens van het model Model: Groep:
Oosterringweg 19034 Oosterringweg - Oosterringweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep 1 Oosterringweg
LE (D) 2k 102,31
Geomilieu V5.00
LE (D) 4k 95,40
LE (D) 8k 84,42
LE (D) Totaal 108,78
LE (A) 63 72,82
LE (A) 125 81,60
LE (A) 250 86,94
LE (A) 500 94,82
30-7-2019 14:22:02
Invoergegevens van het model Model: Groep:
Oosterringweg 19034 Oosterringweg - Oosterringweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep 1 Oosterringweg
LE (A) 1k 101,58
Geomilieu V5.00
LE (A) 2k 97,71
LE (A) 4k 90,80
LE (A) 8k 79,66
LE (A) Totaal 104,03
LE (N) 63 70,34
LE (N) 125 78,86
LE (N) 250 84,28
30-7-2019 14:22:02
Invoergegevens van het model Model: Groep:
Oosterringweg 19034 Oosterringweg - Oosterringweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep 1 Oosterringweg
LE (N) 500 92,23
Geomilieu V5.00
LE (N) 1k 98,35
LE (N) 2k 94,44
LE (N) 4k 87,54
LE (N) 8k 76,52
LE (N) Totaal 100,88
LE (P4) 63 --
LE (P4) 125 --
30-7-2019 14:22:02
Invoergegevens van het model Model: Groep:
Oosterringweg 19034 Oosterringweg - Oosterringweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep 1 Oosterringweg
LE (P4) 250 --
Geomilieu V5.00
LE (P4) 500 --
LE (P4) 1k --
LE (P4) 2k --
LE (P4) 4k --
LE (P4) 8k --
LE (P4) Totaal --
30-7-2019 14:22:02
Invoergegevens van het model Model: Groep:
Oosterringweg 19034 Oosterringweg - Oosterringweg (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D
ItemID 245 261 307 322 2202
Grp.ID 1 1 1 1 1
Datum 12:10, 30 jul 2019 10:15, 30 jul 2019 12:10, 30 jul 2019 12:37, 30 jul 2019 09:33, 30 jul 2019
Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D
2437 2438 2439 2440 2441
1 1 1 1 1
Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D
2442 2443 2444 2445 2450
Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D
Vorm Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon
X-1 182732,11 182760,65 182755,12 182766,70 182701,88
Y-1 531337,42 531364,90 531316,15 531289,05 531332,44
09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019
Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon
182491,04 182492,30 182704,77 182934,11 182986,21
531973,70 531975,50 531975,50 531720,31 531801,62
1 1 1 1 1
09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019
Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon
182942,30 182910,21 183002,50 182932,30 182275,10
531839,30 531843,06 531841,00 531859,30 531249,52
2451 2452 2455 2456 2458
1 1 1 1 1
09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019
Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon
182283,84 182170,77 182283,84 182264,60 183087,50
531248,11 531256,24 531248,11 531187,71 531351,00
Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D
2461 2464 2473 2474 2475
1 1 1 1 1
09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019
Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon
183087,29 182156,50 182112,69 182704,77 182710,92
531388,35 531195,30 531234,95 531975,50 531971,37
Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D
2476 2477 2478 2479 2500
1 1 1 1 1
09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019
Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon
182512,89 182673,64 182492,79 182446,74 182451,49
532005,93 532011,89 532044,54 532049,10 531987,61
Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D
2501 2502 2511 2515 2516
1 1 1 1 1
09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019
Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon
182467,86 182377,84 182130,98 182286,23 182265,06
532009,65 532016,11 531203,12 531228,49 531234,63
Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D
2517 2518 2528 2529 2535
1 1 1 1 1
09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019
Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon
182168,64 182296,00 182934,14 182878,20 183117,33
531218,37 531252,62 531805,98 531668,52 531411,02
Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D Gebouw 3D
2539 2542 2543 2544 2546
1 1 1 1 1
09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019
Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon
182131,54 182713,20 182708,23 183218,40 183215,39
531215,47 531996,30 531999,66 531690,80 531643,87
Gebouw 3D Gebouw 3D
2591 2607
1 1
09:37, 30 jul 2019 09:37, 30 jul 2019
Polygoon Polygoon
183151,78 183291,11
531438,29 531693,96
Geomilieu V5.00