6.1 Bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN CREIL, OOST - FASE 3 gemeente NOORDOOSTPOLDER
Creil, Oost - fase 3
Noordoostpolder
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.0171.BP00748-VS01
29-09-2023
concept voorontwerp
projectnummer: 20230316.001
opdrachtleider:
19-12-2023
ontwerp vastgesteld
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
2
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 5 6 7
Aanleiding Ligging plangebied Planologische regeling Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Beschrijving van hetplan
8
2.1 2.2
Huidige situatie Gewenste ontwikkeling
8 11
Hoofdstuk 3 Beleidskader
17
3.1 3.2 3.3
17 21 27
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten
33
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
33 34 35 36 40 42 42 49 49 50 51 52
Bedrijven en milieuzonering Spuitzones Geluid Ecologie Cultuurhistorie Archeologie Water Bodem Luchtkwaliteit Externe veiligheid Kabels en leidingen Vormvrije m.e.r.- beoordeling
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting
53
5.1 5.2
53 53
Algemeen Toelichting op de bestemmingen
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
55
6.1 6.2
55 55
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
Bijlagen bij de toelichting
57
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
58
Bijlage 2
Stedenbouwkundig plan
66
Bijlage 3
Stikstof berekening
68
Bijlage 4
Quickscan Ecologie
87
Bijlage 5
Watertoets
105
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek
120
Bijlage 7
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
189
Bijlage 8
Reactienota vooroverleg
207
Bijlage 9
Reactienota zienswijzen
215
Regels
bestemmingsplan (vastgesteld)
217
3
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Artikel 2
218
Begrippen Wijze van meten
218 222
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
223
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
223 224 225 226 227 228
Bos Groen Tuin Verkeer Water Wonen
Hoofdstuk 3 Algemene regels
231
Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
231 232 233 234 235
Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Parkeerregels Overige regels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
236
Artikel 14 Artikel 15
236 237
Overgangsrecht Slotregel
239
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Lijst van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten
240
Bijlage 2
Nota Parkeernormen
242
Verbeelding
4
261
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
De gemeente Noordoostpolder is voornemens om aan de noordoostzijde van de kern Creil uit te breiden met woningbouw. Landelijk is er een groot woningtekort. Vanuit de motie Koerhuis is de oproep om 100.000 woningen in Flevoland te bouwen, waarvan 5.000 tot 10.000 in Noordelijk Flevoland. Begin dit jaar heeft de gemeente Noordoostpolder een korte enquête gehouden onder professionals in Noordoostpolder, zoals makelaars, ontwikkelaars, bouwbedrijven en aannemers. Hieruit komt naar voren dat partijen de woningmarkt als overspannen ervaren. Ook zien ze dat per woningtype in meer of mindere mate wordt overboden. De trend die de gemeente Noordoostpolder ziet, is dat er een groei van 1 en 2 persoonshuishoudens is. Hierdoor moeten meer woningen toegevoegd worden om aan de woningvraag te voldoen.
Qua woningbouw wordt voorzien in voortzetting en uitbreiding van de bestaande woonwijk. De woningtypen bestaan uit rug-aan-rugwoningen, rijtjeswoningen, twee-onder-een-kappers en vrijstaande woningen, waarmee wordt ingespeeld op de lokale behoefte.
De voorgenomen ontwikkelingen zijn niet in overeenstemming met het geldende planologisch regime. Om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te maken, is daarom een herziening van het bestemmingsplan nodig. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader. In deze toelichting wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ’een goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied heeft betrekking op de agrarische gronden ten noordoosten van Creil. De ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Creil en de directe omgeving wordt weergegeven in afbeelding 1.1 met respectievelijk de rode ster en de rode omlijning.
Afbeelding 1.1: ligging van het plangebied (bron: ArcGIS)
bestemmingsplan (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
1.3
Planologische regeling
1.3.1 Algemeen Het plangebied ligt binnen de 'beheersverordening Landelijk gebied' (vastgesteld op 21 maart 2016 door de gemeenteraad van Noordoostpolder). In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de plankaart opgenomen. Het plangebied is daarop indicatief aangegeven met een rode omlijning met rode pijl.
Daarnaast geldt voor het gehele plangebied het bestemmingsplan 'Parapluplan parkeren' (vastgesteld op 8 juli 2019). Het doel van het paraplubestemmingsplan is het zorgen voor een toetsingskader om te bepalen of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid bij nieuwbouwplannen, verbouwplannen en functiewijzigingen. In paragraaf 2.2.4 wordt ingegaan over de regels omtrent verkeer en parkeren.
Tot slot geldt het 'Voorbereidingsbesluit Wonen'. Dit besluit heeft als doel negatieve effecten van kamerverhuur op de woon- en leefomgeving te voorkomen of beperken.
Afbeelding 1.2: uitsnede www. ruimtelijkeplannen. nl)
6
plankaart
beheersverordening
'Landelijk
Gebied'(bron:
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
1.3.2 Beschrijving bestemming Op basis van de beheersverordening 'Landelijk gebied' zijn de gronden in het plangebied bestemd als 'Agrarisch gebied'. Gronden met de bestemming 'Agrarisch gebied' zijn hoofdzakelijk bestemd voor agrarische bedrijvigheid, geheel of overwegend gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door het telen van gewassen en/of het houden van dieren. Binnen elk op de plankaart aangegeven bebouwingsvlak (zwarte onderbroken lijn) mag uitsluitend bij een agrarisch bedrijf behorende bebouwing worden gebouwd.
1.3.3 Strijdig planologisch gebruik Op grond van de geldende beheersverordening is het niet toegestaan om woningen te realiseren. De agrarische bestemming wordt door middel van voorliggend bestemmingsplan omgezet naar een woonbestemming met bijbehorende groen- en verkeersbestemmingen waarbij het mogelijk wordt woningen in een divers bouwprogramma te bouwen. In voorliggende plantoelichting wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven opgevolgd door een beschrijving van de gewenste situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In de hoofdstukken 5 en 6 worden respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten en de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.
bestemmingsplan (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Creil, Oost
fase 3
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan 2.1
Huidige situatie
2.1.1 Ruimtelijke ontstaansgeschiedenis Creil In de Noordoostpolder zijn een zevental dorpen gebouwd rondom een brink; een centraal, langgerekt plein waarlangs winkels, woningen, openbare gebouwen en soms kerken staan. Hiermee vormt de brink als het ware een besloten ruimte, de 'huiskamer' van de kern. In Creil is dit het geval.
Creil Oost In de meer recente historie is nieuwbouw vooral gezocht binnen Creil zelf en aan de (noord)oostzijde van Creil. Het gaat hier om de woonbuurtjes aan de Kiekendiefstraat en rond de Buizerdstraat. In het zuiden aan de Creilervaart is een bedrijventerreintje gerealiseerd. In vervolg hierop is in de jaren 90 de gefaseerde uitbreiding Creil Oost bedacht. De eerste fase hiervan omvatte 87 woningen aan de Creilervaart inclusief een kleine uitbreiding van het bedrijventerrein. Aan de oostzijde van dit uitbreidingsgebied is een nieuwe brede bossingel aangeplant om de landschappelijke situering van de dorpen in de Noordoostpolder te respecteren en het nieuwe woongebied een zekere mate van beslotenheid te geven en te beschermen tegen de invloeden vanuit het open agrarische gebied. In 2009 is de woonwijkuitbreiding 'Creil oost fase 2' gerealiseerd.
Structuur Creil is een typisch kruiswegdorp, waarbij alle woonbuurten dicht bij het centrum liggen. In de afgelopen decennia is Creil in omvang gegroeid waarbij rekening is gehouden met de structuur van een kruiswegdorp. Creil groeit in oostelijke richting tussen de provinciale weg en de vaart. Ten noorden van de kern heeft zich vanaf de jaren 80 een bedrijventerrein ontwikkeld dat door de jaren heen in omvang is gegroeid. In afbeelding 2.1 zijn de topografische kaarten van Creil door de tijd heen weergegeven. Hierop is zichtbaar dat de kern in oostelijke richting uitbreidt en is een bedrijventerrein ten noordwesten van de kern gerealiseerd.
8
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
Afbe elding 2.1: de ontwikkeling van Creil (1962, 1982, 2022) (Bron: www.topotijdreis.nl)
2.1.2 Huidige situatie plangebied en omgeving Het plangebied ligt in het noordoosten van de kern Creil. De ruimtelijke structuur van de omgeving kenmerkt zich voornamelijk door woonfuncties en agrarische cultuurgronden. Het plangebied is in de huidige situatie in gebruik als landbouwgrond. Op de landbouw gronden werden de afgelopen jaren tulpen, aardappelen en tarwe verbouwd.
In afbeelding 2.3 is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie van het plangebied. De rode contour betreft een indicatieve weergave van het plangebied. In afbeelding 2.4 is het straatbeeld vanaf de Jan Asselijn van de huidige situatie weergegeven.
bestemmingsplan (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
Afbeelding 2.2: huidige situatie plangebied en directe omgeving (bron ArcGIS)
Afbeelding 2.3: straatbeeld huidige situatie plangebied (bron: Google Streetview)
10
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
2.2
Gewenste ontwikkeling
2.2.1 Algemeen In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door de gemeente Noordoostpolder een voorlopig stedenbouwkundig plan opgesteld. Een uitsnede van het voorlopige stedenbouwkundig plan is opgenomen in afbeelding 2.4 en in bijlage 2. Het woningbouwprogramma is zeer divers. Het voorlopige stedenbouwkundig plan gaat uit van 57 woningen. De verdeling bestaat uit 7 vrijstaande woningen, 18 twee-onder-een-kapwoningen, 15 hoek/tussenwoningen (waarvan 4 levensloopbestendig), 12 rug-aan-rugwoningen. Echter moet worden opgemerkt dat er flexibiliteit zit in de woningaantallen. Maximaal 3 vrijstaande woningen kunnen worden gewisseld naar 6 tweekappers. De zuidelijk rij twee-onder-een-kappers (6 stuks) kunnen gewisseld worden naar 8 aaneengebouwde woningen. Het plan sluit aan op de verkavelings- en groenstructuur van de eerdere uitbreiding ten zuiden van het plangebied, zo wordt het bosgebied met wandelroute in het oosten van het plangebied doorgetrokken. De volgende straten worden voor een goede ontsluiting van het gebied doorgetrokken: Kiekendiefstraat en Philip de Koninck. Het verkeer en parkeren wordt binnenplans geregeld en wordt toegelicht in paragraaf 2.2.4.
Afbeelding 2.4: Creil-Oost fase III voorlopig stedenbouwkundig plan (bron gemeente Noordoostpolder) Wordt aangepast
2.2.2 Landschappelijke/stedenbouwkundige onderbouwing Locatiekeuze nieuwe uitbreiding Stedenbouwkundig ligt een verdere uitbreiding aan de oostkant van Creil het meest voor de hand. Voor de zuid- en noordkant zou een vaart en een provinciale weg moeten worden overgestoken. In Creil (en in Ens, Rutten en Tollebeek) wordt goed zichtbaar welke problemen ontstaan wanneer een kern aan weerszijden van een provinciale weg ligt. Naast de oversteekbewegingen die ontstaan, zijn ook de afstanden (als gevolg van de aan te houden geluidzones) problematisch. Feitelijk ontstaat er dan een losse satelliet. Zodoende blijven de west- en oostkant over voor een uitbreiding. De afstand tot de bestaande voorzieningen geeft in dit geval de doorslag om te kiezen voor een uitbreiding aan de oostkant. Kiezen voor de oostkant is kiezen voor een compacte kern. Aan de zuid-, west- en noordkant gaat de bebouwde kom verder het agrarisch gebied in.
bestemmingsplan (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
Het algemene ontwerpkenmerk van de kern is als volgt weer te geven; de dorpskern is omzoomd door een brede bossingel. In de dorpskern zijn grote groene ruimtes ingericht met bomen in gras. Eenvoudig, helder, overzichtelijk en rustiek. Het zijn goede en herkenbare openbare ruimten; eenvoudig van vorm. De stedenbouwkundige hoofdelementen van de bestaande oude kern van Creil zijn min of meer vertaald in de nieuwe wijk. Het onderscheid in de profilering, de omzoming van de wijk met een bossingel en de inpassing van grote groene ruimten. Fase 3 van Creil Oost borduurt voort op het gemaakte stedenbouwkundig ontwerp voor Creil Oost. In afbeelding 2.5 wordt hiervan een impressie gegeven.
Groen- en waterstructuur De Noordoostpolder-dorpen kenmerken zich onder meer door de groene mantel rond de dorpen: een brede dorpssingel tussen de woningbouw en de omliggende agrarische gronden. Deze biedt geborgenheid zowel mentaal als fysiek. Daarnaast zorgt de groene mantel de landschappelijke beleving van de dorpen als groene eilanden in de open polder, waar alleen de kerktorens boven het groen uitsteken als bakens. De laatste uitbreiding (fase 2) heeft aan de oostzijde een bossingel gekregen als onderdeel van de nieuwe dorpsmantel. Bij deze actuele ontwikkellocatie komt aan de oostzijde tevens een bossingel. In deze bossingel komt ook een voet. Een verlenging van het zogeheten 'Rondommetje Creil'. Aan de noordzijde wordt nog geen bossingel aangelegd, omdat voorgesorteerd wordt op een mogelijke latere uitbreiding ten noorden van de actuele ontwikkellocatie.
12
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
Afbeelding 2.5: toekomstvisie groen- en waterstructuur Creil-Oost (bron: www. ruimtelijkeplannen. nl)
De groenstroken spelen een rol in de waterhuishouding van de wijk. In de groenstrook aan de noordzijde komt een wadi. Daarnaast komt er ook beplanting (struiken en bomen). De andere groenstroken in het gebied worden eenvoudig ingericht, gras met bomen, zodat er ook gespeeld kan worden.
2.2.3 Beeldkwaliteit Om de toekomstige bouwplannen binnen het plangebied op de gewenste beeldkwaliteit te kunnen toetsen is er in het kader van het bestemmingsplan een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan wordt van toepassing op de gronden binnen het voorliggende bestemmingsplan. De volledige beeldkwaliteitsparagraaf is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. Dit beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad van de gemeente Noordoostpolder vastgesteld als onderdeel van de beleidsregel uiterlijk bouwwerken.
2.2.4 Verkeer & parkeren Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaan door de nieuwe ontwikkeling.
Verkeersgeneratie
bestemmingsplan (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
De te realiseren woningen brengen een bepaald aantal extra verkeersbewegingen met zich mee. Om het aantal extra verkeersbewegingen te bepalen, is gebruik gemaakt van de publicatie Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Voor de ontwikkeling wordt dus uitgegaan van de volgende uitgangspunten: « «
Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk; Stedelijke zone: Rest bebouwde kom.
In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan.
Voor de rijwoningen en de levensloopbestendige woningen is uitgegaan van het type 'Koop tussen/hoek'. Voor de twee-onder-een-kap woning is uitgegaan van het type 'Koop, twee-onder-een-kap'. Voor de vrijstaande woningen is uitgegaan van het type 'Koop, vrijstaand'. Voor de rug-aan-rug woningen is uitgegaan van het type 'Koop, appartement, goedkoop'. Nu is het zo dat het bestemmingsplan enige flexibiliteit biedt qua type woningen en aantallen per type. Om die reden is uitgegaan van een eindsituatie waarbij de meeste verkeersbewegingen ontstaat. In tabel 1 is de verkeersgeneratie van deze specifieke situatie met 4 vrijstaande, 18 twee-onder-een-kap, 23 tussen/hoek en 12 goedkope weergegeven.
Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie het volgende beeld.
Tabel 1: verkeersgeneratie Type Woning
Verkeersbe weginge Aantal n per woning per woningen weekdag
Totaal aantal verkeersbe weginge n per weekdag
Koop, vrijstaand
8,2
4
32,8
Koop, twee-onder-een-kap
7,8
18
140,4
Koop, tussen/hoek
7,4
23
170,2
Koop, appartement goedkoop
5,6
12
67,2
57
411
Totaal
De totale verkeersgeneratie voor de te realiseren woningen komt afgerond neer op 411 verkeersbewegingen per weekdag. Het nieuwe woongebied wordt aangesloten op de bestaande wegenstructuur van de naastgelegen woonwijk. De wegen binnen de nieuwe woonwijk zullen worden ingericht als 30 km/uur wegen. Het omliggende wegennetwerk is van voldoende omvang om deze extra verkeersbewegingen af te wikkelen.
Verkeersstructuur De woonwijk wordt ontsloten op de bestaande verkeersstructuur van de omliggende woonwijk. Voor een goede ontsluiting van de toekomstige woonwijk worden daarom de Kiekendiefstraat en Philip de Koninck doorgetrokken. Door het realiseren van twee aansluitingen is het bij eventuele calamiteiten mogelijk voor de bewoners om uit de
14
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
woonwijk weg te vluchten mocht één ontsluitingsweg geblokkeerd zijn.
De wegen in de woonwijk worden ingericht voor 'gemengd verkeer' met een maximumsnelheid van 30 km per uur. Aangrenzend aan de wegen in de woonwijk worden parkeerplaatsen aangelegd.
In de woonwijk worden meerdere wandelpaden doorgetrokken die eindigen in de onderliggende woonwijk. Hierdoor is het gemakkelijk om ter voet de woonwijk te bereiken.
Parkeren Bij de ontwikkeling dienen de parkeernormen, zoals opgenomen in de ’Nota Parkeernormen 2016', in acht te worden genomen. Parkeergelegenheid op eigen terrein, zoals opritten en garages, telt daarbij gedeeltelijk mee bij het parkeeraanbod. Ook hiervoor wordt verwezen naar de 'Nota Parkeernormen 2016'. Een bouwplan dient in beginsel op eigen terrein aan de parkeerplaatsverplichting te voldoen. In de 'Nota Parkeernormen 2016' is aangeven dat de gemeente Noordoostpolder qua stedelijkheidsgraad - in zijn geheel - in de categorie 'matig stedelijk' ligt. Er is echter een duidelijk verschil tussen Emmeloord en de rest van de gemeente. De kernen, zoals Creil, en het buitengebied hebben een lagere stedelijkheidsgraad en zijn 'niet stedelijk'. De hoogte van de parkeernorm wordt ook bepaald door te kijken naar de stedelijke zone (centrum, schil, overig, buitengebied) van een gebied. Het plangebied ligt tegen de bebouwde kom van Creil, waardoor uit wordt gegaan van de stedelijke zone die behoort tot de 'Overige kernen (bebouwde kom)': 'rest bebouwde komf. Voor de ontwikkeling wordt dus uitgegaan van de volgende uitgangspunten: » »
Verstedelijkingsgraad: Niet stedelijk (bron: 'Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016') Stedelijke zone: Rest bebouwde kom (bron: 'Nota Parkeernormen Noordoostpolder2016')
Voor de rijwoningen en rug-aan-rugwoningen is uitgegaan van het type 'Koop tussen/hoek'. Voor de twee-onder-een-kap woning is uitgegaan van het type 'Koop, twee-onder-een-kap. Voor de vrijstaande woningen is uitgegaan van het type 'Koop vrijstaand'. Nu is het zo dat het bestemmingsplan enige flexibiliteit biedt qua type woningen en aantallen per type. Om die reden is uitgegaan van een eindsituatie waarbij de meeste parkeerbehoefte ontstaat. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua parkeerbehoefte het volgende beeld:
Tabel 2: parkeerbehoefte Typologie
Categorie
Wooneenheden
Norm
Benodigd
Vrijstaand
Koop, vrijstaand
4
2,3
9,2
Tweekapper
Koop, t-o-e-k
18
2,2
39,6
Rijwoningen
Koop, tussen/hoek
19
2
38
Rug-aan-rug
Koop, etage goedkoop
12
1.6
19,2
Levensloopbestendig
Koop, tussen/hoek
4
2
8
Totaal benodigd volgens norm
bestemmingsplan (vastgesteld)
114
15
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
Op grond van de parkeernormen is sprake van een parkeerbehoefte van in totaal afgerond 108 parkeerplaatsen. Het parkeren wordt opgelost binnen het plangebied, in zowel de openbare ruimtes en op de kavels van de woningen zelf. In het definitieve stedenbouwkundig plan wordt rekening gehouden met de aanleg van voldoende parkeerplaatsen. In de regels van dit bestemmingsplan is opgenomen dat bij de aanvraag om een omgevingsvergunning(en) voor de bouw van de woningen, moet worden voldaan aan de 'Nota parkeernormen 2016' van de gemeente Noordoostpolder. Hiermee is aangetoond dat het parkeeraspect niet tot een belemmering leidt.
Conclusie Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
16
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.
Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten.
1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd.
4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
Afwegingsprincipes
bestemmingsplan (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. De locatie grenst aan bestaand woongebied van de kern Creil. De bouw voorziet in de behoeften van de huidige generatie inwoners, maar speelt ook in op die van toekomstige generaties, waarvoor steeds meer huizen beschikbaar moeten zijn. Geconcludeerd wordt dat de NOVI bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
geen
belemmering
vormt
voor
de
in
dit
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken van het SVIR. Voor het bestemmingsplan zijn de regels vanuit het Barro dan ook direct bindend en het meest van belang. Vanuit het Barro zijn voor de beoogde ontwikkeling geen aanvullende regels van toepassing.
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Ieder plan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro). De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Voor projecten binnen bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. De Ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Volgens jurisprudentie is in beginsel pas sprake van een stedelijke ontwikkeling bij plannen voor meer dan 11 woningen of andere stedelijke functies met een ruimtebeslag van 500 m2 of meer.
Het gebied waarop de plannen voor de uitbreiding van toepassing zijn, is geen onderdeel van het bestaand stedelijk gebied volgens de begripsbepaling artikel 1.1.1 onder h: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Op basis van de beheersverordening 'Landelijk gebied' zijn de gronden in het plangebied bestemd als 'Agrarisch gebied'.
18
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
Aangezien er een nieuw bestemmingsplan is opgesteld en er meer dan 11 woningen mogelijk worden gemaakt, is hierna de behoefte bij dit woonplan beschreven en de locatiekeuze gemotiveerd. Bij de beoogde ontwikkeling worden maximaal 57 woningen gerealiseerd.
Beschrijving behoefte Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt dus de begrenzing van de regio. Voor wonen is dit de gemeente Noordoostpolder als Flevolandse subregio binnen de grotere regio Zwolle.
Woonvisie Noordoostpolder 2020: kansen grijpen (19 oktober 2020) In de Woonvisie Noordoostpolder 2020 wordt er gebruik gemaakt van een flexibele programmering. De komende 10 jaar is een toevoeging van 1.000 woningen mogelijk. Het doel is om meerjarig te voldoen aan de kwantitatieve behoefte, die wordt afgeleid van de huishoudensprognose. Het overschrijden van de gemiddelde jaarprogrammering van 100 woningen is in de eerste 5 jaar geen probleem, mits de totale groei van 1.000 woningen niet wordt overschreden.
De woningen die worden toegevoegd moeten op de langere termijn kwalitatief goed aansluiten op de behoefte. Het streven is bijvoorbeeld om meer senioren te verleiden tot verhuizen. In het nieuwbouwprogramma zou het doel moeten zijn om te komen tot een voor senioren geschat programma van minimaal 50 woningen per jaar. Op basis van het succes van dat programma kan dit naar boven of beneden worden bijgesteld. Door seniorenwoningen te bouwen kan doorstroming worden bevorderd waardoor er in de bestaande voorraad meer (betaalbare) woningen beschikbaar komen.
Op hoofdlijnen is de groei naar leeftijdsgroepen van huishoudens als volgt samengesteld:
Leeftijdsgroep
Aantal woningen
< 45
+ 400
45 - 65
- 525
> 65
+ 1.125
Wanneer de 1.125 'nieuwe' seniorenhuishoudens in hun eigen woning blijven wonen, is er voor de groepen onder de 65 een aanvulling van 1.000 woningen nodig.
Op de planlocatie worden maximaal 57 woningen gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling betreft verschillende typen woningen, waarmee een brede doelgroep wordt aangesproken. Het betreft tweekappers, rug-aan-rugwoningen, rijwoningen, vrijstaande woningen en seniorenwoningen. Hiermee voldoet de beoogde ontwikkeling aan zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte.
Regionale Woondeal ZUND-gemeenten (maart 2023) Er worden 39.193 nieuwe woningen gebouwd in de provincie Flevoland tot 2030, waarvan
bestemmingsplan (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
er 2.263 woningen zijn gepland in de gemeente Noordoostpolder. Het streven is dat ten minste twee derde van deze nieuwbouwwoningen betaalbaar zijn. Dit gaat om sociale corporatiewoningen en woningen in het middensegment (midden-huur en koopwoningen onder de C 355.000,00).
In de ZUND-regio (bestaande uit de gemeenten Zeewolde, Urk, Noordoostpolder en Dronten) zijn er veel uitbreidingslocaties, maar minder 'reserve locaties'. In de Woondeal wordt gesteld dat vanwege de hoge marktvraag de slaagkans doorgaans groot is. De ervaring is dat de beoogde jaarproductie vaak wordt gehaald. Betaalbaarheidľll C
"da
W 'ľ O 3 c
(prijspeil 2022)
4-1
'u a 5 3
qp
qp
ä
qp
5 3 JS
gļ ÏÇ V
Aantal woningen door woningcorporaties
■M
qp
CL qp
CL
rŌ -C e e (El oņ c: 'c O 3
|
JĮį T3
İ
| Š E o» V 2 * fīĩ ņ 3 2 5 Z
s L7İ
s
■8
Į
1 e
e OJ Qd c "Ē
i C 'E «5
O 8 (ñ in 19 ^
1
3 o .ū 3 3 qp C a
3 ţ c Ē! å
"c
İ
i
Jaartal
m
CÛ
23r
2022
394
394
394
9
15
200
9
2023
252
252
193
77
15
140
77
2024
292
292
146
61
15
140
61
0
21
53
74
2025
312
312
94
42
15
120
42
0
13
43
57
2026
273
273
79
57
15
120
57
0
21
49
70
2027
247
247
67
55
15
120
55
0
22
55
77
2020
193
193
61
33
15
100
33
0
17
60
77
3
ŵ
c
|
3 c 3
~
IA
e c. tl Cl n 3 3 X .c.
o c OJ f e g 1
Dl
1
"c o 3
J3 "lí 'ų ů «1
l
3 3
3 .Ľ C OJ ■Ū
.3 OJ
k- 3 OJ 3 -D -EL C± t Q Oí
4-J
«5 m ja
s ŕä
ū.2 II ï c #w
0
2
55
57
0
31
62
92
13 s
a flį ĒŨ
2029
151
151
57
75
15
30
75
0
50
30
79
2030
149
149
7
75
15
30
75
0
50
30
B1
Totaal
2.263
2.2 63
1.098
484
135
1.000
484
0
21
50
72
Figuur 3.1: programmering Noordoostpolder (bron: Regionale woondeal ZUND-gemeenten, 2023)
De beoogde ontwikkeling in Creil draagt bij aan de kwantitatieve behoefte in de ZUND-regio. Daarnaast worden er in dit plan 33 betaalbare woningen (rijwoningen en rug-aan-rug woningen) gerealiseerd. Hiermee wordt in dit plan een bijdrage geleverd voor de realisatie van voldoende betaalbare woningen.
Ontwikkelperspectieven woningbouw Noordoostpolder 2021-2026 In de Ontwikkelperspectieven woningbouw Noordoostpolder staan de locaties die voor (her)ontwikkeling in aanmerking komen. Creil is een typisch kruiswegdorp, waarbij alle woonbuurten dicht bij het centrum liggen. De ambitie voor Creil is om te gaan groeien, ook voor mensen van buiten Creil en de polder. Er is voornamelijk behoefte seniorenwoningen in de kern, wat zorgt voor doorstroming. Er is tevens behoefte aan jongerenwoningen. Vanuit het dorp is er vooral behoefte aan koopwoningen.
De afgelopen twee jaar zijn er veel kavels en woningen verkocht in de uitbreiding, maar op dit moment is er weinig aanbod. Op de inbreidingslocaties kunnen niet genoeg woningen worden gerealiseerd om te voorzien in de relatief grote woningbouwvraag.
20
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
De beoogde ontwikkeling wordt benoemd in het door de gemeenteraad vastgestelde ontwikkelperspectief 2021-2026. Het sluit aan bij de behoefte van het dorp. Het betreffen allemaal koopwoningen met verschillende typen woningen (onder andere vrijstaande woningen, seniorenwoningen en rug-aan-rugwoningen). Hiermee sluit de ontwikkeling aan op de geschetste ontwikkelperspectieven.
Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle: Warme Harten in een Klimaatadaptieve Delta (1 februari 2023) De regio Zwolle is een samenwerkingsverband tussen 22 gemeenten en 4 provincies. In deze regio is de druk op de woningmarkt groot. Er wordt uitgegaan van een basisopgave van minimaal 50.000 nieuw te bouwen woningen tot 2040. Hierbij geldt een bandbreedte van minstens voldoen aan de autonome groei (circa 42.000 netto) en maximaal 1300Zo plancapaciteit. De subregio Flevoland heeft de ambitie om minimaal 5.000 en maximaal 11.000 woningen te realiseren. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan deze kwantitatieve behoefte.
Het Flevolands deel heeft een specifieke positie in de Regio Zwolle. De hier voorziene groei van het aantal woningen in het kader van de Strategische agenda Flevoland/mogelijke Lelylijn worden overwegend in uitbreidingslocaties ontwikkeld.
Motivering locatiekeuze Het is niet mogelijk de volledige woningbehoefte binnenstedelijk te realiseren. Er is te weinig aanbod voor de relatief grote woningbouwvraag, van niet alleen inwoners van Creil maar ook van mensen buiten Creil en de polder. De beoogde uitbreidingslocatie levert hier een bijdrage aan door het realiseren van 57 woningen.
In het oosten van Creil is de afgelopen jaren een nieuwe woonwijk gerealiseerd. De beoogde locatie ligt ten noorden hiervan. Het sluit aan twee zijden aan op bestaande bebouwing. Het is een logische stedenbouwkundige uitbreiding van de kern Creil.
Conclusie In de Noordoostpolder is een grote woningbehoefte. Het dorp Creil heeft de ambitie om te gaan groeien, ook voor mensen buiten Creil en de polder. De beoogde ontwikkeling geeft invulling aan 57 woningen van verschillende typen woningen (onder andere tweekappers en rijwoningen). Hiervan worden er 33 betaalbare woningen gerealiseerd, waarmee de beoogde ontwikkeling een bijdrage levert aan de afspraken in de Regionale Woondeal ZUND-gemeenten. Het plan sluit zowel kwantitatief als kwalitatief aan op de regionale woningbehoefte.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie FlevolandStraks Algemeen De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: «
Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving).
bestemmingsplan (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
« «
Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving). Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving).
Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: « « « «
Duurzame Energie. Regionale Kracht. Circulaire Economie. Landbouw: Meerdere Smaken.
Toetsing van het initiatief aan Omgevingsvisie FlevolandStraks De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het ontwikkelen van een uitbreidingslocatie bij Creil, waarmee invulling wordt gegeven aan de lokale woningbehoefte. Gelet op vorenstaande sluit het voornemen goed aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie FlevolandStraks (specifiek ’Het Verhaal van Flevoland').
3.2.2 Omgevingsprogramma provincie Flevoland Algemeen Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Op dat moment moet elke provincie beschikken over een Omgevingsvisie, een of meer programma's en een Omgevingsverordening. Het op 27 februari 2019 door de Provinciale Staten van de provincie Flevoland vastgestelde Omgevingsprogramma Flevoland vindt haar grondslag dan ook in de Omgevingswet. Daarnaast is de grondslag te vinden in diverse vigerende wetten, zoals de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder en de Wet natuurbescherming. Het Omgevingsprogramma omvat daarmee de op dit moment verplichte plannen: het milieubeleidsplan, het regionale waterplan en het verkeer- en vervoersplan.
In 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie FlevolandStraks vastgesteld. Hierin is in hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst van Flevoland weergegeven. In dit (eerste) Omgevingsprogramma Flevoland is ervoor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Met de vaststelling van het Omgevingsprogramma is dan ook een groot aantal beleidsnota's komen te vervallen. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd. De provincie streeft ernaar om dit programma jaarlijks te actualiseren en waar nodig aan te vullen met overig provinciaal beleid. Zo kunnen in volgende versies onderwerpen worden toegevoegd die betrekking hebben op bijvoorbeeld economisch of sociaal beleid. Ook kunnen programma's worden toegevoegd met een meer gebiedsgebonden of thematische aanpak.
In voorliggend geval is met name hoofdstuk 1 'Ruimte' van het Omgevingsprogramma van belang.
Ruimte Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig
22
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Aantrekkelijke woongebieden in een groenblauwe omgeving maken Flevoland concurrerend met andere gebieden. Er is sprake van overloop uit de drukke, dure Randstad naar een ruimer, goedkoper Flevoland (push factor). Ook kiezen mensen bewust voor het attractieve woonmilieu van Flevoland (pull factor).
De provincie wil verdere grootschalige ontwikkelingen mogelijk maken en deze deels zelf ter hand nemen, samen met partners. De provincie is bereid om ruimte te reserveren voor functies waarvoor in omliggende regio's onvoldoende ruimte is. De voorwaarde daarvoor is een evenwichtige ontwikkeling. Samen met partners binnen en buiten het gebied biedt de provincie zicht op oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, die het tempo van de ruimtelijke ontwikkelingen in Flevoland met zich meebrengt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om achterblijvende bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid.
Landelijk gebied Het plangebied maakt binnen het thema ’Ruimte' onderdeel uit van het ’landelijk gebied' zoals hieronder te zien is in afbeelding 3.1. De provincie wil de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en de gebruiksmogelijkheden ervan meer afstemmen op de maatschappelijke behoeften.
Afbeelding 3.2: ligging plangebied binnen de kaart 'Ruimte' (bron: Omgevingsprogramma provincie Flevoland)
Ondanks dat feitelijk sprake is van een ontwikkeling in 'landelijk gebied' is het ook van belang om de beleidsuitgangspunten voor het 'stedelijk gebied' hierbij te betrekken. Er is immers sprake van een uitbreiding van een bestaande kern die onderdeel gaat uitmaken van het 'stedelijk gebied'.
bestemmingsplan (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
Stedelijk gebied Het verstedelijkingsbeleid is gericht op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Het beleid maakt behoud en versterking van de kwaliteit van de fysieke omgeving mogelijk. Het gaat hierbij om efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Deze doelen worden gediend door de stedelijke ontwikkeling van de kernen te bundelen.
Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Dit ondersteunt de optimale benutting van infrastructuur en centrumvorming rondom belangrijke vervoersknooppunten.
Het provinciale bundelingsbeleid is gebaseerd op enkele principes waarvan onderstaande in voorliggend geval het meest van belang zijn: « * »
De specifieke ruimtelijke kwaliteiten van steden en dorpen worden benut door de kwaliteit van deze kenmerken te behouden en te versterken. Stedelijke uitbreiding moet aansluiten bij bestaande ruimtelijke structuren, zodat de vitaliteit van de kernen wordt ondersteund. De omvang van nieuwe ruimte voor wonen, werken en voorzieningen moet in verhouding staan tot de grootte van de kern en de positie ervan in de stedelijke en groenblauwe hoofdstructuur.
Van de gemeenten wordt verwacht dat zij het provinciale bundelingsbeleid vertalen in lokaal beleid en in concrete (ruimtelijke) plannen. Plannen voor uitbreiding worden uitgewerkt in samenhang met herstructurering van het bestaande bebouwd gebied.
Verstedelijking (wonen) In de afgelopen decennia is in Flevoland onvoldoende gedifferentieerd gebouwd. De nadruk lag op ruime eengezinswoningen. Hoewel Flevoland een opvangtaak voor andere delen van Nederland behoudt, komt de woningbehoefte van de huidige inwoners steeds nadrukkelijker op de voorgrond te staan. Hierbij moet rekening worden gehouden met de specifieke behoeften van ouderen, alleenstaanden en starters, omdat de bestaande woningvoorraad daar onvoldoende aan tegemoet komt.
Naast de bouw van nieuwe woningen wordt kwaliteitsbehoud van de bestaande woningvoorraad steeds belangrijker. Een deel van het bebouwde gebied is toe aan herstructurering. Vooral in oudere wijken moeten de bestaande woningvoorraad en de zorginfrastructuur worden aangepast. De combinatie van uitbreidingsopgave en herstructureringsopgave biedt de mogelijkheid om in te spelen op de veranderende, meer gedifferentieerde behoefte aan woningen en andere functies.
Kernpunten zijn onder meer: « * «
Huisvesting voor kleinere huishoudens. Voldoen aan de behoefte aan goedkopere betaalbare (huur-)woningen voor starters, statushouders en andere groepen met een krappe beurs. Differentiatie van woonmilieus.
Verkeer en vervoer Het overkoepelende doel van het Flevolandse mobiliteitsbeleid is het faciliteren van de verplaatsingsbehoefte van mensen en goederen. Dit is verwoord als snel, betrouwbaar en
24
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
veilig kunnen reizen. Dit doel heeft betrekking op het gehele mobiliteitssysteem. Dit bestaat uit het wegennetwerk, fietspadennetwerk, openbaar vervoer (inclusief spoor) en vaarwegen. Aanvullend zijn voor mobiliteit nog negen andere doelen geformuleerd. Deze dragen elk bij aan het overkoepelende doel. De onderdelen snel, betrouwbaar en veilig komen als volgt terug in de andere doelen: » » »
Snel: ook bij OV, fiets, goederenvervoer en het bereikbaar maken van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Betrouwbaar: bij betrouwbare reistijden, goederenvervoer en vaarwegen; Veilig: als afzonderlijk doel veiligheid en als onderdeel bij sociale veiligheid (OV en knooppunten).
Toetsing van het initiatief aan het Omgevingsprogramma Provincie Flevoland' Het voorliggende plan voldoet aan de door de provincie voorgestane bundeling van stedelijke ontwikkeling en concentratie van nieuwe bebouwing aansluitend op bestaand bebouwd gebied. Het plangebied sluit direct aan op bestaand bebouwd gebied maar heeft momenteel echter een landelijke functie. Daarnaast wordt met de gewenste ontwikkeling ingezet op een gedifferentieerd woningaanbod voor de lokale behoefte. Zo wordt een mix van rug-aan-rugwoningen, rijwoningen, twee-onder-een-kappers en vrijstaande woningen gerealiseerd. Hiermee is sprake van een aanbod van koopwoningen voor verschillende doelgroepen en wordt bijgedragen aan de differentiatie van woonmilieus. De ontwikkeling in het plangebied sluit aan bij de visie van de provincie Flevoland om zich bovenregionaal te onderscheiden met kwalitatieve voorzieningen. Ten slotte wordt voldaan aan de doelen van de visie van de provincie Flevoland omtrent het verkeer en vervoer. De ontwikkelingen betreffende deze aspecten sluiten aan bij de omliggende structuur. Het voornemen is dan ook in overeenstemming met het 'Omgevingsprogramma Provincie Flevoland'.
3.2.3 Provinciale Omgevingsverordening Algemeen In de Omgevingsverordening van provincie Flevoland zijn alle regels vastgelegd die de provincie hanteert op het gebied van onder andere wegen, water, milieu, bodem, natuur, wonen en ruimte. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie-)regels voor andere overheden.
Relevante artikelen In geval van voorgenomen ontwikkeling is met name artikel 7.5 van de omgevings verordening van belang. Artikel 7.5 (Bescherming) - Natuurnetwerk Nederland 1. Een ruimtelijk plan of besluit, voor zover het betrekking heeft op een gebied binnen of nabij de aangewezen het Natuurnetwerk Nederland; a. strekt mede tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied; b. maakt activiteiten alleen mogelijk als die ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze titel van de verordening geldende bestemmingsplan, mits die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte
bestemmingsplan (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. 2. Voor zover een bestemmingsplan strijdig is met de bescherming en de mogelijkheden bedoeld in het eerste lid stelt de gemeenteraad binnen drie jaar na het inwerkingtreden van deze titel dat plan opnieuw vast met inachtneming van de bepalingen in het eerste lid.
Toetsing van het initiatief aan artikel 7.5 van de Omgevingsverordening De locatie waar voorgenomen ontwikkeling betrekking op heeft ligt op circa 3,6 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) behoren. Zoals aangegeven in paragraaf 4.4.1 worden er gelet op de afstand tot het NNN en de aard en omvang van de ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de gebieden die behoren tot het NNN. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 7.5 van de Omgevingsverordening Flevoland.
3.2.4 Flevolandse Woonagenda Provinciale Staten stelde deze woonagenda unaniem vast op woensdag 13 oktober 2021. De Flevolandse Woonagenda moet er aan bijdragen er meer balans komt op de woningmarkt binnen Flevoland. Het gaat om méér dan alleen goede woningen. Het gaat ook om wonen op een plek van waaruit je makkelijk je werk, scholen en andere voorzieningen kunt bereiken, maar ook een mooie (natuurlijke) omgeving. In de Flevolandse woonagenda beschrijft de provincie actiepunten die hieraan bijdragen. Gelet op deze lokale verantwoordelijkheid heeft de provincie Flevoland deze woonagenda samen met de gemeenten opgesteld. De ambitie van de provincie is het realiseren van een volwaardige ontwikkeling van het wonen in Flevoland. Hierbij richt de provincie zich op: 1. 2. 3.
kwalitatieve
Aandacht geven aan de (ruimtelijke en sociale) kwaliteit van bestaande woongebieden; Inzetten op een goed en volwaardig woonklimaat om een bredere groep aan Flevoland te binden; Kansen bieden aan Flevolandse woningzoekenden door meer variatie in woonaanbod.
Toetsing Het betreft een nieuwe wijk. In de wijk wordt een variatie aan woonaanbod mogelijk gemaakt. Dit kan een brede groep aan mogelijke bewoners trekken. In het plangebied is voorzien in vrijstaande woningen, twee-onder-een kap woningen, rijwoningen en rug-aan-rug woningen.
De nieuwe wijk draagt op deze manier bij aan de Flevolandse Woonagenda. In de paragraaf 3.1.3 is benoemd waarom behoefte is aan deze wijk en hoe het aansluit op het gemeentelijke woonbeleid.
3.2.5 Programma Landschap van de Toekomst Algemeen Het Programma Landschap van de Toekomst voor Flevoland geeft richting aan ruimtelijke ontwikkeling in Flevoland. Het landschap ontwikkelt door en deze ontwikkeling volgen wij. Met de veranderingen willen we kwaliteit toevoegen. Dit programma presenteert de richtinggevende provinciale kijk op de waarde en identiteit van het Flevolandse landschap.
26
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
Essentie van de visie De essentie van het Programma Landschap van de Toekomst bestaat uit vier overwegingen. Deze zijn gemeente-overstijgend en bepalen in hun samenhang het karakter en de essentie van het Flevolandse landschap. De synthese geeft richting bij het behouden van de landschappelijke kernkwaliteiten en ruimte voor vernieuwing en ontwikkeling. De vier overwegingen zijn voor landschap van provinciaal belang en moeten bij iedere ontwikkeling in het kader van de ruimtelijke kwaliteit als overweging worden meegenomen. 1.
2.
3.
4.
5.
Het gezicht van Flevoland in het blauwe hart van Nederland In het landschap van de toekomst presenteert Flevoland zich sterker naar de omgeving. Met fraaie dijklandschappen en aantrekkelijke stedelijke kapen aan het water. Waar een sterke ecologie en recreatieve functies het blauwe hart betekenis geven. Veranderende condities in het landelijk gebied In het landschap van de toekomst beweegt de landbouw mee met geleidelijk veranderende klimatologische omstandigheden. We maken een omslag naar natuurinclusieve landbouw binnen krachtige kavel- en erfstructuren. Nieuwe stad-land relaties In het landschap van de toekomst zijn stad en land in balans. Kenmerkende Flevolandse lange lijnen verbinden ze met elkaar. Water- en groenstructuren zijn de basis voor aantrekkelijke stadsranden en een toegankelijk landschap. Regionaal perspectief voor energielandschappen In het landschap van de toekomst zijn energielandschappen efficiënt en zorgvuldig ontworpen. Met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, biodiversiteit en beleving. Rijke en robuuste groenstructuren In het landschap van de toekomst zijn de kenmerkende Flevolandse lanen, singels en bossen aantrekkelijk, veerkrachtig en toekomstbestendig. Met aandacht voor variatie, een grote soortenrijkheid en biodiversiteit.
Toetsing De ontwikkeling maakt onderdeel uit van een bestaande stedelijke kern: Creil. Creil is een onderdeel van de dorpenring. De overgang van dorp naar landelijk gebied wordt gemarkeerd door een nieuwe bosstrook om de dorpsmantel op te rekken. Het onderscheidende polderconcept van de Noordoostpolder blijft hiermee behouden. De locatie is aangrenzend aan bestaand stedelijk gebied. Op deze manier is rekening gehouden met een aantal punten uit het programma.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Structuurvisie Noordoostpolder 2025 Algemeen De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is in december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. De Structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie, die de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten beschrijft. De visie heeft als doel de verschillende belangen, zoals voor het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen en hieruit een integrale ontwikkelingsrichting te bepalen voor de periode tot 2025. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is een document voor de langere termijn en kent daarom een zekere mate van globaliteit en abstractie. De visie vormt de basis voor het
bestemmingsplan (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
toekomstig beleid. Ter uitwerking van de structuurvisie zijn gebiedsvisies, masterplannen, uitwerkingsplannen, bestemmingsplannen en beleidsplannen nodig om concrete (plan)ontwikkelingen in gang te zetten.
Ambitie Bevolking en wonen De gemeente Noordoostpolder streeft naar een aantrekkelijke, uitnodigende fysieke woonen leefomgeving en daarbij richt de gemeente zich vooral op (tijdelijke) inwoners van de gemeente Noordoostpolder. De gemeente zet in op een afwisselend woningaanbod en voegt bijzondere woonmilieus toe, zoals in de Wellerwaard. Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en woningen in vrijkomende agrarische bebouwing. De aandacht verschuift van kwantiteit (veel bouwen) naar kwaliteit (dat wat er al is behouden, verbeteren en/of transformeren). Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en wonen in vrijkomende agrarische bebouwing.
Vernieuwen van binnenuit De gemeente Noordoostpolder vindt het belangrijk dat (nieuwe) inwoners kunnen kiezen uit verschillende woonmilieus en dat tijdelijke inwoners adequaat en legaal gehuisvest kunnen worden. Er wordt daarom gestreefd naar een gevarieerde woningvoorraad waar ruimte is voor diverse leeftijds-, huishoudens- en inkomensgroepen. De unieke kwaliteiten die het wonen in de polder aangenaam maken, wil men hierbij benutten voor de bestaande bewoners, waaronder jongeren/starters en senioren, maar ook om nieuwkomers naar de gemeente te trekken.
Het plangebied is op de structuurvisie-themakaart niet aangeduid als potentiële woningbouwlocatie (zie afbeelding 3.3). De locatie is aangeduid als 'Openhouden dijkzone en middengebied'. Flexibiliteit is het sleutelwoord. Per locatie/gebied wordt bekeken wat de wensen en mogelijkheden zijn.
28
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
Afbeelding 3.3: uitsnede structuurvisie-themakaart 'Bevolking en wonen' (bron: gemeente Noordoostpolder)
Toetsing van het initiatief aan de 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025' Het plangebied is ten tijde van het vaststellen van de structuurvisie (2013) niet aangeduid als potentiële woningbouwlocatie of locatie voor uitbreiding van het bedrijventerrein. Destijds werd uitgegaan van een afnemende woningbehoefte en een onzekere woningmarkt. Daardoor is gekozen voor het steeds gedoseerd en gefaseerd uitvoeren van ontwikkelingen. Nu wil de gemeente haar bijdrage leveren aan het landelijke en regionale woningtekort. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan extra woningbouw en het op lossen van het tekort aan woningen. De locatie is gekozen omdat in het oosten van Creil is de afgelopen jaren een nieuwe woonwijk gerealiseerd. De beoogde locatie ligt ten noorden hiervan. Het sluit aan twee zijden aan op bestaande bebouwing. Het is een logische stedenbouwkundige uitbreiding van de kern Creil, omdat het dorp op deze manier compact blijft. Het plan voorziet daarnaast in de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte van de kern Creil.
bestemmingsplan (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
3.3.2 Woonvisie Gemeente Noordoostpolder 2020: Kansen grijpen De woonvisie kent op hoofdlijnen twee doelstellingen; een antwoord bieden op de opgaven voor de korte, middellange en lange termijn én het grijpen van de kansen die zich voordoen om de ambities te realiseren. De gemeente speelt in op de markt en biedt ruimte voor experimenten en nieuwe woonvormen. Dit draagt bij aan de variatie in het woonaanbod, waardoor Noordoostpolder aantrekkelijker wordt voor meer mensen.
Kwantitatieve behoefte en programma In paragraaf 3.1.3 is het plan getoetst aan de Ladder van duurzame verstedelijking. In deze paragraaf is nader ingegaan op de regionale en gemeentelijke woningbouwbehoefte. Uit onderbouwing van de woningbouwbehoefte is geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling passend is binnen het gemeentelijk beleid en de woonvisie. Het plan draagt bij aan de kwantitatieve behoefte, en houdt daarnaast rekening met verschillende doelgroepen door de realisatie van verscheidene typen woningen.
3.3.3 Ontwikkelperspectieven woningbouw Noordoostpolder (2021-2026) In de Ontwikkelperspectieven woningbouw Noordoostpolder staan de locaties die voor (her)ontwikkeling in aanmerking komen. Dit is een momentopname en wanneer er nieuwe potentiële locaties en/of andere inzichten zijn, dan worden de perspectieven aangepast.
De ontwikkelperspectieven betreffen: « « «
Bieden houvast en geven richting aan keuzes over woningbouw ontwikkelingen (projecten). Bieden flexibiliteit en geven ruimte voor de realisatie met en door andere partijen. Geven invulling aan de uitwerking van de woonvisie en woningbouwbehoefte.
De ambitie voor Creil is om te gaan groeien, ook voor mensen van buiten Creil en de polder. Er is voornamelijk behoefte aan seniorenwoningen in de kern, wat kan zorgen voor doorstroming. Daarnaast is er ook behoefte aan jongerenwoningen, en vanuit het dorp is er behoefte aan koopwoningen.
De afgelopen twee jaar zijn er veel kavels en woningen verkocht in de uitbreiding, maar op dit moment is er weinig aanbod. Op de inbreidingslocaties kunnen niet genoeg woningen worden gerealiseerd om aan de relatief grote woningbouwvraag te kunnen voldoen. Op het huidige Palet fase 2 komt in de toekomst woningbouwuitbreiding.
De beoogde ontwikkeling wordt genoemd in het ontwikkelperspectief als 'ontwikkellocatie' en sluit aan bij de behoefte van het dorp. Zo komen er verschillende typen woningen (o.a. rug-aan-rugwoningen, rijtjeswoningen, twee-onder-eenkappers en vrijstaande woningen). Hiermee sluit de ontwikkeling aan op de Ontwikkelperspectieven.
3.3.4 Beleidsregel Uiterlijk Bouwwerken Algemeen De gemeente Noordoostpolder kiest voor het verminderen van eisen voor het uiterlijk van bouwwerken. Hoewel hierdoor bestuurlijk minder wordt gestuurd op esthetische kwaliteiten van bebouwing, is flankerend beleid nodig. De gemeente Noordoostpolder wil met de Beleidsregel Uiterlijk Bouwwerken sturen op het behoud en het verbeteren van de
30
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
ruimtelijke kwaliteit in de gemeente.
De beleidsregel geldt voor de hele Noordoostpolder, maar spitst zich toe op een aantal specifieke gebieden en objecten. Daarnaast geldt voor sommige gebieden een beeldkwaliteitsplan, waarin eisen zijn gesteld voor het uiterlijk van bouwwerken in dat specifieke gebied, maar spitst zich toe op een aantal specifieke gebieden en objecten. Het kan zijn dat een toets aan uiterlijk van de bouwwerken noodzakelijk is of advies op beeldkwaliteit.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen die niet gelegen zijn in de aanwezen gebieden, maar die wel een grote impact hebben op de omgeving kan de gemeenteraad een beeldkwaliteitsplan vaststellen voor dat gebied. Nu de gemeente voor grote gebieden geen specifieke regels stelt, zoals in het buitengebied, ligt het voor de hand dat het voorschrijven van een beeldkwaliteitsplan terughoudend wordt ingezet. Een beeldkwaliteitsplan kan worden ingezet bij in- en uitbreidingslocaties en entreegebieden.
Toetsing van het initiatief aan de 'Beleidsregel Uiterlijk Bouwwerken' van de gemeente Noordoostpolder Het plangebied is niet gelegen in een aangewezen gebied waarvoor regels zijn opgesteld of een beeldkwaliteitsplan van kracht is. Het plan voorziet de aanleg van woningen aan de randen van het dorp en het betreft daarom een uitbreidingslocatie. Voor het voorgenomen plan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan is opgenomen in bijlage 1. Hiermee sluit het initiatief aan op de beleidsregel Uiteriljke Bouwwerken.