CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

5.3 Motivering geactualiseerde Verordening Wmo 2026.pdf

Commissie Samenlevingszaken 1 december 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 5: Verordening WMO en Jeugdhulp - oordeelsvormend4.311 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3 Motivering geactualiseerde verordening Wmo

Hieronder staat beschreven wat er in de geactualiseerde verordening maatschappelijke ondersteuning is gewijzigd. Het start met de leesbaarheid van de verordening, dan algemene opmerkingen en tot slot volgt per hoofdstuk een overzicht van de (inhoudelijke) wijzigingen. A De geactualiseerde verordening is herschreven: leesbaarder en begrijpelijker. De huidige verordening (verordening 2022) is met behulp van AI, artificial intelligence (kunstmatige intelligentie), goed omgezet naar eenvoudige zinnen. De juridische strekking werd hiermee echter onvoldoende behouden. Daarom is de tekst zorgvuldig nagelezen en deels herschreven om de juridische strekking te herstellen. De zinnen zijn goed leesbaar gebleven. Het eindresultaat is een beter leesbare en begrijpelijker verordening zoveel als mogelijk op B1-niveau (concept verordening 2026). Een begrijpelijke verordening draagt bij aan een inclusieve samenleving. Hiermee sluiten we ook aan bij de wens van de Participatieraad sociaal domein om de verordening voor inwoners leesbaarder te maken. B Hieronder staan een aantal algemene opmerkingen die voor de hele verordening gelden. • Waar nodig zijn de titels en/of de kopjes gewijzigd, zodat deze beter leesbaar en begrijpelijk zijn. Voorbeelden: Was (verordening 2022) Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen Artikel 1.2 Reikwijdte

Wordt (verordening 2026) Hoofdstuk 1 Uitleg van belangrijke woorden Artikel 1.2 Voor wie is deze verordening

• In veel gevallen is het formele wetsartikel tussen haakjes gezet en is in begrijpelijke woorden uitleg gegeven in de geactualiseerde verordening wat het wetsartikel inhoudt. Voorbeeld: Was (verordening 2022) Artikel 11.1 Aanspraak 1. De persoon met een beperking of chronisch psychisch of psychosociaal probleem kan op aanvraag op grond van artikel 2.1.7 van de wet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de met die beperking of chronisch psychisch of psychosociaal probleem verband houdende aannemelijke meerkosten ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie. 2. Het college stelt in het Besluit vast welke personen onder doelgroep vallen als bedoeld in het eerste lid.

Wordt (verordening 2026) Artikel 11.1 Wanneer een tegemoetkoming meerkosten 1. Iemand met een beperking of chronisch psychische of sociale problemen kan extra kosten hebben waardoor iemand mogelijk minder zelfredzaam is of niet goed kan meedoen in de samenleving. 2. In dat geval kan iemand een tegemoetkoming meerkosten aanvragen (artikel 2.1.7 van de wet). 3. De gemeente bepaalt in het Besluit wie precies onder deze doelgroep valt.

• Alle bepalingen/voorwaarden zijn in aparte artikelen opgenomen, zodat het overzichtelijker wordt. Voorbeeld: Was (verordening 2022) Artikel 6.3 Specifieke criteria begeleiding en dagactiviteiten (…) 3. Het college draagt zonodig zorg voor het noodzakelijke vervoer inclusief de noodzakelijke begeleiding zodat de cliënt kan deelnemen aan dagactiviteiten. 4. Het vervoer als bedoeld in het vorige lid wordt in ieder geval noodzakelijk geacht als: a. de cliënt niet in staat is zelfstandig lopend, al dan met een algemeen gebruikelijk

Wordt (verordening 2026) Artikel 6.5 Specifieke voorwaarden vervoer 1. De gemeente zorgt voor vervoer én eventuele begeleiding daarbij als dat nodig is om naar de plek van dagactiviteiten of kortdurend verblijf te gaan. 2. De gemeente regelt het vervoer én eventuele begeleiding alleen als een cliënt: a. niet zelfstandig op de plek van dagactiviteiten of kortdurend verblijf kan komen zoals met een loophulpmiddel of een vervoermiddel;

1

loophulpmiddel, de dagactiviteiten te bereiken of zelfstandig met een algemeen gebruikelijk vervoermiddel te reizen; b. de cliënt niet met beschikbare hulp van personen uit diens sociale netwerk of vrijwilligers kan reizen of op een andere manier door hen kan worden begeleid.

b. niemand heeft die hem of haar kan brengen of begeleiden, zoals door een mantelzorger, iemand uit het sociaal netwerk of een vrijwilliger.

• Wanneer in een lid naar het lid wat er direct boven staat wordt verwezen, dan zijn deze zoveel mogelijk samengevoegd tot 1 lid. Zodat de tekst makkelijk leesbaarder is. Voorbeeld: Was (verordening 2022) Artikel 13.3 Terugvordering geldswaarde, lid 3 en 4 (…) 3. ‘Hoe de terugvordering geïnd wordt, kan verrekening zijn met de uitkering die de cliënt van het college ontvangt voor zijn levensonderhoud op grond van de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of gewezen zelfstandigen. 4. Het college kan de terugvordering als bedoeld in het eerste lid invorderen bij dwangbevel overeenkomstig artikel 2.4.1, tweede lid, van de wet.’

Wordt (verordening 2026) Artikel 13.4 Terugvordering van geld in andere situaties, lid 3 (…) 3. De gemeente mag het van een cliënt terug te vragen bedrag verrekenen met een uitkering die hij of zij van de gemeente krijgt. Bijvoorbeeld via de Participatiewet. Als dat niet lukt, kan de gemeente het bedrag invorderen via een dwangbevel (artikel 2.4.1 lid 2 van de wet).

• Tekstuele wijzigingen, verplaatste artikelen of artikelen die ter verduidelijking zijn gesplitst of samengevoegd, waarbij de inhoudelijke strekking hetzelfde blijft, zijn niet genoemd. C Hieronder staat per hoofdstuk wat er (inhoudelijk) is gewijzigd. Hoofdstuk 1 Uitleg van belangrijke woorden Was: Begripsbepalingen Artikel 1.1 Uitleg van woorden in deze verordening (geactualiseerde verordening) Was: Begripsomschrijvingen De begripsbepaling leefeenheid (huidig onderdeel n) is verwijderd, want dit heeft geen meerwaarde. Het was opgenomen voor de toepassing van gebruikelijke hulp. Voortschrijdend inzicht leert dat het geen meerwaarde heeft. De begripsbepalingen van een huisgenoot (huidig onderdeel k) en een woning (huidig onderdeel z) dekken de lading voldoende. De begripsbepalingen van professionals zijn aangepast door een uitspraak van de CRvB. De begripsbepalingen van professionals (professionele organisaties en zzp’er in huidig onderdelen t en bb) zijn aangepast door een uitspraak van de CRvB (CRvB 24 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:205). De implicatie dat de kwaliteitseisen (in brede zin) van het gecontracteerde aanbod 1-op-1 van toepassing is op professionals die met een pgb worden betaald, is verwijderd. Zie verder toelichting bij artikel 9.6 van de geactualiseerde verordening. Er zijn nieuwe begripsbepalingen toegevoegd, namelijk: • Gemeente.

Zodat in de geactualiseerde verordening het herkenbaardere begrip in de volksmond ‘de gemeente’ kan worden gebruikt in plaats van het minder gebruikte begrip ‘het college’. Het begrip ‘Gemeente’ is toegevoegd om duidelijk te maken dat het dan gaat om ‘het college van burgemeester en wethouders’. • Sociaal Loket. Zodat inwoners weten waar zij hun ondersteuningsvraag kunnen melden.

2

Artikel 1.2 Voor wie is deze verordening (geactualiseerde verordening) Was: Reikwijdte Er is een nieuw lid 4 toegevoegd die een goede overdracht naar gemeente Almere borgt. Aan de verordening is toegevoegd dat de gemeente Noordoostpolder het onderzoek voor behoefte aan beschermd wonen zorgvuldig overdraagt aan de gemeente Almere. Dit is belangrijk als de gemeente Noordoostpolder per 1 januari 2026 zelf het onderzoek naar de behoefte aan beschermd wonen uitvoert. Hoofdstuk 2 Regels over de procedure Was: Procedureregels Artikel 2.1 De ondersteuningsvraag (geactualiseerde verordening) Er is toegevoegd waar de inwoner zich kan melden en de wijze waarop is uitgebreid. In lid 2 is toegevoegd dat cliënten hun ondersteuningsvraag kunnen melden bij het Sociaal Loket van gemeente Noordoostpolder. Daaraan is ook toegevoegd dat dit in persoon kan worden gedaan. Dit sluit aan bij de uitvoeringspraktijk. Artikel 2.4 Vaststellen identiteit (oude en geactualiseerde verordening) Er is duidelijker aangegeven, dat de gemeente een id.-bewijs vraagt. In artikel 2.4 van de huidige verordening staat dat de gemeente bevoegd is om de identiteit vast te stellen van de vertegenwoordiger of mantelzorger van de cliënt. Om duidelijker te maken dat de gemeente gebruik maakt van die bevoegdheid is artikel 2.4 van de geactualiseerde verordening tekstueel aangepast.

In die zin dat de gemeente om een id-bewijs vraagt. Dit ter bescherming van de cliënt. Artikel 2.6 Advisering (geactualiseerde verordening) Er is toegevoegd dat de gemeente een deskundigenadvies kan vragen voorafgaand aan de aanvraag. Artikel 2.3 (Advisering) van de huidige verordening is verplaatst naar hoofdstuk 2 van de geactualiseerde verordening. Hiermee wordt duidelijk dat de gemeente niet alleen om advies van een deskundige (zoals een sociaal-medisch adviseur) vraagt als de cliënt een aanvraag indient. In de uitvoeringspraktijk wordt doorgaans advies gevraagd voordat de aanvraag wordt gedaan. Dit is toegevoegd in artikel 2.6 van de geactualiseerde verordening. Hoofdstuk 3 Aanvragen van een maatwerkvoorziening Was: Aanvraag. Er zijn geen inhoudelijke wijzigingen. Hoofdstuk 4 van de huidige verordening is verwijderd Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak is verwijderd. In hoofdstuk 4 (Beoordeling van de aanspraak) en 5 (Maatwerkvoorzieningen) van de huidige verordening staat op een aantal punten hetzelfde. Om de leesbaarheid te verbeteren zijn de bepalingen uit het huidige hoofdstuk 4, voor zover dat nodig is, verwerkt in het nieuwe hoofdstuk 4 (Maatwerkvoorzieningen). Zie voor verdere wijzigingen hieronder.

Hoofdstuk 4 Regels voor maatwerkvoorzieningen Was: Maatwerkvoorzieningen Artikel 4.7 Voorwaarden voor een geldbedrag (financiële tegemoetkoming) (geactualiseerde verordening) Betaling van financiële tegemoetkoming hoeft niet altijd door een cliënt gedeclareerd te worden. Dit verduidelijkt lid 2. Gaat het om vervoer (artikel 4.7 onder a of b) dan wordt bij de indicatie de vervoersbehoefte vastgesteld, zodat een bedrag automatisch aan de cliënt wordt overgemaakt. Ook is in lid 2 toegevoegd dat de gemeente de financiële tegemoetkoming voor bijvoorbeeld woonvoorzieningen pas uitbetaald na ontvangst van het formulier gereedmelding. Dit sluit aan bij de uitvoeringspraktijk. De kan-bepaling is gewijzigd in een opdracht aan het college. In lid 4 is de kan-bepaling gewijzigd in een opdracht aan het college om de bedragen in het Besluit vast te stellen. In de praktijk gebeurde dit altijd al.

3

Hoofdstuk 5 Hulp als huishoudelijke ondersteuning Er is een nieuw hoofdstuk huishoudelijke ondersteuning toegevoegd (geactualiseerde verordening). In de huidige verordening is huishoudelijke ondersteuning in verschillende hoofdstukken benoemd, bijvoorbeeld in de begripsbepalingen, in artikel 5.1 onder a (maatwerkvoorzieningen) en in hoofdstuk 9 (persoonsgebonden budget). Uit de huidige verordening kan worden afgeleid of de inwoner in aanmerking komt voor huishoudelijke ondersteuning. Echter voor de uniformiteit van de verordening is een apart hoofdstuk huishoudelijke ondersteuning opgenomen, want de andere maatwerkvoorzieningen hebben ook een ‘eigen’ hoofdstuk. Artikel 5.1 Maatwerkvoorziening en algemene voorziening In artikel 5.1 staat waaruit huishoudelijke ondersteuning kan bestaan. Dit stond voorheen in soortgelijke tekst in de toelichting op artikel 5.1 lid 1 onder a van de huidige verordening. Artikel 5.2 Voorwaarden voor huishoudelijke ondersteuning In artikel 5.2 staan de voorwaarden genoemd. • Lid 1 gaat over het schoonmaken van ruimten voor het normaal gebruik en staat in de huidige verordening onder begripsbepaling o (normale gebruik). • Lid 2 gaat over gebruikelijke hulp en staat in de huidige verordening bijvoorbeeld in artikel 4.1 algemene criteria maatwerkvoorziening onder c en artikel 4.2 Gebruikelijke hulp.

• Lid 3 gaat over dat tijdelijk huishoudelijke ondersteuning kan worden verstrekt als een cliënt of zijn huisgenoot overbelast is of dreigt te worden. Dit sluit aan bij de beleidsregels en de uitvoeringspraktijk. • Er is een nieuwe lid 4 opgenomen die gaat over de eigen verantwoordelijkheid van cliënten of huisgenoten. Deze sluit aan bij de wettelijke uitgangspunten. Namelijk dat de inwoner tijdelijk hulp krijgt als het echt nodig is. Ook moet de inwoner alles doen wat mogelijk is om zelfredzaam te worden. Dat staat in de toelichting op de wet. Ook sluit dit aan bij het Beleidsplan Sociaal domein. Het gaat om een situatie waarin uit zorgvuldig onderzoek en een medisch advies duidelijk is geworden dat sprake is (dreigende) overbelasting maar ook dat er reële mogelijkheden zijn om dat te verminderen of op te lossen. We willen voorkomen dat cliënten of huisgenoten onnodig lang afhankelijk worden van de gemeente en gaan uit van de eigen verantwoordelijkheid. Daarom bepaalt dit lid dat de gemeente niet opnieuw huishoudelijke ondersteuning verstrekt als de cliënt of huisgenoot geen of onvoldoende reële mogelijkheden heeft aangewend. Dat is alleen anders als de cliënt of huisgenoot daar een reden voor had. Op deze wijze is voor de inwoner duidelijk hoe de gemeente hiermee omgaat.

Hoofdstuk 6 Hulp als begeleiding, dagactiviteiten, kortdurend verblijf en beschermd wonen Was: Begeleiding, dagactiviteiten, kortdurend verblijf en beschermd wonen. Artikel 6.3 Specifieke voorwaarden begeleiding en dagactiviteiten (geactualiseerde verordening) Met het nieuwe lid 3 is maatwerk beoogd. De aanbieder kan de dagactiviteiten op locatie combineren met dagactiviteiten bij een cliënt thuis. Dit sluit aan bij de bedoeling van de meest recente aanbesteding begeleiding en dagactiviteiten Wmo en de uitvoeringspraktijk. Artikel 6.4 Voorwaarden kortdurend verblijf in een instelling (geactualiseerde verordening) Lid 1 is gewijzigd. In nieuw onderdeel b is opgenomen dat een cliënt die hulp krijgt van een mantelzorger kortdurend verblijf kan krijgen als de mantelzorger tijdelijk niet beschikbaar is. Dit sluit aan bij de bedoeling van de Wmo 2015 en de uitvoeringspraktijk. • In onderdeel c (was b) is de afbakening tussen de Wmo 2015 en de Wet langdurige zorg (Wlz) verduidelijkt. Cliënten kunnen op grond van de Wlz aanspraak maken op logeren. Dit logeren heeft een gelijke strekking als kortdurend verblijf op grond van de Wmo 2015 waar gemeenten voor verantwoordelijk zijn. Hoofdstuk 7 Hulp voor wonen Was: Ondersteuning gericht op het wonen Artikel 7.3 Criterium primaat van verhuizen (huidige verordening) Lid 2 is verwijderd omdat het overbodig is.

4

De strekking van dat lid was dat de gemeente geen verhuiskosten verstrekt als bijvoorbeeld een traplift goedkoper is. Dit komt nooit voor in de uitvoeringspraktijk, De traplift wordt toegekend en dan willen mensen niet verhuizen. Dus is dit lid overbodig. Artikel 7.4 Specifieke voorwaarden woonvoorzieningen (geactualiseerde verordening) Aanbrengen woonvoorzieningen in gemeenschappelijke ruimten mag niet in strijd zijn met regels. Aan lid 1 onder b (was: lid 3 onderdeel f) is toegevoegd dat het aanbrengen van woonvoorzieningen in gemeenschappelijke ruimten niet in strijd mogen zijn met andere regels. Want sinds 1 januari 2024 bepaalt het Besluit bouwwerken leefomgeving dat er geen brandgevaarlijke objecten aanwezig mogen zijn in de vluchtwegen en verkeersroutes van gebouwen. En sinds 1 juli 2024 is het expliciet verboden om (onder meer) fietsen en scootmobielen in gangen, galerijen en trappenhuizen te plaatsen. De uitvoeringspraktijk werkt conform deze regels. Door het toe te voegen is het nu ook duidelijk voor inwoners. De beperkingen van een cliënt moeten direct te maken hebben met de bouw van de woning. Er is een nieuw lid 3 toegevoegd. Een woningaanpassing of een vergoeding voor verhuiskosten kan worden verstrekt als de beperkingen in het normale gebruik van de woning te maken hebben met de bouw van de woning.

Dit kan niet worden verstrekt als een cliënt met bijvoorbeeld een longziekte, klachten heeft van de kippen van zijn buren. Want dit heeft niet direct te maken met de bouw van de woning. Dit sluit aan bij de Wmo 2015 en de uitvoeringspraktijk. Hoofdstuk 8 Hulp voor meedoen aan de samenleving (vervoer) Was: Ondersteuning deelname maatschappelijk verkeer Artikel 8.3 Specifieke voorwaarden (geactualiseerde verordening) Met de aanbesteding regiotaxi wijzigt wat we onder lokaal vervoer verstaan. Lid 1 van artikel 8.3 is daarom aangepast. Buiten gemeente Noordoospolder is een maximale lengte van een rit voor een cliënt met een Wmo-pas vanaf het woonadres naar een bestemming buiten gemeente Noordoostpolder 25 kilometer. Dit sluit aan op het bovenregionale sociale vervoer door Valys. Binnen gemeente Noordoostpolder kan een cliënt met een Wmo-pas naar iedere bestemming reizen. Dit sluit aan bij de rechtspraak. In de huidige verordening wordt onder lokaal 15 tot 35 kilometer rondom de woning verstaan. Met de aanbesteding regiotaxi wijzigt wanneer een cliënt een scootmobiel mee mag nemen. Lid 2 van artikel 8.3 is daarom toegevoegd. Voor de korte ritten van 5 kilometer of minder wordt van cliënten met een scootmobiel verwacht dat zij hun (toegekende) scootmobiel gebruiken. Dat betekent dat voor die situaties een cliënt de scootmobiel niet mag meenemen in de regiotaxi.

Voor de langere ritten is dat wel toegestaan. Dit sluit aan bij de rechtspraak en het eigen-kracht principe van cliënten. Hoofdstuk 9 Regels voor persoonsgebonden budget Was: Persoonsgebonden budget Artikel 9.2 Budgetplan voor diensten (geactualiseerde verordening) Er is een lid toegevoegd dat een cliënt een zorgovereenkomst moet gebruiken. Aan artikel 9.2 is toegevoegd dat een cliënt de voor hem/haar geldende zorgovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) moet gebruiken (nieuw lid 2). Deze verplichting (artikel 2a lid 2 Uitvoeringsregeling) is toegevoegd, zodat dit voor de inwoner duidelijk is. Artikel 9.6 Kwaliteitseisen voor hulpverleners (geactualiseerde verordening) De kwaliteitseisen voor hulpverleners zijn aangepast conform de uitspraak van de CRvB. Artikel 9.6 van de geactualiseerde verordening is het (aangepaste) verplaatste artikel 12.4 uit het huidige hoofdstuk 12 (regels bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik). De CRvB heeft geoordeeld dat gemeenten de kwaliteitseisen van gecontracteerde aanbieders niet ook 1-op-1 mag toepassen voor professionals die met een pgb worden betaald (CRvB 24 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:205). Voor de eisen van vakbekwaamheid mag dat wel. Lid 1 van artikel 9.6 is in overeenstemming gebracht met die rechtspraak en sluit aan bij de uitvoeringspraktijk.

5

Er is een lid toegevoegd over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Bij de uitoefening van de taak van de toezichthouder van de gemeente zijn concrete toetscriteria van belang. Onderdeel van een kwaliteitsoordeel is een VOG. Daarom zijn in artikel 9.6 lid 2 hier regels over opgenomen ter bescherming van onze inwoners. Het kan nodig zijn om na een bepaalde periode opnieuw een VOG aan te vragen. Er geldt slechts 1 uitzondering voor een VOG. Namelijk als iemand uit het sociaal netwerk huishoudelijke ondersteuning biedt. Gezien de aard van deze werkzaamheden en dat een client nog zelf de regie kan voeren, wordt hiervoor geen VOG gevraagd. Artikel 9.7 Hoe hoog is het persoonsgebonden budget voor diensten (niet beschermd wonen) (geactualiseerde verordening) De hoogte voor het pgb voor diverse vormen van dagactiviteiten is in 1 lid samengevoegd. In de huidige verordening (artikel 9.5 lid 2 en lid 3) staat wat de hoogte van het pgb is voor dagactiviteiten arbeidsmatig en dagactiviteiten (niet zijnde arbeidsmatig). Omdat de pgb-systematiek hiervoor precies hetzelfde is, zijn deze onderdelen samengevoegd in artikel 9.7 lid 1 onder b van de geactualiseerde verordening. Dit is overzichtelijker. We gaan dezelfde percentages van het tarief voor professionals hanteren, zodat er 1 lijn is.

Bij het bepalen van het tarief pgb hanteert de gemeente percentages van het tarief dat zij zelf betaalt voor ingekochte hulp. Sinds de aanbesteding begeleiding en dagactiviteiten Wmo hanteren we per 2022 de volgende percentages voor het bepalen van het tarief pgb: 1. 90% van het tarief voor medewerkers van een professionele organisatie; 2. 80% van het tarief voor zzp’ers. Per 1 januari 2025 hebben we nieuwe contracten huishoudelijke ondersteuning. Voor huishoudelijke ondersteuning willen we dezelfde percentages aanhouden als bij begeleiding en dagactiviteiten Wmo, zodat er eenduidigheid is. Deze percentages zijn hoog genoeg voor de budgethouder om de noodzakelijke hulp in te kopen. Dit is aangepast in artikel 9.7 lid 1 onder c sub 1 en 2 van de geactualiseerde verordening. Dit is in de huidige verordening (artikel 9.5 lid 4 onder a) 100% van het goedkoopste tarief voor ondersteuners die in dienst zijn van een professionele organisatie of die als ZZP-er werkzaam zijn. Voor de hoogte voor pgb sociaal netwerk wordt aangesloten bij het wettelijk minimumloon. De CRvB komt op 30 september 2025 (CRvB 30-9-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1380 en CRvB 30-92025, ECLI:NL:CRVB:2025:1276) terug op de uitspraken van 16 augustus 2023 (CRvB 16 augustus 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1394, CRvB 16 augustus 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1580).

Dit betekent, dat de tarieven voor personen uit het sociaal netwerk en andere niet-professionals die begeleiding of huishoudelijke ondersteuning bieden, weer mogen worden aangesloten bij het wettelijk minimumloon plus 8% vakantietoeslag. De verordening wordt hierop aangepast. Het gaat om artikel 9.7 lid 1 onder a sub 3 en onder c sub 3. Dit sluit ook aan bij de kamerbrief van de staatssecretaris van Langdurige en Maatschappelijke zorg van 20 december 2024. Daarin staat dat het onwenselijk is dat een persoon uit het sociaal netwerk een hoger uurtarief krijgt dan een professional die vergelijkbaar werk verricht. Dit komt doordat de persoon uit het sociaal netwerk direct de hoogste periodiek uit de geldende cao krijgt op basis van de uitspraken CRvB van 16 augustus 2023. De inhoud van deze kamerbrief is doorslaggevend geweest voor de gewijzigde lijn voor de Wmo 2015 van de CRvB in de uitspraken van 30 september 2025. De gemeenteraad is over de uitspraken van de CRvB van 16 augustus 2023 geïnformeerd middels de memo ‘Gevolgen uitspraken CRvB pgb sociaal netwerk dd. 11 oktober 2023. Het pgb kan lager worden vastgesteld als dit in het budgetplan staat maar niet lager dan cao VVT. Het komt in de praktijk voor dat cliënten bij professionals voor een lager bedrag hulp inkopen dan wat de verordening voorschrijft. Dat blijkt dan uit het budgetplan en de bijgevoegde stukken.

Voor die gevallen is lid 3 aan artikel 9.7 van de geactualiseerde verordening toegevoegd. Daaraan is toegevoegd dat het bedrag niet lager mag zijn dan het bedrag van de cao-VVT. De uitvoering controleert nog steeds of wordt voldaan aan bijvoorbeeld de kwaliteitseisen van de hulp aan wie de cliënt het pgb wil besteden. De gemeente kan afwijken van het percentage van het pgb tarief als dat nodig is. Dit is toegevoegd in een nieuw lid 4. Dat zorgt ervoor dat de gemeente altijd een pgb toekent dat hoog genoeg is om de hulp in te kunnen kopen die de cliënt nodig heeft. Het kan dan nodig zijn om af te wijken van het percentage van het tarief voor professionals. Dit naar aanleiding van een rechtbankuitspraak (Rechtbank Overijssel 26 mei 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:3382).

6

We verwerken de gevolgen van het wetsvoorstel Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis. Het wetsvoorstel Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis is ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel zorgt ervoor dat ondersteuners die met een pgb worden betaald recht krijgen op WW en Ziektewet. Er moeten dan werkgeverslasten worden betaald. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel op 1 januari 2026 in werking treedt. We zorgen dat een toereikend pgb wordt toegekend waarvan de werkgeverslasten onderdeel van zijn. Dat is toegevoegd aan artikel 9.7 lid 1 onder a en c van de geactualiseerde verordening. Artikel 9.8 Hoe hoog is het persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en woningaanpassingen (geactualiseerde verordening) De offerte van cliënt wordt gebruikt als daarin een lager bedrag wordt genoemd dat het natura-tarief. Aan artikel 9.8 is in lid 3 toegevoegd dat de gemeente mag uitgaan van een door de cliënt overlegde offerte als daarin een lager bedrag wordt genoemd dat het natura-tarief. Ook in die gevallen controleert de uitvoering of wordt voldaan aan bijvoorbeeld de kwaliteitseisen van het hulpmiddel. Hoofdstuk 10 Eigen bijdrage, kostprijs en ritbijdrage Het wettelijk begrip bijdrage in kosten is vervangen door eigen bijdrage, want is herkenbaarder. Zowel in de titel als ook in de artikelen zelf. Eigen bijdrage wordt in de volksmond meestal gebruikt.

Artikel 10.1 Eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of persoonsgebonden budget (geactualiseerde verordening) De gemeente moet een besluit nemen als client met woningaanpassing 18 jaar wordt. Als een woningaanpassing is verstrekt voor een minderjarige (18-), dan betalen de ouders de eigen bijdrage. Vanaf 18 jaar is de cliënt de eigen bijdrage zelf verschuldigd, als dan nog steeds gebruikt wordt gemaakt van de eerder verstrekte woningaanpassing. Om duidelijk te maken dat de gemeente daar een besluit over moet nemen is dit opgenomen in artikel 10.1 lid 4 onder e. Artikel 10.4 Ritbijdrage regiotaxi (geactualiseerde verordening) De verwijzing naar de tarieven van de ritbijdrage is gewijzigd door de aanbesteding regiotaxi. Dit is gedaan in artikel 10.4 lid 2. De verwijzing is van www.flevoland.nl/loket/regiotaxi-flevoland naar www.flexrrreisflevoland.rrreis.nl/tarieven gewijzigd. Artikel 10.5 Eigen bijdrage algemene voorziening wasservice (geactualiseerde verordening) Een cliënt die gebruik maakt van de algemene voorziening wasservice betaalt een eigen bijdrage. Lid 1 is aangepast om duidelijk te maken dat de (lage) eigen bijdrage van de algemene voorziening wasservice alleen geldt voor Wmo-cliënten die hulp bij de wasverzorging nodig hebben en voor wie de algemene voorziening wasservice een passende oplossing is.

Hoofstuk 11 Regels voor tegemoetkoming meerkosten Was: Tegemoetkoming meerkosten Er zijn geen inhoudelijke wijzigingen. Hoofdstuk 12 Regels voor bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik Artikel 12.4 (kwaliteitseisen diensten) (huidige verordening) Artikel 12.4 in de huidige verordening is verplaatst naar een ander hoofdstuk (geactualiseerde verordening). Namelijk naar hoofdstuk 9 (persoonsgebonden budget van de geactualiseerde verordening, artikel 9.6 lid 1). Want deze eisen passen beter bij de voorwaarden dan bij de controle op pgb's. Als er niet wordt voldaan aan de kwaliteitseisen, dan wordt een aanvraag om een pgb afgewezen. Artikel 12.4 Wanneer weigert de gemeente een persoonsgebonden budget (geactualiseerde verordening) Het begrip belangenverstrengeling is vervangen door rolvermenging. Dit is gedaan in artikel 12.4 lid 1 onder a op basis van de rechtspraak van de CRvB. Rolvermenging sluit beter aan bij wat wordt beoogd met de Wmo 2025.

7

Hoofdstuk 13 Nieuwe feiten en omstandigheden, beëindiging, herziening, intrekking en terugvordering Artikel 13.3 Terugvordering van geld (geactualiseerde verordening) De grondslag voor terugvordering is aangepast in lijn met de voorgenomen wetswijziging. De wet bepaalt dat tot terugvordering kan worden overgegaan als een cliënt opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt. Deze terugvordering kan ook van iemand die de cliënt daar opzettelijk bij heeft geholpen. De wetgever is voornemens om deze opzetvereiste uit de wet te schrappen. Het wetsvoorstel daartoe is nog niet aangenomen. Om te voorkomen dat de verordening op dat moment dan weer aangepast moet worden, is in artikel 13.3 lid 1 van dit hoofdstuk een verwijzing opgenomen naar het nog te wijzigen wetsartikel. Het begrip opzettelijk is verwijderd. Hoofdstuk 14 Overige bepalingen Artikel 14.4 Zorg voor kwaliteit en doorgang van hulp (geactualiseerde verordening) Er is toegevoegd dat de continuïteit en de taken van Veilig Thuis gewaarborgd moeten zijn. Dit is nodig door een wetswijziging die 1 juli 2024 in werking is getreden. In artikel 2.6.6 van de Wmo 2015 staat dat in de verordening moet staan dat de continuïteit van de maatschappelijk ondersteuning en de werkzaamheden van Veilig Thuis gewaarborgd moet zijn. In artikel 14.4 is daarom een nieuw lid 1 toegevoegd.

Hoofdstuk 15 Slotbepalingen Er zijn geen inhoudelijke wijzigingen.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2238/documents/43164