5.2 Scenario-onderzoek, inclusief investeringsramingen (bbn) 29 september 2022 .pdf
Tekst van het document
Scenario-onderzoek VO-Campus Emmeloord Amsterdam, 29 september 2022
geef je plannen de ruimte
Scenario-onderzoek Project
2101202 - VO-Campus Emmeloord
Betreft
Definitief 01
Van
ir. M. (Michaela) Brethauer
E. (Ellentrees) Müller
m.brethauer@bbn.nl
e.muller@noordoostpolder.nl
06 12 69 40 13
06 48 13 46 13
Amsterdam, 29 september 2022
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 1 van 38
Managementsamenvatting De gemeente Noordoostpolder, de VariO Onderwijsgroep en het Emelwerda College zijn voornemens om samen de VO-Campus Emmeloord te realiseren. Uit de voorlopige doorrekening van de ontwerpen die door de vier geselecteerde architectenbureaus zijn ingediend, is echter gebleken dat er sprake is van een forse overschrijding van het budget van de campus. Dat was de aanleiding om dit onderzoek op te zetten en te kijken of en welke alternatieven er voor een ambitieuze VO-Campus zijn, welke voor-en nadelen de verschillende scenario's hebben en tot welke kosten de verschillende scenario's leiden. Het doel van het onderzoek is om tot een voorkeursscenario te komen, dat als advies en ter besluitvorming aan de raad voorgelegd kan worden. Wij onderscheiden de onderstaande scenario's: Scenario Naam Kenmerken
1
2
3
Geen Campus
Basis Campus
Ambitie Campus
Alle scholen
Een deel verhuist naar de Campus, een deel
Alle scholen verhuizen naar de Campus
blijven op de
blijft op de huidige locatie
huidige locatie Sub variant
2A Minimaal
2B Maximaal
Omschrijving
Alleen twee scholen
Alleen Mavo blijft
Optimalisatie
op huidige locatie
ontwerp
bouwen
» Allen
» 1e fase: alle
naar Campus Verhuizen naar
» Geen
» Emelwerda College » Zuyderzee Lyceum
Campus
» Emelwerda
3A Optimalisatie
College
scholen behalve bovenbouw
» Zuyderzee Lyceum
Emelwerda
» Caleido ISK
» 2e fase: allen
» X-tuur Blijven op huidige
» Allen
locatie
» Caleido ISK » X-tuur » Bonifatius Mavo
» Bonifatius Mavo
3B Fasering
Gefaseerd
» Geen
» 1e fase: bovenbouw Emelwerda » 2e fase: geen
In de onderstaande spin zijn de scores van alle kwaliteitsaspecten voor alle scenario's ingevuld. De scores gaan van 1 (hoog) naar 5 (laag). Voor de gemeente wegen de drie kwaliteitsaspecten kwaliteitsimpuls, duurzaamheid en investeringskosten extra zwaar wat met de vervorming goed zichtbaar wordt. Hoe meer oppervlakte de scorevorm van een bepaald scenario inneemt, hoe hoger het scenario in totaal op alle aspecten samen scoort. In de onderstaande spin is goed te zien dat scenario 3A op alle aspecten gemiddeld het beste scoort. Scenario 3A heeft op 5 van de 6 aspecten de hoogste score. Alleen op investeringskosten scoort scenario 2B nog hoger. Om de kosten van de Ambitie Campus ten opzichte van de eerste raming van het ontwerp terug te brengen, zijn er in samenwerking met de ontwerpende partij een aantal optimalisaties besproken en als taakstellend meegenomen. Dit betreft het optimaliseren van vormfactoren en het verminderen van vierkante meters terrein, dat in eerste instantie wordt ingericht. Daarnaast omvatten de optimalisaties ook
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 2 van 38
een opdracht en inspanningsplicht aan de schoolbesturen om de vierkante meters van het PvE met 4% terug te brengen door meer samenwerking, dubbel gebruik en slimme inroostering van ruimten.
Al met al worden in scenario 3A 'Ambitie Campus Optimalisatie' de ambities en wensen van de gemeente en schoolbesturen waargemaakt, de investeringskosten zijn reëel en de exploitatiekosten op lange termijn het laagst. Onzes inziens is scenario 3A daarmee het meest aantrekkelijke en realistische scenario met de beste prijs-kwaliteitsverhouding, voor nu én voor de toekomst.
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 3 van 38
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
6
1.1.
Aanleiding
6
1.2.
Doel scenario-onderzoek
6
1.3.
Leeswijzer
6
2.
Uitgangspunten en randvoorwaarden
7
2.1.
Overzicht gebouwen
7
2.2.
Onderwijsvisies
7
2.3.
Analyse bestaande gebouwen
9
2.4.
Financiële afspraken
10
3.
Onderzoek
12
3.1.
Overzicht scenario's
12
3.2.
Kwaliteitsaspecten
12
3.3.
Uitleg methode beoordeling
13
3.4.
Toelichting spin
14
4.
Scenario 1 'Geen Campus'
15
4.1.
Omschrijving
15
4.2.
Beoordeling
15
4.2.1.
Kwaliteitsimpuls
15
4.2.2.
Onderwijsvisie
16
4.2.3.
Duurzaamheid
17
4.2.4.
Ontwikkeling
17
4.2.5.
Investeringskosten
18
4.2.6.
Exploitatiekosten
18
4.3.
Deelconclusie
19
5.
Scenario 2A 'Basis Campus Minimaal'
20
5.1.
Omschrijving
20
5.2.
Beoordeling
20
5.2.1.
Kwaliteitsimpuls
20
5.2.2.
Onderwijsvisie
21
5.2.3.
Duurzaamheid
21
5.2.4.
Ontwikkeling
22
5.2.5.
Investeringskosten
22
5.2.6.
Exploitatiekosten
23
5.3.
Deelconclusie
23
6.
Scenario 2B 'Basis Campus Maximaal'
24
6.1.
Omschrijving
24
6.2.
Beoordeling
24
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 4 van 38
6.2.1.
Kwaliteitsimpuls
24
6.2.2.
Onderwijsvisie
25
6.2.3.
Duurzaamheid
25
6.2.4.
Ontwikkeling
25
6.2.5.
Investeringskosten
26
6.2.6.
Exploitatiekosten
26
6.3.
Deelconclusie
26
7.
Scenario 3A 'Ambitie Campus Optimalisatie'
28
7.1.
Omschrijving
28
7.2.
Beoordeling
28
7.2.1.
Kwaliteitsimpuls
28
7.2.2.
Onderwijsvisie
29
7.2.3.
Duurzaamheid
29
7.2.4.
Ontwikkeling
29
7.2.5.
Investeringskosten
30
7.2.6.
Exploitatiekosten
30
7.3.
Deelconclusie
30
8.
Scenario 3B 'Ambitie Campus Fasering'
32
8.1.
Omschrijving
32
8.2.
Beoordeling
32
8.2.1.
Kwaliteitsimpuls
32
8.2.2.
Onderwijsvisie
33
8.2.3.
Duurzaamheid
33
8.2.4.
Ontwikkeling
33
8.2.5.
Investeringskosten
34
8.2.6.
Exploitatiekosten
34
8.3.
Deelconclusie
34
9.
Samenvatting en conclusie
36
9.1.
Vergelijking scenario's
36
9.2.
Samenvatting
36
9.3.
Conclusie en aanbeveling
38
Bijlage 1 Overzicht locaties Bijlage 2 Overzicht vierkante meters scenario's Bijlage 3 Ramingen investeringskosten scenario's
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 5 van 38
1.
Inleiding
1.1.
Aanleiding
De gemeente Noordoostpolder, de VariO Onderwijsgroep en het Emelwerda College zijn voornemens om samen de VO-Campus Emmeloord te realiseren. In het raadsbesluit 7 juni 2021 is deze keuze bevestigd en is het budget voor de realisatie vastgesteld op C36 mln. investeringskosten. In het raadsbesluit heeft het college de drie partijen opgedragen om *
Een samenwerkingsovereenkomst aan te gaan;
*
Vervolgstappen te nemen om de VO-Campus te realiseren;
*
Voorafgaand aan de definitieve gunning van het project terug te komen bij de gemeenteraad voor een definitief besluit tot realisatie van de VO-Campus.
De samenwerkingsovereenkomst is gesloten en de aanbesteding voor een ontwerpteam is afgerond. Uit de voorlopige doorrekening van de ontwerpen die door de vier geselecteerde architectenbureaus zijn ingediend, is echter gebleken dat er sprake is van een forse overschrijding van het budget van de campus. In de stuurgroep van 24 juni is dit besproken en besloten dat dit een dusdanig groot verschil is, dat vraagt om een nieuw onderzoek van verschillende scenario's voor de VO-Campus. 1.2.
Doel scenario-onderzoek
Het onderzoek is opgezet om te kijken of en welke alternatieven er voor een ambitieus VO-Campus zijn, welke voor-en nadelen de verschillende scenario's hebben en tot welke kosten de verschillende scenario's leiden. Het doel van het onderzoek is om tot een voorkeursscenario te komen, dat als advies en ter besluitvorming aan de raad voorgelegd kan worden. 1.3.
Leeswijzer
Dit document begint in hoofdstuk twee met de omschrijving van de uitgangspunten en randvoorwaarden, zowel kwantitatief als kwalitatief en financieel. In hoofdstuk drie leggen we de aanpak van dit scenarioonderzoek en de beoordelingsmethodiek uit. In de hoofdstukken vier t/m acht omschrijven en beoordelen we de verschillende scenario's. In het laatste hoofdstuk vergelijken we de beoordelingen van de scenario's en trekken we de conclusie.
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 6 van 38
2.
Uitgangspunten en randvoorwaarden
2.1.
Overzicht gebouwen
De volgende scholen/ gebouwen zijn onderdeel van het onderzoek: school
Gebouw/ adres
Bovenbouw Emelwerda College
De Peppel
1960
5703
Onderbouw Emelwerda College
De Wilg
1956
4958
Tienercollege
De Wilg
1956
In m2 de Wilg
Vakcollege
De Es
2002/2015
7541
Zuyderzee Lyceum Senior
Prof. Ter Veenstraat 5
1960/1974/2007
5977
Zuyderzee Lyceum Junior
Prof. Ter Veenstraat 6
1953/2002
3395
Bonifatius Mavo
Prof. Lorentzstraat 3
1954/2008
3207
Caleido ISK & X-tuur
Nagelerweg 4
1961
5515
2.2.
bouwjaar
m2 bvo
Onderwijsvisies
Het Emelwerda College en de VariO Onderwijsgroep hebben de ambitie om in de toekomst nauwer samen te werken op één campus. Maar tegelijkertijd zullen beiden besturen ten allen tijden hun eigen onderwijsvisie houden en uitdragen. Hieronder zijn de belangrijkste aspecten van hun visies benoemd. Emelwerda College 'Samen ondernemend en betekenisvol onderwijs creëren' Missie Het Emelwerda College is een leer- leef en werkgemeenschap waarbinnen leerlingen en medewerkers zich gekend weten. Het Emelwerda College begeleidt leerlingen met hun talenten bij hun groei naar zelfstandig denkende en bekwame mensen, die zich verantwoordelijk voelen voor hun omgeving. Visie Het Emelwerda College is een christelijke scholengemeenschap. Met de Bijbel als inspiratiebron wil Emelwerda in navolging van Jezus Christus, meebouwen aan een wereld vol gerechtigheid, vrede en liefde. Ze vinden het belangrijk dat leerlingen ervaren dat ze onderdeel van een leef-, leer- en werkgemeenschap zijn, zoals ze dat ook van de samenleving zijn en straks van de arbeidsmarkt. Biesta benoemt daarbij drie opdrachten voor het onderwijs: *
Kwalificatie: Het zich eigen maken van kennis, vaardigheden en een open, zelfbewuste houding.
*
Socialisatie: De voorbereiding op een leven als lid van de samenleving, met alle tradities en
*
Subjectificatie: Dit begrip is verwant aan persoonsvorming. Het gaat over vrijheid en over de
praktijken (bijvoorbeeld sociaal-politiek, cultureel of professioneel) die je daar tegenkomt. verantwoordelijkheid die daarmee gepaard gaat.
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 7 van 38
Vanuit hun christelijke identiteit passen de drie V's van de theoloog Bonhoeffer goed bij het Emelwerda College. Ze vormen vanuit de visie op leven, de kernwaarden van hun organisatie: *
Vertrouwen: Vertrouwen was het sleutelwoord in Bonhoeffer's leven. Zelfvertrouwen, dat hij liet zien in zijn moed; Godsvertrouwen, zichtbaar in zijn vroomheid en toekomstvertrouwen, dat hij uitte in hoop en optimisme.
*
Vrijheid:,Mondige mensen geven zelf vorm aan de wereld. God is er niet als excuus voor de dingen die wij niet weten of kunnen.
*
Verantwoordelijkheid^Vrijheid betekent niet dat je doet en laat wat je zelf wilt, zonder je iets van anderen aan te trekken. Integendeel: het staat onlosmakelijk in verbinding met verantwoordelijkheid. Voor de wereld en voor de medemens.
Als manifest noemen ze daarbij het eigenaarschap van leerlingen van hun eigen ontwikkeling en begeleiding op hun weg naar zelfstandigheid. De ontwikkeling van kennis en vaardigheden gaat hierbij hand in hand met een ondernemende, lerende houding en een toenemend besef van verantwoordelijkheid voor jezelf en je omgeving. Visie op leren In hun visie op leren staan drie kernwaarden centraal: ^ Actief leren ^ Aandacht ^ Ambitie VariO Onderwijsgroep VariO Onderwijsgroep wil haar leerlingen in een uitdagende omgeving zo optimaal mogelijk voorbereiden op hun toekomst. De persoonlijke ontwikkeling en geluk staan centraal. Zij willen dat elke leerling zijn eigen talent kan ontdekken, kent en weet hoe hij of zij deze zijn leven lang kan inzetten. Dit doen ze door zelfreflectie, kritisch denken en blijvend leren. Elke leerling is bij hen speciaal, de verschillen in onderwijsaanbod benadrukken dit. De VariO past goed bij de verschillende onderwijsvormen die zij bieden. Hun scholen en locaties zijn verschillend en geven elk op eigen wijze, maar binnen de kaders van VariO, zelf vorm aan hun identiteit. Op hun scholen en locaties werken professionele, betrokken en bevlogen docenten en onderwijsondersteunende medewerkers. Zij spelen in op wat de leerling nodig heeft en leveren ieder op hun eigen manier een bijdrage aan persoonlijke groei. Leren gebeurt altijd en overal.
Binnen de scholen van VariO Onderwijsgroep kun je onder begeleiding gemakkelijk doorstromen naar één van hun andere scholen en/of een naastgelegen niveau. Missie 'Elke leerling en zijn talent worden door hen gezien en in staat gesteld een leven lang te leren.' Binnen VariO Onderwijsgroep wordt elke leerling gezien. Leerlingen worden gestimuleerd om hun eigen leerroute te volgen, passend bij de fase van hun (brein)ontwikkeling. De leerling en zijn persoonlijke ontwikkeling staan centraal. Wanneer leerlingen één van de scholen verlaten zijn zij in staat een leven lang te leren. Visie 'Leerlingen zijn permanent werk in uitvoering.'
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 8 van 38
Hierbij staat de kennis over de ontwikkeling van tieners centraal. De van nature aanwezige nieuwsgierigheid van de leerling wordt door hun docenten aangesproken. Zij willen aansluiten bij de wereld van hun leerlingen en inspelen op wat zij nodig hebben. 2.3.
Analyse bestaande gebouwen
In 2018 zijn bij het opstellen van het IHP (Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Noordoodoostpolder) analyses van de gebouwen gemaakt. De resultaten van toen zijn gelden nog steeds. Net als het feit dat alle locaties samen een normatieve overmaat aan vierkante meters omvatten. Het Vakcollege en de Bonifatius Mavo zijn gebouwen in een goede kwalitatieve technische en functionele staat. Uitgegaan wordt van behoud van deze twee panden voor het (voortgezet) onderwijs. De overige vijf locaties van het voortgezet onderwijs (Nagelerweg, beide panden aan de Prof. ter Veenstraat, Wilgenlaan en Peppellaan) zijn gezien de leeftijd theoretisch gezien aan vernieuwing toe. Deze theoretische noodzaak wordt onderschreven door de feitelijke kwaliteit op het gebied van technische staat, onderwijskundige functionaliteit en duurzaamheid. Hieronder per gebouw een nadere toelichting: De Wilg (Emelwerda) Het gebouw aan de Wilgenlaan (1955) is technisch en functioneel afgeschreven. Dit gebouw zal bij een renovatie volledig gestript moeten en dan nog zal dit niet tot de gewenste kwaliteitsimpuls voor het onderwijs leiden. De Peppel (Emelwerda) Gebouw 'De Peppel' is technisch beter dan gebouw 'De Wilg', maar is zwaar gedateerd op het gebied van onderwijskundige functionaliteit en duurzaamheid. Het gebouw heeft een inefficiënt ontwerp doordat aan één zijde van de gang maar lokalen zijn gesitueerd.
Renovatie van het gebouw is in principe mogelijk, maar om dit gebouw weer voor een lange tijd up-to-date te maken op het gebied van techniek, functionaliteit en duurzaamheid, is een aanzienlijke investering nodig. Zuyderzee College Senior (VariO) Dit gebouw is in 2002 uitgebreid door onder meer een mediatheek in de kelder te realiseren. Met deze inpandige aanpassing is, vanuit de beschikbare middelen die op dat moment voorhanden waren, extra onderwijskundige ruimte gecreëerd tegen een beperkte kwaliteit. Vanuit het huidige perspectief is binnen het gebouw van het Senior College sprake van een algehele veroudering op het vlak van techniek, onderwijskundige functionaliteit en duurzaamheid. De gebouwstructuur is inefficiënt van aard, met relatief veel ruimten die niet voor onderwijs geschikt zijn, zoals trappen en brede gangen met lokalen aan één zijde van de gang. De gebouwopzet en -structuur leiden ertoe dat de intrinsieke kwaliteit van dit gebouw, ondanks zijn karakteristieke uitstraling, voor onderwijs beperkt is. Renovatie van dit gebouw is niet realistisch in relatie tot de kwaliteitsverbetering en de te verwachten kosten die hiermee gemoeid zijn. Zuyderzee College Junior (VariO) Dit gebouw is in 2002 uitgebreid met een entree en enkele lokalen. De betreffende ingreep heeft vooral tot een cosmetische upgrade geleid.
Ruimtelijk gezien is nog steeds sprake van een inefficiënte gebouwstructuur met beperkte onderwijskundige functionaliteit en duurzaamheid. Het achterste gedeelte
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 9 van 38
van de school is van oudsher een oude basisschool, met alle beperkingen die een dergelijk oud gebouw met zich meeneemt. Gezien de kwaliteit van de huidige locatie, zal (kosten intensieve) renovatie naar verwachting niet meer tot de gewenste toekomstgerichte kwaliteitsverbetering leiden. X-tuur en Internationale Schakelklassen Nagelerweg (VariO)) Het gebouw is technisch gezien op orde, maar is op het gebied van onderwijskundige functionaliteit en duurzaamheid erg gedateerd. Het gebouw is ingericht voor praktijkonderwijs terwijl er nu regulier onderwijs gebruik van maakt. De gebouwstructuur is hierdoor inefficiënt. Gezien de ligging van het gebouw, de kwaliteit en de ambitie om leerlingenpopulaties niet separaat te huisvesten van de overige leerlingen in het reguliere voortgezet onderwijs, is renovatie niet wenselijk. 2.4.
Financiële afspraken
Uitgesproken wederzijds belang Uitgangspunt is om de investeringskosten van vernieuwing van onderwijshuisvesting als gemeente en schoolbesturen samen op te pakken. Renovatie van onderwijsgebouwen is formeel niet geregeld in de huisvestingsverordening. Schoolbesturen zijn formeel verantwoordelijk voor onderhoud aan de gebouwen, de gemeente voor vervangende nieuwbouw. Maar beide partijen hebben belang bij het maken van afspraken over renovatie. De gemeente omdat hiermee het 'momentum' van vervangende nieuwbouw met ongeveer 25 jaar wordt uitgesteld. De schoolbesturen omdat zij weer over een up-to-date gebouw beschikken en het onderhoud voor een flink aantal jaren wordt uitgevoerd. Bovendien is het gebouw na de ingreep voordeliger in de exploitatie. Bijdrage schoolbesturen Schoolbesturen ontvangen van de Rijksoverheid jaarlijks een vergoeding voor groot onderhoud. De vergoeding voor groot onderhoud is ongeveer C 15 per genormeerde m2. Uitgangspunt is dat bij een renovatie tegelijkertijd onderhoudsinvesteringen voor een periode van tien jaren worden uitgevoerd. Bij vervangende nieuwbouw kunnen deze geplande onderhoudsinvesteringen worden uitgespaard. Dat rechtvaardigt de inzet van een eigen bijdrage van de zijde van schoolbesturen. Financiering van de zijde van de schoolbesturen vindt altijd plaats binnen de wettelijke mogelijkheden die aanwezig zijn om te investeren in vastgoed.
In het Integraal Huisvestingsplan (IHP) is gerekend met een eigen bijdrage van schoolbesturen van 20 tot 30 procent van de daadwerkelijke kosten voor renovatie of vervangende nieuwbouw. Per geval wordt door schoolbesturen en gemeente gezamenlijk onderzocht welke bijdrage daadwerkelijk mogelijk is. De exacte omvang van de bijdrage hangt mede af de wettelijke mogelijkheden die hiervoor aanwezig zijn bij een schoolbestuur en van het gehanteerde ambitieniveau over duurzaamheid. Op het moment dat een school een Bijna Energie Neutraal Gebouw wordt, wordt een aanzienlijke reductie op de exploitatielasten behaald die in verhouding mag staan met de bijdrage. Bijdrage gemeente aan nieuwbouw en renovatie In het IHP, gekoppeld aan het Uitvoeringsprogramma Voorzien in Vastgoed 2018-2029 (VIV) heeft de gemeente vastgelegd dat ze gaan bijdragen aan renovaties van onderwijsgebouwen. Wettelijk gezien hoeft de gemeente dat niet te doen, maar duidelijk was dat de schoolbesturen deze lasten niet alleen kunnen dragen. Bij zowel nieuwbouw als renovatie is uitgegaan van 75% bijdrage gemeente en 25% bijdragen
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 10 van 38
schoolbesturen. Per geval wordt bepaald welke bijdrage van schoolbesturen passend en mogelijk is, onder meer op basis van het uitstellen van onderhoud en een besparing op exploitatielasten. renovatie
VO
maximaal bedrag renovatie (C per m2 BVO)
900
bijdrage gemeente renovatie (96)
75
bijdrage schoolbestuur renovatie (96)
25
bijdrage gemeente renovatie (C)
675
bijdrage schoolbestuur renovatie (C)
225
nieuwbouw VO aanname bedrag nieuwbouw I m2 (prijspeil 2017) bijdrage gemeente nieuwbouw (96) bijdrage schoolbestuur nieuwbouw (96)
1.800 75 25
bijdrage gemeente nieuwbouw (C)
1.350
bijdrage schoolbestuur nieuwbouw (C)
450
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 11 van 38
3.
Onderzoek
3.1.
Overzicht scenario's
Wij onderscheiden drie hoofdscenario's met bijhorende sub scenario's. In de onderstaande tabel zijn de scenario's in hoofdlijnen omschreven. Een uitgebreide omschrijving is in de hoofdstukken 4 t/m 8 bij het betreffende scenario te vinden. Scenario Naam
1
2
3
Geen Campus
Basis Campus
Ambitie Campus
Alle scholen
Een deel verhuist naar de Campus, een deel
Alle scholen verhuizen naar de Campus
blijven op de
blijft op de huidige locatie
Kenmerken
huidige locatie Sub variant
2A Minimaal
2B Maximaal
Omschrijving
Alleen twee scholen
Alleen Mavo blijft
Optimalisatie
op huidige locatie
ontwerp
bouwen
» Allen
» 1e fase: alle
naar Campus Verhuizen naar
» Geen
» Emelwerda College » Zuyderzee Lyceum
Campus
» Emelwerda
3A Optimalisatie
College
scholen behalve bovenbouw
» Zuyderzee Lyceum
Emelwerda
» Caleido ISK
» 2e fase: allen
» X-tuur Blijven op huidige
» Allen
» Caleido ISK
» Bonifatius Mavo
» X-tuur
locatie
» Bonifatius Mavo
3B Fasering
Gefaseerd
» Geen
» 1e fase: bovenbouw Emelwerda » 2e fase: geen
3.2.
Kwaliteitsaspecten
Wij beoordelen alle scenario's op de volgende zes kwaliteitsaspecten: *
Kwaliteitsimpuls
*
Onderwijsvisie
*
Duurzaamheid
*
Ontwikkeling
*
Investeringskosten
*
Exploitatiekosten
De zes hoofdthema's zijn allen belangrijke factoren op basis waarvan de gemeente haar besluit wil nemen. Binnen elk hoofdthema's zijn deelthema's opgenomen die bij elkaar een beeld geven van het hoofdthema. Kwaliteitsimpuls Bij dit aspect kijken we naar de mogelijke synergie tussen de scholen en de meerwaarde die daardoor kan ontstaan. Ook de mogelijkheid voor de scholen om met andere partijen binnen de gemeente samen te kunnen werken, wordt hierin meegenomen. Als laatste onderdeel beoordelen we nog in hoeverre het scenario ook een toegevoegde waarde heeft voor de omgeving.
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 12 van 38
Onderwijsvisie Onder dit aspect beoordelen wij hoe de onderwijsvisie van de scholen afzonderlijk in de gebouwen ingepast kan worden. Hoe ziet de ruimtelijke kwaliteit (structuur en opzet) van de gebouwen eruit en hoe flexibel zijn de gebouwen. Investeringskosten Als onderdeel van de investeringskosten kijken we naar de totale bouwkosten van de plannen, zowel renovatie als nieuwbouw indien van toepassing. Daarnaast nemen we de investeringskosten voor het terrein mee en de mogelijke kosten voor tijdelijke huisvesting als die bij een scenario nodig is. Exploitatiekosten In de exploitatiekosten gaat het om de structurele kosten die de scholen zullen hebben na nieuwbouw of renovatie, hierin zitten de energiekosten en de onderhoudskosten. Duurzaamheid Duurzaamheid kent vele aspecten. Wij beperken ons hier op drie deelthema's: duurzame energie, het gebruik van nieuwe grondstoffen (circulariteit) en de toekomstbestendigheid en uitbreidbaarheid van de scenario's. Ontwikkeling Onder het aspect ontwikkeling beoordelen wij de scenario's op de ontwikkelkansen voor mogelijk vrijkomende gebouwen. Ook kijken we naar de mogelijke gevolgen en risico's voor andere projecten. Als laatste maken we een inschatting van de doorlooptijd van een scenario van voorbereiding t/m de realisatie. 3.3.
Uitleg methode beoordeling
In de onderstaande tabel zijn de zes hoofdthema's en scores uitgewerkt. De scores variëren van 1 als hoogste score t/m 5 als laagste score. De afzonderlijke scores van de deelthema's worden bij elkaar opgeteld en door het aantal deelthema's gedeeld om tot de eindscore per hoofdthema te komen.
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 13 van 38
2.1 Inpassing onderwijsvisie uitstekend
goed 2
3
ENL
NOM
0% nieuwe grondstoffen uitstekend
25% nieuwe grondstoffen goed
4.1 Ontwikkelkansen
zeer hoog
hoog
gemiddeld
laag
zeer laag
4.2 Gevolgen/riscio
zeer laag
laag
gemiddeld
hoog
zeer hoog
4.3 Doorlooptijd
2+2= 4jaar
2+3 =5jaar
2+5= 6jaar
2+5=7jaar
> 7jaar
5.1 Bouwkosten
< 50 mln
< 55 mln
< 60 mln
< 65mln
> 65mln
5.2 Terrein 5.3 Tijdelijke huisvesting
< 1 mln
< 2 mln
< 3 mln
< 4 mln
> 4 mln
< 2 mln
< 4 mln
< 6 mln
< 8 mln
> 8 mln
geen
laag
hoog
zeer hoog
2.2 Ruimtelijke gebouwkwaliteit
redelijk
matig
slecht
ENG
BENG
GEEN
50% nieuwe grondstoffen redelijk
75% nieuwe grondstoffen matig
100% nieuwe grondstoffen slecht
2.3 Flexibilteit 3
Duurzaamheid
3.1 Duurzame energie 3.2 Circulariteit 3.3 Toekomstbestendig en uitbreidbaar
4
5
6
Ontwikkeling
Investeringskosten
Exploitatiekosten
6.1 Energie- Ş onderhoudskosten
3.4.
5
5
|
gemiddeld
|
Toelichting spin
Om de resultaten goed begrijpelijk te maken, kiezen wij ervoor om ze niet alleen in tabelvorm weer te geven, maar ook visueel zichtbaar te maken. Daarvoor hebben wij de zogenaamde 'spin' ontwikkeld. In de basis zijn daarin de zes kwaliteitsaspecten zoals kwaliteitsimpuls, onderwijsvisie, duurzaamheid, ontwikkeling, investeringskosten en exploitatiekosten opgenomen. Wij hebben alle aspecten op een scoreschaal 1 (hoogste score) tot 5 (laagste score) beoordeeld. In de spin geven wij deze scores visueel weer. De binnenring is de laagste score (5) en de buitenring is de hoogste score (1). Om zichtbaar te maken dat voor de gemeente drie kwaliteitsaspecten, namelijk kwaliteitsimpuls, duurzaamheid en investeringskosten, extra zwaar wegen, is de spin vervormd en ter plaatse van deze drie aspecten extra uitgerekt. Daarmee wordt de wegingsfactor duidelijk weergegeven. In deze onderlegger vullen we de scores van de verschillende scenario's in. Hoe meer oppervlakte de scorevorm van een bepaald scenario inneemt, hoe hoger het scenario in totaal op alle aspecten samen scoort. Hierbij dient benadrukt te worden dat de verhoudingen gebalanceerd zijn, maar dat het geen wetenschappelijke weergave is. De spin is puur visueel.
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 14 van 38
4.
Scenario 1 'Geen Campus'
4.1.
Omschrijving
In scenario 1 blijven alle scholen op de huidige locatie, er komt geen nieuwbouw en ook geen campus. Geen campus betekent echter niet, dat er geen investeringen nodig zijn. Een groot deel van de huidige schoolgebouwen zijn al meer dan 50 jaar oud, voldoen helemaal niet aan de huidige eisen qua duurzaamheid en frisse scholen en zijn niet passend bij de onderwijsvisie van de scholen. Om deze gebouwen zo te renoveren dat ze weer minimaal 25 jaar meekunnen en voor kinderen en docenten een werkbare en gezonde leeromgeving ontstaat, zijn grote ingrepen nodig. De schil moet verbeterd worden (isoleren gevel en daken, kozijnen vervangen) en in de meeste gevallen moet een installatie worden aangebracht om minimaal aan de ventilatie eis klasse B van frisse scholen te voldoen. Vervolgens zijn bij een deel van de gebouwen ingrijpende aanpassingen nodig om de opzet van de gebouwen geschikt te maken voor het huidige onderwijs. Tijdens de renovatie van de bestaande gebouwen is tijdelijke huisvesting voor de scholen nodig. We gaan ervan uit dat alle bestaande gebouwen gefaseerd achter elkaar gerenoveerd worden, zodat we met één tijdelijke huisvesting van ca. 6.000m2 bvo op één centrale plek kunnen volstaan. We schatten in dat de renovatie per gebouw ca. 1 jaar in beslag zal nemen, daarmee is de tijdelijke huisvesting voor een periode van ca. 5 jaar nodig.
Gedurende de gehele periode verhuizen de leerlingen per gebouw dat gerenoveerd wordt naar de tijdelijke huisvesting en vervolgens naar hun vernieuwd gebouw. Daarna komen de leerlingen van de volgende school. Alleen het gebouw van de Bonifatius Mavo voldoet aan de huidige eisen en hoeft voorlopig niet gerenoveerd te worden. 4.2.
Beoordeling
4.2.1.
Kwaliteitsimpuls
Synergie tussen scholen Gezien het feit dat alle scholen op locaties ver af van elkaar liggen is de synergie tussen scholen niet mogelijk. De gewenste kwaliteitsimpuls voor het onderwijs wordt in scenario 1 niet gerealiseerd. Samenwerking met derden Elke school afzonderlijk zou in principe een samenwerking met derden aan kunnen gaan. De aanleiding om een samenwerking met maar één school te zoeken, zal echter kleiner zijn dan de kansen die derden kunnen zien op een campus met meerdere scholen en meer gezamenlijke ruimten. Een echte kwaliteitsimpuls voor
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 15 van 38
samenwerking tussen onderwijs en andere maatschappelijke partijen wordt in dit scenario niet gestimuleerd. Omgeving (buitenruimte) De wens van de gemeente en de scholen om een buitenruimte te realiseren die ook voor de buurt toegankelijk is en een toegevoegde waarde, wordt in scenario 1 niet waargemaakt. Als de scholen op de huidige locaties blijven, wordt er niet extra geïnvesteerd in de omliggende terreinen. Scenario 1 scoort op het aspect 'kwaliteitsimpuls' slecht (4,7). 4.2.2.
Onderwijsvisie
Inpassing onderwijsvisies De onderwijsvisie van het Emelwerda College past niet in de huidige, bestaande gebouwen. Dit ligt aan het niet-aanwezig zijn en niet kunnen creëren van leerruimtes en leeromgevingen in zowel gebouw de Wilg als de Peppel die nodig zijn om vanuit de onderwijsvisie betekenisvol en ondernemend onderwijs te creëren en daarmee de leerlingen voor te bereiden op de toekomst, waarbij zoveel mogelijk tegemoet wordt gekomen aan de behoeften van elke leerling (inclusief onderwijs) en het toekomstbestendig kunnen borgen van de kwaliteit van onderwijs aan leerlingen. Daarnaast is het onmogelijk om te kunnen voldoen aan de opdracht vanuit het Ministerie van OCW met betrekking tot het creëren van inclusievere onderwijsvoorzieningen, waarin leerlingen met en zonder ondersteuningsbehoefte naar dezelfde school kunnen en (zoveel mogelijk) in dezelfde klas zitten. De beide gebouwen De Wilg en de Peppel zijn niet in te richten in het op orde krijgen van basisvereisten voor passend onderwijs en maatwerk die aansluiten bij de behoefte van elke leerling in een reguliere setting. Ook de onderwijsvisie van de VariO Onderwijsgroep is niet goed te realiseren in de huidige gebouwen. Er zijn alleen standaardlokalen, terwijl er ook behoefte is aan lespleinen voor zelfstudie en kleine overlegruimten.
Ruimtelijke gebouwkwaliteit De ruimtelijke gebouwkwaliteit van de Peppel en de Wilg laat het niet toe om een leer-, leef en werkgemeenschap te creëren waarbinnen leerlingen en medewerkers zich gekend weten. Daarnaast is het niet mogelijk om een veilig klimaat van onderwijs te kunnen borgen. De uitwerking van de onderwijsvisie maakt dat leerlingen in een andere omgeving met elkaar in aanraking komen. De leerling-stromen en de ontmoetingsmomenten dragen bij aan de uitwerking van de visie. De huidige gebouwen de Wilg en de Peppel geven hiervoor geen veilige omgeving. Flexibiliteit De huidige gebouwen met lokalen gelegen aan gangen en massieve binnenwanden bieden niet de gewenste flexibiliteit om het schuiven van wanden en andere veranderende wensen, zoals het zelfstandig werken van kinderen in open werkruimten te faciliteren. Scenario 1 scoort op het aspect 'onderwijsvisie' slecht (5,0).
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 16 van 38
4.2.3.
Duurzaamheid
Duurzame energie Het is bij een renovatie niet strikt noodzakelijk om aan de geldende wettelijke eisen voor nieuwbouw te voldoen. In theorie zou in dit scenario ervoor gekozen kunnen worden om de klimaat- en duurzaamheidseisen te verlagen. Maar aangezien deze uitgangspunten niet passen bij de ambitie van de gemeente én de schoolbesturen gaan we in dit scenario wel uit van een grondige en ingrijpende renovatie waarmee we ook de bestaande gebouwen net als een nieuwbouw Bijna Energie Neutraal (BENG) maken. Ook nemen we mee dat het binnenklimaat moet voldoen aan de eisen van de frisse scholen voor klasse B. Daarom beoordelen we de renovatie en de nieuwbouw op het gebied van duurzame energie even hoog. Circulariteit Omdat bij de renovaties grote gebouwonderdelen als fundering en skelet blijven staan, zijn er minder veel nieuwe grondstoffen nodig dan bij nieuwbouw. De materialen die nieuw toegevoegd worden kunnen voor een deel uit herbruikbare en/of hergebruikte materialen bestaan. Daarmee heeft renovatie op het gebied van grondstofgebruik altijd een voordeel t.o.v. nieuwbouw. Maar waarschijnlijk is het nodig om meer PVpanelen aan te brengen dan bij nieuwbouw om de BENG-eisen te halen, omdat de isolatie van de schil naar verwachting lager blijft dan bij nieuwbouw. De PV-panelen hebben weer een negatieve impact op het grondstofgebruik.
Toekomstbestendig & uitbreidbaarheid In scenario 1 is de uitbreidbaarheid per gebouw verschillend. De scholen van de VariO Onderwijsgroep staan op een beperkte kavel, die niet heel veel ruimte biedt om de scholen permanent uit te breiden. Ook tijdelijke uitbreidbaarheid van één school kan nauwelijks worden opgevangen. De kavel zelf waarop de scholen van het Emelwerda College staan biedt voldoende ruimte om uit te breiden. Scenario 1 scoort op het aspect 'duurzaamheid' redelijk (3,3). 4.2.4.
Ontwikkeling
Ontwikkelkansen Door het behouden van de huidige gebouwen zijn er geen andere ontwikkelkansen voor de gebouwen en kavels die bij de realisatie van een VO-Campus vrij zouden komen. Gevolgen & risico's De gemeente heeft al plannen voor het gebouw van de Bonifatius Mavo. Tegelijkertijd met de keuze om te gaan voor een VO-Campus waar alle reguliere VO-scholen in de gemeente gehuisvest zullen worden is de keuze gemaakt het vrijvallende schoolgebouw van de Bonifatius Mavo in te zetten voor een Onderwijsexpertisecentrum voor het speciaal basisonderwijs in Noordoostpolder. Vanuit het onderwijs is hier een grote wens toe. Bovendien zijn alle schoolgebouwen van het speciaal basisonderwijs toe aan renovatie. In het IHP en VIV is rekening gehouden met de renovatie van De Klimboom, De Optimist en De Zonnebloemschool. Door het inzetten van de middelen voor deze voorgenomen renovaties kan het Onderwijsexpertisecentrum gerealiseerd worden. Wanneer de Bonifatius Mavo niet naar de VO-Campus
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 17 van 38
gaat vervalt deze optie en zullen we de huidige gebouwen moeten renoveren en zal de gewenste bundeling van expertise niet plaats kunnen vinden. Doorlooptijd We gaan ervan uit dat er ca. 2 jaar aan voorbereidingstijd nodig is om alle renovatieplannen uit te werken. Om onnodige vierkante meters van tijdelijke huisvesting te besparen houden we rekening met een gefaseerde renovatie van alle gebouwen achter elkaar. We schatten in dat de renovatie per gebouw ca. één jaar zal duren. Het duurt dus inclusief voorbereiding 7 jaar tot dat alle gebouwen gerenoveerd zijn. Scenario 1 scoort op het aspect 'ontwikkeling' zeer laag (4,7). 4.2.5.
Investeringskosten
Bouwkosten De bouwkosten van scenario 1 zijn zeer hoog. Dat komt met name door de overmaat aan vierkante meters dat in de bestaande gebouwen zit. Dit betreft onder andere de inefficiënte indelingen (grote gangen) maar ook m2 die nu niet meer nodig zijn maar niet afgestoten kunnen worden als besloten wordt de huidige schoolgebouwen te handhaven. Daarnaast is het nodig om de gebouwen bijna volledig te strippen, de schil goed te isoleren en nieuwe installaties aan te brengen. Daarmee is de prijs per vierkante meter nauwelijks lager dan bij nieuwbouw. De constructie blijft weliswaar staan, maar de sloop moet voorzichtiger worden gedaan dan bij volledige sloop. Terrein Wij hebben geen kosten voor het terrein opgenomen. De huidige terreinen kunnen zonder aanpassingen in gebruik blijven. Tijdelijke huisvesting We hebben voor dit scenario wel zo min mogelijk vierkante meters aan tijdelijke huisvesting meegenomen, maar daardoor is de duur van de periode die de huisvesting nodig is extra lang. De kosten zijn daarom nog steeds hoog. De totale investeringskosten zijn hoog, daarmee scoort scenario 1 op dit aspect laag (3,7). 4.2.6.
Exploitatiekosten
De energie-en onderhoudskosten zijn in scenario 1 gemiddeld het hoogst. Algemeen liggen de exploitatiekosten bij een vernieuwbouw gemiddeld hoger dan bij nieuwbouw. Bij scenario 1 ligt dit op het gebied van de onderhoudskosten vooral aan de overmaat aan vierkante meters en de hoeveelheid gebouwen. Ook de energiekosten blijven ondanks de renovatie naar BENG hoger dan bij de nieuwbouw. Meerdere losstaande gebouwen zijn minder compact en hebben daardoor een slechtere gevel-vloer factor met groter energieverlies. Daarnaast blijven de bestaande gebouwen ook na een renovatie minder efficiënt op het gebied van installatiecomponenten. De 'exploitatiekosten' van Scenario 1 zijn zeer hoog, daarmee is de score zeer laag (5,0).
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 18 van 38
4.3.
Deelconclusie
Scenario 1 'Geen Campus' lijkt in eerste instantie dé oplossing voor het vermijden van de hoge investeringskosten voor scenario 3 'Ambitie Campus'. Echter blijkt na doorrekening dat de renovatie van de gebouwen per vierkant meter bijna even duur is als de nieuwbouw omdat er zware ingrepen nodig zijn om de gebouwen met name functioneel en energetisch weer te laten voldoen aan de wensen en eisen die het hedendaagse onderwijs stelt. Daarbij is het bij een renovatie lastig om een oplossing te bieden voor de reductie van de normatieve overmaat in het voortgezet onderwijs en door dit overmaat in vierkante meters lopen de investeringskosten nog extra op. Het duurt lang voordat alle gebouwen gerenoveerd zijn en het is bovendien nodig om tijdelijke huisvesting te organiseren. Er ontstaan zeker geen nieuwe ontwikkelkansen en ontwikkelingen die al gepland staan, zoals het Onderwijsexpertisecentrum, komen zelfs in problemen. De grote wens van de gemeente en de onderwijsinstellingen om Emmeloord een kwaliteitsimpuls te geven, op het gebied van voortgezet onderwijs, samenwerking met maatschappelijke instellingen en connectie met de omgeving, wordt niet waargemaakt. Daarmee is scenario 1 niet alleen financieel juist het minst aantrekkelijke scenario, maar zeker ook gezien vanuit maatschappelijke draagvlak.
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 19 van 38
5.
Scenario 2A 'Basis Campus Minimaal'
5.1.
Omschrijving
In scenario 2A verhuizen alleen het Emelwerda College en het Zuyderzee Lyceum Senior en Junior naar de VOCampus. De scholen krijgen daar een nieuwbouw en moeten ook een deel van hun vierkante meters in het bestaande Vakcollege onderbrengen. De vierkante meters in het Vakcollege krijgen een nieuw afbouwpakket (inbouwwanden, vloer- en plafondafwerking). De ontwerpende partij die via de aanbesteding is geselecteerd geeft aan bij een nieuwbouw een scherpere bruto/netto verhouding dan in het PvE opgenomen te kunnen realiseren. Dat betekent dat minder bruto vierkante meters (bvo) gebouwd moeten worden om dezelfde hoeveelheid nuttige vierkante meters (fno) te realiseren. Daarnaast denken wij dat het haalbaar moet zijn om door meer synergie, samenwerking, dubbelgebruik en slim roosteren 2% van de nuttige vierkante meters minder te maken. Deze optimalisatie levert een aanzienlijke financiële besparing op. De gebouwen de Wilg en de Peppel, zoals de gebouwen van het Zuyderzee Lyceum aan de Professor ter Veenstraat 5 en 6 komen daarmee vrij. De gebouwen de Wilg en de Peppel staan op het terrein van de nieuwe VO-Campus en worden gesloopt. De gebouwen van het Zuyderzee Lyceum kunnen herontwikkeld worden. Caleido ISK, X-tuur en de Bonifatius Mavo verhuizen niet naar de Campus, zij blijven in hun huidige gebouwen zitten.
Het gebouw van de Bonifatius Mavo voldoet aan de huidige eisen en hoeft voorlopig niet gerenoveerd te worden. Het gebouw aan de Nagelerweg waar Caleido ISK en X-tuur zitten moet wel, net als in scenario 1, grondig gerenoveerd worden. Daarom is voor deze leerlingen ook in dit scenario een tijdelijke huisvesting nodig. 5.2.
Beoordeling
5.2.1.
Kwaliteitsimpuls
Synergie tussen scholen Tussen de twee grote scholen, het Emelwerda College en het Zuyderzee Lyceum is synergie goed mogelijk. Er zijn vergaande kansen om met elkaar samen te werken, ruimten de delen en kennis te versterken. Echter mist de VariO Onderwijsgroep drie van haar scholen. Samenwerking met derden Ook de basis campus met alleen de twee grote scholen van Emmeloord bij elkaar met gedeelde algemene ruimten en clusters als kunst, techniek en gezondheid kan een aantrekkelijke plek zijn voor andere
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 20 van 38
maatschappelijke initiatieven op het gebied welzijn, jeugdzorg en cultuur om gebruik te maken van de aangeboden ruimten. Omgeving (buitenruimte) De wens van de gemeente en de scholen om een buitenruimte te realiseren die ook voor de buurt toegankelijk is en een toegevoegde waarde kan zijn, kan in dit scenario ten deel waar worden gemaakt. Vanwege de hoge kosten hebben we hier niet de totale kavel nieuw ingericht, maar alleen 1/3 van het totale terrein. Scenario 2A scoort op het aspect 'kwaliteitsimpuls' redelijk (3,0). 5.2.2.
Onderwijsvisie
Inpassing onderwijsvisie Voor het Emelwerda college biedt dit scenario de kans om hun onderwijsvisie 100% te verwezenlijken. Voor de VariO Onderwijsgroep geldt dit maar zeer beperkt. Caleido ISK, X-tuur en Bonifatius Mavo blijven op de huidige locaties zitten met alle nadelen en beperkingen van dislocaties zoals eerder omschreven. Ruimtelijke gebouwkwaliteit Ook voor dit onderdeel geldt dat een deel van het programma in hoogwaardige en passende ruimtelijke kwaliteit gehuisvest kan worden, maar voor een deel van de VariO scholen is dit niet van toepassing. Flexibiliteit In de basis campus zijn er al veel mogelijkheden tot flexibiliteit. Zeker in de vorm van het aanbod van verschillende lokalen en werkplekken, maar ook in de mogelijkheid om groei en krimp tussen de scholen op te kunnen vangen. Scenario 2A scoort op het aspect 'onderwijsvisie' redelijk (3,3). 5.2.3.
Duurzaamheid
Duurzame energie De nieuwbouw wordt volgens de wettelijke eisen een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG). Dit niveau houden we ook voor de te renoveren gebouwen aan. Daarmee ontstaat op het gebied van duurzame energie geen verschil tussen bestaand en nieuw. Circulariteit Renovatie scoort op het gebied van circulariteit en gebruik van grondstoffen over het algemeen beter dan nieuwbouw, omdat een deel van het gebouw blijft staan en er daardoor minder nieuwe grondstoffen toegevoegd moeten worden. Daarentegen is het meestal wel nodig om bij vernieuwbouw meer PV-panelen aan te brengen om de lagere isolatiewaarde van de schil te compenseren en PV-panelen hebben een negatieve impact op het grondstofgebruik. Voor beiden gevallen, renovatie en nieuwbouw, zijn er mogelijkheden om voor onderdelen die aangebracht moeten worden hergebruikte of herbruikbare materialen toe te passen.
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 21 van 38
Toekomstbestendig & uitbreidbaarheid Met de bouw van de basis campus op de kavel ontstaan er ook direct mogelijkheden voor een toekomstige uitbreidbaarheid op allerlei schalen, zowel voor de scholen intern als ook het totale programma. De realisatie van de basis campus is daarmee een eerste belangrijke stap richting een toekomstbestendig onderwijsaanbod in Emmeloord. Scenario 2A scoort op het aspect 'duurzaamheid' redelijk (3,3). 5.2.4.
Ontwikkeling
Ontwikkelkansen In scenario 2A komen beiden gebouwen van het Zuyderzee Lyceum vrij. Op deze locaties is het mogelijk om andere functies te ontwikkelen. Gevolgen & risico's Net als bij scenario 1 kan het Onderwijsexpertisecentrum voor het speciaal basisonderwijs niet gerealiseerd worden als de Bonifatius Mavo niet naar de VO-Campus verhuisd. Doorlooptijd We gaan ervan uit dat er ca. 2 jaar aan voorbereidingstijd nodig is om zowel de nieuwbouw als de renovatieplannen uit te werken. We schatten in dat de renovatie van het gebouw ca. één jaar zal duren en de nieuwbouw ca. 2 jaar. Deze twee trajecten kunnen gelijktijdig lopen. In totaal duurt het dus 4 jaar tot dat de VO-Campus en de renovatie gerealiseerd zijn. Scenario 2A scoort op het aspect 'ontwikkeling' gemiddeld (3,0). 5.2.5.
Investeringskosten
Bouwkosten De bouwkosten van scenario 2A zijn hoog. Dat komt met name door de overmaat aan vierkante meters dat in het bestaande gebouw aan de Nagelerweg zit. Dit gebouw moet bijna volledig gestript worden, de schil moet geïsoleerd worden en er moeten volledig nieuwe installaties worden aangebracht. Daarmee is de prijs per vierkante meter nauwelijks lager dan bij nieuwbouw. De constructie blijft weliswaar staan, maar de sloop moet voorzichtiger worden gedaan dan bij volledige sloop. Terrein Voor het terrein hebben we maar 1/3 van de totale kavel meegenomen dat voor een taakstellend bedrag ingericht moet worden. Het resterende terrein moet op een later moment passend bij het eerste deel ingericht worden.
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 22 van 38
Tijdelijke huisvesting Voor de leerlingen van het gebouw aan de Nagelerweg is een tijdelijke huisvesting meegenomen. We gaan ervan uit, dat dit maar voor de periode van 1 jaar nodig zal zijn. De kosten zijn daarom minder hoog dan bij scenario 1. De totale investeringskosten zijn gemiddeld, daarmee scoort scenario 2A op dit aspect gemiddeld (3,0). 5.2.6.
Exploitatiekosten
Omdat de exploitatiekosten bij een vernieuwbouw gemiddeld hoger liggen dan bij nieuwbouw, vallen de exploitatiekosten ook bij de basis campus hoger uit dan bij de ambitie campus met alleen een nieuw gebouw. Door het behoud van het gebouw aan de Nagelerweg en de Bonifatius Mavo zijn er in dit scenario in totaal meer vierkante meters die onderhouden moeten worden dan in scenario 3. Ook de energiekosten liggen ondanks de renovatie naar BENG hoger dan bij scenario 3 omdat nog meerdere losstaande gebouwen aangehouden worden. De 'exploitatiekosten' van Scenario 2A zijn hoog, daarmee is de score laag (4,0). 5.3.
Deelconclusie
Scenario 2A 'Basis Campus minimaal' maakt ten opzichte van scenario 1 al een eerste goede stap richting kwaliteitsimpuls voor de samenwerking met derden en ook de meerwaarde voor de omgeving. De kwaliteitsimpuls voor het onderwijs daarentegen is nog zeer beperkt, gezien het grote aantal scholen dat VariO Onderwijs nog moet missen. Daarmee is dit scenario ook op het gebied van toekomstbestendigheid en uitbreidbaarheid zeer veel minder aantrekkelijk. Op het gebied van investeringskosten scoort scenario 2A gunstiger dan scenario 1. De overmaat in vierkante meters wordt verminderd en de duur van de tijdelijke huisvesting is voor een kortere periode noodzakelijk. Ook ontstaan er op een aantal locaties al ontwikkelkansen. De gevolgen voor het Onderwijsexpertisecentrum voor speciaal onderwijs zijn echter net zo vervelend als bij scenario 1. Kostentechnisch en functioneel gezien is scenario 2A beter dan scenario 1, maar op het gebied van maatschappelijke draagvlak, samenwerking en integratie van visies maakt dit scenario nog veel wensen niet waar.
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 23 van 38
6.
Scenario 2B 'Basis Campus Maximaal'
6.1.
Omschrijving
In scenario 2B verhuizen alle scholen behalve het Bonifatius Mavo naar de nieuwe campus. Net als in scenario 2A wordt het grootste deel van de vierkante meters in een nieuwbouw gerealiseerd en wordt een deel van de vierkante meter in het Vakcollege ondergebracht. De optimalisatie in bruto-netto vierkante meters zetten we hier net zo door als in scenario 2A. Verder denken we dat in dit scenario, door het feit dat er veel meer verschillende scholen dan in scenario 2A bij elkaar komen, ook het synergie-effect groter kan zijn. We nemen hier niet alleen 20Zo maar 30Zo minder vierkante meters op t.o.v. het PvE. Waar deze besparingen concreet kunnen worden gevonden, gaan we in sessie met de gebruikers en architect samen bepalen. De gebouwen de Wilg en de Peppel worden gesloopt, de gebouwen van het Zuyderzee Lyceum en het gebouw aan de Nagelerweg kunnen afgestoten of herontwikkeld worden. In dit scenario is geen renovatie van een gebouw en ook geen tijdelijke huisvesting nodig. 6.2.
Beoordeling
6.2.1.
Kwaliteitsimpuls
Synergie tussen scholen In dit scenario verhuizen bijna alle scholen naar de nieuwe VO-Campus. Alleen de Bonifatius Mavo blijft op haar huidige locatie gehuisvest. Daarmee mist de VariO Onderwijsgroep een belangrijk onderdeel van haar aanbod. Desondanks zijn er grote kansen voor synergie en uitgebreide samenwerking tussen de scholen. Samenwerking met derden Met het grootste deel van alle scholen bij elkaar op de campus kan dit een zeer aantrekkelijke plek zijn voor maatschappelijke initiatieven op het gebied welzijn, jeugdzorg en cultuur om hierin te participeren. Omgeving (buitenruimte) De gewenste kwaliteitsimpuls voor de buurt door het inrichten van een hoogwaardig terrein wordt hier, net als bij scenario 2A, maar deels waar gemaakt. Scenario 2B scoort op het aspect 'kwaliteitsimpuls' goed (2,0).
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 24 van 38
6.2.2.
Onderwijsvisie
Inpassing onderwijsvisie Voor zowel het Emelwerda college als ook de VariO Onderwijsgroep biedt dit scenario de kans om hun onderwijsvisie voor het allergrootste deel te verwezenlijken. Alleen de Bonifatius Mavo blijft op haar huidige locatie zitten, maar deze voldoet wel aan de eisen en past bij de onderwijsvisie. Ruimtelijke gebouwkwaliteit Omdat niet alleen de nieuwbouw maar ook het gebouw van de huidige Mavo voldoende kwaliteit hebben, scoort dit scenario hier hoog. Flexibiliteit In dit scenario wordt de flexibiliteit alleen beperkt door het feit dat de Mavo geen onderdeel is van de Campus. Voor de rest zijn er volop mogelijkheden voor het realiseren van verschillende lokalen en werkplekken en voor het opvangen van groei en krimp bij de verschillende scholen. Scenario 2B scoort op het aspect 'onderwijsvisie' uitstekend (1,3). 6.2.3.
Duurzaamheid
Duurzame energie De nieuwbouw wordt volgens de wettelijke eisen een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG). Alleen het gebouw van de Mavo is nog niet Bijna Energie Neutraal (BENG), maar zou dat wellicht met beperkte ingrepen kunnen worden. Circulariteit Voor de nieuwbouw gaan we ervan uit dat een deel van de toegepaste materialen circulair is om zo bewust met grondstoffen om te gaan. Desondanks worden er veel grondstoffen gebruikt. Het gebouw van de Mavo blijft echter bestaan zonder aanpassingen. Toekomstbestendig & uitbreidbaarheid Met de bouw van de basis campus op de kavel ontstaan er ook direct mogelijkheden voor een toekomstige uitbreidbaarheid op allerlei schalen, zowel voor de scholen intern als ook het totale programma. De realisatie van de basis campus is daarmee een eerste belangrijke stap richting een toekomstbestendig onderwijsaanbod in Emmeloord. Scenario 2B scoort op het aspect 'duurzaamheid' redelijk (3,0). 6.2.4.
Ontwikkeling
Ontwikkelkansen In scenario 2B komen beiden gebouwen van het Zuyderzee Lyceum en het gebouw van Caleido ISK en Xtuur aan de Nagelerweg vrij. Op al deze locaties is het mogelijk om andere functies te ontwikkelen. Alleen het gebouw van de Bonifatius Mavo blijft in gebruik.
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 25 van 38
Gevolgen & risico's Net als bij scenario 1 en 2 A kan het Onderwijsexpertisecentrum voor het speciaal basisonderwijs niet gerealiseerd worden als de Bonifatius Mavo niet naar de VO-Campus verhuisd. De kosten om dit centrum elders te realiseren zijn dan even hoog als de extra vierkante meters voor de Bonifatius Mavo toe te voegen aan de VO-Campus. Doorlooptijd We gaan ervan uit dat er ca. 2 jaar aan voorbereidingstijd nodig is om de nieuwbouw uit te werken en nog eens 2 jaar om het gebouw te realiseren. Renovatie is in dit scenario niet aan de orde. In totaal duurt het dus 4 jaar tot dat de VO-Campus gereed is. Scenario 2B scoort op het aspect 'ontwikkeling' gemiddeld (2,7). 6.2.5.
Investeringskosten
Bouwkosten De bouwkosten van scenario 2B zijn het laagst van alle scenario's. Dat komt omdat er het minst vierkante meters nieuwbouw gerealiseerd worden doordat de Mavo niet meeverhuisd. Tegelijkertijd is het huidige gebouw van de Bonifatius Mavo nog zo goed, dat voor dit gebouw geen renovatie nodig is. Terrein Voor het terrein hebben we net als in scenario 2A maar 1/3 van de totale kavel meegenomen. Tijdelijke huisvesting In dit scenario is geen tijdelijke huisvesting nodig. De totale investeringskosten zijn laag, daarmee scoort scenario 2B op dit aspect hoog (1,7). 6.2.6.
Exploitatiekosten
Scenario 2B heeft lagere exploitatiekosten dan scenario 2A omdat het gebouw aan de Nagelerweg met veel overmaat en ongunstige vormfactoren verlaten wordt. Alleen het gebouw van de Bonifatius Mavo wordt naast de VO-Campus aangehouden. Het feit dat er nog twee gebouwen zijn met een kleine overmaat aan vierkante meters maakt dit scenario nog net iets ongunstiger dan scenario 3. Ook is het gebouw van de Mavo vanwege zijn leeftijd iets minder energiezuinig dan een nieuwbouw. De 'exploitatiekosten' van Scenario 2B zijn laag, daarmee is de score hoog (2,0). 6.3.
Deelconclusie
Scenario 2B versterkt alle positieve aspecten van scenario 2A: sterker kwaliteitsimpuls, betere inpassing van bijna alle onderwijsvisies, hogere score op duurzaamheid, meer kansen voor ontwikkelingen en lagere investerings- en exploitatiekosten. Het grootste nadeel van scenario 2B ligt in het feit dat de Bonifatius
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 26 van 38
Mavo geen onderdeel wordt van de VO-Campus. Daarmee wordt de ambitie van de gemeente en de schoolbesturen om het voortgezet onderwijs van alle niveaus bij elkaar te zetten niet gerealiseerd en blijft de Mavo een afzonderlijk 'eiland'. Iets wat maatschappelijk gezien zeer onwenselijk is.
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 27 van 38
7.
Scenario 3A 'Ambitie Campus Optimalisatie'
7.1.
Omschrijving
In scenario 3A optimaliseren we het ingediende plan van de ontwerpende partij, dat door de gunningcommissie als economisch meest voordelig ontwerp is gekozen, financieel zonder het ontwerp of de ambitie wezenlijk te wijzigen. De optimalisaties hebben we in een aantal stappen gezet. De eerste stap is het aanscherpen van de bruto/netto verhouding. Dat betekent dat hetzelfde aantal nuttige vierkante meters (fno) kan worden gerealiseerd met minder bruto vierkante meters (bvo). Als tweede stap verminderen wij de vierkante meters met 4%. Onze ervaring en die van de ontwerpende partij is dat door gezamenlijk met alle partijen nog eens kritisch naar het PvE te kijken een optimalisatie van het ruimteprogramma mogelijk is. Waar en hoe deze verminderingen daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden gaan we net als bij scenario 2A en B samen met de gebruikers en architect in een aantal sessies bepalen. Deze beiden stappen samen verkleinen de bruto vierkante meter behoorlijk en leveren zo financieel een grote optimalisatie op. Als verdere optimalisatie zal de ontwerpende partij het gebouw aan de linkerzijde opdikken gelijk aan de rechter kant. Daarmee wordt een betere gevel-vloer-factor gerealiseerd. Aangezien de gevel een duur element is, levert ook deze aanpassing geld op.
Als laatste optimalisatie hebben we in dit scenario meegenomen dat maar 30% van het totale terrein hoogwaardig ingericht zal worden zoals het PvE dat aangeeft. De overige 70% blijven in eerste instantie zoals ze zijn. Op een later moment als de financiële mogelijkheden er zijn, kan de rest van het terrein worden aangepast. Bij dit scenario is geen tijdelijke huisvesting en geen renovatie nodig. De vrijkomende gebouwen de Wilg en de Peppel zullen zoals bij scenario 2A en B gesloopt worden. De overige locaties kunnen afgestoten en/of herontwikkeld worden. 7.2.
Beoordeling
7.2.1.
Kwaliteitsimpuls
Synergie tussen scholen In dit scenario verhuizen alle scholen naar de nieuwe VO-Campus. Hiermee wordt de wens om het onderwijs een sterke kwaliteitsimpuls te geven volledig waar gemaakt. Samenwerking met derden Door alle scholen op één plek bij elkaar te huisvesten wordt de campus tot een bruisende plek, die zeer aantrekkelijke is voor andere maatschappelijke initiatieven op het gebied welzijn, jeugdzorg en cultuur.
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 28 van 38
Omgeving (buitenruimte) De wens van de gemeente en de scholen om een buitenruimte te realiseren die ook voor de buurt toegankelijk is en een toegevoegde waarde kan zijn, kan in dit scenario ten deel waar worden gemaakt. Vanwege de hoge kosten hebben we hier niet de totale kavel nieuw ingericht, maar alleen ca.10.000m2. Scenario 3A scoort op het aspect 'kwaliteitsimpuls' uitstekend (1,3). 7.2.2.
Onderwijsvisie
Inpassing onderwijsvisie In een nieuwbouw waar alle deelscholen van zowel Emelwerda als de VariO Onderwijsgroep een plek krijgen is de inpassing van alle onderwijsvisies optimaal mogelijk. Ruimtelijke gebouwkwaliteit Ondanks het feit dat de nieuwbouw vanwege de kosten een redelijke maat van soberheid en doelmatigheid moet hebben, zal er meer dan voldoende ruimtelijke gebouwkwaliteit gerealiseerd worden. Flexibiliteit De flexibiliteit op alle vlakken is in het scenario het allerhoogst. Opvang van krimp en groei, delen van ruimten en veranderen van concepten en invullingen. Scenario 3A scoort op het aspect 'onderwijsvisie' uitstekend (1,0). 7.2.3.
Duurzaamheid
Duurzame energie De nieuwbouw wordt volgens de wettelijke eisen een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG). Wellicht ontstaan tijdens het ontwerpproces ook nog kansen om zelfs ENG te kunnen realiseren. Circulariteit Voor de nieuwbouw gaan we ervan uit dat een deel van de toegepaste materialen circulair is om zo bewust met grondstoffen om te gaan. Desondanks worden er veel grondstoffen gebruikt. Toekomstbestendig & uitbreidbaarheid Met de bouw van de ambitie campus op de kavel wordt de mogelijkheid tot toekomstige uitbreidbaarheid gemaximaliseerd, zowel voor de scholen intern als ook het totale programma. De realisatie van dit scenario maakt de ambitie van gemeente en besturen van een toekomstbestendig onderwijsaanbod in Emmeloord waar. Scenario 3A scoort op het aspect 'duurzaamheid' redelijk (3,0). 7.2.4.
Ontwikkeling
Ontwikkelkansen
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 29 van 38
In scenario 3A komen alle huidige onderwijsgebouwen vrij, inclusief de Bonifatius Mavo. Op alle locaties ontstaan kansen om nieuwe functies te ontwikkelen. Gevolgen & risico's Door de realisatie van de ambitievariant met alle genoemde scholen op de VO-Campus bij elkaar is ook de realisatie van het Onderwijsexpertisecentrum voor speciaal onderwijs op de locatie van de Bonifatius Mavo mogelijk. Deze langgekoesterde kwaliteitsimpuls is door het onderwijs zeer gewenst. Er zijn geen gevolgen of risico's voor andere projecten. Doorlooptijd We gaan ervan uit dat er ca. 2 jaar aan voorbereidingstijd nodig is om de nieuwbouw uit te werken en nog eens 2 jaar om het gebouw te realiseren. Renovatie is in dit scenario niet aan de orde. In totaal duurt het dus 4 jaar tot dat de VO-Campus gereed is. Scenario 3A scoort op het aspect 'ontwikkeling' zeer hoog (1,0). 7.2.5.
Investeringskosten
Bouwkosten De bouwkosten van scenario 3A zijn hoger dan van scenario 2B, omdat er meer vierkante meters nieuwbouw gerealiseerd worden. Er is geen renovatie van gebouwen nodig. Terrein Voor het terrein hebben we net als in scenario 2A en B maar 1/3 van de totale kavel meegenomen. Tijdelijke huisvesting In dit scenario is geen tijdelijke huisvesting nodig. De totale investeringskosten zijn laag, daarmee scoort scenario 3A op dit aspect hoog (2,0). 7.2.6.
Exploitatiekosten
Omdat een efficiënte en energiezuinige nieuwbouw wordt gerealiseerd zijn de exploitatiekosten voor zowel onderhoud als energie het meest voordelig. De 'exploitatiekosten' van Scenario 3A zijn zeer laag, daarmee is de score zeer hoog (1,0). 7.3.
Deelconclusie
Scenario 3A 'Ambitie Campus Optimalisatie' scoort natuurlijk op alle maatschappelijke aspecten als kwaliteitsimpuls, onderwijsvisie, duurzaamheid en ontwikkeling het hoogst. Alle uitgesproken wensen en ambities kunnen in dit scenario waar worden gemaakt en er zijn volop kansen voor andere ontwikkelingen. Qua investeringskosten en exploitatiekosten scoort dit scenario bijna evengoed als scenario 2B en hoger dan scenario 1.
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01
Pagina 30 van 38
2101202 - VO-Campus Emmeloord Scenario-onderzoek Definitief 01