5.1 Procesvoorstel Programma Leefbaarheid en Wonen.pdf
Tekst van het document
Programma Leefbaarheid en Wonen
Procesvoorstel Portefeuillehouder: T. van Steen Contactpersoon: M. Hazebroek 14 februari 2023
1
Inhoud 1.
AANLEIDING EN DOEL.............................................................................................................................. 3 1.1 Inleiding.........................................................................................................................................................3 1.2 Doel............................................................................................................................................................... 4 1.3 Strategische raadsagenda........................................................................................................................ 4
2.
PROGRAMMA ALGEMEEN....................................................................................................................... 5 2.1 Programmasturing......................................................................................................................................5 2.2 Omgevingswet zet gehele leefomgeving centraal.................................................................................5 2.3 Samenhang andere projectenen activiteiten..........................................................................................6
3.
VERTREKPUNT: BOUWEN AAN EEN SAMENLEVING...................................................................... 7 3.1 Inleiding.........................................................................................................................................................7 3.2 Toekomstdenken........................................................................................................................................ 7 3.3 Concreet handvat: de Barcode.................................................................................................................7
4. PLANNING EN RESULTATEN................................................................................................................... 9 5. ORGANISATIE, FINANCIËN EN RISICO'S..............................................................................................10 5.1 Organisatie,................................................................................................................................................10 5.2 Financiën.................................................................................................................................................... 13 5.3 Risico's........................................................................................................................................................13
2
1. AANLEIDING EN DOEL 1.1 Inleiding Het begrip ‘Leefbaarheid’ geeft aan hoe goed onze omgeving aansluit bij onze wensen en eisen. Die zijn voor iedereen verschillend. Sommige mensen houden van stilte, terwijl anderen juist genieten van de bruisende stad. De een wil graag een park of bos dichtbij, anderen hebben liever een supermarkt op een steenworp afstand. Voor de leefbaarheid in een buurt spelen verschillende onderdelen een rol. De fysieke omgeving, dat is de omgeving die je voelt, ziet en ruikt. Hoe schoon is jouw buurt? Zijn passende voorzieningen beschikbaar? Is er genoeg groen? Ook is de sociale omgeving belangrijk. In een gezonde sociale omgeving wonen mensen veilig, is de samenhang in de buurt groot en krijgen mensen steun. Kun je bijvoorbeeld een praatje maken met iemand als je daar behoefte aan hebt?
Koploper in toekomstgerichte landbouw.
Trotse toekomstbestendige samenleving met herkenbare identiteit
Sociale krachtige dorpen en wijken met een gezonde aantrekkelijke leef omgeving, Jİ
Wonen is dus meer dan een huis. En daarmee is het Figuur 1: Strategische Koers Omgevingsvisie, januari 2022 bouwen aan een leefomgeving die steden en dorpen maken tot prettige plekken om te leven, minstens zo belangrijk als bijdragen aan de actuele nationale woningbouwopgave1.
Toekomstbestendige samenleving In de Woonvisie Noordoostpolder ‘Kansen Grijpen’ (2020) is de basis gelegd om antwoord te geven op een deel van deze uitdagingen. We willen daarbij niet alleen woningen bouwen, maar bouwen aan een ‘Trotse toekomstbestendige samenleving met een herkenbare identiteit’. Zo luidt de overkoepelende ambitie die in onze Strategische Koers van de Omgevingsvisie (2022) is vastgelegd2 en in 5 ambities is uitgewerkt. Dit programma levert een bijdrage aan de realisatie van 4 ambities uit de Strategische Koers: Een inclusieve en hechte samenleving met ruimte voor iedereen Sociaal krachtige dorpen en wijken met een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Noordoostpolder is optimaal verbonden met haar omgeving Noordoostpolder biedt ruimte voor vindingrijkheid
Woningbouwopgave als middel De woningbouwopgave gebruiken wij mede als middel om deze ambities te realiseren. Het gaat daarbij dus om méér dan alleen woningen bouwen. Het gaat om het bouwen aan een hechte en inclusieve samenleving waar het fijn wonen, leven en werken is. Onderwerpen die daarbij horen zijn een gezonde, klimaatbestendige en leefbare omgeving. Maar ook versterking van de economie, bereikbaarheid, voorzieningen onder andere gericht op zorg en welzijn, onderwijs, water- en bodemkwaliteit en aantrekkelijkheid van het landschap. De komst van de Lelylijn kan daarbij als accelerator fungeren. En een hoogwaardige OV-verbinding zoals de Lelylijn is naast, een betere bereikbaarheid en een bij forse groei passend voorzieningenniveau, nodig om onze extra woningbouwambitie (minimaal 5.000 woningen) te kunnen realiseren. We sluiten aan bij de uitgangspunten van de Woonvisie en de ambities uit Strategische Koers, aangevuld met nieuwe
1 De woningbouwopgave in Nederland is enorm. Het voornemen van het Rijk om een groot deel hiervan in Flevoland te realiseren (motie Koerhuis), heeft geleid tot het programma Flevoland bouwt voor Nederland. Daarin onderzoekt de provincie samen met de zes Flevolandse gemeenten de mogelijkheden om tot 2050 in Flevoland 100.000 woningen extra te bouwen. 2 Strategische Koers Omgevingsvisie, januari 2022. Doelstelling voor 2050. 3
accenten als de trends en ontwikkelingen daarom vragen. Hierbij zijn, in lijn met het overheidsbeleid, bodem en water leidend.
Programmatische aanpak Door een programmatische aanpak kunnen we op het gebied van Leefbaarheid en Wonen (een deel van) het strategische beleid (van de omgevingsvisie) in samenhang uitwerken. Dit programma Leefbaarheid en Wonen gaat verder op dit strategische niveau en geeft ook op tactisch niveau invulling aan de ambities. In lijn met de integrale omgevingsvisie, passen we ook in dit programma een verdergaande versmelting tussen het fysieke en sociale domein toe. Voor de inwoner komen deze domeinen immers ook samen.
1.2 Doel Het doel van het programma Leefbaarheid en Wonen is het bouwen aan een toekomstbestendige samenleving. We laten het bouwen van woningen hand in hand gaan met het investeren in de leefbaarheid. Dit betekent het verbeteren van de kwaliteit in zowel het ruimtelijk, fysieke als sociale domein. We doen dit niet alleen in de nieuwe woonomgeving, maar ook in de bestaande.
1.3 Strategische raadsagenda Wonen staat op de strategische raadsagenda 2022-2026. De gemeenteraad heeft daardoor een evidente rol in het programma. Zie ook hoofdstuk 5.
4
2. PROGRAMMA ALGEMEEN 2.1 Programmasturing Programmasturing is een werkwijze die zorgt voor overzicht en maakt het doelgericht kiezen van de meest effectieve en efficiënte inspanningen mogelijk. Het levert samenhang, organiseert de samenwerking en geeft de mogelijkheid om te sturen op het geheel. Deze werkwijze onderscheidt zich doordat het is gebaseerd op visie, (verander)strategie, doelgerichtheid, verbinding, commitment en vertrouwen, met één programmamanager als aanspreekpunt. Programmasturing is een werkwijze die in een tijdelijke programmaorganisatie kan worden toegepast. De tijdelijkheid zit met name in de doelstellingen die in een bepaalde tijdseenheid bereikt moeten zijn en die al dan niet om borging vragen. Niet het resultaat is bekend, maar wel de doelen. Bij programmasturing gaat het om ambities te verwezenlijken en doelen te bereiken. Kenmerkend is dat het uiteindelijke doel in elk geval nooit afdwingbaar is (bijvoorbeeld een veiligere staid). Het is een werkwijze voor situaties waarin veel projecten, lijnwerkzaamheden en andere activiteiten doelgericht op elkaar afgestemd worden. Waar effect, samenhang en prioritering de trefwoorden zijn. Programma’s zij n wendbaar en kunnen worden bijgesteld als de situatie daar om vraagt.
2.2 Omgevingswet zet gehele leefomgeving cerntraad Naar verwachting treedt op 1 ja nuari 2024 de Omgevingswet in werking. In deze wet staat niet alleen de ruimtelijke ordening, maar ee gehele leefomgeving centraal. Dus ook sociale aspecten moeten geïntegreerd worden.
Omgevingsplan
Bij deze wet hoort een nieuw instrumentarium. De structuurvisie wordt vervangen door één integrale omgevingsvisie, de bestemmingsplannen worden vervangen door één omgevingsplan en de procedures voor een omgevingsvergunning, toezicht en handhaving evaluatie en monitoring gaan op de schop. Daarnaast is er een nieuw instrument bijgekomen: het omgevingsprogramma. De Omgevingswet legt veel nadruk op de onderlinge samenhang van de kerninstrumenten. Zowel inhoudelijk, als instrumenteel (wanneer welk instrument inzetten). Zodra de
Programma's
instrumenten gereed zijn, moeten wij ze actueel houden.
Omgevidgdverguggidg
Omgevidgdvidie Omgevidgdeet Figuur 3: Omgevingshuis met de kerninstrumenten
De Omgevingswet is één van de drijfveren om met programmasturing te gaan werken. Zie bijlage 1 voor een overzicht van de samenhang tussen Omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s.
5
2.3 Samenhang andere projecten en activiteiten Vanuit het Rijk, de provincie, maar ook intern liggen er diverse bestuurlijke afspraken met opgaven en doelen, kaders en randvoorwaarden. Vanuit het Rijk bijvoorbeeld de NOVI, de op te stellen Nieuwe Nota Ruimte 2024 en het nationaal programma woningbouw. Meer regionaal liggen er bijvoorbeeld de Strategische Agenda Flevoland en de Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle. Ook intern zijn er kaders en randvoorwaarden en andere lopende processen die van invloed zijn op het programma Leefbaarheid en Wonen. In figuur 4 en 5 is dit (niet uitputtend) weergegeven. Om het overzichtelijk te houden is er onderscheid gemaakt tussen intern en extern. De programmaorganisatie is zodanig ingericht dat deze onderwerpen een borging in het programma hebben (zie hoofdstuk 5). In bijlage 2 is per onderwerp een korte toelichting gegeven.
6
3. VERTREKPUNT: BOUWEN AAN EEN SAMENLEVING 3.1 Inleiding De opgaven zijn groot, maar de ruimte is schaars. We moeten daarom keuzes maken en daarbij zoeken naar de maatschappelijke balans tussen welzijn en welvaart. Met als context de natuurlijke draagkracht van de wereld om ons heen. We stellen onszelf, als goed voorouderschap, telkens de vraag of de keuzes van vandaag ook goed zijn voor het dagelijks bestaan van latere generaties. Dit betekent een nieuwe, andere manier van denken en van werken.
3.2 Toekomstdenken Het donut-model van de auteur Kate Raworth biedt houvast om anders te denken, anders te werken. Het model wordt gebruikt om aan te geven wat er minimaal nodig is voor een gezonde, sociale en gelijkwaardige leefomgeving voor iedereen, binnen de grenzen van wat de aarde kan leveren voor toekomstige generaties. Ook voormalig Rijksbouwmeester Floris Alkemade staat stil bij de woningbouwopgave. Hij geeft aan dat ‘het aanpakken van de
wooncrisis begint met het verschuiven van de focus van nieuwe woningen naar de bestaande stad. De woonopgave gaat niet over aantallen en snelheden, gaat niet over het dienen van belangen van gevestigde partijen, gaat niet over het blind vasthouden aan vastlopende systemen maar gaat over het vernuft om dit moment aan te grijpen om een totaal andere bouwcultuur op gang te brengen. Die kans is even uniek als urgent.’
Figuur 6: Uit The Doughnut Economy, Kate Raworth (april 2017)
3.3 Concreet handvat: de Barcode De gemeente Utrecht geeft inmiddels concreet vorm aan een vorm van toekomstdenken en heeft met de ‘Utrechtse Barcode’ een nieuwe maatstaaf voor de ruimtelijke ontwikkeling vastgesteld. Stel, je ontwikkelt een nieuwe woonwijk, dan komen daar mensen te wonen die hun dagelijkse voorzieningen nodig hebben. De Barcode maakt inzichtelijk hoeveel ruimte je nodig hebt voor die dagelijkse voorzieningen, zoals winkels, scholen, sportvoorzieningen, groen, gezondheidscentra. Groeit de buurt, dan verandert de barcode mee. Een Barcode in balans zorgt voor een betere leefbaarheid.
Figuur 7: De Utrechtse Barcode
7
Ook de gemeente Lelystad werkt inmiddels met een dergelijke barcode. Noordoostpolder kent een andere opzet maar het gedachtegoed en de noodzaak tot het in samenhang oppakken van de vraagstukken is hetzelfde én in lijn met de ambities uit de Omgevingsvisie. Eén van de opgave van het programma Leefbaarheid en Wonen is dan ook de verkenning naar een NOP-eigen barcode (zie hoofdstuk 4, planning en resultaten) waarin we het nieuwe toekomstdenken een plek geven.
8
4. PLANNING EN RESULTATEN De urgentie voor dit programma is tweeledig. Enerzijds omdat we voor het bouwen aan een toekomstbestendige samenleving een verdere omslag in ons denken en handelen nodig is. Anderzijds vanwege het tekort aan passende woningen voor iedereen. Deze opgave splitst zich uit in 3 fasen: Fase 1: Grip krijgen op de inhoudelijke integrale context - nu tot eind 2023/begin 2024 We krijgen concreet grip op het integraal fundament uit de omgevingsvisie en laten dit gemeengoed zijn. We maken een paradigma-shift en maken onze plannen nog meer integraal, toekomstbestendig met respect voor de planeet en de mens. Onderwerpen en middelen die daarbij aan de orde komen zijn: - Verkennen van het inbedden van de Donut-economie als gedachtengoed (zie hoofdstuk 2). - Verkennen of en hoe we de ‘Utrechtse barcode’ Noordoostpolder-eigen kunnen maken (zie hoofdstuk 2).
Daarnaast onder andere grip krijgen op de volgende onderwerpen: - Doelgroepen (marketing), bijzondere woonvormen (inclusieve samenleving) - Hoe de sociale cohesie vasthouden en uitbouwen? - Robuust afsprakenpakket met verbonden partijen - Ontwikkelstrategie woningbouw - Gezonde, klimaatbestendige en leefbare omgeving (link programma Klimaat en Energie) - Voorzieningen, sport&spelen, cultuur&recreatie en onderwijs - Infrastructuur en bereikbaarheid (link Lelylijn) - Monitorings- en planning instrumenten door ontwikkelen (lange termijn, adaptief en flexibel in relatie tot mogelijke komst Lelylijn) De volgende punten zijn hierbij van belang: - Een aantal werkgroepen gaat met deze onderwerpen aan de slag (zie hoofdstuk 5 organisatie) - Het opstellen van een routekaart waarin de op te leveren producten en lopende processen komen te staan, valt direct in het begin van deze fase. - We brengen de stakeholders over de breedte inzichtelijk en bijeen - Deze fase loopt parallel aan het laatste deel van de Omgevingsvisie, de eerste fase van het Omgevingsplan en de eerste fase van het onderzoek naar de Lelylijn. Zie overzicht in bijlage 3. Onderlinge structurele afstemming zorgt voor de inhoudelijke borging. - ‘Zorg’ op zich zit niet in het programma Leefbaarheid en Wonen en behoeft gezien de veelomvattendheid een eigen programma. We houden de link wel scherp.
Fase 2: Bouwen aan onze toekomstbestendige samenleving - doorlopend Door de programmatische aanpak sturen we in een wereld waarin de complexiteit toeneemt, doelgericht en in samenhang op de maatschappelijke opgaven. Om de ontwikkelingen bij te blijven, zorgen we voor een actieve samenwerking met partners en burgers, gebaseerd op visie, verbinding, commitment en vertrouwen. Vanuit deze aanpak bouwen we aan onze samenleving door bij de realisatie van nieuwe wijken of de revitalisering van bestaande wijken onze eigen barcode toepassen. Dit als een blijvende lerende ontwikkeling om anders te denken en anders te werken.
Fase 3: Monitoren, evaluatie en bijstelling, in lijn met beleidscyclus - vanaf medio 2024 De samenleving is continue in beweging, wij bewegen mee. Programma’s zijn daarom wendbaar, we stellen bij als de situatie daarom vraagt. Vragen die daarbij onder andere aan de orde komen, zijn: Voldoen we aan de vraag naar woningen? Is er passende huisvesting voor iedereen? Hoe is de mix in de wijk? Is er voldoende draagkracht en draaglast? Sluit het aanbod van voorzieningen, sport&spelen, cultuurë recreatie en onderwijs aan op de vraag? Geldt dit ook als we in de toekomst kijken? Moeten we nu extra inzet plegen om tijdig aan de toekomstige behoefte te voorzien? Hoe kunnen we hier slim mee omgaan?
9
5. ORGANISATIE, FINANCIËN EN RISICO’S 5.1 Organisatie, De programmaorganisatie splitst zich uit over 3 onderdelen: opstellen, participatie en besluitvorming. Zie figuur 8. Daaronder is aangegeven wat de rollen en taken zijn, aan welke opgave wordt gewerkt en wie zijn betrokken. In bijlage 4 is meer visueel aangegeven hoe de interne organisatie vanuit de ambities uit de Strategische Koers in samenhang toewerkt naar resultaten. Zoals eerder aangegeven is een programma wendbaar, als blijkt dat bijvoorbeeld de ‘span of control’ te groot is, dan passen we de opzet aan. Bijvoorbeeld door voor onderdelen een apart programma in te richten.
Figuur 8: Programmaorganisatie
Besluitvorming Gemeenteraad: De gemeenteraad heeft gedurende het traject een kaderstellende en procesbewakende rol. De raad stelt met het vaststellen van het procesvoorstel het budget beschikbaar. College van B&W: het college is binnen de kaders van het procesvoorstel bevoegd gezag en bereidt de stukken voor die aan de raad worden voorgelegd. Stuurgroep: De stuurgroep stuurt op kwaliteit, resultaten, voldoende inzet van middelen (waaronder capaciteit) en samenhang met andere trajecten. De groep vormt het voorportaal tot (tussen)resultaten en die vervolgens worden aangeboden aan college en raad. Samenstelling: verantwoordelijke bestuurders, ambtelijk opdrachtgever, clustermanager(s) en programmamanager
Participatie Een programma opstellen doe je samen. Niet alleen omdat allerlei belanghebbenden (inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, andere overheden, ketenpartners et cetera) hun eigen ideeën hebben en veel kennis kunnen inbrengen, maar ook omdat de gemeente niet de partij is die alles realiseert. In de meeste gevallen zijn dit professionele partijen zoals beleggers, corporaties en ontwikkelaars, maatschappelijke partijen en inwoners. Daarom is goede externe participatie van belang. Specifieke aandacht gaat ook uit naar de behoeften van toekomstige doelgroepen. Binnen de gemeente Noordoostpolder gebruiken we voor participatie de systematiek van het relevant gesprek (Visie op Participatie en handboek voor Participatie). Deze methodiek zal ook worden toegepast bij de uitvoering van dit programma leefbaarheid en wonen.
10
Samenleving breed Mogelijk de Denktank Omgevingsvisie 10-dorpen overleg Bredere samenleving Voorbeelden overlegpartners: Mercatus ZONL Marktpartijen Provincie Gemeenten Regio Zwolle
Opstellen Als startopstelling gaan er 4 werkgroepen aan de slag (zie ook bijlage 4 voor het organogram). Dit om opgavegericht, slagvaardig en efficiënt aan samenhangende onderwerpen te kunnen werken: 1) Een inclusieve samenleving & Toekomstbestendige woningvoorraad 2) Gezonde, klimaatbestendige en leefbare omgeving 3) Versterking economie en bereikbaarheid 4) Voorzieningen, cultuur en recreatie Om de integraliteit tussen de werkgroepen te garanderen hebben de trekkers van de werkgroepen zitting in het kernteam. Mocht blijken dat een verschuiving tussen de werkgroepen tot een efficiëntere manier van werken leiden, dan passen we dat toe. Kernteam: Het kernteam heeft de volgende hoofdtaken: Sturen op resultaten: aan de hand van de routekaart wordt op voortgang gestuurd, Vanuit de werkgroepen: opbrengsten delen waarbij het kernteam als een satéprikker fungeert waardoor we verbinding tussen de verschillende onderwerpen houden en wat bijdraagt aan de integrale samenhang, Het verder ontwikkelen van het integraal Noordoostpolder-fundament, een handvat om in samenhang de opgetelde ambities op het gebied van klimaat, energie en verstedelijking te kunnen realiseren. We houden daarbij scherp oog voor de ecologische grenzen en het sociale fundament waarbinnen we die toekomst gezamenlijk vorm kunnen geven. We geven dus organisatie breed gezamenlijk het karakter aan de opgave.
Het proces is daarmee net zo belangrijk als de uitkomst, Het opstellen van de ontwikkelstrategie voor 3.300 + 5.000+ woningen (uitwerking landt in projecten, de 3.300 woningen zijn nagenoeg gedekt in de ontwikkelperspectieven), Het opstellen van een stakeholderanalyse (relaties in beeld brengen + afspraken maken over onderhouden contacten etc.). Samenstelling: Trekker: Programmamanager. Leden: trekkers werkgroepen, communicatieadviseur, beleidsadviseur wonen, ondersteuning. Programmateam: Het programmateam heeft de volgende hoofdtaken: Met werksessies specifieke vraagstukken ‘beetpakken’, Belangrijkste opbrengsten delen waarbij het programmateam als een satéprikker fungeert waardoor we verbinding tussen de verschillende onderwerpen houden en wat bijdraagt aan de integrale samenhang, Integraal Noordoostpolder-fundament uitbouwen. Trekker: Programmamanager Leden: kernteamleden aangevuld met Wijkbeheer, projectleider, programmamanager klimaat en energie, Beleid (wonen), VTH, IB, IGW, MO, communicatie, werk, planoloog. Werkgroep Inclusieve samenleving & Toekomstbestendige woningvoorraad: Doel: deze werkgroep heeft tot doel om in het gewenste en noodzakelijke tempo voldoende woningen te laten bouwen, hierbij een gevarieerd aanbod te bieden, passend bij de behoefte van nu en in de
11
toekomst voor alle doelgroepen. De focus ligt op vitale wijken met een goede mix aan woningtypen en doelgroepen. Wonen en zorg maakt hier onderdeel van uit. Deze werkgroep gaat daarvoor aan de slag met onder andere de volgende onderwerpen: Doelgroepen (leefstijlen): waaronder en nu actueel huisvesting aandachtsgroepen (woningzoekenden) en arbeidsmigranten. De lessen die uit de nu lopende trajecten komen, borgen wij in deze werkgroep. Monitoring en planning: Onderzoeken, ontwikkelen en gebruiken (relatie met werk en voorzieningen) Wonen en zorg Bijzondere woonvormen (komen voort uit het onderzoek doelgroepen) Woningmarktinstrumenten (bv: Huisvestingswet) (Empathische) Woonomgeving Samenstelling: Trekker: projectleider. Leden: beleid (wonen), MO (wonen en zorg), planontwikkeling, IGW, statistiek, Geo (agendalid) Werkgroep Gezonde, klimaatbestendige en leefbare omgeving Doel: deze werkgroep heeft tot doel om de omgeving leefbaar en gezond te krijgen en te houden. Concreet gaat het om de ruimtelijke inrichting aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering.
Meer groen en mogelijkheid tot bewegen in te passen, en de omgeving duurzaam te maken en te zorgen voor een schone, veilige en gezonde woon- en werkomgeving Deze werkgroep gaat daarvoor aan de slag met onder andere de volgende onderwerpen: Groen en water in de woon- en werkomgeving Inrichting openbare ruimte Verbinding met landelijk gebied Klimaatadaptatie Samenstelling: Trekker: projectleider. Leden: IB, beleid (klimaatadaptatie, stedenbouw), beleid (landelijk gebied), MO Deze werkgroep heeft een belangrijke link met het programma Klimaat en Energie. In de opstartfase van het programma Klimaat en Energie zal nog een keer zorgvuldig naar de afbakening van beide programma’s worden gekeken om te zorgen dat er geen overlap ontstaat maar ook geen onderwerpen onderbelicht blijven. Werkgroep Versterking Economie en Bereikbaarheid Doel: deze werkgroep heeft tot doel om Noordoostpolder mee te laten bewegen met de veranderende economie. We zorgen voor de juiste eisen aan de plekken voor werken en ondernemen en zoeken naar mogelijkheden om met de overheid, het onderwijs, bewoners en ondernemers de economie te versterken. Bereikbaarheid en mobiliteit spelen daarin een belangrijke rol. Multimodale en duurzame bereikbaarheid zorgen er mede voor dat onze economie goed functioneert.
Deze werkgroep gaat daarvoor aan de slag met onder andere de volgende onderwerpen: Detailhandel, centrumontwikkeling Ontwikkelperspectieven werken, faciliteren van bedrijven Aantrekkelijke en snelle verbindingen binnen NOP (wandelen, fietsen, wegen, OV) Bovengemeentelijke verbinding (Lelylijn, N50 en A6) (voor Lelylijn zal een aparte organisatiestructuur ontstaan) Samenstelling: trekker: projectleider Leden: IB, beleid (klimaatadaptatie, stedenbouw), beleid (landelijk gebied), MO (agendalid: wonen) Werkgroep Voorzieningen, Cultuur en Recreatie Doel: deze werkgroep heeft tot doel om thema’s voorzieningen, sport, cultuur en recreatie volwaardig mee te laten wegen in het realiseren van onze brede maatschappelijke doelen. Meedoen, multifunctionaliteit en eigen kracht. Het zorgen voor verbinding, samenwerken en ontmoeten zijn daarbij belangrijk. Deze werkgroep gaat daarvoor aan de slag met onder andere de volgende onderwerpen: -
Ruimte bieden voor huisartsen, dokters etc. Ruimte bieden voor ontmoeting
12
Ruimte bieden om te kunnen sporten en spelen Onderwijs, cultuur- en recreatieaanbod behouden en bij de (potentiële) vraag laten aansluiten Samenstelling: trekker: projectleider. Leden: MO, IB, beleid, Werk, projecten Daarnaast is er ook bijzondere aandacht voor het verkrijgen van subsidies. Dit onderwerp krijgt aandacht in het kernteam en waar nodig wordt apart overleg ingepland. Uit dit programma vloeien diverse projecten voort, bijvoorbeeld de uitvoering van projecten in de bestaande omgeving zoals het centrum. Maar ook de herontwikkeling van het Dokter Jansenpark, de Lelylijn en de projecten die vallen binnen Voorzien in Vastgoed.
5.2 Financiën In de Programmabegroting 2023 is voor het Programma Leefbaarheid en Wonen voor de jaren 2023 2026 incidenteel C 300.000 per jaar beschikbaar gesteld. Met het instemmen van de raad met dit procesvoorstel kunnen deze middelen ingezet worden. Deze middelen worden gebruikt om: - Ambtelijke capaciteit vrij te maken, dan wel additionele inhuur. - (Ondersteunende) onderzoeken te doen naar (al dan niet extern): o Verankering van het integraal fundament uit omgevingsvisie en dit gemeengoed laten zijn: " Donut-economie inbedden als gedachtengoed " Utrechtse barcode Noordoostpolder-eigen maken. o Doelgroepen, bijzondere woonvormen o Instrumenten o Robuust afsprakenpakket met verbonden partijen o Ontwikkelstrategieen, waaronder woningbouw o Werklocaties en voorzieningen o Monitorings- en planning instrumenten door ontwikkelen (lange termijn, adaptief en flexibel in relatie tot mogelijke komst Lelylijn)
5.3 Risico’s Binnen het programma zien we een aantal noemenswaardige risico’s. -
Span of control te groot: veel onderwerpen zijn onder dit programma te scharen. Het risico is daarmee dat het programma te groot en te breed wordt en daardoor het overzicht te beperkt is en mede daardoor lastig te sturen en niet meer wendbaar. o Maatregel: kritisch kijken naar de benodigde samenhang en of de omvang aansluit bij de beoogde doelen. Indien wenselijk of noodzakelijk voor bepaalde opgave een apart programma opzetten.
-
Krapte op de arbeidsmarkt: het kan moeilijk zijn geschikte invulling voor de opdrachten vanuit dit proces te vinden. o Maatregel: kritisch kijken welke werkzaamheden we intern kunnen oppakken en welke werkzaamheden we vroegtijdig moeten wegzetten in de markt als aparte opdracht.
-
Uitvoerbaarheid ambities: het bouwen aan en samenleving vraagt een andere manier van denken, een andere manier van werken. Meer integraal met meer respect voor het ecologisch plafond en sociaal fundament. Dit vraagt ook concrete uitspraken over de verhouding tussen bijvoorbeeld de hoeveelheid toe te voegen openbare ruimte of voorzieningen versus een sluitende grondexploitatie. Ook de uitvoerbaarheid in relatie tot het nationaal programma landelijk gebied is actueel. o Maatregel: Middelen om te zorgen voor de juiste ambtelijke capaciteit om de keuzes goed voor te bereiden en de raad mee te nemen in de te maken keuzes.
13
-
Opstellen sectoraal beleid: bouwen aan een samenleving betekent de vraagstukken integraal en in samenhang oppakken. Het opstellen van puur sectoraal beleid is daarom - in principeniet meer aan de orde. Het draagt immers niet bij aan het integraal werken. o Maatregel: communiceren waarom het opstellen van puur sectoraal beleid niet bijdraagt aan onze ambities.
De overige risico’s die bij het Programma Leefbaarheid en Wonen horen, worden inzichtelijk gemaakt met beheersmaatregelen. Omdat risicomanagement een continu proces is, wordt dit overzicht regelmatig geactualiseerd.
14
Bijlage 1: Samenhang omgevingsvisie en programma’s Parameter
Omgevingsvisie
Programma
Karakter
Strategisch, integraal, politiek-bestuurlijk
Uitvoeringsgericht, (multi) sectoraal, strategische elementen mogelijk
ínhoud
Ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming, en behoud van de fysieke leefomgeving als geheel
Uitwerking beleid voor bepaalde sector of bepaald gebied
Samenhang tussen domeinen
Eén integraal ontwikkelingsbeleid voor de fysieke leefomgeving
(Multi-)sectoraal, inzetten op afstemming, coördinatie verschillende domeinen
Horizon
Lange termijn
Kortere termijn
Werking
Basis voor het handelen van het visievaststellend bestuursorgaan en voor programma’s
Basis voor inzet maatregelen over het betreffende onderwerp
Juridische status
Bindt enkel het visievaststellend orgaan (zelfbindend)
Bindt enkel het programmavaststellend orgaan (zelfbindend)
Vaststelling
Gemeenteraad, Provinciale Staten, minister BZK
College van B en W, algemeen bestuur waterschap, Gedeputeerde Staten, minister die het aangaat
15
Bijlage 2: Samenhang andere projecten en processen Externe Samenhang
NOVEX Nieuwe Nota
Mat: onaal programma
Ruimte 2024
woningbouw
NOVI
Leefbaar hei d en wonen
Progra mma gezonde en
Verstedelijkings-
groene
strategie Zwolle
leefomgeving
Samen maken we Flevoland
PÜVI Flevoland
Product Z traject
Doel Zopgave
Landelijk, regionaal, lokaal Landelijk
NOVI (2020)
De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten we stellen bij de inrichting van Nederland en hoe we keuzes maken in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven.
Nieuwe Nota Ruimte 2024
Het Rijk en de provincies gaan eind 2023 bestuurlijke afspraken maken over de ruimtelijke inpassing van opgaven op het gebied van wonen, bereikbaarheid, energie, economie, landbouw en natuur. De afspraken vormen de basis voor een nieuwe nota ruimte in 2024.
Landelijk (met regionale en lokale uitwerken)
NOVEX (Lelylijn en regio Zwolle, zie onder)
Het doel van de NOVEX (“Nationale Omgevingsvisie Extra”) is om samen met het programma Mooi Nederland te komen tot uitvoering en zo nodig aanscherping van de nationale omgevingsvisie. Een specifiek onderdeel van de NOVEX is de aanwijzing van zogenaamde 'NOVEX-gebieden'. Dit zijn gebieden die als gevolg van de nationale opgaven worden herbestemd en/of ingrijpend worden heringericht.
Landelijk (met regionale en lokale uitwerken)
Nationaal programma woningbouw
Versneld voldoende betaalbare en passende woningen realiseren. Voor de realisatie liggen er keuzes over afweging van nieuwe woningbouwlocaties (versterking regie op de woningbouw via bestuurlijke afspraken) en keuzes over integraliteit van de gebiedsontwikkeling.
Landelijk (met regionale en lokale uitwerken)
16
Nationaal programma landelijk gebied
De overheid wil vóór 2030 de natuur ruimte bieden voor herstel en versterking, de kwaliteit van water en bodem verbeteren en meer doen tegen klimaatverandering. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) gaat samen met provincies, waterschappen, gemeenten en maatschappelijke partners, (agrarisch) ondernemers, grondeigenaren en grondgebruikers op zoek naar oplossingen per gebied.
Landelijk
Programma Gezonde en groene leefomgeving POVI Flevoland
Gezondheidsafwegingen meenemen bij ontwerp en besluitvorming over de inrichting van de leefomgeving.
Landelijk
Geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van het gebied.
Provinciaal
Samen maken we Flevoland
De provincie Flevoland, het Rijk, de zes Flevolandse gemeenten en het Waterschap Zuiderzeeland hebben de handen ineengeslagen om langjarig samen te werken aan de ruimtelijke ontwikkeling Flevoland. De Strategische Agenda Flevoland (deel 1) en de bijbehorende uitvoeringsagenda (deel 2) zijn daar de eerste bouwstenen voor.
Provinciaal Z Regionaal
Verstedelijkingsstrategie Zwolle
Sinds het voorjaar van 2020 wordt door de regiogemeenten, provincies, waterschappen, maatschappelijke organisaties en de ministeries BZK, IenW en EZK gewerkt aan de Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle in combinatie met een gebiedsgericht MIRT-Onderzoek Zwolle e.o.
Provinciaal Z Regionaal
Interne samenhang
Woon visie
Omgevingsvisie
Verkenning groeiambitie
Programma NOP de Ruimte
Leefbaarheid en wonen
Krachtig NOP
Voorzien in Vastgoed
Programma Klimaat en Energie
17
Product 1 traject
Doel 1 opgave
Programma NOP de Ruimte
Implementatie van de Omgevingswet binnen NOP. Betreft de instrumenten, het anders werken waaronder participatie en de digitalisering.
Omgevingsvisie
Onze integrale visie voor de fysieke leefomgeving met daarin strategisch beleid voor de lange termijn (2050). Gereed eind 2023 Z begin 2024. Juridische vertaling van het beleid naar regels. In de opstartfase.
Lokaal
Woonvisie
Geeft het actueel woonbeleid weer. De woonvisie kent op hoofdlijnen twee doelstellingen; een antwoord bieden op de opgaven voor de korte, middellange en lange termijn én het grijpen van de kansen die zich voordoen om de ambities te realiseren.
Lokaal
Verkenning groeiambitie
Met dit onderzoek heeft Noordoostpolder bepaald hoe groot de bijdrage aan de Flevolandse woningopgave tot 2050 kan zijn. Onder voorwaarde van een goede OV-bereikbaarheid zoals de Lelylijn liggen er mogelijkheden minimaal 5.000 extra woningen te bouwen. Een betere bereikbaarheid en een bij forse groei passend voorzieningenniveau zijn ook essentieel. Deze woningen zijn boven op de autonome groei van ± 3.300 woningen.
Lokaal
Lelylijn
Naar aanleiding van de motie Amhaouch (7 december 2020) hebben provincies Groningen, Fryslân, Drenthe en Flevoland, gemeenten Assen, Emmen, Groningen en Leeuwarden in 2021 het Deltaplan voor Noordelijk Nederland opgesteld en onderzoek laten doen naar de haalbaarheid van gewenste ontwikkelingen rondom bereikbaarheid en woningbouw. In het coalitieakkoord van 2021 zijn middelen opgenomen om de Lelylijn aan te kunnen leggen in het kader van het Deltaplan voor het Noorden. In mei 2022 is de Lelylijn aangewezen als NOVEX gebied en op 16 juni 2022 hebben het Rijk (IenW, BZK en EZK) en de regio Noordelijk Nederland op het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving afgesproken te starten met het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport)-onderzoek Lelylijn.
Lokaal Z Regionaal
Programma Klimaat en Energie
Uitwerking van het beleid uit de Omgevingsvisie op het gebied van Klimaat en Energie. Het programma geeft concreet aan hoe de beleidsdoelen behaald worden. Dit programma moet nog worden opgestart. Lopend programma met daarin het maatschappelijk vastgoed (scholen, brandweerkazernes, zwembaden, cultuur).
Lokaal
Omgevingsplan
Programma Voorzien in Vastgoed Ontwikkelperspectieven woningbouw
Ontwikkelperspectieven bedrijventerreinen Krachtig Noordoostpolder
Landelijk, regionaal, lokaal Lokaal
Lokaal
Lokaal
Als uitvoering van de woonvisie zijn in januari 2022 ontwikkelperspectieven vastgesteld voor de dorpen en voor Emmeloord. Daarin staan de (potentiële) ontwikkellocaties voor woningbouw in Emmeloord en de dorpen voor de komende vijf jaar.
Lokaal
Hierin staan de (potentiële) ontwikkellocaties voor bedrijventerreinen in Noordoostpolder. Vraagt om een update.
Lokaal
Dit betreft het beleid rondom het gehele sociale domein (nu programma 2 en 6).
Lokaal
18
Bijlage 3: Planning op hoofdlijnen en relatie met Omgevingsvisie, Lelylijn en Omgevingsplan
19
Bijlage 4: samenhang programmaorganisatie
20