CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

5.1 Bijlage 1 Samenvatting gebiedsvisie Waterloopbos eo 10-01-23.pdf

Commissie Woonomgeving 13 februari 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 5: Gebiedsvisie Waterloopbos en omgeving3.967 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ļárìrå

colofon 10 januari 2023

Opdrachtgever

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

Gemeente Noordoostpolder Contactpersoon

Jos Dijcker (projectleider)

Opdrachtnemer

yp Vista Landschapsarchitecten BV Nieuwendammerkade 28C-10 1022 AB Amsterdam Bij het proces betrokken partijen

Provincie Flevoland Waterschap Zuiderzeeland Natuurmonumenten Zweefvliegclub Noordoostpolder Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) Agrico Recreatiepark Netl Recreatiepark De Voorst Particuliere grondeigenaren Omwonenden

Index SAMENVATTING

5

Waarom, een, , gębiedsvisję?, ........................................ 5 Waterloopbos en omgeving Oogst gebiedsproces

7 ......................................9

Ordeningsprincipes

.......................................9

Zonering op hoofdlijnen

.......................................1.1

Netwerken

......................................13

Inrichtingsopgaven

19

Waterloopbos

19

Doorkijk in boskamer

Samenvatting Er spelen private initiatieven en voornemens in het gebied 'Waterloopbos en omgeving', uiteenlopend van grote ingrijpende ontwik­ kelingsplannen, als kleinere uitbreidingen en herbestemmingen. Tegelijkertijd zijn er ver­ schillende beleidsvoornemens bij provincie en gemeente die mede betrekking hebben op dit plangebied. Al de verschillende plannen, ambities en kansen en bedreigingen moeten in samenhang worden bekeken en tegen elkaar worden afgewogen om uiteindelijk beslissingen te kunnen nemen. Voorkomen moet worden dat de diverse ruimtelijke ontwikkelingen onderling of met andere belangen in het gebied conflic­ teren. Tegelijkertijd moeten zo veel mogelijk kansen die alle beweging in het gebied met zich meebrengt, worden benut. Een gebiedsvisie is een duidelijke ontwikkelingsrichting voor een langere periode (5-10 jaar). Door die visie op te stellen met alle belanghebben­ den wordt de mogelijkheid van draagvlak, samenhang en samenwerking zo groot moge­ lijk. De gebiedsvisie Waterloopbos (en in een later stadium onderdeel van de gemeentebrede Omgevingsvisie) is een belangrijk instru­ ment om nieuwe initiatieven in het gebied af te kunnen wegen. De visie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen door de kwali­ teit en identiteit van het gebied vast te leggen. Ook geeft de visie een beeld van inrichtings­ maatregelen om recreatiemogelijkheden,

verkeer, landschap, natuur en economie te versterken. De gebiedsvisie krijgt pas een juri­ dische status als deze wordt overgenomen in een vergunning, een bestemmingsplan of een structuurvisie. De volgende ontwikkelingen zijn belangrijk: ^ De (landschappelijke) versterking van het Waterloopbos als Rijksmonument. Zo komt er een nieuw bezoekerscentrum met horeca, een OERRR-speelplaats, er wor­ den modelplaatsen gerestaureerd. Men verwacht een toename van het aantal bezoekers. ^ De ontwikkeling van het Multimodaal Infrastructuur Testcentrum (MITC). Dit is een samenwerking en bundeling van krachten tussen overheid, het bedrijfsleven en onderwijs- en kennisinstellingen. Het geheel zal bestaan uit een campus en test­ banen ingebed in het groen. Doel is de ontwikkeling van een innovatief cluster dat de volledige keten van testen, certificeren, beproeven en valideren aanbiedt op het gebied van mobiliteit en infrastructuur. • Verder zijn er plannen voor de ontwikke­ ling van een zonneweide, het Dyntes Tech Park (voormalig kantoor Waterloopkundig Laboratorium) krijgt een functie als hotel. ^ Het versterken van het recreatief netwerk van wandel- en fietspaden en met name de verbindingen over en langs het water.

5

SAMENVATTING

WAAROM EEN GEBIEDSVISIE?

1850 - kaap de Voorst en de Zuiderzee

1944 - eerste inrichting van de polder

SAMENVATTING

6

4

2020 - het projectgebied

1951 - bebossing van Kaap de Voorst

Om deze ontwikkelingen in goede banen te leiden heeft de gemeente Noordoostpolder een integrale gebiedsvisie opgsteld. Dit is een overkoepelend beeld dat samenhang creeert in de verschillende ontwikkelingen. De gebiedsvisie is een kader is voor huidige en toekomstige ontwikkelingen. WATERLOOPBOS EN OMGEVING

1. Open ruimte in het bos met rechts DNW

2. Landbouwgebied

Het projectgebied ligt tussen de kernen Marknesse, Vollenhove en Kraggenburg. Het is grotendeels gelegen op een uitloper van de stuwwal, waarop Vollenhove en 'Kaap De Voorst' gelegen zijn.. De bodem bestaat uit zand en keileem en werd destijds minder geschikt geacht voor landbouw. Om die reden werd dit gebied na het gereedkomen van de polder met bomen beplant. De volledig op de tekentafel ontworpen Noordoostpolder is uniek in de wereld. In het agrarische landschap vor­ men de polderbossen een bijzonder accent.

3. Recreatievaart op de Zwolse Vaart

4. Modellen in het Waterloopbos

In het projectgebied liggen meerdere bos­ sen (Wendelbos, Voorsterbos, Waterloopbos, Kadoelerbos). Het Waterloopbos is een Rijksmonument. Karakteristiek voor het Waterloopbos is de stevige bosstructuur die zorgt voor samenhang in het gebied, met hoge natuur- en recreatieve waarden. In het bos lig­ gen boskamers (open ruimten omsloten door 5. Dyntes Tech Park

6. Kantoor NLR

SAMENVATTING

7 Deze omgeving bleek een grote aantrek­ kingskracht te hebben als vestigingsplaats voor onderzoek en innovatie. In 1951 werd hier het laboratorium "De Voorst' opgericht als nevenvestiging van het Waterloopkundig Laboratorium te Delft. Het is nu bekend onder de naam Waterloopbos. Het Waterloopbos is sinds 2016 een Rijksmonument. In 1957, kwam daar ook een vestiging van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) en in 1976 de DNW (Duits Nederlandse Windtunnel). Met de beoogde komst van de RDW, de politie en de plannen voor het MITC wordt de techfunctie uitgebreid.

SAMENVATTING

8

Stromend water door hoogteverschil vaarten

Restanten van het havenmodel Libië in het Waterloopbos

Onderzoek in het pas aangelegde Voorsterbos

Kunstwerk de Deltagoot

Uitlaat water in de Zwolse Vaart

OOGST GEBIEDSPROCES

In 2020 en 2021 zijn verschillende ronden bij­ eenkomsten georganiseerd waarin afwisselend met omwonenden en overheden/bedrijven is gesproken over het gebied. Als methode zijn hiervoor SWOT-analyses gebruikt. Dit bete­ kent zoveel als het benoemen van zwakke en sterke punten van het gebied in de huidige situatie, alsmede het benoemen van kansen en bedreigingen van ruimtelijke ontwikkelin­ gen in de toekomst. Ook zijn er, waar nodig, bilaterale gesprekken gevoerd over specifieke onderwerpen. De uitkomsten van dit proces heb­ ben in belangrijke mate bijgedragen aan de Gebiedsvisie. Deze uitkomsten vormen de ruim­ telijke bouwstenen voor de visie. In het rapport Gebiedsvisie Waterloopbos Fase 1 zijn deze vastgelegd. Dit rapport is gedeeld en vastge­ steld door de gemeenteraad. De belangrijkste punten die het gebiedsproces naar voren zijn gekomen zijn: ^ Eenieder is zich bewust van de bijzondere historie (Rijksmonument Waterloopbos) en groene kwaliteiten van het gebied. Daarom geven we in de Gebiedsvisie duidelijk aan wat deze kwaliteiten zijn en welke ontwik­ kelingen wel en niet gewenst zijn. Nieuwe ontwikkelingen dienen het karakter en het profiel van het gebied verder te versterken. ^ De ontwikkeling van het MITC wordt gezien als een versterking en verbreding van de economie en werkgelegenheid in de Noordoostpolder.

Een robuuste landschap­ pelijke inpassing wordt wel als noodzakelijk gezien. De voorgenomen verplaatsing van de hoofdentree naar de Repelweg ontlast de Voorsterweg. ^ De omwonenden maken zich zorgen over

het toenemend aantal bezoekers van het Waterloopbos. Dit betekent dat de toe­ stroom van verkeer (en mogelijk parkeren) in goede banen moet worden geleid (via Repelweg) en dat de verkeerssituatie op de Voorsterweg wat betreft drukte en ver­ keersveiligheid moet worden verbeterd. Het merendeel van de betrokken partijen wenst een betere spreiding van recrean­ ten over het gebied. Er ligt een prach­ tig netwerk voor wandelaars en fietsers, maar de Zwolse Vaart en Leemvaart vor­ men nu niet over te steken barrières. Er ligt een nieuwe trekpont iets ten noordwes­ ten van de t-splitsing van Zwolse Vaart en Leemvaart. Deze zorgt al voor een betere verknoping van het netwerk. Gasten van Camping De Voorst en NETL kunnen dan ook het Waterloopbos en omgeving berei­ ken. Meer trekpontjes zouden het netwerk nog sterker kunnen maken. De oevers van het Vollenhoverkanaal wor­ den als zeer aantrekkelijk gezien. Ze bie­ den een panoramisch zicht op het 'oude land' en het weidse water. Hier liggen ook het inlaatpunt van het Waterloopbos, het Rijksmonument Gemaal de Smeenge en de Voorstersluis. De omwonenden zou­ den graag dat deze kwaliteiten beter benut kunnen worden. Het gebied is slecht toegankelijk. De plannen voor een hotel in het voor­ malige kantoor van het Waterloopkundig Laboratorium, thans Dyntes Tech Park, worden als een positieve ontwikkeling gezien.

Het hotel kan zowel een plek bie­ den aan toeristen als zakelijke bezoekers van het MITC. Hoewel passend in het huidige beleid van de gemeente, is in de SWOT-analyses naar voren gekomen dat de plannen voor een grote zonneweide op het voormalige terrein van de Oosterscheldehal voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied, door het merendeel van de betrokkenen

^

als niet passend worden gezien. Marknesse zou op korte termijn beter recreatief verbonden kunnen worden met het bosgebied.

ORDENINGSPRINCIPES

De Gebiedsvisie is erop gericht de kwaliteiten van het gebied te duiden en optimaal door te ontwikkelen. Daarvoor zijn volgende orde­ ningsprincipes opgesteld: ^ Het bosrijke karakter, met z'n verschillen­ de boskamers, willen we zoveel mogelijk handhaven en verder versterken. ^ Het bijzondere watersysteem, met stro­ mend water, is een 'unique selling point'. Dit willen we maar mogelijk op een duur­ zame manier inzetten. ^ Het onderliggende polderlandschap is uniek in de wereld. Dit willen we zo goed mogelijk zichtbaar houden en gebruiken. • Functioneel zijn er twee dominante ruimte­ lijke functies: dit zijn enerzijds bos, natuur en recreatie en anderzijds hoogwaardi­ ge onderzoeks- en ontwikkeldoeleinden. Deze functies willen we in onderlinge samenhang en qua zonering versterken. Nieuwe functies en ontwikkelingsmoge­ lijkheden in het huidige bestemmingsplan, die dit profiel niet verder versterken, zijn niet gewenst. Een belangrijke uitkomst van de visie is dat de Voorsterweg de schei­ ding wordt tussen "techbedrijven" in het bosgebied aan de noordzijde en natuur en recreatie als dominante functies in het bosgebied aan de zuidzijde. ^ De kwaliteiten van het gebied kunnen nog beter herkenbaar en vindbaar worden gemaakt. Duidelijke en fraai vormgegeven entrees aan de Repelweg voor zowel het Waterloopbos als het MITC spelen daarin een belangrijke rol.

Dit is ook de basis voor goede en herkenbare verbindingen voor auto's (parkeerplaatsen), maar ook wandelaars en fietsers.

9

SAMENVATTING

bos) die ruimte bieden aan diverse hoogwaar­ dige functies. Het bos zorgt voor contrast met het omringende agrarische landschap. Op basis van deze gebiedskwaliteiten schetsen we opga­ ven en denkrichtingen voor de Gebiedsvisie.

QV

;

1

Verspreid in het Waterloopbos liggen relicten van modellen van waterwerken

i ĴK)ļfT-^ -* áteŕr'^;-^íîr' í*»

"yi

Jâ *

w

^

Veranderingen in het gebruik van het gebied kan mogelijk consequenties heb­ ben voor de bedrijfsvoering van NLR. Het is dus van belang dat NLR bekend is met en wordt betrokken bij plannen voor wij­ zigingen in het gebruik van het gebied. Tijdige herkenning en erkenning van deze randvoorwaarden voorkomt het ontwikke­ len van conflicterende belangen en bevor­ dert tegelijkertijd het benutten van kansen.

De gebiedsvisie is verder uitgewerkt op drie niveaus:

2.

3.

De zonering geeft aan wat een passende invulling is van deze zone op basis van de ordeningsprincipes in deze Gebiedsvisie. Netwerken geeft aan welke verbindingen voor auto, fiets- en wandelaars belangrijk zijn in het gebied en laat zien welke ver­ beteringen en aanvullingen gewenst zijn. Inrichtingsopgaven geven voor een bepaald aantal zones verdere uitwer­ king aan de visie, met concrete maar vanzelfsprekend nu nog indicatieve ontwerpvoorstellen.

11

SAMENVATTING

1.

ZONERING OP HOOFDLIJNEN

Het Waterloopbos en Omgeving bestaat uit verschillende deelgebieden met elk een eigen karakter. Meer dan 1000 ha bos vormt de rug­ gengraat van het gebied. ^ Het Rijksmonument Waterloopbos heeft daarin een bijzondere positie met het stromende water en de waterloop­ kundige modellen. De bijzondere cul­ tuurhistorie trekt in toenemende mate bezoekers naar het gebied. Een nieuw bezoekerscentrum en een natuurspeelplaats OERRR spelen daarop in. Sturend in dit gebied is de Ontwikkelagenda Waardevol Waterloopbos 2016-2026 van Natuurmonumenten. ^ De locatie van de voormalige Oosterscheldehal is historisch verbonden met de geschiedenis van de Nederlandse

Zonering Waterloopbos en omgeving

^

^

waterbouw. Het terrein is in private han­ den. In principe is op deze locatie een zonneweide tijdelijk mogelijk (Zon in de Polder, Gemeente Noorsoostpolder, 2019). Wenselijk is een meer natuurlijke en recreatieve invulling van deze locatie. Dyntus Techpark/LAB 32. Deze loca­ tie krijgt een horeca bestemming. Het Dyntes gebouw wordt verbouwd tot hotel. Hiermee kan de bestemming hoogwaar­ dige onderzoeks- en ontwikkeldoeleinden' komen te vervallen. Dit geldt ook voor de kavel aan de westzijde van dit gebied. Landbouwproefvelden. Dit terrein is in gebruik door en in eigendom van Agrico.

1. Waterloopbos 2. Locatie voormalige Oosterscheldehal 3. Dyntes Tech Park / LAB32 4. Landbouw proefvelden 5. MITC/NLR 6. Oever Vollenhoverkanaal 7 Bos- en natuurgebied 8. Bos- en recreatiegebied 9. Zone tussen Marknesse - bosgebied 10. Zweefvliegveld

Voor dit terrein is het voortzetten van een natuurlijke invulling en/of agrarisch gebruik (ook) passend. Het gebied dat ligt ten noordoosten van het bosgebied is het ontwikkelingsge­ bied voor het MITC. Het Multimodaal Infrastructuur Testcentrum heeft een dui­ delijk functieprofiel. De toekomstige uitbreiding van het gebied wordt land­ schappelijk robuust begrensd en inge­ past. Ten behoeve van haar activiteiten heeft NLR een eigen luchthaven en wordt gebruik gemaakt van een gesloten luchtruimgebied (EHR66 in luchtvaarttermen), dat gedurende werkdagen beschikbaar is

^

en dagelijks wordt gebruikt. De verwach­ ting is dat dit gebruik de komende jaren alleen maar zal toenemen. En wellicht moet het gebied verder worden uitgebreid (naast de voor de NLR al beschikbare aansluitende gebieden EHTSA67 en TGB High). Oever Vollenhoverkanaal. Dit deel van het Waterloopbos is afgesneden van de rest van het Waterloopbos door de Repelweg en mede daardoor slecht toegankelijk. In deze Gebiedsvisie stellen we voor om dit gebied beter in te richten als recrea­ tie- en natuurzone. Het inlaatpunt van het Waterloopbos maken we op deze manier

SAMENVATTING

12

Sfeerbeeld entree van het Waterloopbos aan de Repelweg.

^

^

toegankelijk en beleefbaar. Ook is het gewenst de oevers van het kanaal recrea­ tief beter in te richten en te benutten. Het grootste deel van het totale bosge­ bied heeft een natuurlijk en rustig karakter en kent een extensief recreatief gebruik, door met name wandelaars. Ten noorden van de Zwolse Vaart heeft dit gebied, net als het Waterloopbos, stromend water. Dit geeft het gebied extra ecologische beteke­ nis en belevingswaarde. Ten noorden van Kraggenburg liggen tus­ sen de Leemringweg en de Zwolse Vaart recreatiegebied NETL en het Vakantiepark De Voorst. Hier ligt het accent op recreatie

^

^

en is het gebruik intensiever. Nieuwe recre­ atieve functies zijn in deze zone in principe mogelijk. Het gebied tussen Marknesse en het Wendelbos zien we als een zone waar­ in de recreatieve samenhang kan wor­ den versterkt. Hierbij sluiten we aan bij de Structuurvisie Noordoostpolder 2025 die het gebied heeft aangeduid als recreatief ontwikkelingsgebied. Landbouw blijft in dit deel de hoofdfunctie. Zweefvliegveld. Deze functie blijft in de Gebiedsvisie ongewijzigd. De Het NLR werkt nauw samen met Zweefvliegclub Noordoostpolder (ZCNOP) . Deze samen­ werking betreft zowel het coördineren van de vluchten die plaatsvinden (gescheiden in tijd of locatie) als het gebruik van ZCNOP vliegveld "De Voorst" voor het uitvoeren van NLR testvluchten. Hiermee wordt opti­ maal gebruikt gemaakt van de infrastruc­ tuur die in dit gebied aanwezig is.

Belangrijke wegverbindingen Erfgoedroute Downgraden Voorsterweg

‘

Wegennetwerk

\ ■Vi- Versterken entree Waterloopbos I 2.

Beoodde entree MITC

13

De N352 is de zuidelijke rondweg van de Noordoostpolder en belangrijkste ontsluitingsweg voor het Waterloopbos en Omgeving. Aan het deel van de N352 dat bekend staat als de Repelweg liggen het Waterloopbos en het MITC. Beide belangrijke functies die nu onzicht­ baar zijn. Het is gewenst hier duidelijke entrees te creëren, die zowel verkeersveilig zijn, als bij­ dragen aan de herkenbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Ook de bushaltes verdienen een bete­ re situering en bereikbaarheid. Vanuit een breder perspectief is het belangrijk om deze weg niet alleen vanuit een verkeers­ technisch oogpunt te bekijken, maar ook vanuit de beleving van de bijzondere cultuurhistori­ sche (zoals het Rijksmonument Waterloopbos en kenmerkende polderdorpen als het moderne Nagele en het traditionele Ens en Kraggenburg) en aardkundige attracties (voormalige eilan­ den Urk en Schokland en de Kaap De Voorst/ Vollenhove).

Op de Voorsterweg is de maximum snelheid inmiddels teruggebracht naar 60km per uur. De Voorsterweg vormt met zijn aanliggende erven en complexen de ritssluiting in het gebied tus­ sen de techbedrijven en natuur en recreatie. De inrichting van de weg en directe omgeving moet ervoor zorgen dat alle zones in goede samen­ hang met elkaar functioneren. Voorwaarde is dat de weg niet langer als (kortste) doorgaan­ de route vanuit Marknesse wordt gebruikt. Wel voor fietsverkeer uiteraard. Er ligt een mogelijkheid om de dorpen Marknesse, Kraggenburg en Vollenhove beter met het bos en recreatief met elkaar te verbin­ den. We zien het toevoegen/complementeren van een drietal fiets- en wandelverbindingen als noodzakelijk:

1. 2.

3.

Langs de Zwolse Vaart tussen Marknesse en het bosgebied; Langs de Leemvaart tussen Kraggenburg en bezoekerscentrum Natuurmonumenten en Voorsterweg via het trekpontje; Langs de dijk van het Vollenhoverkanaal. Door het recreatief ontsluiten van de Vollenhoverkanaaldijk benadruk je deze belangrijke plek, als overgang tussen het 'Oude' en het Nieuwe Land.

De Zwolse Vaart en de Leemvaart vormen een belangrijke structuren in het Waterloopbos.. Tegelijkertijd zijn de vaarten ook barrières. Voor het recreatief gebruik van de bossen zijn verbindingen over het water van groot belang. Bij het Waterloopbos is de eerste trekpont gerealiseerd. Maar meer verbindingen zijn gewenst.

SAMENVATTING

NETWERKEN

------- ; -P3!

I J—3» nį. ĆÌSEZSJXi

SAMENVATTING

14

.V

Fiets- en wandelnetwerk

i

\y

Marknesse - Waterloopbos Kraggenburg - Waterloopbos Vollenhove - Waterloopbos Fietsknooppuntennetwerk Lange afstand wandelroute ------- Wandelnetwerk ^---- ^ Verbinden wandelpaden Nieuwe verbindingen

r'trh*' -

‘f,# \P*~

\

:

SAMENVATTING

15

Waterverbindingen Vaarten of tochten Verbindingen over het water Recreatieve oevers Voorstersluis Fietsen Wandelen Rusten Zwemmen

SAMENVATTING

16

Recreatieve verbinding naar Vollenhove over de dijk van het Vollenhoverkanaal

Recreatieve verbinding van de Voorstersluis naar Vollenhove

SAMENVATTING

17

Impressie van de Voorsterweg.

SAMENVATTING

18

We zien een kans voor een nieuwe entree met parkeerplaats en veilige oversteek bij het inlaatwerk van het Waterloopbos

Een recreatieve inrichting verbijzonderd de dijk en benadrukt de overgang van het 'Oude' naar het Nieuwe land

INRICHTINGSOPGAVEN Waterloopbos

Oeverzone Vollenhoverkanaal

Het inlaatpunt van het Waterloopbos sluit aan bij de dijk langs het Vollenhoverkanaal. Dit is een zone waar de omwonenden graag meer van zouden willen genieten. Deze overgang

NAAK KRAGGřNBUBG

4

NAAR VOUfNHOVf

Waterloopbos Parkeerplaats '“l Bezoekerscentrum Natuurmonumenten ____ Deltagoot Bos Terrein voormalig Oosterscheldehal

van de nieuwe polder naar het oude land is landschappelijke fraai. Het idee is om hier een recreatieve zone van te maken. Dit betekent ook dat verdere uitbreiding van de huisvesting van arbeidsmigranten aan de Repelweg onge­ wenst is. We stellen voor om te verkennen of het mogelijk is een fietspad op de dijk aan te leggen. Er ontstaat op die wijze een prachti­ ge fietsroute tussen het Gemaal De Smeenge en de brug over het kanaal bij Vollenhove. Het talud van de dijk kan dienen als ligweide. De aanleg van een vlonder in het water zou het mogelijk maken om hier te zwemmen, een boot aan te leggen of te vissen. Recreanten

19

O Waterinlaat Waterloopbos © Stroomgoot © Deltagoot met bezoekerscentrum © Voormalig kantoor Waterloopkundig Laboratorium Trekpontje over Zwolse Vaart

zouden gebruik kunnen maken van de par­ keerplaats aan de andere zijde van de dijk, die daardoor een dubbelfunctie krijgt. Behalve het benutten van bestaande landschappelijke kwaliteiten, draagt deze ontwikkeling bij aan de uitbreiding van het recreatieve netwerk en spreiding van bezoekers, waardoor de druk op het Waterloopbos niet verder toeneemt.

SAMENVATTING

Het voormalig Waterloopkundig Laboratorium in het bos, met het bijzondere watersysteem en deels nog herkenbare schaalmodellen van waterwerken, is heel bepalend voor de identiteit van het gebied. Natuurmonumenten streeft naar 200.000 bezoekers in het jaar 2026 mits dat binnen de draagkracht van het gebied past en binnen de haalbaarheid van het gebied passend is. In het Waterloopbos liggen verschillende kansen om de cultuurhis­ torische betekenis van het bos te versterken en om deze bezoekersstroom in goede banen te leiden. In het Waterloopbos ontwikkelt Natuurmonumenten een nieuw bezoekerscen­ trum bij de Deltagoot. Dit wordt de hoofden­ tree van het Waterloopbos met de Deltagoot als bijzonder element. De entree bij het kunst­ werk is tevens de start van verschillende routes door het Waterloopbos. Bij het bezoekers­ centrum wil Natuurmonumenten een OERRRnatuurspeelplaats realiseren. Om het verhaal van het Waterloopbos van het begin tot het einde te kunnen begrijpen zijn de inlaatwerken van Waterloopbos een essentieel onder­ deel. Dit deel van het Rijksmonument is nu moeilijk toegankelijk, waardoor veel bezoekers dit deel overslaan. De Repelweg vormt boven­ dien een barrière. Het is een optie om juist hier een extra entree voor het Waterloopbos te realiseren met parkeerplaats en een vei­ lige oversteek.

Dit draagt niet alleen bij aan de parkeercapaciteit, maar ook aan de sprei­ ding van bezoekers over een groter deel van het Waterloopbos. Voor een veilige over­ steek denken we aan een tussenberm (zie ook Schokland) en/of een voetgangersbrug. Deze zou tevens kunnen gaan werken als een poort/ icoon bij het Waterloopbos.

Nieuwe bezoekerscentrum Waterloopbos

SAMENVATTING

20

Bezoekerscentrum bij de Deltagoot

Locatie voormalige Oosterscheldehal naast het nieuwe bezoekerscentrum en de Deltagoot

Voormalige locatie van de Oosterscheldehal

heeft besloten de vergunningsprocedure voor de aanleg van een zonneweide voort te zetten. In deze Gebiedsvisie adviseren we deze zonneweide zorgvuldig, hoogwaardig landschappelijk in te passen en bovenal tij­ delijk te vergunnen zodat na de exploitatieduur een meer passende functie kan worden gerealiseerd.

De locatie van de Oosterscheldehal is als his­ torisch element onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de Nederlandse water­ bouw. De geschiedenis van deze bijzondere plek is helaas volledig uitgewist. Het terrein is in private handen en de eigenaar is voor­ nemens hier een zonneweide te realiseren. Dit past in het beleid van de gemeente, maar de heersende opvatting in de gebiedsateliers is dat een zonneweide als bestemming niet past in het bos- en natuurgebied. De afgelo­ pen periode is met de initiatiefnemer gezocht naar een alternatieve invulling, passend bij het gebied. Dit heeft uiteindelijk niet tot een pas­ send alternatief geleid waarna initiatiefnemer

Dyntes Tech Park

Het gebouw van Dyntes Tech Park was het hoofdkantoor van het Waterloopkundig Laboratorium. Het plan om het gebouw te bestemmen als hotel is inmiddels vergund. Het hotel gaat een brede doelgroep bedie­ nen, zowel zakelijk (bijvoorbeeld gasten van

het MITC) als recreatief (toeristen en natuur­ liefhebbers). Het is waardevol dat het gebouw behouden blijft als levende herinnering aan het voormalige lab. We zien het hotel in de toekomst als een belangrijke schakel tussen het Waterloopbos en het MITC. Het is wen­ selijk dat LAB 32 en Dyntes Tech Park als één samenhangend ensemble ontwikkeld worden en op een vergelijkbare manier landschap­ pelijk worden ingebed. In verband met de nieuwe horecafunctie, kan de bestemming 'hoogwaardige onderzoeks- en ontwikkeldoeleinden' komen te vervallen. Ter plaatse kan het geheel sterker omzoomd worden met bos (als boskamer). Voor de aangrenzende par­ ticuliere kavel geldt ook dat de bestemming

SAMENVATTING

21

Locatie voormalige Dyntes Tech Park en LAB32 als ensemble inpassen in een nieuwe boskamer

Visualisatie van inrichting van het MITC in westelijke richting

SAMENVATTING

22

Visualisatie van de inrichting van het MITC in zuidoostelijke richting

'hoogwaardige onderzoeks- en ontwikkeldoeleinden' kan komen te vervallen. Hieraan wordt immers lange tijd geen invulling meer gegeven. Mogelijk kunnen in dit kader enkele woningen worden ontwikkeld als compensatie, mits Ook landschappelijke ingebed. MITC

23

SAMENVATTING

MITC Marknesse is een kans voor Noordelijk Flevoland om een nieuw innovatief cluster te ontwikkelen, dat als vliegwiel dient om de economie in de regio te versterken. De ont­ wikkelingen rond het MITC vragen om een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Het landschapsplan sluit aan bij de inrichtingsprincipes van de Noordoostpolder. Het MITC wordt volledig geïntegreerd in de bosrijke omgeving. Hiermee worden ook de ecolo­ gische verbindingen van het Natuurnetwerk Nederland geborgd. Op het MITC komen de hoogwaardige functies in boskamers te lig­ gen waarmee het plan goed aansluit bij de kenmerken van het gebied. De opzet van het MITC creëert nog een viertal restkavels. Door deze kavels te bebossen kan het MITC zowel robuuster ingebed worden in het bos als in het polderstramien. Over de bebossing van de restkavels is nog geen besluit genomen. In het kader van de (provinciale) bossenstrategie zou er in de toekomst bos geplant kunnen worden. In de ontwikkeling van het MITC is dat niet voorzien. Verder zien we kansen voor een natuurinclusieve inrichting van het MITC en de daar te ontwikkelen campus. Dit draagt zowel bij aan de kwaliteit en beleving van het terrein zelf als aan de inbedding in de natuur­ lijk omgeving. Het MITC krijgt een nieuwe ont­ sluiting aan de Repelweg ter hoogte van de Voorstertocht.

Indicatieve opzet van het MITC

RDW (Rijksdienst voor het Wegverkeer)

Kans: bebossing van restpercelen

NLR (Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum)

Nieuwe bosstroken

Digicity

Bestaand bos

Campus

Entree

Politie

Nieuw hotel

Zonneweide

Bestaand bos

MARKNESSE

KRAGGENBURG

Voorsterbos

Waterloopt

snhoverkanaa

VOLLENHOVE Kadoelerbos

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2000/documents/33287