5.1 Bijlage 1 Deelplan Wet maatschappelijke ondersteuning en Volksgezondheid.pdf
Tekst van het document
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
1
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0 2021
2
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
INHOUD Voorwoord
4
1.
Inleiding
5
1.1
5
1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Beleidsplan sociaal domein 2021 ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0’: Doen wat werkt! Doel deelplan Relatie met andere beleidsvelden Geldigheidsduur deelplan Communicatie Leeswijzer
2.
Wat willen we bereiken?
7
2.1 2.2
Visie krachtig Noordoostpolder 2.0 Kaders 2.2.1 Versterken eigen verantwoordelijkheid van inwoners 2.2.2 Versterken gemeentelijke regie 2.2.3 Naar een overzichtelijk zorglandschap 2.2.4 Resultaatgericht werken 2.2.5 Financieel kader
7 7 7 8 8 8 8
3.
Wat gaan we doen?
9
3.1
Inwoners zijn zelfredzaam 3.1.1 Wat willen we bereiken? 3.1.2 Wat gaan we hiervoor doen? 3.1.3 Hoe gaan we dit bereiken? 3.1.4 Hoe gaan we dit monitoren? Inwoners hebben een gezonde leefstijl 3.2.1 Wat willen we bereiken? 3.2.2 Wat gaan we hiervoor doen? 3.2.3 Hoe gaan we dit bereiken? 3.2.4 Hoe gaan we dit monitoren? Ouderen zijn goed voorbereid op langer gezond en zelfstandig wonen 3.3.1 Wat willen we bereiken? 3.3.2 Wat gaan we hiervoor doen? 3.3.3 Hoe gaan we dit bereiken? 3.3.4 Hoe gaan we dit monitoren? Een toekomstbestendige gezondheidszorg in Noordelijk Flevoland 3.4.1 Wat willen we bereiken? 3.4.2 Wat gaan we hiervoor doen? 3.4.3 Hoe gaan we dit bereiken? 3.4.4 Hoe gaan we dit monitoren? Mantelzorgers en vrijwilligers zijn ondersteund 3.5.1 Wat willen we bereiken? 3.5.2 Wat gaan we hiervoor doen? 3.5.3 Hoe gaan we dit bereiken? 3.5.4 Hoe gaan we dit monitoren?
9 9 10 11 11 11 11 12 13 13 14 14 14 14 15 15 15 15 16 16 16 16 17 18 18
3.2
3.3
3.4
3.5
5 5 5 6 6
3
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
3.6
Inwoners die dat nodig hebben zijn passend ondersteund 3.6.1 Wat willen we bereiken? 3.6.2 Wat gaan we hiervoor doen? 3.6.3 Hoe gaan we dit bereiken? 3.6.4 Hoe gaan we dit monitoren? Inwoners met complexe problematiek krijgen passende ondersteuning (regionaal) 3.7.1 Wat willen we bereiken? 3.7.2 Wat gaan we hiervoor doen? 3.7.3 Hoe gaan we dit bereiken? 3.7.4 Hoe gaan we dit monitoren? Een effectieve beschermingsketen bij de aanpak van huiselijk geweld 3.8.1 Wat willen we bereiken? 3.8.2 Wat gaan we hiervoor doen? 3.8.3 Hoe gaan we dit bereiken? 3.8.4 Hoe gaan we dit monitoren? Wij houden toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid 3.9.1 Wat willen we bereiken? 3.9.2 Wat gaan we hiervoor doen? 3.9.3 Hoe gaan we dit bereiken? 3.9.4 Hoe gaan we dit monitoren? Het Wmo- en Volksgezondheidsbeleid past binnen de financiële kaders 310.1 Wat willen we bereiken? 3.10.2 Wat gaan we hiervoor doen? 3.10.3 Hoe gaan we dit bereiken? 3.10.4 Hoe gaan we dit monitoren?
19 19 21 22 23 23
4.
Landelijk, regionaal en lokaal kader
31
4.1 4.2 4.3
Landelijk kader Regionaal kader Lokaal kader
31 31 32
5.
Financiën
33
6.
Risicoanalyse
34
7.
Trends en ontwikkelingen
37
7.1 7.2
Trends en ontwikkelingen Wmo Trends en ontwikkelingen Volksgezondheid
37 38
3.7
3.8
3.9
3.10
23 24 24 25 25 25 26 26 26 26 26 28 28 28 28 28 29 30 30
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
VOORWOORD Zelf de spreekwoordelijke touwtjes in handen houden. Wonen en leven op eigen kracht. Dat is wat we iedereen toewensen. Ook de inwoners met een beperking. Want regie hebben over je eigen leven maakt mensen trots, zelfstandig en vitaal! In dit deelplan leest u hoe we samen, inwoners willen ondersteunen hun eigen kracht en hun gezondheid te versterken. Soms is hier de hulp van anderen voor nodig. Bijvoorbeeld van iemand uit de familie, kennissenkring of buurt. Is er in de naaste omgeving niemand die kan helpen? Dan is de gemeente er. We luisteren, geven tips en onderzoeken samen met de inwoners wat zijzelf, met hulp van anderen wel kunnen. We doen dat niet alleen samen met de inwoner zelf, maar natuurlijk ook met een overzichtelijk aantal organisaties en instellingen in de gemeente. We slaan de handen ineen om de inwoners de beste zorg op maat te geven en de meeste kans om mee te doen. Daarbij staan we open voor nieuwe initiatieven en creatieve oplossingen op het gebied van gezondheid en ondersteuning die het leven makkelijker maakt. Als wethouder ben ik ontzettend trots op Noordoostpolder. Het is een krachtige gemeente waar inwoners er voor elkaar zijn. In veel dorpen en wijken ondersteunen de mensen elkaar, waardoor bijvoorbeeld ouderen langer in hun eigen woning kunnen wonen. Deze kracht willen we als gemeente ondersteunen.
In dit deelplan staat hoe we dat willen doen: samen bouwen aan een sociaal en vitaal Noordoostpolder, waar inwoners in de best mogelijke gezondheid mee kunnen doen en waar we omkijken naar elkaar. Een krachtig Noordoostpolder dat zijn we immers samen! Marian Uitdewilligen Wethouder
4
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
5
1. INLEIDING De gemeente is verantwoordelijk voor taken op het gebied van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) en de Volksgezondheid op basis van de Wet publieke gezondheid (Wpg). De visie van de gemeente op het brede sociaal domein is vastgelegd in het Beleidsplan ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0’ dat op 25 januari 2021 door de raad is vastgesteld. De concretisering van deze visie ligt in de diverse deelplannen. Waaronder in dit deelplan. In dit deelplan leest u hoe we de komende jaren invulling geven aan de Wmo en de Volksgezondheid. Dit deelplan staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van de aanpak in het hele sociaal domein. Het beleidsplan sociaal domein is daarbij kaderstellend.
1.1
Beleidsplan sociaal domein 2021 ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0’: Doen wat werkt!
In het vastgestelde beleidsplan sociaal domein ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0' zijn de visie, leidende principes en kaders voor de komende jaren vastgelegd. Die worden in dit deelplan in hoofdstuk 2 en 3 weergegeven en verder uitgewerkt. De volledige beschrijving leest u in het beleidsplan sociaal domein.
1.2 Doel deelplan Als gemeente streven wij naar een inclusieve samenleving. Iedereen moet naar vermogen deel kunnen nemen. De eigen verantwoordelijkheid van inwoners staat voorop. Met de Wmo zijn we verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van inwoners met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen. Het doel van de Wmo is dat inwoners zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven. In het kader van Volksgezondheid beschermen we de gezondheid van inwoners en bevorderen we een gezonde leefstijl bij onze inwoners. Daarbij hebben we aandacht voor de eigen regie van inwoners en het gezond ouder worden. De gemeente heeft de beleidsvrijheid hoe inwoners te ondersteunen en hoe een gezonde leefstijl te bevorderen. In dit deelplan leest u resultaten waarmee we een klimaat scheppen waarin het mogelijk is om iedereen naar vermogen mee te laten doen. Daarin maken we onze omgeving en vooral de partners bewust van mogelijkheden tot samenwerking en innovatie. Het gaat om met elkaar optimaal inspelen op de hulpvraag en behoeften van de inwoner.
1.3 Relatie met andere beleidsvelden De Wmo en Volksgezondheid hebben binnen het sociaal domein een relatie met de Jeugdwet, Participatiewet, schulddienstverlening en minimabeleid. Die relatie is geborgd in het overkoepelende beleidsplan. Naast het sociaal domein is in dit deelplan ook verbinding gelegd met bijvoorbeeld de woonvisie, het sportbeleid en de omgevingsvisie.
1.4 Geldigheidsduur deelplan De gemeente heeft de verplichting om beleid periodiek te actualiseren als daar aanleiding voor is. Dit betekent dat de deelplannen periodiek vervangen worden. Dit deelplan blijft geldig totdat deze wordt vervangen. Het deelplan Wmo 2015-2018 en het deelplan Volksgezondheid 2015-2018 vervallen bij het vaststellen van dit deelplan. In dit deelplan zijn Wmo en Volksgezondheid samengevoegd tot één deelplan.
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
1.5 Communicatie We sluiten aan bij het communicatieplan in het overkoepelend beleidsplan sociaal domein. Hierin stimuleren we de betrokkenheid van inwoners bij – en het meedoen aan – onze samenleving. Dat doen we samen met onze partners. Daarnaast organiseren we de ondersteuning aan onze inwoners efficiënt en effectief. Communicatie speelt hierin een belangrijke rol. Dat geldt voor de communicatie met onze inwoners en onze partners. Bijvoorbeeld de ouderenbonden, woningbouwvereniging, politie, GGD, zorgaanbieders, welzijnsorganisatie en de participatieraad. En dit geldt ook voor onze interne communicatie met medewerkers en bestuur. Wij maken hiervoor gebruik van gerichte communicatiekanalen. Onze uitgangspunten zijn daarbij ontvangersgericht, actief en laagdrempelig.
1.6 Leeswijzer Na de inleiding in hoofdstuk 1 gaat hoofdstuk 2 over de visie en de kaders van het beleidsplan sociaal domein en wat dit betekent voor het onderdeel Wmo en Volksgezondheid. In hoofdstuk 3 leest u de beoogde resultaten voor de beide beleidsterreinen. Dit doen we in de volgorde: Wat willen we bereiken? Wat gaan we hiervoor doen? Hoe gaan we dit bereiken? En hoe gaan we dat monitoren? In hoofdstuk 4 leest u de landelijke, regionale en lokale kaders. Hoofdstuk 5 gaat over de financiën. Hoofdstuk 6 is een risicoanalyse voor de Wmo en Volksgezondheid. Ten slotte volgen in hoofdstuk 7 de belangrijkste trends en ontwikkelingen.
6
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
7
2. WAT WILLEN WE BEREIKEN? Vanuit de Wmo ondersteunen we inwoners die dat nodig hebben om mee te kunnen doen aan de samenleving. En in het kader van Volksgezondheid bevorderen en beschermen we de gezondheid van onze inwoners, onder andere ouderen en mensen met een beperking, op een integrale manier. In dit hoofdstuk kijken we verder. We willen uitvoering geven aan de wetten die passen bij de ontwikkelingen en veranderingen die hebben plaatsgevonden en de komende jaren gaan plaatsvinden. Met de uitvoering sluiten wij aan op het beleidsplan sociaal domein. Daarin zijn de kaders voor de komende jaren vastgelegd.
2.1 Visie krachtig Noordoostpolder 2.0 We staan voor een sociaal en vitaal Noordoostpolder. Zo luidt ook onze visie: “Sociaal en vitaal, op eigen kracht. Want een sociaal en vitaal Noordoostpolder is een toekomstbestendig Noordoostpolder.” In het beleidsplan Sociaal Domein is onze visie vertaald in vier leidende principes waarop beleid in het sociaal domein de komende jaren gebaseerd wordt: • Iedereen doet mee • Voorkomen staat voorop • Passende ondersteuning voor wie dat nodig heeft • Financieel houdbaar stelsel Uitgaande van deze leidende principes specificeren we in deze paragraaf wat de uitgangspunten voor de Wmo en Volksgezondheid betekenen.
2.2 Kaders In dit hoofdstuk passen we de in het beleidsplan sociaal domein gestelde kaders toe op de beleidsterreinen Wmo en Volksgezondheid.
2.2.1 Versterken eigen verantwoordelijkheid van inwoners Inwoners hebben zo lang mogelijk zelf de regie op het vinden van oplossingen voor drempels die het meedoen in de weg staan. Ze hebben niet alleen een verantwoordelijkheid naar zichzelf, maar ook naar anderen. Waar nodig stimuleert de gemeente de mogelijkheden van inwoners om voor zichzelf en voor anderen te zorgen. Wanneer blijkt dat inwoners niet (meer) op eigen kracht of met hulp van personen uit het sociale netwerk kunnen meedoen, kunnen zij rekenen op ondersteuning van de gemeente bestaande uit laagdrempelige algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Hierbij gaan wij uit van wat inwoners wél kunnen. Waar nodig beschermt en bevordert de gemeente op een integrale manier de gezondheid van onze inwoners, onder andere jeugd, ouderen, mensen met een beperking en kwetsbare groepen, door onze inwoners aan te sporen tot een actieve en gezonde levensstijl.
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
8
2.2.2 Versterken gemeentelijke regie De gemeente heeft de regie op de toegang tot ondersteuning Wmo en regie gedurende het ondersteuningstraject van de inwoner. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor het toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid. Wij willen dat de kwaliteit van ondersteuningstrajecten op niveau is (kwaliteit) en dat middelen verantwoord worden besteed (rechtmatigheid). Verder houden we regie op een overzichtelijk zorglandschap. Daarom willen we intensiever samenwerken met minder partners. Wij nemen als gemeente steviger de regie op deze voorgenoemde onderdelen. Daarnaast voeren wij regie op de bescherming van de gezondheid van kwetsbare inwoners en het bevorderen van een gezonde leefstijl door onder andere het stimuleren van een goede en toegankelijke infrastructuur. 2.2.3 Naar een overzichtelijk zorglandschap Wij willen een overzichtelijk zorglandschap voor inwoners. Dit betekent intensiever samenwerken met minder partners gedurende een lange tijd. Zo kunnen we beter focussen op het bevorderen van innovatie en kwaliteit van ondersteuning. De kwaliteit van ondersteuning die een aanbieder kan bieden is belangrijker dan een zo groot mogelijke keuzevrijheid van aanbieders aan een inwoner. De gemeente is verantwoordelijk voor het betrekken van partners in de samenwerkingsketen. Wij maken keuzes, zoals bij begeleiding en dagactiviteiten.
Hier kiezen we voor hoofdaannemers en onderaannemers en innovatieve samenwerkingsverbanden. Voor inwoners ontstaat er met het bereiken van een overzichtelijk zorglandschap meer duidelijkheid. Hierbij staat de hulpvraag van de inwoner en zijn behoeften centraal. Een overzichtelijk zorglandschap betekent ook dat inwoners weten dat zij met hun hulpvraag terecht kunnen bij het sociaal loket. 2.2.4 Resultaatgericht werken Wij willen efficiënt, effectief en resultaatgericht werken. We stellen samen met de inwoner de resultaten op om aan de hulpvraag van de inwoner te voldoen. Samen met de inwoner kijken we gedurende het ondersteuningstraject of de resultaten behaald zijn en waar nodig worden deze bijgesteld. 2.2.5 Financieel kader Budget is leidend Het uitgangspunt voor de toekomst is dat we de tekorten in het sociaal domein binnen het sociaal domein opvangen. Dit betekent dat de middelen die we van het Rijk ontvangen en de extra middelen die de gemeenteraad beschikbaar stelt het kader vormen voor het beleid en de lasten hiervan (zie hoofdstuk 5). Dit financieel kader is opgenomen in de Perspectiefnota 2021 – 2024. Door middel van de kaders en maatregelen in dit deelplan willen we de groei in ondersteuningsvragen afremmen en de uitgaven stabiliseren. Dit betekent dat we bepaalde vormen van ondersteuning anders organiseren of niet meer vergoeden.
We willen de juiste ondersteuning bieden, op de juiste plek en door de juiste persoon. Dit moet resulteren in het voorkomen en/of verplaatsen van de ondersteuningsvraag en het passende aanbod. Daarnaast zien we substantiële overschrijdingen tijdig. Wanneer dit zich voordoet, zullen we samen met aanbieders bespreken welke maatregelen nodig zijn om wachttijden en/of budgetoverschrijdingen mogelijk te verkorten of in te perken. Landelijk verdeelmodel beschermd wonen Vanaf 1 januari 2023 vindt er een verandering plaats van de verdeling van de rijksmiddelen beschermd wonen via een landelijk verdeelmodel op basis van objectieve maatstaven. Dit is onderdeel van de herijking van het gemeentefonds. Het nieuwe objectieve verdeelmodel wordt vanaf 1 januari 2023 geleidelijk ingevoerd. Het uitgangspunt is dat de regionale en lokale transformatie van beschermd wonen budgetneutraal wordt uitgevoerd binnen de kaders van dit deelplan.
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
9
3. WAT GAAN WE DOEN? In dit hoofdstuk zijn de richtinggevende doelen uit het Beleidsplan Sociaal Domein uitgewerkt in beoogde resultaten (wat willen we bereiken?). Vervolgens leest u wat we hiervoor gaan doen, hoe we dit bereiken en hoe we dit monitoren (SMART indicatoren). De richtinggevende doelen uit het beleidsplan sociaal domein zijn geschreven voor het hele domein. Veel doelen zijn overstijgend en moeten integraal opgepakt worden. In dit plan werken wij de doelen uit die specifiek gelden voor de Wmo en de Volksgezondheid. In onze gemeente streven we naar een inclusieve samenleving. Wij verwachten dat iedereen een bijdrage levert aan de samenleving.
De inwoner centraal Samen met maatschappelijke partners geven we iedereen kansen om mee te doen. We zetten ons in voor inwoners die kwetsbaar zijn, zoals ouderen en inwoners met complexe problematiek. Het is belangrijk dat inwoners weten waar ze terecht kunnen voor hulp, zodat ze tijdig en op de juiste plaats ondersteuning kunnen vinden en vragen. Dit bereiken wij door te doen wat werkt. We sluiten aan bij de leefwereld van de inwoner en bieden ondersteuning die daarbij past. In het beleid staat de inwoner centraal. De tien beoogde resultaten hieronder leveren een bijdrage aan de tijdige en passende hulp voor de inwoners met een hulpvraag en het bevorderen een gezonde leefstijl. De volgende resultaten beogen wij met dit beleid te bereiken: 3.1 Inwoners zijn zelfredzaam. 3.2 Inwoners hebben een gezonde leefstijl. 3.3 Ouderen zijn goed voorbereid op langer gezond en zelfstandig wonen. 3.4 Een toekomstbestendige gezondheidszorg in Noordelijk Flevoland. 3.5 Mantelzorgers en vrijwilligers zijn ondersteund. 3.6 Inwoners die dat nodig hebben zijn passend ondersteund. 3.7 Inwoners met complexe problematiek krijgen passende ondersteuning. 3.8 Een effectieve beschermingsketen bij de aanpak van huiselijk geweld. 3.9 Wij houden toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid. 3.10 Het Wmo- en Volksgezondheidbeleid past binnen de financiële kaders.
3.1 Inwoners zijn zelfredzaam 3.1.1 Wat willen we bereiken? Inwoners redden zich op eigen kracht en hebben een sterk eigen sociaal netwerk. Binnen de leefomgeving van de inwoners is er ruimte voor sociale initiatieven. Dat verhoogt de samenredzaamheid. We streven naar een steeds toegankelijkere samenleving door inclusie van kwetsbare inwoners en inwoners met een beperking in wijken en dorpen.
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
10
Inwoners worden actief toegeleid naar het voorliggend veld Het sociaal loket heeft een belangrijke rol bij het verwijzen naar een algemene voorziening en/of het voorliggend veld. Maar een kwetsbare inwoner heeft vaak meer nodig om bij de activiteit aan te komen. Het gaat om daadwerkelijke toeleiding naar de activiteit door de juiste passende locatie en activiteit te zoeken die aansluit bij de behoefte van de inwoner en door bijvoorbeeld de eerste keer mee te gaan naar de activiteit. Deze rol leggen wij neer bij de buurtwerker. Het sociaal loket en een aanbieder kan de buurtwerker hiervoor benaderen. De buurtwerker leidt inwoners toe naar (zorg)vrijwilligers, algemene voorzieningen en het voorliggend veld. Op deze wijze kan een maatwerkvoorziening (voor een deel) niet nodig zijn en kunnen we een verschuiving van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen creëren. Signalen pakken we vroegtijdig op Door gebiedsgericht werken komen ook signalen over kwetsbare inwoners vroegtijdig aan bij de gemeente en/of maatschappelijke partners. Maatschappelijk werk richt zich daarbij op individuele hulpverlening. Door vroegtijdige signalering en een juiste samenwerking wordt zwaardere inzet voorkomen. Maatschappelijk werk wordt kortdurend ingezet.
Inwoners met een handicap kunnen onbeperkt deelnemen aan de samenleving De gemeente zet in op meer bewustwording over het leven met een handicap en wat er nodig is om mee te kunnen doen. Dit betekent dat mensen met een beperking niet worden gediscrimineerd en meedoen op voet van gelijkheid. Zo bevorderen we een inclusieve samenleving. Daarmee geven we uitvoering aan het VN Verdrag Handicap.
Doelen
In 2026 faciliteren wij meer initiatieven van inwoners die zorgen voor meer samenredzaamheid (cijfers IGW). In 2026 is de sociale cohesie in wijken en dorpen versterkt (cijfer 0-10: 2019: 6.8). In 2026 zijn meer inwoners tevreden over voorzieningen in het voorliggend veld (2020: 54%). In 2026 weten meer inwoners dat ze gebruik kunnen maken van onafhankelijke cliëntondersteuning (cijfers Carrefour). In 2026 leven wij in een meer toegankelijke samenleving voor mensen met een handicap.
3.1.2 Wat gaan we hiervoor doen? • We faciliteren en stimuleren waar mogelijk nieuwe samenwerkingsverbanden tussen vrijwilligers- en professionele organisaties en het bedrijfsleven. • Wij subsidiëren buurtwerk en maatschappelijk werk en faciliteren en stimuleren gebiedsgericht werken. We nemen de taak om een inwoner actief toe te leiden naar het voorliggend veld hierin mee. • We kennen de wijken en dorpen en vormen de verbinding tussen het brede aanbod van formele zorg en algemene voorzieningen en het voorliggend veld. • We subsidiëren maatschappelijk werkers die tijdelijk de individuele situatie van de inwoner stabiliseert die dat nodig heeft, waardoor de inwoner daarna zelf verder kan. • Wijken, dorpen en verenigingen zijn ook toegankelijk voor mensen met een handicap. • Iedereen kan gebruik maken van onafhankelijke cliëntondersteuning. Het sociaal loket verwijst door naar de mogelijkheden van onafhankelijke cliëntondersteuning voor onze inwoner.
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
11
3.1.3 Hoe gaan we dit bereiken? • De gemeente stimuleert maatschappelijk partners om een passend aanbod van voorzieningen te ontwikkelen en uit te voeren. • Wij subsidiëren maatschappelijke zorg voor het duurzaam stabiliseren van de situatie van een inwoner om zo zwaardere inzet van hulpverlening te voorkomen. • De buurtwerker werkt samen met – en in het verlengde van het sociaal loket en andere maatschappelijke partners. De buurtwerker pakt deze rol ook voor de aanbieders van de maatwerkvoorziening die samen met de inwoner de mogelijkheden naar een algemene voorziening en het voorliggend veld wil verkennen en benutten. Gemeente houdt regie op de rol en verantwoordelijkheid van de samenwerkende partijen. • We betrekken ervaringsdeskundigen bij het bevorderen van de toegankelijkheid in Noordoostpolder. Bij nieuwe (bouw)projecten wordt deze deskundigheid over de toegankelijkheid voor mensen met een handicap standaard meegenomen in de overweging. 3.1.4 Hoe gaan we dit monitoren? • Aantal buurtinitiatieven in de gemeente Noordoostpolder • Percentage van de inwoners dat tevreden is met welzijnsvoorzieningen • De mate waarin een inwoner naar aller waarschijnlijkheid voor hulp en zorg kan terugvallen op familie, vrienden of buurtgenoten - KING - Burgerpeiling (cijfer 0-10).
3.2 Inwoners hebben een gezonde leefstijl 3.2.1 Wat willen we bereiken? We streven naar een gezonde generatie en inwoners die zoveel mogelijk in hun eigen leefomgeving gezond ouder kunnen worden Noordoostpolder wil een energieke en vitale gemeente zijn en blijven. Daarbij horen gezonde inwoners. Inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor hun leefstijl, maar we kunnen een gezonde leefstijl wel stimuleren. Een gezonde leefstijl kan het aantal gezonde levensjaren en de levensverwachting van inwoners vergroten. Daarnaast is de verwachting dat de vraag naar zorg en zwaardere hulp en ondersteuning hierdoor afneemt. Ook kan de investering in gezonde leefstijl de mate van overlast verminderen. Onder leefstijl verstaan we de thema’s bewegen, roken, alcohol, voeding, middelengebruik, mentale weerbaarheid en eenzaamheid. We hebben extra aandacht voor jeugd, kwetsbare groepen en ouderen. Om een gezonde leefstijl te stimuleren heeft de landelijke overheid het Nationaal Preventieakkoord1 gesloten. De landelijke overheid stimuleert gemeenten om een lokale vertaalslag te maken. We benaderen gezondheid positief en hebben een brede kijk op gezondheid De inwoner staat centraal. We zien gezondheid als ‘het vermogen van de mens om zich aan te passen en eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven2’.
We gaan uit van wat iemand wel kan en duiden gezondheid aan in termen van ‘gezondheid en gedrag’ in plaats van ‘ziekte en zorg’. We sluiten daarmee aan bij de landelijke nota Gezondheidsbeleid 2020-2024 en de gezamenlijke visie op de gezondheidszorg Noordelijk Flevoland.
Dit akkoord richt zich op een gezonder Nederland in 2040 en is door diverse partijen zoals patiëntenorganisaties, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, sportbonden, bedrijven, fondsen, onderwijs, maatschappelijke organisaties samengesteld. In het Nationaal Preventieakkoord ligt de focus op drie thema’s, namelijk roken, problematisch alcoholgebruik en overgewicht 2 M. Huber, M. van Vliet & I. Boers (2016) Heroverweeg uw opvatting van het begrip ‘gezondheid’ 1
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
12
In Nederland zijn gezondheidsverschillen tussen bevolkingsgroepen. Mensen in een kwetsbare positie of met een lage sociaaleconomische status hebben risico op een minder goede gezondheid. Er zijn situaties te benoemen die van invloed kunnen zijn op hoe gezond je je voelt. Geldzorgen, armoede, werkloosheid en eenzaamheid kunnen (veel) stress veroorzaken. Te veel stress heeft een negatieve invloed op je gezondheid. Daarnaast kan de fysieke en sociale omgeving waarin je leeft van invloed zijn op gezondheid. Voel je je veilig? Zijn er voldoende beweegmogelijkheden in de omgeving? Heb je veel contact met buurtgenoten? In welke mate zien inwoners van een wijk of dorp naar elkaar om? Gezondheid staat dus niet op zichzelf. In Noordoostpolder hebben we integrale aandacht voor deze verschillen en stimuleren we gezamenlijk de verbetering van de fysieke en sociale leefomgeving. Dit wordt ook wel ‘Health in all policies’ genoemd.
Doelen Chevron-Circle-Right Chevron-Circle-Right Chevron-Circle-Right Chevron-Circle-Right Chevron-Circle-Right Chevron-Circle-Right
In 2026 is er een stabilisatie in het percentage inwoners van Noordoostpolder dat zich gezond voelt en een gezonde leefstijl heeft (goede ervaren gezondheid 19 jaar en ouder, 2020: % nog onbekend, 2016 76%. <19 jaar 2018-2019: 91%). In 2026 is het percentage inwoners dat rookt of gezond gewicht heeft gestabiliseerd (19 jaar en ouder: 2020: % nog onbekend, 2016 respectievelijk 18% en 50% <19 jaar 2018-2019 respectievelijk 76% en 4%). In 2026 is het percentage inwoners in Noordoostpolder dat zich emotioneel of sociaal eenzaam voelt gedaald (2020: % nog onbekend, 2016 respectievelijk 29% en 37% (gebaseerd op inwoners van 19 jaar en ouder)). Meer en integrale aandacht voor gezondheidsverschillen en gezondheidsbevordering in wijken en dorpen. Vanaf 2022 is gezondheid is geïntegreerd in de verschillende beleidsterreinen. We hebben de komende jaren extra aandacht voor inwoners met dementie.
3.2.2 Wat gaan we hiervoor doen? • We stellen een breed gedragen Lokaal Preventieakkoord op Samen met (maatschappelijke) partners uit onder andere het onderwijs, zorg, sport, welzijn en het bedrijfsleven stellen we een lokaal preventieakkoord op. We werken aan een gezonde generatie en gezond ouder worden waarin de gedachte van Positieve Gezondheid centraal staat. Om tot een gezonde generatie en gezond ouder worden te komen is aandacht nodig voor fysieke gezondheid, mentale gezondheid3 en gezondheidsverschillen. Soms moet een achterliggend probleem eerst aangepakt worden, zodat er rust ontstaat om vervolgens met gezondheid aan de slag te gaan. Ook de leefomgeving wordt hierbij betrokken. • We zetten de sluitende aanpak ter voorkoming van verslaving voort We behouden en verbeteren waar nodig het preventieve aanbod dat gericht is op het voorkomen of het verminderen van verslaving. Daarbij ligt de focus op de doelgroep jongeren. Binnen de doelgroep jongeren hebben we specifiek aandacht voor de risicogroepen. Dit betekent dat we aandacht hebben voor de meest kwetsbare jongeren of jongeren die risico lopen om verslaafd te raken. Wanneer een inwoner verslaafd is en hulp ontvangt, wordt ook achterliggende problematiek in kaart gebracht.
Onder de fysieke gezondheid vallen de thema’s: het stimuleren van beweging en gezonde voeding, voorkomen en defaciliteren van roken en overmatig alcoholgebruik. De focus binnen mentale gezondheid ligt in het preventieakkoord op de druk van het dagelijks leven (prestatiedruk), eenzaamheidsbestrijding en de dementievriendelijke samenleving. 3
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
13
• We sluiten aan bij de aanpak ‘Een tegen eenzaamheid’ en ‘Samen dementievriendelijk’. We vinden het belangrijk dat inwoners gezond ouder worden. Zoveel mogelijk in hun eigen leefomgeving. We dringen de eenzaamheidsproblematiek terug en werken aan een dementievriendelijk Noordoostpolder. Ook hierin werken we vanuit positieve gezondheid. • We zetten in op het verkleinen van gezondheidsverschillen We hebben specifiek aandacht voor jongeren, ouderen, minima en inwoners met een chronische beperking. Er is verbinding met de andere beleidsterreinen. Bij het sociaal loket kunnen inwoners terecht en wordt met een brede blik gekeken naar de situatie van de inwoner. Ook samen met maatschappelijke partners zetten we in op het verkleinen van gezondheidsverschillen. Samenwerken en integraliteit staan voorop. • We stimuleren een gezonde leefomgeving en werken integraal aan gezondheidsbevordering We stimuleren een gezonde leefomgeving in wijken en dorpen door inwoners uit te dagen om initiatieven te ontwikkelen welke het sociale contact/ontmoeting tussen buurtgenoten vergroten. We zoeken verbinding met maatschappelijke partners en de andere beleidsterreinen. Veiligheid en toegankelijkheid voor iedereen zijn hierbij sleutelwoorden (VN-verdrag Handicap). 3.2.3 Hoe gaan we dit bereiken? • We stellen een procesbegeleider aan voor het opstellen van het lokaal preventieakkoord.
Na vaststelling van dit preventieakkoord vragen we uitvoeringsbudget aan bij het Rijk, zodat de acties daadwerkelijk uitgevoerd worden. • We verbinden bestaande gezondheidsbevorderingsprogramma’s aan elkaar en stimuleren actieve samenwerking. Denk hierbij aan JOGG, het lokaal sport- en beweegakkoord, de aanpak ‘Een tegen eenzaamheid’ en de aanpak ‘Samen dementievriendelijk’. • We doen actief mee aan landelijke campagnes die een gezonde leefstijl stimuleren. • We nemen positieve gezondheid op in onze communicatie uitingen. • We maken subsidieafspraken met maatschappelijke partners over het stimuleren van een gezonde leefstijl. • We nemen gezondheid op in de te ontwikkelen omgevingsvisie. • We werken integraal en integreren gezondheidsbevordering in het beleid en uitvoeringsplannen. • Gezondheidsbevordering is een thema in de uitvoering van gebiedsgericht werken. 3.2.4 Hoe gaan we dit monitoren? • Percentage ervaren gezondheid en percentages aspecten van gezonde leefstijl4 van 65-plussers (bron: GGD Flevoland, senioren enquête). • Percentage ervaren gezondheid en percentages aspecten van gezonde leefstijl van overige volwassenen (bron: GGD Flevoland, volwassene enquête). • Percentage ervaren gezondheid en percentages aspecten van gezonde leefstijl van jongeren (t/m 18 jaar) (bron: GGD Flevoland, tabellenboek Jij en je gezondheid).
• Waarderingscijfers van de gezondheid op een schaal van 0-10 (bron: waar staat je gemeente). • Percentage van onze inwoners dat zich eenzaam voelt (bron: waar staat je gemeente, GGD Flevoland, volwassene enquête). • Percentage van onze inwoners dat kwetsbaar is (bron: waar staat je gemeente).
Bij een gezonde leefstijl gaat het om o.a. de mate van bewegen, (on)gezond gewicht, rookgedrag, alcoholgebruik, middelengebruik, mentale weerbaarheid en eenzaamheid. Dit geldt voor senioren, volwassenen en jongeren. 4
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
14
3.3 Ouderen zijn goed voorbereid op langer gezond en zelfstandig wonen 3.3.1 Wat willen we bereiken? Ouderen zijn zelf verantwoordelijk voor hun woonsituatie. De behoefte van ouderen is hierin divers. Binnen de Wmo en de WPG hebben we aandacht voor de zorg en het welzijn van onze inwoners, waaronder ouderen. De vergrijzing en toenemende druk op de zorg vragen om een integrale aanpak. Van ouderen wordt verwacht dat ze langer en meer zelfstandig in een eigen huis en/of de eigen woonomgeving wonen. Ouderen willen dat graag doen in goede gezondheid en met de juiste ondersteuning op het gebied van welzijn, zorg en domotica.
Doelen
In 2026 zijn ouderen zich bewust van wat nodig is om zo lang als mogelijk zelfstandig thuis te blijven wonen (81% van de 75-plussers in Nederland geeft aan dat hun huidige woning geschikt is). In 2026 is er een toename in het percentage inwoners dat een goede gezondheid ervaart (2016: 76% / 2020: % nog onbekend). In 2026 is een afname in het percentage ouderen dat zich weleens onveilig voelt in zijn woonomgeving (overdag/’s nachts – 2016: 6% en 16% / 2020: % nog onbekend).
3.3.2 Wat gaan we hiervoor doen? • Wij stimuleren (jongere) ouderen op een positieve manier om zich voor te bereiden op het ouder worden. • Ouderen kunnen bij het sociaal loket terecht met hun vragen over wonen, welzijn en zorg. De oudere en zijn/haar hulpvraag staan hierbij centraal. • We dragen zorg dat ouderen die dat kunnen zelf de regie houden over hun hulpvraag en zorgen voor de juiste ondersteuning bij de ouderen die niet zelf de regie kunnen voeren. We wijzen de inwoner waar nodig op de mogelijkheid van onafhankelijke cliëntondersteuning. • We streven naar een lokaal aanbod van wonen en zorg dat past bij de behoefte van de ouderen. Daarbij stimuleren wij het gebruik van eHealth en domotica. • We stimuleren een gezonde leefstijl • We werken integraal aan een veilige en toegankelijke leefomgeving • Gebiedsgericht werken door de zorg en welzijnsorganisaties (leefbaarheid wijk) en werken hierin samen met de woningbouwvereniging en politie. 3.3.3 Hoe gaan we dit bereiken? • We doen onderzoek naar de mogelijkheid om aan te sluiten bij de campagne 'Lang zult u wonen'. • In de doorontwikkeling van het sociaal loket worden de medewerkers geschoold in vragen over wonen, leefstijl en zorg. In de communicatie sociaal domein wordt aandacht gegeven aan de doelgroep ouderen en hun vragen over wonen, leefstijl en zorg.
• Het onderzoek van Companen naar vraag en aanbod van wonen en zorg in Noordoostpolder brengt gedetailleerd in beeld wat per doelgroep vandaag de verhouding tussen vraag en aanbod is en hoe de ontwikkeling is in de periode tot 2040. Hierin is ook aandacht voor het gebruik van eHealth en domotica door inwoners. De conclusies van het onderzoek vinden vervolg in ons ruimtelijk beleid en worden afgestemd met de betrokken maatschappelijke partners. • Het aanbod passende levensloopgeschikte en seniorenwoningen is onderdeel van de prestatieafspraken in de woonvisie. • We zoeken verbinding met bestaande gezondheidsbevorderingsprogramma’s om bewustwording te creëren over vitaal ouder worden en een gezonde leefstijl bij ouderen. Door gebiedsgericht werken creëren we een gevarieerd aanbod van informele en formele zorg in de wijk.
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
15
3.3.4 Hoe gaan we dit monitoren? • Tevredenheid over langer thuis wonen (Monitor Langer Thuis) • Percentage inwoners dat beperkt is in uitvoer van activiteiten in verband met gezondheid (bron: GGD Flevoland, senioren enquête) (2016: 32% / 2020: % nog onbekend) • Percentage inwoners ervaren gezondheid en percentages aspecten van gezonde leefstijl5 van 65-plussers (bron: GGD Flevoland, senioren enquête) • Percentage inwoners dat zich weleens onveilig voelt (Bron: GGD Flevoland - volwassenen- en senioren enquête).
3.4 Een toekomstbestendige gezondheidszorg in Noordelijk Flevoland 3.4.1 Wat willen we bereiken? Een goede gezondheidszorg voor onze inwoners We willen met zorgaanbieders en zorgverzekeraars toe naar de beste gezondheidszorg voor onze inwoners. Dit staat verwoord in de gezamenlijke visie op de gezondheidszorg in Noordelijk Flevoland. Voor een zo integraal mogelijke dienstverlening is de samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders van belang. De samenwerking heeft als doel de zorg en ondersteuning voor inwoners/cliënten in de regio efficiënt en in samenhang te organiseren. Voorop staat de leefwereld van de inwoner/cliënt en dit vraagt om een integrale netwerkaanpak. De gemeenten en de zorgverzekeraars hebben als de financiers van het zorgstelsel een belangrijke rol bij de gewenste inrichting van de infrastructuur van het sociaal domein en het zorgdomein. Deze moet aansluiten bij de behoeften van de inwoners en verzekerden in de regio. Deze visie biedt ons handvatten om als belangenbehartiger op te komen voor de wensen van inwoners in de gesprekken met zorgaanbieders en de zorgverzekeraar. En maken we verbindingen tussen zorg en welzijn.
3.4.2 Wat gaan we hiervoor doen? Versterken van de samenwerking met zorgaanbieders en zorgverzekeraars Vanaf 2018 bestaat er een overlegstructuur en samenwerking in Flevoland tussen de 6 gemeenten en de grootste zorgverzekeraar Zilveren Kruis. Niet alleen hebben de betrokken gemeenten als uitgangspunt samen op te trekken waar dat toegevoegde waarde heeft, voor Zilveren Kruis is het niet uitvoerbaar om met elke gemeente afzonderlijk in gesprek te gaan. Daarnaast spelen lokale vraagstukken vaak ook op regionaal niveau. Daarom is het efficiënter om met elkaar afspraken op regionaal niveau te maken. Waar nodig zijn er lokale accenten. Er is een bestuurlijk overleg met het Zilveren Kruis en de coördinerende wethouders van gemeenten Almere en Noordoostpolder. Deze coördinerende wethouders stemmen af in het Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein (BOSD) Flevoland. Het BOSD wordt ondersteund door de ambtelijke werkgroep die uitwerking geeft aan de werkagenda. Bestuurders van de regio Flevoland hebben de wens uitgesproken om de samenwerking met het Zilveren Kruis te intensiveren en te versnellen waardoor de focus eerder op resultaten komt te liggen. Ook de zorgverzekeraar ziet daar de meerwaarde van in. In de werkagenda ligt daarom de focus op een aantal specifieke thema’s en onderwerpen waar we jaarlijks resultaat op willen behalen.
Dit geeft focus aan de samenwerking en de inzet van mensen en middelen. We zijn betrokken bij de Zorgtafel 2.0 Daarnaast zijn wij provinciaal betrokken bij de Zorgtafel 2.0. Hierbij wordt vanuit een gezamenlijke agenda gewerkt aan de verbetering van de gezondheidszorg in Flevoland. Er wordt verbinding gelegd tussen de agenda van de Zorgtafel en de werkagenda vanuit de samenwerking gemeenten en zorgverzekeraar. Denk hierbij aan mate van bewegen, (on)gezond gewicht, rookgedrag, alcoholgebruik, middelengebruik, mentale weerbaarheid en eenzaamheid. 5
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
16
We werken vanuit de gedachte Positieve Gezondheid We stimuleren samenwerking tussen zorg- en welzijnsorganisaties vanuit de gedachte van Positieve Gezondheid. De inwoner staat centraal, ook in de zorg. Zoals bij paragraaf 3.2.1. beschreven gaan we niet uit van de aan- of afwezigheid van ziekte, maar focussen we ons op het vermogen van de mens om zoveel mogelijk met eigen regie om te gaan met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven. Het is belangrijk dat de inwoner samen met zijn netwerk in gesprek gaat en beslist over (de inzet van) ondersteuning. 3.4.3 Hoe gaan we dit bereiken? • Preventie • Integrale ouderenzorg • Uitvoering geven aan de gezamenlijke visie ‘Gezondheidszorg Noordelijk Flevoland’ • Een sluitende GGZ-keten In aansluiting op de onderwerpen die landelijk zijn bepaald en regionale inzichten, willen de Flevolandse gemeenten en Zilveren Kruis focussen op een sluitende ggz-keten, integrale ouderenzorg en preventie. In een werkagenda worden projecten opgenomen die bijdragen aan de focuspunten prioriteiten. De werkagenda wordt jaarlijks opnieuw opgesteld. Er wordt uitvoering gegeven aan de werkagenda. Daarnaast blijven we het belang van onze inwoners benoemen vanuit de gezamenlijke visie, in gesprekken met zorgverzekeraars en zorgaanbieders.
3.4.4 Hoe gaan we dit monitoren? Jaarlijkse monitor 'Venster op samenwerking' De monitor wordt jaarlijks ingevuld. De uitkomsten geven een beeld van de voortgang van de regionale samenwerking en de resultaten die inhoudelijk gehaald worden. De uitkomsten zijn aanleiding om het gesprek met elkaar te voeren over de voortgang in de regio Flevoland.
3.5 Mantelzorgers en vrijwilligers zijn ondersteund 3.5.1 Wat willen we bereiken? De gemeente investeert in de ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers, zodat zij hun taak zo goed mogelijk kunnen uitvoeren. De gemeente heeft hierin een regisserende en faciliterende rol. Mantelzorgers en (zorg)vrijwilligers dragen voor een belangrijk deel bij aan de zorg voor ouderen en zieken om langer thuis te kunnen blijven wonen en het verminderen van het aantal inwoners dat zich eenzaam voelt. Ook vrijwilligers die zich inzetten voor de samenleving en/of de omgeving zijn zeer waardevol. Bij veel initiatieven, verenigingen en instellingen zijn zij niet meer weg te denken. Mantelzorgers zijn gewaardeerd, gefaciliteerd en ondersteund Mantelzorgers trekken vaak pas laat aan de bel als de zorg voor hun naaste te zwaar wordt. Voorkomen moet worden, dat een mantelzorger overbelast raakt. Mantelzorgers zijn zelf verantwoordelijk om tijdig ondersteuning in te schakelen en hun netwerk in stand te houden. Om mantelzorgers te ontlasten is het belangrijk dat (vrijwillige) respijtzorg en overig ondersteuningsaanbod bekend is bij de mantelzorger, laagdrempelig toegankelijk is en tijdig beschikbaar is. Daarom willen we mantelzorgers (en zorgvragers) zo vroeg mogelijk in het zorgtraject en zo passend mogelijk ondersteunen als zij dat nodig hebben. Hierbij staat hun hulpvraag centraal.
Bij het bieden van ondersteuning wordt eerst gekeken wat het eigen netwerk of vrijwilligers kunnen doen. De behoefte aan overige ondersteuning kan divers zijn, zoals behoefte hebben aan informatie, advies en begeleiding, emotionele ondersteuning, educatie, praktische hulp e.d.
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
17
Verder is van belang dat mantelzorgers zichzelf herkennen als mantelzorger en zich gewaardeerd voelen. Ook moeten zij in staat zijn de mantelzorg taken te combineren met hun dagelijks leven zodat er een balans is in draagkracht en draaglast. Ook gecontracteerde aanbieders/maatschappelijke partners zijn op de hoogte van elkaars ondersteuningsaanbod en informeren en verwijzen in samenwerking met elkaar mantelzorgers profactief. De huidige waardering en ondersteuning aan mantelzorgers willen we doorontwikkelen, waarbij we aansluiten op de behoefte van de mantelzorger.
Vrijwilligers(organisaties) zijn gefaciliteerd en ondersteund Gemeente en organisaties stimuleren inwoners actief om zich vrijwillig in te zetten voor een kwetsbare inwoner, de samenleving en/of de omgeving op een manier die bij hen past. Ook faciliteren en ondersteunen we vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties. Verder stimuleren we nieuwe allianties en samenwerkingsverbanden tussen vrijwilligers- en professionele organisaties en het bedrijfsleven, zodat vraagstukken en knelpunten meer gezamenlijk worden opgepakt. De huidige ondersteuning aan vrijwilligers en organisaties met vrijwilligers willen we verder doorontwikkelen, waarbij we aansluiten op de behoefte van de vrijwilliger. Er is aansluiting tussen maatwerkvoorzieningen en benodigde inzet (zorg)vrijwilligers De ondersteuning aan inwoners met een lichte beperking die een maatwerkindicatie hebben (of aanvragen) willen we waar mogelijk met hulp van (zorg)vrijwilligers afschalen naar een algemene voorziening en/of het voorliggend veld. De aansluiting tussen de vraag naar (zorg)vrijwilligers vanuit de maatwerkvoorziening en het aanbod (zorg)vrijwilligers passen onvoldoende bij elkaar. We willen dat er plek is voor een vrijwilliger die bij de naaste van een mantelzorger thuis wil blijven, zodat de mantelzorger even iets voor zichzelf kan doen.
En we willen gericht werven en opleiden van (intensieve zorg)vrijwilligers die nodig zijn in aanvulling op maatwerkvoorzieningen. De formele zorg sluit aan op de inzet van de vrijwilligers en werkt met de mantelzorger, (zorg)vrijwilliger en zorgvrager samen. We stimuleren hierbij de samenwerking tussen formele en informele zorg en zorgvrager.
Doelen
In 2026 is het percentage mantelzorgers dat zich soms of vaak belemmerd voelt in zijn of haar dagelijkse activiteiten door het geven van zorg aan een ander gelijk of lager dan in 2020 (2020: % nog onbekend / 2019: 31%). In 2026 is het percentage inwoners dat de afgelopen 12 maanden vrijwilligerswerk heeft gedaan hoger dan in 2020 (2020: % nog onbekend / 2019: 51%).
3.5.2 Wat gaan we hiervoor doen? • We faciliteren maatschappelijke partners om passende ondersteuning (algemene voorziening) te bieden aan mantelzorgers (van jong tot oud) en vrijwilligers binnen de beschikbare financiële middelen. • We waarderen mantelzorgers (van jong tot oud) via de algemene voorziening voor de belangrijke rol die zij vervullen. • De maatwerkvoorzieningen kortdurend verblijf en dagactiviteiten zijn beschikbaar en planbaar voor de inwoner en worden tijdig ingezet. Deze maatwerkvoorzieningen dienen als respijtzorg. • We nemen de behoefte van de mantelzorger nadrukkelijker mee in interne en externe zorgprocessen. Waar zorg is, is mantelzorg. • We zorgen voor aansluiting tussen wat nodig is vanuit de maatwerkvoorziening en het aanbod (zorg) vrijwilligers.
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
18
3.5.3 Hoe gaan we dit bereiken? • We selecteren en prioriteren resultaten voor onze maatschappelijke partners (van de algemene voorziening). Dit vormt onderdeel van de hervorming van het voorveld. Zo bieden zij passende ondersteuning aan mantelzorgers en vrijwilligers binnen de beschikbare financiële middelen. Op deze wijze weet de partner wat wij belangrijk vinden in de ondersteuning aan mantelzorgers en vrijwilligers en bereiken wij voor dit onderdeel de financiële taakstelling in 2024, zoals opgenomen in het Uitvoeringsplan ‘Grip op het sociaal domein’. • We laten onze partner (van de algemene voorziening) inventariseren op welke wijze mantelzorgers willen worden gewaardeerd en geven dit vorm binnen de beschikbare financiële middelen zoals opgenomen in het Uitvoeringsplan ‘Grip op het sociaal domein’. • In het inkooptraject stellen we voorwaarden voor de onplanbare en planbare beschikbaarheid en tijdige inzet van de maatwerkvoorzieningen dagactiviteiten en kortdurend verblijf. Ook nemen we mee, dat de aanbieder de inwoner centraal stelt, de samenwerking zoekt met de mantelzorger en diens netwerk, de welzijnsorganisatie, de informele zorg, de partners, de gemeente ed. • We nemen de behoefte van de mantelzorger nadrukkelijker mee tijdens het onderzoek voor een maatwerkvoorziening door de gemeente.
• We stellen een overzicht van taken op die nu vallen onder een maatwerkvoorziening maar die geschikt zijn om tijdelijk of langdurig uit te voeren door (zorg)vrijwilligers. Dit wordt afgestemd met de partner(s) van de algemene voorziening, zodat zij gericht kunnen werven en trainen. • We wijzen in de uitvoering vaste contactpersonen aan bij de gemeente, de partner en (relevante) aanbieders maatwerkvoorziening Wmo ter vergemakkelijking van de onderlinge samenwerking en het afschalen van de maatwerkvoorziening. 3.5.4 Hoe gaan we dit monitoren? • Mantelzorgdruk: Percentage van de mantelzorgers dat zich soms of vaak belemmerd voelt in zijn of haar dagelijkse activiteiten door het geven van zorg aan een ander (bron: Burgerpeiling Waar staat je gemeente) • Vrijwilligerswerk: Percentage inwoners dat de afgelopen 12 maanden vrijwilligerswerk heeft gedaan (bron: Burgerpeiling Waar staat je gemeente).
3.6 Inwoners die dat nodig hebben zijn passend ondersteund 3.6.1 Wat willen we bereiken? Het gaat bij het resultaat ‘Inwoners die dat nodig hebben zijn passend ondersteund’ om de inwoners met een beperking die ondersteuning vanuit de Wmo nodig hebben. Goede ondersteuning betekent dat de ondersteuning aansluit op de hulpvraag van de inwoner (passendheid) en de inwoner door de ondersteuning beter kan meedoen (effectiviteit). De ondersteuning is erop gericht dat de inwoner zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. De gemeente biedt de ondersteuning in de vorm van algemene- en/of maatwerkvoorzieningen. Algemene voorzieningen zijn bijvoorbeeld de gratis uitleenpunten voor scootmobielen, het Vrijwilligerspunt en het Steunpunt Mantelzorg. De maatwerkvoorzieningen betreffen woon-, rolstoel- en vervoersvoorzieningen (hulpmiddelen), huishoudelijke ondersteuning, begeleiding, dagactiviteiten en kortdurend verblijf. Een maatwerkvoorziening bieden we als inwoner niet zelf of met hulp van personen uit het sociale netwerk of door gebruikmaking van algemene voorzieningen in de ondersteuning kan voorzien.
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
19
Inwoner met zijn hulpvraag staat centraal In het gehele proces van start tot en met einde van de hulpvraag van de inwoner en bij alle veranderingen houden we oog voor onze inwoners. We stellen de hulpvraag van de inwoner en de juiste (integrale) ondersteuning om aan de hulpvraag van de inwoner tegemoet te komen voorop. Dit uitgangspunt hanteren partners en de gemeente. Indien nodig maakt de inwoner gebruik van onafhankelijke cliëntondersteuning bij het formuleren van zijn hulpvraag en het maken van keuzes. Regie en eigenaarschap van hulpvraag blijft bij inwoner De gemeente werkt vanuit de filosofie van regie en eigenaarschap bij de inwoner. Dit zijn de uitgangspunten van de Nieuwe Route. Deze filosofie betekent dat de inwoner eigenaar is en blijft van zijn hulpvraag. Samen met de inwoner, mantelzorger / eigen netwerk bespreekt de gemeente welke resultaten nodig zijn om aan de hulpvraag te voldoen en gezamenlijk nemen zij besluiten. Indien nodig consulteert de gemeente een specialist of een gecontracteerde aanbieder hierbij. Deze filosofie willen we hanteren bij alle hulpvragen. Ook stimuleren we de partners om te werken vanuit deze filosofie. Bij de inwoner die niet zelf de regie kan voeren neemt de gemeente de besluiten gezamenlijk met de mantelzorger / eigen netwerk. Is er geen mantelzorger / eigen netwerk dan betrekt de inwoner een onafhankelijk cliëntondersteuner.
De eigen kracht en mogelijkheden van inwoner worden uitgedaagd en benut De inwoner wordt meer uitgedaagd om wat hij zelf kan doen en verbeteren. De eigen mogelijkheden kunnen versterkt worden door het aanleren van nieuwe vaardigheden, fysieke training, het ergonomisch gebruiken van werkmateriaal ed. De gemeente bespreekt dit met de inwoner en verwijst naar (behandel) mogelijkheden om de eigen kracht te versterken. Dit kan de omvang van de indicatie verlagen. Het sociaal netwerk van inwoner wordt betrokken en benut Enerzijds willen we het sociaal netwerk meer betrekken bij de vraagverheldering en de probleemoplossing van de inwoner. Anderzijds willen we de mogelijke inzet van het sociaal netwerk bij de oplossing meer bespreken en benutten. Het mee mogen denken zal de bereidheid tot het leveren van een bijdrage aan de oplossing bevorderen. Het sociaal netwerk houdt zelf de regie over wat zij kunnen betekenen voor de inwoner. Hun inzet is op vrijwillige basis. We houden gedurende het ondersteuningstraject van inwoner perspectiefregie Dit betekent dat de gemeente bij (complexe) casussen overzicht op het proces houdt, dit proces stroomlijnt en afstemt met de inwoner en de betrokken partners. Dit draagt bij aan de integrale ondersteuning aan de inwoner. Hierbij is er gerichte aandacht voor het perspectief van inwoner en of de ingezette ondersteuning hier (voldoende) aan bijdraagt.
Ook voert gemeente strak regie op het behalen van het resultaat voor en door de inwoner. De algemene voorzieningen en het voorliggend veld zijn versterkt, in beeld en worden benut Algemene voorzieningen en voorliggende oplossingen zijn laagdrempelig voor de inwoner en werken preventief. Momenteel zijn er zeer weinig tot geen geschikte gelijkvloerse (rolstoelgeschikte) woningen beschikbaar voor inwoners met beperkingen. Dit behoeft versterking, zodat dure woonvoorzieningen vanuit de Wmo kunnen worden voorkomen. De verantwoordelijkheid van een passend woningaanbod ligt bij de woningcorporatie(s). Verder brengen we voorliggende voorzieningen, zoals inloopmomenten en activiteiten bij buurthuizen, in beeld bij de inwoner. De partners en de gemeente ondersteunen de inwoner hierbij.
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
20
Er is een verschuiving van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen Door te investeren in algemene voorzieningen hebben inwoners minder snel een maatwerkvoorziening nodig. Hierdoor treedt een verschuiving op van maatwerkvoorzieningen naar de vrij toegankelijke (algemene) voorzieningen. De maatwerkvoorzieningen zijn op maat, flexibel en tijdig ingezet De behoeften en mogelijkheden van inwoners staan centraal. Hulp en ondersteuning worden tijdig ingezet, zijn dicht bij huis en op maat. Flexibiliteit is belangrijk. Flexibel inzetten van ondersteuning binnen de maatwerkvoorziening of flexibel op- en afschalen van een maatwerkvoorziening naar een andere voorziening. We willen hierbij graag normaliseren, dat inwoners gewoon meedoen in de maatschappij en niet overal een indicatie voor krijgen. Deze eisen aan de maatwerkvoorziening nemen we mee bij nieuwe aanbestedingen. Wij werken resultaatgericht De gemeente neemt een stevige positie in bij het toekennen van de ondersteuning. De gemeente bespreekt samen met de inwoner welke resultaten gewenst zijn. Met deze resultaatgerichte manier van werken komen we optimaal tegemoet aan de hulpvraag van de inwoner (de wat-vraag). De inwoner en de aanbieder bepalen vervolgens samen welke doelen en activiteiten wanneer nodig zijn om het resultaat te behalen (de hoe-vraag). Deze werkwijze wordt geïmplementeerd.
Waar mogelijk zetten we in op resultaat- en taakgerichte bekostiging Momenteel hanteren we de inspanningsgerichte bekostiging voor de maatwerkvoorzieningen. Door het sturen op resultaten bij de resultaatgerichte- of taakgerichte bekostiging kan optimaal worden aangesloten op de ondersteuningsbehoefte van de inwoner op elk moment. Ook geeft het ruimte aan de aanbieder om de ondersteuning/taak flexibel naar eigen inzicht in te vullen en tot innovatie en een duurzaam aanbod te komen om de resultaten te bereiken. De taakgerichte bekostiging leidt ook tot een vermindering van administratieve lasten voor de inwoner, de aanbieder en de gemeente en één duidelijke aanbieder voor de inwoner. Voor maatwerkvoorzieningen waarbij dat past zetten we in op resultaat- en taakgerichte bekostiging. We houden regie op een overzichtelijk zorglandschap We werken intensiever en langduriger samen met minder gecontracteerde partners. Hierdoor kunnen we beter sturen op het resultaat en eveneens op de samenwerking met en tussen partners, innovatie en kwaliteit. Dit leidt tot optimale ondersteuning aan de inwoner en zijn netwerk. Daarnaast leidt dit tot meer grip op de financiën. Ook houdt de gemeente grip op overhead- en winstmarges die aanbieders hanteren door het stellen van een normering. Na het contracteren van partners is er geen ruimte voor nieuwe partijen om toe te treden.
Wel behouden nieuwe partijen kans op het leveren van ondersteuning via onderaannemerschap of een persoonsgebonden budget (PGB). Zorg in Natura levert een bijdrage aan een overzichtelijk zorglandschap en de kwaliteit van ondersteuning. Wij zijn daarom terughoudend in het verstrekken van PGB’s. Voor schoonmaakondersteuning geldt dit laatste niet. De inwoner die schoonmaakondersteuning vanuit de Wmo ontvangt is zelf in staat de kwaliteit te bewaken, te sturen op de geleverde zorg en te beoordelen of het resultaat is behaald.
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
21
Waar nodig willen we een integrale aanpak in de uitvoering van de Wmo met de Participatiewet Uitgangspunt voor deelnemers aan de maatwerkvoorziening dagactiviteiten met arbeidsmatige activiteiten is dat werk de beste ondersteuning is. Waar mogelijk stromen zij door naar een vorm van (vrijwilligers)werk. Voor deze graduele overstap is een integrale aanpak in de uitvoering van de Wmo met de Participatiewet (en onderwijs) nodig. De klantmanager Participatie of de WerkCorporatie wordt waar nodig betrokken bij de toegang en gedurende de duur van de indicatie Wmo. Zij kunnen de mogelijkheden onderzoeken om de inwoner op korte of langere termijn toe te leiden naar werk met ondersteuning of regulier werk. Ook een goede verbinding met de partners voor vrijwillige inzet is nodig. De integrale aanpak voorkomt onnodige instroom in de Wmo, maakt flexibel op- en afschalen mogelijk en bevordert een duurzame doorstroom van de inwoner richting (vrijwilligers) werk. Deze integrale aanpak willen we realiseren.
Doelen In 2026 is het percentage inwoners die een Wmo-voorziening hebben ontvangen en het (helemaal) eens met het antwoord op de stelling; "De ondersteuning die ik krijg past bij mijn hulpvraag" gelijk of hoger dan in 2020 (2020: 89%). In 2026 is het percentage inwoners die een Wmo-voorziening hebben ontvangen en het (helemaal) eens met de stelling "Door de ondersteuning die ik krijg, kan ik beter de dingen doen die ik wil." hoger dan in 2020 (2020: 66%). De groei van het aantal inwoners dat gebruik maakt van een maatwerkvoorziening Wmo afremmen.
3.6.2 Wat gaan we hiervoor doen? • We stellen de inwoner en zijn hulpvraag centraal en dragen zorg dat de inwoner die dat kan zelf de regie houdt over zijn hulpvraag. Wij laten betrokkenen meedenken en meebesluiten om de situatie te verbeteren. We zorgen voor de juiste ondersteuning bij de inwoner die niet zelf de regie kan voeren. We wijzen de inwoner waar nodig op de mogelijkheid van onafhankelijke cliënt. • Wij versterken waar mogelijk de eigen kracht van inwoners. • De inzet van het sociale netwerk vragen we (nog) meer uit. • We versterken de algemene voorziening en het voorliggend veld en willen deze beter in beeld krijgen, houden en benutten. • Realiseren van een verschuiving van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen en/of het voorliggend veld. • We zorgen voor een passend aanbod voor algemene- en maatwerkvoorzieningen. • We introduceren per 2022 resultaatgericht werken intern en bij relevante samenwerkgingspartners. • Bij aanbestedingen sluiten we de bekostigingsvorm van de maatwerkvoorziening aan op de kenmerken van de doelgroep, op het betreffende product en de daarbij behorende inhoudelijke beleidsdoelen. Voor bepaalde doelgroepen met ontwikkelingspotentieel willen we inzetten op resultaatgerichte bekostiging.
Voor doelgroepen waarvan van tevoren vaststaat dat de beperkingen toenemen met de tijd kan taakgerichte bekostiging juist geschikt zijn om voortdurende aanpassing van de indicatie te voorkomen. • We gaan naar minder gecontracteerde aanbieders en sluiten langdurige contracten af. • We laten na contractering van partners geen nieuwe partijen toe. • We stellen bij aanbestedingen in het sociaal domein een norm vast met betrekking tot de overhead- en winstmarges die door gemeente gecontracteerde dienstverleners redelijkerwijs mogen hanteren. • We realiseren voor de maatwerkvoorziening dagactiviteiten met arbeidsmatige activiteiten een integrale aanpak in de uitvoering van de Wmo met de Participatiewet. • We werken aan de kwaliteit van het proces van verstrekking complexe hulpmiddelen en de samenwerking met een andere gemeente als de inwoner verhuisd.
Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0
22
3.6.3 Hoe gaan we dit bereiken? Versterken hulpvraag centraal, eigen kracht en netwerk • De klantmanagers leren en verbeteren. In dit proces nemen we mee dat de klantmanager de inwoner centraal stelt, waar mogelijk de regie laat houden over zijn hulpvraag en de uitgangspunten van de Nieuwe Route hanteert. • Procesbegeleiders begeleiden planbijeenkomsten waarin alle betrokkenen samen besluiten wat er nodig is om de situatie te verbeteren. • Wij versterken de eigen kracht van inwoners door de inwoner die schoonmaakondersteuning aanvraagt, waar relevant, eerst naar behandeling, zoals 1e lijns ergotherapie, als voorliggende oplossing te verwijzen. Vanuit behandeling wordt ingezet op het versterken van de eigen kracht en mogelijkheden van de inwoner, waardoor de inwoner mogelijk zelfredzamer wordt waardoor een maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning (voor een deel) overbodig is • De ‘hoe’ vraag met betrekking tot hoe kunnen we het sociale netwerk meer inzetten bij een hulpvraag van de inwoner werken we verder uit. Versterken algemene voorzieningen en voorliggend veld • We versterken algemene voorzieningen door het opzetten van een algemene voorziening was- en strijkservice.
• We versterken het voorliggend veld door de behoefte aan geschikte gelijkvloerse (rolstoelgeschikte) woningen en seniorenwoningen voor inwoners met beperkingen mee te nemen in de woonvisie en de prestatieafspraken met Mercatus. • We krijgen de algemene voorzieningen en het voorliggend veld beter in beeld door enerzijds deze voorzieningen en activiteiten op te nemen in Steunwijzer. Dit doen we in beperkte mate. Het gaat om die voorzieningen en activiteiten die de mogelijkheid bieden om een maatwerkvoorziening af te schalen. Anderzijds vervult het sociaal loket hierbij, in samenwerking met partners, een belangrijke rol. • We willen de algemene voorzieningen en het voorliggend veld beter benutten: - Door goede randvoorwaarden voor de klantmanagers te creëren. Zij moeten tijd en kennis hebben om de eigen kracht van de inwoner en zijn netwerk en de algemene voorzieningen goed te benutten en in te zetten. Ook kennis van de scheidslijn tussen de Wmo, Wlz, Zvw en de Participatiewet ed. is van belang. Dit leidt mede tot een verschuiving van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen en/of het voorliggend veld; - Door partner van de algemene- en maatwerkvoorziening te stimuleren om met elkaar en met de gemeente samen te werken rondom de hulpvraag van de inwoner en te zorgen voor een integrale en effectieve ondersteuning.