CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

5.1 Bestemmingsplan Landelijk gebied, Drietorensweg 40-2 te Ens_split_1.pdf

Commissie Woonomgeving 5 september 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 5: Bestemmingsplan Landelijk gebied, Drietorensweg 40-2 te Ens25.420 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

6.2

Economische uitvoerbaarheid

De economische uitvoerbaarheid van een plan wordt in eerste instantie bepaald door de financiële haalbaarheid ervan. Daarnaast is de grondexploitatieregeling uit de Wro van belang voor de economische uitvoerbaarheid. Deze regeling bepaalt dat de gemeente de door haar gemaakte kosten kan verhalen. Het kostenverhaal heeft dus ook invloed op de haalbaarheid van het plan.

Financiële haalbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. Aangenomen wordt dat deze over de financiële middelen beschikt om het plan uit te kunnen voeren en alle kosten voor de uitvoering voor rekening neemt.

Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke

30

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Drietorensweg 40-2 te Ens

weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, woningbouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De gemeente moet, volgens de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de gemaakte gemeentelijke kosten verhalen op de initiatiefnemers van de ontwikkeling. Dit geldt overigens alleen wanneer sprake is van bouwplannen, zoals opgenomen in het Bro.

Het bouwplan dat dit bestemmingsplan mogelijk maakt is aangemerkt als een bouwplan in de zin van het Bro. Het is daarom in beginsel verplicht om een exploitatieplan vast te stellen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Hiervoor zijn overeenkomsten gesloten. Van het opstellen van een exploitatieplan wordt derhalve afgezien.

bestemmingsplan (ontwerp)

31

bestemmingsplan Landelijk gebied, Drietorensweg 40-2 te Ens

32

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Drietorensweg 40-2 te Ens

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

bestemmingsplan (ontwerp)

33

bestemmingsplan Landelijk gebied, Drietorensweg 40-2 te Ens

Bijlage 1

34

Situering watercompensatie

bestemmingsplan (ontwerp)

Sloot 2 Wegsloot Compensatie van erfsloot 1 Profiel (1 : 2 Z 1 : 107o) s bestaande sloot

Plattegrond bestaande situatie schaal 1:2000

Plattegrond Gewijzigde situatie schaal 1:2000

s te compenseren sloot

Inhoud erfsloot 8:

Bestaande sloten Slootnummer

Type sloot

Profiel

Inhoud in m3 (Opp drsn x lengte)

Oppervlakte

Sloot 1

Erfsloot

1:1,25/1:1,25

1,73 x 71,95 s

124,5m3

3,05 x 71,95 = 219,4m2

Sloot 2

Wegsloot

1:2/1:1,25

2,21 x 111,8 s

247m3

3,92 x 111,8 = 438,8m2 Gewijzigd:

Slootcompensaties

Datum:

Status:

10-04-2021

CONCEPT

Omschrijving:

Tekenaar:

Projectleider:

L.L.

T.H.

Te dempen sloten Sloot 1

Erfsloot

1:1,25/1:1,25

1,73 x 71,95 s Totaal

124,5m3 124,5m3

3,05 x 71,95 = 219,4m2

A

Opdrachtgever:

Wouters Onroerend goed B.V. Enserweg 3A 8307 PJ Ens

Projectnummer:

Bouwlocatie:

Drietorensweg tussen 42-I

Schaal:

1:2000/1:50

Onderdeel:

Te vergraven sloten tbv nieuw waterbassin

Formaat:

1188X840MM

Project:

Uitbreiding bestaand waterbassin

Blad:

BSTW-1004

Tekenaar:

L.L.

Projektleider:

T.H.

Datum:

10-04-2021

Te vergraven sloten Compensatie bij wegsloot 2 s Totaal gecompenseerd

1,72 x 72,2 s

124,5m2 124,5m3

BA

HORTICULTURE BOUWBEGELEIDING EN ADVIES

en 42- II Ens

© TEKENING EN ONTWERP ZIJN EIGENDOM VAN HORTICULTURE BOUWBEGELEIDING & ADVIES. ZONDER TOESTEMMING MOGEN ZE NIET GEKOPIEERD, OF DOORGEGEVEN WORDEN AAN DERDEN

bestemmingsplan Landelijk gebied, Drietorensweg 40-2 te Ens

Bijlage 2

36

Bodemonderzoek

bestemmingsplan (ontwerp)

Ec WReest

Verkennend bodemwaterbodem- en asbestonderzoek ter plaatse van: Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens

projectnummer

211364

Pagina 2 van 31

TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens 211364-211466 1.0 Ing. M. van den Broek J.R.W. Staal

Datum OPDRACHTGEVER Naam

Wouters Onroerend Goed B.V.

Contactpersoon

Dhr. A. Wouters

Adres UITGEVOERD DOOR Monsterneming grond

Enserweg 3 a, 8307 PJ ENS

20 oktober 2021

SIKB protocol 2001

Dhr. W.B. Aasman Dhr. T. Bonkes en Dhr. W. Westbroek

Monsterneming grondwater Monsterneming waterbodem Monsterneming asbest in bodem Monsterneming asbest in puin

SIKB protocol 2002

Dhr. J. Kemper en Dhr. W. Westbroek

SIKB protocol 2003

Dhr. J. Kemper

SIKB protocol 2018

Dhr. T. Bonkes

-

Dhr. W.B. Aasman

UITGEVOERD DOOR

info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl

Kantoor Zuidwolde

Kantoor Appingedam

Kantoor Almere

Industrieweg 20

Opwierderweg 160

Transistorstraat 91-34

7921 JP Zuidwolde

9902 RH Appingedam

1322 CL Almere

Tel: 0528 373 982

Tel: 0596 633 355

036 82 00 397

Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens "NEN-EN-ISO 9001:2015", voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. DISCLAIMER

Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2020 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest 2021 Ens_211364_Enserweg 19-1/Drietorensweg 40-2_VO+ASB We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2001-2002-

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 3 van 31

INHOUD 1. 1.1 1.2 1.3

INLEIDING.................................................................................................................. 5 Aanleiding en doelstelling.............................................................................................. 5 Kwaliteitsborging algemeen............................................................................................5 Kwaliteitsborging onderzoek........................................................................................... 6

1.3.1

Normen onderzoeksstrategie............................................................................................. 6

1.3.2

Veldwerkzaamheden.........................................................................................................6

1.3.3

Laboratoriumwerkzaamheden............................................................................................7

1.4

Leeswijzer................................................................................................................... 7

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017)............................................................................ 8 Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek.................................................................... 8 Stap 1; aanleiding vooronderzoek.................................................................................... 8 Stap 2; onderzoeksvragen.............................................................................................. 8 Samenvatting vooronderzoek......................................................................................... 9 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek.............................................................10 Afwijkingen vooronderzoek.......................................................................................... 10 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategieën (NEN5740, NEN5720, NEN5897 en NEN5707) 10 Veiligheidsklasse ........................................................................................................ 12

3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

VELDWERKZAAMHEDEN CHEMISCH ONDERZOEK.......................................................13 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en slib enplaatsen peilbuizen).................... 13 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater).................................................... 14 Bodemopbouw........................................................................................................... 14 Zintuiglijke waarnemingen............................................................................................ 14 Afwijkingen protocollen .............................................................................................. 15 Afwijkingen strategie(ën) ............................................................................................. 15

4.

ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (CHEMISCH ONDERZOEK)................................ 16

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

Analysemonsters......................................................................................................... 16 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ..................................................................... 17 Toetsing analyseresultaten landbodem........................................................................... 17 Toetsing analyseresultaten Waterbodem (sliblaag en onderliggende vaste bodem).................18 Milieuhygiënische kwaliteit grond en grondwater locatie A:Enserweg 19-1............................ 19 Milieuhygiënische kwaliteit grond en grondwater locatie B:Drietorensweg 40-2..................... 21 Milieuhygiënische kwaliteit waterbodem........................................................................ 22

4.7.1

Toepassing op landbodem................................................................................................ 22

4.7.2

Toepassing in oppervlaktewater....................................................................................... 22

4.7.3

Verspreiding op het aangrenzend perceel........................................................................... 22

5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

VELDWERKZAAMHEDEN ASBESTONDERZOEK............................................................ 23 Uitvoering werkzaamheden (visuele inspectie maaiveld en bodem) .................................... 23 Visuele inspectie maaiveld ........................................................................................... 23 Resultaten veldwerkzaamheden.................................................................................... 23 Visuele inspectie en monsterneming diepere lagen........................................................... 24 Afwijkingen onderzoeksopzet ....................................................................................... 25

6.

ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (ASBESTONDERZOEK)..................................... 26

6.1 6.2

Analysemonsters.........................................................................................................26 Analysemethoden en monsterbehandeling..................................................................... 26

6.2.1

6.3

Analyse asbest in bodem en puin(volgens NEN 5898)........................................................... 26

Toetsingskader asbest.................................................................................................. 26

2001-2002­

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 4 van 31

27 27

6.4 6.5

Analysemonsters en concentraties.......... Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden

7. 7.1 7.2 7.3

SAMENVATTING EN CONCLUSIES...............................................................................28 Samenvatting............................................................................................................. 28 Conclusies en aanbevelingen......................................................................................... 30 Resultaten, conclusies en aanbevelingen waterbodemonderzoek........................................ 31

BIJLAGEN

1.1 1.2 2 3 4 5 6

Regionale ligging Situatieschetsen onderzoekslocatie met boorpunten, slibsteken en inspectieputten en sleuven Resultaten vooronderzoek Boorprofielen Analysecertificaten Getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden Analysemethoden

2001-2002­

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 5 van 31

1. INLEIDING Door Eco Reest BV is een verkennend milieukundig bodem- waterbodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Enserweg 19-1 en de Drietorensweg 40-2 te Ens. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen. 1.1 Aanleiding en doelstelling Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande realisatie van een kas en een kasschuur op de locatie. Aanleiding tot het verkennend waterbodemonderzoek is de voorgenomen demping van (delen van) watergangen, in het kader van het te realiseren bouwplan. Aanleiding tot het verkennend asbestonderzoek wordt gevormd door de puinlaag op het maaiveld ter plaatse van de bouwlocatie Enserweg 19-1 en het asbestverdachte materiaal op het maaiveld van de locatie aan de Drietorensweg 40-2. Doel van het verkennend bodemonderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van de onderzoeks-locaties. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locaties (bedrijfsterrein t.b.v. glastuinbouw).

Doel van het verkennend waterbodemonderzoek is het bepalen van de kwaliteit van het slib ter plaatse van de te dempen (delen van) watergangen, waarbij tevens een inschatting van de slibdikten wordt gemaakt. Doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem en de puinlaag. 1.2 Kwaliteitsborging algemeen Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens "NEN-EN-ISO 9001:2015", voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.

Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de

2001-2002-

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 6 van 31

opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen. 1.3 Kwaliteitsborging onderzoek De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema. In de volgende paragrafen worden de normen, beoordelingsrichtlijnen toegelicht. 1.3.1 Normen onderzoeksstrategie In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen

Aspect onderzoek

Toegepaste norm

Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek

NEN 5725:2017

Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek

NEN 5740:2009 + A1: 2016

Strategie verkennend waterbodemonderzoek

NEN 5720:2017

Strategie voor uitvoeren van asbest onderzoek in bodem

NEN 5707:2015^2:2017

Strategie voor uitvoeren van asbest onderzoek in puin

NEN 5897:2015^2:2017

Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk Ş 2.6 "Afwijkingen vooronderzoek" en ş 3.6 "Afwijkingen strategie(ën)". 1.3.2 Veldwerkzaamheden Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek", waarvoor Eco Reest BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988/02, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen ten behoeve van het nemen van grond- en grondwatermonsters", protocol 2002 "Het nemen van grondwatermonsters", SIKB protocol 2003 "Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek" en protocol 2018 "Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem". Opgemerkt wordt dat de werkzaamheden ten behoeve van de NEN5897:2015^2:2017, asbestonderzoek in puin, niet onder een erkenningsregeling vallen. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven op het titelblad. Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in Ş 3.5 "Afwijkingen protocollen".

2001-2002-

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 7 van 31

De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/ 1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 "Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek", waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De asbest analyses zijn uitgevoerd door ACMAA Laboratoria BV te Deurningen, die geaccrediteerd en erkend is door het ministerie van I en W. ACMAA Laboratoria BV is een NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L376. Het certificaat is eveneens bijgevoegd in bijlage 6. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 "Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters". Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in ş 4.2 "Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden". 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de onderzoeksvragen beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek en wordt de onderzoekshypothese opgesteld.

In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.

2001-2002-

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 8 van 31

2. VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) Het vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd, zoals hierna weergegeven. 2.1 Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2017 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld.

2.2 Stap 1; aanleiding vooronderzoek De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven. - A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1 2.3 Stap 2; onderzoeksvragen Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen die zijn weergegeven in bijlage 2. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld. In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld. Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten en te verzamelen informatie

2001-2002-

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 9 van 31

Onderzoeksaspecten

Aarileidingen tot voo ronderzoek S

S

Geohydrologie

S

S

Geval van ernstige

S

Antopogene lagen in de

S

S

S

S

S

S

S

S

S

S

S

bodem Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK

S

O.b.v. uitgevoerde

S

0 S

S

S

S

S

S

S

S S

bodemonderzoeken Voormalig

S

verdachte situatie, activiteiten, ongewoon

Huidig

S

voorval

Toekomst

Gebruik en beïnvloeding van de locatie,

Asbestverdacht?

0 S

S

S

S

S

S

S

S

0 S

S

S S

S

S

S

Terreinverkenning S Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

De verzamelde informatie benoemd in tabel 2.1 met antwoorden is weergegeven in bijlage 2. In Ş 2.4 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken (delen van de) locatie weergegeven met antwoorden, op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen weergegeven in bijlage 2. 2.4 Samenvatting vooronderzoek Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als Gemeente Noordoostpolder, sectie C, nrs. 1475 (deels) 2438, 2111 (deels) en 2110 en heeft een totale oppervlakte van 68.579 m2. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. De onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1.2. Het onderzoeksterrein aan de Enserweg 19-1 is tot dusver onbebouwd en in gebruik geweest als bouwland (akkerland). Aan de noordwestzijde van de locatie is een gedempte sloot aanwezig. Aan de zuidoostzijde is plaatselijk sprake van puinverharding, met een oppervlakte van circa 1.950 m2. Uit informatie van de opdrachtgever blijkt, dat dit materiaal relatief recent is aangebracht. Het betreffende kwaliteitscertificaat is echter niet (meer) beschikbaar. Op de locatie Drietorensweg 40-2 is een voormalig dierenpension met een woning aanwezig. De toegangsweg is verhard met grind. Het buitenterrein grotendeels is onverhard.

Tussen de dierenhokken met asbestdaken is het buitenterrein plaatselijk verhard met tegels. Aan de zuidzijde van de locatie is plaatselijk asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen en aan de oostzijde watert het asbestdak van de dierenhokken plaatselijk af op een onverhard deel van het maaiveld. Op de bodemkwaliteitskaart regio Noordoostpolder is aan de bodem van de locatie de klasse landbouw/natuur toegekend. De bodem van de locatie bestaat tot circa 3,5 m-mv uit zand, gevolgd door klei, veen en zand tot circa 8,2 m-mv. De stroming van het grondwater is ter plaatse globaal

2001-2002-

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 10 van 31

noordelijk gericht, richting het centrum van de polder. Ter plaatse is op basis van het vooronderzoek geen sprake van bodemvreemde lagen. De opdrachtgever is voornemens om ter plaatse kassen en kasschuren te realiseren, met een totale oppervlakte van 63.147 m2. In het kader van de realisatie van dit bouwplan worden ter plaatse van de locatie Enserweg 19-1 een aantal (delen van) watergangen gedempt, met een breedte van 1 meter en een totale lengte van 592 meter. Ter plaatse van de locatie Drietorensweg 40-2 wordt de ringsloot rond het perceel gedempt. Voor zover bekend is ter plaatse van de te dempen sloten tot dusver geen sprake geweest van riooloverstorten van een gemengd stelsel en/of opslag van olieproducten. 2.5 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig in relatie tot het doel van het onderzoek, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar. 2.6 Afwijkingen vooronderzoek Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen. 2.7

Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategieën (NEN5740, NEN5720, NEN5897 en

NEN5707) Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is ter plaatse van (delen van) de in het vooronderzoek beschouwde locatie bodemonderzoek noodzakelijk. In de tabel 2.2 is per te onderzoeken terrein(deel) de onderzoeksstrategie weergegeven. Op basis van het vooronderzoek zijn de te onderzoeken terreindelen aan te merken als onverdacht voor chemische bodemverontreiniging(en), met uitzondering van de bodem ter plaatse van de gedempte sloot en de puinverharding. Daarnaast is de bodem van de te onderzoeken terreindelen aan te merken als niet asbestverdacht, met uitzondering van de plaatselijk aanwezige puinverharding, en delen van de bodem van de locatie Drietorensweg 40-2, ter plaatse van het op het maaiveld aangetroffen asbest en de onverharde druppelzone van het golfplatendak van de dierenhokken. Op basis van het vooronderzoek betreft zijn de te dempen (delen van) sloten aangemerkt als watergangen van het type Lintvormig water en het belastingstype; onbelast. In de navolgende tabel is per te onderzoeken terrein(deel) de onderzoekshypothese en de bijbehorende strategie(en) weergegeven.

2001-2002-

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 11 van 31

Tabel 2.2 Onderzoekshypothese(n) per terrein(deel)

Locatie

Deellocatie Oppervlakte (m2)

A: Enserweg

A1: Bouwlocatie

19-2

63.147

Verontreinigde stof + diepte van voorkomen Grond

Grond­ water

Geen

Geen

Metalen,

sloot, Circa 160

PAK

A3: Puinverharding,

Metalen,

en onderliggende

PAK,

bodem, circa 1.950

asbest

A4: Te dempen

Geen

Geen

B1: Gehele terrein, 5.432

40-2

B2: Te dempen

Demping met

NEN 5740:2009, Ş 5.3

Geen

-

Puin op maaiveld,

NEN 5740:2009, Ş 5.6

herkomst onbekend

NEN5897:2017, Ş 6.5.2

Verificatie slibkwaliteit

NEN5720:2017, Ş 5.1.11

Geen

Geen

Geen bodembedreigende activiteiten

NEN 5740:2009, Ş 5.1

Geen

-

Verificatie slibkwaliteit

NEN5720:2017, Ş 5.1.11

t.b.v. demping Asbest

Asbest op maaiveld

NEN5707:2017, Ş 6.4.4

aangetroffen

asbest op maaiveld circa 10 B4: Druppelzone

NEN 5740:2009, Ş 5.2

t.b.v. demping

sloot circa 200 B3: Zone met

Agrarisch gebruik tot

onbekend materiaal

sloten circa 592 B: Drie­

Onderzoeksstrategie

op heden

A2: Gedempte

torensweg

Oorzaak/ Motivatie

Asbest

Mogelijke belasting

golfplatendak circa

onverharde toplaag

10

met asbestvezels

NEN5707:2017, Ş 7.4

Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek ter plaatse van de bouwlocatie Enserweg 19-1 (deellocatie A1) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, Ş 5.2. Het betreffende deel van het onderzoeksterrein is beschouwd als een grootschalige onverdachte locatie. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek met betrekking tot de gedempte sloot op de locatie Enserweg 19-1 (deellocatie A2) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, Ş 5.3, zoals weergegeven in tabel 2.2. Het betreffende deel van het onderzoeksterrein is beschouwd als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek met betrekking tot de bodem onder de puinlaag op de locatie Enserweg 19-1 (deellocatie A3) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, Ş 5.6, zoals weergegeven in tabel 2.2. Het betreffende deel van het onderzoeksterrein is beschouwd als een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming.

Het asbestonderzoek met betrekking tot de puinlaag op de locatie Enserweg 19-1 (deellocatie A3) is uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5707:2017, Ş 6.5.2, zoals weergegeven in tabel 2.2. De puinlaag is beschouwd als een kleinschalige open halfverharding. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek met betrekking tot de locatie Drietorensweg 40-2 (deellocatie B1) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, Ş 5.1. Het betreffende deel van het onderzoeksterrein is beschouwd als een

2001-2002­

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 12 van 31

onverdachte locatie. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek met betrekking tot de te dempen sloten op de locaties Enserweg 19-1 (deellocatie A4) en Drietorensweg 40-2 (deellocatie B2) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5720:2017, ş 5.1.11, zoals weergegeven in tabel 2.2. De te dempen sloten zijn is beschouwd als onverdachte, lintvormige watergangen. Op basis van de locatiegegevens is het asbestonderzoek met betrekking tot de bodem ter plaatse van het op het maaiveld van de locatie Drietorensweg 40-2 aangetroffen asbest (deellocatie B3) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN5707:2015, ş 6.4.4 zoals weergegeven in tabel 2.2. Het betreffende terreindeel is beschouwd als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting en een duidelijke kern. Op basis van de locatiegegevens is het asbestonderzoek met betrekking tot de bodem ter plaatse van de onverharde druppelzone van het golfplatendak op de locatie Drietorensweg 40-2 (deellocatie B4) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN5707:2015, Ş 7.4 "Milieuhygiënisch saneringscriterium", zoals weergegeven in tabel 2.2.

Er heeft geen onderzoek naar het voorkomen van asbest conform Ş 5.2.3 van de NEN5720:2017 plaatsgevonden, aangezien er uit het vooronderzoek en de locatie inspectie geen vermoeden is ontstaan van het voorkomen van asbesthoudend materiaal in de waterbodem. Wel is er tijdens het veldwerk extra aandacht besteed aan het beoordelen van het materiaal op het voorkomen van asbest. 2.8 Veiligheidsklasse Op basis van het vooronderzoek is er analyse gemaakt met betrekking tot de veiligheidsklasse waarbinnen het asbestonderzoek dient te worden uitgevoerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van de CROW P400 "Werken in en met verontreinigde". Omdat de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal niet is aangetoond tijdens het verkennend onderzoek, is onderhavig asbestonderzoek uitgevoerd op basis van standaard veiligheidsklasse .

2001-2002-

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 13 van 31

3. VELDWERKZAAMHEDEN CHEMISCH ONDERZOEK In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven van het chemisch onderzoek, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie. 3.1 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en slib en plaatsen peilbuizen) De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 29 en 30 september en 7 oktober 2021 en het grondwater is bemonsterd op 7 en 14 oktober 2021. Locatie A; Enserweg 19-1 Deellocatie A1: Bouwlocatie, 63.147 m2

Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 11 boringen tot circa 2,0 m-mv (nrs. 1 t/m 5, 12 t/m 16 en 44) en 26 boringen tot 0,5 m-mv (nrs. 17 t/m 43). De boringen nrs. 1 t/m 5 en 44, verspreid over de bouwlocatie zijn vervolgens doorgezet tot 3,0 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (peilbuizen nrs. 1 t/m 5 en 44; filterstelling 2,0-3,0 m-mv, grondwaterstand 1,5 m-mv). Deellocatie A2: Gedempte sloot, circa 160 meter

Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 6 boringen tot circa 1,5 m-mv (nrs. 6 t/m 11). Grondwateronderzoek is met betrekking tot dit terreindeel niet aan de orde. Deellocatie A3: bodem onder puinverharding, circa 1.950 m2

Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 3 boringen tot circa 2,0 m-mv (nrs. 1 t/m 3) en 12 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 4 t/m 15). Boring 1, centraal ter plaatse van het betreffende terreindeel is vervolgens doorgezet tot 2,8 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 1,8-2,8 m-mv, grondwaterstand 1,3 m-mv). Deellocatie A2: Te dempen sloten, circa 592 meter

Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 10 slibsteken (nrs. 11 t/m 20) in de te dempen (delen van) sloten. De monstername heeft plaatsgevonden met een zuigerboor vanaf de kant. Locatie B; Drietorensweg 40-2 Deellocatie B1: Gehele terrein, 5.432 m2

Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 4 boringen tot circa 2,0 m-mv (nrs. 1 t/m 4) en 19 boringen tot 0,5 m-mv (nrs. 5 t/m 23). Boring 1, centraal ter plaatse van de locatie, is vervolgens doorgezet tot 3,0 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,0-3,0 m-mv, grondwaterstand 1,5 m-mv). Deellocatie B2: Te dempen sloot, circa 200 meter

Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 10 slibsteken (nrs. 1 t/m 10) in de te dempen sloot. De monstername heeft plaatsgevonden met een zuigerboor vanaf de kant. Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten.

2001-2002-

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 14 van 31

3.2 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater) Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: * Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting; * Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; * De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. Voor de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen wordt verwezen naar bijlage 3.2. Op basis van bijlage 3.2 blijken het geleidingsvermogen voldoende constant te zijn om over te gaan tot bemonstering. Het grondwater is echter beschouwd als troebel, bij de beoordeling van de analyses dient te worden vastgesteld of dit van invloed is geweest op het resultaat. 3.3 Bodemopbouw De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.2. Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie

Diepte (m-rmv)

Omschrijving

0,0

- 0,5

Matig fijn zand, sterk siltig, zwak humeus

0,5

-1,0

Matig fijn zand

1,0

- 2,0

Matig fijn zand, plaatselijk matig zandige klei

2,0

- 3,0

Matig fijn zand

3,0

Diepst verkende bodemlaag

Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld op een diepte tussen 0,55 en 1,5 m-mv. 3.4 Zintuiglijke waarnemingen Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden. Hierbij is het volgende vastgesteld. Ter plaatse van boringen 1 t/m 15 in de puinverharding ter plaatse van de Enserweg 19-1 (deellocatie A3) is tot 0,3 m-mv menggranulaat (>80% puin) aangetroffen. Verder zijn er geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest­ houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen, e.e.a. echter met uitzondering van het asbestverdachte materiaal op het maaiveld van de locatie Drietorensweg 40-2.

2001-2002-

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 15 van 31

Ter plaatse van de te dempen (delen van) sloten op de locatie Enserweg 19-1 is matig steekvast en matig zandig slib waargenomen, met een laagdikte van circa 10 cm. Ter plaatse van de te dempen sloot op de locatie Drietorensweg 40-2 is matig steekvast en zwak kleiig slib waargenomen, met een laagdikte van circa 20 cm. 3.5 Afwijkingen protocollen Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001, 2002 en 2003 naar voren gekomen. 3.6 Afwijkingen strategie(ën) Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2009^1: 2016 en/of de NEN5717:2015 naar voren gekomen.

2001-2002-

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 16 van 31

4. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (CHEMISCH ONDERZOEK) Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek). 4.1 Analysemonsters In tabel 4.1 zijn per onderzocht terreindeel de geanalyseerde grond-, grondwater- en waterbodemmonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters grond, grondwater en waterbodem

Locatie

Deellocatie

Grondmonster

Diepte (m-mv)

Motivatie

Analyse

A: Enser­

A1; Bouw

Mp. 2, 3, 23 t/m 30

0,0-0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem, OCB

weg 19-2

locatie

Mp. 12, 13, 21, 22, 31,

0,0-0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem, OCB

0,0-0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem, OCB

0,0-0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem, OCB

Mp. 5+15+16

1,0-2,0

Ondergrond

Standaardpakket bodem

Mp. 2+12

1,0-2,0

Ondergrond

Standaardpakket bodem

Mp. 1+4+14

1,0-2,0

Ondergrond

Standaardpakket bodem

Mp. 3+13

1,0-2,0

Ondergrond

Standaardpakket bodem

Mp. 7+10

0,5-1,0

Ondergrond

Standaardpakket bodem

A3: Puinver­

Mp. 3, 4, 5, 7

0,3-0,8

Bovengrond

Standaardpakket bodem, OCB

harding, en

Mp. 1, 11, 12, 13

0,3-0,8

Bovengrond

Standaardpakket bodem, OCB

Mp. 6, 8, 10, 14

0,3-0,8

Bovengrond

Standaardpakket bodem, OCB

S 11 t/m 20

Sliblaag; Waterbodem

Standaardpakket waterbodem

10 cm

A, OCB

32 Mp. 1, 17 t/m 20, 4, 14, 33 t/m 35 Mp. 5, 15, 16, 37 t/m 43

A2: Gedempte sloot

onderliggende bodem A4: Te dempen sloten B: Drie­ torens­

B1: Gehele terrein

weg 40-2

B2: Te dempen sloot

Mp. 2, 5 t/m 10

0,0-0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem, OCB

Mp. 3, 4, 11, 14, 15, 16

0,0-0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem, OCB

Mp. 17 t/m 23

0,0-0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem, OCB

Mp. 1+2

1,0-2,0

Ondergrond

Standaardpakket bodem

Mp. 3+4

1,0-2,0

Ondergrond

Standaardpakket bodem

S 1 t/m 10

Sliblaag; Waterbodem 20 cm

Standaardpakket waterbodem A, OCB

2001-2002-

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 17 van 31

Vervolg tabel 4.1 Analysemonsters grond, grondwater en waterbodem

Locatie

Deellocatie

Grondwatermonster

Filter (m-mv)

Motivatie

Analyse

A: Enserweg

A1; Bouw

Pb. 1

2,0-3,0

Grondwater

Standaardpakket grondwater

19-1

locatie

Pb. 2

2,0-3,0

Grondwater

Standaardpakket grondwater

Pb. 3

2,0-3,0

Grondwater

Standaardpakket grondwater

Pb. 4

2,0-3,0

Grondwater

Standaardpakket grondwater

Pb. 5

2,0-3,0

Grondwater

Standaardpakket grondwater

Pb. 44

2,0-3,0

Grondwater

Standaardpakket grondwater

A3: Puinverharding

Pb. 1

1,8-2,8

Grondwater Standaardpakket grondwater

B1: Gehele terrein

Pb. 1

2,0-3,0

Grondwater Standaardpakket grondwater

B: Drietorens­ weg 40-2

Bij de geanalyseerde monsters in tabel 4.1 merken wij op, dat de bovengrond en de waterbodem op verzoek van de opdrachtgever tevens zijn geanalyseerd op Organochloor-bestrijdingsmiddelen (OCB), in verband met agrarische terreingebruik tot op heden. Het analysepakket "standaardpakket bodem" genoemd in tabel 4.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). Het standaardpakket waterbodem (A); waterbodem en baggerspecie uit regionaal water bestaat uit de parameters droge stof, lutum en organische stof (gloeiverlies), zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie GC (C10-C40), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM) en polychloorbifenylen (PCB's). Het analysepakket "standaardpakket water" bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwater­ stoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming.

4.2 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters. 4.3 Toetsing analyseresultaten landbodem De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven. Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond- of Streefwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische

2001-2002­

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 18 van 31

gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25 %. De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toets-uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.2. Tabel 4.2 Betekenis van de toetsingswaarden

Weergave tabellen

Weergave bijlage 5

Concentratieniveau

Betekenis

ś AW-waarde of S-waarde (of < detectiegrens)

Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde

> AW-waarde of S-waarde

Lichte verhoging gemeten

*

> I-waarde

Sterke verhoging gemeten

***

of streefwaarde gemeten

Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7)

-

(v)

Tabel 4.2 is de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 4.4 t/m 4.7. 4.4 Toetsing analyseresultaten Waterbodem (sliblaag en onderliggende vaste bodem) De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T1, T3 en T5 zijn gehanteerd De resultaten zijn getoetst aan de normen voor verspreiding op aangrenzende percelen, toepassing in oppervlaktewater en toepassing op landbodem. Voor de toepassing op landbodem en toepassing in oppervlaktewater is gebruik gemaakt van de BoToVa toetsen T1 (beoordeling kwaliteit grond of bagger bij toepassing op of in de bodem) en T3 (beoordeling kwaliteit van bagger en ontvangende bodem bij toepassing in een oppervlaktewaterlichaam. Voor de toetsing ten behoeve van verspreiding op aangrenzende percelen is gebruik gemaakt van de BoToVa toets T5 (beoordeling kwaliteit van bagger bij verspreiden op aangrenzend perceel). In de tabel in de navolgende paragraaf zijn de analyseresultaten van de onderzochte waterbodem (slib) geïnterpreteerd aan de hand van de normen uit het generieke kader van het Besluit Bodem­ kwaliteit (Regeling bodemkwaliteit). Onder de betreffende tabel wordt de toetsuitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4.

In de tabellen in bijlage 5 zijn de analyse­ resultaten beoordeeld aan de hand van de toetsingswaarden. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.3.

2001-2002­

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 19 van 31

Tabel 4.3 Legenda toetsing slibkwaliteit

Klasse t.b.v. Toepassing op landbodem (BoToVa T1)

Toepasbaarheid in oppervlaktewater (BoToVa T3)

Landbouw/natuur

Vrij toepasbaar

Wonen

Klasse A

Industrie

Klasse B

Niet toepasbaar

Niet

Verspreidbaarheid op aangrenzend perceel (BoToVa T5) Verspreidbaar Niet Verspreidbaar

Tabel 4.3 is de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde waterbodemmonsters, zoals weergegeven tabel 4.8. 4.5 Milieuhygiënische kwaliteit grond en grondwater locatie A: Enserweg 19-1 In de tabellen 4.4 en 4.5 zijn de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.4 Geanalyseerde grondmonsters Locatie A: Enserweg 19-1 met toetsing

Deellocatie

Grondmonster

Diepte (m-mv)

Motivatie

A1: Bouwlocatie

Mp. 2, 3, 23 t/m 30

0,0-0,5

Bovengrond

Gehalte in mg/kg d.s. en toetsing Hexachloorbenzeen; 0,0019, Som Drins; 0,015

Mp. 12, 13, 21,

0,0-0,5

Bovengrond

Som Drins; 0,0081

0,0-0,5

Bovengrond

Som Drins; 0,0042

0,0-0,5

Bovengrond

Som Drins; 0,0048

Mp. 5+15+16

1,0-2,0

Ondergrond

-

Mp. 2+12

1,0-2,0

Ondergrond

-

Mp. 1+4+14

1,0-2,0

Ondergrond

-

Mp. 3+13

1,0-2,0

Ondergrond

-

Mp. 7+10

0,5-1,0

Ondergrond

-

A3: Onder­

Mp. 3, 4, 5, 7

0,3-0,8

Bovengrond

-

liggende bodem puinverharding

Mp. 1, 11, 12, 13

0,3-0,8

Bovengrond

-

Mp. 6, 8, 10, 14

0,3-0,8

Bovengrond

-

22, 31, 32 Mp. 1, 17 t/m 20, 4, 14, 33 t/m 35 Mp. 5, 15, 16, 37 t/m 43

A2: Gedempte sloot

Deellocatie A1: Bouwlocatie

In de geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond (Mp. 2, 3, 23 t/m 30, Mp. 12, 13, 21, 22, 31, 32, Mp. 1, 17 t/m 20, 4, 14, 33 t/m 35 en Mp. 5, 15, 16, 37 t/m 43) overschrijden de gehalten aan hexachloorbenzeen en/of Drins (som) de achtergrondwaarden. Deze gehalten houden waarschijnlijk verband met de toepassing van bestrijdingsmiddelen in het verleden. In de geanalyseerde mengmonsters van de ondergrond (Mp. 5+15+16, Mp. 2+12, Mp. 1+4+14 en Mp. 3+13) zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.

2001-2002­

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 20 van 31

Deellocatie A2: Gedempte sloot

In het geanalyseerde mengmonster van de ondergrond (Mp. 7+10) zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Deellocatie A3: Onderliggende bodem puinverharding

In de geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond (Mp. 3, 4, 5, 7, Mp. 1, 11, 12, 13 en Mp. 6, 8, 10, 14) zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Tabel 4.5 Geanalyseerde grondwatermonsters locatie A: Enserweg 19-1 met toetsing

Deellocatie

Grondwatermonster

Filterstelling (m-mv)

Motivatie

Gehalte in ^g/l en toetsing

A1: Bouwlocatie

Pb. 1

2,0-3,0

Grondwater

Barium; 430

Pb. 2

2,0-3,0

Grondwater

Barium; 170

Pb. 3

2,0-3,0

Grondwater

Barium; 110

Pb. 4

2,0-3,0

Grondwater

Barium; 120

Pb. 5

2,0-3,0

Grondwater

Barium; 140

Pb. 44

2,0-3,0

Grondwater

Barium; 120, xylenen; 0,29

Pb. 1

1,8-2,8

Grondwater

Barium; 100

A3: Onderliggende bodem puinverharding

Deellocatie A1: Bouwlocatie

In het grondwater uit de peilbuizen 1 t/m 5 en 44 overschrijden de gehalten aan barium de streefwaarden. In het grondwater uit peilbuis 5 overschrijdt tevens het gehalte aan xylenen de streefwaarde. Dit gehalte houdt waarschijnlijk verband met het agrarische gebruik van de locatie tot dusver. Deellocatie A3: Onderliggende bodem puinverharding

In het grondwater uit peilbuis 1 overschrijdt het gehalte aan barium de streefwaarde. De gemeten gehalten aan barium zijn waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Gelet op de hoogte van de gemeten gehalten aan organische parameters achten wij het niet aannemelijk dat de betreffende resultaten negatief zijn beïnvloed door de troebelheid van de grondwatermonsters. Verder zijn er in de grondwatermonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.

2001-2002-

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 21 van 31

4.6 Milieuhygiënische kwaliteit grond en grondwater locatie B: Drietorensweg 40-2 In de tabellen 4.6 en 4.7 zijn de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.6 Geanalyseerde grondmonsters Locatie B: Drietorensweg 40-2 met toetsing

Deellocatie

Grondmonster

Diepte (m-mv)

Motivatie

Gehalte in mg/kg d.s. en toetsing

B1: Gehele

Mp. 2, 5 t/m 10

0,0-0,5

Bovengrond

Zink; 77,

Mp. 3, 4, 11, 14, 15,

0,0-0,5

Bovengrond

terrein

Som Drins; 0,0034 16

Kwik; 0,43 Som Drins; 0,0058

Mp. 17 t/m 23

0,0-0,5

Bovengrond

Som Drins; 0,0043

Mp. 1+2

1,0-2,0

Ondergrond

-

Mp. 3+4

1,0-2,0

Ondergrond

Minerale olie; 130

Deellocatie B1: gehele terrein

In de geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond (Mp. 2, 5 t/m 10, Mp. 3, 4, 11, 14, 15, 16 en Mp. 17 t/m 23) overschrijden de gehalten aan zink, kwik en/of Drins (som) de achtergrondwaarden. De gemeten gehalten aan drins houden waarschijnlijk verband met de toepassing van bestrijdings­ middelen ter plaatse van aangrenzend terrein in het verleden. In het geanalyseerde mengmonster van de ondergrond van Mp. 1+2 zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In het geanalyseerde mengmonster van de ondergrond van Mp. 3+4 overschrijdt het gehalte aan minerale olie de achtergrondwaarde. De ketenlengte van de aangetoonde minerale olie (met name lichte oliefracties) duidt op een petroleumachtig product. Tabel 4.7 Geanalyseerd grondwatermonster Drietorensweg 40-2 met toetsing

Deellocate

Grondwatermonster

Filterstelling (m-mv)

Motivatie

Gehalte in ^g/l en toetsing

B1: Gehele terrein

Pb. 1

2,0-3,0

Grondwater

Barium; 53

Deellocatie B1: gehele terrein

In het grondwater uit peilbuis 1 overschrijdt het gehalte aan barium de streefwaarde. Dit gehalte is waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Gelet op de hoogte van de gemeten gehalten aan organische parameters achten wij het niet aannemelijk dat de betreffende resultaten negatief zijn beïnvloed door de troebelheid van de grondwatermonsters. Verder zijn er in het grondwatermonster geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.

2001-2002-

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 22 van 31

4.7 Milieuhygiënische kwaliteit waterbodem In tabel 4.8 zijn de geanalyseerde waterbodemmonsters weergegeven, met de toetsing conform tabel 4.3. Tabel 4.8 Toetsing resultaten slib uit te dempen (delen van) watergangen

Deellocatie

A4: sloten

Monster

Para­ meters)

Opper­ vlakte­ water

Para­ meters)

Aangren­ zend perceel

meter^)

Industrie

Olie

Klasse A

Zink, olie

Verspreidbaar

-

Industrie

Olie

Klasse A

Verspreidbaar

-

Land­ bodem; Klasse

Para­

S 11 t/m 20

Enserweg 19-1 B2: ringsloot Drietorens­

S 1 t/m 10

weg 40-2

Kwik, zink, olie

Uit tabel 4.6 blijkt het volgende. 4.7.1 Toepassing op landbodem Bij toetsing van de resultaten ten behoeve van toepassing op landbodem voldoet het slib ter plaatse van de te dempen (delen van) sloten op de locatie Enserweg 19-1 (locatie A4; S 11 ^m20) en Drietorenweg 40-2 (locatie B2: S 1 t/m 10) aan de normen voor de klasse Industrie, op basis van de gemeten gehalten aan minerale olie. 4.7.2 Toepassing in oppervlaktewater Bij toetsing van de resultaten ten behoeve van toepassing in oppervlaktewater is het slib ter plaatse van de te dempen (delen van) sloten op de locatie Enserweg 19-1 (locatie A4; S 11 Vm20) en Drietorenweg 40-2 (locatie B2: S 1 t/m 10) aangemerkt als klasse A, op basis van de gemeten gehalte aan zink, kwik en/of minerale olie. 4.7.3 Verspreiding op het aangrenzend perceel Het slib ter plaatse van de te dempen (delen van) sloten op de locatie Enserweg 19-1 (locatie A4; S 11 Vm20) en Drietorenweg 40-2 (locatie B2: S 1 t/m 10) voldoet op basis van de toetsing van de resultaten van de standaardparameters aan de normen voor verspreidbaarheid op aangrenzende percelen.

2001-2002-

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 23 van 31

5. VELDWERKZAAMHEDEN ASBESTONDERZOEK In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven van het asbestonderzoek, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie. 5.1 Uitvoering werkzaamheden (visuele inspectie maaiveld en bodem) De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 30 september en 7 oktober 2021. 5.2 Visuele inspectie maaiveld Het maaiveld ter plaatse van het onderzoeksterrein is geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal. Deze inspectie heeft plaats gevonden door het maaiveld in te delen in inspectiestroken van 1,5 meter en deze vervolgens strook voor strook (haaks op elkaar) te inspecteren. Vervolgens zijn de locaties waar asbestverdacht materiaal is waargenomen geregistreerd op een veldwerkkaart en bemonsterd. 5.3 Resultaten veldwerkzaamheden De waarnemingen die zijn gedaan tijdens de maaiveldinspectie zijn weergegeven tabel 5.1. Tabel 5.1a Visuele inspectie maaiveld puinverharding Enserweg 19-1

Omschrijving

Motivering

Inspecteur

Dhr. W.B. Aasman

Weersomstandigheden

Droog, zicht > 50 meter,

Conditie maaiveld

Geheel verhard met metselwerkgranulaat

Inspectie efficiëntie

100

Asbestverdacht materiaal waargenomen

Nee

Tabel 5.1b Visuele inspectie maaiveld Drietorensweg 40-2

Omschrijving

Motivering

Inspecteur

Dhr. T. Bonkes

Weersomstandigheden

Droog, zicht > 50 meter,

Conditie maaiveld

Circa 50 0A begroeid met gras en onkruid

Inspectie efficiëntie

80

Asbestverdacht materiaal waargenomen

Ja

Uit tabel 5.1a en -b blijkt het volgende. Ter plaatse van de puinverharding aan de zuidoostzijde van de locatie Enserweg 19-1 is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld waargenomen. Ter plaatse van de locatie Drietorensweg 40-2 is op de dierenhokken sprake van dakbedekking van asbestverdachte golfplaten, met beschadigde goten. Ten zuiden van de dierenhokken is asbest­ verdacht materiaal op het maaiveld waargenomen. Daarnaast is aan de oostzijde van de dierenhokken sprake van een onverharde druppelzone van het asbestverdachte dak. De resultaten van de uitgevoerde inspectie wijken niet af van de onderzoekshypothese. De hypothese is dan ook niet aangepast.

2001-2002-

Verkennend bodem- waterbodem- en asbestonderzoek

2003-2018

Enserweg 19-1 en Drietorensweg 40-2 te Ens (kenmerk: 211364-211466)

Pagina 24 van 31

5.4 Visuele inspectie en monsterneming diepere lagen Ter plaatse van de puinverharding aan de zuidoostzijde van de locatie Enserweg 19-1 (deellocate A3) zijn met behulp van een kraan 15 inspectiesleuven gegraven (nrs. SL 1 t/m 15). Voor de diepere ondergrond is een edelmanboor met een diameter van 12 cm gebruikt. Ter plaatse van de locatie Drietorensweg 40-2 (deellocatie B3) zijn met behulp van een schep 3 inspectieputten gegraven (nrs. IP1 t/m IP3), tot de ongeroerde ondergrond. Voor de diepere ondergrond is een edelmanboor met een diameter van 12 cm gebruikt. De bemonstering ter plaatse van toplaag 1 (deellocatie B4) is uitgevoerd conform paragraaf 7.4 "Milieuhygiënisch saneringscriterium" uit de NEN 5707:2015. Per verdachte toplaag zijn 20 grepen van ten minste 0,5 kg. bemonsterd tot ca. 0,1 m-mv. Per toplaag is één mengmonster samengesteld van minimaal 10 kg ds. Gelet op het feit dat de lagen verdacht zijn voor vezels is het materiaal voorafgaand aan monstername niet gezeefd c.q. uitgeharkt. De monstervoorbehandeling en monstername heeft plaatsgevonden volgens Hoofdstuk 9 "Monstervoorbehandeling op locatie", uit de NEN 5707:2015.

De gehele inhoud van de inspectiesleuven en -putjes (met uitzondering van de verdachte toplaag van de bodem onder het asbestdak op Drietorensweg 40-2) is uitgeharkt, met een hark met een tandwijdte van 20 mm, per uitgegraven laag van maximaal 10 cm. Het grove materiaal is vervolgens geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal en andersoortige bodemvreemde materialen. De asbestverdachte materialen in de grove fractie zijn, indien aanwezig, per inspectieputje bemonsterd middels handpicking en gewogen met behulp van een digitale weegschaal. De afmetingen van de inspectiesleuven en -putjes en de waarnemingen die zijn gedaan tijdens de monstervoorbehandeling zijn in tabel 5.2a en -b beschreven: Tabel 5.2a Inspectiesleuven puinverharding Enserweg 19-1 (deellocatie A3) en waarnemingen

Inspectieput

Afmeting (l x b) in m

Diepte

Aantal stukjes en gewicht

Soort

Overige bijmengingen (massa %)

SL1

2,05 x 0,4 Boring

0,3

n.w.

NVT

Volledig metselwerkgranulaat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1929/documents/31383