5.1 Beleidsplan Erfgoed in Noordoostpolder 2025-2030.pdf
Tekst van het document
Beleidsplan Erfgoed in Noordoostpolder 2025 – 2030
Inhoudsopgave H1
Beleidsplan erfgoed in Noordoostpolder
04
1.1 1.2 1.3 1.4
Wat verstaan we onder erfgoed? Waarom een beleidsplan over erfgoed in Noordoostpolder? Waar gaat het beleidsplan erfgoed in Noordoostpolder over? Wat leest u in dit beleidsplan?
05 05 05 07
H2
Ontstaansgeschiedenis van Noordoostpolder
08
2.1 2.2 2.3
De geschiedenis van de inpoldering Cultuurlandschap als erfgoed: structuur, verkaveling en waterbeheer Groeninrichting, dorpsstructuren en architectuur
09 10 12
H3
Het huidige erfgoedlandschap
14
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Erfgoedlandschap binnen het grondgebied van de gemeente Erfgoed als drager van identiteit Ruimtelijk erfgoed: landschapsstructuur, monumenten en archeologie Roerend erfgoed Immaterieel erfgoed en tradities
15 15 16 16 17
H4
Ambitie 1 ‘Erfgoed behouden en beschermen’
18
4.1
Herwaarderen cultuurhistorisch erfgoed in relatie tot het unieke karakter van Noordoostpolder Verbindende erfgoedthema’s dragen bij aan behoud van monumenten en beeldbepalende elementen
18
H5
Ambitie 2 ‘Borgen van landschap en opbouw als erfgoedwaarde van Noordoostpolder’
20
5.1
De ontwikkeling van het landschap herkennen en waarderen als basis voor vernieuwing Stimuleren van architectuur met potentie van toekomstig erfgoed
4.2
5.2
02 Beleidsplan 2025 - 2030
19
21 21
H6
Ambitie 3 ‘Een centrale plek in Noordoostpolder voor ‘het vertellen van het verhaal’’
22
6.1
Een centrale plek draagt bij aan de erfgoedbeleving van inwoners en bezoekers
23
H7
Ambitie 4 ‘Ondersteunen cultuurhistorische organisaties’
24
7.1
Steun afhankelijk maken van behoefte
25
H8
Ambitie 5 ‘Aandacht voor immaterieel erfgoed’
26
8.1
Immaterieel erfgoed draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving
27
H9
Ambitie 6 ‘Erfgoed verduurzamen’
28
9.1
Stimuleren verduurzamen van monumenten en beeldbepalende elementen als maatwerkaanpak
29
H10
Prioritering acties
30
HOOFDSTUK 1
Beleidsplan erfgoed in Noordoostpolder Noordoostpolder kent een lang en interessant verleden. Sporen van dit verleden zijn terug te vinden in verhalen, tradities, gebouwen, objecten, het landschap en onder de grond. Deze sporen tonen ‘het verhaal’ en vormen het erfgoed van de gemeente Noordoostpolder en haar inwoners. Dat willen we behouden. Erfgoed is een breed begrip en omvat de materiele, immateriële, zichtbare en onzichtbare erfenis van vorige generaties. Erfgoed vormt een deel van onze identiteit en gaat over waar wij trots op zijn. Dit willen wij doorgeven aan volgende generaties. In de volgende twee hoofdstukken gaan wij dieper in op de vraag wat wij in deze nota verstaan onder deze sporen uit het verleden.
Erfgoed kan een meerwaarde zijn om mensen naar Noordoostpolder te brengen en ze daar te houden. Daarnaast kan erfgoed gekoppeld worden aan bredere maatschappelijke opgaven en zo bijdragen aan een aantrekkelijke omgeving om te wonen, werken en recreëren. Hoe we deze verbindingen gaan maken, beschrijven we in dit beleidsplan. Dit omvat: •
Een strategie en inspiratie voor hoe erfgoed een bijdrage kan leveren aan een gedragen identiteit, een goede omgevingskwaliteit en aantrekkelijk leefklimaat;
•
Acties waar de gemeente in een uitvoeringsprogramma samen met bewoners, cultuurhistorische organisaties en ondernemers de komende jaren mee aan de slag kan.
1.1 Wat verstaan we onder erfgoed? Het begrip ‘erfgoed’ omvat de materiële, immateriële, zichtbare en onzichtbare overblijfselen van onze maatschappelijke en historische ontwikkeling, die wij waardevol vinden voor ons gemeenschappelijke geheugen en onze identiteit. Wij hebben ze overgenomen van de vorige generatie(s) en willen ze doorgeven aan hen die na ons komen. Het kan gaan om voorwerpen in musea, archeologische vondsten, archieven, belangrijke gebouwen en landschappen. Maar ook om de daaraan verbonden gebruiken, verhalen en gewoonten. Om een goed overzicht te krijgen van de verschillende vormen van erfgoed in Noordoostpolder werkt dit erfgoedbeleid met de volgende driedeling: •
Onroerend of ruimtelijk erfgoed (niet verplaatsbaar), zoals: stedenbouwkundige structuren, gebouwen, historische landschapsstructuren en elementen, aardkundige waarden en archeologische vindplaatsen;
•
Roerend erfgoed (verplaatsbaar), zoals: kunstcollecties, archieven en mobiel erfgoed;
•
Immaterieel erfgoed (niet tastbaar), zoals: verhalen, ambachten en tradities.
1.2 Waarom een beleidsplan over erfgoed in Noordoostpolder? Als gemeente hebben wij de wettelijke taak te zorgen voor ons erfgoed. Dat doen we door vergunningen voor monumenten te verlenen, een cultuurhistorische analyse bij ruimtelijke planvorming op te stellen en een Adviescommissie Omgevingskwaliteit in te stellen die adviseert over erfgoed. Daarnaast kunnen wij cultuurhistorische organisaties ondersteunen en daarmee erfgoed inzetten voor de sociale cohesie en leefbaarheid in onze gemeente. Verder kunnen wij verantwoordelijkheid nemen als eigenaar, bijvoorbeeld voor wegbeplanting, onderhoud van gemeentelijke gebouwen en bij het ontwerp van nieuwe wijken of terreinen. Dit vraagt om keuzes die voortvloeien uit dit beleidsplan. Veranderende opgaven, nieuw beleid Door groeiende druk op de ruimte wordt de vraag 04 Beleidsplan 2025 - 2030
urgenter hoe we binnen de gemeente moeten omgaan met sporen uit het verleden: behouden, benutten of vernieuwen? Veel van de gebouwen in de gemeente Noordoostpolder dateren van kort na de inpoldering en zijn nu meer dan 75 jaar oud. Dat betekent dat de technische staat een rol gaat spelen bij keuzes over de toekomstwaarde van deze gebouwen. Ook de vraag naar verduurzaming speelt daarin een rol. Daarnaast zijn er anno 2025 grootschalige ontwikkelingen die op termijn vragen om inpassing in het landschap, zoals de Lelylijn, de aanleg van een 380kV hoogspanningsnetwerk en plannen van defensie. Ook is het denken over erfgoed veranderd. De aandacht gaat niet meer uitsluitend uit naar behoud van individuele gebouwen, maar ook breder naar ‘het verhaal van Noordoostpolder’ en het doorgeven van dat verhaal. De aandacht richt zich daarnaast meer op het landschap en de relatie tussen gebouwen en landschap (en in de bebouwde kom over de relatie tussen gebouwen en de omgeving). Door veranderingen in de religieuze beleving zijn de laatste decennia de functies van kerkgebouwen veranderd. De verandering in opgaven vraagt om beleid. Kerkgebouwen zijn erfgoeddragers en kunnen, als zij een stedenbouwkundig herkenningspunt zijn, de beeldbepalende status krijgen. Een kader voor afwegingen Dit beleidsplan vormt het kader voor onderliggende beleidsdoelen en acties.
Zoals het herwaarderen van ons cultuurhistorisch erfgoed. De beslissing over het aanwijzen van een extra gemeentelijk monument nemen we niet in op dit beleidsplan. Dat volgt in de uitvoering. Gemeentelijke monumenten worden aangewezen door het college van burgemeester en wethouders. Wel stellen we in dit beleidsplan de uitgangspunten vast. Duidelijkheid over verwachtingen Dit beleidsplan laat zien wat inwoners, cultuurhistorische organisaties en ondernemers van de gemeente mogen verwachten en waar de gemeente ruimte biedt om zelf initiatieven te ontwikkelen.
1.3 Waar gaat het beleidsplan erfgoed in Noordoostpolder over? Om erfgoed te beschermen en behouden, heeft de
gemeente vanuit het Rijk enkele wettelijke taken te vervullen. Een andere brede wettelijke taak is de zorg voor de fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Die beleidsterreinen hebben veel raakvlakken met het ruimtelijke erfgoed. Erfgoed en erfgoedbeleid staan dan ook niet op zichzelf. Samenhang met andere (overkoepelende) beleidsterreinen In de loop der jaren zijn er vele inventarisaties uitgevoerd en documenten opgesteld waarin het waardevolle van de gemeente Noordoostpolder is vastgelegd. Deze inventarisatie betreft onder andere de opbouw van de polder, de stedenbouwkundige structuur, de bebouwing van Emmeloord en de dorpen, het landschap en het waardevolle groen. Deze documenten vormen de ingrediënten voor dit beleidsplan. Ook archeologie is onderdeel van erfgoed, maar kent in de gemeente Noordoostpolder haar eigen beleid en blijft hier daarom verder buiten beschouwing. Landschapsstructuren, landschapselementen en waardevol groen zijn anno 2025 vastgelegd in onderstaande plannen: •
Omgevingsvisie: wij kozen voor het uitgangspunt dat we ons erfgoed beschermen en beleefbaar maken. De oorspronkelijke stedenbouwkundige opzet, het landschap, de jaren ‘50 architectuur en de monumenten
maken onderdeel uit van het erfgoed. Landschap, Schokland en Nagele zijn kernkwaliteiten. •
•
Programma Leefbaarheid & Wonen: wij kozen voor het uitgangspunt dat we erfgoed behouden en versterken. Daarnaast willen we toekomstig erfgoed creëren. Dit doen we door nieuwe ontwikkelingen zoals nieuwbouw en landschapsinrichting als waardevol en identiteitsversterkend te benaderen. Beleidsplan Openbare Ruimte: wij kozen voor de inrichting van de buitenruimte door rekening te houden met het oorspronkelijke ontwerp en deze als belang mee te nemen in een integrale afweging. Ook kozen we voor het uitgangspunt ons herkenbare landschap te behouden in het ontwerp van onze wegen. Het gaat hierbij om de groene dorpsbrinken, de groene dorpsranden, de vaarten bij Emmeloord en de wegbeplanting langs de buitenwegen.
Samenhang met recreatie & toerisme en cultuur. In de visie op recreatie en toerisme wordt aandacht besteed aan erfgoed, vooral aan het UNESCO Werelderfgoed Schokland als grote publiekstrekker. Ook het Waterloopbos, de burcht van Kuinre, Oud Kraggenburg en het dorp Nagele worden benoemd als toeristisch interessant. In de relatie met erfgoed gaat het om de toeristische beleving van erfgoed in
Noordoostpolder en het vertellen van het verhaal van Noordoostpolder. De gemeente ondersteunt daarom jaarlijks de organisatie van de Open Monumentendag. Cultuur is daarnaast het middel om erfgoed uit te dragen, bijvoorbeeld in musea en tentoonstellingen. Cultuur reflecteert op erfgoed en gaat ook over wat mensen doen en maken in het heden. Voor recreatie & toerisme, cultuur en erfgoed is onderlinge afstemming belangrijk voor de uitvoering van beleid. Samenhang met provinciaal beleid De provincie wil ‘het verhaal van Flevoland’ tonen aan de hand van thema’s. Een aantal aspecten van deze thema’s kunnen van toepassing zijn op Noordoostpolder. Het thema watererfgoed gaat over de inpoldering van Flevoland als een van de grootste waterbouwkundige projecten ter wereld. Door de inpoldering van Noordoostpolder kwamen archeologische schatten ‘bovendrijven’, zoals verschillende scheepswrakken. Het watererfgoed laat de eeuwenoude strijd tegen het water herleven. De Provincie Flevoland wil erfgoed behouden, beschermen en uitdragen. In het huidige coalitieakkoord is aandacht voor de inpolderingsgeschiedenis en verhaal van de polderpioniers.
Participatie: wat vinden anderen van ons erfgoed? Wat van waarde is voor een aantrekkelijk leefklimaat en hoe erfgoed daaraan kan bijdragen, wordt bepaald door de inwoners zelf. Daarom vraagt de gemeente om erfgoedbeleid dat in samenspraak met de inwoners van de gemeente is opgesteld. De ambitie is om de uitvoering ook gezamenlijk met bewoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers op te pakken. Het proces en de uitkomsten van de participatie zijn opgenomen in bijlage 1.
1.4 Wat leest u in dit beleidsplan? In dit beleidsplan staan de ambities die wij als gemeente Noordoostpolder kiezen voor ons erfgoed in de komende tien jaar. We geven per ambitie een toelichting. Per hoofdstuk wordt de ambitie uitgewerkt in doelstellingen en acties. Dit wordt in een kader weergegeven. Dan is het voor u meteen helder waar we de komende vijf jaar aan willen werken.
• •
•
• • •
06 Beleidsplan 2025 - 2030
Hoofdstuk 4 gaat over het behouden en beschermen van erfgoed. Hoofdstuk 5 gaat over het borgen van het landschap en opbouw als erfgoedwaarde. Hoofdstuk 6 gaat over een centrale plek om het ‘verhaal van Noordoostpolder’ te vertellen. Hoofdstuk 7 gaat over het ondersteunen van cultuurhistorische organisaties Hoofdstuk 8 gaat over aandacht voor immaterieel erfgoed. Hoofdstuk 9 gaat over het verduurzamen van erfgoed.
HOOFDSTUK 2
Ontstaansgeschiedenis van Noordoostpolder Een beleidsplan over erfgoed start met informatie over de ontstaansgeschiedenis van Noordoostpolder. In dit hoofdstuk informeren wij u daarover.
2.1 De geschiedenis van de inpoldering De ijstijd Meer dan 12.000 jaar geleden woonden er al mensen in het gebied van de huidige Noordoostpolder. Het waren nomaden, die leefden van de jacht. Het gebied was een poolwoestijn, waar de wind vrij spel had en grote pakketten dekzand afzette. Tussen 9.000 en 5.500 voor Christus smolten de ijskappen en steeg de zeespiegel. Grote delen van het tegenwoordige Nederland overstroomden. Op die plekken ontstond veengebied met moerassen, die door rivieren en kleinere veenstromen werden doorsneden. Op de rivierduinen en dekzandkoppen erlangs woonden mensen. Tussen 5.550 en 3.850 voor Christus gingen mensen zich permanent vestigen op de zandige wallen langs rivieren, op de dekzandruggen, op duinen die door zandafzetting van de rivieren waren gevormd en op de stuwwallen die nog in de ijstijd waren ontstaan. Ze gaven hun nomadenbestaan op en gingen leven van de landbouw. Van Flevo tot Zuiderzee Vermoedelijk in het tweede millennium voor Chr. ontstond door doorbraken van de Noordzee aan de zuidkant van de huidige Noordoostpolder het meer Flevo. Ten noorden van het Flevo liep een aftakking van de Rijn, Flevum genoemd. Zuidoostelijk was het Flevo aangesloten op een kleiner meer. In het zuidwesten lag een schiereiland: een veenlandgebied, waar Schokland en Urk deel van uitmaakten.
Het Flevo werd gaandeweg steeds groter en verwerd zo tot het Almere, dat ‘het grote meer’ betekent. Het ‘Noordoostpoldergebied’ werd omstreeks de vierde eeuw te nat en onbewoonbaar. Rond het jaar 1000 trok het water zich terug en ontstonden er weer nederzettingen. Door stormvloeden in de twaalfde eeuw kreeg het Almere een verbinding met de Noordzee en ontwikkelde het Almere zich tot de Zuiderzee. In de periode 1250 tot 1450 werd Schokland een eiland. Andere dorpen, zoals Nagele en Marcnesse, werden door de zee verzwolgen. De Zuiderzee werd een belangrijk visgebied en werd als binnenzee onderdeel van belangrijke handelsroutes. De weg naar inpoldering Al vanaf de zeventiende eeuw gingen er stemmen op om de Zuiderzee af te sluiten en in te polderen. Drooglegging van de Beemster en de Schermer in de vroege zeventiende eeuw had vruchtbare landbouwgrond opgeleverd. Stormvloeden bleven het land rondom de Zuiderzee teisteren. En aan de oostkant en bij het IJ begonnen vaargeulen te verzanden. Pas aan het einde van de negentiende eeuw werden mede door technische vooruitgang de plannen concreet. In 1886 richtte een groep particulieren de Zuiderzeevereniging op, met als doel op basis van onderzoek een inpolderingsplan te ontwikkelen. Civiel ingenieur Cornelis Lely leidde het Technisch Bureau dat dit uitvoerde. Het in 1891 voltooide plan moest echter nog decennia op goedkeuring wachten.
De Stormvloed van 1916 veroorzaakte in het hele land dijkdoorbraken en overstromingen, maar rondom de Zuiderzee was de situatie het ergst. De Eerste Wereldoorlog was gaande en de bijbehorende onderbreking van de handel zorgde voor voedseltekorten. De tijd was rijp voor de Zuiderzeewet, die op 14 juni 1918 in werking trad. Krap een jaar later werd voor de uitvoering de Dienst der Zuiderzeewerken opgericht.
8 Beleidsplan 2025 - 2030
Inpoldering en ontginning In 1926 startte de aanleg van de Proefpolder Andijk, een jaar later die van de Wieringermeerpolder en de Afsluitdijk. Deze werd op 28 mei 1932 gesloten. De voorbereiding voor de Noordoostpolder, de derde polder op rij, begon in 1936. Doel was om meer landbouwgrond te verkrijgen. De leiding was in handen van de Directie van de Wieringermeer, die de drooggemalen polders moest ontwikkelen. In december 1940 waren de dijken gelegd, waarna de Noordoostpolder werd drooggemalen. Vanaf 1941 vond de ontginning plaats. Honderden arbeidskrachten (pioniers) groeven sloten en greppels en legden het drainagesysteem aan. Vanwege de oorlog vestigden zich ook vele onderduikers in de polder. De gronden werden in cultuur gebracht en de boerderijen werden gebouwd. Door het naoorlogse tekort aan arbeidskracht en materiaal werd gekozen voor seriematige bouw met geprefabriceerde elementen. Vanaf 1953 konden boerderijen in pacht worden uitgegeven. Bewonersselectie In de polder moest een nieuwe samenleving worden opgezet. Daar mocht niet zomaar iedereen aan deelnemen. Wie wilde wonen in de Noordoostpolder moest meedoen aan een selectieprocedure. Inschrijving kon door boeren, landarbeiders en middenstanders in de leeftijd van 30 tot 50 jaar, van onbesproken gedrag, met voldoende vakbekwaamheid en kapitaal, verloofd of getrouwd en actief in het verenigingsleven.
Ook werd gestreefd naar een evenredige vertegenwoordiging van protestanten, rooms-katholieken en andersgezinden. In de praktijk werd aan enkele groepen voorrang gegeven: aan pioniers, aan door de stormramp van 1953 getroffen boeren en aan agrariërs die in ruilverkavelingsgebieden waren uitgekocht. Deze selectie heeft grote invloed gehad op het karakter van de samenleving.
2.2 Cultuurlandschap als erfgoed: structuur, verkaveling en waterbeheer Indeling Experts uit verschillende vakgebieden werkten samen om de structuur en inrichting van de Noordoostpolder te bepalen. Ingenieurs, waterbouwkundigen, wegenbouwkundigen, 10 Beleidsplan 2025 - 2030
sociografen, stedenbouwkundigen en (landschaps) architecten speelden een rol. Op grond van wetenschappelijk onderzoek werd het gewenste inwonertal en het ideale aantal dorpen bepaald. De maximale afstand tussen de dorpen werd vastgesteld op zeven à acht kilometer. De voorzieningen in de dorpen moesten voor bewoners in het landelijk gebied met de fiets bereikbaar zijn. De uitkomst was een centraal gelegen groot dorp met alle centrumvoorzieningen, Emmeloord, met 10 kleinere dorpen daaromheen gegroepeerd. De bodemgesteldheid bepaalde de plaats, omvang en de specialisatie van de agrarische bedrijven. Akkerbouw- en gemengde bedrijven werden verspreid over de polder. De fruitteelt werd geconcentreerd in de omgeving van Marknesse en Kraggenburg. Tuinbouw kreeg een plek in de buurt van Luttelgeest en Ens. Kleinere bedrijven werden dichter bij de dorpen gevestigd, grotere bedrijven verder weg. De indeling van de Noordoostpolder is een afspiegeling van de centrale-plaatsentheorie, die de Duitse geograaf Walter Christaller in 1933 publiceerde. Een van zijn uitgangspunten was dat een grotere centrale plaats met een grotere verscheidenheid aan functies het omringende gebied zou bedienen.
In de Noordoostpolder is dit model uitgewerkt in één grote hoofdplaats met alle belangrijke functies en een aantal kleinere plaatsen met basisvoorzieningen, waar agrariërs uit het omringende gebied terechtkunnen. Hoofdstructuur De basis voor de inrichting van de polder was een regelmatig en hiërarchisch raster. Binnen dit raster kregen de waterwegen, verkeerswegen, de dorpen en de verkavelde gronden een plaats. Drie hoofdvaarten komen samen in Emmeloord: de Urkervaart vanaf Urk, de Zwolse Vaart vanaf de Voorstersluis en de Lemstervaart vanaf Lemmer. Vanuit deze hoofdwaterwegen lopen zijvaarten (tochten) naar de dorpen. Alleen Tollebeek en Marknesse zijn ook gelegen aan een hoofdvaart: Tollebeek aan de Urkervaart, Marknesse aan een bocht in de Zwolse Vaart. Het huidige industrieterrein van Bant ligt aan de Lemstervaart, maar oorspronkelijk was er geen verbinding tussen de hoofdvaart en het dorp. Ook de zijvaarten hebben weer aftakkingen, die langs de verkavelde gronden lopen. Kavelsloten scheiden de kavels van elkaar. Het resultaat is een waterwegstelsel van schuine en rechte lijnen. Op een vergelijkbare
“De polder is nieuw, maar het geheugen is oud. En wij leven ertussenin”
manier is het wegenpatroon opgebouwd. De weg langs de Lemstervaart en de Enservaart verbond de polder met Friesland en Overijssel. Deze liep buitenlangs Bant, Emmeloord en Ens. Een ringweg koppelt de dorpen aan elkaar. Alleen Rutten valt buiten de ring. Het is door de Wrakkenweg verbonden met Creil. Vijf dorpen zijn aangesloten op een directe verbindingsweg met Emmeloord. Tussen de dorpen lopen diverse binnenwegen, waaraan de boerderijen liggen. Verkaveling Na vaststelling van het Verkavelingsplan in 1942 werd het land verkaveld van buiten naar binnen met open ruimtes en zichtlijnen tussen de wegen. De verkaveling was modulair volgens een vaste maatvoering van 300 bij 800 meter, gebaseerd op de toenmalige drainagecapaciteit. Zo ontstonden steeds blokken van 24 hectare. Daarna werd de grootte van de agrarische bedrijven vastgesteld op 12 tot 48 hectare. Kavels werden dus ook gehalveerd of samengevoegd als dat nodig was. De erven werden langs de wegen voor het merendeel geclusterd in groepjes van twee, drie of vier. Zo konden bewoners voorzieningen delen en elkaar gemakkelijk helpen.
Waterbeheer De Noordoostpolder heeft dijken langs het IJsselmeer, het Ketelmeer en het Zwarte Meer. Tussen Lemmer en Urk loopt de Noordermeerdijk/ Westermeerdijk, tussen Urk en Blokzijl de Zuidermeerdijk/Zwartemeerdijk. Aan de polderranden bij Friesland en Overijssel zijn in totaal zeven inlaten aangelegd. Deze zorgen voor voldoende wateraanvoer in dit laaggelegen deel van de polder. De waterstand in de polder wordt beheerd met drie gemalen: gemaal Buma bij Lemmer, gemaal Vissering op Urk en gemaal Smeenge bij het Kadoelermeer. Naast elk van de drie gemalen is een sluis, omdat de waterstand in de polder lager is dan buiten de polder: de Friese Sluis naast gemaal Buma, de Urker Sluis naast gemaal Vissering en de Voorstersluis naast gemaal Smeenge. Bij het Zwanendiep en de Kadoelerweg is verder de Kadoelerkeersluis. Waar de Zwolse Vaart en de Marknesservaart bij Marknesse samenkomen, is nog de Marknessersluis. Stuwen regelen het waterpeil in de tochten en sloten. Duikers leiden het water uit vaarten, tochten en sloten onder de weg door.
2.3 Groeninrichting, dorpsstructuren en architectuur Groeninrichting Net als de water- en verkeerswegen is het groen in de polder een structurerende factor. Toonaangevende landschapsarchitecten hebben hieraan een bijdrage geleverd (waaronder J. Bijhouwer). Langs de hoofdvaarten werd aan één zijde een bossingel aangelegd. Loopt de weg langs de vaart, dan zijn de bosstroken ertussenin. Langs de ringwegen kwamen smallere bossingels, naast de binnenwegen lichtere beplanting. Ook Schokland werd omringd door een scherm van bomen, maar dit was bedoeld om het voormalige eiland herkenbaar te maken in het landschap. De erven van de boerderijen werden aan de drie in het open landschap gelegen zijden tegen weer en wind beschermd door een erfsingel. Verder werden op agrarisch minder geschikte grond drie grote bossen aangeplant voor bosbouw: het Kuinderbos aan de noordoostrand van de polder bij Kuinre, het Urkerbos in het westen aan de IJsselmeerkust boven Urk en het Voorsterbos aan de oostrand van de polder ten noorden
van Kraggenburg. Voor de dorpen werden aparte beplantingsplannen gemaakt. Er zijn enkele overeenkomsten. Elk dorp heeft een groene omzoming. Deze biedt beschutting en fungeert als recreatiebos. Ook heeft ieder dorp een brink. Hoeveel groen hier aanwezig is, varieert per dorp. Zowel Kraggenburg als Nagele hebben geen dorpsbrink, maar een grote groene dorpsweide met daarop de kerken en scholen. In Nagele is het principe van het groen als structurerend element veel verder doorgevoerd. In afwijking van de andere dorpen heeft het een hovenstructuur met rijtjeshuizen rondom een kleine groene centrale ruimte. De hoven worden van elkaar gescheiden door enkele brede stroken met rijen bomen. Dorpsstructuren De dorpen werd tussen 1942 en 1956 ontworpen en gebouwd door verschillende stedenbouwkundigen en architecten. Vanuit de principes van de sociografie kon hier een nieuwe en ideale poldersamenleving worden gecreëerd, geheel volgens de tijdgeest (verzuiling, vooruitgang
en wederopbouw). Zes dorpen zijn langs de ontsluitingsweg aangelegd. Bij de overige dorpen en de polderstad loopt de weg door het dorp heen. De structuur van de dorpen varieert. Maar ieder dorp kreeg in ieder geval minimaal twee kerken en scholen, enkele winkels, een sportveld, een begraafplaats en een loswal met industrieterrein. Kerken en scholen werden verspreid door het dorp op prominente plekken gebouwd. Zij vormden qua gezindten een afspiegeling van de verzuilde maatschappij: hervormd, gereformeerd en katholiek. De begraafplaats is aan de rand van het dorp en meestal onderdeel van de groene omzoming. De loswal met weegbrug was gelegen aan een vaart. Met uitzondering van Nagele werden in de dorpen de rijtjeshuizen voor het merendeel als gesloten bouwblokken gepositioneerd.
Kerken en scholen werden verspreid door het dorp op prominente plekken gebouwd. Architectuur De woningen in de Noordoostpolder werden grotendeels gebouwd in de stijl van de Delftse School, ook bekend als het traditionalisme. Deze stijl kenmerkt zich door het streven naar een eenvoudige en tijdloze interpretatie van de historische plattelandsarchitectuur. Deze stroming is rond 1925 ontstaan en was bij de opbouw van de polder in haar nadagen. Aanjager was M.J. Granpré Molière. Hij was hoogleraar aan de Technische Hogeschool Delft en vanaf 1927 stedenbouwkundig adviseur bij de Dienst der Zuiderzeewerken. In een tijd waarin nieuwe bouwmaterialen en -technieken in opkomst waren, probeerden de architecten van de Delftse School het traditionele en ambachtelijke bouwen te behouden. Ze gebruikten baksteen en hout. Hun woonhuizen kregen een sober en eenvoudig uiterlijk. Voor panden met een monumentale uitstraling kozen ze een stijl verwant aan oudere stijlen, zoals neoromaans, Hollandse renaissance en neoclassicisme. Details als rollagen, sierbogen, ingangsomlijsting en schoorstenen speelden een
12 Beleidsplan 2025 - 2030
belangrijke rol. Ook de boerderijen in de polder werden op traditionele wijze gebouwd. De andere heersende architectuurstroming in die tijd was Het Nieuwe Bouwen, ook bekend als het modernisme. Deze bouwstijl komt in heel de polder voor, maar in veel mindere mate. Hierin is Nagele de uitzondering. Dit dorp werd niet alleen stedenbouwkundig, maar ook in architectuur volledig volgens de principes van Het Nieuwe Bouwen ontworpen. Hierbij was de functie uitgangspunt voor de vorm. Ook waren de architecten zeer geïnteresseerd in nieuwe bouwtechnieken en -materialen. Baksteen gebruikten ze nog steeds, maar ze ontwierpen zonder ambachtelijke details en versiering. Gebouwen en woningen hebben veelal een betonskelet, veel glasoppervlak in de gevels en platte daken. Deels werd gebruik gemaakt van systeembouw. Dan werd het betonskelet in de fabriek vervaardigd en soms zelfs afgebouwd met prefab gevelpuien. Ook bijna 1.000 schuren bij boerderijen werden met geprefabriceerde elementen opgebouwd. Deze bouwwijze was essentieel om binnen een kort tijdsbestek veel boerderijen te bouwen. De internationaal opererende firma N.V. Schokbeton ontwierp met de bouwkundige afdeling van de Directie van de Wieringermeer diverse typen schuren die in zes weken konden worden gebouwd. Ze bestonden uit vakwerkgevels van schokbeton en een dakconstructie van gelamineerde spanten, gedekt met pannen.
Ze werden geleverd met een betonnen zoldervloer en toiletruimte.De binnenwanden moest de gebruiker met eigen materiaal zelf toevoegen. Ook pachterswoningen, arbeiderswoningen en andere gebouwen werden seriematig en uniform gebouwd. Openbare gebouwen en scholen werden meestal voorzien van kunst in of tegen het gebouw, zoals gevelplastiek, tegeltableaus, mozaïeken of glas-inlood. Dit hing samen met de percentageregeling beeldende kunst die in 1951 werd vastgesteld. Bij alle door de overheid gefinancierde gebouwen moest een percentage van de bouwsom worden besteed aan kunst in of bij het gebouw.
HOOFDSTUK 3
Het huidige erfgoedlandschap De gemeente kiest er voor om erfgoed te beschermen en te benutten en dat een plaats te geven in de huidige samenleving. Dat is de basisgedachte die in de volgende hoofdstukken is uitgewerkt in ambities. In dit hoofdstuk leggen we uit waar erfgoed over gaat als onderbouwing voor de ambities.
3.1. Erfgoedlandschap binnen het grondgebied van de gemeente Anno 2025 ziet het erfgoedlandschap er als volgt uit: Door het Rijk: • De aanwijzing van het voormalige eiland Schokland en omgeving tot UNESCO Werelderfgoed (Besluit kwaliteit leefomgeving per 1 januari 2026); • De aanwijzing van de gehele Noordoostpolder (inclusief de gemeente Urk) tot ‘Wederopbouwgebied van nationaal belang’ (bestuurlijke afspraak); • Nadere uitwerking van de kernkwaliteiten van het dorp Nagele als ‘Wederopbouwgebied van nationaal belang’; • De aanwijzing van 33 gebouwde Rijksmonumenten; • De aanwijzing van 7 archeologische Rijksmonumenten; • De uitvoering van de Erfgoedwet. Door de provincie: • Aanwijzing van PArKgebieden: Schokland en omgeving, Kuinderburchten en schans; • De aanwijzing van 4 archeologische top-10 locaties; • Kaart met cultuurhistorische kernkwaliteiten; • Omgevingsverordening Flevoland.
Door de gemeente • De aanwijzing van 22 gemeentelijke monumenten; • De (voorlopige) aanwijzing van 24 kerken tot beeldbepalende elementen; • De aanwijzing van 6 gebieden als bijzondere welstandsgebieden waar regels gelden bij het bouwen en verbouwen van panden, zoals vastgelegd in de Beleidsregel uiterlijk bouwwerken; • Verordening fysieke leefomgeving, hst 7 ‘Erfgoed, monumenten en uiterlijk bouwwerken’; • Erfgoedverordening; • Subsidieverordening instandhouding gemeentelijke monumenten; • Subsidieregeling voor het groot onderhoud van kerktorens; • Subsidieregeling Vertellen van het verhaal van Noordoostpolder.
3.2 Erfgoed als drager van identiteit Elk gebied heeft zijn eigen unieke geschiedenis, objecten en gebruiken. Binnen de gemeente Noordoostpolder is het beeld wat dat betreft heel divers. Het gaat niet alleen om het landschap, Emmeloord, de dorpen en de boerderijen die kort na de drooglegging zijn ontstaan. Het gaat ook om de sporen van de inwoners en gebruikers van het gebied van ver daarvoor. Zo zijn er tal van archeologische sporen van prehistorische bewoners uit de tijd dat hier nog geen zee was. Ook zijn er nog bebouwingsresten uit de middeleeuwen, zoals de burcht van Kuinre en op het voormalige eiland Schokland. Uit de tijd dat het hier Zuiderzee was, resteren scheepswrakken en neergestorte vliegtuigen.
14 Beleidsplan 2025 - 2030
Deze zijn aan het licht gekomen na de droogvalling. Het gebied zoals wij dat nu kennen, is ontstaan op de tekentafel en was het product van het idee van de maakbare samenleving. Die maakbaarheid richtte zich niet alleen op de inrichting van de polder, maar ook op de samenstelling van de bevolking. Hoewel dat idee niet meer actueel is, en omdat de tijd niet stilstaat, is Noordoostpolder veranderd in landschappelijk, stedenbouwkundig, agrarisch en economisch opzicht. Ook de mensen zijn veranderd, maar de inwoners van nu zijn verbonden met de sporen van hun voorgangers. Dat is erfgoed en maakt de gemeente tot wat zij is.
maar wel van belang en beschermwaardig zijn op een gemeentelijke schaal. Deze heeft de gemeente aangewezen als gemeentelijk monument. Het betreft enkele kerken, boerderijen, tuindersbedrijven, woningen, een uitkijktoren en een gemaal. Inmiddels zijn er op basis van de kerkenvisie 24 kerken geselecteerd die zodanige ruimtelijke waarden vertegenwoordigen dat behoud van deze kerken wenselijk is. Het college van burgemeester en wethouders heeft anno 2025 het voornemen uitgesproken om deze kerken de status te geven van beeldbepalend element. Daarmee is behoud van de hoofdvorm geborgd.
3.3 Ruimtelijk erfgoed: landschapsstructuur, monumenten en archeologie
“De inwoners van nu zijn verbonden met de sporen van hun voorgangers”
Cultuurlandschap, monumenten en archeologie vormen de traditionele erfgoedcomponenten en hebben een ruimtelijke context. De landschapsstructuur en de opbouw van Noordoostpolder zijn uniek en zijn het product van de tekentafel. Dit cultuurlandschap is door het Rijk aangewezen tot Nationaal Wederopbouwgebied Noordoostpolder. Het Rijk heeft door het hele land gebouwen (die beschouwd worden als van landelijke betekenis) aangewezen als Rijksmonument. In Noordoostpolder betreft dit enkele bijzondere gebouwen die dateren van voor de inpoldering. Ook heeft het rijk een kleine selectie aan gebouwen aangewezen die een directe relatie hebben met de inpoldering (gemalen, en ontginningsboerderijen). Ook zijn er bijzondere objecten, zoals enkele kerken, de Poldertoren en het Waterloopbos. Dit zijn de topmonumenten van landelijk belang. Door het Rijk zijn ook terreinen aangewezen als archeologisch Rijksmonument. Binnen Noordoostpolder zijn dit zeven gebieden (burchten van Kuinre en rond Schokland). Doel van deze aanwijzing is om de in de bodem aanwezige sporen van vroegere bewoning onaangeroerd te laten. Gemeentelijke monumenten en beeldbepalende elementen Naast deze gebouwen zijn er ook gebouwen die weliswaar niet van landelijk belang zijn,
16 Beleidsplan 2025 - 2030
UNESCO Werelderfgoed Schokland en omgeving zijn UNESCO Werelderfgoed. De bescherming van dit gebied wordt door het Rijk geborgd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. De sloop van een gebouw kan op juridische gronden alleen worden voorkomen indien het gebouw is aangewezen als Rijksmonument, gemeentelijk monument of beeldbepalend element. De bescherming van monumenten betreft dus doorgaans de bescherming van bouwwerken, soms als complex (hoofdgebouw en bijgebouwen) maar meestal als losse gebouwen. De structuur van de polder, met de kenmerkende landschappelijke opzet, het patroon van wegen en waterlopen en het karakter van specifieke gebieden (zoals het tuinbouwgebied ten zuiden van Kraggenburg) en de dorpen blijft hierbij buiten beschouwing.
3.4 Roerend Erfgoed De geschiedenis van Noordoostpolder wordt bewaard in de vorm van archiefstukken, documenten en beeldmateriaal. Cultuurhistorische organisaties in Noordoostpolder verzamelen, documenteren en ontsluiten deze geschiedenisbronnen. Omdat zij veel kennis hebben van de geschiedenis van Noordoostpolder
zijn zij een platform en een vraagbaak voor gemeente en de inwoners.
3.5 Immaterieel erfgoed en tradities De geschiedenis van Noordoostpolder is een verhaal dat begint in de prehistorie en via de middeleeuwen doorloopt naar onze tijd. Het land werd zee, en de zee werd weer land. De droogmaking van dit deel van het IJsselmeer is voor de huidige vorm van de gemeente het meest bepalend. Deze periode kenmerkt zich door een strakke regie vanuit de overheid in het ontwerp van de polder en in de samenstelling van de nieuwe inwoners. Deze benadering paste bij de toenmalige ideeën voor een maakbare samenleving en is de rode draad van ‘het verhaal van Noordoostpolder’. Maar daarnaast zijn er oneindig veel verhalen te
vertellen. Veel van deze verhalen speelden zich af op een specifieke plaats in de polder en deze plaatsen zijn daarmee verbonden met een van de vele verhalen van de polder. Voorbeelden van deze ‘plaatsen van herinnering’ zijn bijvoorbeeld de plekken van vliegtuigcrashes en scheepswrakken. Deze zijn inmiddels geïnventariseerd en herkenbaar gemaakt met crashpalen en wrakkenpalen. De nieuwe inwoners kwamen vanuit het hele land naar de nieuwe polder en zijn brachten hun eigen tradities en gewoonten mee. Zo werd de bevolking een smeltkroes van gewoonten en tradities. Maar tradities zijn dynamisch en in de loop van de tijd zullen deze veranderen of verdwijnen.
“Er is behoefte aan herkenningspunten die verwijzen naar historische plaatsen”
HOOFDSTUK 4
AMBITIE 1
Erfgoed behouden en beschermen Noordoostpolder is ontworpen op de tekentafel op basis van inzichten over hoe de mensen in de polder zouden moeten wonen en werken. Omdat de ontwikkelingen niet stilstaan, is de gemeente sindsdien steeds veranderd. Die veranderingen zijn begrijpelijk en onvermijdelijk, maar er is behoefte aan herkenningspunten als houvast die verwijzen naar de historische ontwikkeling en die de identiteit van de plek hebben gevormd. De gemeente Noordoostpolder wil daarom erfgoed behouden en beschermen.
4.1 Herwaarderen cultuurhistorisch erfgoed in relatie tot het unieke karakter van Noordoostpolder De gemeente Noordoostpolder wil monumenten aanwijzen die recht doen aan het unieke karakter van Noordoostpolder. Hieruit moet blijken hoe het gebied zich heeft ontwikkeld en waarom Noordoostpolder anders is dan bijvoorbeeld de Wieringermeerpolder, Flevoland of het aangrenzende oude land. Het gaat daarbij om meer dan alleen gebouwen.Ook andere herkenningspunten die de historische ontwikkeling tonen, komen in aanmerking. Bijvoorbeeld het aanwijzen van één of twee gave exemplaren van alle boerderijtypen als gemeentelijk monument. De onderlinge samenhang tussen gebouwen, erfstructuur en landschap is daarbij van belang. Verder moet worden gedacht aan andere
zeldzame of kenmerkende panden of objecten zowel in het landelijk gebied als in de dorpen en Emmeloord, bijzondere landschapselementen of structuren en plekken die een relatie hebben met het verhaal van Noordoostpolder.
•
Bestaande gemeentelijke monumentenlijst actualiseren De bestaande monumentenlijst bevat uitsluitend gebouwen, vertoont leemtes en is onvoldoende een weerslag van het verhaal van Noordoostpolder. Daarom gaat de gemeente allereerst de bestaande monumentenlijst analyseren en onderzoeken welke types objecten en welke gebieden onvoldoende vertegenwoordigd zijn. Doel is een gemeentelijke monumentenlijst te maken die recht doet aan het unieke karakter van Noordoostpolder.
Deze thema’s en uitgangspunten verbinden meerdere erfgoedobjecten en tradities met elkaar. Agrarisch erfgoed gaat over de boerderijen met hun veelheid aan boerderijtypes, maar ook om het samenspel van boerderij en landschap: de clusters van boerderijen te midden van erfsingels met de arbeiderserven.
4.2 Verbindende erfgoedthema’s dragen bij aan behoud van monumenten en beeldbepalende elementen De gemeente vindt de volgende erfgoedthema’s specifiek van belang voor het erfgoed van Noordoostpolder: • Watererfgoed (zowel de objecten die verband houden met de waterbouwkundige inrichting en de inpolderingsgeschiedenis als overige objecten); • Agrarisch erfgoed; • Woningbouw (strokenbouw en seriematige woningbouw); • Het verhaal van Noordoostpolder (objecten die de beleving van het pioniersverleden, ontstaan en opbouw van Noordoostpolder tonen. Dit zijn de belevingswaarden en identiteitswaarden). Daarnaast maakt de gemeente bij toetsing van potentiële nieuwe gemeentelijke monumenten of beeldbepalende elementen een schikking tussen meer en minder monumentenbelang op basis van de volgende uitgangspunten voor criteria: • Cultuurhistorische waarde. In hoeverre is het object van belang voor de (ontstaans) geschiedenis van de gemeente? • Architectuurhistorische waarde. In hoeverre is het pand een herkenbaar voorbeeld van een toonaangevende bouwstijl, of het werk van een bekende architect? • Situering. Hoe belangrijk en beeldbepalend is het pand door zijn ligging? Kenmerkend is de repetitie van bouwwerken en woonstraten.
18 Beleidsplan 2025 - 2030
•
Gaafheid. In hoeverre is het pand sinds de bouw ingrijpend gewijzigd? Zeldzaamheid. Is het object uniek of zeldzaam, of zijn hiervan vele voorbeelden te vinden in de gemeente?
Toepassen van thema’s en uitgangspunten in de uitwerking van de criteria voor het waarderen, selecteren en aanwijzen van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende elementen Het college van burgemeester en wethouders heeft op basis van de Verordening fysieke leefomgeving de bevoegdheid om panden of gebieden aan te wijzen als gemeentelijk monument of beeldbepalend pand. Dit proces inclusief participatie van eigenaren van monumenten wordt beschreven in bijlage 2.
AMBITIE 1 Erfgoed behouden en beschermen
Doelstelling • Herwaarderen cultuurhistorisch erfgoed in relatie tot het unieke karakter van Noordoostpolder • Verbindende erfgoedthema’s dragen bij aan behoud van monumenten en beeldbepalende elementen
Actie • Bestaande gemeentelijke monumentenlijst actualiseren • Toepassen van thema’s en uitgangspunten in de uitwerking van de criteria voor het waarderen, selecteren en aanwijzen van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende elementen
HOOFDSTUK 5
AMBITIE 2
Borgen van landschap en opbouw als erfgoedwaarde van Noordoostpolder Als gemeente zijn wij trots op ons unieke polderlandschap. De structuren en de oorspronkelijke bebouwing willen wij versterken in samenhang met de ontwikkeling van het landelijk gebied. Het landschappelijk ontwerp van Noordoostpolder heeft cultuurhistorische waarde en de gemeente wil dit beschermen en beleefbaar maken. Het landschap kenmerkt zich door een sterk patroon van wegen en waterlopen met veel
regelmaat en vergezichten die plaatselijk worden onderbroken door de rijen bomen langs de wegen, de clusters van boerderijen en de oorspronkelijke arbeiderswoningen. De erven zijn omzoomd door erfsingels. Naast dit landschap van het landelijk gebied is er het ‘landschap’ van stad en dorpen, namelijk de opbouw van de stedenbouwkundige structuren. De opbouw van Noordoostpolder is anno 2025 geborgd in de aanwijzing tot Nationaal Wederopbouwgebied Noordoostpolder en vastgelegd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), de Omgevingsvisie en (toekomstig) het Omgevingsplan. De gemeente wil landschap en opbouw als erfgoedwaarde van Noordoostpolder verder borgen en beleefbaar maken.
5.1 De ontwikkeling van het landschap herkennen en waarderen als basis voor vernieuwing De gemeente heeft als wettelijke taak de omgevingskwaliteit van de fysieke leefomgeving beschermen, Deze omgevingskwaliteit wordt in belangrijke mate bereikt door samenhang tussen landschap en de oorspronkelijke bebouwing. Over de vorming van het landschap van Noordoostpolder is informatie beschikbaar, maar er ontbreekt een breed gedragen, samenhangend en toegankelijk overzicht van de ontwikkeling en het unieke karakter van Noordoostpolder. Opstellen van een ‘Landschapsbiografie’ als basis voor nieuwe ontwikkelingen Doel is om de samenhang tussen de natuurlijke ondergrond, de drooglegging en de inrichting te herkennen en waarderen als basis voor nieuwe ontwikkelingen. De waardevolle informatie uit eerder onderzoek, variërend van archeologie, landschapsontwerp, stedenbouwkundige principes en boerderij- en woningtypes wil de gemeente bundelen. Om het huidige landschap te begrijpen moeten we de ontwikkelingen kennen en benutten. De totstandkoming en de logica van het landschap vormen de inspiratie voor de ruimtelijke opgaven in Noordoostpolder. Die ontwikkelingen wil de gemeente op een passende manier een plaats in het landschap geven zonder afbreuk te doen aan het karakter.
Daarom kiest de gemeente voor het opstellen van een ‘landschapsbiografie’ om de historische ontwikkeling herkenbaar te maken als inspiratie.
5.2 Stimuleren van architectuur met potentie van toekomstig erfgoed De gemeente streeft met deze doelstelling naar een eigentijdse doorvertaling van de oorspronkelijke opzet en bouwstijl van de erven. De oorspronkelijke architectuur blijft herkenbaar, maar dat mag in een moderne vorm. De erven zijn opgebouwd volgens de oorspronkelijke ontwerpprincipes. In de Omgevingsvisie geven we ruimte voor bouwen op en toekennen van andere functies aan boerenerven binnen de singels. De universele oorspronkelijke opbouw van de agrarische erven biedt altijd een goede oplossing voor ontwikkelingen die landschappelijk inpasbaar zijn.
20 Beleidsplan 2025 - 2030
Opstellen van een inspiratiedocument over het ontwikkelen en bouwen in samenhang met de erfopzet in lijn met het oorspronkelijke ontwerp van de bouwtraditie In een inspiratiedocument willen wij aan inwoners en ontwikkelaars laten zien hoe nieuwe ontwikkelingen kunnen worden vormgegeven en ingepast. Aan (landschaps)architecten en stedenbouwkundigen vragen we naar de uitgangspunten en oorspronkelijkeontwerpprincipes van de bebouwing, en de erven te kijken. Een eigentijdse vertaling daarvan bij herinrichting van de erven helpen om de oorspronkelijke erfopzet herkenbaar te houden. Aan de hand van veel voorkomende cases (zoals nieuwe invullingen van boeren- en arbeiderserven en vervangen van arbeiderswoningen in het landelijk gebied) willen we voorbeelden geven van passende ontwerpen. Doel is om de lijnen uit het verleden door te trekken tot een eigentijdse vertaling, zodat het oorspronkelijke ontwerp van de erven uitgangspunt wordt voor nieuwe ontwikkelingen. Het document geeft handreikingen op hoofdlijnen over hiërarchie op het erf, de situering en de massavorm van de gebouwen. Daarmee krijgt de jaren ’50 architectuur (in een nieuwe jas) de potentie om toekomstig erfgoed te worden. Hierin wordt samengewerkt met het inspiratiedocument uit het ervenbeleid (in ontwikkeling).
AMBITIE 2 Borgen en beleefbaar maken van landschap en opbouw als erfgoedwaarde van Noordoostpolder
Doelstelling • De ontwikkeling van het landschap herkennen en waarderen als basis voor vernieuwing. • Stimuleren van architectuur met potentie van toekomstig erfgoed
Actie • Opstellen van een ‘Landschapsbiografie’ als basis voor nieuwe ontwikkelingen • Opstellen van een inspiratiedocument over het ontwikkelen en bouwen op erven in lijn met het oorspronkelijke ontwerp van de bouwtraditie
HOOFDSTUK 6
AMBITIE 3
Een centrale plek in Noordoostpolder voor het ‘vertellen van het verhaal’ Het verhaal van Noordoostpolder gaat over de inpoldering en de pioniers, maar er zijn ook vele andere verhalen over verschillende periodes. Verhalen worden nu al verteld op een bijzondere plek, zoals het verhaal van archeologie en de Zuiderzeeperiode op Schokland en dat van de moderne architectuur in Nagele.
Een centrale plek waar de geschiedenis van de inpoldering en de pioniers wordt verteld, draagt bij aan de beleving van erfgoed in Noordoostpolder voor een breed publiek, inwoners én bezoekers. De gemeente draagt hier ook aan bij door de organisatie van de Open Monumentendag jaarlijks (financieel) te ondersteunen. Dit sluit anno 2025 aan bij provinciaal beleid en de visie op recreatie en toerisme in Noordoostpolder.
Realiseren van een permanente expositie over ‘het verhaal van Noordoostpolder’ op een centrale plek in Emmeloord. Het is wenselijk deze expositie in de Poldertoren te realiseren. Het gebouw en het verhaal versterken elkaar. Er wordt een verbinding gemaakt met andere cultuurhistorische trekpleisters in Noordoostpolder.
6.1 Een centrale plek draagt bij aan erfgoedbeleving van inwoners en bezoekers De gemeente Noordoostpolder wil het verhaal van de pioniers en de inrichting van de polder een structurele plek geven met een expositie. De Poldertoren wordt beschouwd als het meest iconische gebouw van Noordoostpolder en een erfgoedobject bij uitstek. De toren was bedoeld om vanuit elke plek in de polder zichtbaar te zijn. Zowel de toren zelf, het zicht op de toren als het uitzicht over de polder hebben een hoge belevingswaarde voor het verhaal.
“Het verhaal van de pioniers en de inrichting van de polder een structurele plek geven met een expositie”
AMBITIE 3 Een centrale plek in Noordoostpolder voor ‘het vertellen van het verhaal’
Doelstelling • Een centrale plek draagt bij aan erfgoedbeleving van inwoners en bezoekers
Actie • Realiseren van een permanente expositie over ‘het verhaal van Noordoostpolder’ op een centrale plek in Emmeloord
22 Beleidsplan 2025 - 2030
HOOFDSTUK 7
AMBITIE 4
Ondersteunen cultuurhistorische organisaties
Dat doen zij bijvoorbeeld door publicaties, lezingen, exposities en het verzamelen en documenteren van bronnenmateriaal. Daarmee vervullen zij een taak die de gemeente niet kan bieden. Het zijn echter vrijwilligersorganisaties die moeten werken met beperkingen zoals te weinig middelen en mensen. De gemeente vindt de cultuurhistorische organisaties belangrijk voor de gemeente Noordoostpolder en wil deze organisaties daarom meer ondersteunen.
7.1 Steun afhankelijk maken van behoefte
Cultuurhistorische (en archeologische) organisaties spelen een centrale rol als het gaat om het belang van erfgoed en het onder de aandacht brengen van het verhaal van Noordoostpolder.
Cultuurhistorische organisaties moeten zo goed en doelmatig mogelijk aan hun doelstelling kunnen werken. Dit verschilt per organisatie. Daarom wil de gemeente Noordoostpolder steun afhankelijk maken van behoefte.
door cursussen aan te bieden of te vergoeden of praktische steun te bieden bij het digitaliseren van archiefstukken. Ook kunnen we kijken naar meer structurele samenwerking en subsidie. Regionale samenwerking met Erfgoedhuis Flevoland Erfgoedhuis Flevoland helpt erfgoedorganisaties om subsidies voor hun projecten en kennisontwikkeling bij bestuur en vrijwilligers te vinden.
“De gemeente vindt de cultuurhistorische organisaties belangrijk voor de gemeente Noordoostpolder”
Behoeftes van cultuurhistorische organisaties in kaart brengen Het kan gaan om deskundigheidsbevordering
AMBITIE 4 Ondersteunen cultuurhistorische organisaties
Doelstelling • Steun afhankelijk maken van behoefte
Actie • Behoeftes van cultuurhistorische organisaties in kaart brengen • Regionale samenwerking met Erfgoedhuis Flevoland
24 Beleidsplan 2025 - 2030
HOOFDSTUK 8
AMBITIE 5
Aandacht voor immaterieel erfgoed De gemeente beschouwt het immaterieel erfgoed, zoals dat blijkt uit gewoonten, tradities en verenigingsleven, als een belangrijk aspect van een aantrekkelijke leefomgeving. Daarom wil de gemeente het immaterieel erfgoed beter onder de aandacht brengen.
8.1 Immaterieel erfgoed draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving Na de inpoldering kwamen de nieuwe inwoners (zowel pioniers als anderen) vanuit het hele land. Zij brachten hun eigen tradities en gewoonten mee. Zo werd de jonge samenleving een smeltkroes van gewoonten en tradities. Maar tradities, gewoonten en ambachten zijn dynamisch. In de loop van de tijd zijn deze veranderd en bestaande tradities zullen ook weer veranderen of verdwijnen. Er kunnen ook weer nieuwe tradities ontstaan. De nieuwe inwoners die zich de laatste decennia in Noordoostpolder hebben gevestigd vanuit andere Europese landen of waar ook ter wereld, hebben ook hun tradities. Ook deze horen bij het immaterieel erfgoed en zullen invloed krijgen. Niemand bepaalt van bovenaf of iets wel of geen immaterieel erfgoed is. De beoefenaars van ambachten, tradities en gebruiken kennen hier een waarde aan toe en zetten zich in om ze te beschermen en door te geven. Het verenigingsleven en de feesten en festivals zijn een belangrijk onderdeel van het sociale leven
in Noordoostpolder. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan de gedachte van het verdrag van Faro (2005) waarin de relatie tussen erfgoed en de samenleving wordt benadrukt. Inventariseren en in kaart brengen van immaterieel erfgoed van Noordoostpolder in een publicatie voor inwoners Om deze tradities nadrukkelijk te presenteren als immaterieel erfgoed starten we met een inventarisatie van deze tradities uit verleden en heden door onderzoek en oral history. Deze informatie wordt vervolgens gebundeld en gepubliceerd. Waar mogelijk werken we samen met het landelijke Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland en het Erfgoedhuis Flevoland.
“Zo werd de jonge samenleving een smeltkroes van gewoonten en tradities”
AMBITIE 5 Aandacht voor immaterieel erfgoed
Doelstelling • Immaterieel erfgoed draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving
Actie • Inventariseren en in kaart brengen van immaterieel erfgoed van Noordoostpolder in een publicatie voor inwoners
26 Beleidsplan 2025 - 2030
HOOFDSTUK 9
AMBITIE 6
Erfgoed verduurzamen De gemeente wil de verduurzaming van monumenten stimuleren waarbij duurzaamheid en behoud van monumentwaarden samengaan. Verduurzaming en duurzame energie opwekken en opslaan zijn een wettelijke taak vanuit de Klimaatwet en een maatschappelijke opgave. Dit is onderdeel van het Programma Klimaat en Energie binnen de gemeente Noordoostpolder. Duurzaamheid is meer dan energiebesparing of energieopwekking. Dat monumenten al tientallen jaren bestaan en
blijven bestaan is al een duurzaamheidsprestatie. Juist bij monumenten is het van belang dat zij toekomstbestendig worden en dat de exploitatie betaalbaar blijft. Belangrijk is dat voor verduurzaming de juiste uitgangspunten worden gekozen. In dit beleidsplan kiezen we ervoor om verduurzaming van erfgoed op verantwoorde wijze te stimuleren, waarbij de verduurzaming niet ten koste gaat van erfgoedwaarden.
9.1 Stimuleren verduurzamen monumenten en beeldbepalende elementen als maatwerkaanpak Wanneer verduurzamingsmaatregelen ingrijpend zijn en bouwkundig van aard (zoals dak- en gevelisolatie, isolatieglas en zonnepanelen) dan kan dat betekenen dat het uiterlijk van een pand verandert. Bij monumenten zijn dergelijke ingrepen vergunningplichting. De gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit adviseert over deze maatregelen. De Beleidsregel uiterlijk bouwwerken geeft hiervoor de kaders. Die borgen beeldkwaliteit en bebouwingskarakteristiek (uitgezonderd het landelijk gebied). Deze regel geeft daarmee aan wat er niet kan, maar geeft geen handvatten voor wat er wél zou kunnen. Dat wil niet zeggen dat in dat geval verduurzaming niet mogelijk is, maar het vraagt om een maatwerkaanpak. Een houten Oostenrijkse woning met kozijnen met een roedeverdeling vraagt om een andere aanpak dan een bakstenen boerderij, een pachterswoning of een schokbeton
schuur. Voor dergelijke maatwerkopgaven wil de gemeente aan eigenaren van monumenten en beeldbepalende elementen handreikingen doen. Hierbij wordt aangesloten bij de initiatieven van de provincie. Zonnepanelen op monumenten zijn onder voorwaarden toegestaan. In de Beleidsregel uiterlijk bouwwerken is dit anno 2025 in een overzichtelijk stappenplan vastgelegd. Er komt echter steeds meer keuze in zonnepanelen en zowel de techniek, het uiterlijk en capaciteit veranderen. Zo zijn er inmiddels ook rode zonnepanelen beschikbaar die beter passen op de doorgaans rode daken van de panden in Noordoostpolder. Het Energieloket uitbreiden met informatie over verduurzaming van monumenten De gemeente geeft voorlichting aan eigenaren en bewoners via het Energieloket. Dit wordt uitgebreid met voorlichting over verduurzamen van monumenten met behoud van monumentenwaarden.
AMBITIE 6 Erfgoed verduurzamen
Doelstelling • Stimuleren verduurzamen monumenten en beeldbepalende elementen als maatwerkaanpak
Actie • Het Energieloket uitbreiden met informatie over verduurzaming van monumenten
28 Beleidsplan 2025 - 2030
HOOFDSTUK 10
Prioritering acties In voorgaande hoofdstukken staan de acties behorend bij de doelstellingen en ambities vermeld.
De gemeente Noordoostpolder prioriteert deze aanpak als volgt: •
Inventariseren van bestaande monumentenlijst en in kaart brengen van de leemtes inclusief beheer en onderhoud;
•
Toepassen van criteria voor het waarderen en selecteren van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende elementen;
•
Het Energieloket uitbreiden met informatie over verduurzaming van monumenten;
•
Aanwijzen gemeentelijke monumenten en beeldbepalende elementen;
•
Herijken subsidieverordeningen inclusief subsidieplafonds;
•
Realiseren van een permanente expositie over ‘Het verhaal van Noordoostpolder’ op een centrale plek in Noordoostpolder;
•
Opstellen van een inspiratiedocument over het ontwikkelen en bouwen in samenhang met het landschap en in lijn met het oorspronkelijke ontwerp;
•
Opstellen van een ‘Landschapsbiografie’ als basis voor nieuwe ontwikkelingen;
•
Inventariseren en beschrijven van het immaterieel erfgoed van Noordoostpolder in een publicatie voor inwoners.
De acties worden zoveel mogelijk opgenomen in de bestaande programma’s Leefbaarheid & Wonen en Klimaat en Energie. Daarnaast wordt het beleid waar nodig juridisch geborgd in het Omgevingsplan.
30 Beleidsplan 2025 - 2030
COLOFON December 2025 Gemeente Noordoostpolder Bureau Helsdingen Vonc
Beleidsplan Erfgoed in Noordoostpolder 2025 – 2030
32 Beleidsplan 2025 - 2030