4. Rvst Programmabegroting 2025 - 2028.pdf
Tekst van het document
No. 24.0001260-1
Emmeloord, 24 september 2024. Onderwerp Programmabegroting 2025-2028 Advies raadscommissie […] Aan de raad. Status: ter besluitvorming Voorgesteld besluit De (meerjaren)programmabegroting 2025 - 2028 vaststellen. Doelstelling Overeenkomstig de Gemeentewet een duurzaam sluitende (meerjaren)programmabegroting 2025 2028 vaststellen en daarmee de kaders voor het te realiseren beleid. Gelijktijdig met het vaststellen van de begroting wordt de uitvoering van de begroting gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. Inleiding Hierbij bieden wij u de meerjarenprogrammabegroting 2025 – 2028 aan. De begroting is structureel duurzaam sluitend voor alle vier de begrotingsjaren. In de nu voorliggende begroting zijn de onderdelen van de perspectiefnota 2025 – 2028 verwerkt en is een verder vervolg gegeven aan het uitwerken van de ambities van het coalitieakkoord 2022 – 2026. Hierdoor ligt nu een begroting voor die naar de mening van het college van de hele raad is. Het Rijk heeft gemeenten geconfronteerd met een nieuwe methodiek voor het berekenen van het accres (= aangroei) en de inflatiecorrectie voor de algemene uitkering. Dit gaf voor 2024 en de volgende jaren op meerdere plaatsen naar de opvatting van het Rijk ongewenste effecten, voor zowel gemeenten als het Rijk.
Om de nieuwe systematiek zo soepel mogelijk te kunnen implementeren, heeft het Rijk gemeenten incidentele tegemoetkomingen in het vooruitzicht gesteld om daarmee effecten van structurele nadelen te verzachten. Zo ontving gemeente Noordoostpolder voor 2024 een incidentele tegemoetkoming van € 1,9 miljoen. Voor 2026, het jaar met de meest negatieve uitkomst de meerjarenprogrammabegroting, wordt van deze compensatie € 1.541.520 gebruikt om het negatieve begrotingssaldo van € 1.762.401 terug te dringen naar een tekort van € 220.881. Voor de jaren 2025, 2027 en 2028 hoefden geen maatregelen genomen te worden om uit te komen op een structureel duurzaam sluitende meerjarenprogrammabegroting. Begrotingsresultaten In de onderstaande tabel zijn chronologisch de begrotingssaldi van de perspectiefnota 2025 - 2028, de kasschuif en de saldi van de meerjarenprogrammabegroting 2025 – 2028 weergegeven. Omschrijving/jaar Stand Perspectiefnota 2025 – 2028 + addendum Meerjarenprogrammabegroting 2025 – 2028 vóór kasschuif Kasschuif Meerjarenprogrammabegroting 2025 - 2028
2025 € 355.507-
€
2026 138.328
2027 € 64.665
2028 € 41.037
€ 120.035
€ 1.762.401-
€ 228.166-
€ 183.107
€ 120.035
€ 1.541.520 € 220.881-
€ 228.166-
€ 183.107
No. 24.0001260-2
Financiële positie, amendement en motie helpen Eén op één afgaand op de vorenstaande cijferreeks, lijken de uitkomsten van de begroting in lijn met die van de perspectiefnota. Onderliggend zijn er een tweetal ontwikkelingen die afwijken ten opzichte van perspectiefnota en een financieel negatief effect hebben op de begroting. De eerste ontwikkeling is die van Jeugd, waarvan de lasten met € 1,4 miljoen stijgen. De tweede ontwikkeling is die van de Wmo, waarvan de lasten met € 0,4 miljoen toenemen. Dat deze kostenontwikkelingen niet terugkomen in het niveau van de begrotingssaldi vindt zijn verklaring voor het grootste deel in de rentetoerekening aan reserves. Voor de begroting 2024 – 2027 werd gerekend met een rentepercentage van 3,9% en voor 2025 – 2028 is dat 2,3%. De factor rente heeft per saldo een structureel positief effect van € 1,1 miljoen. Ook het amendement op de verhoging van de OZBtarieven en de motie op de tarieven van de toeristenbelasting leverden een positieve bijdrage van structureel € 360.000 in de duurzaam sluitende meerjarenbegroting. Het college is er blij mee voor gemeente Noordoostpolder op eigen kracht een sluitende begroting aan te kunnen bieden door de positieve effecten van de financiële positie, de kasschuif, het amendement op de OZB-tarieven en de motie op de tarieven van de toeristenbelasting.
Maar: feit blijft dat het Rijk gemeenten te weinig structurele middelen geeft om haar taken te kunnen blijven bekostigen. Het nieuwe Rijksbeleid voor de inflatiecorrectie laat zien dat gemeenten de komende jaren te weinig compensatie krijgen voor het op kunnen vangen van de inflatie-effecten. Het college zal haar invloed daar waar dat kan, blijven uitoefenen om de algemene uitkering op een voldoende niveau te krijgen en te houden. Septembercirculaire: terug- en vooruitblik Het bestaande beleid (de bestuurlijke lijn) is dat de uitkomsten van de septembercirculaire voor het lopende boekjaar verwerkt worden in de decemberrapportage van dat lopende jaar (2024). De uitkomsten voor het deel van de meerjarenbegroting (2025 – 2028) worden verwerkt in de eerstvolgende perspectiefnota (2026 – 2029). De voorgaande jaren zijn na het aanbieden van de perspectiefnota en begroting, de mei- en septembercirculaire in respectievelijk de perspectiefnota en begroting verwerkt. Voor zowel het college als de raad bleek dat geen optimale manier van werken doordat bij elke presentatie van cijfers andere beelden werden gepresenteerd. Dit leidde zowel bij het college als de raad tot vragen over de geloofwaardigheid van het doorlopen van het perspectiefnota- en begrotingsproces. Ook had dit een negatieve uitstraling op de betrouwbaarheid van de landelijke overheid richting gemeenten.
Verder bleek dat ook provincies soms worstelden met hoe zij om moesten gaan met de begrotingen van hun gemeenten van uit hun toezichthoudende rol. Kortom: voor zowel het college als raad werden waarden als transparantie, consistentie geloofwaardigheid en betrouwbaarheid ten aanzien van de perspectiefnota, begroting en in- en externe actoren in het perspectiefnota- en begrotingsproces op de proef gesteld. Een ongewenste gang van zaken, vond het college en vond ook uw raad. Een extra argument om dit jaar om conform het bestaande beleid te werken, is dat het college de raad een structureel duurzaam sluitende meerjarenprogrammabegroting 2025 – 2028 aanbiedt op basis van de meicirculaire. De verwachting is dat er een plus vloeit uit de septembercirculaire. Aangezien er voor de eerstvolgende perspectiefnota diverse items zijn, die ingebracht zullen worden en waarvoor geen dekking is, lijkt het ook om die reden niet logisch om de septembercirculaire nu te verwerken, terwijl het verder de verwachting is dat de algemene uitkering bij de meicirculaire van 2025 en verder een beeld van te weinig middelen zal laten zien in verband met een te lage inflatiecompensatie van het Rijk naar gemeenten.
Ten aanzien van het beeld bij de aanpassingen van uit de septembercirculaire, spelen voor het meerjarenbegrotingdeel 2026 – 2028 de onderwerpen Wmo (landelijk + € 75 miljoen voor 2026 tot € 225 miljoen voor 2028) en hervormingsagenda Jeugd (landelijk + € 500 miljoen voor 2026 en € 511 miljoen voor 2027 en verder). De verhoging voor de Wmo heeft naar verwachting een positief effect op de begrotingsuitkomsten. De hervormingsagenda Jeugd heeft een budgettair neutraal effect, omdat deze wegvalt tegen een gelijke stelpost aan de lastenkant.
No. 24.0001260-3
Tarieven gemeentelijke heffingen Door middel van een amendement op de perspectiefnota heeft u als raad de OZB tarievenverhoging voor 2025 bepaald op 4,3%. De OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde van de onroerende zaak. De WOZ-waarde die voor het belastingjaar 2025 geldt, heeft als waardepeildatum 1 januari 2024 en is voor woningen ten opzichte van 1 januari 2023 gemiddeld met 2,8% gestegen. Bij de niet-woningen is er sprake van een kleine waardestijging ten opzichte van vorig jaar. De gemiddelde waardestijging van niet -woningen bedraagt 0,7%. Bij de categorie agrarische objecten is er een waardedaling van 1%. De categorie courante niet-woningen (o.a. winkels en kantoren) laat een waardestijging zien van 1,5%. Als gevolg van het toegepaste correctiecijfer voor de inflatie en de lichte waardestijging van de niet-woningen zijn de tarieven licht gestegen ten opzichte van 2024. De heffingen, waarbij de gebruiker betaalt voor een voorziening of dienst, zijn gebaseerd op het beleid van kostendekkende tarieven. Vanaf 2021 worden inwoners meer gestimuleerd om het afval beter te scheiden en daarmee de hoeveelheid restafval te verminderen. Een onderdeel hiervan was het invoeren van het recycle-tarief, waarbij inwoners betalen voor het aantal keren dat ze restafval aanbieden. Als basis betalen de inwoners een vast bedrag voor de overige afvalstromen.
De hoogte van de afvalstoffenheffing wordt dus bepaald door het vaste deel en een variabel deel, waardoor de heffing per inwoner verschillend kan zijn. Ondanks het afval scheiden, zien we de kosten voor afvalinzameling en -verwerking toenemen en daarmee ook de tarieven stijgen. Oorzaken van de kostenstijging zijn de inflatie, het wegvallen van inkomsten voor bepaalde afvalstromen (hout en textiel) uit afvalstromen en het vervallen van de ingroeikorting van de nieuwe dienstverleningsovereenkomst met de Huisvuilcentrale (HVC). Bij het berekenen van het tarief is als uitgangspunt genomen dat het tarief voor het ledigen van de restafvalcontainer maximaal 3,2% stijgt in 2025 ten opzichte van 2024. Daarnaast blijft het huidige uitgangspunt dat de gemiddelde afvalstoffenheffing voor een meerpersoonshuishouden 15% hoger moet zijn dan voor een eenpersoonshuishouden (raadsbesluit 8 november 2007). Er zijn 3 tariefsoorten: • het vastrecht voor eenpersoonshuishoudens; • het vastrecht meerpersoonshuishoudens, en; • het variabele tarief. Het tarief afvalstoffenheffing is vanaf 2024 kostendekkend. Voor 2025 stijgt de afvalstoffenheffing voor de meerpersoonshuishoudens met gemiddeld 8,1%. Het tarief voor een meerpersoonshuishouden komt op gemiddeld € 418,49 (was € 386.80). De afvalstoffenheffing voor de éénpersoonshuishouden stijgt met gemiddeld 4,1% tot gemiddeld € 342,32 (was € 328,77).
De rioolheffing stijgt voor 2025 met 5,8%. De stijging is noodzakelijk om de kosten te kunnen dekken (watertakenplan en kostendekkingsplan). Het tarief voor een huishouden bedraagt voor 2025 € 191,40 (was € 180,84). De tarieven voor leges zijn trendmatig verhoogd met 2,3%. Voor zowel het rijbewijs als de diverse reisdocumenten gelden wettelijke maximumtarieven. De nieuwe tarieven voor 2025 zijn op dit moment nog niet bekend. De voorlopige tarieven, gebaseerd op 2024 zijn wel in de legesverordening en de daarbij behorende tarieventabel vermeld. Nadat de wettelijke maximumtarieven voor 2025 bekend gemaakt zijn, worden de nieuwe tarieven voor 2025, indien deze afwijken, in de tarieventabel behorende bij de legesverordening aangepast. Begroting in één oogopslag Net als in voorgaande jaren komt het college met een begroting in één oogopslag in de vorm van een zogenoemde infographic. Een infographic geeft de complexe informatie over de begroting, zoveel als mogelijk grafisch, op een eenvoudige manier weer. Vooraan in de begroting treft u een verkorte versie van de begroting in één oogopslag in de begroting aan.
No. 24.0001260-4
Beleidsreferentie Meerjarenschijven 2025 – 2027 van de meerjarenprogrammabegroting 2024 – 2027. Perspectiefnota 2025 – 2028. Argumenten De programmabegroting is de belangrijkste kaderstelling door de gemeenteraad voor het uit te voeren beleid in gemeente Noordoostpolder. Met de aanbiedingsbrief geeft het college een overzicht van de ontwikkelingen die meegenomen zijn in deze begroting. Kanttekeningen Geen. Planning/uitvoering Vóór 15 november 2024 dient door de gemeenteraad een financieel duurzaam sluitende en vastgestelde begroting 2025 - 2028 bij de Provincie ingeleverd te zijn. Bijlagen (Meerjaren)programmabegroting 2025 – 2028. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,
Portefeuillehouder Steller
de burgemeester,
: Dhr. W. Jansen : de heer Th.J. Stigt, (06) 48134623; r.stigt@noordoostpolder.nl
No. 24.0001260-5
De raad van de gemeente Noordoostpolder, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 september 2024, no. 24.0001260; gelet op artikel 189 Gemeentewet B E S L U I T: De (meerjaren)programmabegroting 2025 - 2028 vast te stellen. Aldus besloten in de openbare vergadering van 11 november 2024. De griffier, de voorzitter,