4.9 Actuele lijst van gevallen met categorieën waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen zoals bedoeld in artikel 2.27 Wabo juncto artikel 6.5 lid 3 Besluit omgevingsrech.pdf
Tekst van het document
De lijst van gevallen met categorieën waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen zoals bedoeld in artikel 2.27 Wabo, juncto artikel 6.5 lid 3 Besluit omgevingsrecht nodig is. a.
Aanvragen om omgevingsvergunning, die hun grondslag vinden in: 1. Een voorontwerp bestemmingsplan, na positieve afronding van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro en inspraak of, 2. Een ander ruimtelijk plan (bijvoorbeeld structuurvisie, een ontwikkelingsvisie), na instemming van de gemeenteraad en van andere betrokken overheden en inspraak, dan wel 3. Een sectorale beleidsnota die akkoord is bevonden door betrokken overheden en de gemeenteraad en waarover belanghebbenden hebben kunnen inspreken. b. Bouwplannen op locaties in de bebouwde kom (1) voor locale en regionale voorzieningen (2) die niet in strijd zijn met rijks- of provinciaal beleid; c. Bouwplannen voor openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer of wegverkeer; d. Aanleg en/of aanpassing van beperkte weg- en waterinfrastructuur buiten de bebouwde kom die niet in strijd zin met het rijks- en provinciaal beleid; e. Aanleg van nieuwe en aanpassing van bestaande weg- en waterinfrastructuur en groenvoorzieningen binnen de bebouwde kom, mits deze activiteiten niet samenhangen met realisering van een nieuwe, nog niet via een (ontwerp) bestemmingsplan, geaccordeerde planmatige stads- of dorpsuitbreiding die niet in strijd is met het rijks- en provinciaal beleid; f.
Woningbouwplannen op locaties in bestaand stedelijk gebied, waarbij als bestaand stedelijk gebied moet worden beschouwd die gebieden die op de omgevingsplankaart als stedelijk gebied staan aangeduid en waarvoor ter realisatie en/of beheer van dat stedelijk gebied een bestemmingsplan is goedgekeurd; g. Een (uitbreiding c.q. een verbouwing van een) gebouw voor maatschappelijke, bedrijfs- en kantoordoeleinden en detailhandel tot maximaal 500 m 2 op locaties in de bebouwde kom (1); h. Een wijziging van gebruik van gronden voor maatschappelijke-. bedrijfs- en kantoordoeleinden en detailhandel tot maximaal 500 m 2 op locaties in de bebouwde kom (1); i. Bouw van een bedrijfswoning ten behoeve van een glastuinbouwbedrijf tot een oppervlakte van 1200 m3, mits: De noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering door middel van een gekwalificeerd bedrijfsplan wordt aangetoond; In voldoende mate wordt aangetoond dat, gelet op de bedrijfsvoering, permanent toezicht nodig is en zo nodig direct ingegrepen moet worden. - Aangetoond wordt dat het verkrijgen van een (bestaande) bedrijfswoning ontbrak; De landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast. Het aantal bedrijfswoningen per bedrijf maximaal één bedraagt. j. Het gebruik van voormalige agrarische bedrijfswoningen voor niet- agrarische bewoning (plattelandswoningen); k.
Aanvragen om omgevingsvergunning die hun grondslag vinden in de structuurvisie 'Zon in de Polder'. l. Openbare toiletvoorzieningen in het centrum van Emmeloord. m. Het plaatsen van een warmte-krachtkoppeling en warmwater opslagtank ten behoeve van een glastuinbouwbedrijf in het glastuinbouwgebied.
(1) Bepalend voor het antwoord op de vraag wanneer sprake is van bebouwde kom is niet de bebouwde kom op grond van de wegen- en verkeerswetgeving, maar het feitelijke karakter van de omgeving. (2) Onder voorzieningen wordt verstaan: educatieve, sociaal en/of medische, sociaalculturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel ten dienste van deze voorzieningen.