4.7 Toelichting 4. Nader onderzoek kerkuil Westeringweg 11 Creil.pdf
Tekst van het document
M
Blom Ecologie b.v.
Ecologisch advies Sz onderzoek
Kerkuil onderzoek aan de Westerringweg 11 te Creil Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming
Colofon
Status:
Definitief
Project:
BE/2020I736
Datum:
11 mei 2021
Samensteller(s)
ing. M.A. Brinkbaumer
Collegiale toets
ing. G. Fairhurst
Opdrachtgever
BURO SRO B.V. 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht Contactpersoon:
Dhr. R. van der Made
Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. © Blom Ecologie B.V. I Buro SRO B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schríftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.
ínhoud
1
Inleiding..................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding en doel
5
1.2
Planlocatie
6
1.3
Werkzaamheden
6
1.4
Te verwachten soorten en functies
6
1.5
Kader Wet natuurbescherming
7
2
Methode......................................................................................................................................8 2.1
Soort
8
2.2
Theoretisch kader
8
2.3
Praktische uitvoering
9
2.4
Specifieke omstandigheden
10
3
Resultaten................................................................................................................................. 11 3.1
4
5
Kerkuilen
11
Conclusieen advies................................................................................................................. 13 4.1
Kerkuil
13
4.2
Vervolgstap(pen)
13
4.3
Vooruitzicht projectplanning
13
4.4
Te treffen maatregelen tijdens de werkzaamheden
14
Bronnen.................................................................................................................................... 15
3
4
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel Aan de Westeringweg 11 te Creil is een boerenerf met bedrijfswoning, vier schuren, een kleine carport en een met zeil bedekte kas gesitueerd (figuur 1.1). Het terrein tussen de bebouwing bestaat uit verharding en rondom de planlocatie is een houtwal gelegen. De initiatiefnemer is voornemens de schuren, carport en kas te saneren ten behoeve van huisvesting van arbeidsmigranten. De beoogde ontwikkeling leidt mogelijk tot de aantasting van beschermde soorten en andere beschermde natuurwaarde. Derhalve is een oriënterend onderzoek uitgevoerd naar de potentie van de planlocatie voor deze beschermde natuurwaarde (Brinkbaumer, 2020).
Op basis van het oriënterende onderzoek kon de aanwezigheid van nestplaatsen en/of rustplaatsen van de kerkuil niet worden uitgesloten. Om vast te stellen of de planlocatie daadwerkelijk een functie heeft voor vorengenoemde soort was aanvullend onderzoek noodzakelijk. De initiatiefnemer heeft Blom Ecologie B.V. verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen beschreven. Onderzoeksdoel In dit aanvullende onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen centraal gesteld: ^ ^
Zijn kerkuilen aanwezig in de planlocatie? Op welke wijze maakt de kerkuil gebruik van de planlocatie? Zijn in de planlocatie territoria, nestplaatsen, en/of rustplaatsen aanwezig?
•
Hebben de voorgenomen activiteiten een negatief effect op de voorkomende soort en/of de functionaliteit van de voortplanting- en/of verblijfplaatsen en leefomgeving van de kerkuil?
5
1.2
Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Westerringweg 11 te Creil (figuur 1.1) en betreft een boerenerf met bedrijfswoning, drie schuren, carport en kas. De woning is opgetrokken uit gemetselde muren met dakpannen zadeldak en de schuren zijn opgetrokken uit damwand muren met golfplaten zadeldaken. In figuur 1.2 is een foto opgenomen die een impressie geven van de planlocatie.
Figuur 1.2
De planlocatie betreft een boerenerf bestaande uit woning met enkele schuren.
1.3 Werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens om op de planlocatie de schuren te saneren en (een deel van) de houtwal te verwijderen. Hierbij worden in totaal 4 schuren, een carport en een kas bestaande uit zeil verwijderd. De werkzaamheden zullen op hoofdlijnen bestaan uit: ^ • • • • •
1.4
verwijderen/saneren van bebouwing: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; kappen en rooien van bomen: kap- en rooiwerkzaamheden; verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden
Te verwachten soorten en functies Uit het oriënterend onderzoek (Brinkbaumer, 2020) is gebleken dat de planlocatie mogelijk geschikt is als nestlocatie en/of rustplaats van de kerkuil wegens aantreffen sporen en toegankelijkeheid van de schuren (tabel 1.1).
6
Tabel 1.1
De te verwachten beschermde gebouwbewonende soorten op de planlocatie op basis van de uitgevoerde quickscan (Brinkbaumer, 2020).1 Betreft een inschatting op basis van de quickscan (visuele inspectie en deskstudie) gerelateerd aan de beoogde werkzaamheden (paragraaf 1.3).
Soort Huismus Gierzwaluw
Potentie Ja, enkel in woning Nee, geen geschikte openingen die leiden naar een ruimte Ja Ja, sporen gevonden in verschillende schuren Nee
Uilen Kerkuil Steenuil
Marterachtigen Amfibieën/reptielen/vissen Gebouwbewonende vleermuizen Boombewonende vleermuizen
Figuur 1.3
1.5
Nee, vrijgesteld Nee, vrijgesteld Ja, enkel in woning Nee, geen holtes
Overtreding Wet nb1 Nee Nee
Mogelijk
Nee, functioneel leefgebied ontbreekt Nee Nee Nee Nee
Twee van de drie schuren met mogelijk een essentiële functie hebben voor de kerkuil.
Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen
en
nationaal
beschermde
soorten,
uiteen
in
drie
verschillende
beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). De kerkuil valt onder de bescherming van de Vogelrichtlijn. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden (paragraaf 1.3) kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Wnb, art 3.1 lid 2 en 4 (Vogelrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid (kerkuilen) te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels (kerkuilen) weg te nemen. Lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 7
2 Methode 2.1
Soort Op de planlocatie kan de aanwezigheid van de kerkuil niet worden uitgesloten. Per soort (groep) is een bepaalde onderzoeksmethode en inspanning vereist op basis van de ecologie van de soort. Kerkuil De kerkuil (figuur 2.1) is een erg opvallende uil door zijn hartvormige gezicht. De onderkant van zijn vleugels is licht gekleurd. Zijn rug is roestkleurig, met grijze vlekken en stipjes. De buik van de kerkuil is beige en heeft meestal veel stipjes. Kerkuilen zijn standvogels. Als ze eenmaal zijn gevestigd, blijven kerkuilen meestal hun hele leven in hetzelfde gebied. De kerkuil is een soort die voorkomt in cultuurland met gras- en bouwlanden die begrensd worden door kruidenrijke akkerranden, houtwallen, heggen of bosjes. Kerkuilen broeden vooral in de hoge, donkere en tochtvrije delen van boerenschuren, kerken, kastelen en torens. (BIJ12 Kennisdocument Kerkuil, 2017).
Figuur 2.1
2.2
Kerkuil met prooi (bron: Stichting kerkuilen werkgroep Nederland).
Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen en of protocollen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de kerkuil zijn deze richtlijnen vastgelegd in de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017). De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de kennisdocument vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie B.V. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde soorten beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn.
8
Tabel 2.1 Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van kerkuil onderzoek zoals deze zijn geformuleerd in het Kennisdocument Kerkuil (BIJ12, 2017). Kerkuil
Nestlocaties en/of rustlocatie: -Er is een bezet nest -Er is minimaal één waarneming in de periode van 1 februari tot en met 31 augustus van: -een paar in broedbiotoop, of -territoriaal gedrag: een krijsende vogel. Dit kan het hele jaar zijn, maar vooral februari en maart, of -bedelende jongen: dit is doorgaans vanaf juni. -Er is een rustende uil waargenomen en/of er zijn verse sporen van aanwezigheid waargenomen De afwezigheid van broedende kerkuilen kan zijn aangetoond als tijdens drie gerichte veldbezoeken verspreid in de periode van begin februari tot en met half oktober geen aanwezigheid kan worden aangetoond. De inventarisatie moet bij voorkeur tijdens goede weersomstandigheden en in een geschikt biotoop plaatsvinden. De beste momenten om te inventariseren zijn 's avonds en 's nachts. De kerkuil reageert niet op het afspelen van de baltsroep op een geluidsrecorder. Daarnaast moet bij voorkeur ook overdag gezocht zijn naar sporen die de aanwezigheid van een nestplek aannemelijk maken, zoals braakballen of krijtstrepen. (Kennisdocument Kerkuil BIJ12)
2.3
Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. In totaal hebben er 3 veldbezoeken plaatsgevonden, hierin zijn verschillende onderzoeken gecombineerd (tabel 2.2). Tabel 2.2
Veldbezoeken op de planlocatie, met per veldbezoek welke functies onderzocht worden en het aantal waarnemers dat is ingezet. Tijdens de onderzoeken is onderzocht middels zaklamplicht en het derde bezoek (15 april) is gezocht rond schemering naar sporen.
Veldbezoek
Functie
Aantal pers.
Datum
Tijd
Weersomstandigheden
Kerkuil
Nest/rustplaats
1
17-02-2021
19:00 - 21:00
8/8, regen, 1-2 Bft, 10 "C
Nest/rustplaats
1
17-03-2021
20:00 - 22:00
1/8, droog, 0-1 Bft, 4"C
Nest/rustplaats
1
15-04-2021
21:00 - 23:30
3/8, droog, 1-2 Bft, 7"C
Procedure Op basis van de te verwachten soorten en de relatieve potentie voor deze soorten binnen de planlocatie wordt het aanvullende onderzoek ingericht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering wordt bekeken vanaf welke posities de planlocatie (daken/schuren met potentie of kansrijke plaatsen in het water) het meest efficiënt (strategisch) kan worden onderzocht. De strategische punten, looproute en zichtlijnen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van groenstructuren en diverse typen van bebouwing.
9
Kerkuilen De kerkuil reageert, in tegenstelling tot de steenuil, niet op roep van soortgenoten. Gezien kerkuilen voornamelijk nachtjagers zijn en vanaf een uur na zonsondergang de kerkuil zijn roestplaats verlaat om te jagen, dienen de veldbezoeken rond dit tijdstip van start te gaan. Voor het vaststellen van een vaste rust- en verblijfplaats geldt derhalve zichtwaarnemingen, alsmede het aantreffen van verse braakballen. De kerkuil jaagt laagvliegend via vaste routes en vanaf zitplekken zoals hekpalen of kilometerpaaltjes langs wegen. Bij braakballen en/of krijtsporen naast dergelijke plekken, kan ervan uit worden gegaan dat het een foerageergebied (c.q. territorium) betreft. Derhalve dient tenminste één van de bezoeken ook deels overdag plaats te vinden. Er is gekozen om het derde bezoek te beginnen in de schemering om te zoeken naar sporen. Gevonden braakballen zijn verwijderd om zo accuraat mogelijk nieuw gevonden braakballen te kunnen beoordelen.
2.4
Specifieke omstandigheden Tijdens de uitvoering van het onderzoek kan er sprake van dusdanig omstandigheden dat er mogelijk een vertekend beeld optreedt van de verzamelde resultaten. Hiermee wordt niet bedoeld het gemotiveerd afwijken van uitgangspunten zoals geformuleerd in de Kennisdocumenten en soorteninventarisatieprotocol. Tijdens het onderzoek was er (voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan) geen sprake van omstandigheden die mogelijk effect sorteren op de onderzoeksresultaten.
10
3 Resultaten 3.1
Kerkuilen Waarnemingen en aantallen Tijdens de onderzoek rondes zijn geen roepende of overvliegende kerkuilen waargenomen. Echter zijn bij elk bezoek verse braakballen aangetroffen. Bij het eerste veldbezoek zijn 6 braakballen gevonden, tijdens 2e veldbezoek zijn 6 nieuwe braakballen waargenomen en bij het 3e veldbezoek zijn 4 nieuwe braakballen waargenomen. Nesten Aanwezigheid van verse braakballen en krijtsporen is een indicatie voor de aanwezigheid van een vaste rustplaats. Doordat tijdens elk veldbezoek steeds verse braakballen zijn aangetroffen is er sprake van een vaste rustplaats in schuur D en schuur E (figuur 3.2). Indien er nestmateriaal wordt aangetroffen in combinatie met zicht en/of geluidswaarnemingen van jongen kan de aanwezigheid van een nestplaats worden vastgesteld. Echter doordat er geen sprake is van waarnemingen van jongen en nestmateriaal is er geen sprake van een vaste nestplaats. Functioneel leefgebied Door de aanwezigheid van verschillende sporen verspreid over verschillende momenten is vast te stellen dat de planlocatie onderdeel uitmaakt van functioneel leefgebied, namelijk een vaste rustplaats. Tijdens de veldbezoeken zijn sporen gevonden in zowel schuur D als in E. In schuur D zijn in totaal 6 braakballen gevonden en in schuur E zijn in totaal 10 braakballen gevonden.
De aanwezigheid van braakballen in 2 schuren is een indicatie van meerdere rustplaatsen.
Figuur 3.1
Weergegeven welke bebouwing verse sporen bevatte tijdens de onderzoekrondes.
11
Figuur 3.2
12
Vers aangetroffen sporen (natte braakbal en verse krijtsporen) in schuur D.
4 Conclusie en advies 4.1
Kerkuil In de periode februari - april 2021 is onderzoek uitgevoerd naar de aan- of afwezigheid van de kerkuil conform de bepalingen uit het kennisdocument (BIJ12, 2017). Nestplaatsen van de kerkuil zijn niet geconstateerd, wel zijn er twee vaste rustplaatsen vastgesteld. Bij het saneren van de bebouwing is er sprake van overtreding van de verbodsbepalingen van de wet natuurbescherming (Wnb, art 3.1 lid 2 en 4). Derhalve dient voorafgaand aan de sanering van schuur D en schuur E een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. De overige te saneren bebouwing kan zonder ontheffing verwijderd worden.
4.2
Vervolgstap(pen) Voor de uitvoering van een deel van de beoogde ontwikkeling (sanering van schuur D en schuur E) is ontheffing nodig van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb, art 3.1, lid 2). Conform het Kennisdocument wordt aanbevolen om de navolgende aspecten te onderbouwen. Deze aspecten maken integraal onderdeel uit van het projectplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag. 1)
Er is sprake van een wettelijk belang (Wnb, art. 3.3, lid 4b)
2)
Bepaal waarborging van gunstige staat van instandhouding (Wnb, art. 3.3, lid 4c)
3)
Onderbouw de meest bevredigende oplossing (alternatieven afweging) (Wnb, art. 3.3, lid 4a)
4)
Bepaal mitigerende en compenserende maatregelen (Wnb, art. 3.3, lid 4c)
Een ontheffingsaanvraag is enkel succesvol als al deze aspecten voldoende onderbouwd kunnen worden. Indien de werkzaamheden geen wettelijk belang kennen of indien er vergelijkbare maatregelen zijn die gunstiger zijn voor de aanwezige soorten kan een ontheffing mogelijk geweigerd worden. De ontheffingsaanvraag bestaat uit de volgende onderdelen:
4.3
m
Aanvraagformulier (dient nog opgesteld/ingevuld te worden)
m
Activiteitenplan met ecologisch werkprotocol (dient nog opgesteld te worden)
m
Oriënterend onderzoek (reeds uitgevoerd)
m
Aanvullend onderzoek (reeds uitgevoerd)
m
Eventueel aanvullende documentatie (bijv. machtiging)
Vooruitzicht projectplanning Bevoegd gezag heeft de wettelijke termijn van 20 weken (13 + 7 weken verlenging) om te reageren op een ontheffingsaanvraag. De planning van de werkzaamheden dient aangepast te worden aan de aanwezige soorten om zoveel mogelijk de werkzaamheden uit te voeren buiten de kwetsbare periodes. Dergelijk maatwerk kan ervoor zorgen dat het project enkel in bepaalde periodes van het jaar uitgevoerd kan worden.
13
Indien de werkzaamheden leiden tot het wegnemen van voortplanting- en/of verblijfplaatsen dienen alternatieve verblijfplaatsen gedurende een bepaalde periode aanwezig te zijn naast de huidige verblijfplaatsen. Deze gewenningsperiode is afhankelijk van de soort en het aantal individuen (3 maanden in het geval van de kerkuil). Het tijdig aanbrengen van alternatieve verblijfplaatsen is derhalve van belang om onnodige vertraging te voorkomen. Raadpleeg voor de plaatsing van de voorzieningen een ter zake deskundige.
4.4
Te treffen maatregelen tijdens de werkzaamheden ^
Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende
•
Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan
flora en fauna (Algemene zorgplicht). voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. ^
Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) gefaseerd verwijderen. Dit om bodembewonende dieren de kans te bieden in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten.
^
Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden.
^
De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel).
•
Mogelijke overwinteringslocaties van amfibieën (vorstvrije structuren als stenenstapels, houtwallen, dichte struwelen etc.) dienen verwijderd of ongeschikt gemaakt te worden buiten de overwinteringsperiode oktober - april.
^
De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (maart t/m september). Als de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als dit niet mogelijk is, dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden.
14
5 Bronnen BIJ12, 2017. Kennisdocument kerkuil, Tyto alba. BIJ12, Utrecht Brinkbaumer, 2020. Quickscan Wet natuurbescherming, Westerringweg 11 te Creil. Blom Ecologie B.V., Waardenburg Gebruikte websites www.arcgis.nl www.sovon.nl
15